02.01 - conceptverslag cie SLE 30-01-2023
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Samenleving en Economie, gehouden op maandag 30 januari 2023 in de raadzaal van het gemeentehuis aan de Rivierweg 111 te Capelle aan den IJssel, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer C.A.J. Schaatsbergen;
volksvertegenwoordigers
:
de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.B.L. Kerver, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.G. Stegeman, raadslid D66; de heer M. de Jong, raadslid VVD; mevrouw S.F.I. Roos, raadslid GroenLinks; mevrouw I.H. Monteiro da Veiga, burgerraadslid PvdA: de heer prof. dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP; de heer A. van den Brink, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw A. Slob, burgerraadslid SP; de heer A. Benard, burgerraadslid CDA; de heer J. Frieser, burgerraadslid BVNL;
secretaris
:
mevrouw drs. C.M.J. van Adrichem;
portefeuillehouders
:
de heer E.M.C. Faassen, wethouder; mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder; de heer R. van Woudenberg; wethouder;
ambtelijke ondersteuning :
mevrouw M. Korsten beleidsadviseur armoede en schulden; mevrouw J.M. Meijer, unithoofd Wonen, Economie, Grondzaken en Geo;
notulist
de heer D. van Eck (Notuleerservice Dictum).
:
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering vier personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering en heet allen van harte welkom. Hij feliciteert de heer Frieser met diens aanstaande benoeming als gemeenteraadslid als gevolg van het door mevrouw Sormaz aanvaarden van een wethoudersfunctie in de gemeente Voorne aan Zee. Verder attendeert hij de commissieleden op de thema-avond van 31 januari a.s. in het kader van het rekenkamerrapport over de MRDH. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen van: de openbare commissie Samenleving en Economie van 6 en 7 december 2022 de besloten commissie Samenleving en Economie van 13 december 2022 De VOORZITTER wijst op het addendum met correcties ten aanzien van het verslag van de besloten vergadering van 13 december 2022. De verslagen worden vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers.
1078241/1088537
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 2 van 12
4. Gemeenschappelijke regelingen (GGD, Jeugdhulp, Promen, Recreatieschap Hitland en MRDH Economie) Er zijn geen mededelingen. 5. Opzegging economische partnerband Capelle aan den IJssel en Jiashan Mevrouw ROOS zegt de wethouder dank voor het oppakken van het GroenLinks-voorstel en complimenteert hem met de wijze waarop dat is gedaan. De heer KERVER is ook heel blij met het oppakken van het onderwerp en het voorstel. Leefbaar Capelle was al voornemens om in te stemmen met het opzeggen van de partnerband. De heer VAN BUUREN constateert dat het voorliggende besluit de mening van de gemeenteraad en ook van de SGP-fractie weerspiegelt, zodat hij inhoudelijk geen opmerkingen over het voorstel heeft. Wel vraagt hij zich af hoe men procedureel gezien een partnerband opzegt, of dat met een brief moet gebeuren en of de onderbouwing voldoende is. In de partnerband is van beide zijden geïnvesteerd en er zijn ook verwachtingen gewekt over een lange termijnsamenwerking. Hij wil weten wat er met de activiteiten gebeurt die in het kader van de partnerband plaatsvinden. Wellicht zijn er bedrijven in Capelle die deels uit de samenwerking zijn voortgekomen, daarop voortbouwen of daarbinnen activiteiten ontplooien. De vraag is hoe richting hen wordt gecommuniceerd dat de partnerband wegvalt.
