CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - Conceptverslag gecombineerde commissie BVM-SLE 11 oktober 2021

Commissie Samenleving en Economie 30 november 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen5.649 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de vergadering van de gecombineerde commissies Bestuur, Veiligheid en Middelen en Samenleving en Economie, gehouden op maandag 11 oktober 2021 in de Raadzaal van het gemeentehuis aan de Rivierweg 111 te Capelle aan den IJssel, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter

:

de heer C.A.J. Schaatsbergen;

volksvertegenwoordigers:

de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle de heer J.B.L. Kerver, raadslid Leefbaar Capelle; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer J.S. Kolster MSc MA, raadslid VVD; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer G.M. Veenema LLM MSc, burgerraadslid SGP; de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries MEd, raadslid ChristenUnie; mevrouw D. Badloe BSc, raadslid CDA; de heer dr. V. Stevens, burgerraadslid CDA;

secretaris

:

de heer S.G.V. Schouten;

griffier

:

mevrouw drs. T.A. de Mik;

portefeuillehouders

:

mevrouw A.J. Hartnagel, wethouder; de heer N.C. van Veen, wethouder;

ambtelijke ondersteuning:

de heer drs. A.R. Ruijmgaart RA MGA, loco-secretaris;

notulist

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum);

:

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering twee personen aanwezig.

1.

Opening, mededelingen en vaststelling agenda

De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer Snijders. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2.

Spreekrecht inwoners

Er zijn geen insprekers. 3.

Begrotingswijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rotterdam Rijnmond (GRJR) 2021

De VOORZITTER merkt op dat het voorstel is: 1. kennis te nemen van de begrotingswijziging van de GRJR 2021; 2. ten aanzien van de Begrotingswijziging 2021 van de GRJR een zienswijze in te dienen bij het dagelijks bestuur van de GRJR. Daarin wordt de GRJR gevraagd om de gemeente te informeren over de te nemen structurele maatregelen om de te verwachten tekorten in te lopen, dan wel tot een minimum te beperken, anders dan door het verhogen van de gemeentelijke bijdrage. 408485/616802

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 2 van 9

De heer BREEPOEL maakt zich nog steeds grote zorgen over de jeugdhulp in Capelle. Onderzoek van Follow the Money heeft laten zien dat grote zorgaanbieders veel winst maken en dat veel geld niet gebruikt wordt voor de zorgverlening. Hij vraagt of de wethouder daarmee bekend is en of zij daarover iets meer kan zeggen. Recent bleek ook nog eens dat er gemeenten zijn die de rijksbijdragen niet voor zorg gebruiken, maar dat die naar de algemene reserves vloeien en hij verzoekt de wethouder daarvan een beeld te geven. Tot slot is de SP bezorgd over de lange wachttijden bij de jeugdzorg, die de afgelopen tijd door onder andere corona flink zijn toegenomen. Hij gaat er van uit dat deze en andere problemen opgelost gaan worden na het aannemen van de voorliggende begrotingswijziging. De heer HOLKAMP maakt enkele algemene opmerkingen, twee opmerkingen van procedurele aard en enkele opmerkingen over de zienswijzenbrief zelf. Qua inhoud heeft D66 niet zo heel veel te zeggen over de begrotingswijziging. Eerdere afspraken worden doorgezet, zoals beter budgetteren om te voorkomen dat gemeenten pas heel laat worden ingelicht. De budgetoverschrijdingen waren al vooraf aangekondigd. Het gaat wel de goede kant op, onder meer had de publiciteitscampagne om meer pleeghulpgezinnen te vinden succes. Dat is volgens hem goed voor de andere percelen.

Jeugdhulp kost dus meer geld, maar levert wel datgene op wat de gemeente wil bereiken. In de stukken laat de GRJR op een paar plaatsen zien afhankelijk te zijn van de deelnemende gemeenten, bijvoorbeeld bij de overgang van jeugdhulp naar de Wmo, het vinden van passende woonvormen en het aanleveren van gegevens om te zorgen dat de GRJR goede rapportages kan verstrekken. Hij vraagt of de gemeente Capelle in al deze opzichten voldoet aan wat de GRJR van de gemeente nodig heeft. De begrotingswijziging kwam bij de gemeente binnen op 1 juli jl. met het verzoek om de gemeenteraad voor 1 oktober 2021 een zienswijze te laten indienen. De raad had die begrotingswijziging dus in de septembercyclus moeten behandelen. Hij vraagt waarom het niet is gelukt volgens de standaardwerkwijze (college, commissie, raad) die datum te halen. Dat had volgens hem in drie maanden tijd makkelijk moeten lukken. Het gevolg is nu een bijzondere brief te hebben voorliggen. Die brief is in de wij-vorm geschreven en hij vraagt wie onder ‘wij’ wordt verstaan en hoe die brief moet worden geduid: als brief van de raad of van het college. Ook wil hij weten wat het college wil doen om de gang van zaken niet te herhalen. De brief bevat verder op twee plaatsen zinsneden met aannames.

