CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag gecombineerde commissie SOB-SLE 17-05-2021

Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen8.921 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de digitale vergadering van de gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en Beheer en Samenleving en Economie, gehouden op maandag 17 mei 2021, in de Van Duvenvoordezaal, aanvang 22.23 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;

volksvertegenwoordigers :

de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw V. King-de Hoog, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer J.S. Kolster Msc MA, raadslid VVD; de heer Z. Schelkers, raadslid D66; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer drs. A. Terlouw, raadslid SGP; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie;

secretaris

:

de heer drs. T. Schoenmakers;

portefeuillehouders

:

de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

mevrouw van Oudenaren, mevrouw Meijer de heer van Gaal

notulist

de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).

:

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet een ieder van harte welkom. Zij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Raadsen en dat de PvdA de inbreng van GroenLinks in deze vergadering zal waarnemen. De agenda wordt hierna ongewijzigd vastgesteld. 2. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 3. Principebesluit 2.0 ‘Stadsvisie, met het oog op de toekomst’. De heer VAN LOEF geeft blijk van een lichte teleurstelling. De werkgroepvergaderingen heeft hij als zeer motiverend ervaren en ieders inbreng daarin heeft hij naast de Stadsvisie gelegd, waarbij hij tot de conclusie is gekomen dat daarin een aantal zaken worden gemist. Eerlijk gezegd heeft hij er weinig behoefte aan om op dit tijdstip nog alle punten na te lopen, daarom zal hij zich beperken tot de belangrijkste opmerkingen. De aanscherping die hij had gehoopt in de Stadsvisie aan te treffen heeft hij helaas onvoldoende terug kunnen vinden, en dat geldt ook voor de punten waarover de werkgroep redelijk eensgezind was. Dat plaatst hem een beetje voor een dilemma. Daarnaast vindt hij het heel sympathiek dat Capelle nu een stadsdorp is geworden, maar zoals naar hij meent de heer Raadsen in de werkgroep opmerkte, is de dichotomie stad en dorp eigenlijk niet zo spannend.

Het gaat juist om de vraag waar Capelle gaat verdichten en waar niet. Overigens was verdichten ook een van de thema’s: zal er wel of niet worden verdicht? Vervolgens is uitgebreid over hoogbouw gediscussieerd, waarbij op een gegeven moment van ambtelijke zijde werd aangegeven dat het meer gaat om de kwaliteit van de hoogbouw. Om te voorkomen dat hij nu toch een heel verhaal gaat afsteken, sluit hij af met de opmerking dat hij heel graag keuzes had willen maken en had gehoopt dat de Stadsvisie drie of vier issues zou benoemen waar Capelle achter staat, waarmee dan, als iedereen straks weer op het terras zit of naar brui-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

2

loften en partijen gaat, de wethouder met de Stadsvisie onder de arm zou kunnen zeggen: Capelle wil… daarnaartoe. Mevrouw KING-DE HOOG maakt een compliment voor het mooie stuk, waaraan, naar zij weet, hard gewerkt is. Aan het vele wat er al over is gezegd in allerlei gremia heeft zij weinig meer toe te voegen. Zij geeft daarom het woord graag over aan haar collega Jaliens, die er vanuit SLE nog wel wat over te zeggen heeft. De heer JALIENS zegt dank voor dit lezenswaardige stuk, dat hij met veel genoegen heeft gelezen. Mooi is de driedeling die wordt gemaakt: waar komt Capelle vandaan, waar staat Capelle nu en waar gaat Capelle naartoe? Waar het gaat om de discussie ‘dorps of stedelijk’, ziet hij het dorpse niet zozeer als tegenstelling ten opzichte van de stad, maar meer als een manier om aan te geven waar Capelle vandaan komt en dat de menselijke maat die terug te vinden was in de drie kernen waaruit Capelle is ontstaan ook nu van belang is: het naar elkaar omzien, wat in het dorpse, bij het ontstaan, het geval was en dat wil Leefbaar Capelle graag behouden en versterken. Capelle is tegenwoordig een krachtige middelgrote gemeente binnen een grotere regio, een zelfbewuste stad.

Dat zelfbewustzijn is ontstaan uit een aantal kwaliteiten: groene buurten met veelal een dorps voorzieningenniveau waar het fijn wonen is, een sterke, eigen sociaalmaatschappelijke kwaliteit binnen een grootstedelijke regio en een sterke economische motor die zich steeds duurzamer bestendigt. Het zijn drie belangrijke kernkwaliteiten van Capelle. Beziende hoe dat de afgelopen twintig jaar gegroeid is, een periode waarin Leefbaar Capelle centraal heeft gestaan in het bestuur van Capelle, meent hij te mogen zeggen dat zijn partij dat ook wel op haar conto mag schrijven. Bij de vraag waar Capelle naartoe wil leest hij in het stuk dat de gemeente zich wil doorontwikkelen tot een meer gebalanceerde stad binnen een verder verstedelijkende regio. Wat hij mist, is wat dan zo’n meer gebalanceerde stad zou moeten zijn, want dan is het zaak om zicht te hebben op die aspecten die kunnen leiden tot een sterkere balans in de stad. Een van die aspecten is de regionale mismatch van vraag en aanbod op de woningmarkt en de slechte doorstroming daarin. Het is duidelijk dat dat aangepakt zal moeten worden, en dat kan alleen met woningbouw. Over hoogbouw, woningbouw en verdichting later meer. Verder wordt gesproken over grootstedelijke problematiek.

Capelle blijft die grootstedelijke problematiek de baas door lokaal maatwerk te leveren en in de vezels en haarvaten van de wijken en buurten te opereren. Grootstedelijke problematiek de baas blijven is natuurlijk een belangrijk uitgangspunt, maar Capelle kent ook een paar kwetsbare buurten, waar sprake is van concentratie van grootstedelijke problematiek. Dit gegeven en dit uitgangspunt nodigen uit om als nadere uitwerking van deze Stadsvisie te komen tot een visie op de kwetsbare buurten. Waar wil men naartoe met die kwetsbare buurten? Wil men in 2030 nog steeds praten over kwetsbare buurten, of wil men het hebben over parels van buurten in Capelle? Die visie ziet hij graag terug. Daarnaast is het een uitdaging hoe de voorzieningen en winkelcentra in de buurt betekenis blijven houden. Gekeken kan worden naar het versterken van de vraag, dit door onder andere meer vitale groepen, waaronder gezinnen, in de wijken te huisvesten. Hierdoor zal een positief effect ontstaan op het draagvlak voor een breed scala aan voorzieningen. Dat vergroten van de vraag, het huisvesten van gezinnen, heeft dan weer te maken woningbouw en ook met verdichting. Het is van belang dat die vraag er is, maar tegelijkertijd is Leefbaar Capelle van mening dat terughoudendheid moet worden betracht met verder verdichten in wat toch een van de dichtstbevolkte gemeenten van Nederland is.

