CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag commissie SOB 17-05-2021

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 21 juni 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen7.738 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de digitale vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op maandag 17 mei 2021, in de Van Duvenvoordezaal via Pexip, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter

:

mevrouw mr. A.S. van der Klauw-Cornet;

volksvertegenwoordigers :

de heer G. Spruit, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; de heer J.S. Kolster Msc MA, raadslid VVD; de heer H.E. Tiesma, burgerraadslid D66; de heer B.H.W. Oudshoorn, burgerraadslid SGP; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer E. Harinck, burgerraadslid CDA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie;

secretaris

:

de heer drs. T. Schoenmakers;

portefeuillehouders

:

de heer M.J.W. Struijvenberg, wethouder; de heer N.C, van Veen, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;

ambtelijke ondersteuning :

de heer Middelkoop;

notulist

de heer D.J. van Eck (Notuleerservice Dictum).

:

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Zij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Raadsen en dat de PvdA de inbreng van GroenLinks in deze vergadering zal waarnemen. Via een inventarisatie wordt de presentielijst vastgesteld als boven aangegeven. De agenda wordt hierna ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 6 april 2021 Gecombineerde commissie Samenleving en Economie en Stadsontwikkeling en -Beheer van 12 april 2021 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen DCMR Milieudienst Rijnmond Geen opmerkingen. 5. Corona Geen opmerkingen. 6. Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Rotterdam Den Haag De heer SPRUIT releveert dat de voorliggende RES niet alleen van Capelle is, maar van meer gemeenten, alsook de waterschappen, de provincie en de transporteurs van energie. Door allerlei partijen is op het stuk gereageerd en de opmerkingen die door hen zijn gemaakt zijn gedeeltelijk wel, gedeeltelijk ook niet overgenomen – op zichzelf niet onlogisch, want niet alles kan nu eenmaal worden overgenomen, gegeven de grote betrokkenheid van allerlei partijen. Het geeft echter wel wat randvoorwaarden voor de eigen uitwerkingen.

Op lokaal niveau is al gesproken over de warmtetransitie-

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

2

agenda en de kaderstellingen. Een en ander heeft ook raakvlakken met dit agendapunt en daarom begint hij met de vraag aan de wethouder of deze in de voorliggende RES belemmeringen of bijzonderheden ziet waarmee ook Capelle rekening zou moeten houden. In de concept-beslispunten in de RES kan Leefbaar Capelle zich prima vinden. Positief staat de fractie ook tegenover de brief van het college aan de andere gemeenten in de regio over de woonlastenneutraliteit. Inmiddels heeft hij zelf in een mail een voorstel gedaan voor wat tekstuele aanpassingen, omdat de brief van het college wel richtinggevend is en vragen stelt aan de andere gemeenten, maar zonder concreet voorstel daarbij. Gevolg daarvan kan zijn dat alle gemeenten ermee aan de slag gaan – hij begrijpt dat vanavond in Zoetermeer een motie over ditzelfde onderwerp wordt besproken – met het risico dat de strategie er niet in alle gemeenten hetzelfde uit gaat zien. De door hem voorgestelde tekstwijziging heeft hij rondgestuurd en afhankelijk van de reactie daarop van de rest van de vergadering, zou het in een amendement kunnen worden gegoten voor de eerstvolgende raadsvergadering.

Het zou mooi zijn als de wethouder deze tekstwijziging – vooropgesteld dat men het daarover vanavond eens kan worden – alvast kan delen met diens collega’s, zodat ook in de andere gemeenten eventueel dezelfde tekstwijziging aangebracht zou kunnen worden. De strekking van de tekstwijziging is dat de budgettaire neutraliteit die in de eigen kaderstelling van Capelle aan den IJssel wel nadrukkelijk is opgenomen ook wordt meegenomen in de randvoorwaarden die zijn geformuleerd op pagina 34 van de RES. De heer VAN LOEF moet het van het hart dat het raadsvoorstel in taalkundige zin hier en daar wat rammelt, met name als het gaat over opwekken en de zon, want op enig moment wordt in de tekst zelfs de zon opgewekt, en dat lijkt hem wat lastig. Hij verzoekt dan ook de tekst nog eens kritisch te bekijken. Met betrekking tot de financiën wordt aangegeven dat voor de gemeente relatief lage lasten gemoeid zijn met dit onderdeel. Wat hem echter benieuwt is of er al opbrengsten zijn, waarbij hij bijvoorbeeld denkt aan zonnepanelen op het gemeentelijk vastgoed. De woonlastenneutraliteit merkt hij aan als een goed voorstel. Op de brief die daarnaast aan de orde is, is inmiddels een amendement voorgesteld door Leefbaar Capelle, waar de VVD zich geheel achter kan scharen. De heer TIESMA maakt een compliment voor de presentatie, die er zeer fraai uitziet.

Duidelijk is dat de bal nu bij de gemeente ligt. Er kunnen wel allerlei mooie plannen worden gemaakt, maar voor de realisatie daarvan wordt van alle burgers in Capelle een flinke inspanning gevraagd. Omdat zich nieuwe inzichten en ontwikkelingen kunnen aandienen, ziet D66 uit naar een update over twee jaar. Voorkomen moet worden dat in die twee jaar onomkeerbare stappen worden gezet. In 2030 moet 40% van de geschikte daken voorzien zijn van zonnepanelen; momenteel is het 8%. Voor de gemeente is het een hele grote opdracht en de vraag is dan ook of men dat wel zal halen. Welke onzekerheden ziet de wethouder en welke extra maatregelen zijn eventueel nodig? Te denken valt ook aan de afspraken met Havensteder die, naar hij meent te weten, eind dit jaar opnieuw gemaakt zullen moeten worden. Hij verzoekt de wethouder daarop even in te gaan. Voor alle nieuwe energievoorzieningen die voorzien worden is ook ruimte nodig. Hij refereert aan de presentatie van 2 maanden geleden, waarin dit punt expliciet naar voren werd gebracht. Op het gebied van energietransitie moeten nog meer duurzaamheidsmaatregelen genomen worden. Daarvoor rust een grote verantwoordelijkheid op de gemeente, die burgers en bedrijven actief moet betrekken en betrokken moet houden.

