02.01 - conceptverslag commissie BVM 221017
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 17 oktober 2022 in de Van Polanenzaal van het gemeentehuis, Rivierweg 111, aanvang 21.30 uur Aanwezig zijn als:
voorzitter
de heer mr. P.M.D. Weijers;
volksvertegenwoordigers
de heer J. van der Heide MSc, raadslid Leefbaar Capelle; de heer W. Vervat, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer mr. B.J. Vrouenraets, burgerraadslid D66; de heer L.C.A. Anink, raadslid VVD; de heer G.M. Veenema LLM MSc, burgerraadslid SGP; mevrouw M. Aktaş, raadslid GroenLinks; mevrouw M.O. Pengel LLB, raadslid Capels Bewoners Belang; mevrouw A.V.A. Raaijen, burgerraadslid PvdA; de heer drs. J. Visscher, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer ing. J.F. Breepoel, burgerraadslid SP; mevrouw T. Sormaz, raadslid BVNL;
secretaris
de heer S.G.V. Schouten;
griffie
mevrouw drs. T.A. de Mik;
portefeuillehouders
de heer mr. P. Oskam, burgemeester;
notulist
de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 4 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen van de vergaderingen commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 12 september 2022 gecombineerde commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen en commissie Samenleving en Economie van 12 september 2022 Wat betreft het verslag van de gecombineerde commissievergadering is door de heer Visscher van de ChristenUnie aangegeven dat niet hij maar de heer Frieser van BVNL de opmerking over een fancy website voor de jeugd heeft gemaakt (pagina 7). Het verslag is daarop inmiddels aangepast. De verslagen worden vervolgens vastgesteld.
684926/967437
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 2 van 12
3. Spreekrecht inwoners. Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen (MRDH, Veiligheidsregio Rotterdam-Den Haag, IJSSELgemeenten financiën en ICT, Politie) Er zijn geen mededelingen. 5. Corona Burgemeester OSKAM deelt mee dat de aantallen besmettingen weer oplopen. Mensen krijgen de gelegenheid zich opnieuw te laten inenten en oproepen worden daartoe verzonden. 6. Motie vreemd aan de orde Inleving (ingediend door Capels Bewoners Belang in de raadsvergadering van 7 juni 2022 Mevrouw PENGEL licht de motie Inleving toe, die zij in de raadsvergadering van 7 juni jl. indiende. Daarin vraagt zij aandacht voor het herdenken en vieren van de afschaffing van de slavernij. Het belang van de motie is de schreeuw van de nazaten van de tot slaaf gemaakten om publiekelijke erkenning van het menselijk leed. Deze schreeuw vanuit de gemeenschap laait steeds verder op. Een noemenswaardig aantal inwoners is nazaat van de trans-Atlantische slavernij en de daaropvolgende contractarbeid en slavernij door de VOC. Nazaten stellen anno 2022 nog steeds te worden gezien in de positie van ondergeschikt, minderwaardig en er niet toe doende. Men voelt zich gedoogd, maar niet geaccepteerd. Veel nazaten van slavernij en contractarbeid, maar ook andere migranten van kleur krijgen nog steeds te maken met discriminatie op grond van hun huidskleur.
Deze ervaringen vormen helaas vaak genoeg een belemmering om naar behoren mee te doen ter verbetering van hun maatschappelijke positie. Dit zijn ervaringen die een inclusieve samenleving in de weg staan. Uiteindelijk ondervinden allen daarvan last. Om deze ervaringen aan te stippen citeert zij uit het onderzoeksrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat recent uitkwam, genaamd ‘Gevestigd, maar niet thuis’: “Mensen met een migratieachtergrond die al langer in Nederland wonen of zelfs hier zijn geboren ervaren vaak discriminatie vanwege hun afkomst. De helft van hen vindt Nederland geen gastvrij land voor mensen met een migratieachtergrond. De grootste onderzochte groepen zijn de mensen met een Surinaamse, Caribisch-Nederlandse, Turkse en Marokkaanse achtergrond. Zij worden de gevestigde groepen genoemd, waarvan velen al langer in Nederland wonen of hier zijn geboren. Hoewel in vergelijking met hun ouders opleidingsniveau en de arbeidsmarktpositie van de tweede generatie sterk zijn verbeterd ervaart deze groep juist meer uitsluiting en discriminatie. Er is sprake van een integratieparadox. Juist degenen met een betere sociaal-economische positie voelen zich het vaakst buitengesloten.” Zij merkt hierbij op dat haar motie in eerste instantie gericht is op de Surinaamse en Caribische Nederlanders als nazaten van tot slaaf gemaakten.
Voor zover haar vooronderzoek reikt werden overige groepen niet op die wijze gekolonialiseerd en in slavernij gehouden. Desondanks dient de motie mede in het belang van alle genoemde groepen ter bestrijding van de moderne vormen van slavernij, ten behoeve van een inclusieve samenleving en uiteindelijk in het algemeen belang. Zij benadrukt dat er nog een enorme slag is te maken richting een inclusieve samenleving. In 2005 rondde zij een hbo-studie af middels onderzoek naar door niet-Westerse migranten ervaren belemmeringen bij hun pogingen tot sociale stijging. De uitkomst uit het rapport ‘Gevestigd, maar niet thuis’ bevestigt de uitkomst uit haar onderzoek uit 2005. Temeer wordt hiermee de slag die nog moet worden geslagen na zeventien jaar bevestigd. Vervolgens legt zij uit waarom in de motie de vergelijking is gemaakt met de Tweede Wereldoorlog. Bij het zoeken van verbinding en het aankondigen van 1 juli, waarop de herdenking en de viering van de afschaffing van de slavernij plaatsvindt, wordt steevast gevraagd waarom dat nog wordt gevierd, omdat het al zo lang geleden is. De ernst van hetgeen zich tijdens de slavernij afspeelde lijkt door deze vragen te worden doorgehaald. Dat doet immens pijn. Of die vragen te maken hebben met achteloosheid, gebrek aan kennis of juist een gebrek aan inleving laat zij in het midden.