Die terughoudendheid is met name van belang in kwetsbare buurten. Hij heeft er geen zicht op wat die verdichting aan sociaalmaatschappelijke effecten zou kunnen hebben op de bewoners van die kwetsbare buurten. Het laatste brengt hem bij de conclusies van de werkgroep Stadsvisie. Daar wil hij er drie uit halen. Zojuist is al de terughoudendheid genoemd die in acht moet worden genomen bij het verder verdichten van Capelle. Daaraan wil hij toevoegen: met name verdichting in kwetsbare buurten. Bereikbaarheid is een cruciale randvoorwaarde. Als je woningen wilt toevoegen, moet bereikbaarheid daarmee in de pas lopen. En dan deze conclusie: “We willen buitenruimte die van hoge kwaliteit is en die uitnodigt tot ontmoeten, een buitenruimte die bijdraagt aan het sociale kapitaal van de stad.” Daarbij merkt hij op dat de ruimtelijke beleving ook een aspect moet zijn van de kwaliteit van die buitenruimte. Die ruimtelijke beleving draagt ook bij aan het sociale kapitaal van de buurt en dus aan het sociale kapitaal van de stad. Als je zo’n buitenruimte verder gaat verdichten, heb je ook een afname van die ruimtelijke

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

3

beleving, daar gaat hij althans van uit, en die afname kan van invloed zijn op de kwaliteit van de buitenruimte én op het uitnodigen tot ontmoeting. Daarop zal iedereen dan ook scherp moeten zijn, zeker waar het gaat om kwetsbare buurten. De heer VLOT houdt de heer Jaliens voor dat diens partij in de coalitie het beleid van het college steunt om te verdichten en op plekken waar wel ruimte is alleen maar onbetaalbare woningen te bouwen. Hij is benieuwd waar de heer Jaliens nu eigenlijk heen koerst. De heer JALIENS repliceert dat Leefbaar Capelle ook een sociaal gezicht heeft, wat terug te vinden is in deze Stadsvisie: het naar elkaar omzien, ontmoeten, zorg over de effecten van de verdichting in een kwetsbare buurt. Verdichten is mogelijk, maar voorzichtigheid is geboden met waar dat gebeurt. Je kunt bijvoorbeeld verdichten in het Rivium, daar kunnen de effecten van de verstedelijking van Capelle heel goed gestalte krijgen, maar voor verdichting in een kwetsbare buurt is terughoudendheid vereist. Leefbaar Capelle is tevreden met de voorliggende Stadsvisie, al zouden hier en daar nog wat aanscherpingen kunnen worden aangebracht. De heer TIESMA zou voor de definitie van ‘visie’ kunnen verwijzen naar een bekend politicus die ooit heeft gezegd dat je voor visie naar de opticien of de oogarts moet, voor anderen is het een veelomvattende kijk op hoe je als Capelle zou willen zijn.

De Stadsvisie was onderwerp van een uitgebreid gesprek binnen de fractie van D66, maar een eindconclusie kon niet worden getrokken. Deze avond en de participatieronde zullen zeker deel uitmaken van de oordeelsvorming, of, zo men wil, de eigen visie. Bij de samenstelling van de Stadsvisie is eigenlijk een soort omgekeerde weg gevolgd. Er waren als het ware al een aantal grote takken met twijgen en daar moest nog een stam bij komen om er een boom van te maken. In de Stadsvisie zijn een aantal zaken terug te vinden die de gemeente al langer doet en ook wil blijven doen en verbeteren. Je kunt je afvragen of een visie voor Capelle niet een stuk zou moeten zijn van één of twee kantjes waarin alleen de hoofdlijnen worden weergegeven. Terug naar de inhoud. D66 constateert met andere partijen dat Capelle al behoorlijk volgebouwd en verdicht is. In de commissie blijkt steeds weer dat voor elke aanpassing van de omgeving veel overleg nodig is om tot een aanvaardbaar voorstel te komen, en dat komt ook omdat het gewoon krap is. Op dit kleine stukje Nederland wil iedereen prettig wonen en werken, z’n energie kwijt raken en mee kunnen doen in een gezonde en groene omgeving. Dat zijn nogal wat wensen en bovendien wil men volgens hem ook een plaats zijn met samenhang, en niet een of andere grote buitenwijk van Rotterdam. De grond is schaars.

Er wonen al veel mensen in Capelle en dat worden er nog een stuk meer. Rivium zal immers worden omgevormd tot een woonwijk met 5.000 woningen, vooral in hoogbouw. Dat zal de druk op de faciliteiten in Capelle nog meer verhogen. In de Stadsvisie zijn andere gebieden aangegeven waar nog hoogbouw zou kunnen plaatsvinden, maar in de werkgroep heeft hij begrepen dat dat niet per se betekent dat er ook hoogbouw komt. D66 wil een stap verder gaan met de stelling ‘geen hoogbouw, tenzij’: tenzij de parkeerdruk niet toeneemt in de omgeving, geen groen verloren gaat, de plinten deels bewoonbaar blijven, open zijn naar de omgeving en de gebouwen qua inrichting uitnodigen om te ontmoeten. Daarbij moeten uiteraard de bestaande spelregels in acht worden genomen. Is de wethouder bereid deze toevoeging ‘geen hoogbouw tenzij’ op te nemen in de Stadsvisie? De werkgelegenheid in Capelle is de laatste jaren flink afgenomen en een verdere erosie moet worden voorkomen. Mensen wonen niet alleen, maar moeten ook kunnen werken. Bedrijfsgebieden zijn dus belangrijk. Bovendien geeft veel werkgelegenheid de gemeente ook een bepaalde power als met andere gemeenten in de slag moet worden gegaan voor het eigen belang, zeker in het licht van de hoeveelheid samenwerkingsverbanden die er al zijn. Vanuit de visie van D66 moet het Hoofdweggebied daarom een bedrijfsgebied blijven en geen gemengd gebied worden.

Initiatieven om de bereikbaarheid met OV te verhogen, juicht de fractie uiteraard toe. Is de wethouder bereid toe te zeggen dat het Hoofdweggebied bedrijfsgebied zal blijven? In de visie van D66 is Capelle geen buitenwijk van Rotterdam, maar een plaats met samenhang. Die samenhang wordt versterkt en bevorderd door een centrum dat aantrekkelijk is om te bezoeken en te verblijven. Zeker, er wordt al veel gedaan om de centrumfunctie te versterken, maar naar zijn smaak kan het nog beter door ruimte voor andere culturele ontwikkelingen te bieden en voor jongeren ook een aantrekkelijk gebied te maken met specifieke activiteiten voor jongeren. D66 geeft er ook nog eens de voorkeur aan om de bereikbaarheid per fiets en OV te vergroten door wijken meer te verbinden met het centrum. Is de wethouder het met D66 eens dat een aantrekkelijk en mooi centrum de

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

4

samenhang van Capelle versterkt? En is deze bereid de daad bij het woord te voegen door in de Stadsvisie op te nemen dat een verdere versterking met bijvoorbeeld cultuuruitingen, jongerenactiviteiten en uitstekende OV- en fietsverbindingen naar diverse wijken dan een noodzaak is? In de Stadsvisie wordt beoogd meer gebruik te maken van de IJsseloevers. Er zou plaats zijn voor fiets- en wandelpaden en meer bebouwing. D66 heeft daar grote vraagtekens bij. Een groot deel van de oever is al bebouwd en wordt ook gebruikt voor bedrijvigheid. Naar zijn idee moet de IJssel vooral zichtbaar blijven en bedrijven moeten kunnen blijven ondernemen in de nabijheid van diep water. Capelle heeft een oudere bevolking dan de omgeving en dat zal niet veranderen. Blijkbaar vinden mensen het fijn om hier te wonen, en dat is heel mooi. Het is een feit dat een ouder wordende bevolking andere eisen zal stellen aan de huizen, de omgeving, de bereikbaarheid, het bestrijden van eenzaamheid, et cetera. Veel ouderen leiden ook een actief leven. Is de wethouder het met D66 eens dat de ouder wordende bevolking de gemeente op heel veel terreinen gaat raken? De fractie mist specifieke aandacht voor de vele aspecten waar Capelle geraakt zal worden doordat de bevolking ouder wordt.

