CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - Conceptverslag commissie SOB en SLE 11 januari 2022

Commissie Samenleving en Economie 15 februari 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen8.389 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de hybride vergadering van de gecombineerde commissie Stadsontwikkeling en Beheer en Samenleving en Economie, gehouden op dinsdag 11 januari 2022, in de raadzaal van het gemeentehuis aan de Rivierweg 111 te Capelle aan den IJssel en via Pexip, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

volksvertegenwoordigers:

de heer C.A. Santman; de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; de heer drs. A. Terlouw, raadslid SGP; mevrouw I.H. Monteiro da Veiga, burgerraadslid PvdA; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer E.C. Raadsen, raadslid GroenLinks; de heer M.C.J. van Gent, raadslid Capels Bewoners Belang;

secretaris

:

de heer drs. F. Harteveld;

portefeuillehouders

:

de heer M.E. Wilson, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

de heer ir. J. de Jong, landschapsarchitect; mevrouw L. Nouwens BSc BBA, coördinator Groen;

notulist

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).

:

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. 2. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 3. Concept Koersdocument Programma Buitenruimte “Samen ruimte maken”(principebesluit) De VOORZITTER deelt mee dat in de afgelopen periode met behulp van een goed ingericht participatieproces gewerkt is aan het Koersdocument Programma Buitenruimte “Samen ruimte maken”. Dit koersdocument is deel A van het Programma Buitenruimte. Het Programma Buitenruimte is gericht op het integraal en collectief bouwen aan de totale buitenruimte van Capelle, een uitwerking van de inmiddels vastgestelde Stadsvisie en de Capelse werkwijze. De volgende stap is het uitwerken van deel B van het Programma Buitenruimte, de zogenaamde uitvoeringsparagraaf. Volgens de nieuwe planning zal het concept hiervan, in samenspraak met de wijken en eerder betrokken belanghebbenden, worden opgeleverd in het derde kwartaal van 2022. Het college heeft besloten met inachtneming van een aantal wijzigingen/aanvullingen het concept Koersdocument Programma Buitenruimte “Samen ruimte maken” in principe vast te stellen en ter consultatie voor te leggen aan de gemeenteraad.

Het proces met betrekking tot het tot stand komen van het koersdocument is ook een aantal keer naar de raadswerkgroep buitenruimte teruggekoppeld en daarmee besproken, voor het laatst op 27 oktober jl. Omdat de raadswerkgroep hiermee een informatievoorsprong heeft ten opzichte van de rest van de raad verzoekt het college de commissie om de totstandkoming van het koersdocument in een korte presentatie aan de commissie toe te laten lichten. Aldus wordt besloten. Presentatie

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

2

Mevrouw NOUWENS licht samen met de heer De Jong de totstandkoming van het koersdocument voor het Programma Buitenruimte toe. Er wordt ingegaan op een aantal zaken: - waarover het Programma Buitenruimte gaat; - hoe het voorliggende koersdocument tot stand is gekomen; - waarop het koersdocument is gebaseerd; - wat de ruimtelijke koers van het koersdocument is; - wat het koersdocument zegt over een nieuwe werkwijze. Ten slotte gaat zij in op de gevolgen van de koers, op waar de gemeente nu staat en op de verdere voorstellen. Het Programma Buitenruimte gaat eigenlijk over alles wat je buiten kunt zien, wat de gemeente bezit en wat particuliere personen kunnen bezitten. Al die zichtbare en vaak harde dingen in de buitenruimte kunnen een meerwaarde bieden. Het Programma Buitenruimte gaat over de harde dingen en de te bereiken meerwaarde daarvan. Die meerwaarde is in het proces van het Programma Buitenruimte steeds besproken aan de hand van thema’s, zoals: - veiligheid; - gezondheid; - economische waarde; - duurzaamheid en milieu. Over de brede thema’s zijn continu gesprekken gevoerd met alle betrokkenen. Dat is de basisfilosofie waarlangs is gewerkt aan het koersdocument. De buitenruimte gaat over de elementen die de gemeente en privépersonen bezitten. De uitdagingen en meerwaarden zijn niet alleen maar op het gemeentelijke terrein te bereiken.

Daarvoor is ook samenwerking nodig met eigenaren van terreinen en elementen in de buitenruimte, mensen die een privétuin bezitten of bedrijven die over een buitenruimte beschikken. Dat leidt tot slim samen combineren; niet alleen vanuit de techniek kijken, maar kijken hoe samen een meerwaarde te creëren is. Daarvoor is een gezamenlijke koers nodig waar de komende jaren aan verder te bouwen is. Ook wordt gezocht naar een netwerk in de stad. Er zijn elf online werkateliers gehouden, waarin is gesproken met WOP’s, belangenorganisaties, bedrijven, de raadswerkgroep buitenruimte en de gemeentelijke organisatie. Gevraagd is of partijen willen samenwerken in de buitenruimte, wat daarvoor nodig is, wat ze willen bereiken, wat de ambities zijn en hoe die zijn te realiseren. Dat heeft geleid tot het concept koersdocument, dat door alle betrokkenen mede is beïnvloed. Feedback is meegenomen om het koersdocument eventueel bij te stellen. Er zijn ook gesprekken aangegaan met het Capels Management Team (CMT) en het college, omdat het soms ook zaken betreft die iets verlangen van de gemeentelijke organisatie. De heer DE JONG gaat in op waar het koersdocument vandaan komt en wat dat inhoudt. De vele gesprekken zijn een belangrijke input geweest om na te denken over een richting voor de buitenruimte in Capelle.

Er is ook nagedacht over de verschillen in de buitenruimte in Capelle en waar je wat zou kunnen toevoegen als het gaat om de verschillende waarden. Naast gesprekken zijn ook eerdere beleidsstukken, verschillende programma’s en evaluaties over het buitenruimtebeleid als input meegenomen. Die zijn ook input voor het uitvoeringsprogramma. In gesprekken ging het vaak om richtingen en te leggen accenten wat betreft de waarden van de buitenruimte. Soms ging het ook concreet over te maken dingen in de buitenruimte. Een van de gebruikte documenten voor het Programma Buitenruimte is de Stadsvisie geweest, die voor de gemeente een (ruimtelijke) koers weergeeft. De ruimtelijke kant van de Stadsvisie is gebruikt om te zien wat de kwaliteiten van Capelle zijn, welke daarvan te koesteren zijn en wat de verstedelijkingsopgave van Capelle is. Het gaat ook om de opgave vanuit de Stadsvisie voor de groene en blauwe kwaliteit. Het gaat dus om een verdieping van de Stadsvisie. Beelden zijn deels terug te zien in de verbeelding van de koers. Er is gesproken over welke thema’s van belang zijn. Daar is een vijftal beelden uit voortgekomen, waarvan hij er twee wil benadrukken. Ten eerste de stevige groenblauwe basis. Capelle heeft een groenblauwe kwaliteit en het is belangrijk het water daarin te koesteren en dat voor de toekomst duurzaam te maken.