Bij die vragen ‘Waarom vieren jullie dat nog?’ en ‘Het is toch zo lang geleden?’ schiet het beeld van mensen die van huis en haard werden verdreven voorbij. Van mensen wiens cultuur uit elkaar werd gerukt. Van families die van elkaar werden gescheiden. Van gebruiken en gewoontes die met voeten werden getreden. Van mensen die tijdens de overzeese reis overboord werden gegooid. Van mensen die de overtocht niet haalden vanwege uitbraken van ziektes.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 3 van 12
Van mensen die onder erbarmelijke omstandigheden in de hitte moesten werken. Ook schieten beelden voorbij van lijfstraffen, waaronder het vierendelen en het leed dat vrouwen en meisjes werd aangedaan door verkrachting. Hoewel de slavernij zich zo lang geleden afspeelde is zij in andere vormen nog steeds onder ons aanwezig, mede gelet op de uitkomsten uit het onderzoek ‘Gevestigd, maar niet thuis’ en getuige de signalen uit de gemeenschap. Om praktische als om logische redenen wordt de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog gemaakt. De slavernij en de Tweede Wereldoorlog hebben de mensonterende, barbaarse en ronduit criminele mishandelingen gemeen. Mensen werden als handelswaar opgepakt en gebrandmerkt. Het verschil tussen de slavernij en de bevrijding is erkende en jaarlijkse publiekelijke herdenking en de viering van de bevrijding. Ten derde dient zij de motie in vanuit verschillende rollen als haar bijdrage aan een inclusieve samenleving. Zij is zeventien jaar werkzaam bij de gemeente Rotterdam, waarvan drie jaar met bijzondere doelgroepen, waaronder vrouwen in de vrouwenopvang en blijf van mijn lijfhuizen. Er gaat veel goed dankzij het ruime aanbod aan overheidsvoorzieningen. Zo heeft ook de gemeente Capelle een ruim aanbod aan voorzieningen. Desondanks is sprake van groepen achtergestelden en achtergeraakten die niet meedoen.
Als raadsvrouw is zij bekend met de sores van burgers op diverse leefgebieden, waaronder financiën en op maatschappelijk vlak. Tijdens haar spreekuren geven haar cliënten ook signalen af zoals die uit het onderzoeksrapport waaruit zij citeerde. Helaas vormt Capelle hierop geen uitzondering. Persoonlijk omarmt zij het belang van zelfredzaamheid. Dit vanwege haar kijk op het leven en de waarde van de persoon als mens die centraal staat. Graag levert zij een bijdrage aan het vinden van de weg in de maatschappij, maar nog meer aan het grijpen van kansen die er voor mensen liggen. Dat ook zij die dit ontberen mogen gaan ervaren hoe mooi het is om het leven te leven. Ten vierde vindt zij het van belang de herinnering aan de slavernij en de gevolgen hiervan levend te houden om zo bewustwording en begrip voor elkaar te creëren. Tot slot is zij er van overtuigd dat de gemeenteraad het unaniem van essentieel belang vindt dat alle burgers zonder aanzien des persoons en naar beste kunnen mogen meedoen. Meedoen, participatie of wel inclusie vormt elke periode terecht een hot item. Samen bouwen aan Capelle, waar iedereen de kans krijgt zichzelf te zijn en waar men niemand laat vallen. Goed leven in Capelle begint met je er thuis te weten. We leggen de nadruk op vergaande betrokkenheid en inbreng van bewoners. Samen recht doen in Capelle.
Als gemeenteraad zou men het Capelse hart moeten laten kloppen. Men moet niet alleen signalen verzamelen, maar de mensen echt betrekken. Zij wil samen bouwen aan een gedeelde toekomst. De gemeente stelt de nodige middelen beschikbaar voor participatie. Toch krijg men bepaalde groepen of burgers helaas niet mee. Dat raakt de gemeenschap. Zij is ervan overtuigd dat aandacht voor de herdenking en viering van de slavernij zal bijdragen aan de zo nodige inclusieve samenleving, waarin mensen zich kunnen herkennen en waarin men zich gezien, gehoord en geaccepteerd zal weten om mee te doen. De gemeenteraad staat ten dienste van de gemeenschap, omarmt vernieuwing die een toegevoegde waarde heeft en beweegt waar nodig met de samenleving mee. De gemeente Capelle dient met de herdenking en viering van het afschaffen van de slavernij het algemeen belang. Men zou er trots op mogen zijn als de gemeente ook op dit vlak een gedeelde vooraanstaande positie inneemt. Op 1 juli 2023 zal het precies 150 jaar geleden zijn waarop de slavernij door Nederland werd afgeschaft. Dat zou een mooi startpunt leveren voor een mooie Capelse traditie. Burgemeester OSKAM brengt het collegestandpunt naar voren. Hem is gevraagd onderzoek te doen en de nodige inzet te plegen om erkenning, een jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij mogelijk te maken.
Het college heeft gekeken of de gemeente Capelle een geschiedenis heeft op dat gebied en of zij de Surinaamse en Caribische mensen tegemoet kan komen in wat ze aan haar vragen. Wat betreft de erkenning hebben tot op heden het Rijk en de gemeente Rotterdam en Amsterdam excuses aangeboden en betrokkenheid bij de slavernij toegegeven. In Rotterdam is dat gedaan nadat uitgebreid en onafhankelijk onderzoek is gedaan naar het koloniale en slavernijverleden van de stad. Toen onomstotelijk vaststond dat Rotterdam daarvoor aan de lat stond heeft het bestuur gezegd dat ruiterlijk te erkennen. Bij een dergelijke erkenning is het uitgangspunt dat dat voor Capelle ook het geval moet zijn. Het heeft namelijk geen enkele toegevoegde waarde om willekeurig sorry te zeggen als de gemeente er weinig mee te maken heeft.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 4 van 12
Het moet dus betrekking hebben op bestuurlijke en fysieke gebeurtenissen, waarvoor het gemeentebestuur verantwoordelijk is. De Historische Vereniging is gevraagd onderzoek te doen en die zegt geen weet te hebben van een Capels slavernijverleden. Wel is bekend dat Johan van der Veeken, een Rotterdams koopman en heer van Capelle en Nieuwerkerk, tussen 1612 en 1616 betrokken was bij slavenhandel. Het collegestandpunt is dat Van der Veeken Rotterdammer is, die in Capelle een soort buitenverblijf had, het Slot van Capelle. Dat slot kwam overigens pas klaar toen hij overleed. Van der Veeken was bewindhebber van de VOC-Kamer. Er waren wel contacten met Capelle, maar hij vindt niet dat Van der Veeken het slavernijverleden in stand heeft gehouden of daaraan heeft meegedaan. Dat gebeurde allemaal vanuit Rotterdam. Wel is er in Capelle een zaal naar Van der Veeken genoemd. Vervolgens gaat hij in op de herdenking. In de overwegingen in de motie is de benadering gekozen van de 4 en 5 mei-herdenking van de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers daarvan. Dat klopt echter niet, omdat op 4 en 5 mei alle Nederlandse slachtoffers van oorlog- en vredesmissies worden herdacht sinds de Tweede Wereldoorlog. De overweging om het slavernijverleden en de slachtoffers daarvan ook op 4 en 5 mei mee te nemen vindt hij niet passend.
