CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag cie SLE-SOB 250624 (19.30 uur)

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 23 september 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen15.608 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eerder is de suggestie gedaan om een kavelpaspoort of iets anders daarvoor in te zetten, maar dat zijn wel de stappen die volgens hem gezet moeten worden voordat tot verkoop kan worden overgegaan. Hij is het dan ook met andere collega’s eens is dat het prematuur is nu een besluit te nemen over de punten 5, 6 en 7. Ten slotte verzoekt hij de wethouder in te gaan op de vraag van de PvdA over het betrekken van vrijwilligers en huidige bezoekers in het participatietraject. De heer VLOT is het bij de bestudering van de jaarverslagen van de kinderboerderij opgevallen dat de kinderboerderij een aantal maatschappelijke taken vervult, bijvoorbeeld bij HALT-trajecten en anderszins, terwijl daar in de jaarverslagen geen inkomsten tegenover staan. Wordt dat soort zaken ook meegenomen in het exploitatieaanbod van de kinderboerderij? Tegenover de locatie van de kinderboerderij is momenteel de Heemtuin gevestigd, een biologisch verantwoord struintuintje zoals hij het zou willen noemen. Heeft het verplaatsen van de kinderboerderij ook nog consequenties voor die Heemtuin? Wat voor partij is de gemeente voor de Heemtuin en in hoeverre heeft dat ook betrekking op de kinderboerderij? De heer OUDSHOORN heeft de wethouder horen zeggen dat de huidige parkeerplaatsen op de Bermweg voldoende zijn totdat het tegendeel blijkt.

Dat staat in schril contrast tot wat vanavond door insprekers naar voren is gebracht, maar dit terzijde. De wethouder heeft, ingaande op zijn opmerking in eerste termijn dat in de nieuwe situatie 300 m gelopen moet worden, zijnde bijna net zo ver als nu, betoogd dat voor die locatie 3 km moet worden omgereden en een gevaarlijke weg overgestoken. Dat duidt hij aan als framing, want het merendeel van de Capellenaren komt onder de Abram van Rijckevorselweg vandaan en hoeft helemaal niet om te rijden. Verder zal de weg die moet worden overgestoken mogelijk een fietsstraat worden, waardoor het sowieso al minder onveilig wordt. Hij roept de wethouder op de argumentatie niet op die manier te framen, omdat daardoor een verkeerd beeld wordt geschetst. De heer VAN BUUREN zegt dank voor de beantwoording, waardoor zeker een aantal vragen is weggenomen. De SGP blijft zich echter zorgen maken over de wijze waarop straks met het monument omgesprongen wordt. Hij pleit er met klem voor over de beslispunten 5 t/m 7 op een later moment nog een keer het gesprek met elkaar aan te gaan. Twijfels blijft de fractie houden bij de onderbouwing van het gevraagde besluit. Er is veel onderzoek gedaan, maar helaas zijn een aantal dingen daarvan niet terug te vinden en blijken nog best wel wat vragen open te liggen.

Dat geeft de SGP niet het comfort dat ze eigenlijk zou willen hebben bij het nemen van zo'n majeure beslissing. De heer VAN LOEF zegt de wethouder dank voor de zorgvuldige beantwoording van de gestelde vragen. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of de heer Van Loef inmiddels al heeft nagedacht over de punten 5, 6 en 7. De heer VAN LOEF verzekert dat hij over alle punten nadenkt. Zojuist heeft hij de wethouder gecomplimenteerd met diens beantwoording, waarin deze zich absoluut gevoelig heeft getoond voor ook de punten 5 t/m 7. Hij ziet dus geen aanleiding om die nu te schrappen. De heer STEGEMAN is het met de heer Van Buuren eens dat de kaders op een later moment gesteld moeten worden. Wat D66 betreft dienen de punten 5 t/m7 derhalve nu geschrapt te worden.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 14 van 20

Ten slotte is het hem ontgaan of de wethouder is ingegaan op de vraag of in het aantal van 5 fte nog een bezuinigingsslag kan worden gemaakt, eventueel in samenhang met vrijwilligers, of de mensen van Promen. De VOORZITTER schorst op verzoek van de wethouder enige ogenblikken de vergadering ter voorbereiding van diens reactie in tweede termijn (21.19 uur). SCHORSING De VOORZITTER heropent te 21.30 uur de vergadering. Wethouder GEISSLER licht toe dat de schorsing door hem was aangevraagd voor overleg over de punten 5 t/m 7 in het ontwerpbesluit. Hij heeft daarover een aantal partijen gesproken en kennisgenomen van de wens om daaraan een kavelpaspoort te koppelen. Hij stelt thans voor, en zal dat ook voorleggen aan het college, om aan beslispunt 6 toe te voegen dat de bestemmingswijziging zal verlopen via een kavelpaspoort. Verkoop zal pas ergens in 2029 aan de orde zijn en de kinderboerderij verblijft nog een aantal jaren op de huidige locatie, totdat verplaatsing ervan een feit is, zodat er nog voldoende tijd rest. De punten 5 t/m 7 zouden ook losgekoppeld kunnen worden, maar in deze tijd van bezuinigingen lijkt het hem de juiste politieke keuze om het op deze manier te doen. De heer OUDSHOORN stelt vast dat een meerderheid van de commissie prijs stelt op loskoppeling van genoemde punten. Hij roept dan ook op daartoe te besluiten.