Kan de wethouder daarover z’n licht eens laten schijnen? Als ondernemerspartij wil D66 ten slotte graag van de wethouder vernemen hoe de ondernemers eigenlijk betrokken zijn bij het schrijven en samenstellen van de Stadsvisie. De heer OUDSHOORN herinnert eraan dat de eerste versie van de Stadsvisie een tijd geleden met wat teleurstelling werd ontvangen. De SGP ziet het voorliggende stuk als een mooie doorontwikkeling van die eerdere versie. De vele digitale sessies, ook met de bewoners, zijn goed verlopen en dat is ook terug te vinden in deze visie, waarvoor complimenten. Capelle is een gemeente die jarenlang is bestempeld als groeigemeente, en natuurlijk komt er nog een grote groeiwijk aan – het Rivium is al genoemd, met veel woningbouw, maar de gemeente gaat nu van groeien naar beheren. De grote vraag daarbij is: hoe kan de stad vitaal worden gehouden en wat is daar de visie van? Er zijn ook wijken in Capelle die al heel lang ‘gesetteld’ zijn, soms al wat ouder worden, en wat gaat er met die wijken gebeuren? Tot nu toe zijn het vaak een soort postzegelstukjes uit een wijk waar geherstructureerd wordt, maar een echte visie op hoe op termijn een hele wijk geherstructureerd kan worden, waar het postzegelonderdeel dan in past, ontbreekt.

Kortom: wat is het plan voor de herinrichting van de straks oudere wijken? De bereikbaarheid van wijken en van de stad en de doorstroming zijn erg belangrijk. Eigenlijk zou ook daarop in een visie twintig, dertig jaar vooruit moeten worden gekeken, willen hiervoor echt structurele oplossingen bedacht kunnen worden. Dat deel wordt in de visie ook nog een beetje gemist. Eerder is door de heer Jaliens de passage aangehaald op pagina 9, waarin wordt beschreven dat Capelle op weg moet naar een volwassen, uitgebalanceerde stad. Bij zijn weten is Capelle dat al. Wat is er nu nog ongebalanceerd in Capelle? In plaats van steeds zo klein en bekrompen te denken over de stad, is het beter zelfbewust uit te spreken dat Capelle een volwassen stad is. Nu komt het erop aan al het goede van Capelle vast te houden en door te ontwikkelen Op pagina 26 wordt het gezicht naar de IJssel genoemd. Met de heer Tiesma is hij het geheel eens dat de IJssel wel zichtbaar moet blijven. Met elkaar is men best trots op de IJssel en dat mag ook best worden getoond. Dat ook hoogbouw in het gebied een plaats zou kunnen krijgen, zoals hier staat, is wel een lastige, want hoe verhoudt zich tot de landelijke uitstraling en het zicht op het water? Misschien is het beter te denken aan meer pleinen, meer ontmoetingen aan het water.

Op pagina 28 wordt het samenhangende systeem van verkeersmodaliteiten besproken en een doorkijkje gegeven van hoe mooi het zou zijn wanneer de verschillende parken verbonden zouden zijn met elkaar. Als de gemeente zoiets wil, is dit natuurlijk ook het moment om tijdig ruimte te reserveren om dat ook te kunnen realiseren. Er zijn nu nog plekken waar keuzes kunnen worden gemaakt – denk bijvoorbeeld aan Oeverrijk – om zo’n verbinding en groene beleving ook als zodanig te bestempelen. Zou het daarom niet verstandig zijn dat nu te doen? In de visie wordt ook de mogelijkheid genoemd om hoogbouw toe te passen. Dat blijft altijd een lastig punt. De SGP-fractie weet niet goed hoe hiermee om te gaan, want de ene keer is hoogbouw best een heel goed plan, op andere momenten echter totaal ongepast en het levert vaak ook een hoop weerstand op. Wanneer doe je dat nu goed? Misschien zit er wel iets in de redenering die de heer Tiesma zojuist ontvouwde met de stelling ‘geen hoogbouw, tenzij’. Hoe denkt de wethouder erover om bij hoogbouw dat soort spelregels toe te passen? Afsluitend attendeert hij op de drie grote hoofdwegen die de gemeente in komen. Om bij degenen die Capelle in- of uitrijden een goede indruk van de gemeente achter te laten, zouden eigenlijk, zoals zijn

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

5

fractie al vaker heeft gesuggereerd, een soort poorten van Capelle moeten worden gerealiseerd, wat ook mooi zou passen in een visie. De heer TERLOUW maakt aanvullend namens de SGP-fractie nogmaals een compliment aan de organisatie voor de manier waarop de discussies met de Capellenaren over de Stadsvisie zijn georganiseerd. Mevrouw WEEMHOFF onderschrijft de conclusie van de SGP dat in de Stadsvisie lopende het proces best het een en ander verbeterd is. De PvdA wordt bijvoorbeeld blij van het uitgangspunt, in hoofdstuk 5 benoemd, dat voorop de Capellenaar staat, die fijn wil wonen, leven en werken, en dat de gemeente met dit doel haar taken uitvoert. Zorgen maakt de fractie zich over de verhouding in de machtspositie van projectontwikkelaars ten opzichte van inwoners. Bij het bouwen van extra woningen kan zij moeilijk visualiseren waar de hoogbouw zou moeten plaatsvinden. Bij de IJssel lijkt het haar sowieso niet zo’n goed idee. Op verschillende plekken kan zij er zich best iets bij voorstellen, bijvoorbeeld bij de metrostations, maar is daar dan ruimte voor en wat betekent dat dan voor omwonenden? Bij de mobiliteit binnen en door Capelle zal duidelijk moeten worden gemaakt wat het allemaal betekent voor het parkeren wel en niet bij huis. Eén keer wordt gezegd dat de Capellenaar zich moet realiseren dat dicht bij huis parkeren misschien niet meer kan.

Elders wordt gezegd dat mensen die auto wel heel belangrijk vinden. Kennelijk wordt hierin geen stelling betrokken. Wat betekent dat dan? Morgen komt het programma voor de detailhandel aan de orde in de commissie SLE. In die detailhandelsvisie wordt aangegeven dat detailhandel en horeca beperkt worden tot enkele gebieden, niet verspreid door de stad. Dat betekent dat het hele gezellige concept met die leuke horeca in ieder geval niet op alle plekken in Capelle gestalte kan krijgen. Morgen zal zij daarop terugkomen, maar in het kader van de hier voorliggende visie lijkt het haar ook wel een belangrijke, want de buurtbinding bijvoorbeeld kan heel goed gestimuleerd worden door gezellige terrassen. Iedereen weet hoe belangrijk mensen dat vinden. Wat betekent de vergrijzing voor de scholenspreiding in Capelle? De gedachte die in de Stadsvisie is verwoord dat ‘emptynesters’ gaan opschuiven naar de appartementen die zo fijn worden gebouwd en dat dan eengezinswoningen vrij gaan komen voor gezinnen, is een prachtig idee, een goed plan, maar hoe zal dat betaalbaar georganiseerd worden en gaan mensen echt verhuizen naar zo’n appartement? Een paar jaar geleden is een uitgebreide campagne gevoerd bij de gemeente om alleen nog begrijpelijke taal te hanteren.