4 en 5 mei gaan over oorlog en vredesmissies en niet over ander ongewenst gedrag. Landelijk en regionaal worden wel herdenkingen georganiseerd. De gemeente Rotterdam doet dat jaarlijks op 30 juni en ook alle mensen uit Capelle zijn daarvoor uitgenodigd. Hijzelf krijgt altijd daarvoor een uitnodiging. Hij vraagt mevrouw Pengel of het herdenkingsmoment in de regio in voldoende mate voorziet in de gevoelens van pijn bij de Surinaamse en Caribische bevolking. Op 1 juli jl. was er een mooie viering in Schollevaar en wethouder Wilson was daar present. Tegenover zo’n viering staat het college positief. Uitgangspunt is wel dat het initiatief uit Capelle zelf moet komen. Dan kan er ook een aanvraag worden ingediend voor subsidie uit het evenementenbudget. De gemeente kan haar netwerk aanboren om andere partijen te laten aanhaken om naar verbinding te zoeken en reclame maken voor de herdenking. Het Capels gemeentebestuur is dus niet voor slavernij of moderne slavernij verantwoordelijk, in de zin dat er een formele erkenning of excuses op zijn plaats zouden zijn. Dat zou heel lichtvaardig zijn en zou ook geen enkele waarde hebben. Mensen die daaraan behoefte hebben kunnen aansluiten bij de Rotterdamse herdenking. Qua viering van de afschaffing van de slavernij kan men gezamenlijk kijken wat de gemeente kan ondersteunen. Wellicht kan mevrouw Pengel de motie intrekken.
Mevrouw SORMAZ sluit zich in grote lijnen aan bij het Capelse college. In Nederland werden geen slaven gehouden of verhandeld, zeker niet in Capelle. Dat gebeurde op plantages in overzeese gebieden. Die waren niet in eigendom van de staat, maar van particuliere handelsondernemingen als de VOC en de WIC. BVNL vindt dat de Nederlandse staat daarvoor niet aansprakelijk gesteld kan worden. De meeste voorouders waren ook arm en afhankelijk van diezelfde ondernemers. Die werden ook hard en genadeloos door hen uitgebuit. Zij wil niet bagatelliseren dat er mensen door hun afkomst benadeeld zijn en zij keurt dat ook ten zeerste af. Dat gebeurt echter bij veel mensen van verschillende komaf. Op dit moment vindt zij dat excuses zoveel eeuwen na dato juist meer afstand creëren. Tegenwoordig wordt alles discriminatie of racisme genoemd, maar op een gegeven moment gaat het te ver van de gebeurtenis af staan, zonder dat zij daarmee iemand tekort wil doen. Zij vindt het niet allemaal zwart/wit en er is ook een groot grijs gebied. Mevrouw RAAIJEN stelt dat de schade van het slavernijverleden niet alleen onderdeel is van de geschiedenis, maar nog steeds doorwerkt in het leven van de inwoners en daarmee ook in de maatschappij. Wat de PvdA betreft hoort de herdenking op 1 juli dan ook overal, ook in Capelle, plaats te vinden.
Daarnaast is het belangrijk om ook op scholen en andere openbare plekken extra aandacht te besteden aan het onderwerp slavernij in heden en verleden en de gevolgen daarvan voor mensen. Juist door elkaar te leren kennen kan men verbinding kweken. Bijvoorbeeld is een bezoek te brengen aan het prachtige slavernijmonument in Rotterdam. De overwegingen en constateringen die betrekking hebben op de link tussen de slachtoffers van de oorlog en de slachtoffers van het slavernijverleden wil zij los laten. Daarom wil zij mevrouw Pengel verzoeken om die anders te verwoorden. De PvdA gaat met de motie akkoord en wil die graag mee ondertekenen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 5 van 12
De heer VAN DER HEIDE ziet dat zijn reactie grotendeels overeenkomt met de opmerkingen van de burgemeester. Leefbaar Capelle vindt het herdenken of vieren van de afschaffing van de slavernij belangrijk. Op dit moment zijn er al diverse initiatieven, zoals afgelopen 1 juli in het wijkcentrum op het Maria Danneels erf. Te lezen was dat het erkennen van de afschaffing van de slavernij door de gemeenten Amsterdam en Rotterdam al is gedaan. De gemeente Delft doet momenteel onderzoek naar de directe betrokkenheid bij slavernij. Premier Rutte heeft recent een bezoek aan Suriname gebracht, maar heeft bewust gewacht met het maken van excuses. Diverse Surinaamse instanties vinden het ook verstandig dat de premier dat op dit moment niet doet, omdat hij op een later moment speciaal naar Suriname moet afreizen om die excuses alsnog te maken, maar dat eerst nog een grondig voortraject nodig is. De motie verzoekt het college de nodige inzet te plegen. Het is mogelijk om een financiële bijdrage te vragen en op ieders eigen wijze uiting te geven aan de viering of herdenking van het slavernijverleden. Leefbaar Capelle heeft geen signalen ontvangen van directe betrokkenheid van de gemeente of bedrijven uit Capelle en ziet voldoende mogelijkheden om de herdenking en viering op een eigen manier te organiseren.
De fractie wil daarom niet voorsorteren op de excuses die de premier naar verwachting zal maken en het vervolg dat daaruit zal ontstaan voor herdenking, erkenning en viering van de afschaffing van de slavernij. De heer VROUENRAETS is het helemaal eens met de burgemeester. De heer ANINK merkt op dat de getrokken analogie met de herdenking van de Tweede Wereldoorlog bij de VVD-fractie niet goed is gevallen. Dat doet niet af aan de pijn en emoties die heel veel Nederlanders voelen, die deze vanuit de erfelijkheid overgedragen hebben gekregen. Hij vraagt hoe ervoor te zorgen is dat Nederlanders begrijpen wat er in het verleden is gebeurd en welke pijn dat betekent voor de huidige generaties. Er is heel veel onwetendheid. Hij heeft bijvoorbeeld niet hetzelfde gevoel als mevrouw Pengel en dat is zo voor heel veel Capellenaren. Daarom vraagt hij haar mee te denken over hoe de Capelse inwoners op een neutrale manier daarmee kennis kunnen maken. Dat is breder dan alleen maar het herdenken van de gruwelijkheden. Het gaat dan om de pijn die nu gevoeld wordt en die nu in de mensen in Capelle doorleeft. Mevrouw DEN ENGELSMAN kan zich in grote lijnen vinden in de uiteenzetting van de burgemeester en in de woorden van de heer Anink. Ook het CDA neemt afstand van de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog.