Wethouder GEISSLER zegt dat nu niet te kunnen toezeggen. Tijdens de schorsing heeft hij een aantal partijen gesproken die na zijn suggestie bereid waren hun standpunt bij te stellen. Uiteindelijk zullen de getalsmatige verhoudingen in de raad de doorslag geven en uiteraard staat het iedereen vrij desgewenst een amendement in te dienen. Mevrouw Den Engelsman vroeg of met de externe partijen waarover hij sprak gedoeld werd op Promen. Hij had het expliciet over verbonden partijen en Promen is een van de partijen die aan de gemeente verbonden is en ook elders kinderboerderijen heeft. Een andere partij, voor wie hetzelfde geldt, is Irado. In het verleden zijn ook al gesprekken gevoerd met een partij die niet direct aan de gemeente verbonden is, Natuurstad Rotterdam. Het zijn interessante partijen die alle drie ervaring hebben op het gebied van kinderboerderijen. Daarbij wordt ook naar de personeelsleden gekeken. Een aantal ervan werkt er al geruime tijd en zij moeten in staat worden gesteld hun carrière netjes af te ronden. De vraag die de heer Hartog stelde over het betrekken van vrijwilligers en bezoekers bij het participatieproces had hij al beantwoord. Het is inderdaad onderdeel van de eerste participatieronde die zal plaatsvinden. In dat traject worden ook de omwonenden meegenomen. De heer Vlot had een vraag over de consequenties voor de Heemtuin.

De Heemtuin en de kinderboerderij zijn verbonden omdat zij voor een deel gebruik maken van elkaars faciliteiten. De Heemtuin is een op zichzelf staande partij, krijgt als stichting ook zelfstandig subsidie en blijft ook na verplaatsing van de kinderboerderij behouden. De parkeerbalans waarvoor de heer Oudshoorn aandacht vroeg zal worden onderzocht als onderdeel van de ruimtelijke procedure. Aan het adres van de heer Oudshoorn merkt hij op dat het niet zijn bedoeling is geweest iets te framen. Feit is wel dat je, als je naar de kinderboerderij rijdt, vanaf welke locatie ook, af en toe gele borden ziet, maar soms zie je ze ook pas heel laat, of kom je, als je nieuw bent in Capelle, aanrijden en moet je alsnog naar een andere locatie doorverwezen worden. Dat is geen praktische oplossing. Op de andere locatie kan het veel beter en makkelijker opgelost worden, omdat je van de ene parkeerpocket, als die vol is, zo door kunt rijden naar de volgende parkeerpocket. Mevrouw DEN ENGELSMAN heeft er kennis van genomen dat beslispunt 6 zal worden gewijzigd, in die zin dat eraan zal worden toegevoegd dat de bestemmingswijziging zal verlopen via een kavelpaspoort.

Gaat dat gepaard met een uitnodiging aan een ieder om daarop in te schrijven, of zal het pand al worden afgestoten aan bepaalde partijen? Wethouder GEISSLER zegt toe die vraag in het college aan de orde te zullen stellen, omdat het ook raakt aan de portefeuille van de heer Schaatsbergen, die Stadsontwikkeling in beheer heeft. Desgevraagd zegt hij toe de wijziging in beslispunt 6 in een collegebrief te zullen toelichten en die voor de raadsvergadering geel gearceerd aan de raad te zullen doen toekomen. De VOORZITTER stelt vast dat het voorstel als bespreekstuk voor de raad zal moeten worden geagendeerd.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 15 van 20