Dat wil zeggen dat het bestendig is, ook in relatie tot de verstedelijkingsopgave, maar ook in relatie tot veranderingen in het klimaat en de veranderingen in de vraag om buitenruimte. Men kan nadenken over het combineren van waterberging met groene en andere functies. Die impuls kan men in projecten aan Capelle en in de buitenruimte geven.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

3

Ten tweede benadrukt hij het beeld van de fijne wijk. Juist het creëren van ontmoeting en zelf met anderen verantwoordelijkheid nemen voor de buitenruimte en die benutten is een thematiek die nadrukkelijk naar voren kwam. Een aantal thema’s is aangereikt vanuit de Stadsvisie, zoals het mooie netwerk en de groene linten die door Capelle heen gaan. De koestering daarvan kwam al in de Stadsvisie naar voren. Daarbinnen kan men de paden gebruiken om thematische routes te creëren. Op die manier zijn de beelden van de Stadsvisie verrijkt. Capelle kent ook een aantal centra en de omgeving van de stations, die zijn neergezet als belangrijke buitenruimtes. Ook daarbij is gevraagd ze niet alleen vanuit mobiliteit te bekijken, maar ook vanuit ruimtelijke ontmoeting. De bedoeling is om binnen de wijken groene ruimtes te creëren, zoals wijkpleinen als ontmoetingsplekken. Dit alles om bij te dragen aan een gezonde buitenruimte. Er is dus een aantal opgaven geformuleerd, nadat duidelijk is gemaakt welke kwaliteiten te koesteren zijn. Vanuit de kwaliteit en opgaven zijn maatregelen te bedenken om aan de buitenruimte te werken. Dat zijn eigenlijk al suggesties voor de uitvoeringsparagraaf. Te denken valt aan het vergroenen van gevels, het creëren van muurtuinen en het gezamenlijk ontwikkelen van activiteiten.

Al deze suggesties maken concreet wat je kunt doen om de thematiek in de koers in te vullen. Het plan voor coronaherstel is daarbij nadrukkelijk aan de orde geweest. Dat wordt gedaan met partijen en dat wil de gemeente ook zo voortzetten. Het gaat steeds om samen met Capellenaren te denken en te doen teneinde zaken uit te voeren en verder te brengen in de buitenruimte om daarmee een community te creëren, waarin verschillende partijen elkaar kunnen vinden. Een community bouwen is een belangrijk aspect en daarop worden participatie- en communicatiemiddelen ingezet evenals maatwerk op wijk- en stadsniveau en met belangengroepen, om die meerwaarde te creëren. Het gaat er daarbij om niet alleen een technisch goede buitenruimte te krijgen, maar ook een die waarde heeft op verschillende vlakken van gezondheid, veiligheid en biodiversiteit. Voor de gemeente is het van belang om steeds het overstijgende gemeenschappelijke belang in de gaten te houden. Dat is de benadering voor de koers en het maken van het uitvoeringsprogramma. Mevrouw NOUWENS gaat vervolgens in op de gevolgen van het koersdocument. Dat doet zij om te illustreren wat er kan gebeuren als men inzet op de voorgestelde koers. De processen zoals ze nu werken in de buitenruimte kunnen namelijk op sommige vlakken veranderen als men de voorgestelde koers gaat volgen.

Dat betekent bijvoorbeeld gebiedsgerichter gaan werken, wat betekent meer maatwerk leveren en meer open staan voor initiatieven van burgers of andere partijen. Dat vraagt iets van de organisatie als het gaat om de inrichting van budgetten en formatie en hoe personen reageren op initiatieven. Dat vraagt ook iets wat betreft communicatie: hoe open, hoeveel en hoe wordt er gecommuniceerd en welke kanalen worden daarvoor gebruikt. Het openstaan voor initiatieven zorgt er ook voor dat de gemeente kritischer naar de financiële haalbaarheid van alles moet kijken. Waar staat men nu? Er ligt een concept-koersdocument. Vervolgens wordt breder met de stad het gesprek aangegaan. Het concept-koersdocument moet beetgepakt worden om de volgende fase aan te gaan. Als de volgende fase – gesprekken met de stad - aanleiding geven om de koers bij te stellen of te wijzigen moet die gelegenheid er ook zijn. Anders is de dialoog met de stad ook van mindere waarde. Dat is dus ook de reden waarom er een concept-koersdocument voorligt. Het voorliggende document ziet zij eigenlijk als een onderdeel van een boom. Er ligt nu een stevige stam: een koersdocument, een stevige ruggengraat, waarop men kan terugvallen. Met de kroon en blaadjes van die boom wordt nu aan de slag gegaan, de uitvoeringsparagraaf. De uitvoeringsparagraaf kan de komende jaren aangevuld worden op basis van initiatieven vanuit de stad.

Voor de uitvoeringsparagraaf ziet zij drie belangrijke poten: 1. Het uitwerken van gemeentebrede beleidsvraagstukken en wijkgerichte actiepunten. 2. Het maken van een organisatorisch actieplan; de organisatie moet namelijk bouwen aan een verandering van de manier van reageren, anders of meer communiceren, meer informatie delen, de participatie vooraf en vroeger in het proces oppakken. 3. Het bouwen van een community. De gemeente kan initiatieven faciliteren, maar ook andere partijen zijn mede aan zet. De community wordt belangrijk voor de buitenruimte.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

4

Hoe gaat het nu verder? Er zijn een paar uitdagingen, onder andere de financiële vraag. Anderhalve maand geleden is de motie ‘Buiten samen beter’ aangenomen, waarin is gevraagd naar het verbeteren van de beleving van de kwaliteit van de buitenruimte te kijken. Onder andere is daarbij gevraagd het overgaan van een sober beeldkwaliteitsniveau naar een basiskwaliteitsniveau door te rekenen. De organisatie gaat daarmee aan de slag, maar zij denkt daarbij in trapjes te moeten werken, omdat de beeldkwaliteit niet de enige knop is waaraan men moet draaien om de beleving van kwaliteit te verhogen. Er worden daarom ook wijktours georganiseerd, waarbij in de wijk gesprekken worden aangegaan over thema’s die daar spelen. Er wordt daarnaast invulling gegeven aan delen van het rekenkameronderzoek en aanbevelingen daaruit, zoals meer transparantie over de te ondernemen acties en het verbeteren en duidelijker maken van communicatie en participatie. Delen van het coronaherstelplan worden opgenomen in de uitvoeringsparagraaf. Tevens wordt invulling gegeven aan de motie over onderzoek naar de mogelijkheden van meer bomen. Deze zaken zijn gekoppeld aan verschillende vastgestelde plannen en documenten die eigenlijk in de koelkast staan totdat de uitvoeringsparagraaf gereed is.