Ook het CDA wil Capelle kennis laten maken met het verleden, wat misschien te weinig is gedaan. Er zou begrip kunnen ontstaan voor wat er leeft in de Surinaamse en Caribische gemeenschap. Zelf probeert zij over te dragen om zich aan artikel 1 van de Grondwet te houden. Het gaat niet alleen om pijn, maar ook om verder met elkaar te kunnen gaan. Het gaat haar om het brede gevoel om respectvol met elkaar om te gaan als iemand anders is. Zij hoopt dat mevrouw Pengel het advies om de motie in te trekken tot zich wil nemen. De heer BREEPOEL staat positief tegenover de strekking van de motie over het herdenken van de slavernij en de viering van de afschaffing daarvan. Door slavernij is een heleboel mensen leed toegebracht. Om dat leed niet te vergeten en de nog steeds plaatsvindende discriminatie een plaats te geven lijkt de SP een herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij zeer nuttig. De heer VISSCHER is van mening dat de afschaffing van de slavernij in 1863 een gebeurtenis is waarbij men stil moet staan. De jarenlange ontmenselijking heeft veel leed veroorzaakt en werkt tot op de dag van vandaag door. Dat wordt steeds breder herkend in de samenleving, waarvan excuses van de ABN Amro en DNB een voorbeeld zijn. Die lijken een opmaat te zijn voor nationale excuses door de regering. Die kan de ChristenUnie van harte ondersteunen.
In de overwegingen en de constateringen van de motie gaat het volgens hem mis door de vergelijking met de rol van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog te maken. Leed met leed vergelijken vindt hij niet wijs en niet nodig. Daarom heeft hij moeite om de motie in de huidige opzet te steunen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 6 van 12
Hij deelt dus de afschuw over de slavernij, maar is wel op zoek naar de juiste toon en manier om daaraan in Capelle vorm te geven, naast de landelijke aandacht die er al is. Het collegevoorstel slaat daarin al een heel goede weg in. Mevrouw AKTAŞ brengt naar voren dat GroenLinks erkenning van het slavernijverleden ontzettend belangrijk vindt, wat een eerste stap is om de wonden die er tot vandaag de dag in de samenleving zijn te genezen. Verschillende gemeenten, ook Den Haag en Utrecht, hebben al onderzoek gedaan naar hun betrokkenheid bij kolonialisme en slavernij. In Rotterdam is op 1 juli 2022 Keti Koti groots gevierd via een festival in het Wijkpark. Er is op verschillende plekken in Rotterdam het Surinaamse gerecht heri heri, dat uit het slavernijverleden stamt, uitgedeeld en genuttigd. De burgemeester van Rotterdam gaf tijdens de herdenkingsplechtigheid een prachtige speech ten gehore bij het slavernijmonument op de Lloydkade. Dat benoemt zij teneinde de Capelse burgemeester te inspireren. Wat Rotterdam kan, kan Capelle namelijk ook. Het gaat hier ook om de erkenning van het Capelse bestuur. Het gaat in dezen ook om Capellenaren. Zij hoopt daarom ook dat de commissie en de raad hun ogen niet sluiten en met elkaar zorgen voor erkenning en herdenking van de slavernij. Samen met de inwoners kan de afschaffing van de slavernij worden gevierd.
Gebleken is dat bestuurlijk vanuit Capelle geen betrokkenheid was bij slavernij. Zij is benieuwd of dat onderzoek een quick scan of een uitgebreid onderzoek betrof. GroenLinks steunt de motie, omdat zij oprecht vindt dat het slavernijverleden moet worden erkend en de afschaffing ervan moet worden gevierd. De heer VEENEMA staat ook positief tegenover de strekking van de motie, maar kan die in deze vorm niet steunen. De SGP sluit zich aan bij wat is gezegd over de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, die niet nodig is om over de slavernij te kunnen spreken. Interessant is dat de burgemeester aangaf dat er in Capelle geen slavernij heeft plaatsgevonden. Voor zover hij weet was Johan van der Veeken een Zuid-Nederlander die het Slot van Capelle heeft laten afbreken om een eigen zomerhuis te kunnen bouwen. Aangezien die slavenhandelaar was lijkt het logisch dat daarvoor de goedkoopst mogelijke arbeid is ingezet, maar daarvoor is er geen bewijs. De motie steekt breder in en gaat ook over de moderne slavernij. Die komt in het verzoek aan het college niet terug. In het kader van moderne slavernij is de SGP voorstander van het opzetten van een permanente bewustwordingscampagne. Te denken valt aan Oekraïense vrouwen die onder valse voorwendselen naar Nederland worden gelokt en in de prostitutie belanden of aan de gedwongen arbeid voor het WK in Qatar.
Bij de productie van de IJsselsteentjes werden eigen burgers uitgebuit. Die steentjes werden als ballast meegenomen op slavenschepen, wat verklaart waarom de IJsselsteentjes in de voormalige koloniën te vinden zijn. De koppeling met de moderne slavernij vindt de SGP dus waardevol en daarom vraagt hij de portefeuillehouder hoe die aankijkt tegen een permanente bewustwordingscampagne, waarbij de herdenking van de afschaffing van de slavernij een mooi ijkpunt kan zijn. Daarbij vindt de SGP overigens wel dat het initiatief voor de herdenking van de afschaffing van de slavernij bij de maatschappij ligt, terwijl het vormgeven van een permanente bewustwordingscampagne meer een rol is die de overheid zou moeten invullen. Mevrouw PENGEL vindt het jammer dat de kern van haar motie wordt verlegd naar moderne vormen van slavernij. Zij vraagt juist aandacht voor de nazaten van de tot slaaf gemaakten, voor het leed dat hun voorouders is aangedaan. Alle andere groepen werden niet in slavernij gehouden. De Tweede Wereldoorlog heeft zij erbij betrokken omdat het aan inlevingsvermogen ontbreekt als het om 1 juli gaat. Er wordt gezegd dat de slavernij al zolang geleden is. Het meest logische is dan om een vergelijking te maken met wat zich tijdens de bezetting heeft afgespeeld, toen mensen ook werden opgepakt en van huis en haard werden verdreven.