Gevraagd is of de GRJR aandacht wil besteden aan de wachtlijstproblematiek, terwijl de begrotingswijziging gaat om het beschikbaar stellen van een behoorlijke hoeveelheid geld om die wachtlijstproblematiek aan te pakken. Hij vraagt waar de twijfel bij de wethouder zit of de GRJR voldoende wil doen aan de wachtlijsten. Onderaan bladzijde 1 van de brief staat de tekst ‘deze begrotingswijziging is daar waar wij aannemen een logisch gevolg van….’ Het gaat daarbij om de benodigde hoeveelheid geld om ervoor te zorgen dat gemeenten hun bijdragen zo weinig mogelijk hoeven te verhogen. Hij vraagt waarom die formulering is gebruikt. Mevrouw WEEMHOFF viel het ook op dat de brief namens de gemeenteraad is ondertekend en de strekking van de brief was haar niet geheel duidelijk. Ook worstelt zij met de contacten van de GRJR met de zorgaanbieders. Kennelijk lukt het de zorgaanbieders niet om op tijd te declareren. Het verheugt haar dat dat goed gemonitord wordt en dat het percentage goed in de gaten wordt gehouden. Zij sluiten zich verder aan bij de vraag van de SP of de compensatiemiddelen vanuit het Rijk moeten worden gezien in relatie tot de extra kosten in de jeugdzorg. De heer KOLSTER ziet dat er ten opzichte van de maand juni, waarin de begroting van de GRJR is behandeld, qua inhoud niet veel is veranderd.

Wel was er een tweede coronagolf waardoor problemen in huishoudens zijn ontstaan, zodat de jeugd moest worden geholpen. Hij gaat akkoord met het ophogen van de budgetplafonds om alle jeugdigen te kunnen helpen die momenteel hulp nodig hebben. De VVD gaat op inhoud met de begrotingswijziging akkoord. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES heeft ook het nieuwsbericht gezien over de extra gelden die het Rijk beschikbaar stelt, waarmee sommige gemeenten andere dingen doen. Daarom schaart zij zich achter de door de SP daarover gestelde vraag. Verder heeft zij evenals D66 geconstateerd dat was aangekondigd dat er extra geld nodig is en het een goede zaak is dat te verstrekken voor het wegwerken van achterstanden. Bij alle gemeenten komt er 4% tot 5% bij, waarbij dat voor Capelle 5% betreft.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 3 van 9

Zij schaart zich eveneens achter D66 wat de zienswijze betreft en zij vraag zich zelfs af of de gemeente die brief niet moet versturen, omdat die algemeen is en eigenlijk niets zegt. Bovendien is het ook verwarrend wie in de brief aan het woord is. De heer HOLKAMP meent dat de brief al is verstuurd, omdat anders niet aan de wens van de GRJR voldaan had kunnen worden om voor 1 oktober een zienswijze in te dienen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES stelt dat ook vast en vraagt zich daarop af of de brief wel verstuurd had moeten worden en wat er daadwerkelijk in staat. Zij wil weten wat in de brief precies wordt bedoeld en wie aan het woord is. Het voorstel bevat een passage die niet netjes is en die zal zij aan de griffier laten zien. De kosten voor perceel D, daghulp, stijgen met een flink percentage. Dat is een van de zaken die onder de experimenteerruimte viel en zij vraagt of daarin al schot zit. De kosten voor de pleeggezinnen stijgen ook en zij vraagt of er daarop al meer zicht is. Mevrouw BADLOE vindt het goed te lezen dat de begrotingswijziging vooral is gericht om onvermijdelijke tegenvallers voor te zijn en de inzet van de rijksmiddelen ordentelijk te laten plaatsvinden. Hoewel ze tijdig voor de zomer zijn aangekaart blijven de zorgen nog steeds groot. Zij doelt daarbij op de toenemende zorgvragen en wachttijden. De percelen A, C, D en I vertonen overschrijdingen.