Het gaat bijvoorbeeld over de IBOR-projectplanning, de beheerplannen van de disciplines en het op te stellen afvalactieplan. De wijktours zijn een opening naar de stad. De burgers wordt dus nog eens gevraagd om mee te doen. Gezorgd wordt voor ontmoeting en gesprekken aangaan met meerdere doelgroepen. Voor verschillende doelgroepen zijn daardoor verschillende interessante gevolgen aan de samenspraak te geven. Er kan ruimte worden geboden aan initiatieven. Mensen zullen elkaar kunnen vinden om samen initiatieven op te pakken en die prioriteren. Vervolgens gaat zij in op het betrekken van de commissie en raad. Zij wil verder gaan met de raadswerkgroep buitenruimte, waarin alle fracties zijn vertegenwoordigd. Als eerste wordt het plan van aanpak voor het vervolg in detail doorgenomen. In maart wordt gekeken naar de eerste stap van de financiële vraag. Begonnen wordt bij de vraag over een sober en basiskwaliteitsniveau. De discussie over aan welke knoppen gedraaid moet worden wordt daarbij ook gevoerd, zoals over inrichting, ecologisch maaibeheer, het al dan niet vervangen van straatmateriaal en het toevoegen van ontmoetingsplekken. Vanaf maart kunnen er wijktours worden gehouden. Zij zou het fijn vinden daarbij ook mensen vanuit de politiek te kunnen betrekken.

In de herfst/winter van 2022 verwacht zij prioriteringssessies te kunnen houden met te maken keuzen op basis van het beschikbare budget. Daarbij is een belangrijke rol voor de politiek weggelegd. Doordat nu pas wordt gestart verwacht zij in het eerste kwartaal van 2023 het Programma Buitenruimte geheel op te kunnen nemen in de financiële stukken. De heer RAADSEN vindt het mooie verhaal redelijk abstract en veel goede bedoelingen en dromen bevatten. GroenLinks had de afgelopen vier jaar eerder op wat meer praktische maatregelen gehoopt. Met de bestaande beleidsnota’s uit 2011 en 2013 was op zich niets mis, maar dat was het beleid op papier. Hij vindt het op zich goed dat de doelstellingen nu zijn verbreed naar de buitenruimte als geheel, waarbij ook is geluisterd naar de wensen van de Capelse bevolking en de praktische bruikbaarheid. Daardoor gaat dit programma verder dan de bestaande groenvisie en het bomenbeleid. Het werkelijke beleid, te weten de overwegingen die ten grondslag liggen aan het dagelijkse handelen, is al vele jaren een heel ander verhaal. Er was in 2013 een bezuiniging op het onderhoudsbeleid naar sober. Er wordt geklepeld, waarbij het maaisel blijft liggen. Dat leidt tot te veel stikstof in de bodem, brandnetels, bramen, berenklauw en geen bloemen voor bijen en vlinders, dus verlies aan biodiversiteit.

Bomen en struiken worden bij iedere ophoging van de straat of vervanging van de riolering automatisch gekapt, ook als dat helemaal niet nodig is. Bij de behandeling van het plan van aan pak van het rekenkamerrapport over openbaar groen twee maanden geleden moest GroenLinks erop wijzen dat bij vervanging van stenen het groen niet automatisch volgt. Dat leidde op de valreep nog tot een erratum. Als GroenLinks geen motie daarover had ingediend, dan was er carte blanche gegeven aan het gelijk kappen van groen bij een ophoging. Vaak wordt wat minder groen teruggeplaatst en als dat gebeurt gaat dat met veel minder volume gepaard. Er staat nu in de nota dat men het anders wil. Bij hem voor de deur staan nu wel mooie ondergrondse afvalcontainers, maar het groen eromheen is weg. Dus is er een verlies van groen. Dat dit niet zo moet is niet nieuw. Het stond al in de beleidsno-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

5

ta’s van acht en tien jaar geleden. De belangrijkste vraag is voor hem of het voorliggende verhaal ook echt iets verandert aan de dagelijkse uitvoeringspraktijk door en in opdracht van de gemeente. De belangrijkste wijziging in de doelstelling die hij ziet qua groen is een deels terugtrekkende gemeente die de verantwoordelijkheid voor de buitenruimte probeert door te schuiven naar de burger. De buitenruimte is inderdaad ook particulier, maar in hoeverre geeft de gemeente het goede voorbeeld met een sober onderhoudsbeleid? Helaas heeft hij moeten constateren dat meer burgers hun tuinen eerder verstenen en betegelen dan vergroenen. Het is maar zeer de vraag of de genoemde doelstellingen daarmee gerealiseerd zullen worden. Helaas constateert hij dat hij het vertrouwen in het college kwijt is. Goed vindt hij het dat impliciet wordt erkend dat het in de uitvoering en in het proces heeft gehaperd. Er wordt van de raad veel geduld gevraagd. Het echte programma is over de verkiezingen heen getild. Kennelijk was dat nodig, omdat er binnen het college geen wil en geld was om er iets van waar te maken. De huidige begroting is leidend voor dit programma, zodat volgens hem schraalhans keukenmeester blijft. Net als bij duurzaamheid concludeert hij dat sprake was van vier verloren jaren.

Hij heeft reden om aan te nemen dat de wethouder het graag anders had gewild, maar dat die er in het college geen meerderheid voor kon vinden. Eigenlijk heeft hij medelijden met de wethouder. Hij vindt het te hopen dat de kiezers de volgende keer een andere keuze zullen maken en dat de wethouder bij een andere partij de ruimte krijgt om diens beleid uit te voeren. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA is blij met de werkateliers, waarin bewoners een beetje de koers hebben bepaald om een buitenruimte te hebben waarin zij elkaar kunnen ontmoeten, kunnen sporten en kunnen recreëren. Zij is benieuwd wat het plan brengt voor Fascinatio, een wijk die heel erg hard groen nodig heeft. Ook is zij blij met het nadenken over de focus op een gezonde en leefbare omgeving en dat wordt gekeken naar duurzaamheid, een van de speerpunten waarvoor de PvdA zich bij de verkiezingen van 2022 hard wil maken. Het plan noemt zij ambitieus, dat veel vraagt van wijkbewoners, onder andere op het gebied van participatie, meedenken en uitvoeren. Zij vraagt hoe haalbaar dat is. Zij is verder benieuwd waaraan bij inpassing van bebouwing in het Schollebos wordt gedacht. Het lijkt erop dat het Schollebos daarmee ontgroend wordt. Voorts wil zij weten waaraan wordt gedacht bij van ondernemerschap in het Schollebos.