Of woonlastenneutraliteit als een harde eis moet worden opgenomen vraagt hij zich af, nog afgezien van de vraag of en hoe die term precies gedefinieerd is. Heel veel gemeenten zouden het daarover eens moeten zijn en bij heel veel grote veranderingen, zoals aardgas destijds, is het volgens hem ook niet helemaal neutraal gegaan in Nederland. De heer OUDSHOORN constateert dat rondom de Regionale Energiestrategie al een lang en zorgvuldig traject is gelopen. Van de Capelse vragen die gesteld zijn, is in de Nota van beantwoording wel het een en ander terug te vinden. Hoewel niet alles wordt overgenomen, wordt dat wel uitgelegd en dat is ook belangrijk. Een van de Capelse vragen had betrekking op het risico van onvoldoende restwarmte en in het antwoord wordt dat risico feitelijk nog eens onderstreept. Pas in de RES 2.0 of later komt er voldoende zicht op of er voldoende restwarmte zal zijn; zo leest hij dat tenminste. Hoe schat

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

3

de wethouder dat risico in en moet Capelle zich wellicht nu al gaan voorbereiden op een plan B, als dat er überhaupt al is? De SGP heeft kennis genomen van de brief van het college over woonlastenneutraliteit. Wat de fractie benieuwd, is welke gevolgen het heeft voor de gemeente als het alsnog niet doorgaat. Over het last minute-tekstvoorstel van de heer Spruit wacht hij graag eerst de mening van de wethouder af. Op zichzelf staat de fractie positief tegenover het voorstel, maar het kan misschien ook te hard worden ingestoken. Mevrouw WEEMHOFF mag namens GroenLinks mededelen dat die fractie achter de nota staat. De PvdA sluit zich aan bij de woorden van de heer Tiesma, die zich afvroeg welke acties de gemeente lokaal moet nemen en of Capelle daarmee op schema ligt. Benieuwd is de fractie ook wat precies bedoeld wordt met woonlastenneutraliteit. Er zijn natuurlijk mensen die in het verleden al heel veel geïnvesteerd hebben, al dan niet gesubsidieerd, door allerlei energiemaatregelen toe te passen en men heeft te maken met sterke schouders en zware lasten. Hoe wordt daartegen aangekeken? Zij verwijst ook graag naar de wijk Schollevaar, die al jaren over stadsverwarming beschikt en waar de mensen dus al die tijd ook al extra lasten betalen om de energie hier überhaupt bij te krijgen.

Ze heeft dat niet van zichzelf, maar daar zit toch ook een bijdrage bij voor het transporteren van die energie. Kortom, hoe zit het precies met die woonlastenneutraliteit en mogen klimaatmaatregelen dan helemaal niks kosten voor niemand? De heer VLOT merkt op dat de gemeente nu weliswaar op regionaal niveau zit, maar dat de provincie hier een grote vinger in de pap heeft en dat met deze transitie uiteindelijk een landelijke doelstelling wordt nagestreefd. Net als de heer Van Loef vraagt hij zich af waarmee de gemeente aan de slag zou kunnen gaan dat een plus zou kunnen opleveren. Ook het heikele punt van de woonlastenneutraliteit is voor de SP een belangrijk aandachtspunt. Eerder heeft de wethouder wel eens aangegeven dat de gemeente er zonder woonlastenneutraliteit helemaal niet aan zou moeten beginnen en dat lijkt hem nogal een star standpunt. Zelf woont hij in de wijk waar mevrouw Weemhoff naar verwees en daar betaalt hij in principe de hoofdprijs voor die stadsverwarming, want die blijft gekoppeld aan fossiele brandstoffen. Zo draagt die wijk er verschrikkelijk veel aan bij om tot een bepaalde doelstelling te komen. Hoe verhoudt zich dat tot de rest? Vervolgens komt dan Havensteder in beeld, die voor haar huurders een hele grote stap zal moeten zetten om die woonlastenneutraliteit überhaupt in stand te kunnen houden.

In het voorstel van de heer Spruit kan de SP zich vinden. Natuurlijk moet men zoiets regionaal neerzetten om samen sterk te staan, maar ook de gemeente zelf zal haar nek moeten uitsteken en hij hoopt dat de wethouder die inzet zal willen plegen. Mevrouw DEN ENGELSMAN memoreert dat het CDA in het verleden al meerdere malen vragen aan de wethouder heeft gesteld over de woonlastenneutraliteit. De vergoeding die door de Rijksoverheid betaald moet worden voor de transitiekosten was een van de voorwaarden waaronder de VNG namens de gemeenten een handtekening heeft gezet onder het Klimaatakkoord. Dus er zijn al zaken richting het Rijk gegaan. Pas bij inventarisatie van alle acties die een gemeente moet ondernemen voor 1 januari 2022 zullen de financiële consequenties inzichtelijk worden. Daarom heeft het CDA er al meerdere keren voor gepleit het op dit moment gewoon te houden bij haalbaar en betaalbaar, zoals de RES aangeeft en vele gemeenten dit ook in hun stuk hebben opgenomen. Woonlastenneutraliteit is mooi, maar houdt wel in dat je een voorinvestering moet doen en pas op termijn budgettaire neutraliteit kunt bereiken. Waar Capelle over een aantal kwetsbare wijken beschikt, zal het niet voor iedereen zijn weggelegd om zo’n voorinvestering te doen.

Over de participatie is aangegeven dat daaraan in de uitvoeringsfase gestalte zal worden gegeven, omdat de RES op dit moment nog een beperkte invloed heeft op Capelle. Het CDA vindt het belangrijk om mensen zo snel mogelijk te betrekken bij de energiestrategie en de hele transitie, omdat een soort bewustwordingsproces kan worden opgeroepen als er snel mee wordt begonnen. De vraag aan de wethouder is dan ook of er al mogelijke stappen zijn waarin de participatie eerder kan opstarten dan in een uitvoeringsfase. Het verheugt het CDA dat er geen nieuwe windmolens komen in Capelle. Bij de daken die geschikt zijn voor zonne-energie speelt vanzelfsprekend Havensteder een grote rol, die een enorm aantal van die daken bezit. Zij is benieuwd hoe de wethouder voor voldoende dakruimte wil gaan zorgen.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