Hij wil tot slot weten hoe het zit met Capelse ondernemers die rechtstreeks belang hebben bij de partnerband. Wethouder FAASSEN wijst naar aanleiding van de vraag over het netjes afhechten van de politieke wens tot het opzeggen van de partnerband op het woord ‘intended’ bij lange termijnsamenwerking in de Memorandum of Understanding. Dat woord wil echter niet zeggen dat die lange termijnsamenwerking ook daadwerkelijk gestalte krijgt. De conceptbrief is gericht aan mevrouw Yao Qin, de contactpersoon van Capelle aan den IJssel in Jiashan. Zij gaat de opzegging van de partnerband aldaar sonderen. De opzeggingsbrief is samengesteld in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, die vaker met een opzegging van partnerbanden te maken heeft gehad. De heer VAN BUUREN vraagt of er nog een formele brief aan de stad zelf volgt en wat er gebeurt met de samenwerking die tussen het bedrijfsleven van Capelle en de stad Jiashan is ontstaan. Blijft het kantoortje van Jiashan in de gemeente Capelle aan den IJssel gevestigd? Wethouder FAASSEN kent zelf geen bedrijven uit Capelle die nog zaken met Jiashan doen. Mevrouw MEIJER meent dat er vast wel bedrijven in Capelle zijn die ook met China zaken doen, maar niet rechtstreeks met Jiashan. Die relatie kan ook blijven bestaan.
In de loop van de tijd merkte zij dat het belang voor Jiashan om een partnerband te hebben groter was dan voor Capelle. Voor Chinese ondernemers is het namelijk vaak moeilijk om het land uit te kunnen gaan en naar Capelle te komen. Er zijn ook al heel lang geen vragen vanuit China meer gesteld of verzoeken meer gezien. Zij verwacht dat Capelle niet veel zal merken van het niet meer hebben van een partnerband. De heer VAN BUUREN vraagt of activiteiten vanuit Jiashan in Capelle al beëindigd zijn. Mevrouw MEIJER antwoordt dat Chinezen eigenaar zijn van een aantal kantoorpanden, die grotendeels gevuld zijn met Nederlandse bedrijven die niets met China te maken hebben. Een deel van het kantoorpand zou men willen verbouwen om wat meer Chinese activiteiten te gaan doen. Dat kan met iedere ondernemer en daarvoor is er geen partnerband nodig. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de eerstvolgende raadsvergadering kan worden doorgeleid. 6.
Toestemming voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling beschermd wonen regio Rotterdam De heer STEGEMAN ziet geen reden om een zienswijze kenbaar te maken en is voor het verlenen van toestemming voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 3 van 12
De betrokken gemeenten werken op dit moment al geruime tijd samen. Omdat de financiële verantwoordelijkheid door de doordecentralisatie per 1 januari 2024 verschuift naar gemeenten vindt D66 het een verstandig besluit om de huidige samenwerking te formaliseren middels de gemeenschappelijke regeling. En mede gezien de huidige woningnood, waar ook de Wmo-maatwerkvoorziening beschermd wonen last van heeft, is een goede regionale samenwerking een must. Gezien deze argumenten kan het voorstel wat hem betreft als hamerstuk worden doorgeleid naar de eerstvolgende raadsvergadering. De heer JALIENS sluit zich aan bij de heer Stegeman. De heer VAN BUUREN stemt in met de logische uitwerking van eerder genomen principebesluiten. Hij gaat verder in op de aangegeven verdeling van 90% voor de regio en 10% voor de gemeente Capelle aan den IJssel. Kort vertaald betekent dat volgens hem dat er 10% beschikbaar is voor preventie en 90% voor als het mis is gegaan. Daarom heeft hij het ongemakkelijke gevoel dat de regionale samenwerking op deze manier al met een weeffout begint. Hij wil de regeling zodanig vorm geven dat daarin geen verkeerde prikkels worden ingebouwd. Wethouder WILSON weet dat het percentage van 90 is besproken met gemeenten. Veel gemeenten gaven daarbij aan dat zij ook nog eigen beleid willen kunnen voeren.