Bij perceel I heeft het CDA al vaker aangekaart dat de gemeente geen inzage in de landelijke inkoop heeft en zij vraagt de wethouder of dat in de toekomst gaat veranderen. De extra zorgaanvragen behoeven straks extra capaciteit en zij vraagt of de lokale zorginstellingen die kunnen bieden. Tot slot informeert zij of de transitie naar de lokale zorg straks een voordeel oplevert in de kosten op lange termijn. De heer VEENEMA vindt het goed dat de GRJR duidelijk maakt een minimale negatieve impact voor de gemeente na te streven, maar wel leest hij dat de extra inleg van Capelle met ongeveer vijf ton wordt verhoogd en tegelijkertijd een bedrag van € 1,9 miljoen wordt verkregen vanuit het Rijk. Hij vraagt of de extra inleg van vijf ton wordt gedekt door € 1,9 miljoen vanuit het Rijk en hoe dan de andere € 1.400.000,moet worden geduid. De SGP is met D66 verbaasd, omdat de commissie is gevraagd kennis te nemen van de zienswijzenbrief. De normale gang van zaken is dat de raad eerst instemt met die zienswijze, alvorens die wordt ingediend. De zienswijze is echter al op 28 september jl. verstuurd. Daarop heeft hij graag een reflectie van de portefeuillehouder, evenals antwoord op de gestelde vragen. De zienswijze met betrekking tot de wachtlijsten zet hem ook aan tot denken. Voor het oplossen van de wachtlijstproblematiek moet men volgens hem niet alleen naar de GRJR kijken.

Ook de gemeente zelf kan proberen oplossingen te vinden. Hij is daarom benieuwd wat de gemeente kan doen om de wachtlijstproblematiek te verminderen. Bijvoorbeeld door met zorgaanbieders te kijken hoe de administratieve lasten van de zorgaanbieders te verminderen zijn of door de zorgcapaciteit te vergroten door bijvoorbeeld wervingscampagnes voor zorgstudenten te organiseren. Ook kan men denken aan het stimuleren van zorglocaties. Met zulke maatregelen neemt de zorgcapaciteit toe, wat ook weer een manier is om de wachtlijstproblematiek te verminderen. De heer KERVER had de begrotingswijziging al aan zien komen en daarover is ook iets aangekondigd, zodat hij daarover niet zoveel te zeggen of op aan te vullen heeft. Wel benadrukt hij zich te blijven scharen achter de oproep om te werken aan de wachtlijsten en de lobby richting Den Haag. Verder is de mening van Leefbaar Capelle over de GRJR algemeen bekend. Wethouder mevrouw HARTNAGEL geeft aan dat het college wel monitort en misbruik door zorgaanbieders wordt gestraft. Zij durft niet te zeggen of elke berekende prijs helemaal conform is, maar wel vindt daarop controle plaats. Zorgaanbieders maken winst en soms verbaast zij zich over wat er wordt gezegd en wat er wordt gedaan. Zij gaat er echter van uit dat zorgaanbieders gevoel hebben bij de kinderen.

Geld bedoeld voor degenen die het nodig hebben moet naar haar mening ook daarvoor gebruikt worden. Dat aspect laat zij over aan de wethouder Financiën. Het college heeft niet bewust de begrotingswijziging nu pas naar de commissie gebracht. De ontvangst daarvan op 2 juli 2021 was net voor het zomerreces. Een besluit door de GRJR op 2 juli 2021 betekent ook niet dat de stukken meteen naar de gemeente komen. Na ontvangst moeten het BBV en het raadsvoorstel nog worden opgesteld, ook met een juridisch co-advies. Een groot deel van augustus en een deel van september was er reces en was het wachten op het co-advies.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 4 van 9

De zienswijze is uitgegaan vanwege de uiterste indiendatum van 1 oktober 2021. Op advies van de directeur is de conceptzienswijze verstuurd en daarop kunnen nog aanpassingen plaatsvinden. Daardoor kon de GRJR wel verder gaan. Alles wat de raad aangepast wil hebben kan nog worden ingebracht. De zienswijze is namens de raad door het college verstuurd. Zij gaat nog kijken naar de tekst en wie met ‘wij’ wordt bedoeld. Ook zij is blij dat het de goede kant op gaat, zoals met meer pleegzorggezinnen. Mevrouw WEEMHOFF komt terug op de brief namens de gemeenteraad die door collegeleden is ondertekend. Daar begrijpt zij niets van. De heer RUIJMGAART verduidelijkt dat in de brief het collegebesluit staat, zodat die ook vanuit het college is ondertekend. Vermeld is dat het college heeft besloten om de gemeenteraad voor te stellen kennis te nemen van stukken en een zienswijze bij de GRJR kenbaar te maken. Dat staat in de vierde alinea van de brief. Mevrouw WEEMHOFF begrijpt niet dat de brief is ondertekend door de gemeenteraad, in casu de secretaris en de burgemeester. Als er namens de gemeenteraad was ondertekend had er ‘namens de gemeenteraad’ moeten staan. De VOORZITTER denkt dat die boodschap meegenomen zal worden naar het college, de gemeentesecretaris en waarschijnlijk ook de griffier.

Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES schaart zich achter de verbazing van de PvdA en vraagt waarom de brief niet ophoudt na de vierde alinea. De heer HOLKAMP stelt een vraag over de laatste alinea van de eerste bladzijde van de brief: “Wij hebben de GRJR gevraagd ons te informeren over welke structurele maatregelen genomen gaan worden…” Hij vraagt nogmaals wie met ‘wij’ is bedoeld en denkt dat het in dezen gaat om de gemeenteraad, zodat het geen collegebesluit betreft. De VOORZITTER hoorde de wethouder eerder al aangeven dat zij op wie met ‘wij’ in de brief is bedoeld in een later stadium nog terugkomt. Wethouder mevrouw HARTNAGEL wil weten of buiten de onduidelijkheid over het taalgebruik de commissie vindt dat er zaken in de zienswijze staan waarmee de raad niet kan leven of dat er dingen vergeten zijn. Wat zij precies wil bereiken is duidelijk en eerdere afspraken worden doorgezet. Het verminderen van de wachtlijsten lukt, maar nog niet zoals de gemeente het wil zien. Daaraan wordt echter heel hard gewerkt en daarop wordt ook extra geld ingezet om te zorgen dat het beter gaat. De wachtlijsten hebben dus volop de aandacht en met elkaar wordt gedaan wat er kan. Het lijkt wel of dat nooit genoeg is, wat ook komt omdat de achterstand zo enorm groot is geweest. Die achterstand valt bijna niet in te halen.

De heer HOLKAMP is ermee ingenomen dat het nu met de wachtlijsten de goede kant op gaat. Dat roept echter wel de vraag op waarom in de brief is vermeld dat de GRJR daar meer aan moet doen. Hij wil namelijk dingen die toch al gebeuren niet elke keer herhalen, omdat die de zienswijzenbrief zwakker maken. Wethouder mevrouw HARTNAGEL vindt het wel nodig die zaken te blijven benadrukken, omdat het rijksgeld niet structureel is. Zij wil de noodzaak blijven benadrukken dat er structureel geld bij moet. Er is ook gezegd dat men 75% van het geld kan uitgeven en voor 25% rekening moet houden met bezuinigingen. In dezen kan men dus niet voorzichtig genoeg zijn. De aandacht die nodig is moet daarom blijven en niet verslappen. Persoonlijk heeft zij geen contacten met de zorgaanbieders, omdat zij geen lid is van het dagelijks bestuur van de GRJR. Zij is lid van het algemeen bestuur en moet het doen met de terugkoppeling van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is eigenlijk de directie. Die beslist van alles en gaat gesprekken aan. Het dagelijks bestuur koppelt wel terug, maar pas als de handtekening al onder de brief staat. In dat kader moet zij dus vertrouwen op haar collega’s in het dagelijks bestuur en hun contacten met de aanbieders. Er wordt wel goed gemonitord.

De afgelopen twee jaar is er financieel gezien door erkende bureaus ingezoomd en hebben onderzoeken plaatsgevonden om te kijken of geld goed wordt uitgegeven. Daarover heeft ook terugkoppeling plaatsgevonden. Zij bevestigt dat de compensatiemiddelen vanuit het Rijk moeten worden gezien in relatie tot de extra kosten in de jeugdzorg.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 5 van 9

In reactie op de inbreng van de heer Kolster beaamt zij dat op dezelfde voet wordt verder gegaan. Hoe eerder men bij problemen is, hoe eerder er effect is. Uiteindelijk is er dan op het einde een besparing. In de voorliggende stukken is nog te lezen dat over 2021 nog € 14 miljoen moet worden bijgeplust, maar dat is € 16 miljoen geworden. De jeugdzorg kost dus telkens meer geld dan gedacht. Momenteel wordt er hard gewerkt om de percelen D en E zelf in samenwerking met de gemeente Krimpen aan den IJssel te gaan doen. Het CJG is daarmee hard bezig. Zo gauw bekend is hoe en wat er zal gebeuren laat zij dat de raad weten. Het aantal pleeggezinnen gaat de goede kant uit, maar welk aantal het betreft laat zij nog weten. Binnenkort is er een high tea om de pleeggezinnen te bedanken voor wat zij doen en daarvoor nodigt zij ook de commissieleden uit. Een uitnodiging zegt zij aan de commissieleden toe. Zij geeft mevrouw Badloe groot gelijk dat haar zorgen groot blijven. Het gaat zowel om de zorgvraag als de wachttijden, hoewel de wachttijden gelukkig dalen. Over 2021 heeft zij nog geen afrekening van de landelijke transitie ontvangen. Slachtoffers die specialistische hulp nodig hebben wil zij direct laten verwijzen, zodat ze niet eerst naar andere hulpverleners gaan. Dat gaat niet meer geld kosten.

