02.01 - Conceptverslag commissie BVM 25 januari 2021 - Openbaar
Tekst van het document
De heer VAN BUUREN leidt uit dat antwoord af dat de infovoorziening aan de raad accurater had gekund door de raad meer mee te nemen in prijsstijgingen en vraagt of hij de toezegging mag krijgen dat de wethouder daarop in de toekomst alerter zal zijn en de raad in realtime meer wordt meegenomen. Wethouder VAN VEEN zegt dat toe. Zoals de heer Jaliens verwoordde was er sprake van een dynamische aanbesteding, met prijsstijgingen en verbeteringen. Hij zegt toe het inkoopbeleid aan de hand van de bevindingen tegen het licht te houden. Er zijn wel degelijk referenties ingewonnen en hij weet niet waarom de Rekenkamer die niet kon vinden. De bouwer van het IJsselcollege heeft ook het zwembad Aquapelle gebouwd. Er is informatie ingewonnen bij de gemeente Rotterdam, WME en Hellebreker uit Papendrecht. Voor de begane grond van het gemeentehuis heeft de aannemer hoger beroep aangetekend, zodat hij voorzichtig wil omgaan met de daarover te bespreken zaken. Over de bouwer daarvan is informatie ingewonnen bij Erasmus MC, de Muziek Academie in Den Haag en expertisecentrum Mariahoeve.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/408500
pagina: 14 van 15
De bouwer schreef in op een moment dat de economie zich op een dieptepunt bevond. Die huurde zzp’ers in en die prijs steeg ineens. Daarom is de rechter verzocht de overeenkomst te beëindigen. De heer HOLKAMP vraagt zich af waarom de Rekenkamer die referenties niet onder ogen kreeg en de wethouder wel, temeer daar er ambtelijke wederhoor heeft plaatsgevonden. De heer HOFSTRA bevestigt dat de referenties er wel zijn, maar die niet zijn gecontroleerd. Dat is wat de Rekenkamer in het rapport heeft opgeschreven. Wethouder VAN VEEN hoort van zijn ambtenaren dat referenties allemaal zijn nagebeld. De heer HOLKAMP is benieuwd hoe zo’n referentiecheck plaatsvindt en meent dat vragen dan heel precies moeten zijn om een goed beeld van de leverancier te krijgen. Wethouder VAN VEEN kent degene die de referenties heeft opgevraagd. De heer VAN BUUREN stelt voor dat de Rekenkamer en het college voor de raadsvergadering over referenties met een gezamenlijke verklaring komen. Wethouder VAN VEEN zegt dat toe. De heer HOFSTRA wijst op de feiten dat in vertrouwelijke interviewverslagen is aangegeven dat niemand wist of referenties zijn gevraagd. Er is ook geen verslag gevonden waarin die feiten zijn vastgelegd. Feiten worden ook niet anders in een gezamenlijke verklaring. Volgens wethouder VAN VEEN hangt dat af van aan wie men vragen stelt.
Hij gaat vervolgens in op de kredietinformatie van Graydon, welke informatie hij heeft aangetroffen. De heer HOLKAMP vraagt waarom de collegereactie vermeldt dat het een momentopname is en die informatie soms niet wordt opgevraagd. Wellicht moet die informatie altijd worden opgevraagd, gezien er in de afgelopen jaren ook aanbieders failliet zijn gegaan. Wethouder VAN VEEN stelt voor de Graydon-informatie bij grotere kredieten vergezeld te laten gaan van referenties, die ook uit gemeenten kunnen bestaan. Hij zegt een plan van aanpak toe voor het implementeren van de aanbevelingen van de Rekenkamer. Of dat plan van aanpak binnen vier of vijf maanden er komt weet hij niet. Aanbevelingen neemt hij over, omdat het college daarvan beter wordt. De heer STEVENS is blij met de toezegging en denkt niet dat over de termijn van vier of vijf maanden te twisten is. In artikel 10, lid 6 van de Referendumverordening staat namelijk die termijn van vier maanden. Wethouder VAN VEEN zegt dat toe en moet daarvoor wel de ambtelijke capaciteit hebben. Hij vraagt wat de heer Van Buuren bedoelt met zakelijke omgang. De heer VAN BUUREN licht toe dat de omgang van de gemeente met private opdrachtnemers aan zakelijkheid opnieuw te wensen overlaat.
Het gaat om het systematische verzamelen van verantwoordingsinformatie, informatie over de kwaliteit van de dienstverlening, handhaven en waar nodig hanteren van overeengekomen sancties. Het rapport bevat veel indicaties dat de gemeente niet altijd kiest voor een zakelijke opstelling, maar een informele opstelling. Soms is een meer zakelijke aanpak nodig. Wethouder VAN VEEN laat weten dat uit het voorliggende rapport over Aquapelle toezeggingen van het college zijn voortgekomen. Een andere keer is de omgang van de gemeente met aanbieders zakelijker aan te pakken. Op een evaluatie over de aanbesteding van het gemeentehuis heeft de raad recht, maar die kan er pas komen als de rechtszaak achter de rug is. Hij begrijpt niet dat de Rekenkamer zegt dat de problemen met de verbouwing van het gemeentehuis niet terug te leiden zijn tot de wijze van aanbesteding, maar tot de uitvoering van werkzaamheden, omdat het rekenkameronderzoek zich op de aanbesteding richt en niet op de uitvoering, terwijl het in de uitvoering is misgegaan. Het college is het niet eens met de conclusies uit het rapport en dat is zijn vrijheid. Een aantal punten neemt het college wel mee. De heer STEVENS meent dat de feiten en conclusies in het rapport kloppen en vraagt of het college patronen niet terugziet in conclusies.