Mevrouw LAUW-SCHOLTEN vraagt wat mevrouw Monteiro bedoelt met dat het erop lijkt dat het Schollebos op dit moment ontgroend wordt. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA las een paragraaf waaraan wordt gedacht ondernemerschap in het Schollebos op te nemen. Zij wil dan weten wat dat ondernemerschap dan is. Mevrouw LAUW-SCHOLTEN meent dat het Schollebos niet wordt ontgroend. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA weet dat niet, maar wil dat wel graag weten. Zij is ten slotte blij dat wordt nagedacht over hoe Capelle groener kan worden. De heer HARINCK complimenteert de wethouder, de werkgroep en de medewerkers van de afdeling met het document. Het CDA is blij met vondst van de wijkplatforms, zijnde ontmoetingsplekken in de wijken. Die noemt hij een mooie en nieuwe interventie, die recht doen aan het zo laag mogelijk organiseren van zeggenschap in de wijken en de stad. Hij kijkt uit naar de vormgeving daarvan. Veder vindt hij het mooi om op microniveau te denken over de particuliere ruimte, zoals de tuinen van de bewoners. Aandacht daarvoor is nodig en verstening is een onderwerp dat hoog op de agenda kan staan. Vervolgens zegt hij blij te zijn met de aandacht voor de IJssel, de mooie rivier die een stevige blauwe basis is. De schrijvers van het stuk spreken zorgen uit over de uitstraling van de rivier. Die zorg deelt het CDA.

Capelle-West is als rafelrand van de stad namelijk niet heel florissant en hij vraagt aandacht voor het behoud van de werkgelegenheid in dat gebied. Het CDA is verder heel blij met de aandacht voor de groene verbinding tussen het Kralingse Bos, het Schollebos en Hitland. Het zou prachtig zijn aldaar een zichtbare zone en een groen lint te creëren. Hij noemt het mooi dat een appel op de samenwerking met de samenleving wordt gedaan om mee te denken en mede vorm te geven aan het beleid. In het geval van dit stuk lijkt die participatie geslaagd. Er is namelijk verslag gedaan van de vele bijeenkomsten met mensen die hebben meegewerkt. Een kanttekening is wel dat participatie in geval van brainstormen meestal wel goed gaat. Het wordt pas

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

6

spannend bij het maken van keuzen, waarbij het college niet zo’n heel goed trackrecord heeft. Op dat punt heeft hij daarom nog wel wat zorgen. Aansluitend maakt hij wat meer kritische opmerkingen die hij graag meegeeft bij het verder gaan op de ingeslagen koers. De spanning in het stuk ligt bij ruimte voor groen en tegelijkertijd voortgaan met het ruimtegebruik zoals dat in voorgaande jaren te zien was. Nergens in de nota is aangegeven waar die ruimte te vinden is en wat er minder zal gebeuren in de drukke stad. Aangegeven is dat de autobereikbaarheid moet worden verbeterd en dat er ruimte moet komen voor de fiets. Ergens is echter een keuze nodig in de dichtbevolkte stad die niet mogelijk is zonder pijn te lijden, welke keuze hij nog niet in het stuk leest. Het Schollebos is aangewezen als centrum voor natuureducatie. Het concept van een dergelijk centrum juicht het CDA toe en hij doet een suggestie voor een locatie. Capelle is een van meest laaggelegen regio’s in Nederland en zal als een van de eerste gemeenten waarschijnlijk worden geconfronteerd met de gevolgen van het stijgen van het grondwater en het stijgen van het rivierpeil. Daarom suggereert hij voor dat educatieve centrum een locatie te kiezen die aansluit bij de problematiek, zoals een drijvend paviljoen, zoals dat in Rotterdam in de Rijnhaven ligt.

In Capelle zou een dergelijk paviljoen wellicht in Capelle-West kunnen komen. Over participatie is hij ook kritisch. Bij overleg met bewoners wordt heel snel naar de WOP’s gekeken, wat hij terecht vindt. De gemeente moet echter ook verder kijken. Mensen die bezwaar maken tegen allerlei ruimtelijke interventies zijn niet noodzakelijkerwijs ook WOP-lid. Daarom raadt hij aan mensen rondom locaties breed uit te nodigen. Hij geeft complimenten voor het beeld van de participatieladder en de spelregels daarvan. Wel vraagt hij op welke trede van de ladder ontmoeting plaatsvindt. De suggestie in het stuk is dat de afdeling of het college kiest op welk niveau er gesproken wordt. Bij een goede dialoog wordt de keuze daarvoor echter gezamenlijk gemaakt. Daarvoor vraagt hij aandacht, omdat anders het concept dialoog het risico loopt een loze belofte te worden. Hij stelt daarom voor om gezamenlijk het niveau van het gesprek en de bijpassende spelregels vast te stellen en dan de dialoog aan te gaan. De heer OUDSHOORN herinnert eraan dat bij participatie is gesteld dat er dingen fout gaan als je niet helder bent voordat je daarmee start. Hij vraagt of de heer Harinck met hem deelt dat er vooraf helderheid moet zijn over het gebruik van een bepaalde trede van de participatieladder. De heer HARINCK vindt dat de heer Oudshoorn het dilemma heel scherp aanstipt.

Men kan enerzijds zeggen zelf de regie te houden om hommeles te voorkomen of anderzijds de regie in handen van inwoners geven en samen afstemmen hoe de dialoog wordt. Als men een dialoog wil kan men niet tevoren het begin en einde, het niveau van spreken en de toonhoogte bepalen. Het dilemma gaat erover of men een gesprek met inwoners als dialoog ziet of dat men een agenda achter de hand heeft voor als er onwelgevallige dingen gebeuren. Dat is het risico van het aangaan van een dialoog. Als men dat risico niet wil lopen zou men het woord ‘dialoog’ uit het stuk moeten halen, omdat dat de indruk wekt van gelijkwaardigheid. De heer OUDSHOORN roept daarom op om vooraf duidelijk te stellen wat er van een dialoog/participatie wordt verwacht en daarover vooraf de kaders mee te geven. De heer VAN LOEF valt de heer Harinck bij en vindt het stuk op bladzijde 43 niet helemaal duidelijk. Daar staat: “waar mogelijk meebeslissen”. Dat vindt hij uitermate vaag. De heer HARINCK noemt dat een punt van zorg, omdat hij meerdere keren bewoners heeft gehoord die klagen over de mate van serieus genomen worden of gehoord zijn. Zijn oproep is inwoners serieus te nemen en verantwoordelijkheid te gunnen. Als men een dialoog wil moet men zich kwetsbaar durven opstellen en bereid zijn om te luisteren.