Zij hebben daardoor ook de vrijheid om ook lokaal dingen te kunnen oppakken, bijvoorbeeld beschermd thuis. De gemeente maakt dus 90% van het budget over naar de gemeenschappelijke regeling en houdt 10% ten behoeve van het eigen beleid. De heer VAN BUUREN stelt vast dat de verdeling een eerste afspraak is en nog moet worden bezien of die werkt. Hij vraagt de wethouder daarnaar de komende tijd goed te kijken en heeft het gevoel dat 10% krap zou kunnen zijn. Gemeenten kunnen met dat geld aan preventie doen. Hij wil voorkomen vanwege lokaal geldgebrek dingen naar de regio door te schuiven, zodat daar een opstopping ontstaat, met alle gevolgen van dien. Wethouder WILSON reageert dat dat precies de reden is waarom de gemeente niet al 100% van het budget overmaakt. Daarom wordt een deel voor Capelle behouden, zodat beschermd thuis daarop ingezet kan worden. De prikkel is er om de kosten zo laag mogelijk in de keten te houden. Of dat daadwerkelijk gebeurt moet worden bezien. Daar kan de raad ook bovenop zitten. Voor 2030 wordt een tekort voorzien en nu is er tijd om daarop te sturen. 10% is juist bedoeld om beschermd thuis op poten te zetten. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de volgende raadsvergadering. 7.
Aanpak financiële bestaanszekerheid en voorlopig concept-afwegingskader compensatie inflatiekosten maatschappelijke organisaties en instellingen De heer STEGEMAN dankt het college voor het uitwerken van de afwegingskaders en vindt het ook goed om te zien dat de input uit het benen op tafeloverleg is meegenomen. Bij de afwegingskaders zijn vooralsnog geen beleidsregels geformuleerd en hij vraagt of het college van plan is dat te gaan doen en waarom het dat wel of niet zal doen. D66 betreurt het wel dat de te ondernemen acties reactief zijn. De gemeente komt voornamelijk pas in actie als organisaties in gevaar komen. Daarbij moet de raad wel de hand in eigen boezem steken. De suggesties voor proactieve maatregelen lagen immers niet voor het oprapen. Samengevat is D66 blij met het voorliggende voorstel, maar zij blijft openstaan voor eventuele proactieve maatregelen. De heer VAN BUUREN vraagt wat de heer Stegeman bedoelt met proactieve maatregelen. De heer STEGEMAN bedoelt daarmee proberen voorafgaande aan het ontstaan van problemen al te sturen en niet pas als een organisatie zich meldt. De heer VAN BUUREN lijkt dat lastig en wil de gemeente geen problemen laten oplossen, wat een organisatie misschien zelf kan doen. Proactief handelen is daarom misschien te actief.
Volgens de heer STEGEMAN zou dat kunnen, maar gezien de energiecrisis kan worden gekeken of er organisaties zijn waarvan men kan inschatten dat zij in de problemen komen. Daar kan men langsgaan en kijken of er iets gedaan kan worden en of er überhaupt problemen ontstaan. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA informeert naar de bezuinigingscriteria en of die ten koste gaan van bepaalde doelgroepen die geholpen worden door maatschappelijke organisaties.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 4 van 12
Wethouder mevrouw WESTERDIJK vraagt mevrouw Monteiro toe te lichten wat zij onder bezuinigingen verstaat. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA bedoelt daarmee bezuinigingen op kosten die organisaties minder moeten gaan maken. Mevrouw ROOS wijst erop dat organisaties volgens het afwegingskader aan een aantal voorwaarden moeten voldoen, waaronder dat zij eerst zelf moeten kijken of ze kosten kunnen besparen. Het kan echter zijn dat die kostenbesparingen leiden tot bezuinigingen op doelgroepen. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA zegt mevrouw Roos dank voor die toelichting. Haar tweede vraag is of ook wordt gekeken naar de inkomens van de bestuurders van maatschappelijke organisaties. Misschien kan daar ook wat geld vanaf. Haar derde vraag is of er op kosten of dienstverlening wordt bezuinigd en ten slotte wil zij weten wat de criteria van het afwegingskader worden. De heer JALIENS kan zich vinden in het voorliggende stuk, zeker waar het gaat om het afwegingskader voor het ondersteunen van organisaties en instellingen in Capelle. Zijn belangstelling gaat uit naar de voortgang bij de ondersteuning van huishoudens (pijler 1). Daar heeft hij gelezen dat in 2023 de boodschappenbonnen worden voortgezet en het bedrag daarvan zal worden heroverwogen. Hij informeert of daarover al wat meer bekend is. Leefbaar Capelle is blij met die heroverweging.
