CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - Conceptverslag commissie BVM 11 oktober 2021

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 29 november 2021, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen7.996 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 11 oktober 2021 in de raadzaal van het gemeentehuis aan de Rivierweg 111 te Capelle aan den IJssel, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter

:

de heer C.A.J. Schaatsbergen;

volksvertegenwoordigers:

de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle de heer J.B.L. Kerver, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Hooijkaas, burgerraadslid D66; de heer M.N. Landzaad MSc LLM, raadslid VVD; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; de heer G.M. Veenema LLM MSc, burgerraadslid SGP; de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries MEd, raadslid ChristenUnie; de heer dr. V. Stevens, burgerraadslid CDA; de heer J.M. Snijders, raadslid GroenLinks;

secretaris

:

de heer S.G.V. Schouten;

griffier

:

mevrouw drs. T.A. de Mik;

portefeuillehouders

:

de heer mr. P. Oskam, burgemeester;

ambtelijke ondersteuning:

de heer drs. A.R. Ruijmgaart RA MGA, loco-secretaris; de heer B. van Leuven, bestuursadviseur; de heer F. van der Linden, afdelingshoofd Bestuurs- en Concernondersteuning;

notulist

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum);

:

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering twee personen aanwezig.

1.

Opening, mededelingen en vaststelling agenda

De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Burgemeester OSKAM deelt mee dat er een nieuwe teamchef politie is geselecteerd, namelijk Peter de Vos, afkomstig uit de Hoeksche Waard, die waarschijnlijk medio november 2021 begint. Met de andere teamchef Mark Rosenberg zal worden afgesproken wie Capelle gaat doen. Zodra hij daarover meer weet zal hij dat de commissie melden. 2.

Vaststellen verslagen - Raadsbrede commissie 7 september 2021 - Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 13 september 2021 - Raadsbrede commissie 15 september 2021

De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.

408485/616757

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

3

pagina: 2 van 12

Spreekrecht inwoners

Er zijn geen insprekers. 4.

Gemeenschappelijke regelingen (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, IJSSELgemeenten en politie)

Er zijn geen mededelingen. 5.

Corona

Burgemeester OSKAM hecht eraan uitleg te geven over de Sinterklaasintocht op 13 november 2021. De organisator heeft in de pers vervelende uitspraken gedaan, die eigenlijk kant noch wal raken. Daarom wil hij daarover duidelijkheid geven. Veel gemeenten hebben de intocht verboden, omdat het te onduidelijk is wat er nu gebeurt. Hij heeft contact gehad met de directeur van de veiligheidsregio. De intentie is om de intocht in Capelle wel te laten houden, en wel op de oude manier. Dat betekent dat de stoomboot bij Fuiks aankomt en de burgemeester Sinterklaas ontvangt. Daarna gaat de Sint van de boot af en loopt die langs de kinderen tot Fuiks, waar de schimmel staat. Vanaf daaruit volgt de intocht naar het Stadsplein. Als daar het evenement met een podium wordt gehouden, waarbij iedereen hutje mutje staat, kan dat wel en kunnen de kinderen daarbij zijn. De ouders zullen dan een QR-code moeten laten zien. Kaartverkoop is niet aan de orde, maar wel moet er worden gereguleerd dat het evenement op een goede manier plaatsvindt. Waarschijnlijk komen er hekken of een bepaalde vorm van afzetting te staan. Niet gevaccineerde ouders moeten dan misschien buiten het hek staan. De intentie is om het evenement voor de kinderen zo goed mogelijk te organiseren binnen de huidige coronamaatregelen.

Het is nog koffiedik kijken, omdat niet bekend is wat premier Rutte mogelijk in diens persconferentie begin november zal zeggen. Het kan best zijn dat er dan andere maatregelen gelden, zodat hij een slag om de arm moet houden. 6.

2e Wijziging Begroting 2021 Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

De VOORZITTER deelt mee dat is gevraagd van het voorstel kennis te nemen en daarover geen zienswijze in te dienen bij het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio. De heer JANSON heeft kennis genomen van de begrotingswijziging en hoopt daarover minder discussie te hebben dan over de vorige begrotingswijziging. Hij heeft er niet veel spannende dingen in gezien. Een aantal posten staat in de plus, maar andere dingen staan in de min. Gezien de Covid-tijd is het logisch dat sommige zaken worden uitgesteld en andere naar voren worden gehaald. Hij kan zich dus vinden in het niet indienen van een zienswijze. In de aanbiedingsbrief en het collegestuk staat dat bespreking heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2021, maar die vindt vanavond al plaats. De VOORZITTER zegt dank voor die correctie, die gelijk wordt doorgevoerd. De heer VEENEMA is het duidelijk dat de pandemie een grote impact heeft gehad, maar toch nemen de kosten voor gemeente ondanks de begrotingswijziging niet toe, wat een goed teken is. Er zou ook een herijking van het tweede loopbaanbeleid plaatsvinden en hopelijk resulteert dat op termijn in meer personeelscapaciteit, omdat personeel langer ingezet kan worden. Daarmee is hij blij. De SGP kan zich vinden in de begrotingswijziging en stemt ook in met het indienen van geen zienswijze.

De heer LANDZAAD sluit zich aan bij de voorgaande sprekers en is het eens met het voorstel om geen zienswijze in te dienen. De heer BREEPOEL noemt het onvermijdelijk dat door corona bij de veiligheidsregio een ander kostenplaatje is ontstaan. De SP vindt het wel treurig dat de overheid veel geld heeft betaald aan bedrijven, zoals Relief Goods Alliance van Sywert van Lienden voor ongebruikte beschermmiddelen en dat de veiligheidsregio op dat vlak kosten heeft gemaakt. Dat dat de gemeente Capelle geen extra geld kost maakt het wat hem betreft niet minder erg. De heer SNIJDERS is het helemaal eens met de heer Janson.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 3 van 12

De dames GROENENDIJK-DE VRIES en WEEMHOFF gaan met het voorstel akkoord. De heer HOOIJKAAS sluit zich ook aan bij onder andere de heer Veenema van de SGP. Vrijwilligers bij de brandweer dienen op een gegeven moment dezelfde vergoeding te krijgen als professionals en hij vraagt of al is nagedacht over hoe dat uiteindelijk zal worden vormgegeven en of dat nog consequenties heeft voor de Capelse begroting. Ook wil hij geïnformeerd worden over de reden waarom de begroting van de ambulancevoorziening nog niet formeel is geaccordeerd door de zorgverzekeraar en of in dat verband nog tegenvallers zijn te verwachten. De heer STEVENS zegt de heer Janson dank voor diens scherpte wat betreft de opmerking over de besprekingsdatum van het voorstel. Ook hij kan zich vinden in het raadsvoorstel. Wel informeert hij naar de consequenties voor de ontwikkelagenda van de veiligheidsregio en de inschatting van de portefeuillehouder daarvan. Burgemeester OSKAM zal de bespreekdatum in beide stukken aanpassen. Hij heeft al vaker gewaarschuwd voor de tegenvaller in verband met dat aan vrijwilligers dezelfde vergoeding moeten worden betaald als aan professionals. Dat betreft echter Europese regelgeving, waaraan Capelle niets kan doen. Die regelgeving is wel steeds uitgesteld, omdat de oplossingen lastig zijn, zeker voor een brandweer die veel teert op vrijwilligers.