Het bieden van capaciteit is heel lastig, omdat de markt ontzettend is uitgedund, terwijl de druk hoog is. Mensen gaan soms makkelijker werk zoeken dat men niet altijd mee naar huis neemt. Kwaliteit en kennis moeten wel geboden blijven worden. In hoeverre de transitie naar de lokale zorg op de langere termijn voordeel oplevert is pas later duidelijk. In de najaarsnota zal meer toelichting staan over de bestemming van € 1,4 miljoen aan rijksgeld. De heer Veenema wil weten wat de gemeente kan doen om de wachtlijstproblematiek te verminderen. Het CJG kijkt in dat kader of zelf een zorgboerderij te beginnen is, in combinatie met een klein kinderboerderijtje. Als de commissie daarover nog ideeën heeft, dan houdt zij zich daarvoor aanbevolen. Commissieleden kunnen daartoe ook contact met het CJG opnemen. Ook zij wil evenals Leefbaar Capelle de druk op het Rijk blijven houden, omdat de aandacht niet mag verslappen. Wethouder VAN VEEN blijft zich evenals de heer Holkamp verbazen over de steeds stijgende bedragen, waarop hij weinig grip heeft. De heer HOLKAMP ontkent geen grote woorden te hebben gebruikt over de financiële situatie van de GRJR.

Het enige dat hij heeft gezegd over perceel A, pleegzorg, is dat het goed is dat door het werven van meer pleeggezinnen en het daardoor op gang brengen van doorstroming in de andere percelen men moet accepteren dat er daardoor dan ook hogere kosten zijn. Wethouder VAN VEEN wijst op pagina 2 met wat groene posten, maar met merendeels rode posten. Daarop heeft hij weinig grip. Geld uit de GRJR verdwijnt volgens de pers soms in de algemene middelen van gemeenten en wordt besteed aan andere activiteiten dan jeugdzorg. In de gemeente Capelle is echter veel meer aan jeugdhulp uitgegeven dan vanuit het Rijk daarvoor is verkregen. In de richting van de heer Veenema geeft hij aan dat het best eens goed zou zijn een kijkje bij het CJG te nemen en hij adviseert hem de uitnodiging daarvoor te accepteren. Als de heer Veenema daarop ingaat gaat hij graag met hem mee. € 2 miljoen is uit de reserve gehaald voor coronamaatregelen. Hij weet nog steeds niet wat daaraan uitgegeven wordt. In de najaarsnota volgt een verdere verdeling van de opbrengsten en kosten van de GRJR. Tweede termijn Bij de heer HOLKAMP roepen de antwoorden van het college vragen op. Hij kan zich voorstellen dat intern de ambtelijke organisatie nog naar de zienswijze moet kijken. Normaal gesproken heeft de gemeente een veel kortere periode om een zienswijze in te dienen.

Omdat het vakantie was, was die periode langer en dan nog lukte het niet. Het was echter eind juni al helder dat de begrotingswijziging zou komen. Volgens hem moet de gemeente dan ook beter kunnen dan zij heeft laten zien. Daarom wil hij graag van het college horen wat het wil doen om een zienswijze een volgende keer wel op tijd te kunnen indienen. Hij begrijpt dat de wethouder zegt vanuit de GRJR en de aangesloten gemeenten te blijven lobbyen dat zij meer geld nodig hebben. In de antwoordbrief staat echter de zin: “Niettemin vragen wij de GRJR zich in te zetten om samen met de aanbieders tot oplossingen te komen voor het oplossen van de wachtlijstproblematiek.” Die zin gaat dus helemaal niet over extra budget uit Den Haag krijgen, maar betreft een opmerking over aan de slag gaan om wat aan de wachtlijsten te doen. Omdat het de goede kant op gaat vraagt hij zich af of de GRJR eigenlijk een pluim gegeven zou moeten worden.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 6 van 9