De heer TIESMA heeft zelf met veel plezier deelgenomen aan de raadswerkgroep buitenruimte, die werd uitgedaagd om met eigen denkbeelden en ideeën te komen. Als dat in het vervolg ook zal lukken met inwoners noemt hij dat een mooie vorm van participatie. Hij benadrukt dat er een verschil is tussen horen en luisteren. Het stuk noemt hij ambitieus en het is aan de raad om te helpen die ambities te realiseren. D66 is tevreden over het koersdocument en hoopt dat veel meer burgerraadsleden zich daarin ook kunnen vinden. Het gevoel ontstaat bij hem dat de buitenruimte veel thema’s moet dienen en hij vraagt zich af of die vertaalslag ook terug te zien zal zijn in het volgende deel. De huidige onderhoudstoestand van het groen wordt als onvoldoende ervaren en veel Capellenaren willen dat dat er mooi en verzorgd uitziet.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

7

De vertaalslag naar diverse thema’s toe zal dan veel mensen een zorg zijn. Het wordt dan een uitdaging om de relatie met thema’s op een bepaalde manier vorm te geven. Bladzijde 19 vermeldt ‘samen ruimte maken’ als doel en hij vraagt of de lezer dan direct het doel begrijpt. Beter kan misschien vermeld worden: ‘samen de buitenruimte van Capelle te maken.’ De buitenruimte is vanwege Covid meer dan ooit tevoren belangrijk gebleken. Velen zoeken de buitenruimte ook buiten Capelle, zoals het Loetbos. Wellicht is ook het aspect mee te nemen dat de buitenruimte ook buiten Capelle ligt. Vanuit het document zijn twee grote uitdagingen voor de ambtelijke organisatie te zien. Ten eerste wordt de eigen organisatie uitgedaagd om gezamenlijk en over de afdelingen heen te kijken naar de buitenruimte. Dat is een soort organisatorische ontschotting, die niet vanzelf gaat. Hij vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt en hoe die deze voor elkaar krijgt. Ten tweede is hij benieuwd of er met de financiële afdeling is overlegd over de uitwerking van rapportages en het toekennen van budgetten. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN ziet een mooi koersdocument voorliggen en is blij met de participatie die daarin naar voren komt. Zij vraagt hoever het in de toekomst ruimte bieden voor initiatieven van Capellenaren strekt en om wat voor initiatieven dat zal gaan.

Te denken valt aan het adopteren van een bepaald gebied om te onderhouden en zij vraagt of Capellenaren daar ook zelf iets mogen planten. Verder informeert zij hoe cofinanciering van bedrijven en particulieren in zijn werk gaat. Voorts is zij benieuwd welke vertraging uitstel van de wijktours vanwege corona voor de uitvoering van het koersdocument (deel B) zal opleveren. Tot slot vraagt zij op welke manier zal worden geprobeerd Capellenaren te bereiken die niet erg digitaal zijn onderlegd. De heer JALIENS bevestigt dat een mooi koersdocument voorligt waarbij van brede participatie sprake is. Hij noemt het een kwalitatief goed stuk. Het valt hem in het koersdocument op dat de huidige omvang van de buitenruimte een randvoorwaarde is, waaraan een breed participatieproces wordt gekoppeld. Dat vindt hij prima, maar gezien de discussie over de Florabuurt heeft hij gemerkt hoe belangrijk de omvang van de buitenruimte kan zijn voor de beleving van de kwaliteit ervan. Hij vraagt daarom in hoeverre de effecten van woningbouwen herstructureringsplannen de kwaliteit en de beleving van de buitenruimte beïnvloeden en in hoeverre die bij het participatieproces worden meegenomen. Ook hij vindt het belangrijk om aan de voorkant te doen aan verwachtingsmanagement, teneinde een heleboel teleurstelling te voorkomen.

In het koersdocument leest hij een veerkrachtige buitenruimte te willen realiseren, wat bij hem de vraag deed oppoppen wat hij onder een veerkrachtige buitenruimte moet verstaan. Wellicht gaat het om een buitenruimte die snel, soepel en gemakkelijk aan te passen is en waarin snel kwaliteitsverbeteringen aan te brengen zijn. De buitenruimte zou ook door de veerkracht van de bewoners kunnen verbeteren en vergroten. Gesteld is dat moet worden gezocht naar contactmogelijkheden met doelgroepen die meestal niet meedoen in de participatieprocessen voor de buitenruimte. Hij stelt daarom voor om in de uitvoeringsparagraaf uit te werken hoe moeilijk bereikbare doelgroepen toch bereikt kunnen worden. Er is ook zorg over de mate waarin de kwaliteitsverbetering in de buitenruimte op de schouders rust van Capellenaren en Capelse organisaties. Hij wil weten of het college die zorg deelt en hoe het die zorg eventueel kan wegnemen. De heer VAN LOEF ziet ook een zeer ambitieus verhaal voorliggen, waarvoor hij complimenten geeft, ook omdat veel werk is verzet. Zowat heel Capelle is buitenruimte geworden, maar uiteindelijk moet een en ander ook geconcretiseerd worden en praktisch en prettig worden gehouden. Hij vraagt wat precies onder particulier bezit wordt verstaan.

In een aantal wijken van Capelle worden tuinen als opslagruimte gebruikt en hij vraagt of dat aspect en passant ook wordt meegenomen. Verder vraagt hij zich af hoe ‘tuinwedstrijden’ in een modern jasje te vertalen zijn. Hij is blij om te lezen dat eindelijk invulling wordt gegeven aan participatie, waarover is vermeld ‘waar mogelijk meebeslissen’. Hij vraagt zich af wat daaronder precies wordt verstaan, mede in relatie tot de straks te maken keuzes.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

8

Goed om te lezen is dat bij de te benaderen inwoners niet alleen de ‘usual suspects’ in beeld zijn en hij vraagt hoe daaraan handen en voeten wordt gegeven. Wellicht kan Capelle gebruik maken van goede voorbeelden in andere gemeenten. Betaalbaarheid vindt hij een goed uitgangspunt. Tot slot is hij blij dat zowel groen als blauw belangrijk wordt gevonden en dat wordt toegegaan naar een gemeente die een kwalitatief goede uitstraling krijgt. De heer VAN GENT hoopt dat op kortere termijn dan in de herfst van 2022 begonnen kan worden met het verwijderen van bramenstruiken en brandnetels, een van de grootste ergernissen van wandelaars. Betere communicatie met bewoners vindt hij goed, maar hij vraagt hoe de gemeente denkt dat te gaan doen. De gemeente staat meer open voor initiatieven van bewoners. Hij vraagt zich echter af wat er gaat gebeuren met een bewonersinitiatief dat heel goed in de voorliggende plannen past, maar waarvan Stadsontwikkeling zegt dat het volgens het omgevingsplan niet mag. De heer EILANDER vindt het werkatelier en de werkgroep een mooie manier om ambities op te halen. Of alles realiseerbaar is gaat men nog zien, maar met het hebben van ambitie is niets mis. Hij denkt dat de input van alle stakeholders is verwerkt. De buitenruimte wordt heel snel aan groen gekoppeld, maar bij de kwaliteit van de buitenruimte kijkt hij naar het totale plaatje.