Rechten en plichten moeten ook in de beloningssfeer gelijkgetrokken worden. Dat betekent dat de begroting van de veiligheidsregio uiteindelijk zal toenemen en die stijging wordt over de deelnemende gemeenten verdeeld. Waarom de begroting voor de ambulancezorg nog niet is geaccordeerd en of in dat verband nog tegenvallers zijn te verwachten weet hij nog niet. Zodra daarover meer bekend is zal hij dat de commissie melden. Woensdag 13 oktober 2021 bezoekt hij de bestuursconferentie, waar de ontwikkelagenda wordt besproken. Er is al een eerdere sessie geweest en daar kwamen partijen er niet helemaal uit. Het gaat om drie tranches. De eerste tranche kost geen extra geld en dan gebeurt alles met de huidige middelen, maar dan is eigenlijk niet meer kwaliteit te leveren. Brandweerlieden kunnen dan niet meer naar alle trainingen toe. Hij denkt dat die eerste tranche zal afvallen. De tweede tranche houdt in dat er waarschijnlijk een paar miljoen euro bij moet komen om te zorgen, dat aan alle wettelijke voorzieningen en vereisten is te voldoen. Die tranche gaat het volgens hem zeker halen. De derde tranche houdt in dat de veiligheidsregio de nieuwste en mooiste apparatuur kan kopen. Daarover is zijn standpunt dat die tranche te ver gaat.

Hij wil in dat geval een businesscase zien als de aanschaf of de extra kosten boven tranche twee uitgaan en bepalen of die aanschaf of kosten echt de moeite waard zijn. Hij zal zorgen de commissie daarin mee te nemen. De veiligheidsregio doet dus geen buitensporige uitgaven en moet voldoen aan de wettelijke verplichtingen. De uitkomst zal ergens tussen de tweede en derde tranche uitkomen. De veiligheidsregio kan ook samenwerken met andere regio’s en SMART met zaken omgaan. Tweede termijn De heer STEVENS zegt de portefeuillehouder dank voor de gegeven duidelijkheid. In de stukken leest hij dat in de Kadernota 2023 de eerste indicaties van de consequenties van de doorontwikkeling van de veiligheidsregio worden aangegeven. Hij vraagt wanneer de ontwikkelagenda klaar zal zijn en wanneer de aanbestedingtrajecten zullen zijn afgerond. Burgemeester OSKAM kan niet vooruitlopen wat er op 13 oktober 2021 zal gebeuren. Er zullen gemeenten bij zijn die op de rem trappen, omdat zaken al heel duur zijn en zij niet meer willen doen dan wat wettelijk vereist is. Hij wil heel transparant zijn. Capelle is heel kritisch in de Auditcommissie, maar wil ook realistisch begroten. Hij houdt de commissie op de hoogte. Wat hem betreft komt de ontwikkelagenda steeds bij de commissie terug en als er meer bekend is of dingen worden gedaan, dan hoort zij het als eerste.

De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zal worden doorgeleid naar de lijst met hamerstukken.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

7.

pagina: 4 van 12

Visie Burgerparticipatie en Participatieverordening

De VOORZITTER laat weten dat de verordening een lange geschiedenis kent, die teruggaat tot 2007. In de gemeente Capelle hebben een discussie en onderzoeken plaatsgevonden, waaronder een quickscan. De raad is recentelijk bij de discussie over de Bermweg/Capelseweg geconfronteerd met de aangenomen motie ‘Participatie uit de mist, helderheid gewenst’. Mede daardoor is een raadswerkgroep onder leiding van de burgemeester en diens adviseur van start gegaan. Die heeft uiteindelijk geleid tot een visie en de voorliggende Participatieverordening. De SGP heeft gevraagd als eerste het woord te mogen voeren, omdat zij voor de burgemeester en de commissieleden een reflectievraag heeft. De heer VEENEMA vindt het fijn dat een participatievisie voorligt, die veel duidelijkheid schept over hoe participatie in Capelle wordt vormgegeven en welke instrumenten daarbij kunnen worden ingezet. Het document geeft veel handvatten. Tegelijkertijd wil hij ook kijken naar hoe participatie in de praktijk wordt vormgegeven. Het kan in sommige gevallen wenselijk zijn om het participatieproces aan te passen, nadat het is ingezet. Daarvoor zijn geen spelregels benoemd. Hij vraagt daarom de portefeuillehouder hoe het participatieproces kan worden aangepast als blijkt dat er daartoe een noodzaak is. Gebruikelijk is bij participatie vooral de directe belanghebbenden te betrekken.

Het kan echter ook voorkomen dat er indirecte belanghebbenden zijn. Als middels een participatieproces wordt afgezien van bijvoorbeeld de bouw van sociale huurwoningen in wijk A, kan worden besloten om die woningen in wijk B te bouwen. Dat raakt het belang van de bewoners van wijk B, maar zij hebben dan niet meegeparticipeerd in het proces in wijk A. Hij vraagt daarom hoe wordt bepaald wie direct belanghebbenden zijn en hoe wordt voorkomen dat anderen de rekening betalen van de gevolgen van een participatieproces, waarbij zij niet betrokken waren. Er is nog wat weinig aandacht gegeven aan de rol van de politiek in het participatieproces, bijvoorbeeld aan hoe de raad meer aan de voorkant in gesprek met belanghebbenden kan gaan over grote opgaven om te bezien wat de doelstelling of het participatieproces is. Een vraag kan ook zijn hoe raadsleden met participanten in gesprek gaan om hun verhaal te horen. Hij vraagt de portefeuillehouder welke rol er voor de politiek is weggelegd en hoe die rol kan worden vormgegeven in de voorliggende visie. In de visie zijn regelmatig de moeilijk bereikbare doelgroepen benoemd. Er zijn mensen die niet willen meedoen, die niet kunnen meedoen of die nooit gevraagd zijn om mee te doen. Een andere belangrijke oorzaak waarom mensen niet participeren is dat er geen vertrouwen is in de overheid.