Leefbaar Capelle heeft nog geen beantwoording van haar artikel 38-vragen gezien en hij gaat ervan uit dat die beantwoording alsnog komt. Wel benadrukt hij dat Leefbaar Capelle voorstander is van het voorstel dat in die artikel 38-vragen is aangereikt. Voor de rest kan hij zich vinden in het voorliggende stuk. De heer VAN BUUREN informeert waarop het bedrag van € 2 miljoen voor maatschappelijke organisaties is gebaseerd. Vervolgens vraagt hij of het wel mogelijk is om ergens flexibel personeel vandaan te halen in verband met capaciteitsproblemen of dat het alleen gaat om een moeilijk in te vullen wens. Ten derde wil hij de concrete voornemens weten om maatschappelijke organisaties met expertise en raad en daad bij te staan. Verder is hij benieuwd of iets gezegd kan worden over het effect van het toenemende beroep op gemeentelijke of andere voorzieningen. Is in de cijfers terug te zien dat er sprake is van een groter beroep op bijvoorbeeld bijstandsregelingen? Bij de begroting of najaarsnota was een voorstel aan de orde om € 4,6 miljoen over Capelle uit te strooien. De raad heeft daarop gezegd dat bedrag anders te willen besteden. Hij mist echter in het voorliggende voorstel hulp aan de individuele Capellenaar. Hij vraagt of die nog nodig is of is geconstateerd dat met het beter bekend maken van bestaande regelingen voldoende in die behoefte is voorzien.
Wethouder mevrouw WESTERDIJK zegt dank voor de input en het doorlopen proces om tot het voorliggende stuk te komen. Zij schetst allereerst de context waarbinnen het afwegingskader is neergezet. Geconstateerd werd dat een aantal maatschappelijke organisaties mogelijk in de problemen kan gaan komen. Het vertrekpunt is altijd geweest in contact te zijn en te blijven met deze organisaties en daar ook proactief naartoe te gaan. En daarmee is het geen reactief, maar een proactief stuk. De gemeente kan hen laten weten dat het afwegingskader er is. Mochten er problemen zijn, dan kan daar een beroep op gedaan worden. En daarmee worden mensen ook bereikt. De gemeente zorgt ervoor niet alleen organisaties met middelen bij te staan, maar ook met raad en daad. In reguliere overleggen probeert de gemeente signalen op te pikken, maar ook met elkaar in overleg te blijven en te kijken wat nodig is om het maatschappelijke middenveld in Capelle sterk te houden. Vervolgens gaat zij in op de vraag over de beleidsregels. Het afwegingskader is gemaakt om de periode van januari 2023 tot en met volgend jaar te overbruggen. Organisaties kunnen reguliere subsidie aanvragen. Andere organisaties en maatschappelijke partners kunnen in hun begroting aangeven wat ze verwachten voor volgend jaar nodig te hebben. En daarmee hoeft de gemeente alleen maar deze periode te overbruggen.