Zij stelt de wethouder voor deze nota nog eens te laten doorlezen door iemand die daar veel verstand van heeft, want ze is zelf een aantal zinnen tegengekomen die ze echt drie keer moest lezen voordat ze begreep wat er stond. Er zit ook nog wat reclamemateriaal in, zoals dat je sneller bij de Markthal bent vanuit Capelle dan dat je naar de supermarkt voor je dagelijkse boodschappen heen en weer gaat. Volgens haar is dat niet een boodschap die de wethouder wil verwoorden in de Stadsvisie. Blij is zij ten slotte dat geluid- en luchtkwaliteit is opgenomen in de visie. Daarvan wordt gezegd dat de wettelijke eisen blijven gelden. Het is best mogelijk dat zij zich vergist, maar zij meent te weten dat de Omgevingswet de vervanger is van een heleboel wetgeving. Als het niet nodig is, is de PvdA zeker tevreden met het handhaven van de huidige regelgeving rond geluid. De heer VLOT geeft te kennen dat ook hij, net als de heer Van Loef, in de visie de aanscherpingen heeft gemist die in eerdere besprekingen waren aanbevolen. Een gemeente waarin voor iedereen aandacht is en een plek is, ziet hij er niet per se in terug, niet in de woningbouwvisie, niet in een plan voor de werkgelegenheid, zoals dat ter sprake kwam met het gaan mengen van bedrijfsterreinen en het aanwijzen van mogelijke woningbouw, maar ook niet in het sociaal domein.

Er is sprake van een eenzijdige bouw, ook al gebeurt er hier en daar wel eens wat met een gebiedspaspoortje. Capelle heeft te maken met een sterk vergrijzende bevolking en aan de andere kant ziet hij weinig terug voor de jeugd. Of dat nu is in het sociaal domein, of qua woningbouw, het komt niet terug. Met betrekking tot de werkgelegenheid kent de gemeente een bepaalde, kenmerkende bevolking, met binnen het sociaal domein ook een heel kwetsbare bevolking. Wat de gemeente daarmee wil gaan doen, blijft in deze Stadsvisie een beetje vaag.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

6

Wat hij zich afvraagt, is wat deze Stadsvisie in de toekomst zal opleveren. Veel collega’s hebben het nu eigenlijk alleen over het heden, direct refererend aan de bestaande problematiek. Toevallig kwam hem deze week nog eens de profielschets onder ogen voor de burgemeester, waarin ‘dorpse aspecten’ en ‘stadse streken’ worden genoemd. Bij die dorpse aspecten kan hij zich nog iets voorstellen, want men laat zich er vaak op voorstaan dat ‘ons Capelle’ het dorpse is, dat gekoesterd moet worden, maar aan de andere kant is de grootstedelijke problematiek al lang binnen. De gemeente heeft grond te kort, moet bouwen op de postzegel en dan gaat ze verdichten, wat dan moet bij die knooppunten, zoals van hogerhand bijna is opgelegd. Bij ‘stadse streken’ vraagt hij zich echter af of dat soms een spelfout is, of dat hier echt een streek wordt uitgehaald en dat men helemaal niet meegaat met ‘ons Capelle’. De visie voldoet wat hem betreft in deze zin niet. Wat levert deze visie nu werkelijk op voor de Capellenaar van nu? Of wordt hier een visie gecreëerd die voldoet aan een opgelegd iets? Zit hier nou visie in, of is het gewoon even de dingen afvinken, zonder aandacht te hebben voor de problematiek? Hiervoor is een vergadering geweest over energietransitie en over neutraliteit van lasten voor de inwoners.

Wordt hier nou gewoon een mooie ansichtkaart gemaakt van Capelle waar je vooral niet te veel kritiek op moet hebben, omdat Capelle zo’n leuk stadsdorp is? Alleen de naamgeving al. Dit is toch een Capelse visie en dan moet jet het toch niet gaan hebben over een stadsdorp, of over grootstedelijke problematiek! Nee, Capelle behoort voorop te staan, en dat is hier niet terug te vinden. De heer HARINCK spreekt namens het CDA waardering uit voor de zorgvuldige wijze waarop deze conceptversie van de Stadsvisie tot stand is gekomen. Er zijn heel open en deskundige gesprekken gevoerd met de afdeling, de leden van de werkgroep en de collega’s, maar die gesprekken waren wel apolitiek. Dit is het moment om als politieke partij een uitspraak te doen over de Stadsvisie en daarbij gelden voor D66 een aantal overwegingen. Over de discussie ‘dorp of stad’’ is vanavond al veel gezegd. Een blik op de winkelstrip in CapelleWest en vervolgens op het winkelcentrum in het stadshart maakt duidelijk dat de gedachte van een overkoepelende karakteristiek, zoals die gezocht wordt in dit stuk, niet houdbaar is. Er is heel weinig dorps aan het stadshart en er is heel weinig stedelijks aan de Doormanstraat in Capelle-West. Toch probeert dit stuk die visie vol te houden.

Er lijkt niet te kunnen worden gekozen tussen stad en dorp en dat leidt tot een stuk dat als een twijfelaar onzeker van het ene been op het andere wipt. Het CDA ziet ook wel de dorpse elementen in de stad, maar het dorpse van de Oude Plaats, of bij de dorpskerk, is vervolgens omringd door wijken die elk van karakter verschillen. Capelle is in zijn ogen een woonplaats met stadse wijken en dorpse wijken. Zoek geen overkoepelend thema, maar schrijf per wijk een visie op het bouwen, de hoogbouw, de leefbaarheid en verdichten. Dat geeft helderheid aan de bewoners. In de nieuwe woonwijk Rivium worden 5.000 woningen gerealiseerd, als het allemaal lukt. Met dat aantal wordt een meer dan voldoende bijdrage geleverd aan de opgave die de regio heeft opgelegd, zo’n 1350 naar hij heeft begrepen. Kan in de ‘Capelle bouwt aan de stad’-monitor worden opgenomen wat de stand van zaken is en welke projecten gaan vallen binnen het regio-aanbod? En gaat Capelle haar bod verhogen als er meer dan 5.000 woningen worden gebouwd? Het CDA staat achter de ontwikkelingen van het Rivium, maar wil voor de overige wijken graag terug naar het steen-voor-steen-principe. De coronaperiode die nu bijna achter de rug is heeft de ogen geopend voor het belang van een fijne, beleefbare buitenruimte. Bewoners waarderen het recreatiegroen, of recreatiegrijs, in hun wijken.