De heer KERVER hoort dezelfde discussie die enige tijd geleden ook is gevoerd, over de nood in de antwoordformulering. Als iets de goede kant op gaat is dat fijn, maar het feit is dat er nog wachtlijsten zijn, die nog niet zijn opgelost. Oplossen gaat nog heel lang duren, daarvoor zijn nog heel veel middelen nodig en het is fijn dat er incidentele bedragen beschikbaar komen en dat het de goede kant op gaat. Hij vindt het echter absoluut noodzakelijk om aandacht daarvoor te blijven vragen, omdat die aandacht anders zou kunnen verslappen. Ook met de nieuwe regering is het goed dat het onderwerp op het netvlies blijft staan. Daarom vraagt hij de heer Holkamp na te denken om de zin erin te laten staan, omdat het helpt om het oplossen van de wachtlijsten op het netvlies te houden. Naar zijn mening helpt het niet om nu een pluim uit te delen en daarmee de zaak af te doen. De heer HOLKAMP vraagt of de heer Kerver iets wil zeggen over de noodzaak aan meer budget om de wachtlijsten aan te pakken, of dat het erom gaat dat de GRJR aan de slag moet gaan met de aanbieders om de wachtlijsten op te lossen. De heer KERVER antwoordt dat dat elkaar niet hoeft uit te sluiten. Enerzijds is het goed om bij de regering geld te vragen en daarvoor te lobbyen, maar anderzijds is het ook goed dat de GRJR met wachtlijsten aan de slag gaat.

Er kan dus van twee kanten druk worden gezet om de oplossing van de wachtlijsten op de agenda te houden en daaraan voldoende aandacht te geven totdat ze zijn weggewerkt. De heer HOLKAMP hoorde zojuist een positief verhaal van de wethouder over de wachtlijsten en dat die de goede kant op gaan. Zijn punt is dat te benoemen en aan te geven dat de gemeente ziet dat er hard wordt gewerkt en er resultaten worden behaald. Dan kun je nog steeds zeggen door te gaan op de ingeslagen weg en vol te houden. Dan komt er een brief met een andere toon waarin staat dat de GRJR harder moet werken. De heer KERVER vindt het de taak van de raad om hierop scherp te blijven en dat die durft om de vinger op de zere plek te leggen. Het is fijn dat er een positief verhaal is, maar telkens gaat het weer over dezelfde punten, waaronder de wachtlijstproblematiek. Wat hem betreft stopt de gemeente niet om die te blijven benoemen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES brengt in herinnering dat de gemeente een lid in het algemeen bestuur van de GRJR heeft zitten, die het punt steeds agendeert en herhaalt. De heer KERVER heeft daarin alle vertrouwen. De heer HOLKAMP vervolgt dat de wethouder de commissie heeft gevraagd wat die aan de tekst van de zienswijze anders gehad zou willen hebben.

In antwoord daarop noemt hij de volgende zaken: de tekst over de wachtlijsten; laten blijken dat er twijfel is of de GRJR wel bepaalde dingen wil doen en wil aanpakken; twijfel over wat er in de begrotingswijziging is geschreven. de formulering in de wij-vorm, waarover de wethouder al de toezegging heeft gedaan daarnaar nog te kijken. Als hem wordt gevraagd of de voorliggende zienswijze moet worden verstuurd, dan zou hij antwoorden dat misschien niet te doen. Op een aantal plaatsen in de stukken is geschreven dat de GRJR ook afhankelijk is van wat de gemeenten doen, bijvoorbeeld als het gaat om het doorstromen vanuit de jeugdhulp naar de Wmo of passende woonvormen en dat de gemeenten op tijd hun gegevens moeten aanleveren om de GRJR een goed beeld in de rapportages te laten geven. Hij vraagt of Capelle dat soort dingen goed op orde heeft. De heer KOLSTER stelt vast dat de heer Holkamp vindt dat de gemeente helder moet zijn over wat zij vindt, maar is van opvatting dat wat de heer Holkamp vindt uit diens betoog over de inhoud niet geheel duidelijk wordt. Hij is benieuwd wat D66 op de inhoud wel wil. De heer HOLKAMP antwoordt dat de zienswijzenbrief wat hem betreft niet verstuurd had hoeven worden. De discussie gaat nu niet over de jeugdhulp, maar over de zienswijzenbrief. De heer KOLSTER merkt dat het vanavond alleen maar gaat over de zienswijzenbrief.