Dat gaat verder dan groen. Participatie wordt bij de buitenruimte heel belangrijk en hij erkent dat men aan de voorkant duidelijkheid moet hebben op welk niveau er geparticipeerd kan worden. Dan is dat nog steeds een dialoog, maar wel binnen kaders. Een uitwerking daarvan komt en daarop wil hij daarom niet vooruitlopen. De buitenruimte is Capellebreed van allen. Ook hij zou een mooi groen lint door heel Capelle willen hebben, met ook andere functies dan groen. Corona heeft geholpen om de buitenruimte te waarderen en dat wil hij vasthouden. Vervolgens vraagt hij zich af waar er kansen liggen om ambities waar te maken. De vraag is of de raad gaat voorsorteren om iets met kansen te gaan doen, zoals bij het Schollebos. Ten aanzien van een veerkrachtige buitenruimte is hij benieuwd naar de framing daarvan door de wethouder. Evenals de heer Harinck is hij benieuwd naar de verandering van de werkwijze van de gemeentelijke organisatie. Zijn vraag is of de gemeentelijke organisatie die veranderde werkwijze aan kan en wat die vraagt in tijd en denkvermogen. Ook hij noemt de planning erg ambitieus, zeker gezien de nieuw aantredende raad en de voorjaarsnota. Daarom wil hij de planning iets naar achteren verschuiven, zeker als de raad iets in de wijktours wil betekenen. Buitenruimte is naar zijn mening niet alleen groen, maar veel meer dan dat.

Groen noemt hij een onderdeel van de buitenruimte. Hij wil in elk geval een realistische planning maken. De buitenruimte zou men op een goede manier moeten gebruiken. Hij vraagt ten slotte of de hoofdstukken 6, 7 en 8 uitvoering betreffen. De heer TERLOUW heeft zijn bijdrage niet afgestemd met zijn SGP-collega Oudshoorn. Hij geeft complimenten voor het voorliggende stuk. De buitenruimte is vaak nodig om doelstellingen op het gebied van samenleving en economie te ondersteunen en te bereiken en dat leest hij ook terug in het stuk. Hij erkent dat heel Capelle de buitenruimte is, zoals heel Capelle ook een sportaccommodatie genoemd kan worden. Daarmee is ook gezegd dat het document heel ambitieus is. Hij vraagt of het document niet te groot en te complex is, omdat alles erbij is gehaald. Wellicht is sprake van een herstructurering/redesign van de wijze van werken. De gemeentelijke organisatie zal moeten veranderen en hij vraagt of het voorliggende document daarvoor zal zorgen. Zijn ervaring met organisatiewijzigingen, ontschotting en samenwerking van verschillende afdelingen is dat die nogal wat vragen. Wellicht is de verandering van werkwijze en de cultuur- en gedragsverandering te groot. Daarom pleit hij ervoor in het implementatieplan heel stevig in te zetten op de realisatie van de verandering van de werkwijze, binnen en buiten het gemeentehuis.

Hoe gaat men werkelijk ontschotten en samenwerken realiseren? De vraag daarbij is ook wat er verdwijnt en wat de gemeente niet meer doet. Vervolgens is het de vraag wie in de nieuwe werkwijze de baas blijft, gezien de meer faciliterende rol van de gemeente en meer loslaten. Volgens hem moet de raad de kaders stellen en die kaderstellen-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

9

de rol gaat niet weg. Hij vindt het daarom goed dat de besluitvorming door de gemeenteraad in de nieuwe werkwijze duidelijker zal worden gemaakt. Het punt van verkeer en vervoer mist hij in het stuk, wat een droom is, gezien het superverstedelijkte gebied met een forse doorstroming van verkeer. Hij vraagt welke fundamentele keuzen voor Capelle nog te maken zijn, zoals een onderzoek naar een ondertunneling bij de Kralingseweg of de ondertunneling van de Abram van Rijckevorselweg. Boven die laatste ondertunneling zou een grote groene ruimte gecreëerd kunnen worden. Het gaat dus om het maken van meer fundamentele keuzes. Budgetneutraliteit zou men volgens hem niet zo prominent moeten zeggen, gezien de wens om het verschil te maken. Dat zou best iets mogen kosten. In de realisatie van ambities zit ook veel afhankelijkheden van budget en plannen van het hoogheemraadschap, de DCMR of andere partijen. Die afhankelijkheden wil hij meer benadrukken om teleurstellingen bij Capellenaren te voorkomen. Bij de plaatjes bij de stevige groenblauwe basis leest hij in de legenda de keuze van meer zichtbare ruimte en meer biodiversiteit. Daarin zitten dus al ingetekende keuzes en hij informeert ernaar of er het bewustzijn is dat die keuzes al gemaakt zijn. Die legenda kan wat hem betreft dus verduidelijkt worden.

Tot slot gaat hij in op een robuust watersysteem met een stabiele bodem en een verhoging van de biodiversiteit via inrichting en beheer. Hij adviseert daar te verduidelijken wat met een stabiele bodem wordt bedoeld. Hij roept op de plaatjes door te lopen, na te gaan of ze kloppen met de gemaakte keuzen en te bezien of de legenda voldoende duidelijk is. De heer OUDSHOORN zegt dank voor het doorlopen proces en de diverse toegepaste werkvormen. De nadruk op het concept waardeert hij. Capelle-West, ’s-Gravenland en Fascinatio worden overgeslagen en wellicht kunnen ze als knooppunt of centrum benoemd worden teneinde verbinding en ontmoeting te stimuleren. Fascinatio is wellicht als groen centrum te benoemen voor de toekomst. Budgetneutraliteit acht hij niet mogelijk, welke tekst wat meer naar voren zou kunnen komen. Een realistische planning vindt ook hij belangrijk. Gezien de lange termijnaanpak van de Algeracorridor, gericht op doorstroming en mobiliteit, kan daarmee ook de buitenruimte een boost gegeven worden. Dat aspect wil hij graag toegevoegd zien om de kansen voor de buitenruimte op de lange termijn te vergroten. De VOORZITTER schorst de vergadering om 21.28 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 21.39 uur.

Wethouder WILSON bevestigt dat een heel prettig proces is doorlopen en is trots op de ambtenaren die hard aan het koersdocument hebben gewerkt, in het bijzonder de heer De Jong en mevrouw Nouwens. Een veerkrachtige buitenruimte is een buitenruimte die zich kan laten aanpassen en meebeweegt met de behoeften van de bewoners en de maatschappij. Het is ook een multifunctioneel te gebruiken buitenruimte. Diverse fracties hebben benoemd dat er moet worden gezocht naar andere contactmogelijkheden en gevraagd is hoe dat zal gebeuren. Op bladzijde 51 is daarover iets vermeld en in de uitvoeringsparagraaf zal daarop nader worden ingegaan. Het college wil doelgroepen actiever, via nieuwe kanalen en op andere manieren benaderen. Enerzijds digitaal via de community en anderzijds door de wijken in te gaan. Als de wijk ingaan niet lukt is hij voornemens om een babbelbox à la ‘Man bijt hond’ in de wijken neer te zetten, zodat mensen kunnen spuien wat ze van de buitenruimte vinden, hoe ze daartegenaan kijken en waartegen ze aanlopen. Daarvoor zullen kaartjes in de brievenbussen van inwoners worden gegooid, zodat die kaartjes teruggestuurd kunnen worden. Het liefst gaat hij echt de wijken in teneinde mensen te bereiken waarvan normaal gesproken weinig respons komt.