Schrijnende situaties, zoals de toeslagenaffaire of de ontdekking dat een minister creatief met diens belasting omgaat, dragen niet bij aan het vertrouwen in de overheid. Daarnaast is er altijd een groep burgers, die het idee heeft dat participeren geen zin heeft, omdat er toch niet naar ze wordt geluisterd. Daarom vraagt hij wat de gemeente, naast wat er in de participatievisie staat, concreet kan doen om het vertrouwen in de overheid te versterken. Hij verzoekt de portefeuillehouder en de commissieleden op deze vraag te reflecteren. De heer LANDZAAD is blij dat met de verordening in elk geval invulling wordt gegeven aan de motie ‘Participatie uit de mist, helderheid gewenst’. Voor de VVD is het heetste hangijzer de keuze in de verordening om zowel bij participatie als inspraak standaard de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing te laten zijn. Hij vraagt of dat wenselijk is en waarom er dan onderscheid is tussen inspraak en participatie. Bij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is er eerst een terinzagelegging. Eenieder heeft dan gelegenheid om een zienswijze in te dienen. De VVD vraagt zich af of bij participatie niet eerst moet worden gekeken welk participatietraject bij de besluitvorming past, in plaats van standaard terug te vallen op de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

Op die vraag heeft hij nu nog geen antwoord, zeker omdat het voorbeeld van de VNG daarin duidelijke keuzen laat zien. De VVD is heel benieuwd wat de precieze afweging is om automatisch aan te sluiten bij de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Een klein zorgpunt voor hem betreffen de lasten voor het ambtelijke apparaat. De vraag is of de verordening goed beheersbaar is met de vele eindverslagen en evaluaties en of die nog in balans zijn, zeker met de vrij kleine participatietrajecten. Wegen die verslagen dan op tegen de opbrengsten? Dat punt kan worden opgenomen bij de eerste evaluatie. Verder is hij erg benieuwd naar de praktijk en zal hij de participatie met veel interesse volgen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 5 van 12

De heer BREEPOEL merkt op dat burgerparticipatie een manier is om de inwoners van Capelle meer te betrekken bij de Capelse politiek. Participatie is niet meer weg te denken en speelt een steeds belangrijkere rol in de gemeentelijke procedures. Hiervoor moeten er wel duidelijke spelregels zijn, zodat Capellenaren wel weten wat ze kunnen verwachten. De spelregels staan in de voorliggende visie. De SP is bezorgd over het punt om Capellenaren tijdig bij participatie te betrekken. In Capelle zijn er namelijk burgers die digitaal niet zo actief zijn, het lokale nieuws helemaal niet volgen en geen vertrouwen in de politiek hebben. De vraag is dan hoe zij ook mee kunnen participeren, zodat alle Capellenaren worden bereikt. De heer SNIJDERS vindt een mooie participatieverordening voorliggen waarvoor hij dankt zegt aan de ambtelijke organisatie en speciale dank aan de burgemeester voor het betrekken van de raad bij het opstellen van de verordening. Participatie is erg belangrijk bij projecten die de Capellenaar aangaan. Daarom is hij ook blij dat de verordening ook duidelijk uitsplitst welke vorm van participatie bij welk soort project hoort en dat dat nu ook duidelijk is voor de ambtelijke organisatie. Hij wil er wel op laten toezien dat de verordening niet belangrijker wordt dan de participatie zelf. Maatwerk is in die zin dus erg belangrijk, wat de heer Landzaad ook al aanstipte.

Ook durft GroenLinks het college het voordeel van de twijfel te geven en heeft hij er vertrouwen in dat maatwerk in de uitvoering terugkomt, ook omdat de werkgroep dat destijds heeft besproken. Vervolgens komt hij op de bijna filosofische vraag van de heer Veenema over het bereiken van de moeilijk bereikbare doelgroep en hoe de burger meer vertrouwen in de democratie kan worden gegeven. Hij heeft ook niet zoveel op met ministers die creatief met de belastingregels omgaan. Spreker denkt dat het heel belangrijk is dat inwoners weten wat er speelt en dat zij te betrekken zijn bij wat er in de gemeenteraad gebeurt. Als de commissie het daarover nu uitgebreid gaat hebben zal het een heel lange avond worden. Hij neemt echter de uitnodiging aan om daarover een keer door te praten. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is ook van mening dat participatie een belangrijk onderwerp is en is blij met waartoe het traject heeft geleid. Zij vraagt wat de positie is van het uitdaagrecht, the Right to Challenge, dat wel in de visie, maar niet in de verordening staat. Haar vraag is of de burger dit instrument ook echt ter hand kan nemen en of dat voldoende is geborgd. Het onderzoek van I&O kende 50 respondenten en zij is benieuwd in hoeverre dat aantal representatief genoegd is om conclusies aan te verbinden en om daarmee aan de slag te gaan.

Hedenmiddag volgde zij een cursus, die ging over Deep Democracy. Die heeft alles te maken met de wijsheid van de onderstroom. Dat is een heel mooie manier om de groep die de gemeente niet kan bereiken op de een of andere manier toch mee te nemen. Er is inderdaad een groep die niet wil meedoen, omdat er geen vertrouwen is of omdat die denkt dat het toch geen zin heeft. Het zou een mooie uitdaging zijn om als raad te oefenen met Deep Democracy: eerst nadenken over wat de keuzen zijn, vervolgens over het niet genoemde alternatief, dat uit te diepen en daarna te stemmen. Vervolgens kijkt men wat mensen die niet meedoen of die het er niet mee eens zijn willen en wat zij nodig hebben om toch mee te gaan. Dat is dan de wijsheid van de onderstroom. Dat wil zij graag inbrengen als antwoord op de vraag van de heer Veenema. De heer HOOIJKAAS deelt mee dat D66 het stuk goed heeft ontvangen. De afgelopen jaren is participatie niet altijd soepel verlopen, maar hij waardeert de inzet vanuit de ambtelijke organisatie met betrekking tot participatie zeer. Hij ziet namelijk dat processen al voor het aannemen van de verordening een stuk beter verlopen. Opgevallen zijn de nieuwbouwprojecten die tevoren met bewoners worden besproken. Ook bij de buitenruimte worden burgers echt betrokken, onder andere door afvalknijpers ter beschikking te stellen of met het containeradoptieplan.