Het CDA wil dat dit behouden blijft en dat wordt gestopt met nieuwbouwplannen. Wat het CDA betreft wordt gestopt met verdichten. De fractie is wat dat betreft blij verrast met het voorstel dat Leefbaar Capelle vanavond deed om de nieuwbouwplannen te beperken tot Rivium. In andere wijken geldt voor het CDA het steen-voor-steen-principe. De heer JALIENS weerspreekt dat hij dat zou hebben gezegd. Wat hij heeft betoogd, is dat terughoudendheid op z’n plaats is ten aanzien van verdichting. Hij heeft echter zeker niet gezegd dat alleen in Rivium woningbouw gerealiseerd zou mogen worden. De heer HARINCK sluit niet uit dat hij de heer Jaliens verkeerd heeft begrepen. ‘Terughoudendheid’ vindt hij trouwens ook wel een mooi begrip. Hij is heel nieuwsgierig wat die terughoudendheid de komende maanden zal opleveren bij het bespreken van de plannen in de Florabuurt en andere bouwplannen die er zijn. Aandacht vraagt het CDA voorts voor de zachte kanten van de Stadsvisie. De visie gaat nu wel heel erg over bouwen en over hoogte. De fractie is blij met de toevoeging op pagina 20 betreffende het belang van oog voor de kwaliteit van het wonen bij hoogbouw. Er moet meer aandacht zijn voor ont-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

7

moeten en sociale functies. De opmerking die vanavond is gemaakt over het ontmoeten aan de oevers van de IJssel spreekt het CDA aan. Die oevers zijn voor Capelle heel belangrijk als ontmoetingsen recreatieplek. Het CDA vraagt om behoedzaamheid bij het concept van de uitnodigende overheid. Mevrouw Weemhoff brak een lans voor dit onderwerp en hij doet dat eveneens. Beperk de uitnodigende houding tot de inwoners. Een ontwikkelaar en andere partijen van buiten Capelle die met plannen komen voor woontorens of andere zaken, zijn van een andere orde dan plannen van de eigen bewoners die een dakkapel willen. Wijs externen op de kaders die verwoord zijn in de paspoorten en bestemmingsplannen en houd de uitnodiging beperkt tot partijen die al in Capelle wonen, of hun bedrijf of organisatie hier hebben. Een lans breekt hij voorts voor de bedrijvigheid in de stad. Steeds vaker botsen belangen van werken en wonen in Capelle. Daarbij lijkt het vaak alsof het bedrijfsleven aan het kortste eind trekt. Die Capelse bedrijvigheid is van belang voor de Capelse ambachtelijkheid van vmbo’ers, mbo’ers en hbo’ers die hun stageplek of werk in Capelle willen vinden. Behoud de bedrijvigheid zoals die nu bestaat. Dat geldt bijvoorbeeld voor het buitendijks langs de IJssel bij onder andere Capelle-West, maar ook voor de Roer.

Waak ervoor dat een sterke vermenging ontstaat, die uiteindelijk leidt tot het afbouwen van de bedrijvigheid. De visie spreekt op pagina 20 over de ontwikkelingen in het Rivium. De plannen van deze wijk lijken op die van Rotterdam, dat aan de overzijde van de A16 ontwikkelplannen heeft voor de campus en de A16-corridor. In een van de bullets in deze visie wordt gevraagd om anticipatie op die ontwikkelingen. Het afgelopen jaar is er al het een en ander gebeurd. Ter afstemming van het gebiedspaspoort 2.0 zijn er reguliere ambtelijke vergaderingen tussen Rotterdam en Capelle geweest en met de gemeente Rotterdam wordt gewerkt aan de intentieovereenkomst die ziet op alle facetten van de samenwerking. Het CDA is erg benieuwd of die concept-intentieovereenkomst al verwacht kan worden. Is die overeenkomst inmiddels gesloten? De heer EILANDER zegt dankt aan de ambtelijke organisatie, maar ook aan het college en aan de commissie zelf, voor het feit dat de tijd is genomen om een extra stap in te bouwen. Naar zijn mening heeft dat de Stadsvisie goed gedaan. De gesprekken die zijn gevoerd met de Capellenaren hebben wat hem betreft aangetoond dat Capelle een dorp in een stad is en een stad van dorpen. Hij is het dan ook niet eens met de lijn die de heer Vlot schetste. Het is typisch Capelle dat men geen keus kan maken. Dat is ‘m nou net: men zit er precies tussenin.

Heel vaak is aangegeven dat dat nou net de kracht van Capelle is. Het verheugt hem dat dat zo nadrukkelijk in de Stadsvisie naar voren komt: dat is Capelle en dat wil de ChristenUnie graag zo houden. Evenals de heer Van Loef en anderen had hij hier en daar wat meer scherpte of een aantal keuzes in de Stadsvisie verwacht. Daarvan legt hij er nu maar gewoon een aantal voor. Over de hoogbouw heeft de heer Tiesma al fantastisch verwoord: ‘geen hoogbouw, tenzij’. Het had bijna zijn tekst kunnen zijn, want hij vindt het briljant! Het geeft aan waar je naartoe wilt, zonder te zeggen dat hoogbouw wordt afgewezen. Verdichten heeft Capelle volgens hem niet nodig, en dat geeft ook iets aan: het steen-voor-steenprincipe. Voor senioren zou hij graag nog wat meer extra aandacht willen hebben. Hij zou willen zeggen: denk niet zwart-wit, maar grijs. Ten slotte: laat de IJssel de IJssel. Zo kan met een paar simpele zinnen een kernboodschap of een richting worden aangegeven. Laat daar de Capellenaren maar eens op reageren. Wethouder STRUIJVENBERG zegt dank voor alle opmerkingen, tips en vragen, maar ook voor een aantal complimenten die zijn gemaakt over de ontwikkeling van deze Stadsvisie versus de vorige versie die in deze gecombineerde commissie is besproken.

Om te beginnen merkt hij op dat de Stadsvisie ook echt een Stadsvisie is en dat een aantal zaken zullen worden uitgewerkt in andere programma’s, zoals Buitenruimte of Detailhandel. Vragen die daarover zijn gesteld betreffen op zichzelf goede punten, maar lenen zich misschien wat minder goed om specifiek in deze Stadsvisie te benoemen. Indien gewenst, wil hij nog wel een keer een overzicht geven van wat later nog zal worden vastgesteld.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

8

Een tweede meer algemene opmerking die hij wil maken is dat de opbrengst van de raadswerkgroep nog niet in de voorliggende versie is verwerkt. Als vandaag blijkt dat er voldoende draagvlak voor bestaat – en zijn eerste inschatting is dat dat inderdaad het geval is –, dan kunnen die punten worden meegenomen in het definitieve stuk, dat dan met de nota van beantwoording enz. weer terugkomt in deze vergadering. Wat de heer Jaliens naar voren heeft gebracht over kwetsbare buurten lijkt hem iets dat zou passen in het programma Veiligheid Over de ruimtelijke beleving, verdichting en hoogbouw is veel gesproken, ook in de raadswerkgroep. Wat daarbij vooral in overweging is gegeven, is om terughoudend te zijn met het verder verdichten van Capelle en hij zegt toe dat te zullen verwerken in het stuk dat ter inzage zal worden gelegd. De stelling ‘geen hoogbouw, tenzij’ gaat hem een stap te ver, maar overigens meent hij dat dit grotendeels al besloten ligt in de bepleite terughoudendheid. Als de raad van mening is dat er ruimte moet zijn om woningen toe te voegen, valt er in Capelle niet aan te ontkomen om de hoogte in te gaan, omdat er geen grote uitleggebieden meer beschikbaar zijn naast de stad.