4

Voor 1 januari 2022 zal nog een hele inventarisatie moeten worden gemaakt. Hoe zal de raad daarin worden meegenomen? De heer EILANDER betuigt namens de ChristenUnie instemming met het voorstel van het college om de voorliggende RES vast te stellen. Weliswaar zijn misschien niet alle punten van Capelle helemaal naar wens meegenomen, maar dat gebeurt nu eenmaal wel vaker. Het voorstel van de heer Spruit vindt hij als procesvoorstel wel charmant om de boel aan de voorkant in het gareel te krijgen. Benieuwd is hij wel hoe men al die gemeenten op één lijn zou willen krijgen en wat er met de RES gebeurt als dat met een paar gemeenten niét lukt: wordt die dan wel of niet vastgesteld? Inhoudelijk kan de oproep van het college voorlopig niet op de steun van de ChristenUnie rekenen. De heer Tiesma begon terecht met de vraag wat woonlastenneutraliteit nu eigenlijk is. Nu de Tweede Kamer de regering daarom al heeft gevraagd, is het voorts de vraag wat Capelle daaraan nog kan toevoegen. In ieder geval vindt hij het voorbarig om het nu als een harde voorwaarde te stellen. Wethouder VAN VEEN gaat allereerst in op de vraag van de heer Spruit of in het voorliggende document ook belemmeringen te onderscheiden zijn waarmee Capelle rekening zou moeten houden. Hij bevestigt dat dat eventueel het geval kan zijn in de warmtetransitie.

Hiermee komt hij meteen bij het belangrijkste wat de discussie vanavond overheerst: de woonlastenneutraliteit. In eerste instantie is dit bij het college opgekomen met de Florabuurt, die als eerste van het gas af zou gaan. Zoals bekend, is dit niet de rijkste buurt van Capelle en de vraag was dan ook hoe dit met de bewoners moest worden gedaan. Dat heeft het college ertoe gebracht om de brief te schrijven over de woonlastenneutraliteit. Of het zin heeft een amendement naar de hele club te sturen, laat hij graag ter beoordeling over aan de raad. Wel zal dan even goed moeten worden nagegaan of iedereen dezelfde definitie hanteert voor het begrip ‘woonlastenneutraliteit’. De heer Tiesma releveerde dat momenteel 8% van de geschikte daken voorzien is van zonnepanelen en dat dat in 2030 40% moet zijn. Wellicht zal men hebben gelezen dat de gemeente van de Rijksoverheid 650.000 euro heeft gekregen om de aanleg van zonnepanelen en het aanbrengen van isolatie te bespoedigen. De raad zal een aantal voorstellen worden voorgelegd voor hoe dit geld in te zetten en om langs de mensen te gaan om hun te bewegen tot isolatie, zonnepanelen, et cetera. Dat de gemeente Havensteder nodig zal hebben, is zeker waar. De ambtelijke organisatie heeft kosten noch moeite gespaard om Havensteder zo ver te krijgen, maar vooralsnog beweegt Havensteder niet.

Als Havensteder niet wil, zou hij zo een-twee-drie niet weten hoe de mensen ertoe kunnen worden bewogen om dat wel te gaan doen. Isoleren doet Havensteder volop, maar ze plaatst geen zonnepanelen. De heer VLOT vraagt of het niet te overwegen zou zijn, zeker gezien de actualiteit met de kaderstelling ten aanzien van de Enecogelden, een duurzaamheidsfonds in te stellen, waarmee wellicht andere grote stakeholders in dit dossier over de brug te trekken zouden zijn. Wethouder VAN VEEN releveert dat jarenlang met een duurzaamheidsfonds is gewerkt omdat men bijvoorbeeld een lagere rente wilde berekenen, om het zo maar eens te zeggen. Momenteel is de rente echter vrijwel nihil en hij ziet niet in welk voordeel eraan verbonden kan zijn om voor een investering van 1500 euro in zonnepanelen een beroep te doen op een duurzaamheidsfonds. Ook voor Havensteder zal het niet zozeer een kwestie van middelen zijn, want er zijn diverse energieleveranciers die particulieren aanbieden zonnepanelen zonder investering op hun daken te leggen en zelfs in de zakelijke branche doen zich al zulke ontwikkelingen voor. De heer TIESMA meent te weten dat tegen het einde van het jaar weer nieuwe afspraken moeten worden gemaakt met Havensteder over samenwerking. Hij beveelt aan die gelegenheid aan te grijpen om te proberen hierover iets vast te leggen.

Wethouder VAN VEEN repliceert dat niet hij, maar collega Struijvenberg de gesprekken met Havensteder voert. De heer TIESMA zegt het dan bij de heer Struijvenberg te zullen aankaarten. Wethouder VAN VEEN vervolgt dat het begrip ‘woonkostenneutraliteit’ door de raad zelf is vastgesteld. Het is de Capelse invulling van ‘betaalbaarheid’, maar iedere gemeente kan hiervoor een eigen definitie bepalen. Bij een investering door Havensteder in isolatie gaat gewoonlijk de huur wat omhoog, terwijl aan de andere kant de energielasten naar beneden gaan. Zo wordt het gecompenseerd, maar of dat energieneutraal is, of woonlastenneutraal, zou hij echt niet weten.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

5

Mevrouw DEN ENGELSMAN wijst erop dat men in de Florabuurt van het gas af gaat en dus geen fornuis meer kan gebruiken, maar elektrisch zal moeten gaan koken met nieuwe pannen. Hoe moet in dat geval de woonlastenneutraliteit voor de bewoner worden beoordeeld? Wethouder VAN VEEN heeft begrepen dat alle pannen geschikt zijn voor elektrisch koken door er een magneet aan te plakken. Voor dat fornuis kan hij niet een-twee-drie een oplossing aanreiken, en of dat ook valt onder woonlastenneutraliteit, of onder ‘haalbaar en betaalbaar’: zeg het maar! De heer EILANDER werpt tegen dat het college in de brief zelf woonlastenneutraliteit voorstelt voor aardgasvrij maken. Als dan echter gevraagd wordt wat die woonlastenneutraliteit inhoudt, is het antwoord dat men dat niet weet. Wethouder VAN VEEN weerspreekt dat. Zojuist heeft hij uitgelegd dat Havensteder bij bijvoorbeeld isolatie de huren verhoogt, waarna dat via lagere energielasten gecompenseerd wordt. Hij heeft de indruk dat de mensen in bijvoorbeeld De Hoeken heel goed beseffen wat woonkostenneutraliteit impliceert. Als hem echter een vraag wordt gesteld over potten en pannen, moet hij bekennen dat hij daarover niet heeft nagedacht. De heer EILANDER wijst erop dat de andere gemeenten zal moeten worden uitgelegd wat Capelle onder woonlastenneutraliteit verstaat. Anders kan dat volgens hem niet van andere gemeenten worden gevraagd.