Volgend jaar verwacht zij weer in een regulier stramien terecht te komen. Dat is een overweging om te zeggen om met het afwegingskader toe te kunnen. Daarin is ook de werkwijze opgenomen. In geval van het maken van specifieke beleidsregels is het veel lastiger om in te spelen op de actualiteiten en zal er altijd een situatie zijn die misschien niet daaronder valt. Dan ga je eigenlijk voorbij aan het doel van het afwegingskader. Zodoende wordt het afwegingskader soepeler en meer gericht op de huidige omstandigheden en het kader dat de raad meegeeft.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 5 van 12
Mevrouw Monteiro da Veiga vroeg op welke kosten organisaties kunnen bezuinigen. Het college kijkt naar mogelijkheden om besparingen te genereren, waardoor een organisatie in de toekomst wat stabieler wordt. Het is eigenlijk de organisatie met raad en daad helpen en die op een andere manier naar de financiën te laten kijken. Dat mag echter niet in de weg staan aan de uitvoering van de maatschappelijke activiteiten. Een concreet voorbeeld is bijvoorbeeld een culturele organisatie met een heel grote ruimte erop wijzen dat zij met een kleinere ruimte toe kan, wat tot minder kosten leidt. Leefbaar Capelle stelde een vraag over de heroverweging van het bedrag van de boodschappenbon. Het aantal boodschappenbonnen wordt opgehoogd. De verschillende maatschappelijke partners hebben geadviseerd het bedrag vooralsnog niet op te hogen, omdat het voldoende is. Het totaal aantal bonnen stijgt wel van 500 naar 600. De richtlijn is te kijken naar maatwerk en naar wat een huishouden nodig heeft. Gemiddeld is dat bij een huishouden van vier personen vier bonnen. Deze bonnen kunnen meerdere keren gegeven worden. Dus per keer worden er maximaal vier bonnen per huishouden gegeven. Vervolgens gaat zij in op de vraag hoe het bedrag van € 2 miljoen is bepaald. Het gaat om een schatting, waarbij is gekeken welke bedragen andere gemeenten beschikbaar hebben gesteld.
De raad wordt gevraagd een afwegingskader vast te stellen en daaraan een maximumbedrag te koppelen. Het afwegingskader is daardoor niet alleen in de tijd beperkt, maar ook in het totaal uit te geven bedrag. Als het college ziet aankomen de € 2 miljoen te overstijgen komt het terug naar de raad, evenals als een aantal organisaties dezelfde vragen stelt en een meer algemene maatregel nodig is. De € 2 miljoen is dus een schatting en is ook nodig om het college handelingsvrijheid te geven om te kunnen handelen om organisaties te kunnen ondersteunen. Gevraagd is of al effecten te zien zijn van een toenemende vraag. Zij ziet een toename op het beroep op de bijzondere bijstand en een bovengemiddeld bereik van de energietoeslag. De toeloop op de buurthuizen neemt ook licht toe. Het is belangrijk dat het sentiment over het vragen en aanvaarden van hulp ook gaat veranderen. Mensen weten dat er hulp is, maar het vragen van hulp is nog iets anders. Daar is nog een wereld te winnen. Daarop blijft het college dan ook actief inzetten. Daarna gaat zij in op de vraag wat de gemeente aanvullend doet en daarvoor verwijst zij naar het een activiteitenoverzicht, dat in het BBV is opgenomen. Het college is bezig om de artikel 38-vragen van Leefbaar Capelle over de fashion cheque te beantwoorden. De vraag is hoe middelen worden gekoppeld als het college positief adviseert op een fashion cheque.
Op dit moment ziet zij de capaciteit knellen, maar het college heeft daarover nog geen keuzes gemaakt. Het beleidskader sport zou er komend jaar moeten komen. De vraag is of zo’n beleidskader prioriteit moet worden gegeven of vraagstukken rondom sport en maatschappelijke organisaties prioriteit moeten hebben. Dat is waar zij een eerste mogelijke keuze ziet. Haar collega-wethouder Geissler geeft invulling aan het winteroffensief warmte, waarbij wordt gekeken hoe mensen individueel kunnen besparen op hun energierekening. Als het college nog zaken ziet waarop het actief kan sturen, dan kan het altijd nog bij de raad terugkomen. Wethouder VAN WOUDENBERG gaat ook in op de vraag van de heer Van Buuren over capaciteitsproblemen. Op dit moment is niet bekend met welk aantal vraagstukken het college te maken krijgt. Bij een klein aantal zijn deze waarschijnlijk binnen de huidige capaciteit op te lossen. Bij een groot aantal wil het college het signaal afgeven dat dat tot keuzes in het gemeentehuis leidt en wellicht komen er dan meerdere vraagstukken richting de raad. Tweede termijn De heer JALIENS merkt bij hemzelf een informatiehiaat als het om het bedrag van de boodschappenbonnen gaat. Hij wil de onderbouwing en argumenten van het advies van de maatschappelijke organisaties weten om in deze tijd van gierende inflatie het bedrag van € 15,- van een boodschappenbon niet te verhogen.