Als tot hoogbouw wordt besloten, zal, zo luidt ook een van de uitgangspunten in deze visie, vooral gekeken zal worden naar locaties nabij OV-knooppunten, waarmee tevens de bereikbaarheid van die woningen ook op een andere manier kan worden geregeld dan alleen maar met de auto. Daarin zit ‘m meteen ook de crux met de opmerking dat het niet voor iedereen mogelijk zal zijn om altijd de auto precies voor de deur te parkeren, terwijl aan de andere kant mensen aangeven dat wel te willen. Het is voor hem niet een kwestie van het één of het ander. Veel mensen willen dat graag en verwachten dat ook in de toekomst te kunnen doen. Hij verwacht dat de gemeente dat ook kan faciliteren, maar dat hoeft niet voor iedereen. De kwaliteit van de buitenruimte is belangrijk. Er wordt natuurlijk niet gekozen voor hoogbouw óm hoogbouw, waarbij het voor lief wordt genomen dat de buitenruimte, of anderszins de locatie, eronder lijdt. Het zal een integrale benadering moeten zijn, wat ook betekent dat je niet overal zomaar van alles kunt doen. Kijkend naar de goede locatie om woningen toe te voegen zal het waarschijnlijk vaker wat de hoogte in zijn, allemaal op schaal van de locatie, maar dat moet wel gecombineerd worden met een goede buitenruimte. Op plekken kan het juist ook leiden tot een betere buitenruimte.

Denk aan gebouwen met groene gevels, of met daktuinen, binnenterreinen die groen zijn, en noem maar op. Er zal op zoek moeten worden gegaan naar mogelijkheden om dat soort zaken te combineren. Naar zijn mening kan dat ook in kwetsbare buurten, bij voorkeur in de nabijheid van OV, daarbij ook kijkend naar bijvoorbeeld een buurt of wijk in balans. De stad is wellicht redelijk goed in balans, maar dat geldt niet voor iedere wijk of buurt. De heer Tiesma bevestigt hij dat het Hoofdweggebied bedrijfsgebied zal blijven. De versterking met jongerenactiviteiten is naar zijn mening ook iets wat zich beter leent voor een ander programma. Waar dat zou kunnen landen zal hij aangeven in het eerder al toegezegde overzicht. Waar de heer Tiesma zei raakvlakken met de ouder wordende bevolking te hebben gemist, merkt hij op dat toch echt een aantal keren in de Stadsvisie is genoemd dat Capelle te maken heeft met vergrijzing en een ouder wordende bevolking, en niet alleen in relatie tot woningen, maar ook wat betreft buitenruimte en voorzieningen. Voor wat betreft het gezicht naar de IJssel, waaraan de heer Oudshoorn refereerde, merkt hij op dat het volgens hem zou kunnen op enige locaties. Natuurlijk moeten de rivieroevers niet volgebouwd worden, maar ook daarvoor zou moeten worden gekeken naar het totaal van het verhaal.

In de visie is het als het ware als een vlek, een kansgebied, benoemd en die zou hij wel in stand willen houden, maar the proof of the pudding is in the eating. Uiteindelijk zal moeten blijken of daar een specifieke locatie kan worden gevonden, of een visie op dat specifieke gebied kan worden ontwikkeld, waarbij het goed is om dat te doen, of niet. Dat men graag wil dat Capelle met het gezicht naar de rivier toe staat, wordt volgens hem met elkaar gedeeld. Looppaden en bankjes horen daarbij, misschien ook sportveldjes. Het toevoegen van woningen op zo’n locatie wil hij niet bij voorbaat als mogelijkheid schrappen, maar nogmaals: the proof of the pudding is in the eating. Het lijkt hem goed om datgene wat mevrouw Weemhoff opmerkte over de detailhandel morgen nog wat gedetailleerder met zijn collega voor economie te bespreken. De grondgedachte is dat versplintering moet worden tegengegaan en dat solitaire locaties kansrijker zijn als ze worden samengevoegd. Wat betreft de ‘emptynesters’ en de doorstroming merkt hij op dat bekend is dat er mensen zijn die graag zouden willen doorstromen naar een andere woning, als die er zijn. Hij gelooft niet dat de gemeente daarin zelf direct heel veel te regelen heeft. Wel zou bijvoorbeeld een seniorenmakelaar hier-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

9

bij kunnen helpen, misschien in samenwerking met Havensteder. In de huidige samenwerkingsafspraken met Havensteder zijn al maatregelen opgenomen voor de verhuizing van ouder wordende mensen vanuit een eengezinswoning naar een wat kleinere woning. Een en ander valt of staat natuurlijk met het aanbod. Als dat er niet is, lukt het sowieso niet. De nota nog een keer nalezen op begrijpelijke taal, zegt hij toe. In een interview met een krant werden hem ook wat ingewikkelde zinnen voorgelegd, die hij vervolgens hopelijk in enigszins begrijpelijke taal kon uitleggen, maar hij snapt het verzoek om daar nog eens een keer naar te kijken. Het gros van de zinnen vond hij zelf goed leesbaar, maar misschien niet allemaal, en hij zal er graag nog een keer een slag overheen doen. In de Omgevingswet komt inderdaad van alles samen qua wet- en regelgeving, maar door die Omgevingswet veranderen de normen niet. De heer Vlot vroeg zich af wat de Stadsvisie de Capellenaren eigenlijk oplevert, zowel nu als in de toekomst, en of niet te veel gedaan wordt aan een voorspelling die als het ware opgelegd is. Het laatste vindt hij eerlijk gezegd jammer om te horen, al wordt wel in die zin de vinger op de goede plek gelegd, dat dat een opgave is die men met deze Stadsvisie zou moeten willen behartigen.

Naar zijn mening doet deze visie dat ook, al kan hij zich voorstellen dat dat niet altijd gebeurt zoals de heer Vlot zou willen. In de monitor waarvoor de heer Harinck aandacht vroeg zijn de aantallen woningen en de woningtypen genoemd. Het bestaande regio-akkoord zal een keer vernieuwd moeten worden en dan zal ongetwijfeld een nieuwe opgave ontstaan, maar tot dat moment geldt het huidige akkoord. De heer HARINCK verduidelijkt dat het hem gaat om het volgende. In het regio-akkoord is weliswaar afgesproken dat zo’n 1350 woningen zullen worden gerealiseerd, maar Capelle zal er inclusief Rivium veel méér realiseren. Is dat meerdere een extra opgave voor Capelle, of is het een soort overschot en hoe kan dat dan verantwoord worden in die monitor? Wethouder VAN STRUIJVENBERG licht toe dat ten tijde van het opstellen van het regio-akkoord, dat nu nog geldt, het Rivium daarin niet was begrepen. In het volgende regio-akkoord zal dat natuurlijk wel gebeuren. Een aantal opmerkingen zijn gemaakt over de participatie, de samenwerking in Capelle en de uitnodiging aan inwoners versus ontwikkelaars. Bij het verzoek om daarin een onderscheid te maken kan hij zich wel iets voorstellen.