Zo’n brief opstellen is het enige dat de raad bij een gemeenschappelijke regeling kan doen, maar graag wil hij de raad vooruit laten kijken. Hij heeft het gevoel dat de commissie te veel blijft hangen in een brief die in de woorden van de heer Holkamp niet verstuurd had mogen worden, maar hij wil juist bezien hoe de jeugd in Capelle te helpen is. De heer STEVENS meent dat de procedure niet eens gevolgd mag worden volgens de Wet op de gemeenschappelijke regelingen. Daarop vraagt hij van de heer Ruijmgaart een terugkoppeling. In de brief is verwezen naar artikel 35 lid 5. Volgens hem was het college volgens artikel 35, lid 3 van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen niet eens bevoegd om een brief te sturen. Hij voegt de heer Kolster toe dat diens opmerking richting D66 niet helemaal juist is.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 7 van 9

Mevrouw WEEMHOFF is benieuwd of de heer Kolster bedoelt te zeggen dat de commissie niet zo moeilijk moet doen en zich afvraagt of de gemeente op een goede manier de wet naleeft en zich houdt aan regelingen. De heer KOLSTER heeft niet bedacht of geprobeerd over te brengen dat de PvdA niet zo moet zeuren. Hij vindt het een gemiste kans als de commissie zich beperkt tot het alleen kijken naar het verleden en de kans niet grijpt om te laten zien wat zij zou willen. De heer HOLKAMP vraagt zich af welke onderwerpen de heer Kolster heeft aangedragen om op de themaavond van 2 november a.s. te bespreken. De heer KOLSTER antwoordt dat dat punt niet op de agenda staat. Hij heeft slechts bedoeld te zeggen meteen het goede in een brief te zetten als een poging wordt gedaan een brief open te breken. Hij heeft zijn collega’s geprobeerd uit te dagen, welke uitdaging niet is aangenomen, wat hij jammer vindt. De heer HOLKAMP heeft de heer Kolster juist de gelegenheid geboden om op 2 november te spreken over de GRJR en over wat die wil. De heer KOLSTER vervolgt dat de raad op 14 juni jl. een brief heeft verzonden, waarin staat dat de gemeente het eigen CJG een kans wil geven om de jeugdigen te helpen middels de percelen D en E. Dat vindt hij een goede ontwikkeling en hij vraagt het college daaraan vast te houden en te kijken hoe die percelen verder uit te werken zijn.

Als de raad een brief zou aanpassen zou die volgens hem in lijn moeten zijn met de brief die in juni jl. al is verstuurd. Dat zou echter een herhaling van zetten zijn, waarvan hij geen voorstander is. Hij gaat daarom akkoord met het raadsvoorstel. De heer JANSON wijst erop dat in een commissievergadering per fractie slechts één woordvoerder mag optreden. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES maakt graag gebruik van de uitnodiging van de wethouder om het CJG te bezoeken. De wethouder vroeg of de antwoordbrief dingen bevat die niet waar zijn. Zij denkt van niet en in die zin hoeft die niet teruggeroepen te worden. Die brief had ook na de vierde alinea beëindigd kunnen worden. Voor het vervolg ziet zij graag een ander proces en de toezegging dat deze gang van zaken niet weer zal gebeuren. Wethouder mevrouw HARTNAGEL zegt dat toe. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES suggereert te schrijven dat de brief niet geschreven had hoeven worden, maar van haar hoeft dat niet per se. Wat haar betreft laat de raad het bij de toezegging, zoals de wethouder zojuist heeft gedaan. Mevrouw BADLOE heeft geen aanvullende reacties op de zienswijze, maar wel staat volgens haar de vraag nog open over de ondertekening van de antwoordbrief. Zij sluit zich aan bij de ChristenUnie dat het de volgende keer anders en netter moet.

In reactie op de heer Janson attendeert zij erop dat de vergadering een gecombineerde commissievergadering is, zodat per onderwerp twee fractieleden het woord mogen voeren. De heer VEENEMA is het eens met de kanttekeningen die bij de zienswijze zijn geplaatst. Hij vindt het niet nodig om te vragen naar datgene wat al gebeurt. Dat wel doen doet af aan het instrument van de zienswijze. Wat de SGP betreft hoeft geen zienswijze te worden ingediend. Wel ziet hij een toegevoegde waarde in de door D66 voorgestelde pluim. Als het resultaat is bereikt is het namelijk juist een goede motivatie om dat ook te horen. Tot slot gaat hij graag in op de uitnodiging van de wethouder Financiën om met hem samen op bezoek te gaan bij het CJG. De heer KERVER denkt dat zijn standpunt duidelijk is geworden en meent dat het een goede aanvulling is om op die manier meer lokaal te kunnen doen, waar Leefbaar Capelle altijd al een voorstander van is geweest. Wethouder mevrouw HARTNAGEL heeft al toegezegd dat de wijze van omgaan met de zienswijze niet nog eens zal gebeuren. Zij biedt daarvoor haar excuses aan. Het college heeft niets doorgedrukt. De brief had niet met de handtekening van de secretaris ondertekend moeten worden. Het gaat om een bedrag van € 260 miljoen, dat is heel veel geld. Zij vindt dat de nadruk leggen op en aandacht geven aan wachtlijsten moeten blijven.