Misschien moet de vraag ook aan de heer Spruit worden gesteld, maar het begrip is door het college zelf in de collegebrief gebruikt, vandaar dat hij erop doorvraagt. Het lijkt hem een goede suggestie van mevrouw Den Engelsman om in een later stadium de effecten eens te bekijken en het dan eventueel harder te spelen. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat dat ook in de RES 2.0 kan worden gedaan. De heer EILANDER stelt voor dat dan te doen en niet nu. Mevrouw DEN ENGELSMAN licht toe dat de ingrepen die door Havensteder in De Hoeken worden gedaan zijn bedoeld ter voorbereiding op de energietransitie. Die woningen zijn daarmee dus nog niet woonlastenneutraal genoemd. Voor het overige sluit ze zich aan bij het zojuist door de heer Eilander gedane voorstel en een en ander dus mee te nemen in de RES 2.0, na de inventarisatie. Mevrouw WEEMHOFF valt het op dat de wethouder tot nu toe met betrekking tot woonlastenneutraliteit alleen over huurhuizen heeft gesproken. In de brief van het college gaat het echter over álle woningen in Capelle en zij herhaalt haar vraag hoe men dat woonlastenneutraal wil gaan doen. Wethouder VAN VEEN memoreert dat de woonlastenneutraliteit is vastgesteld met de kaderstelling van de warmtetransitie. Eerder al heeft hij in dit gremium gezegd dat de gemeente niet het geld heeft om deze transitie uit te voeren. Daarvoor zal dus geld van de Rijksoverheid moeten komen.

Mevrouw WEEMHOFF stelt vast dat hiermee niet wordt ingegaan op de vraag die zij heeft gesteld, want die ging over woonlastenneutraliteit. Dat de gemeente geen extra gelden kan investeren, kan zij begrijpen, maar dan moet ook dát in de brief worden opgenomen en dat is niet gebeurd. Wethouder VAN VEEN concludeert dat mevrouw Weemhoff er bij woonlastenneutraliteit kennelijk van uitgaat dat de gemeente het restant zou moeten bijdragen, maar het college gaat ervan uit dat de Rijksoverheid ter zake met een financiering zal komen, omdat het anders nooit zal lukken van het gas af te gaan. Mevrouw WEEMHOFF constateert dat de wethouder wederom niet ingaat op de vraag. Blijkens de brief van het college moet kennelijk bij álle huizen in Capelle een soort woonlastenneutraliteit plaatsvinden ten aanzien van de energietransitie. Zij vraagt zich af of dat inderdaad is wat het college bedoelt en, zo niet, wat er dan wel mee wordt bedoeld. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat dat precies is wat hij ermee bedoelt. De heer VAN LOEF beaamt dat het Rijk uiteindelijk over de brug zal moeten komen. Het aardige is overigens dat het Rijk zelf in het Klimaatakkoord een redelijk goede definitie heeft gegeven van het begrip ‘woonlastenneutraliteit’.

Kort gezegd komt het erop neer dat het gaat om gelijk blijven, of lager worden, van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie, gas elektra, warmte en hypotheeklasten, of huur. Hij neemt aan dat het ook de wethouder daarom te doen is. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat en dankt de heer Van Loef voor diens toelichting. Tot de heer Oudshoorn merkt hij op dat een plan B niet bestaat. De manier om lokale doelen te bereiken, waarnaar de heer Vlot informeerde, heeft hij zojuist weergegeven. De vragen van mevrouw Den Engelsman en de heer Eilander meent hij inmiddels al te hebben beantwoord.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

6

Mevrouw DEN ENGELSMAN herhaalt twee vragen die nog niet zijn beantwoord. De eerste betreft de participatie, waarvan is aangegeven dat die voor deze RES niet echt nodig is, maar wel straks voor de warmtetransitie. Zij verzoekt de wethouder de participatie voor wat betreft de energietransitie toch al zo vroeg mogelijk mee te nemen. Wethouder VAN VEEN zegt dit toe. Mevrouw DEN ENGELSMAN vervolgt met de vraag hoe de raad betrokken zal worden bij de inventarisatie die moet plaatsvinden voor 1 januari 2022. Wethouder VAN VEEN repliceert dat de inventarisatie aan de raad zal worden voorgelegd. De heer TIESMA komt terug op de nieuwe energievoorzieningen, die ruimte nodig hebben, daarbij refererend aan een presentatie van Stedin een maand of twee geleden. De vraag is wát er dan nog is en waar. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat die inventarisatie nog niet is gemaakt. Naar hij heeft begrepen, komt die pas richting uitvoering en zo ver is het nog niet. Tweede termijn De heer SPRUIT heeft zich niet in de discussie gemengd over de definitie van het begrip ‘woonlastenneutraliteit’, maar meent dat wel behoorlijk duidelijk is wat daaronder moet worden verstaan. Het is volgens hem minstens zo duidelijk, of onduidelijk, als ‘haalbaarheid’ en ‘betaalbaarheid’. De heer Vlot betoogde dat men samen sterk zal moeten staan en dat is eigenlijk ook de strekking van het voorstel dat hij heeft gedaan.

Richting de Rijksoverheid zal men in gezamenlijkheid voor elkaar moeten zien te krijgen dat daar aan knoppen gedraaid gaat worden die beïnvloeden dat de lasten van de inwoners niet gaan stijgen. Na kennis genomen te hebben van de discussie, gelooft hij niet dat het zin heeft het voorgenomen amendement nu al te gaan verspreiden. Op z’n vroegst zal het dan de RES 1.1 of 2.0 worden, en dat hoeft niet zo lang te duren, want elke twee jaar wordt een en ander aangepast. De heer TIESMA geeft aan niet overtuigd te zijn door de argumentatie met betrekking tot woonlastenneutraliteit. Hij blijft zich afvragen of men de andere gemeenten hierin wel mee zal krijgen. De heer OUDSHOORN zegt de wethouder dank voor een aantal antwoorden. Nog geen antwoord heeft hij gehad op zijn vraag of de wethouder het met hem eens is dat het antwoord in de nota van beantwoording op de vraag over het risico van onvoldoende restwarmte dat risico eigenlijk openhoudt, of onderstreept. Als dat risico niet wordt onderkend, hoeft natuurlijk ook niet over een plan B te worden nagedacht. Wethouder VAN VEEN verzekert dat het ambtelijk apparaat daar wel degelijk naar kijkt. Wat dat betreft zit men aan het einde van die pijp, om het zo maar eens te zeggen.