Het zou best een aardige benadering kunnen zijn om eens te kijken of gekozen moet worden voor ‘participatie of openstaan voor initiatieven’, of dat daar een grove indeling in gemaakt zou moeten worden, zoals bewoners versus ontwikkelaars, of een andere. Hij zegt toe dat dat zal worden meegenomen in de gesprekken, die nu primair worden gevoerd met de burgemeester, over participatie. De intentieovereenkomst met Rotterdam staat op het punt van tekenen. Het zou bij wijze van spreken vandaag of morgen kunnen gebeuren. Volgens de heer Eilander zou Capelle geen verdichting nodig hebben. Dat mag natuurlijk gezegd worden, maar het is niet de aanbeveling vanuit de raadswerkgroep. Tweede termijn Mevrouw WEEMHOFF zegt de wethouder dank voor de antwoorden. Gemist heeft zij een reactie op de vraag over de vergrijzing in relatie tot het minder verjongen, c.q. minder kinderen, en wat dat eventueel betekent voor bijvoorbeeld de spreiding van scholen. De heer EILANDER dankt de wethouder voor de duidelijkheid die is verschaft. Zijn prikkelende opmerkingen waren vooral bedoeld om voor de inspraak iets mee te geven waardoor de mensen ook snappen welke kant de gemeente op wil. Wellicht kan daarmee iets worden gedaan in de communicatie rondom de Stadsvisie.

Graag wil hij de suggestie meegeven om in de Stadsvisie een paragraaf op te nemen die wat prominenter wordt toegespitst op de vergrijzing, die volgens hem een heel belangrijk onderdeel vormt van de stip aan de horizon. De heer VAN LOEF deed het goed van de wethouder te vernemen dat de opmerkingen vanuit de werkgroep nog zullen worden verwerkt. Wat hem wel benieuwt is of de commissie die verwerking ook nog te zien krijgt voordat een en ander de inspraak in gaat.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

10

Wat hij zich ten slotte afvraagt is of de Capellenaar in het vervolg van het traject genoegen zal nemen met verwijzingen naar het programma Ruimte, of het gebiedsgericht programma. De raadsleden kunnen daar misschien nog iets van begrijpen, maar hij vraagt zich af of dat in de communicatie gelukkig zal zijn. De heer TIESMA zegt het gevoel te hebben dat de stelling ‘geen hoogbouw, tenzij’ en het begrip ‘terughoudendheid’ meer met elkaar gemeen hebben dan het feit dat beide woorden met een ‘t’ beginnen. Het woord ‘tenzij’ houdt namelijk woordkundig al in dat terughoudendheid wordt betracht. De wethouder dankt hij voor diens bevestiging dat het Hoofdweggebied een gebied voor werkgelegenheid is. De heer Eilander zegt hij dank voor diens bijdrage aan wat hij maar even het seniorenaspect noemt. Bij een Stadsvisie wil je ook dat Capelle een plaats met samenhang is. In de discussie over stad of dorp heeft hij zich bewust niet gemengd, omdat hij dat vooral een academische discussie vindt, maar Capelle moet wel een plaats met samenhang zijn en zijn vraag is dan ook of de centrumfunctie niet versterkt moet worden. Er is wat dat betreft wel over iets voor jongeren gezegd, maar hij is van mening dat er ook iets voor cultuur in moet worden gezet. Er moet een samenhang zijn met de verbindingen die je daar hebt, en dat moeten er meer zijn dan er nu zijn.

De heer OUDSHOORN stelt vast dat de wethouder niet is ingegaan op zaken die volgens hem juist heel erg in deze visie thuishoren, zoals de “verder vooruitkijken”-blik, dus de blik over twintig, dertig jaar als het gaat over mobiliteit, in de zin van “hoe kan de bereikbaarheid van de gemeente worden geborgd over twintig, dertig jaar?”, maar ook als het gaat over de visie op de wijken waar het betreft herstructureren en herinrichten en de toegangen tot Capelle over twintig, dertig jaar. Zijns inziens hoort dat echt in een Stadsvisie thuis. Evenals de VVD is hij benieuwd naar het vervolgproces met het verwerken van de gegevens van vanavond en die van de raadswerkgroep. Krijgt de commissie die documenten gelijktijdig met de inspraak, of voorafgaande daaraan? De heer HARINCK komt nog even terug op de discussie die de heer Tiesma zojuist aankaartte over de begrippen ‘terughoudendheid’ en ‘geen hoogbouw, tenzij’. Bij beide begrippen horen criteria en hij is benieuwd welke criteria men daarbij zou willen toepassen. Het is geen discussie voor deze avond, maar hij hoopt wel dat die aan de orde kan komen als de hoogbouw weer ter sprake komt. De heer VLOT toont zich wat getriggerd door wat de wethouder naar voren heeft gebracht over woningbouw in relatie tot de regio. Inmiddels wordt in deze gemeente gesproken over het eventueel loslaten van een regionale zorgsamenwerking.

Is het denkbaar dat deze gemeente ook afstand neemt van zo’n regionale overeenkomst ten aanzien van woningbouw en, wat tegenwoordig niet helemaal ongebruikelijk is, zélf woningbouw gaat stimuleren op de behoefte die in deze gemeente bestaat? Wethouder STRUIJVENBERG vraagt zich eerlijk gezegd af of de spreiding van scholen waarover mevrouw Weemhoff sprak een plek zou moeten krijgen in een Stadsvisie. Het is er in ieder geval niet opzettelijk uit gelaten of iets dergelijks. De heer Eilander heeft ervoor gepleit de senioren een nog prominentere plek te geven. Alles kan natuurlijk prominenter en er kan altijd weer een paragraaf worden toegevoegd, maar het was nu juist de bedoeling om wat scherpere keuzes te maken en niet alleen maar meer dingen erbij te doen. De senioren komen al echt aan bod in deze Stadsvisie, en op verschillende manieren, qua woningbouw, qua ontmoeting, qua voorzieningen in de buurt, qua buitenruimte en qua gezondheid. Als hij er al een paragraaf over zou moeten maken, zou hij bijna geneigd zijn voor te stellen alle zinnen die erover gaan bij elkaar in een aparte paragraaf te stoppen, zodat de Stadsvisie als geheel er niet dikker van wordt. De heer EILANDER merkt op dat dat precies is wat hem voor ogen staat.