Zij kan zich niet voorstellen dat die vergelijking niet in goede aarde valt en zij dacht er juist goed aan te doen om die te maken. Als zij een Amerikaanse film op televisie over slavernij ziet zapt zij ervan weg. Zo heftig leeft dat gevoel dus nog in haar gemeenschap. Zij sluit zich aan bij mevrouw Aktaş om wat betreft de viering geen aansluiting te zoeken bij Rotterdam. Het zou Capelle sieren aansluiting te zoeken bij gemeenten die het gebeuren wel de aandacht geven.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 7 van 12
Overigens is zij benieuwd naar het antwoord op de vraag van mevrouw Aktaş over het onderzoek van de Historische Vereniging en of dat een quick scan of een uitgebreid onderzoek was. Zij kan zich voorstellen dat Capelle geen slavernij heeft gekend. Het zou echter wel recht doen aan de nazaten van tot slaaf gemaakten om aandacht te schenken aan de herdenking en Keti Koti. Alle politieke partijen hebben ‘meedoen’ in hun verkiezingsprogramma staan. Wanneer het er dan op aankomt moet men daar niet voor weglopen. Vervolgens reageert zij op de opmerking mevrouw Sormaz van BVNL, die zei dat tegenwoordig alles discriminatie of racisme is en er sprake is van een grijs gebied. Als je gediscrimineerd wordt en niet geaccepteerd wordt is dat niet leuk. Je moet dat meemaken om erover te kunnen praten. Het zou mooi zijn als de inleving ook anders zou werken. Dat mist zij en dat vindt zij heel erg jammer. Burgemeester OSKAM geeft aan dat de vrijwilligers van de Historische Vereniging een quick scan naar het slavernijverleden van Capelle hebben uitgevoerd. Aangegeven is dat nader onderzoek geen enkele zin heeft. Hij vraagt zich af wat de gemeente Capelle aan den IJssel zou moeten erkennen. Dan zouden zijn voorgangers iets verkeerds moeten hebben gedaan. Hij is in de regio voorvechter van de aanpak van mensenhandel.
Aan kinderen probeert het gemeentebestuur voorlichting te geven om uit de prostitutie te blijven en niet met verkeerde mensen in zee te gaan om pakjes weg te brengen. Ook werkt de regio samen om uitbuiting te voorkomen. Hij snapt de vraag om aandacht voor het slavernijverleden. Het is prima om daaraan een keer per jaar iets in Capelle gaan doen. Capellenaren mogen dat dan organiseren en het gemeentebestuur wil dat helpen faciliteren en daarover meedenken. Op een aantal plaatsen wordt het groots gevierd, onder andere Rotterdam en Capellenaren zijn daarbij ook uitgenodigd. Mevrouw PENGEL heeft de motie ‘Inleving’ genoemd, omdat mensen voelen wat hen is aangedaan, maar het ontbreekt aan inleving in de medemens om te erkennen wat mensen is aangedaan. Burgemeester OSKAM wil scholen er wel bij betrekken, wat mevrouw Raaijen aangaf, maar denkt dat dat lastig te realiseren is, gezien de zaken die daaraan al wettelijk zijn opgedragen. Mevrouw SORMAZ constateert dat mevrouw Pengel eerder van 2006 tot en met 2014 gemeenteraadslid was en vraagt of zij destijds ook een dergelijke motie heeft ingediend, of bewoners destijds ook over het onderwerp naar haar toe zijn gekomen en wat zij destijds met hun verhalen heeft kunnen doen.
Mevrouw PENGEL wist dat het onderwerp speelde, maar gezien de uitvluchten en het in een hoekje stoppen van het onderwerp heeft zij dat destijds gelaten voor wat dat was. Door de jaren heen is de roep om aandacht voor het slavernijverleden steeds groter geworden, wat ook is gebleken, omdat andere gemeenten in Nederland daaraan eveneens aandacht hebben gegeven. Voor alles is er een tijd en de tijd voor aandacht voor het slavernijverleden is volgens haar nu gekomen. Mevrouw RAAIJEN meent dat kennis over elkaar en het slavernijverleden heel erg van belang is voor verbinding en veiligheid in Capelle aan den IJssel. Als de gemeente een lhbti-week kan organiseren kan zij volgens haar ook een Keti Koti-dag organiseren. Mevrouw AKTAŞ begrijpt dat de gemeente voornamelijk een faciliterende rol wil vervullen en vooral wil aansluiten bij de gemeente Rotterdam. Er is volgens haar echter de behoefte om iets groots te vieren in Capelle. De afgelopen keer heeft de viering in een kleine groep plaatsgevonden, maar die heeft haars inziens niet voldoende aandacht gekregen onder andere Capellenaren. Zij is op zoek naar welke rol de burgemeester dan wil innemen behalve faciliteren, bijvoorbeeld door het houden van een toespraak.
De VOORZITTER vat samen dat de burgemeester heeft aangegeven dat de mogelijkheid bestaat om in Capelle aan den IJssel aandacht te geven aan de viering van de afschaffing van de slavernij. Het collegestandpunt is dat het initiatief daarvoor dan uit de Capelse gemeenschap zelf moet komen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 8 van 12
Als dat initiatief er is wil de gemeente daarin een faciliterende en zo nodig financiële rol spelen. Indien nodig of gewenst kan bij de viering een afvaardiging namens het college aanwezig zijn en zo nodig het woord voeren. Burgemeester OSKAM vindt die samenvatting iets te kort, omdat hij ook heeft gezegd dat de gemeente haar netwerk kan aanwenden om verbinding te maken. De gemeente kan via haar kanalen ook bekendheid geven aan de viering. Dodenherdenking is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Andere vieringen komen vanuit de samenleving en daarvoor kan de gemeente vergunning verlenen. Mevrouw PENGEL heeft niet de bedoeling om te proberen de raadsleden over te halen alsnog haar motie te steunen. Zij denkt verder dan dit moment en vraagt zich af hoe het nu verder moet in de maatschappij, waarin groepen zich niet geaccepteerd voelen. Zij is benieuwd naar initiatieven uit de raad zodat deze mensen zich wel geaccepteerd gaan voelen. In gesprekken met mensen ziet zij dat bepaalde dingen aan kinderen worden meegegeven, wat zij in en in triest vindt. Kinderen geven elkaar op scholen bijnamen. Het ontbreekt aan inleving. Daarom vraagt zij aandacht voor een herdenking, zodat mensen zich ervan bewust van worden dat dat moet stoppen. Burgemeester OSKAM verwijst naar de lokale inclusie agenda, waarin staat dat iedereen van waarde is en mag meedoen.