Hij verwacht veel reacties omdat het hem de afgelopen vier jaar is opgevallen dat mensen heel veel over de buitenruimte te zeggen en te melden hebben.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

10

De heer RAADSEN bevestigt dat, maar is de eensluidendheid van mensen over de buitenruimte nog niet opgevallen. De doelstelling vindt hij prachtig en daarmee wenst hij het college veel succes. Wethouder WILSON wenst daarentegen de raad veel succes, omdat die uiteindelijk over de buitenruimte gaat. Vastgesteld of herijkt moet worden hoe belangrijk het individuele belang ten opzichte van het algemeen belang is. Over de buitenruimte zijn er veel tegengestelde belangen die goed doorlopen en uitgelegd moeten worden. Wat betreft communicatie gaat de ‘groene knop’ er komen. Er komt een plek waar mensen hun verhaal over de buitenruimte kwijt kunnen. Zij hebben namelijk ontzettend veel behoefte aan informatie over wat de gemeente aan de buitenruimte doet en wat er aan onderhoud gebeurt. Tot nu toe liep de gemeente wat dat betreft achter de feiten aan door via persberichten te communiceren en mededelingen via de gemeentelijke website te doen, welke mededelingen daarop maar heel even bleven staan. Dat frustreerde hem en de raad en daarin gaat verandering gekomen. Daarvoor is bij de najaarsnota budget gereserveerd. Er komt een communicatiemiddel, waardoor er goed te communiceren is over wat er in de buitenruimte gebeurt en wordt aangegeven waarom het belangrijk is privétuinen te vergroenen. Het gaat daarbij om het verleiden van mensen dat zij met hun tuinen iets gaan doen.

Hij kan zich voorstellen dat mensen over twintig of dertig jaar worden verplicht om de helft van hun tuin te vergroenen, omdat anders hun ozb-tarief omhoog gaat. Op dat punt is de gemeente Capelle echter nog lang niet en dat gaat in Capelle ook absoluut niet gebeuren. Nu gaat het nog om het verleiden van Capellenaren om ze mee te nemen in het verhaal. De heer VAN LOEF vraagt de wethouder hoe de gemeente mensen zal verleiden om hun tuinen te vergroenen, omdat ze daarin nu soms afval gooien en die als opslagruimte gebruiken. Wethouder WILSON weet dat niet. Bij huurders kan de verhuurder via het huurcontract regelen om tuinen te vergroenen. Bij een koopwoning is het moeilijker om een eigenaar op vergroening van een tuin aan te spreken. De heer VAN GENT heeft in de vorige raadsvergadering een vraag over verstening van tuinen in Fascinatio gesteld, welke vraag wethouder Struijvenberg nog moet beantwoorden. Het schijnt dat in de koopcontracten van kopers van woningen in Fascinatio staat dat tuinen aan de voor- en misschien ook de achterkant van woningen minder versteend mogen zijn en daarop gehandhaafd kan worden. Handhaving is dus wellicht mogelijk en hij vindt dat ook bij de komende nieuwbouw verstandig om dat met ontwikkelaars te bespreken. Wethouder WILSON kan zich voorstellen het tegengaan van verstening van tuinen van woningen in nieuwbouwprojecten mee te nemen.

Aandacht is dan nodig om die vergroening via kettingbedingen bij de doorverkoop van betreffende woningen ook weer te regelen. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vraagt hoe op verstening bij koopwoningen te handhaven is, gezien de hoge schuttingen, waardoor daarop moeilijk te controleren is. Wethouder WILSON heeft niet gezegd op verstening van tuinen te zullen handhaven. Mevrouw NOUWENS kan waarschijnlijk met infraroodopnamen van luchtfoto’s op perceelniveau zien hoeveel groen er zich in tuinen en op daken bevindt. Daarin is dus meer inzicht te creëren en met die analyse is de organisatie al bezig. Wethouder WILSON deelt de zorg van de heer Jaliens over het neerleggen van een deel van de kwaliteitsverbetering van de buitenruimte bij de Capellenaren niet. De gemeente wil namelijk geen kwaliteitsverbetering opleggen, maar bewoners daartoe verleiden. In het afgelopen jaar zijn er veel initiatieven van bewoners gekomen, zoals vanuit het vijvergebied in Capelle-West en ’s-Gravenland en over een herdenkingstuin. Daarbij heeft de gemeente gefaciliteerd. De gemeente gaat niet aan bewoners opleggen dat zij groen in de buitenruimte voor de gemeente moeten onderhouden. Als Capellenaren dat willen, kan dat echter wel. Een zorg is wel dat mensen adoptiegroen op een gegeven moment niet meer onderhouden. Daarover zijn daarom goede afspraken nodig. Veel Capellenaren zijn begaan met de buitenruimte.

In sommige buurten zijn er echter vooral veel parkeerplaatsen. In sommige buurten is er de wens om groen in te ruilen voor parkeerplaatsen. Mensen kunnen dan worden verleid om het groen anders te gebruiken. Parkeerplaatsen kunnen ook op groene tegels worden gerealiseerd. Het gaat dus om het verzinnen van groenoplossingen, zodat mensen toch van groen kunnen genieten. De door de gemeenteraad vastgestelde participatieladder staat perfect in het document. Uiteindelijk ligt de eindbeslissing bij de gemeenteraad. Het gaat er daarbij om het verwachtingsmanagement tevoren goed te communiceren.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

11

De heer TERLOUW vraagt hoe de wethouder dan kijkt naar de passage die vermeldt dat de gemeente meer zou moeten durven loslaten. Het vraagt dan zorgvuldige communicatie over hoe dat loslaten wordt bedoeld in combinatie met het behouden van de eindbeslissing door de gemeenteraad. Wethouder WILSON wil het nog met de raad hebben over het durven loslaten van groenonderhoud. Hij merkt intern dat loslaten lastig is, terwijl sommige buurten het onderhoud perfect zouden kunnen doen. Mogelijk kan op dat gebied een pilot plaatsvinden. De heer TERLOUW is het ermee eens dat misschien de grootste uitdaging ligt bij het gemeentelijke apparaat en de cultuur daarvan. Loslaten door de gemeente betekent dus niet dat alles wordt besloten door de bewoners. De heer HARINCK sluit zich aan bij de heer Terlouw en suggereert in het stuk ook casuïstiek op te nemen, zodat helder is waar de spanning zit. Bewoners moeten weten dat er goed naar ze wordt geluisterd, maar dat ze gebonden blijven aan gemaakte afspraken. Nu is de uitstraling van het stuk heel veel terug te leggen bij de burger. De heer VAN GENT vult aan dat bij burgerinitiatieven ook een tijdlijn aangegeven kan worden, omdat bewoners anders gedemotiveerd kunnen raken als ze lang op de gemeente moeten wachten. Wethouder WILSON neemt die opmerking zeker mee. De gemeentelijke organisatie krijgt te maken met een hele verandering.