D66 is dus eigenlijk heel blij met de enorme verbetering, die zij nu al vanuit de organisatie ziet. Hij mist nog een formalisering van het participatieproces. Afspraken en uitkomsten moeten goed worden vastgelegd, waarbij misschien ook de juridische status van het WOP hoort. In het verleden was er een situatie met een Allsafe-pand, waaruit bleek dat afspraken in het proces niet altijd bindend waren. Ook bewoners moeten echter kunnen terugvallen op afspraken met de gemeente. Mevrouw WEEMHOFF vraagt zich af of participatie met de voorliggende verordening uit de mist is geraakt. De vraag is of de verordening inwoners een handvat biedt om inspraak te hebben en te kunnen meedoen. Die zorg heeft de PvdA. Zou het proces rondom de Bermweg/Kanaalweg anders zijn verlopen als de voorliggende verordening van toepassing was geweest? Daarop heeft zij graag de visie van de portefeuillehouder.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 6 van 12

Zorgen maakt zij zich over de kan-bepaling, met name in relatie tot de Omgevingswet. Daarover is met de werkgroep Omgevingswet uitgebreid gediscussieerd. Er is gesproken over criteria en er zijn technische vragen gesteld. Daarop is gereageerd dat de participatieverordening en de uitwerking van de Omgevingswet van elkaar los gezien zouden moeten worden. Zij vraagt zich af of dat bijdraagt aan transparant bestuur en transparante inspraak. In het I&O-rapport mist zij de evaluatie van de verschillende adviesraden en de WOP’s. Ook vraagt zij zich af hoe de koppeling van de WOP’s met de inwoners/achterban is georganiseerd. Voelen inwoners van wijken zich ook werkelijk door het WOP vertegenwoordigd? Vertrouwen in de politiek heeft naar haar opvatting te maken met transparantie en eerlijk zijn, zeggen wat je fout hebt gedaan, wat je daarvan hebt geleerd en hoe je het anders gaat doen. Zij is een groot fan van Deep Democracy. Ook vraagt zij aandacht voor de wijsheid van de minderheid De heer STEVENS is ongelooflijk trots op het traject dat de raad heeft doorlopen met de jonge honden. Terecht zijn de ambtelijke ondersteuning en de burgemeester voor het traject bedankt.

Het mooie vond hij om te zien dat botsingen niet leidden tot een inhoudelijke discussie, maar tot het inzicht in waar men overzicht van wilde krijgen, welke instrumenten er zijn en wat men daarmee kan doen om de gemeente uit de mist te halen. Hij benadrukt dat het traject aangeeft dat je als burgerraadslid zeker ook invloed kunt hebben, zodat hij mensen aanraadt zich als zodanig aan te melden. In de visie staan heel mooie teksten, waarin hij zich zeker kan vinden. Hij toont zich ingenomen met het benadrukken van de digitale democratie. Het uitdaagrecht bestaat al enige tijd, zeker meer dan vijf jaar en stond al in 2012 in het landelijke verkiezingsprogramma van het CDA. Er is nu een wetsvoorstel in de maak, ‘Versterking participatie op decentraal niveau’, dat bij de Raad van State ligt en dat waarschijnlijk in 2022 zal komen. Hij wil daarop echter niet wachten, omdat ongeveer de helft van de gemeenten het uitdaagrecht al hanteert. In de visie had hij graag de Capelse durf teruggezien om bij het uitdaagrecht meer stappen te zetten. Daarom vraagt hij een terugkoppeling van de portefeuillehouder op waarom er niet voor is gekozen om desnoods een bespiegeling te maken van bepaalde trajecten die in de laatste jaren zijn doorlopen. In die trajecten zou het wellicht al mogelijk zijn geweest om het uitdaagrecht te hanteren, zodat daarvan ook geleerd had kunnen worden.

In bepaling e van artikel 2.4 staat dat in spoedeisende situaties kan worden afgeweken van participatie. Daaraan wil hij meer duiding geven en weten wat onder ‘spoedeisend’ wordt verstaan. De raadsadviseur van de burgemeester is erg fan van de term ‘democratische waarden’ en hijzelf is dat ook. Daarom vindt hij het jammer dat die term niet is meegenomen in het voorstel. De VNG meldde daarover dat in de startnotitie kan worden ingegaan op het borgen van democratische waarden. Het gaat erom wat democratische waarden zijn, zoals representativiteit en inclusie en het bereiken van moeilijk bereikbare groepen. Hij had graag gezien democratische waarden te vertalen naar bijvoorbeeld representativiteit en inclusiviteit, zodat bij elk traject wordt nagedacht hoe groepen zijn te bereiken. Hij laat weten van het voorstel een bespreekstuk te willen maken teneinde op dit aspect met een amendement te komen. Hij hoort daarom graag hoe de commissieleden denken over het aan de slag gaan met democratische waarden. Verder informeert hij naar de koppeling van de Participatieverordening met de Omgevingswet en de omgevingsvisie en de verschillen daartussen. Daartoe gaan straks ook procedures lopen, ook procedures voor vastgoedondernemers. Als procedures verschillen kunnen ze misschien elkaar gaan tegenspreken. Ook voor de Capellenaar is de synergie belangrijk. De visie noemt ook de jongerenraad.

Jongeren zouden volgens de ombudsman op een brede manier betrokken kunnen worden, zoals bij openbaar vervoer en veiligheid. Daarom vraagt hij meer ruimte voor de jongerenraad. De heer KERVER complimenteert de burgemeester, de ambtelijke ondersteuning, de raadsleden en burgerraadsleden in de werkgroep, die een heel goede en constructieve bijdrage hebben geleverd. Ook hij denkt dat een burgerraadslid een goede bijdrage kan leveren. Hij vindt het goed dat in het begin van het stuk een heel duidelijke definitie van participatie staat. Die definitie moet duidelijk zijn, zodat iedereen weet wat je eraan hebt.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 7 van 12