3. Actualisatie Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs Capelle aan den IJssel 2025-2041 Mevrouw FEUTH zegt de wethouder en de ambtenaren dank voor het verwerken van de op- en aanmerkingen uit de consultatieronde. Het toevoegen van bijlage 1, het inventariseren van de leegstand en medegebruik en verhuur, is erg verhelderend en wijst erop dat echte leegstand eigenlijk niet voorkomt. D66 kan in principe instemmen met dit gedegen en aangepaste voorstel. De heer VAN LOEF citeert uit een artikel in NRC Handelsblad dat onderwijs niet echt scoort bij politici. De VVD echter, en hij neemt aan dat dat ook voor D66 geldt, draagt onderwijs een warm hart toe, en zeker ook onderwijshuisvesting, omdat naar zijn mening alleen in goede gebouwen goed les gegeven kan worden. Voor het overige verwijst hij naar het opiniërende stuk van mevrouw Annette Driessen, vicevoorzitter van de PO-Raad, in de NRC van gisteren. Eerder heeft hij al een aantal technische en politieke vragen gesteld over het raadsvoorstel en de voorliggende actualisatie. Gisteren heeft hij daarover met de wethouder en diens adviseur, alsmede de steller van de rapportage, om 8 uur ’s morgens al uitgebreid gediscussieerd. Het verheugde hem dat dat al op zo korte termijn mogelijk was en spreekt daarvoor nogmaals zijn dank uit.

Het heeft over en weer tot een aantal inzichten geleid en een aantal technische vragen die nog beantwoord zullen worden en ook aan de commissieleden beschikbaar zullen worden gesteld. Een aantal issues wil hij nu al even noemen. Op pagina 8 van het SHO wordt het fenomeen OGO aangekaart: op overeenstemming gericht overleg. Heeft ook over het strategisch huisvestingsplan een OGO plaatsgevonden en zijn de Capelse schoolbesturen daarmee akkoord gegaan? Op pagina 9 wordt het postcodebeleid in relatie tot Fascinatio genoemd. Vrijheid van onderwijs staat bij de VVD hoog in het vaandel. Het spreekt dan ook vanzelf dat de vrijheid van ouders bij het kiezen van een school voor hun kinderen niet mag worden beknot. Bij het klimaat op pagina 23 wordt slechts één school genoemd. Hoe staat het wat dat betreft met de andere schoolgebouwen? Vanaf 1 juli is het verplicht in alle schoollokalen een CO2-meter te hangen. Hoe is het daarmee gesteld? Op bladzijde 27 wordt voorgesteld bij de indexering de BDP-index te hanteren. Wat de VVD betreft is dat een impliciete keuze, maar het voorstel is niet terug te vinden in de gevraagde beslissing in het raadsvoorstel. In het SHO worden overigens op meerdere plekken voorstellen gedaan, impliciete keuzes, die niet terugkomen in het raadsvoorstel. Een volgend aandachtspunt is asbest.

De wethouder legt hij de vraag voor of het niet verstandig zou zijn daarvoor een reserve aan te leggen. Vaak wordt asbest pas in gebouwen aangetroffen als een destructief onderzoek wordt uitgevoerd, en dat gebeurt meestal pas als er gesloopt wordt. De gemeente Capelle heeft daar slechte ervaringen mee opgedaan, vandaar de vraag of daarvoor een bestemmingsreserve kan worden opgetuigd. Een heel essentieel punt is het fenomeen groepsgrootte. Groepsgrootte is gewoon een politieke, hij zou haast zeggen: onderwijskundige keuze, en geen maatlat om scholen te vergelijken. Iets scherper gezegd, handelt de gemeente in feite in strijd met haar eigen verordening, want daar staat een andere berekening in, waarmee de normatieve ruimtebehoefte wordt vergeleken en niet de groepsgrootte. In het raadsvoorstel wordt het fenomeen taakstelling gebruikt, en dat heeft volgens hem een andere betekenis, een andere connotatie. De vraag is dus of daarvoor niet een ander woord kan worden bedacht. De heer OUDSHOORN zegt dank voor de update van de stukken, met verwerking van alle eerder gemaakte opmerkingen, waarin de SGP zich geheel kan vinden. Twee punten hebben met name de aandacht getrokken in de fractie en die legt hij thans graag even voor. Wat de SGP allereerst mist in dit strategisch plan, een voornemen, is een echte koppeling met strategisch-ruimtelijke kansen.

Kunnen de schoolgebouwen die nieuw ontwikkeld worden niet nog beter benut worden met maatschappelijke verbreding en verbinding? Het echte ruimtelijke besef en het benutten van kansen worden in dit stuk gemist. Kan de wethouder toezeggen dat bij de uitvoering rekening gehouden zal worden met deze maatschappelijk relevante koppelkansen? Het tweede punt gaat over de vernieuwbouw-budgettering. Eigenlijk lijkt het net alsof in deze SHO een vierde categorie van vergoedingen is toegevoegd. Bekend zijn verbouw, vernieuwbouw en nieuwbouw en daar hangt een percentage aan vast, maar nu is er ook een vernieuwbouw met de budgettering van nieuwbouw en de vraag is of dat een handige keuze is. Bij een aantal scholen is toegezegd dat, als er vernieuwbouw plaatsvindt, maar de levensduur wel wordt verlengd met veertig jaar, de vergoeding op 100% gezet wordt. Wat is daar de achterliggende gedachte bij? De heer VAN BUUREN stelt dat de heer Oudshoorn terecht aandacht heeft gevraagd voor de manier waarop dit plan gehanteerd zal worden in de implementatie.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 16 van 20