Dus zou je dan geowarmte moeten krijgen en dat levert ook weer allerlei problemen op, want als er te veel gaten worden geboord in die schil wordt het een soort sinaasappel waar het sap aan alle kanten uit spuit als je erin knijpt. De heer OUDSHOORN sluit af met de mededeling dat de SGP er voorstander van is om de kwestie van de woonlastenneutraliteit op een later moment te verwoorden. Mevrouw WEEMHOFF geeft aan dat in de RES ook is benoemd dat de transitie haalbaar en betaalbaar kan zijn. ‘Woonlastenneutraliteit’ blijkt niet concreter en scherper te zijn, dus wat de PvdA betreft is er geen reden om nu met deze brief naar de andere gemeenten te gaan. Voor het overige stemt de fractie in met de RES zoals nu voorligt. Mevrouw DEN ENGELSMAN heeft begrepen dat het onderzoek in de Florabuurt eind 2022 gereed zal zijn, wat haars inziens een mooi moment zou zijn om eens te kijken hoe de woonlastenneutraliteit kan worden ingezet in kwetsbare buurten waar mensen van het gas af moeten. Het lijkt haar dan ook verstandig dit soort dingen pas in de RES 2.0 krachtiger neer te zetten. Het CDA kan in ieder geval instemmen met de RES 1.0, waarin nog sprake is van haalbaarheid en betaalbaarheid. Wethouder VAN VEEN deelt mede dat ten aanzien van de Florabuurt binnenkort een update aan de raad zal worden voorgelegd.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

7

De heer EILANDER concludeert dat de RES 1.0 op zichzelf wel als hamerstuk kan worden afgedaan. Er is echter ook gevraagd te reageren op de brief die het college zou willen sturen en de meningen daarover zijn verdeeld. Hoe zal daarmee worden omgegaan? Moet over twee weken in de raad ook een besluit worden genomen over het al dan niet versturen van die brief? Wethouder VAN VEEN merkt op dat de brief al is verstuurd. De heer EILANDER citeert uit de brief dat het college in overweging geeft richting de raad voor te stellen dat woonlastenneutraliteit voor bewoners bij het aardgasvrij maken van woningen een harde randvoorwaarde is. Die harde randvoorwaarde is in het conceptbesluit aan de raad niet terug te vinden. Hij is benieuwd wat de raad dan over twee weken tegemoet kan zien. Wethouder VAN VEEN zegt inmiddels te hebben vernomen dat de brief op 8 juli besproken zal worden in het Bestuurlijk Netwerk Energie. De VOORZITTER vat samen dat in de raadsvergadering alleen het al dan niet instemmen met de RES 1.0 aan de orde zal worden gesteld en stelt voor dat als hamerstuk naar de raad te geleiden. Vanzelfsprekend kan het altijd weer als bespreekstuk worden opgevoerd als daaraan bij nader inzien behoefte zou bestaan. Aldus wordt besloten. 7.

Initiatiefvoorstel Verkeersveiligheid voor viervoeters De heer KOLSTER licht toe dat door de VVD een veiligheidsvraagstuk was geconstateerd in verband met de verkeerssituatie voor hondenbezitters en dat met ambtelijke bijstand een initiatiefvoorstel is opgesteld voor het realiseren van een omheind losloopgebied, waarin enerzijds wordt gevraagd beleidsregels vast te stellen, anderzijds om een proef te nemen. Als daarmee wordt ingestemd, zou over een halfjaar een evaluatie kunnen worden uitgevoerd om te beoordelen of dit het gewenste effect heeft. Ook ambtelijk is nog het een en ander uitgezocht en hij verzoekt de voorzitter de heer Middelkoop het woord te geven om dat toe te lichten. De VOORZITTER stelt de heer Middelkoop daartoe in de gelegenheid. De heer MIDDELKOOP zet uiteen dat onder anderen samen met de inmiddels van diens pensioen genietende heer Huizinga op zoek is gegaan naar locaties waar honden veilig uitgelaten zouden kunnen worden. Uiteraard zijn een aantal regels opgesteld waaraan die plekken minimaal zouden moeten voldoen. Aan de ene kant zijn er de uitlaatzones waar honden los mogen lopen, aan de andere kant een palet met voorwaarden, die zijn over elkaar gelegd en dan zou een redelijk beperkt aantal locaties in aanmerking kunnen komen als omheind hondenuitlaatveld. Een van die locaties is een stukje grondgebied van het hoogheemraadschap in Capelle-West.

Bij het hoogheemraadschap is voorlopig een verzoek ingediend om er hekken te mogen plaatsen. Het zijn dezelfde hekken die bij de speelplaatsen worden gebruikt. Mocht de proef niet slagen, dan kunnen de hekken gewoon weer hergebruikt worden. Voordeel ervan is dat het netjes aan een parkeerplaatsje ligt, waar ook een voetpad ligt zodat veilig naar de omheinde uitlaatzone kan worden gegaan. Eerder is geïnformeerd naar de andere uitlaatzone. Een soortgelijk gebied van een kleine duizend vierkante meter ligt in Schenkel, dat al vele jaren gelden is aangelegd door het WOP Schenkel, in overleg met Havensteder en de gemeente. Navraag bij het WOP en bij een aantal mensen die er vaak de hond uitlaten heeft geleerd dat het naar grote tevredenheid gaat en geen of nauwelijks overlast oplevert. Er wordt wel eens over geklaagd dat soms bij het maaien wordt vergeten dat stukje mee te nemen, maar dat zijn eigenlijk de enige klachten. Klachten over vervuiling of zo komen in feite niet voor. Mevrouw LAUW-SCHOUTEN merkt op dat in het initiatiefvoorstel sprake is van de Nijverheidstraat. Nu heeft zij echter het idee dat het ineens over een andere locatie gaat.