In het kader van die agenda is het mogelijk te opereren en nieuwe initiatieven en ideeën te lanceren om te zorgen dat Capelle nog inclusiever wordt. De VOORZITTER denkt dat de raadsbrede opvatting is dat het geven van bijnamen absoluut niet kan. Dat gaat breder dan de vraag of de afschaffing van slavernij moet worden herdacht, waarover de motie gaat. Hij geeft de commissieleden de vraag in overweging hoe zij met de voorliggende motie willen omgaan. Afgezien daarvan kan mevrouw Pengel met de burgemeester kijken wat er in het kader van de inclusieagenda al is en welke punten nog aangevuld kunnen worden, om genoemde zaken verder te brengen. De motie zal de komende raadsvergadering worden geagendeerd, tenzij mevrouw Pengel daarover een ander standpunt inneemt. 7. Zienswijze 2e Begrotingswijziging 2022 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) De VOORZITTER deelt mee dat het voorstel is om geen zienswijze in te dienen. De heer HOOIJKAAS ziet in de tweede begrotingswijziging een aantal geactualiseerde posten, zoals de hogere energiekosten, de salariskosten en de lagere kapitaallasten. De aanpassingen zorgen niet voor een begrotingsoverschrijding, zodat D66 geen reden ziet voor het indienen van een zienswijze. Het voorstel mag wat hem betreft worden doorgeleid naar de lijst met hamerstukken. De heer VISSCHER kan zich ook vinden in het niet indienen van een zienswijze.
De oorlog in Oekraïne heeft een grote impact op Nederland, Capelle en de VRR. De VRR doet goed werk voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De VRR wijst wel op het grote risico van financiering. Het risico is op korte termijn een liquiditeitsvoorziening te treffen, omdat de landelijke overheid later gaat betalen. Hij vraagt of is vastgelegd dat 100% van de opvangkosten wordt gedekt. Indexatie en twee jaar vertraging van de vergoeding daarvan is volgens de VRR een groter wordend risico, met name volgend jaar, welk risico oploopt tot € 1 miljoen of € 2 miljoen. Hij wil zich ervan bewust zijn dat dat een probleem in de nabije toekomst kan worden. Mevrouw DEN ENGELSMAN kan zich er eveneens in vinden om geen zienswijze kenbaar te maken, maar wil wel enkele aandachtspunten meegeven. De gemeente moet eigenlijk voor 26 oktober a.s. de zienswijze indienen. Mogelijk krijgt de gemeente te weinig tijd van de VRR om stukken te bespreken, zodat zij niet op tijd een besluit kan nemen om al dan niet een zienswijze in te dienen. Zij sluit zich aan bij de ChristenUnie om kritisch te blijven kijken naar uitgestelde investeringen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 9 van 12
Op pagina 28 is verwoord dat Capelle nog kijkt naar acute noodopvang. Zij neemt aan dat daarmee de Barbizonlaan is bedoeld, waarover is besloten dat aldaar de huisvesting voor vluchtelingen zal komen. Mevrouw SORMAZ gaat ook akkoord met het niet indienen van een zienswijze en sluit zich aan bij de ChristenUnie ten aanzien van het aandachtspunt over de opvang van ontheemden. Gesteld is dat vooralsnog het uitgangspunt is dat de kosten volledig worden vergoed. De kostenraming dit jaar is voorzien op circa € 2,4 miljoen, waar de declaraties van de gemeente en de GGD nog niet bij zitten. Verder vraagt zij welke kosten nog meer opspelen naarmate de ontheemden langer zullen blijven, mogelijk enige jaren. Mevrouw PENGEL ziet bij de noodopvang van Oekraïners vermeld staan dat de regeling voor een algehele vergoeding nog niet definitief is, hoewel wel van een algehele vergoeding wordt uitgegaan. Zij informeert naar het plan B als geen algehele vergoeding wordt gegeven. Bij Gazprom is verwezen naar afloop van het contract op 10 oktober en zij informeert wie de nieuwe aanbieder is, of de raad daarover is geïnformeerd of die informatie alsnog volgt.
Verder gaat zij akkoord met extra voorzieningen voor het beroepspersoneel en vrijwilligers, evenals met de personele kosten van het ambulancepersoneel en de dotatie voorziening verlofsparen met ruimte voor een sabbatical en een vervroegd pensioen. Afhankelijk van de beantwoording van haar vragen bepaalt zij haar opvatting over het al dan niet indienen van een zienswijze. De heer VERVAT leest dat de verwachte positieve eindresultaten naar beneden zijn bijgesteld, waarvan de redenen zijn opgesomd in de onderbouwingen of te lezen zijn in de stukken. De mogelijkheid tot verlofsparen zou kritisch bekeken moeten worden, omdat de capaciteit van de medewerkers van de VRR onder druk staat. Het omzetten van verlofsparen in langdurig verlof is vastgesteld in de nieuwe cao en dus geborgd. Leefbaar Capelle vraagt zich wel af of knelpunten ontstaan. De vraag is dus of bij het verlofsparen rekening is gehouden met eventuele knelpunten die in de toekomst kunnen ontstaan. De kosten voor noodopvang zijn toegenomen met € 9 miljoen en hij vraagt die extra kosten nader toe te lichten. Tot slot informeert hij naar een structurele oplossing voor de hogere energiekosten en deelt hij mee geen zienswijze te willen uitbrengen.