De speerpunten die hij vooral belangrijk vindt zijn helderheid en verwachtingsmanagement. Het is belangrijk om helder naar de Capellenaar te zijn over welk traject je ingaat, wat de instrumenten zijn en dat ook het verwachtingsmanagement daarbij aansluit. Duidelijk moet zijn welk pad er wordt bewandeld. Daarom is hij ook blij met de participatieladder, die precies duidelijk maakt in welke fase het proces zich bevindt en welk middel en instrument ingezet kan worden. Een vaak terugkomende opmerking was ‘we doen al zoveel in Capelle’. Die opmerking klopt, maar niet altijd duidelijk was wat wanneer ingezet moet worden. Wellicht is het mogelijk de participatieladder en alle middelen en instrumenten inzichtelijk te maken in de vorm van een infographic, zoals bij de begroting, in één A4. Een ander voor hem te benoemen belangrijk punt is dat het Denk en Doe Mee! Fonds een absoluut nuttige aanvulling op de participatie kan zijn. Dat fonds is met Maak Capelle kort genoemd in het stuk, maar hij wil zeker benadrukken dat het fonds een nuttige manier van participatie kan zijn. Terugkomend op de vraag van de SGP over het bereiken van de moeilijk bereikbare doelgroepen en vertrouwen denkt hij dat de punten die hij eerder heeft genoemd daarbij heel belangrijk zijn: er moet duidelijkheid zijn over waarom de gemeente iets doet, evenals terugkoppeling en een goede afhandeling met nazorg.

De communicatie naar de Capellenaar moet goed zijn, zonder halfslachtige benoeming. Burgemeester OSKAM beschikt al over heel veel participatietools, maar de vraag was of die op de juiste manier worden ingezet. Vaak zijn ze ingezet, maar hadden mensen andere verwachtingen en leidden die tot politiek gedoe. Uiteindelijk ging het zover dat bij de Capelseweg/Bermweg een motie is ingediend, die opdroeg participatie goed te regelen. Participatie is echter niet dicht te regelen en dat wil hij ook niet. Daarom moeten vertrouwen, transparantie en maatwerk worden ontwikkeld. Er zou ook een goede interactie tussen het college, de raad en de ambtelijke ondersteuning moeten zijn. Bij ruimtelijke ordeningsprojecten is er steeds een vorm van participatie geweest. Daarvan is terugkijkend altijd te leren. Vervolgens is de online community gedaan, waarvan mevrouw Weemhoff zich afvroeg of die goed was qua representatie. Er was echter een uitkomst, waarmee men het moet doen. Tegelijkertijd was er de quickscan, waarbij veel meer Capellenaren aan het woord zijn geweest, namelijk 300. Ook ambtenaren, het college en de raad hebben gereageerd. Hij is ook trots op de betrokkenheid van de ‘vijf jonge honden’. Hij is niet helemaal tevreden over het plan. Eigenlijk had hij een soort toverdoos willen ontwikkelen, maar dat is het niet.

Een paar keer per jaar is er een lastig plan waarop de gemeente wil laten participeren en kan er een gesprek plaatsvinden hoe dat wordt aangepakt en vormgegeven. Als wordt geconstateerd dat de verkeerde tool is ingezet moet worden geconcludeerd participatie opnieuw te doen. De heer LANDZAAD vraagt zich af of het bijdraagt aan het vertrouwen in de overheid als een zwaar participatiemiddel wordt veranderd in een lichter middel. Liever zou hij dan zeggen een inschattingsfout te hebben gemaakt en het te houden bij het zwaardere middel. Burgemeester OSKAM kan daarop niet reageren, maar participatie moet geen spelletje worden. Een participatiemiddel moet men niet te snel veranderen. Als het middel faliekant verkeerd is moet men daarover met elkaar in gesprek gaan. Dan gebeurt de participatie opnieuw en krijgen burgers een nieuwe kans om in te spreken of hun mening te geven. Hij denkt echter niet dat dat snel zal gebeuren. Als blijkt dat te bouwen woningen ergens anders moeten komen is sprake van een nieuwe fase met de mogelijkheid voor andere mensen die dan als belanghebbende kunnen worden aangemerkt om in te spreken en te participeren. Ook daarover moet men dan steeds transparant en eerlijk zijn. Vervolgens gaat hij in op de rol van de politiek en de raadsleden. Omdat de verkiezingen eraan komen is er alle aanleiding om nu eens een keer echt de boer op te gaan.

De raadsleden kunnen meer de stad ingaan en hun voelhorens uitsteken, niet alleen bij hun achterban. Dat zal vooral uit hun zelf moeten komen, maar hij verklaart zich bereid om het proces te begeleiden en te kijken of de gemeente dat moet faciliteren en organiseren. De WOP’s zou men daarbij kunnen gebruiken. Hun status is nog steeds onduidelijk. Ook daarbij geldt dat men in gesprek moet gaan. De moeilijkste vraag was of er nog wel vertrouwen in de overheid is. Wat er nu in Den Haag gebeurt heeft volgens hem ook gevolgen voor de verkiezingen in Capelle aan den IJssel. In Capelle moet men in de spiegel kijken en de gemeentelijke overheid zal betrouwbaar moeten zijn. Dat komt bij de Rekenkamer, de Ombudsman en de klachtencommissies aan de orde. De gemeente maakt ook fouten, wordt in het ongelijk gesteld en moet van fouten leren. College en ambtelijke organisatie moeten hun lessen daaruit trekken. Politici zouden ook het vertrouwen in de overheid kunnen herstellen door wat ze beloven ook te doen of verwachtingen te managen. Hun gedrag speelt daarbij ook een rol.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 8 van 12

Alle Capellenaren benaderen, wat de heer Breepoel vroeg, is onmogelijk. Hij denkt ook niet dat alle Capellenaren benaderd willen worden. De gemeente maakt reclame op de gemeentesite, indien nodig hangt ze aanplakbiljetten op en er kan een advertentie worden gezet in de IJssel en Lekstreek. Ook gemeenteraadsleden kunnen dat doen. Mensen zijn echter moe en willen niet altijd maar bevraagd worden. Hij was blij met de inbreng van de heer Snijders. Wat is gedaan is namelijk een beetje een nieuwe manier van werken. Door het betrekken van de jonge honden denkt hij dat het draagvlak en het product ook beter worden. Hij realiseert zich echter dat het pas de eerste versie is en dat er de komende jaren nog van alles gaat veranderen. In de praktijk werkt de Right tot Challenge wel, maar bezien moet nog worden welke gevolgen dat heeft en hoe mensen daarop reageren. Pas dan is het in de verordening op te nemen en te verwerken. De Omgevingswet is toekomstmuziek. Er waren heel veel goede sessies over de Omgevingswet met een raadswerkgroep, maar die wet is er nog niet. Nu is daarover nog niet zo veel te zeggen. Belangrijk is de wisselwerking met de raad, zodat men van elkaar op de hoogte is hoe tegen participatie wordt aangekeken, waarna de beste keuze voor Capelle gemaakt wordt. Formalisering van het WOP is lastig.