Zo te zien lijkt het een soort van kader voor de maximale inzet vanuit de gemeente, waarbij dan steeds met schoolbesturen gezocht blijft worden, ook in samenhang met een ruimtelijke ontwikkeling, hoe dat financieel en ruimtelijk geoptimaliseerd kan worden, maar dat roept wel de vraag op welke rechten de schoolbesturen hieraan kunnen ontlenen. Vervolgens is een belangrijke rol weggelegd voor het uitvoeringsprogramma, wat de vraag oproept in hoeverre de raad daarbij nog betrokken is. Dit SHO zal een periodieke update krijgen in een vierjaarlijkse herijking. De vraag die dat oproept is: aan de hand van welke aspecten dan? Een vraag is bij de SGP ook gerezen over de financiën. Uit het stuk citeert hij: “In de kadernota zullen we de geactualiseerde cijfers verwerken en het krediet voor de periode tot en met 2032 van € 19,8 miljoen verhogen naar € 35,7 miljoen.” In de kadernota wordt het krediet dus voor zeven, acht jaar verhoogd, terwijl tegelijkertijd in het stuk wordt aangegeven dat in een uitvoeringsprogramma slechts vier jaar vooruit wordt gekeken en elke keer na vier jaar geactualiseerd.

Moeten de kredieten in de kadernota dan niet veel minder lang vooruit worden verhoogd? Verder blijft de fractie wat vragen houden over de wijze waarop de kosten worden verdeeld als de gemeente meer doet dan eigenlijk strikt noodzakelijk is, wat er uiteindelijk toe leidt dat een schoolbestuur daar de vruchten van plukt. Hij adviseert het college om op dat punt heldere spelregels te hanteren, zodat duidelijk is waar een schoolbestuur op mag rekenen. De heer HARTOG toont zich namens GroenLinks tevreden met de aanvulling in het stuk, waardoor de context in het stuk van specifieke onderwerpen beter beschreven wordt. Ook het voorstel om accu’s in te zetten om eventuele problemen met congestie op te lossen, of te verlichten, wordt van harte ondersteund. In de bijlage over de leegstand van klaslokalen vielen hem twee zaken op. Aan de ene kant zijn er twee scholen die meerdere lokalen leeg hebben staan en aan de andere kant heeft de Sjalomschool heel veel lokalen beschikbaar die ook direct voor onderwijs gebruikt worden en die zes lokalen beschikbaar heeft gesteld voor andere maatschappelijke voorzieningen. Wellicht is het een idee om deze partijen bij elkaar te zetten. Dan de bijdrage van de PvdA. Het plan is inhoudelijk degelijk onderbouwd, financieel redelijk transparant en er is overleg geweest met schoolbesturen. Toch zijn vanuit de PvdA enkele kanttekeningen te plaatsen.

Wat de PvdA erg sterk vindt, is dat structureel geïnvesteerd wordt in toekomstbestendige schoolgebouwen met aandacht voor groeiende wijken. Wat echter zwak is uitgewerkt, is een gebrek aan sociale diepgang, bijvoorbeeld op thema's als inclusiviteit, kansengelijkheid en betrokkenheid van gezinnen. Door deze investering bestaat het risico dat er budgettaire druk op andere sociale domeinen kan komen door hoge investeringslasten, wat bijzonder jammer zou zijn. Wat de PvdA het liefst in dit plan zou zien is een aanvullende paragraaf over inclusief onderwijs. Daarnaast zou het goed zijn een sociale toets op te nemen in het SHO waarin effecten op kansengelijkheid, segregatie en toegang tot onderwijs worden meegenomen. Er zijn ook opmerkingen gemaakt over evaluatie en hoe ermee wordt omgegaan wanneer het plan over vier jaar moet worden herzien of herijkt. Het zou goed zijn om gewoon jaarlijks een voortgangsrapportage te laten maken waarin zaken staan over transparantie, fasering, budget, participatie en sociale effecten. De heer HEERENS maakt namens de ChristenUnie complimenten voor het weldoordachte plan. Goed te lezen dat de conditie van de schoolgebouwen overwegend op orde is. Wat hem wel benieuwt is of er mogelijkheden zijn om te schuiven in investeringsdatums bij schoolgebouwen, zo zich financiële tegenvallers zouden voordoen.