In het begin was het uitgangspunt dat de buitenruimte de afdelingen Stadsbeheer en Stadsontwikkeling betreft. Door zijn portefeuille sociaal domein viel alles perfect samen. De visie op het sociaal domein is in het stuk teruggekomen. De buitenruimte is namelijk ontzettend belangrijk voor het dagelijks leven, ontmoeting, recreëren en ontspannen. De buitenruimte is veel breder in de organisatie geland. Het CMT heeft zich gecommitteerd om het onderwerp breed aan te vliegen. De buitenruimte is een mooi voorbeeld van opgavengericht werken, omdat die veel invloed heeft op alles en iedereen. Zijn gevoel is dat de neuzen binnen de organisatie dezelfde kant op staan. Binnen de ambtenarij zijn mensen anders gaan denken en kijken. Bij ophogen worden niet meer alle groen en bomen weggehaald en wordt er ook gekeken of het anders kan. Er is dus inmiddels een andere wind gaan waaien in de gemeentelijke organisatie en daarmee complimenteert hij de ambtenaren. De heer TIESMA vraagt wat het als één geheel beschouwen van de buitenruimte voor de financiële administratie en de financiële rapportages zal betekenen. Wethouder WILSON antwoordt dat over die uitdaging nog wordt gesproken en die nog wordt uitgewerkt. Dat aspect volgt in de uitvoeringsparagraaf. Mevrouw NOUWENS heeft ontschotting onlangs besproken in de stuurgroep.

Het gaat erom hoe de buitenruimte in de begroting komt te staan en wie opdrachten geeft en een veto heeft. Wethouder WILSON vervolgt met de vraag over de bebouwing van het Schollebos. Daarmee is het eventueel verplaatsen van de kinderboerderij en het milieueducatief centrum bedoeld. Mevrouw NOUWENS vervolgt dat het onderwerp vervoer wel aan bod is gekomen. Waar er wegen of parkeerplaatsen zijn is meestal geen ruimte voor groen of recreatief gebruik van de buitenruimte. In gesprekken is er een erge voorkeur voor het stimuleren van langzaam verkeer, maar daarnaast is er een grote liefde voor de auto voor de deur. Beide wil men koesteren, bijvoorbeeld middels een groene parkeerplaats. Per plek is te bekijken hoe nijpend de parkeervraag is of hoe reëel het gebrek aan groen is. De balans mag anders komen te liggen dan automatisch parkeerplekken maken op de plekken waar er nu groen is. Er is bewustzijn dat de buitenruimte op meerdere manieren ingericht kan worden, ook op gevels, dakvlakken en pergolaconstructies. De heer RAADSEN herinnert aan het gesprek over het Stadsplein dat plaatsvond op 10 januari jl. en wijst op de gemiste kans aldaar. Het parkeerterrein kan worden omgezet in een mooi stuk groen, waarnaar men winkelend van het Stadsplein toe kan lopen. Dat idee is niet opgekomen omdat de auto en parkeerplaatsen heilig zijn.

Hij vraagt in hoeverre de wethouder kans ziet om dat soort dingen te entameren. Wethouder WILSON wijst erop dat het parkeerterrein stamt uit de vorige periode en erkent dat het een gemiste kans is om van het parkeerterrein aan het Stadsplein een groene parkeerplaats te maken. De heer RAADSEN zou de parkeerplaatsen helemaal weg willen hebben. Wethouder WILSON reageert dat die parkeerplaatsen op grond van de parkeertellingen zouden moeten blijven. De heer RAADSEN roept op ambtenaren zover te krijgen minder met de auto en meer met het OV naar het werk te komen, zodat er niet zoveel parkeerplaatsen nodig zijn.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

Pagina:

12

De heer EILANDER meent dat het voorliggende document juist de kapstok is om die discussie te voeren. De heer TERLOUW meent dat de raad en het college ook een afweging hebben te maken over de omgang met (transito)verkeer. Wethouder WILSON neemt die suggestie zeker mee, zo ook de opmerking over de afhankelijkheid van de auto. Mevrouw NOUWENS geeft aan dat adopteren van openbaar groen door particulieren op sommige plekken al gebeurt. De gemeente wil die initiatieven ondersteunen, maar bij aanvang van elk initiatief zijn er afspraken nodig over het faciliteren door de gemeente, de regels en de grenzen daarvan, zoals diversiteit en het gebruik van inheemse soorten. Nu zijn er al mogelijkheden voor financiering, zoals via het Denk en Doe Mee!-fonds en andere fondsen. Wethouder WILSON vervolgt dat bewoners tevoren moeten weten welk soort initiatieven voor een buurt ingediend kan worden, zodat die niet kunnen botsen met een gemeentelijke afdeling. Het beantwoorden van de vraag van de heer Van Gent over het snel weghalen van braam- en brandnetelstruiken vindt hij lastig, omdat in andere buurten bramenstruiken goed worden gebruikt. Mevrouw NOUWENS merkt discussie en een spanningsveld over wat strak en mooi groen is. De gemeente gaat niet bewust brandnetels stimuleren, maar die zullen er altijd wel blijven.

Er wordt gestreefd naar plantengemeenschappen die niet alleen uit bramen en brandnetels bestaan. De heer VAN GENT wijst op de leidingstrook langs de beluchtingsvijver, die bestaat uit een en al brandnetels. Over wandelpaden hangen vaak brandnetels of bramenstruiken, waarover best wel meldingen zijn gedaan. De meldingsapp is overigens wat moeilijker te gebruiken dan in de tijd van ‘Mijn Capelle’. Wethouder WILSON vindt het prima om lange termijnzaken, zoals de aanpak van de Algeracorridor, te koppelen aan de buitenruimte. Het kan dan helpen om in het document te noteren om slimme combinaties te zoeken met aankomende lange termijnzaken. Er is een nieuwe samenwerkingsafspraak met Havensteder gemaakt over opslag en afval in tuinen. De heer VAN LOEF suggereert gebruik te maken van good practices die er elders in het land al zijn. Mevrouw NOUWENS weet dat de gemeente Tilburg inwoners betrekt bij het maken van keuzen in hun wijk. Daarmee is een pilot gedaan. Alle gemeenten zijn met de buitenruimte bezig, waarbij er termen worden gebruikt als ‘beheren naar meerwaarde’. Geen gemeente heeft echter nog het ei van Columbus gevonden. Zij houdt zich aanbevolen voor goede voorbeelden. De heer HARINCK is benieuwd hoe de wethouder kijkt naar het verleggen van de focus van het educatief centrum van groen naar het water. Wethouder WILSON vindt dat een mooi voorstel om te onderzoeken.

Tweede termijn De heer TIESMA vraagt hoe de vertaalslag van de acht thema’s plaatsvindt. Mevrouw NOUWENS komt op die thema’s terug afhankelijk van de behoeften in wijken en de behoeften gemeentebreed. Niet in elke wijk komt elk thema terug. Met enkele organisaties overlegt de gemeente over wat nodig is, zoals over de verrommeling van tuinen. 4. Rondvraag Er zijn geen vragen. 5. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 22.29 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 januari 2022,

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer / Samenleving en Economie, dinsdag 11 januari 2022

de secretaris,

Pagina:

13

de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 25 januari 2022, de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11190501/1