Klopt dat? De heer KOLSTER antwoordt dat de heer Middelkoop na de raadsvergadering op zoek is gegaan naar een locatie en dat dat heeft opgeleverd dat de kruising Evertsenstraat/Aert van Nesstraat bij de sportschool op dit moment de meest geschikte locatie lijkt te zijn. De Nijverheidstraat is wat hem betreft niet ‘heilig’, het gaat hem erom dat er een oplossing komt voor dit veiligheidsvraagstuk.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

8

Mevrouw LAUW-SCHOUTEN vraagt hoe groot het omheinde losloopgebied zou moeten worden en wat de proef inhoudt waarover in het voorstel wordt gesproken. Geldt de proef bijvoorbeeld alleen voor de locatie aan de Evertsenstraat en wordt de rest van Capelle daarmee over één kam geschoren, in die zin dat er in heel Capelle niets meer komt als de proef mislukt? In de Dotterlei ligt al een omheinde losloopzone, blijkbaar naar ieders tevredenheid. Waarom wordt dit dan een proef genoemd? Blijkens het initiatiefvoorstel zou het om een omheining gaan van 10- tot 15000 euro en dat vindt zij nogal een hoog bedrag voor een proef. Naar haar mening zou het beter zijn het geen proef te noemen, in verband met de Dotterlei, waar al een omheining staat, de omheining bij de Evertsenstraat ook weg te laten en gewoon te onderzoeken wat op dit moment de gevaarlijkste plek is in Capelle, of plekken, en daar eerst iets te realiseren. Ten slotte wil zij weten wie bij een bepaalde losloopzone gaat bepalen of daar een omheining nodig is en wie de afstand gaat bepalen van gevaarlijk naar niet gevaarlijk. De heer TIESMA deelt mede dat D66 zich in het sympathieke initiatiefvoorstel kan vinden. Rond uitlaatzones gelden een aantal regels voor opruimen en aanlijnen.

Kunnen deze regels nog een keer extra onder de aandacht worden gebracht? Hij constateert namelijk dat hondenbezitters zich heel vaak niet aan die regels houden, maar waarschijnlijk kennen ze die niet eens. Net als mevrouw Lauw vindt hij een bedrag van 10K voor een omheining rijkelijk veel, temeer daar het ernaar uitziet dat er waarschijnlijk meer omheinde zones zullen volgen. Voors beveelt hij aan de omheining niet direct langs het fietspad te leggen, omdat het een druk fietspad is en het niet onwaarschijnlijk is dat dit verbreed zal moeten worden. De heer OUDSHOORN merkt op dat de titel van het initiatiefvoorstel, ‘Verkeersveiligheid voor viervoeters’, ten onrechte de suggestie wekt dat hierbij alle viervoeters in het geding zouden zijn. Bij nadere lezing blijkt het namelijk alleen om honden te gaan. De indiener schrijft dat de gedachte achter dit voorstel is dat een voorziening voor hondenbezitters de verkeersveiligheid op de weg kan verbeteren, waardoor het weer om de veiligheid van de verkeersdeelnemers lijkt te gaan. De titel alleen al wekt dus de nodige verwarring, maar dat geldt ook voor allerlei cijfers die aan het voorstel zijn toegevoegd over verkeersongevallen, omdat daarin geen enkel causaal verband is te ontdekken met honden, of een hondenuitlaatplek.

Zijn vraag aan de indiener luidt dan ook: hoeveel van de genoemde ongevallen zouden door een omheining voor honden zijn voorkomen? Dat lijkt namelijk het doel te zijn. De locatie voor de hondenspeelplaats – want in feite gaat het gewoon om een hondenspeelplaats, wat ook de vraag rechtvaardigt of dit stukje welzijn voor honden niet eerder in SLE dan in SOB thuishoort – aan de Nijverheidstraat roept bij hem nog een andere vraag op. De Nijverheidstraat is namelijk vrij lang en er wonen maar weinig mensen. Kan de indiener ook aangeven waar die hondenspeelplaats bedacht is? Inmiddels heeft hij begrepen dat er elders een locatie is bedacht, maar die ligt weer langs een parkeerplek, uiterst veilig, er komt geen verkeer langs, en dan is dat hek helemaal niet nodig. Al met al vindt de SGP het nogal onduidelijk wat hiervan precies de bedoeling is. In het voorstel wordt aangehaald dat het initiatief voortborduurt op het hondenbeleid, waarin meer speelplaatsen voor honden zijn opgenomen, en dan lijkt het er toch op dat het realiseren van die hondenspeelplaatsen het belangrijkste doel is. Graag verneemt hij hoe de indiener dat ziet, maar het mag ook de wethouder zijn, omdat het college heeft aangegeven hier positief tegenover te staan.

In de collegereactie leest hij overigens dat het zou gaan om een proef, wat zojuist in feite ook door de ambtenaar werd gezegd, maar in het voorstel zelf staat dat helemaal niet. Wat houdt die proef dan in? Een proef kent een begin, een einde en een paar doelstellingen. Wat zal er dan worden gemeten en wanneer is het geslaagd, of niet geslaagd? Voorts leest hij dat in Capelle meer locaties worden verwacht waar een omheind losloopgebied toegepast zou kunnen worden. Kan de indiener daarvan ook een indicatie geven? Gaat het dan om vijf andere locaties, of vijftien? De kosten zijn al eerder genoemd: 10- tot 15000 euro eenmalig en een laag bedrag onbekend structureel. Maar dat gaat over één locatie, en als in het voorstel al sprake is van mogelijk meer plekken in Capelle, wordt het ineens een veelvoud van die kosten en is de dekking dan ook nog voldoende? Al met al is hier zijns inziens sprake van een onvoldragen voorstel, dat eerst beter uitgezocht zal moeten worden.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

9

Voor het uitzoeken van de locaties zal geïnventariseerd moeten worden onder hondenbezitters, maar mogelijk ook onder niet-hondenbezitters. Dat vergt dus een onderzoek, maar daarvoor zijn geen kosten geraamd, noch tijd ingeraamd. Hoe heeft de indiener dat precies bedacht? Mevrouw WEEMHOFF concludeert dat de veiligheidsproblemen met honden kennelijk niet zijn te duiden op aantallen. Blijkbaar is nergens geregistreerd of er honden betrokken zijn bij feitelijke veiligheidsproblemen. Wandelaars met honden op de Nijverheidstraat – en in het ingediende initiatiefvoorstel gaat het over de Nijverheidstraat – geven aan dat het grootste veiligheidsprobleem aldaar het ontbreken van een voetpad is. Wat gaat een hondenuitlaatgebied daar dan aan bijdragen? Zelf heeft ze in het gebied een rondje gefietst en daarbij heeft ze gezien dat er best heel veel losloopgebied is voor honden grenzend aan voetpaden, dus op veilige gebieden. Het is haar overigens opgevallen dat er heel veel losloopgebieden zijn in Capelle op allerlei plekken waar je dat niet onmiddellijk zou verwachten. Worden die dan allemaal omheind met hekken? Tot slot. Voor zover zij weet, is de VVD tegenstander van hondenbelasting.