De heer VAN BUREN heeft uit de bijdrage van de heer Van Loef genoteerd dat onderwijshuisvesting volgens een bepaald krantenartikel misschien niet de aandacht van gemeenteraadsleden zou hebben. Zelf heeft hij dat in het Capelse nooit ervaren, omdat men hier al geruime tijd geleden, net voor de financiële crisis, tegen vraagstukken aanliep die de gemeente dwongen heel nadrukkelijk na te denken over de huisvesting van de vervangingsopgave die toen aan de orde was. Het verheugt hem dat met een plan zoals nu voorligt heel solide wordt nagedacht over hoe in de jaren die volgen gezorgd zal worden dat de huisvesting op orde is. Al vijftien jaar geleden werd de gemeente er door Zoetermeer op gewezen dat dit echt een probleem is voor een new town als Capelle, toen nog een groeigemeente genoemd. Het vraagstuk dat de heer Oudshoorn naar voren bracht deed hem terugdenken aan het verleden, zo’n drie/vier raadsperioden terug, toen dat ook aan de orde kwam. De vraag is wel hoe dat dan wordt opgepakt: hoe de koppeling zal worden gemaakt tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mogelijke pluspunten, kijkend naar de onderwijshuisvesting.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 17 van 20

Misschien is het wel een opgave die in de lokale omgevingsvisie moet worden opgepakt en misschien is het ook wel een vraag die als een soort omgevingsprogramma rondom transformatie van mogelijke locaties als een beleidsopgave aan de raad zou kunnen worden voorgelegd. Hoe wordt erop gestuurd om daarover na te denken, zodat ook bij toekomstige aanpassingen van het huisvestingsplan sturing kan worden gekregen voor wat dat betekent voor de wijze waarop met die onderwijslocaties in de toekomst wordt omgegaan? De heer Van Loef heeft nog een ander belangrijk punt van minder ruimtelijke aard naar voren gebracht. Het CDA steunt dat zeker wat betreft de vrijheid van onderwijs en het postcode-argument dat in dit stuk staat. Ook dat heeft het CDA liever niet. Het fundamentele recht is zo belangrijk dat, als er kosten aan zitten, die gewoon genomen moeten worden. Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt dank voor de beantwoording van de technische vragen, die met name betrekking hadden op de overcapaciteit bij een aantal scholen, bijvoorbeeld het EYE College. Die leegstand zal nog nader onderzocht worden, om te kijken of er alternatieve doelen voor komen. Komt dat over vier jaar weer aan de orde bij de herijking, of wordt dat al in een vroeger stadium meegenomen? Opvallend zijn de mooie cijfers die worden gekregen van alle scholen betreffende beschikbare en benodigde ruimte.

Alleen bij de twee scholen voor speciaal voortgezet onderwijs is wel te zien wat de benodigde capaciteit is, maar niet wat de beschikbare capaciteit is. In een antwoord wordt aangegeven dat dat niet inzichtelijk is gemaakt. Wellicht kan dat bij de volgende herijking wel inzichtelijk worden gemaakt. Ten slotte dringt zij er nogmaals op aan bij een uitbreiding van Fascinatio te letten op het huurcontract, dat in juli 2028 afloopt, zodat de gemeente er niet nog een keer voor vijf jaar aan vast zit. De heer JALIENS spreekt waardering uit voor het degelijke stuk dat voorligt. Een jarenlang proces wordt nu afgerond en het verheugt Leefbaar Capelle dat de punten die in de consultatieronde zijn ingebracht zo goed als allemaal zijn meegenomen. Een vraag die hem nog rest is de volgende. Het stuk meldt dat eventuele aanvullende ruimtebehoefte in het kader van inclusief onderwijs niet in het SHO is meegenomen, maar dat dat zal gebeuren in de eerstvolgende actualisatie. Voordien zal er echter een wettelijk kader moeten zijn. Wat is de stand van zaken daarmee? Wethouder VAN WOUDENBERG zegt mevrouw Feuth dank voor haar waarderende woorden. Ook het college is blij dat dit stuk nu voorligt en dat met de scholen, die eigenlijk hebben meegeschreven aan dit document, goede afspraken ter zake zijn gemaakt. De heer Van Loef bevestigt hij dat het ook in het OGO is besproken.