Wethouder STRUIJVENBERG beschouwt het dan als een redactionele aanpassing en zegt toe te zullen bezien of die kan passen in de structuur van de Stadsvisie. De vraag of de verwerking van de bijdragen van de raadswerkgroep en van de commissie deze avond nog langs de commissie zal komen voordat het naar buiten gaat, beantwoordt hij ontkennend. Zoiets gebeurt nooit. Mocht hij het echter gedaan hebben op een manier die de commissie niet bevalt, dan

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

11

geen nood, want het komt uiteindelijk sowieso terug in de commissie nadat het ter inzage heeft gelegen, mét de zienswijze daarbij, de nota van beantwoording en eventueel de aanpassingen die naar aanleiding van de terinzagelegging nog zijn aangebracht. Of de Capellenaren genoegen zullen nemen met verwijzingen nar het programma Ruimte, enzovoort, is natuurlijk de vraag, maar het is ook een beetje de aard van het beestje. Een Stadsvisie is wat het is op het niveau dat het is. Ook bij een programma Ruimte kan weer worden ingezoomd en de vraag worden gesteld hoe hoog het gebouw wordt in een bepaalde wijk, wat dan misschien weer in een gebiedspaspoort of een bestemmingsplan terechtkomt. Zo kun je blijven doorklikken tot je uiteindelijk iets hebt van bouwplannen of anderszins. Hij zegt toe dat op de website doorklikmogelijkheden zullen komen, zodat men kan zien wat er nog achter zit. Niet onmogelijk is natuurlijk dat er nog steeds zienswijzen binnenkomen in reactie waarop naar een ander programma zal worden verwezen. Hij zal dat dan iets uitgebreider toelichten in de nota van beantwoording. Dat de heer Tiesma en hij een beetje op dezelfde weg zitten voor wat betreft hoogbouw, sluit hij niet helemaal uit, en dan valt het ook wel weer mee. Misschien is het wel een verschil van smaak, dat zou ook kunnen. Maar hoe dichter men bij elkaar in de buurt komt, hoe beter.

Met betrekking tot het versterken van de centrumfunctie en cultuur is erop aangedrongen samenhang te zoeken met de verbindingen die er zijn. Eerlijk gezegd heeft hij dat niet helemaal begrepen. Wordt hiermee gevraagd extra cultuurvoorzieningen toe te voegen in het centrum? De heer TIESMA antwoordt bevestigend. D66 ziet Capelle als een plaats met samenhang en die samenhang kan worden versterkt door de centrumfunctie verder te versterken. Er zou bijvoorbeeld nog een cultuurcentrum aan kunnen worden toegevoegd, of specifieke activiteiten voor jongeren. Wethouder STRUIJVENBERG beaamt dat een aantrekkelijk, versterkt centrum niet alleen wordt bepaald door het toevoegen van woningen, het opknappen van de metro-ingangen en het winkelcentrum, maar ook door het toevoegen van culturele activiteiten en voorzieningen. De concreetheid daarvan is echter terug te vinden in de visie Centraal Capelle. De lángere langetermijnvisie, zou hij bijna zeggen: die van over dertig jaar, onder andere op het gebied van bereikbaarheid, heeft de heer Oudshoorn bij een eerdere bespreking al eens aangekaart en daarvan heeft hij toen gezegd dat hij het interessant zou vinden om ook eens zo’n oefening met elkaar te doen, maar niet voor in de tekst van deze Stadsvisie. De heer OUDSHOORN bevestigt dat eerder is gezegd dat daarmee eens een oefening zou moeten worden gedaan.

Feit is echter dat nu een visie wordt neergelegd voor de komende jaren en dat daarover nu niets is opgenomen, al was het maar één zin, met de mededeling dat daaraan de komende jaren verder uitwerking zal worden gegeven. Wethouder STRUIJVENBERG neemt aan dat over de langeretermijntrends best eens iets kan worden opgeleverd, maar het wordt lastiger als er een soort wensenlijst van zou worden gemaakt waarvan niet bekend is of dat haalbaar zal zijn in de tijd. Hij zegt toe eens een poging te zullen wagen om een aantal denkbeelden te delen. Het zal in ieder geval geen dik pak papier worden, maar dat zal de heer Oudshoorn ook niet verwachten, neemt hij aan. De heer Vlot heeft gevraagd of Capelle geen afstand kan nemen van het regio-akkoord, vanuit de redenering dat in Capelle gewoon gebouwd moet worden wat in Capelle nodig is. Het regio-akkoord is voor wat betreft Capelle opgesteld in samenwerking met Capelle en daarin is goed terug te vinden wat Capelle zelf graag zou willen realiseren. Een handtekening is trouwens ook een handtekening. Waar hij anderen daaraan probeert te houden, moet hij dat ook zelf doen. De VOORZITTER zegt iedereen dank voor de bijdragen en wenst de wethouder veel succes met het vervolg. 4. Rondvraag De heer TIESMA beseft dat het al vroeg is, maar hij neemt aan dat de vraag die hij heeft te stellen door de wethouder simpel kan worden beantwoord.

Het betreft de fietscorridor in ’s-Gravenland, waartegen een behoorlijke weerstand bestaat. Het resultaat van de verkeerstellingen is nu bekend en zijn vraag aan de wethouder is welke conclusies daaruit worden getrokken en wat daarvan de invloed is op het bestaande plan. Eerder heeft de wethouder gezegd dat hij zou gaan fietsen en spreken met de omwonenden. Is dat al gebeurd?

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, maandag 17 mei 2021

Pagina:

12

Wethouder STRUIJVENBERG bevestigt dat de tellingen zijn uitgevoerd. Het huidige gebruik van de fiets is daar iets lager dan gedacht, maar de verhouding komt wel goed overeen met het model: hoe dichter je bij de Capelsebrug komt, hoe meer fietsen je ziet op de route. Bij de Capelsebrug zijn ongeveer 2300 fietsers per etmaal geteld en de autotelling in de Schubertstraat heeft bijvoorbeeld 160 auto’s per etmaal opgeleverd. Het fietsen dat hij had toegezegd gaat hij nog doen, en wel a.s. vrijdag. Het was zijn bedoeling dat met een redelijke groep te doen, maar coronamaatregelen verhinderen dat. Hij gaat het in ieder geval wel doen met ten minste één kritische bewoner. Gevraagd is wat een en ander betekent voor het plan. Het is natuurlijk de bedoeling mensen te verleioden meer gebruik te maken van de fiets, met ook wat meer comfort, zodat er wat meer mensen uit de spits zouden kunnen gaan. Dat gebeurt overigens niet alleen met deze fietsroute, maar ook met andere. De heer TIESMA vraagt of hij het antwoord van de wethouder zo mag begrijpen dat ten opzichte van de fietscorridor zoals die een tijd geleden was voorgesteld nu alternatieven zijn ontstaan om het geld te besteden aan een ander soort corridor dan nu is voorgesteld. Wethouder STRUIJVENBERG antwoordt ontkennend.

Het geld is onderdeel van de kortetermijnaanpak binnen het MIRT-traject en kan niet zomaar aan iets anders worden uitgegeven. Mevrouw WEEMHOFF vraagt of zij nu moet begrijpen dat hier geen ruimte op zit. De vorige keer is in de commissie ook over die fietscorridor gesproken en toen heeft zij anders begrepen. De status hiervan is haar nu niet helemaal helder meer en zij verzoekt de wethouder hierop schriftelijk terug te komen. Wethouder STRUIJVENBERG repliceert dat de status hiervan eerder is al besproken. Niets van wat hij nu heeft gezegd druist in tegen wat hij er eerder over heeft gezegd. Maar ter geruststelling: alles wat hij eerder heeft beweerd geldt nog steeds. Mevrouw WEEMHOFF werpt tegen dat er een heel gesprek is geweest over bezwaren van bewoners. Vanavond heeft zij de indruk gekregen dat ongeacht al die bezwaren de plannen die waren gemaakt ongewijzigd doorgaan. Wethouder STRUIJVENBERG repliceert dat er nog geen enkel besluit is genomen over het aanleggen van deze fietsroute, noch over alternatieven voor deze fietsroute. 5. Sluiting De VOORZITTER sluit te 00.21 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 28 juni 2021 de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10264189/1