Het WOP is in het leven geroepen om in de wijk zaken te organiseren die wijkbewoners aangaan. Een WOP is echter niet bedoeld om een probleem als met Allsafe op een goede manier op te lossen. In de Participatieverordening zitten voldoende dingen om vervelende dingen in de toekomst te voorkomen, zoals destijds in Fascinatio is gebeurd. De WOP’s moeten weer het vertrouwen van de wijk krijgen. Mensen moeten weer gaan denken dat ze bij het WOP hun verhaal kwijt kunnen en daar het gesprek kunnen aangaan met de gemeente. Daaraan is de komende tijd weer te werken. Hij kan niet zeggen dat het probleem met de Capelseweg/Bermweg zich niet had voorgedaan als de voorliggende verordening er eerder was geweest. Mensen zijn namelijk boos, omdat ze hun zin niet hebben gekregen. Ze hebben de kans gekregen om in te spreken en er is heel veel op het gebied van participatie gebeurd. Hij denkt dat de wethouder de mensen de kans heeft gegeven om hun verhaal te laten doen. Mevrouw WEEMHOFF vroeg zich af hoe de portefeuillehouder aankijkt tegen de voorliggende verordening bij een zich in de toekomst voordoende situatie die vergelijkbaar is met de Bermweg. Burgemeester OSKAM antwoordt dat er structuur is en dat er een mogelijkheid is om het college met de raad in gesprek te laten gaan over een plek waar nog iets op het gebied van ruimtelijke ordening gedaan kan worden.

De vraag is dan welke manier van participatie de raad wil instellen. Dat wordt dan breed bediscussieerd en uiteindelijk volgt een keuze. Ook daarbij zullen mensen misschien dan teleurgesteld zijn over een tool. Dan doet echter de democratie zijn werk en daarover heeft hij een goed gevoel. Dan is het misschien toch anders dan het nu is gelopen met de Capelseweg/Bermweg, omdat de raad er dan in de voorfase intensief bij betrokken is en de mogelijkheid krijgt om mee te beslissen. Pragmatisch werkt the Right to Challenge al en dat kost nu wel meer uitzoektijd en evaluatietijd om vast te leggen in de voorliggende verordening. De jongerenraad heeft echt wel meer ruimte. In de verordening staat dat de jongerenraad het over jeugdzaken mag hebben, maar het is uitdrukkelijk de bedoeling dat die raad zich ook breder met zaken bemoeit, zoals op het gebied van veiligheid en corona. Ook bij Themater worden jongeren betrokken. Hij heeft dus het idee dat jongeren steeds meer hun invloed kunnen aanwenden, wat ook heel goed is in een stad als Capelle. Hij verklaart zich bereid participatieladder en middelen en instrumenten inzichtelijk te maken in een infographic. De heer VAN LEUVEN gaat in op de vraag van de VVD over dat participatie en inspraak standaard van toepassing op alle trajecten zouden zijn.

Dat is juist niet de bedoeling, maar hij begrijpt dat men dat op basis van het eerste lid van artikel 3 zou kunnen veronderstellen. Vermeld is dat indien participatie en inspraak wettelijk zijn voorgeschreven dan die procedure van toepassing is. In andere gevallen, waarin participatie kan worden toegepast, zijn er andere mogelijkheden. Die worden beschreven in de tekst daarna. Participatie kan plaatsvinden rondom bijvoorbeeld het programma over mobiliteit. Naast de inzet van het burgerpanel kan er een wettelijke verplichting uit voortvloeien. Voor een mobiliteitsplan moet de gemeente zich bijvoorbeeld houden aan de Planwet verkeer en vervoer. Voor beleid is een participatietraject opgevoerd met een burgerpanel. Voor het deel van de planwet geldt alsnog een zienswijzenprocedure. Hetzelfde geldt voor de stadsvisie, waarvoor een uitgebreid participatietraject is doorlopen, maar dat bevat ook een verplicht element met betrekking tot de omgevingsvisie. ‘Belanghebbende’ is een juridische term. Bij bepaalde trajecten moet de gemeente verplicht belanghebbenden informeren. Als belanghebbenden in een traject zijn gemist is daarvoor juist de zienswijzenprocedure bedoeld, zodat belanghebbenden alsnog de ruimte krijgen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 9 van 12

In plaats van juridisch belanghebbenden kan men het hebben over participanten. Het stuk is bedoeld om beter na te denken over het doel en wie daarvoor nodig zijn. Dat punt komt in de ambtelijke handreiking zeker terug. Het gaat erom hoe men een stakeholderanalyse maakt en welke mensen te betrekken zijn. Dat weet men nooit perfect. Als het traject zich daarvoor beter leent hoeft het doel niet te zijn zoveel mogelijk mensen te betrekken, maar een diepere enquête te houden met mensen die in de diepte willen meepraten. De heer LANDZAAD is het helemaal eens met het betoog van de heer Van Leuven. In artikel 3, lid 1 leest hij dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt als dat wettelijk is voorgeschreven. Het heikele punt zit dan in lid 2, waarin staat dat het bestuursorgaan voor een of meer beleidsvoornemens een andere participatieprocedure kan vaststellen, tenzij lid 1 van toepassing is. Als hij naar het voorbeeld van de VNG kijkt zou men lid 1 ook als zodanig kunnen formuleren dat het bestuursorgaan automatisch kijkt naar wat een geëigende procedure is als de voorgeschreven procedure uit de Awb niet van toepassing is. Dat zal waarschijnlijk niet heel vaak de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zijn als die niet wettelijk is voorgeschreven. Misschien kan er dus iets meer aansluiting worden gezocht bij het voorbeeld. De heer VAN LEUVEN is het daarmee niet oneens.