Hoewel het daarin niet tot formele besluitvorming heeft geleid, hebben de scholen integraal gereageerd op het document met wijzigingen, die grotendeels zijn doorgevoerd. In het komende OGO zal een en ander nog even formeel worden vastgelegd en gelijktijdig zal dan ook het nieuwe stuk worden aangepast met de wijzigingen die geel gearceerd zijn weergegeven. Eerlijk gezegd zou hij graag hebben gezien dat de heer Van Loef een jaar eerder raadslid geworden was, zodat de raad eerder profijt had kunnen hebben van diens kennis en discipline. Iemand met zoveel ervaring kan alleen maar helpen om een stuk nog beter te maken. De technische vragen die door de heer Van Loef zijn gesteld zullen eind deze week / begin volgende week worden beantwoord en kunnen dan wat hem betreft onderdeel uitmaken van de totale besluitvorming. Bij het raadsvoorstel zelf heeft hij eens gekeken naar het verleden van raadsvoorstellen. In sommige gevallen worden de kernbeslissingen van een verordening overgenomen in het raadsvoorstel, in andere gevallen wordt voorgesteld de verordening vast te stellen, waarmee ook het voorstel wordt vastgesteld. In dit geval stelt hij voor de punten die in de verordening staan gewoon in het raadsvoorstel te zetten, waarna daarover in meerderheid door de raad besloten kan worden.

Maar als de raad gewoon het SHO wil vaststellen en daarmee gelijk ook die punten wil vastleggen, vindt hij dat ook goed. In tweede termijn verneemt hij graag wat de voorkeur heeft. De VOORZITTER stelt voor het voorstel met deze uitleg zo te laten staan, tenzij partijen het echt anders zouden willen, dit om een discussie over een kakafonie aan wensen en voorstellen te voorkomen. Wethouder VAN WOUDENBERG vervolgt dat over het klimaat met alle scholen is gesproken en dat door de gemeenteraad extra geld beschikbaar is gesteld voor de SUVIS-regeling. De subsidies daarvoor zijn aangevraagd. Helaas hebben niet alle scholen daaraan meegedaan. Een aantal scholen heeft de gemeente gevraagd het subsidiebedrag dat was verkregen terug te betalen aan het ministerie, waarna zij zelf de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen. Per 1 juli van dit jaar, of volgend jaar, zal dat allemaal geregeld moeten zijn en dan zal een controle plaatsvinden, waarbij de scholen zal worden gevraagd of zij voldoen aan de richtlijnen.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 18 van 20

Asbest. De bestemmingsreserves zijn in het verleden afgebouwd en de heer Van Loef heeft voorgesteld hiervoor weer een bestemmingsreserve te creëren. Zoals bij de sloop van de scholen aan de Meeuwensingel is gebleken, waren met de asbestverwijdering substantieel veel hogere kosten gemoeid dan was verwacht. Dat de gemeente in de toekomst voor gigantische bedragen kan komen te staan bij sloop is dan ook zeker niet uitgesloten. Of het aanbeveling verdient daarvoor een reserve in het leven te roepen, of dat er een andere manier voor zal moeten worden bedacht, zal hij verder uitzoeken. Het is juist dat de leegstand die in de bijlage in beeld is gebracht niet helemaal een terechte weergave geeft van wat nodig is. Uitgangspunt is het aantal leerlingen maal vierkante meters, maar bij de consultatie had de raad gevraagd dit toe te voegen en aan dat verzoek is voldaan. Uiteindelijk zullen scholen worden afgerekend op basis van leerlingenprognoses maal vierkante meters, of in ieder geval in beeld worden gebracht wat hun over- of ondercapaciteit is. Het woordje ‘taakstelling’ in het beslispunt is niet juist. Het is geen taakstelling in het bezuinigen, maar een taakstelling van de onderwijshuisvesting. Wellicht verdient het aanbeveling het beslispunt in die zin aan te passen. De heer Oudshoorn heeft een vraag gesteld over de ruimtelijke kansen die er zijn.

Volgens hem is dat wel verwoord en bij de uitvoering is ook aangegeven dat dat op dat moment zal worden meegenomen. Bij het opstellen van de plannen is met de afdeling Stadsontwikkeling wel gekeken naar de ruimtelijke opgaven. De vorige keer heeft hij aangegeven dat in den lande blijkt dat complexen waarbij scholen en wonen gecombineerd worden niet altijd eenvoudig zijn en best wel ingewikkeld om te realiseren, maar dat, als er kansen zijn, wel geprobeerd zal worden die te pakken. Wat de heer Oudshoorn heeft opgemerkt over de 100% die aan scholen betaald wordt bij vernieuwbouw staat in zijn beleving niet in het document. Bij zijn weten wordt bij vernieuwbouw maximaal 80% betaald. De heer OUDSHOORN verduidelijkt dat bij een aantal scholen die in aanmerking komen voor nieuwbouw, zoals De Balans en De Fontein, is aangegeven dat, als een school kiest voor vernieuwbouw, toch het budget voor nieuwbouw zal worden uitgekeerd. Wethouder VAN WOUDENBERG verzoekt de heer Droog, die de gemeente begeleid heeft bij het SHO, daarop in te gaan. De heer DROOG zet uiteen dat de genoemde scholen te maken hebben met normatieve leegstand. Als bij die scholen tot vernieuwbouw zou worden besloten, uitgaande van de volledige vierkante meters van het gebouw, zou daarmee meer geld zijn gemoeid dan met sloop en nieuwbouw van het gebouw op basis van het leerlingenaantal dat daar aanwezig is.