De wethouder ziet problemen met het toekennen van middelen voor fashion cheques en wat dat betreft vraagt hij een verduidelijking. De heer VAN BUUREN vraagt of het mogelijk is om de raad middels een collegebrief op de hoogte te houden van het aantal gehonoreerde aanvragen en het daarmee gemoeide bedrag. In het najaar was het idee om € 4,6 miljoen om te slaan over alle Capellenaren, waarna de raad verzocht het bedrag veel gerichter in te zetten. Nu blijkt dat een groot deel van dat bedrag wordt besteed aan maatschappelijke organisaties en daarmee indirect aan de Capellenaren. Via gerichte maatregelen wordt ook geprobeerd het bereik van bestaande voorzieningen te vergroten.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 6 van 12
De vraag is dan of daarmee aan de wens is voldaan om Capellenaren die in de knel zitten tegemoet te komen. Persoonlijk zou hij het heel mooi vinden om die maatregelen te koppelen aan maatregelen die mensen helpen om te verduurzamen. Dat zou wat hem betreft nog grootschaliger mogen plaatsvinden. De wethouder vroeg hoe om te gaan met tussentijdse ideeën. Het gaat hem eigenlijk om een voortgaande dialoog waarbij men voortdurend inspeelt op nieuwe situaties. Wellicht is er een moment om de balans op te maken en te bepalen hoe moet worden omgegaan met urgente knelpunten en binnengekomen ideeën. Wellicht moet het onderwerp dus met enige regelmaat door de raad besproken worden. De VOORZITTER wijst erop dat al eerder een collegebrief is toegezegd om de raad van ontwikkelingen op de hoogte te houden. Wethouder mevrouw WESTERDIJK erkent dat sprake is van een dialoog, om te zorgen dat er iets met signalen kan worden gedaan. De acties zijn bedoeld om signalen op te halen. Boodschappenbonnen zijn ook een middel om meer informatie van mensen te verkrijgen en te zien waar er problemen zijn. Daardoor is hulp te bieden en kan gezinnen weer een stabiele toekomst gegeven worden. Wat betreft energiearmoede vindt zij het goed te bezien hoe acuut dat probleem over een aantal maanden nog is en welke acties dan nog nodig zijn.
Verduurzaming en energietransitie zijn daarvan volgens haar los te zien, maar betreffen wel een belangrijk vraagstuk. Als er iets wordt gesignaleerd waarop de gemeente iets kan doen kan er een voorstel komen richting de raad. Het college kan een positief antwoord geven op een artikel 38-vraag, maar het heeft daarmee nog geen financiering gevonden. Daarbij wijst zij erop dat altijd eerst gezegd wordt: eerst besluiten en vervolgens middelen voteren. Mevrouw KORSTEN laat weten dat in 2022 en begin 2023 er in totaal 600 boodschappenbonnen zijn verstrekt. Dat aantal was eerst 500. Er is in december echter nog een supermarkt bijgekomen, waardoor het aantal tot 600 is verhoogd. De boodschappenbonnen krijgen een vervolg, een en ander in samenspraak met verschillende maatschappelijke partners die een rol spelen bij de verstrekking daarvan. Het gaat om onder andere Welzijn Capelle, het CJG en scholen. Bij die partners is navraag gedaan over de ervaringen met de bonnen. Partijen waren zeer te spreken over het aanvullende aanbod. Professionals gaven aan dat het bedrag van € 15,- op zich volstaat. De boodschappenbon is ook een middel om een voet tussen de deur bij huishoudens te krijgen om te kijken waar verdere ondersteuning nodig is.