Betekent dit voorstel dat niet vlak voor de verkiezingen een voorstel tegemoet moet worden gezien van de VVD waarin afschaffing van de hondenbelasting wordt bepleit? De heer VLOT moet zichzelf eerlijk gezegd een beetje hervinden, want dit lijkt bijna weer op dezelfde tumultueuze, bijna chaotische, eerste behandeling van dit initiatief. Het blijft weer hangen op één locatie, wat hij een beperking vindt van het initiatiefvoorstel. Dat het een zaak is die wel degelijk speelt in de gemeente, weet hij uit de eerste hand: bij hem voor de deur aan de Schollevaarseweg werd een hondje overreden door een scooter, die daarna ook nog eens doorreed. Het is daar een losloopgebied, terwijl het bijna een doorgaande route is met gevarieerd verkeer. De Partij voor de Dieren heeft zich weliswaar nog niet aangemeld in Capelle aan den IJssel, maar hier ziet hij aanknopingspunten dat dat nog wel eens zal gebeuren. Afsluitend merkt hij op dat het sympathieke initiatiefvoorstel weliswaar niet perfect is, maar dat er zeker mee aan de slag zal moeten worden gegaan. De heer HARINCK deelt mede dat ook het CDA het initiatiefvoorstel sympathiek vindt. Met de heer Oudshoorn is hij het echter eens dat het ook wat onvoldragen is en daaraan zou hij willen toevoegen: ook een beetje ad hoc. Wat dat betreft heeft hij met een lichte verbazing geluisterd naar de toelichting van de heer Middelkoop.

Op 17 november is bij het vaststellen van het hondenbeleid door het college al een onderzoek toegezegd naar de mogelijkheid om meer omheinde hondenuitlaatplekken in Capelle te realiseren. Het wachten is nog steeds op dat onderzoek. De buitenruimte in Capelle is schaars, met heel veel gebruikers. Het schuurt als bijvoorbeeld op één plek een speelplek is voor honden, maar ook ecologische zones voor wandelaars. Voor het CDA is dan ook een integrale visie op het gebruik van de schaarse buitenruimte essentieel, om zo voor mens en dier een veilige en fijne plek te creëren om in de buitenruimte te verblijven. Het CDA hoopt dat de uitkomsten van eerder vermeld onderzoek zullen aansluiten bij het programma Buitenruimte waaraan nu volop gewerkt wordt. Daarin zal zeker ook de dekking ter sprake moeten komen. De discussie over de hondenbelasting is al een keertje gevoerd en het zou niet onaardig zijn als de VVD nu zou besluiten met een voorstel voor afschaffing te komen. Er zal ergens geld gevonden moeten worden om te investeren in hondenuitlaatzones. Het college heeft weliswaar de bevoegdheid om investeringen onder 25.000 euro zonder tussenkomst van de raad te doen, maar er loopt nog een onderzoek en het is de vraag of vooruitlopend daarop nu al omheiningen zouden moeten worden gerealiseerd.

In 2020 is door de raad besloten de hondenbelasting aan te merken als een doelbelasting en het verschil tussen de opbrengst ad 300.000 euro en de kosten ad 275.000 euro in te zetten voor extra maatregelen. Als gevolg van corona zal vermoedelijk een aantal uitgaven niet zijn gedaan, zoals bijvoorbeeld voor de huis-aan-huisbezoeken ter controle van de hondenbelasting. Kan de wethouder in een financieel overzicht aangeven wat het verwachte overschot aan baten in 2021 zal zijn? Ten slotte verzoekt hij de wethouder te kijken naar het monitoren van het maaien van de uitlaatzones en in te zetten op zichtbaarheid, voorlichting en handhaving door de handhavers die hiermee specifiek zijn belast. De heer EILANDER kan zich grotendeels aansluiten bij de teneur van de bijdrage van de heer Oudshoorn, die begon met: het ging eigenlijk om verkeersveiligheid en toevallig kwamen honden om de

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

10

hoek kijken. In de uitleg die is gegeven door de ambtenaar – merkwaardig overigens dat die niet gewoon in het voorstel is verwerkt – komt nu ineens een locatie uit de hoge hoed, blijkbaar de Aert van Nesstraat/Evertsenstraat, die overigens zomaar nog steeds aan de Nijverheidstraat zou kunnen liggen; op het kaartje kan hij maar één plek ontdekken waar het zou moeten zijn, maar dat terzijde. Wat lost dit kleine plekje nou op in het kader van de verkeersveiligheid? Daarbij komt dat de hondeneigenaren langs de Nijverheidstraat al lang zelf een oplossing hebben bedacht: ze hebben gewoon een olifantenpaadje gemaakt dat elk jaar steeds verder wordt uitgelopen. Daarmee zijn ze van het fietspad af en juist dié wandelaars hebben niet met verkeersonveiligheid te maken. Als daar een omheinde plek wordt neergezet, zal de losloopzone langs de Nijverheidstraat volgens hem niet verdwijnen, dus uiteindelijk lost het helemaal niets op. Het bovenstaande klinkt misschien wat negatief, maar dat komt omdat hij had verwacht dat na de raadsvergadering op de vragen zou zijn ingegaan en er een nieuw voorstel zou komen waarover dan van gedachten had kunnen worden gewisseld. Dat mist hij echt. Alleen een opmerking van de initiatiefnemer in de trant van “dat moet dan nog worden aangepast” komt de behandeling in deze commissie zijns inziens niet ten goede.

Het zal wel niet zo bedoeld zijn, maar het lijkt nu een beetje alsof, omdat op dit moment meer aan inkomsten binnenkomt bij de hondenbelasting dan eruit gaat, op zoek wordt gegaan naar dingen om het geld aan te besteden en zo het evenwicht in de doelbelasting te herstellen. De initiatiefnemen roept hij op het stuk eventueel terug te nemen en met een gedegen voorstel terug te komen dat duidelijk maakt wat precies de bedoeling is met de hondenuitlaatplaatsen, speelplaatsen, of whatever. De VOORZITTER constateert dat zowel vragen zijn gesteld aan de initiatiefnemer als aan de wethouder. Zij geeft het woord allereerst aan de initiatiefnemer. De heer KOLSTER licht toe dat hij met het schrijven van dit stuk heeft willen aangeven dat hij een probleem heeft geconstateerd dat hij wil oplossen. Aan de hand van een concreet voorbeeld – in dit geval de Nijverheidstraat – heeft hij daarbij geschetst hoé hij die oplossing ziet. Achteraf bezien had hij er beter aan gedaan het wat algemener te houden en gewag te maken van het zoeken naar “een locatie”. Degenen die hebben gevraagd waarom hiermee een proef wordt voorgesteld zou hij de vraag willen voorleggen: als u iets doet wat niet werkt, gaat u er dan mee door? Hij neemt aan dat het antwoord ontkennend zal luiden.