Daarom is besloten de school, ook al kiest zij wellicht voor vernieuwbouw, het bedrag voor nieuwbouw toe te kennen, omdat dat de meest gunstige variant is voor de gemeente en qua oplossingsrichting net zo goed. Wethouder VAN WOUDENBERG vervolgt met de vraag van de heer Van Buuren over de raadsbetrokkenheid. Gezien de ontwikkelingen van het onderwijs en de staat van de gebouwen, is geconcludeerd dat minimaal elke vier jaar geactualiseerd zal moeten worden. De raad is over vier jaar natuurlijk weer betrokken bij het proces dat dan doorlopen wordt. Nu zal op basis van dit SHO het gesprek worden aangegaan met de scholen die de komende vier jaar de mogelijkheid krijgen voor renovatie dan wel vernieuwbouw. De andere scholen hebben wel inzicht gekregen wanneer hun school aan de beurt is, zodat ze ook kunnen beoordelen wat voor onderhoud zij nog aan die gebouwen kunnen plegen, maar over vier jaar zal opnieuw in beeld worden gebracht wat de staat is van de gebouwen en welke scholen op dat moment als eerste moeten worden aangepakt.

Het budget waarover de SGP vervolgens een vraag stelde komt voort uit de bestaande financiële verordening, waarmee de gemeente Capelle altijd acht jaar vooruitkijkt, al is het wel zo dat op dit moment met de nieuwe bestuursrapportages en ook de kadernota eigenlijk nog maar vier jaar vooruit gekeken wordt, wat mogelijk ook een plaats zal krijgen in de toekomstige financiële verordening. Op basis van de huidige verordening wordt het nog acht jaar gedaan. Waar het gaat om de extra’s voor de scholen, worden volgens het huidige voorstel de normbedragen toegekend. Als de scholen extra’s willen, moet een businesscase gemaakt worden en als die businesscase voordelig is, wordt ook van de school een investering gevraagd, waardoor het onderaan de streep voor de gemeente uiteindelijk geen extra geld zou hoeven te kosten. De leegstand die de heer Hartog noemde betreft verschillende wijken. Daarvoor worden afstandscriteria gehanteerd. Geprobeerd wordt de leegstand in scholen te gebruiken om overcapaciteit op andere scholen in te brengen in die scholen. De scholen die de heer Hartog noemde liggen in verschillende gedeeltes van de stad en kinderen hele einden te laten rijden tussen die verschillende scholen lijkt niet verstandig.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 19 van 20

De heer HARTOG merkt dat zijn vraag niet goed is begrepen. Hij heeft juist betoogd dat de Sjalomschool haar leegstaande lokalen heel goed inzet voor andere functies en dat de andere scholen daarvan kunnen leren. Wethouder VAN WOUDENBERG geeft aan daarvan niet op de hoogte te zijn, maar neemt aan dat dat wel in de documentatie zal staan. Het is natuurlijk zo dat scholen de ruimte die ze krijgen vaak gebruiken, alleen is het dan even de vraag of de gemeente dat allemaal betalen moet. In de huidige financiële tijd wordt het recht op een aantal lokalen afgemeten op basis van vierkante meters. Als een school formeel recht heeft op acht lokalen, maar er twaalf heeft, gaat hij die lokalen gebruiken voor een andere school die lokalen zoekt. Binnen de wijken wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn om de overcapaciteit van de ene school in te zetten bij een andere school. Een vraag is ook gesteld over inclusiviteit, inclusief onderwijs en sociale diepgang, thema’s die in feite bij zijn collega voor onderwijs thuishoren. Hij en de zijnen zijn van huisvesting en moeten uiteindelijk de gebouwen bouwen die vanuit onderwijsbeleid nodig zijn. Bij inclusief onderwijs wordt de desbetreffende wetgeving gevolgd. Van de deskundigen heeft hij begrepen dat OC&W toewerkt naar inclusief onderwijs rond 2035. De gemeente is niet voornemens vooruitlopend daarop al gelden te reserveren.