Burgemeester OSKAM zal de antwoorden op de technische vragen van de heer Vervat nagaan bij de veiligheidsregio en komt daarop in de volgende commissievergadering of via een brief terug. Er is sprake van een moeilijke economische situatie, waarbij de kosten stijgen. Uiteindelijk worden de kosten van de VRR doorberekend. De staatssecretaris heeft in het openbaar gezegd de kosten voor de opvang van Oekraïners te zullen betalen, maar dat staat niet zwart op wit. Daarover spreekt het algemeen bestuur van de veiligheidsregio regelmatig. Burgemeester Aboutaleb is ervan overtuigd dat die toezegging wordt nagekomen. Het aantal vluchtelingen neemt volgend jaar enorm toe, wat betekent dat ook Capelle daarvoor aan de lat zal komen te staan. De gemeente staat echter enorm onder druk, want ze heeft weinig ruimte. Hij weigert dan ook concessies te doen voor zaken die niet meer verantwoord zijn. Het gebouw aan de Barbizonlaan wordt nu verbouwd en in januari komen daar gasten in. Er zijn ook discussies over nog meer mensen in het Rivium toelaten. Er zijn al 100 mensen in gastgezinnen opgenomen en er komen 280 mensen in het Rivium. Hem is gevraagd om daar 500 of 600 mensen van te maken, maar dat doet het college niet. Mensen hebben het namelijk nu al niet naar hun zin. Het gaat om een kantoorgebouw, waar veel mensen niets te doen hebben.
De raad ontvangt morgen een brief over de situatie in Capelle met Oekraïners. Vervolgens gaat hij in op de vraag van de heer Visscher over onderliggende risico’s. De heer Ruijmgaart en hijzelf zitten in de Auditcommissie van de veiligheidsregio en zijn dus als eersten daarvan op de hoogte. De gemeente gaat het om transparant beleid en is heel kritisch op dat punt. Mevrouw DE MIK geeft aan dat de korte reactietijd op de begrotingswijziging te maken heeft met planning, het moment van ontvangst van stukken en de ambtelijke voorbereiding. De gewoonte is dat het college gehoord de commissie een reactie aan de betreffende gemeenschappelijke regeling geeft.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 10 van 12
Na het nemen van het raadsbesluit gaat dat raadsbesluit daarna nog naar de gemeenschappelijke regeling toe. Alle planningen van alle gemeenten op elkaar afstemmen gaat niet. Burgemeester OSKAM vervolgt dat de heer Ruijmgaart meekijkt of alle investeringen financieel mogelijk zijn. Voor burgemeesters staat de veiligheid voorop, waarbij er goed materieel moet zijn met goede opleidingen. Als het mogelijk is worden investeringen doorgeschoven, maar dat moet wel verantwoord zijn. Er komt een wijziging van de gemeenschappelijke regeling aan vanwege een wetswijziging. De kosten rijzen de pan uit, de gemeente belooft van alles, maar op een gegeven moment is het geld op. Tot nu wordt betaald wat er aan kosten is gemaakt. De dagvergoeding aan gemeenten voor opvang van Oekraïners gaat terug van € 100,- naar € 83,- per persoon. Daarover spreekt het veiligheidsberaad nog, maar de burgemeesters zijn daarmee niet blij, omdat kosten eerder stijgen dan dalen. Als er niet betaald wordt is hij bang dat Capelle of de regio aan de lat staat. Dat kan grote gevolgen hebben voor de bevolking van Capelle. De heer ANINK is daardoor verontrust, ook omdat een aantal verplichtingen is aangegaan. Hij vraagt de burgemeester om te bevestigen of die verplichtingen zijn afgedekt. Burgemeester OSKAM neemt die vraag mee bij het beantwoorden van de technische vragen van de heer Vervat.
Hij zal er alles aan doen dat de gemeente Capelle haar geld krijgt. Mevrouw SORMAZ vraagt of al bekend is hoe lang vluchtelingen in het Rivium zullen blijven. Burgemeester OSKAM kan daarop eigenlijk geen zinnig antwoord geven. Een projectontwikkelaar heeft een ander pand in het Rivium aan het COA aangeboden, waar vluchtelingen voorlopig twee jaar kunnen blijven. Dan zou het ene pand deels worden leeggehaald en het andere pand weer worden gevuld. Daarmee gaat het college echter niet akkoord. De heer ANINK vraagt of de burgemeester het heeft over de opvang Oekraïners of vluchtelingenopvang via het COA. Burgemeester OSKAM heeft het over Oekraïners, waarmee het COA zich ook zal gaan bemoeien. De antwoorden op een aantal vragen zal hij navragen bij de veiligheidsregio. De VOORZITTER concludeert dat de gemeente geen zienswijze zal indienen. Naar aanleiding van de actualiteit zijn de burgemeester aandachtspunten meegegeven. Op technische vragen wordt schriftelijke teruggekomen. De heer Vervat zal de vragen daartoe nog schriftelijk/via e-mail stellen. Het voorstel wordt als hamerstuk doorgeleid naar de volgende raadsvergadering. 8. Uitbreiding formatie griffie op voorstel van de Werkgeverscommissie De heer ANINK denkt dat het voorstel past bij de huidige situatie en dat de verschuiving van de flexibele schil naar vaste formatie de griffie stabiliteit en lucht zal geven.
De raad moet volgens hem ook kijken of het noodzakelijk is om de belasting en de belastbaarheid van de griffie op topniveau te houden, waarmee in de eigen agendavorming misschien rekening te houden is. De heer VAN DER HEIDE is blij met de voorbereidings- en ondersteuningswerkzaamheden van de griffie. De uitbreiding van het takenpakket lijkt een logisch gevolg van het feit dat steeds meer van de griffie wordt gevraagd. Leefbaar Capelle juicht daarom de uitbreiding van 1 fte voor een raadsadviseur en 0,5 voor een junior raadsadviseur van harte toe. Een van de taken van de raadsadviseur is om extra aandacht te geven aan belangrijke punten uit het coalitieakkoord, zoals de verordening burgerinitiatief. Het is zijns inziens goed dat er extra aandacht komt voor het herstel van het vertrouwen van bewoners in de overheid. Hij gaat er van uit dat de extra inzet daaraan zal bijdragen. Een gezonde bedrijfsvoering heeft onder andere te maken met een goede werkverdeling, maar ook met leren en doorgroeien. Daarom juicht hij het toe dat de junior raadsadviseur wordt toegevoegd aan het team en dat die hopelijk binnen de organisatie door kan groeien. Tot slot vraagt hij de raad jaarlijks op de hoogte te houden of de bezetting afdoende is. Leefbaar Capelle kan instemmen met voorgenomen besluit.