Waar hem is gevraagd eerst eens te inventariseren wat de meest onveilige plakken zijn in Capelle en daarmee aan de gang te gaan, merkt hij op dat hij de ambtenaren heeft gevraagd te inventariseren welke plek in Capelle geschikt zou zijn om deze proef te draaien. Zij zijn vervolgens met deze locatie gekomen. Dat de heer Oudshoorn een beetje allitereerde met de titel van het voorstel, vond hij wel leuk. In reactie op diens vraag naar de link met veiligheid, verwijst hij naar wat de heer Vlot vertelde over het aanrijden van een hond op een andere weg. Verder weet hij dat de heer Tiesma in het Schollebos een keer in de enkel is gebeten door een hond, waarvan deze overigens geen aangifte heeft gedaan bij de politie. Van dat soort kleine ongelukjes wordt vaak geen aangifte gedaan en die incidenten komen dus ook niet terug in de getallen over ongelukken, enz. Volgens mevrouw Weemhoff zou het ontbreken van een voetpad ter plekke het grootste probleem zijn. Die conclusie laat hij graag aan haar. De VVD is inderdaad voorstander van het afschaffen van de hondenbelasting. De wethouder heeft hij inmiddels gevraagd voor de voorjaarsnota te komen met een voorstel ter zake. Tot de heer Eilander merkt hij op dat het initiatiefvoorstel natuurlijk niet is bedacht om budgetten op te vullen.

Uitgerekend de VVD, die van de financiën is, zal vanzelfsprekend niet op zoek gaan naar methoden om extra geld uit te geven. Capelle volzetten met hekken zal natuurlijk niet gebeuren. Zoals eerder, ook door de heer Middelkoop, aangegeven, worden de eisen in het hondenbeleid over de bestaande kaart gelegd met de regels uit het initiatiefvoorstel, waaruit dan maximaal vijf plekken zullen resulteren waar ten behoeve van de veiligheid een hekwerk zou kunnen worden neergezet.

Commissie Stadsontwikkeling en -beheer maandag 17 mei 2021

Pagina:

11

Ten slotte deelt hij mede dat de kritiek die vanuit de commissie is gekomen voor hem aanleiding is het stuk nu terug te trekken en te herschrijven. Hij hoopt na het zomerreces met een voorstel te komen dat breder gedragen zal kunnen worden door zijn collega’s. Mevrouw WEEMHOFF geeft in overweging in het nieuwe voorstel ook te bezien of een en ander met een voetpad zou kunnen worden opgelost. De VOORZITTER verzoekt de wethouder in te gaan op de vragen die aan zijn adres zijn gesteld. Wethouder WILSON verwijst de heer Tiesma naar aanleiding van diens opmerkingen over de regels naar de website, waarop zowel de huidige als de nieuwe regels én de huidige kaart zijn vermeld. Uiteraard zullen alle regels nog een keer duidelijk worden uitgelegd in de IJssel- en Lekstreek. Hoe het CDA erbij komt dat er een onderzoek zou komen, is hem een raadsel. Wel is toegezegd dat zal worden bekeken of er meer omheinde hondenuitlaatplekken kunnen komen. Mogelijk kan omheiding rond de uitlaatzone zorgen voor een veilig en optimaal gebruik van deze ruimte. In de evaluatie was als verbeterpunt opgenomen: “Verzoeken van bewoners om meer of andere voorzieningen pakt de gemeente op, waarbij ook rekening wordt gehouden met het voorkomen van mogelijke overlast”.

Volgens hem was het voorstel van de heer Kolster daarvoor ook bedoeld; die had met een aantal bewoners van Capelle-West gesproken en daar bleek behoefte aan te bestaan. Inmiddels is het initiatiefvoorstel ingetrokken. Waar de heer Kolster echter heeft aangegeven het na de zomer nog een keer te willen proberen, beveelt hij aan het breder te trekken en het op te pakken bij het programma Buitenruimte. Er zal namelijk een wijkschouw worden gedaan en dan kan meteen worden meegenomen hoe de hondenbezitters van die wijken ertegen aankijken. Wat de financiën betreft, moet hij op een kleine omissie wijzen. De hondenbelasting levert inderdaad ongeveer 300.000 euro op, maar wat aanvankelijk even over het hoofd is gezien, is dat ook aan kwijtscheldingen wordt gedaan. Een bedrag van ongeveer 21.000 euro wordt kwijtgescholden en het zal duidelijk zijn dat dan niet zo heel veel overblijft als al 275.000 euro wordt uitgegeven aan het hondenbeleid. Als vanuit de wijken straks verzoeken komen voor een hondenuitlaatzone, het aanleggen daarvan circa 8.000 euro kost, dan zullen daarvoor netjes via de reguliere weg aanvragen worden gedaan via de raad bij de voorjaars- of najaarsnota. De heer VLOT geeft te kennen dat dit wat hem betreft eerder in gang zal moeten worden gezet dan pas na het zomerreces.

Wat betreft de inkomsten uit de hondenbelasting, merkt hij op dat er meer geld naar de gemeentekas zou vloeien om het hondenbeleid te kunnen uitvoeren als door handhaving strenger zou worden opgetreden. De VOORZITTER beveelt aan dit onderwerp op een ander moment aan de orde te stellen. Mevrouw LAUW SCHOUTEN komt terug op wat de heer Kolster eerder zei over ambtenaren die in Capelle naar de locaties zouden hebben gekeken. Zij is benieuwd hoe dat is gebeurd, want zij is het met de heer Kolster eens dat er een paar heel gevaarlijke uitlaatzones in Capelle zijn. Er zijn weliswaar nog geen ongelukken gebeurd, maar zij vraagt zich af of daarop gewacht moet worden. De heer KOLSTER antwoordt dat, als een ambtenaar hem zegt dat dit onderzocht is, hij dat voor waar aanneemt. Hij heeft niet gevraagd hóe dat onderzoek is uitgevoerd. 8. Rondvraag Van de rondvraag wordt geen gebruikgemaakt. 9. Sluiting De VOORZITTER sluit te 22.12 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 28 juni 2021, de secretaris, .

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10264165/1