Het is echter een onderwerp waarmee in de toekomst iets zal moeten worden gedaan en wellicht zal het over vier jaar bij het nieuwe SHO een rol spelen, of misschien pas over acht jaar als de wetgeving tegen die tijd pas duidelijk is. De heer Heerens vroeg of ook geschoven kan worden met geld. Op dit moment wordt budget gevraagd tot aan de volgende actualisatie van het SHO. Die bedragen zijn vastgesteld op prijspeil 2024 en toegewerkt wordt naar een prijspeil einde realisatie project. De vraag over de vrijheid van onderwijs is ook bij de consultatie aan de orde geweest, waarbij werd geopperd dat er toch geen kinderen van buiten Rotterdam zouden worden aangenomen. In het stuk is nu duidelijk aangegeven dat de gemeente op dat gebied gewoon de wet heeft te volgen. Met scholen wordt wel in gesprek gegaan over een postcodebeleid, maar de gemeente heeft daar niet echt veel positie in. Hier geldt gewoon vrijheid van onderwijs. Het beeld bij EYE College is dat het ruimteoverschot op dit moment kleiner wordt. Momenteel is men met elkaar in gesprek over de overgang van EYE College naar een nieuw bestuur en dat nieuwe bestuur moet de kans worden gegeven om de school door te starten in de huidige locatie. Ten slotte verzekert hij dat het college op de hoogte is van het huurcontract van Fascinatio, maar hij zegt dank voor de waarschuwing.

Tweede termijn Mevrouw FEUTH betuigt instemming met het voorliggende stuk, dat wat D66 betreft als hamerstuk kan worden afgehandeld. De heer VAN LOEF herhaalt zijn verzoek om de impliciete voorstellen ook impliciet te maken in de besluitvorming. Desgevraagd licht hij toe dat overal waar in het SHO staat “voorgesteld wordt” impliceert dat daarmee akkoord wordt gegaan. Waar daarbij een indexcijfer wordt genoemd, kan uit talloze indexcijfers worden gekozen. Als dan bijvoorbeeld voor een bouwindexcijfers wordt gekozen, zou de vraag kunnen worden gesteld wat dat dan betekent voor de doorrekeningen. De VOORZITTER stelt voor het voorstel ongewijzigd te laten en eventueel een amendement in te dienen als op dat punt een wijziging op prijs wordt gesteld. De heer OUDSHOORN zegt dank voor de beantwoording. De kwestie van de budgettering blijft voor hem een wat lastige. Het antwoord was helder: wordt bij een te grote school vernieuwbouw toegepast, dan zouden de kosten voor de bestaande bvo boven die voor nieuwbouw kunnen uitkomen. Bij verbouw en nieuwbouw zou echter ook expliciet uitgegaan moeten worden van de benodigde bvo en niet van de bestaande bvo van een school. Zou namelijk altijd van de bestaande bvo worden uitgegaan, dan zou het een algemene bepaling moeten zijn en niet specifiek voor een school.

De heer HARTOG herhaalt zijn pleidooi voor een jaarlijkse voortgangsrapportage om transparantie over fasering, budget, participatie en sociale effecten in kaart te brengen. Mevrouw DEN ENGELSMAN zag de ambtelijke assistentie knikken toen zij vroeg bij de volgende herijking ook inzichtelijk te maken wat de beschikbare capaciteit is bij de scholen voor speciaal voortgezet onderwijs. Zij neemt aan dat ook de wethouder daarmee akkoord gaat. Wethouder VAN WOUDENBERG merkt aan het adres van de heer Oudshoorn op dat de gemeente altijd gaat voor de goedkoopste variant. Als op basis van aantal vierkante meters maal leerlingenaantal het normbedrag voor nieuwbouw lager is dan dat voor aanpassing van het aantal vierkante meters wordt daarvoor gekozen, anders zou de school moeten worden gesloopt en dat brengt ook allerlei kosten met zich.

Behorende bij gecombineerde commissieverslag SLE/SOB, nummer: 1728035/2045267

pagina: 20 van 20

Het maximale bedrag bij renovatie is dan gewoon het bedrag dat de gemeente voor nieuwbouw wil betalen. Als de school te groot is en slopen geen optie is, of de school in gevaar zou brengen, wordt gekozen voor het renovatiebedrag van 80%. Een jaarlijkse voortgangsrapportage kan hij niet toezeggen. Wel is hij bereid de raad mee te nemen in de ontwikkelingen, wat overigens nu ook al gebeurt met alle scholen die gebouwd worden. Mevrouw Den Engelsman zegt hij toe SVO te zullen meenemen bij de volgende herijking over vier jaar. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid, tenzij de beantwoording van de technische vragen alsnog tot discussie aanleiding zou geven. 5. Rondvraag Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of vandaag in het college het voetgangersbeleid is vastgesteld en of deze week nog een collegebrief ter zake zal verschijnen. Wethouder VAN WOUDENBERG antwoordt bevestigend. 6. Sluiting De VOORZITTER sluit te 22.31 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 23 september 2025, de secretaris, de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 22 september 2025, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15964259/2