De kan-opmerking is niet per se noodzakelijk. Men stelt gewoon de participatieprocedure vast. Als die niet de procedure is uit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, dan is dat een andere procedure. Wellicht kan de burgemeester dat toezeggen. Burgemeester OSKAM doet de toezegging om dat punt aan te passen. De heer VAN LEUVEN heeft ambtelijk geen behoefte aan een evaluatie, maar die is bedoeld om de raad, die elke vier jaar van samenstelling verandert, in positie te houden als het gaat om het gesprek over het onderwerp. Als dat gebeurt in een minder frequent tijdpad kan een zittende raad pas na drie jaar daarover praten. Dat lijkt hem niet wenselijk. In de verordening is in lid 5 van artikel 3 opgenomen dat het mogelijk is participatietrajecten tussentijds te wijzigen. Er zijn voorbeelden waaruit blijkt dat het positief uitpakt om eerlijk te zijn en dilemma’s op tafel te leggen, onder andere over de gekozen participatieprocedure. Het is dan goed om te constateren dat een procedure niet werkt en een ander pad gekozen moet worden. De heer LANDZAAD ziet dat in zijn document de toelichting op lid 5 van artikel 3 ontbreekt en suggereert die alsnog op te nemen. De heer VAN LEUVEN reageert dat in principe niet bij elk lid van een artikel een toelichting is opgenomen, alleen als die toelichting verduidelijkend werkt. Omstandigheden vallen ook niet af te bakenen.

Hij is het eens met GroenLinks dat maatwerk heel belangrijk is. Maatwerk is ook een van de vijf speerpunten uit de visie. Maatwerk is overigens het meest voorkomende woord in de periode dat hij bij de VNG werkte. Voor zowel de visie als de verordening geldt dat die documenten geen eigen leven moeten gaan leiden en nadenken nodig blijft over wat goed is. Hij en zijn collega’s zijn beschikbaar om telkens mee te denken over wat voor welk traject het goede is. Elke keer is het belangrijk om te kijken wat een traject nodig heeft. Dat kan ook iets zijn dat niet als tool in de visie staat en dat kan een andere creatieve oplossing zijn. Vertrouwen is de basis voor alle participatietrajecten. De Right to Challenge staat niet in de verordening, maar wel in de visie. Het gaat er daarbij meer om wat de organisatie op dit moment kan waar maken. Het expertpanel heeft destijds gezegd de Right to Challenge niet te moeilijk te maken en er geen document aan ten grondslag te laten leggen, maar dat pragmatisch te behandelen als dat op het pad komt. Dat is ook gebeurd bij het ING-pand, waarvoor er een Right to Challenge-voorstel kwam en dat is ook als zodanig behandeld. In de modelverordening neemt de Right to Challenge een behoorlijk deel in beslag. Dat moet de ambtelijke organisatie verder doordenken. Eigenlijk is ook te bezien hoe het Denk en Doe Mee! Fonds tot stand is gekomen.

Daaraan heeft een heel proces ten grondslag gelegen en bepaald is welke initiatieven al dan niet in aanmerking voor een bijdrage uit dat fonds komen en hoe het met het geld zit. Die dingen moet men bespreken als men iets gaat juridiseren, wat men doet door dat in een verordening op te nemen. Hij denkt dat het plan zeker is om met de Right to Challenge verder te gaan en dat te verankeren. Dat is een van de volgende stappen, maar dat was voor deze eerste versie te vroeg in de uitvoering. Over Deep Democracy wil hij een andere keer verder praten. Als er de mogelijkheid is om die in te zetten doet hij dat graag. (Woordelijke verslaglegging vanaf dit punt) De heer STEVENS: Voorzitter. Interruptie als het mag?

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 10 van 12

De VOORZITTER: Ja. Een interruptie is prima, maar het is eigenlijk niet de bedoeling dat wij met de ambtelijke ondersteuning in discussie gaan. De discussie gaan wij met de portefeuillehouder aan. En ik begrijp dat de heer Van Leuven zeer gepassioneerd is in zijn beantwoording van de resterende vragen, maar ik zou ook de heer Van Leuven willen verzoeken om iets korter van stof te zijn in zijn ondersteuning van de portefeuillehouder. De heer STEVENS: Het was meer een verduidelijkingsvraag over wat nou precies te vroeg was. Of het nou te vroeg is voor de ambtelijke organisatie of te vroeg voor het feit dat het al vijf jaar bestaat. De heer VAN LEUVEN: Voor de ambtelijke organisatie. Ik zal het korter houden, voorzitter. Excuus. Maar er zijn veel vragen gesteld. (Vanaf dit punt uitgebreide verslaglegging) De heer VAN LEUVEN vervolgt zijn beantwoording. Participatie is nog niet volledig uit de mist gekomen. De participatiekaders voor de Omgevingswet worden nu ontwikkeld en dat gaat in samenspraak met de daarvoor aangewezen ambtenaren. Geprobeerd wordt kaders zoveel mogelijk op elkaar te laten aansluiten, maar de kaders voor participatie met betrekking tot de Omgevingswet zijn nog niet klaar. Het is zeker mogelijk om de daaruit voortvloeiende kaders in de voorliggende verordening te verwerken, maar dat hangt af van de werkgroep, die daarmee bezig is.

De jongerenraad en de WOP’s zijn als punten van aandacht genoemd. Studenten van de Erasmus Universiteit zijn momenteel bezig met deze onderwerpen en behandelen de vraag hoe de jongerenraad beter is te betrekken bij niet alleen jongerenonderwerpen en hoe ervoor kan worden gezorgd dat de WOP’s nog beter een verlengstuk van de wijk zijn en andere mensen kunnen aantrekken. De bepaling dat bij spoedeisendheid (artikel 2, lid 4, punt e) kan worden afgeweken van participatie is standaard en die heeft hij niet bedacht. Hij kan het antwoord op de vraag daarover nazoeken en dat antwoord in de toelichting vermelden. Volgens hem stond die bepaling ook al in de oude inspraakverordening. In het raadsvoorstel is toegelicht om democratische waarden te betrekken bij de startnotitie, zodat ambtenaren zeker worden getriggerd om daarover na te denken. Eerst wil hij echter het gestelde in de voorliggende documenten waarmaken. Tweede termijn De heer VEENEMA complimenteert het college en de ambtenaren met het proces om tot de voorliggende stukken te komen. Hij constateert dat er bij de andere fracties gedachten zijn over wat de gemeente kan doen om het vertrouwen bij de onbereikte en onbereikbare groepen te versterken, zoals ideeën over Deep Democracy en uitgangspunten als transparantie. Hij hoort steun om als raad samen met het college hiermee aan de slag te gaan.