Het gaat namelijk om tijdelijk geld. Dat de wachtlijsten nu korter zijn komt vanwege het extra geld. Zonder extra geld lukt het niet om de wachtlijsten te verkorten. Ook de doorstroming van jongeren stagneert.

Behorende bij commissieverslag BVM/SLE (gecombineerd), nummer: 408485/616802

pagina: 8 van 9

De heer HOLKAMP vraagt of men onderscheid kan maken tussen de volgende punten. Enerzijds gaat het om het aanpakken van de wachtlijsten en dat de GRJR er met de aanbieders harder aan moet trekken, wat in de brief staat en wat men zou kunnen nuanceren omdat men op de goede weg is. Anderzijds gaat het om het budgetverhaal, waarvoor allen in Den Haag moeten blijven knokken. Wethouder mevrouw HARTNAGEL kan daartussen geen onderscheid maken. Zij is lid van het algemeen bestuur van de GRJR. De aandacht is haars inziens niet te verslappen. Liever is zij zelf verantwoordelijk dan zaken van anderen te laten afhangen. De heer HOLKAMP meent dat als de gemeente jeugdhulp zelf gaat doen met het CJG zij ook afhankelijk is van derden. Als aanbieders niet bewegen zal het CJG dezelfde problemen krijgen als de GRJR. Wethouder mevrouw HARTNAGEL denkt dat niet, omdat het CJG kortere lijntjes heeft en creatiever is. Dat kan kijken naar niet gecontracteerde aanbieders om toch maar hulp te kunnen bieden. Allen doen hun best, maar dat is nog niet goed genoeg. Gevraagd is of Capelle haar cijfers wel goed op orde heeft en of informatie op tijd wordt aangeleverd en daarop beantwoordt zij bevestigend. Capelle heeft haar zaken al jaren goed voor elkaar en daarvoor geeft zij complimenten. Andere gemeenten en sommige aanbieders hebben dat niet.

De heer Kolster geeft zij gelijk in zijn opmerking dat Capelle vooruit moet kijken en daarin creatief moet durven zijn en lef moet tonen. Capelle heeft wel nog een lange weg te gaan. De heer HOLKAMP herhaalt zijn vraag over doorstromen van jeugdigen naar de Wmo en speciale woonvormen, waar de gemeente kan zorgen dat dat tijdig gebeurt, waardoor de druk op de jeugdhulp kleiner wordt. Wethouder mevrouw HARTNAGEL wil dat en heeft dat ook aangeboden, maar dan moet zij de namen van de jeugdigen wel van de aanbieders krijgen. Als dat niet gebeurt houdt het voor de gemeente op. De gemeente zou bijvoorbeeld al jeugdigen willen overzetten naar het CJG, maar er is nog geen kind bij het CJG bekend. De VOORZITTER herinnert aan de gedane toezegging dat de commissie nog informatie krijgt over wie met ‘wij’ in de brief bedoeld zijn. Ook is aangegeven dat deze gang van zaken niet meer gebeurt. De griffie bekijkt daarvoor andere procedures. Daarnaast is toegezegd dat de raad zal worden geïnformeerd over de invulling van de experimenteerruimte. Het raadsvoorstel blijft ongewijzigd. 4. Rondvraag Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES heeft hedenmiddag iemand gesproken van patiëntenvereniging Transvisie, een patiëntenvereniging van vrijwilligers. Die vertelde haar dat er momenteel een wachtlijst is van twee jaar voor jongeren met genderdysforie, kinderen die in nood zijn over hun sekse.

Zij wil de wethouder daarmee iets laten doen, omdat twee jaar wachttijd voor jeugdigen voor zoiets ingrijpends heel lang is, ook gezien vaak voorkomende depressies onder jongeren. Wethouder mevrouw HARTNAGEL is dat onbekend. Zij gaat daar achteraan en gaat dat uitzoeken. De commissie hoort van haar nog wat kan worden gedaan. 5.

Sluiting

De VOORZITTER sluit om 21.26 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 25 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 26 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10816723/1