Mevrouw RAAIJEN vraagt wat de fracties politiek gezien ervan vinden dat de junior raadsadviseur, een persoon die zich als professional nog aan het ontwikkelen is, ook als projectassistent inhoudelijke taken gaat vervullen. Zodoende zal er sprake zijn van een soort kruisbestuiving tussen afdelingen.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 11 van 12
Mevrouw SORMAZ complimenteert de griffie met de georganiseerde raadsreis en vraagt in hoeverre de huidige griffie van een ideale griffie af staat. De heer VEENEMA zag dat de griffie al enige tijd onder druk staat en heel veel werk verzet. Het is in het belang van de raad dat het werk van goede kwaliteit blijft. Mevrouw Raaijen vroeg een reactie op het op de voorgestane wijze te werk stellen van een junior raadsadviseur. In de huidige arbeidsmarkt is het zeer moeilijk om personeel te vinden en de oplossing is gevonden door een voormalige stagiair twee dagen per week bij de griffie te detacheren. De vraag naar interdisciplinaire professionals wordt steeds groter. Als de junior zich als generalist kan ontwikkelen is dat zowel een unieke kans voor haar als voor de organisatie. Mevrouw AKTAŞ stemt in met het voorstel en vindt het hartstikke mooi dat de gemeente een kans biedt aan een academicus om zich binnen de griffie te ontwikkelen en te kijken of er een match is. Mevrouw DEN ENGELSMAN volgt het advies van de Werkgeverscommissie eveneens. In antwoord op de vraag van mevrouw Raaijen sluit zij zich aan bij de heer Veenema en mevrouw Aktaş. De heer VROUENRAETS is vanaf het begin de arbeidsvreugde en het arbeidsethos van de griffiemedewerkers opgevallen. Zij zijn de raad dag er nacht ter wille.
De onderbouwing van de gewenste uitbreiding vindt hij helder en daartegen ziet D66 geen enkel bezwaar. Wel vraagt hij aandacht voor de verhouding tussen de huidige omvang van de griffie en de ideale omvang daarvan. Ook met de gewenste uitbreiding blijft de omvang van de griffie namelijk ver achter bij de ideale omvang. Hij vraagt wat dat betekent voor de griffiemedewerkers en hoe wordt voorkomen dat zij niet overwerkt raken. Mevrouw PENGEL geeft in reactie op de vraag van mevrouw Raaijen aan dat de invulling door een junior raadsadviseur noodgedwongen is ontstaan door het uitvallen van een raadsadviseur. De junior raadsadviseur neemt die plek in vanwege het tekort aan personeel. Mevrouw DE MIK beaamt dat de junior raadsadviseur de griffie zal ondersteunen, zodat griffier en plaatsvervangend griffier werk kunnen delegeren en hun werk zo optimaal kunnen verrichten. Kruisbestuiving tussen griffie en een inhoudelijke afdeling vindt plaats omdat de betrokken persoon al is ingewerkt. Het is voor een junior ook mooi om een inhoudelijke afdeling en een politiek bedrijf naast elkaar te zien, te beleven en mee te maken. Zij zal de Werkgeverscommissie vragen om de raad ervan op de hoogte te houden of de omvang van de griffie afdoende is.
De verhouding van de huidige omvang ten opzichte van de ideale omvang van de griffie is altijd een afweging van hoe taken in Capelle worden ingevuld en hoe de raad de taken ingevuld wil zien. Het onderwerp gemeenschappelijke regelingen wordt nu niet uitgebreid ingevuld. Zij denkt met de uitbreiding van 1 fte een heel eind te komen. Blijkt op enig moment dat taken veel meer energie gaan vragen, dan komt de griffie via de Werkgeverscommissie weer bij de raad terug. Er zijn nu ook meer fracties en dat kan aan ondersteuning meer gaan vragen. De Werkgeverscommissie kijkt heel duidelijk naar taken en de wijze waarop de raad nu ondersteund wenst te worden. Mevrouw PENGEL weet dat er sprake is van een ziek personeelslid bij de griffie, waarbij mogelijk uitval dreigt. Zij vraagt zich af of het daarom goed zou zijn om voor 2 fte te opteren, ook om te voorkomen dat de werkdruk voor de huidige medewerkers te hoog wordt. Mevrouw DE MIK wil die optie wel bespreken met de Werkgeverscommissie. Mevrouw PENGEL vraagt wat de andere commissieleden ervan vinden om de griffie met 2 fte in plaats van 1,5 fte uit te breiden, vanwege de hoge werkdruk en de dreigende uitval. Mevrouw DEN ENGELSMAN ziet dan daartoe graag een voorstel vanuit de Werkgeverscommissie aan de raad voorgelegd.
De heer ANINK verbaast het dat mevrouw Pengel als lid van de Werkgeverscommissie haar voorstel nu doet en dat nog niet binnen de Werkgeverscommissie heeft besproken.
Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 684926/967437
pagina: 12 van 12
Mevrouw PENGEL memoreert dat door de Werkgeverscommissie zaken zijn besproken die tot het voorstel hebben geleid om te opteren voor 1,5 fte extra. Hedenmiddag voerde zij echter een gesprek met de griffier, mevrouw De Mik, welk gesprek voor haar aanleiding was om nu na te gaan wat de commissie ervan vindt om 1,5 fte uit te breiden naar 2 fte. Zij vindt het namelijk belangrijk dat mensen met plezier naar hun werk gaan, zodat ze dat werk naar behoren kunnen uitvoeren. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 9. Rondvraag De heer VISSCHER vernam via de media berichten over de verslavende drug snus, nicotinezakjes die aan kinderen op scholen wordt aangeboden. In ruil voor die drug moeten ze criminele klusjes doen. Hij vraagt het college in hoeverre dit probleem in Capelle speelt en wat er daartegen gebeurt. Burgemeester OSKAM heeft ook signalen ontvangen dat snus wordt gebruikt onder met name middelbare scholieren en jongeren. Snus wordt via social media ook aangeboden als snabba. Er is ook één signaal ontvangen dat snus aan iemand onder de middelbare schoolleeftijd werd aangeboden, in ruil voor diensten. De politie heeft daarvoor aandacht. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid weet daar veel meer van en gaat binnenkort met ambtenaren ook daarnaar kijken.
De bestrijding heeft de aandacht en het is goed om via de commissie BVM daarover in de toekomst door te praten. Mevrouw SORMAZ vraagt namens de heer Van Gent aandacht voor handhaving van de parkeerregels van de scholen op de Lijstersingel, waar het rondom 14.00 uur een chaos schijnt te zijn door geparkeerde auto’s van ouders. Burgemeester OSKAM zal die klacht doorgeven. 10. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.31 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 6 december 2022, de secretaris, de voorzitter,