Wethouder VAN VEEN laat weten dat de overgenomen aanbevelingen de werkwijze onderschrijven en voorzien in optimalisatie en aanscherping van beleid. Het college kan het alleen maar beter doen. Hij wil aanbevelingen tegen het licht houden om het lerend vermogen in de organisatie ingebed te krijgen. Het college heeft de raad echter nimmer misleid. Dat vindt hij een overtrokken conclusie. Het college heeft wat betreft Aquapelle gekozen om € 3,9 miljoen in een voorstel voor te leggen en had informatie dat het eerder door de raad geaccordeerde bedrag te laag zou kunnen zijn. Er kwam druk vanwege het geen bouwer kunnen vinden voor het zwembad. Vanwege betere materialen en extra eisen is het complex duurder geworden. Het college heeft toen besloten het bedrag van € 3,9 miljoen aan de raad voor te leggen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/408500
pagina: 15 van 15
Wethouder WILSON deelt mee dat de gemeente bij de quasi inbesteding over afval heeft besloten zelf het beleid te blijven bepalen. Zo blijven keuzes en wensen van de raad en college eenvoudig en uitvoerbaar. Hoewel Irado ondersteuning biedt en aanbevelingen doet is het aan de gemeente hier iets mee te doen. Dat is ook zo vastgelegd in de begroting en de dienstverleningsovereenkomst. De twee afvalactieplannen laten ook duidelijk zien dat de gemeente aan zet is en dat Irado moet helpen bij de uitvoering. Juist in het actieplan is het scheidingspercentage vastgesteld. De Rekenkamer stelt dat de gemeente bij Wmo-hulpmiddelen bewust een marktpartij heeft uitgesloten en dat is volgens hem beslist niet het geval. In het aanbestedingsdocument zijn eisen opgenomen waaraan een leverancier voor hulpmiddelen moet voldoen Deze eisen zijn voor alle geïnteresseerde marktpartijen transparant, wat een level playing field oplevert, ofwel dat iedere eis voor iedere geïnteresseerde marktpartij geldt. Dat was ook het uitgangspunt bij de aanbesteding en conform de geldende regelgeving. Uiteraard waren er veel klachten over één bepaalde marktpartij. Hij kan zich daarom goed voorstellen dat het vorige college heeft gekeken hoe die te voorkomen zijn. Dat is niet om een marktpartij buiten de deur te houden, maar om zorgcowboys buiten de deur houden.
Wat betreft de informele sturing acteert het college proactief op signalen en gaat dat direct in gesprek met een aanbieder. Niet alle meldingen zijn dan ook opgenomen in een registratie, maar er zijn directe gesprekken om juist verdere escalatie en klachten te voorkomen. Daarmee acteert het college oplossingsgericht, waarmee de dienstverlening steeds op een hoog niveau is gebleven, wat ook blijkt uit het lage ingediende aantal klachten. Deze werkwijze resulteert juist in continuïteit van de dienstverlening en is juist gericht op Capellenaren goed willen helpen. Ook signalen van raadsleden zijn altijd direct opgepakt. Die lijnen zijn heel erg kort, erg prettig en wil hij zeker onderhouden. Bij de opstelling in 2016 van de aanbestedingsdocumenten voor de Wmo-hulpmiddelen was er landelijk nog geen sprake van een adequate monitoring van de dienstverlening in het sociaal domein. Daaruit blijkt ook het lerende vermogen. Inmiddels is sprake van kwaliteitscontrole van de dienstverlening door de GGD en zijn er een functionaris rechtmatigheid en een contractbeheerder aangesteld. Een speerpunt van het college is deze monitoring te optimaliseren en daarmee het zicht op de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren.
De kwaliteit van de uitvoering van de opdracht voor Wmo-hulpmiddelen wordt gemonitord om zo voldoende zicht te hebben op de klanttevredenheid van cliënten en zo nodig bij te sturen. Bruikleenovereenkomsten, offertes, facturen en afleverbonnen worden gecontroleerd. Tegelijkertijd wordt gecontroleerd op inhoud van de offertes, zoals mogelijke verschillen tussen opdracht, uitvoering en de levertijden. Daarnaast wordt elk jaar een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Ook heeft de gemeente een klachtenprocedure ingericht. Hij herkent zich totaal niet erin dat in het sociale domein te informeel zou worden gehandeld. Er wordt gewerkt met dienstverleningsovereenkomsten en prestatieafspraken. Daarover zijn informele gesprekken, maar vooral formele gesprekken, die plaatsvinden met ambtenaren en de wethouders. Informeel pakt hij dingen op en gaat hij het gesprek aan met een leverancier. Als die niets opleveren pakt hij het op via de formele lijn. Als dat niets oplevert, komen er boetes om de hoek kijken. In alle casussen is nooit gebleken dat er boetes moeten worden opgelegd. Daarom is er volgens hem verwarring en dat ambtenaren vinden dat problemen zijn opgelost en boetes geen zin meer hebben. 6. Rondvraag Er zijn geen vragen. 7. Schorsing De VOORZITTER schorst na overleg met de commissie de vergadering om 00.00 uur tot 26 januari om 20.00 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 8 maart 2021, de secretaris, de voorzitter,