Spreker is het eens met de opmerking van de burgemeester dat allen een rol hebben bij het winnen van het vertrouwen van de burger. Wellicht kan de burgemeester daartoe een procesvoorstel doen en hij stelt voor de nieuwe raad het onderwerp te laten oppakken. Hij vraagt of er daarvoor vanuit de commissie steun is. Wellicht kan een afstudeeronderzoek een voorzet geven tot een actieplan, dat in een benen-op-tafeloverleg kan worden besproken. In zo’n traject kunnen ook partners worden meegenomen, zoals WOP’s. Burgemeester OSKAM heeft geen bezwaar tegen met elkaar ideeën daarover uitwisselen. Hij zal zorgen dat het procesvoorstel bij de nieuwe raad kan voorliggen, waarbij behorende partijen ook zullen worden betrokken. De heer LANDZAAD vraagt of artikel 3 lid 2 technisch/taalkundig zal worden gewijzigd. Het lijkt hem logisch dat vertrouwen van de overheid in burgers kan bijdragen in het vertrouwen van de burgers in de overheid. In dezen citeert hij de Nationale Ombudsman: “Als je een overheid hebt die je kunt vertrouwen, dan levert dat vrijheid op voor mensen.” Dat spreekt hem als liberaal zeer aan. Mevrouw Weemhoff had het over de wijsheid van de minderheid en daarop reageert hij dat in Nederland het gelukkig niemand alleen voor het zeggen heeft en men moet blijven samenwerken en naar elkaar moet blijven luisteren.

Mevrouw WEEMHOFF reageert daarop met de opmerking dat zij afgelopen vrijdag 8 oktober op de raadsreis het belang van het contragewicht heeft mogen aanschouwen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 11 van 12

De heer SNIJDERS benadrukt het belang van duidelijke taal en heeft daarin het volste vertrouwen, omdat de werkgroep heeft besproken dat dat goed gaat komen. Op de vraag van de SGP over het winnen van het vertrouwen van de burger ziet hij bij het vertrouwen in de democratie en de politiek een belangrijke rol voor het dualisme weggelegd. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is een beetje teleurgesteld over het antwoord dat de Right to Challenge niet is uitgewerkt, omdat de ambtelijke organisatie daarvoor nog niet klaar is. Dat antwoord neemt zij mee terug naar haar fractie en daarop komt zij wellicht later nog terug. De heer HOOIJKAAS vindt het in antwoord op de vraag van de SGP heel belangrijk veel contact met bewoners te houden en hun opvattingen mee te nemen naar de raadzaal. De raad moet vooral proberen burgers veel te betrekken en hen informatie te geven. Verder merkt hij dat de gemeente op de goede weg is met het vorm krijgen van participatie. Mevrouw WEEMHOFF heeft door de antwoorden iets meer begrepen hoe het gaat met participatie. Het is haar helder geworden dat bij beleidsvoorstellen in het algemeen het onderwerp participatie aan de orde komt. Dat onderwerp bewerken ambtenaren voor en de raad kan iets zeggen op welke manier participeren kan. Namens de PvdA benadrukt zij het belang van informatie en welke groep wordt betrokken. Daarmee waren in het verleden best wel problemen.

Ook heden ten dage ziet zij dat informeren op sommige punten soms best lastig is, gezien het afsluiten van de Burgemeester van Dijklaan in Schollevaar en het vorige week kappen van een aantal iepen op de Vreugdedans, waarbij toen de bomen zijn verdwenen is gezegd dat ze binnenkort gekapt gaan worden. De gemeente is echter van goede wil, wat haar deugd doet. De heer STEVENS neemt de beantwoording op alle vragen mee terug naar zijn fractie. Hij vraagt of het punt van de omgevingsvisie als evaluatiepunt in artikel 5 lid 2 onder g in de verordening zal worden meegenomen. De heer KERVER zegt dank voor de gedane toezegging. Burgemeester OSKAM vindt het mooi dat positieve feedback is gegeven en kritische vragen zijn gesteld. Er is ook meegedacht. Er was vanavond een mooie vorm van interactie om te werken aan goede participatie. Artikel 3, lid 2 zal worden aangepast. Mevrouw Weemhoff geeft hij gelijk, maar ook de gemeente maakt fouten en raadsleden en burgerraadsleden zien heel veel en tippen het college, waarmee het iets kan doen. Evalueren vindt hij goed, maar in dezen gaat het om ‘work in progress’. The Right to Challenge en de omgevingsvisie/Omgevingswet komen er bij. Bij aanpassingen en een gesprek daarover met de commissie kan ook even worden teruggekeken wat de afgelopen periode is gedaan. Dan kan worden gekeken of er formeel geëvalueerd moet worden.

Wat hem betreft ligt nu de versie 1.0 voor die steeds wordt aangepast. De heer STEVENS begrijpt de afweging van de burgemeester, maar was verbaasd dat de Right to challenge zo expliciet vermeld staat en is vermeld dat die een keer per twee jaar zal worden geëvalueerd. Vandaar deed hij zijn suggestie. Burgemeester OSKAM wil met elkaar de vinger aan de pols houden. De Right to Challenge is een bestaand instrument en kan ook zo benoemd worden, terwijl de omgevingsvisie er nog aan komt. Over de Right to Challenge moet met elkaar het gesprek nog worden aangegaan over de werking en invloed daarvan en of dat op dat moment de juiste tool is. Het is niet zo dat de ambtelijke organisatie de Right to Challenge niet aan kan. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES wilde de ambtenaren niet in diskrediet brengen, maar uitte meer haar teleurstelling dat de Right to Challenge niet verder is uitgewerkt, terwijl dat wel in de modelverordening staat. Zij vertrouwt erop dat de Right to Challenge niet onder de tafel gepoetst wordt bij de ambtelijke organisatie. Met haar fractie wil zij doorspreken of wellicht een voorstel gedaan moet worden om de Right to Challenge naar voren te halen.

De VOORZITTER heeft de volgende toezeggingen genoteerd: een infographic laten maken van de participatieladder en van alle middelen en instrumenten; een procesvoorstel laten maken voor de nieuwe gemeenteraad over het verbeteren van het vertrouwen in de overheid; een tekstuele aanpassing doen van artikel 3, lid 2; de memorie van toelichting op een aantal punten aanvullen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/616757

pagina: 12 van 12

Hij concludeert dat het voorstel als bespreekstuk zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 8 november 2021. De heer Stevens heeft aangekondigd op het gebied van democratische waarden met een amendement te zullen komen. 8.

Rondvraag

De heer SNIJDERS herinnert aan het vorig jaar gevoerde gesprek over hoe eenieder zich prettig kan voelen bij de intocht van Sinterklaas en informeert wat dat betreft naar de stand van zaken. Burgemeester OSKAM antwoordt dat de intocht zal plaatsvinden op de manier waarop de heer Snijders dat heel graag wil. 9.

Sluiting

De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.14 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 25 oktober 2021, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10816487/1