Het kan in bepaalde situaties voorkomen dat boodschappenbonnen voor meerdere weken worden verstrekt of dat ze een overgang zijn naar een pakket van de voedselbank of een andere voorziening. De boodschappenbon is met name bedoeld om even de hoogste nood lenigen en met het huishouden te kijken waar meer ondersteuning nodig is en of er eventueel op een andere manier gebudgetteerd kan worden. De heer VAN BUUREN informeert naar de omgang met suggesties die via artikel 38-vragen aan het college worden gericht. Persoonlijk vindt hij het het meest zuiver als dergelijke suggesties via de route van commissiebespreking en raad worden geleid. De kracht van de aanpak is namelijk het samen te doen. Aan de agenda van de commissie Samenleving en Economie kan standaard een agendapunt ‘Financiële bestaanszekerheid’ worden toegevoegd. Hij verkiest zorgvuldigheid en gezamenlijkheid boven snelheid. De VOORZITTER neemt de suggestie om een tijdelijk agendapunt ‘Financiële bestaanszekerheid’ in te voeren mee naar de Agendacommissie, zodat er elke commissieronde kan worden gekeken of er iets actueels te melden valt. Hij constateert dat het stuk dynamisch zal blijven. Als de commissie en raad signalen vernemen waarvoor ze extra aandacht willen hebben, dan kunnen ze die tijdig aangeven. Hij constateert ten slotte dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 8.
Aanpak menstruatiearmoede De VOORZITTER wijst op het begeleidende stuk van GroenLinks, waarover die fractie graag met de commissie van gedachten wil wisselen, teneinde mogelijk te komen tot een motie.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 7 van 12
Mevrouw ROOS vindt het de hoogste tijd worden om met de commissie in gesprek te gaan over het onderwerp menstruatiearmoede. Steeds meer gemeenten, zoals Almere, Den Haag, Rotterdam en Den Bosch, zetten zich in voor het aanpakken hiervan. De Tweede Kamer is ook met een voorstel gekomen om menstruatieproducten gratis te maken voor mensen met een laag inkomen. Dat voorstel is aangenomen en gaat naar de Eerste Kamer. Het is daarom haars inziens tijd om te kijken wat hieraan te doen is in Capelle. Een op de tien vrouwen kampt met menstruatiearmoede. Zij hebben beperkt of geen toegang tot menstruatieproducten. Als je in armoede leeft, dan moet je kiezen. Het gaat om eten of maandverband kopen. Koop je maandverband, dan moet je gaan bezuinigen op andere basisbehoeften. Koop je eten, dan heb je geen geld meer voor menstruatieproducten. Of je hebt extra dik maandverband nodig, wat duurder is. Het is vreselijk als je menstrueert en je daar geen producten of geen geschikte producten voor hebt. Als een vrouw of meisje geen beschikking over geschikte menstruatieproducten heeft, gebruikt ze wc-papier, oude doeken, tissues of zelfs kranten. Dat is ontzettend oncomfortabel en kan zorgen voor infecties. Als je je oncomfortabel of ongemakkelijk voelt, dan ga je maar niet naar school of naar je werk. Je bent bang om door te lekken, omdat je geen goede producten kunt gebruiken.
Omdat je al hebt gekozen voor het pakje maandverband kun je geen pakje paracetamol kopen, waardoor je met ontzettende pijn thuis op de bank ligt en ook niet naar school of naar werk kunt. Menstruatiearmoede roept ook schaamte op. Dat is schaamte bovenop de schaamte die er vaak is omdat er wordt geleefd in armoede. Er is extra schaamte voor menstrueren, omdat inlegkruisjes niet genoeg zijn, omdat je met wc-papier moet rondlopen, omdat je gewoon bang bent om door te lekken. GroenLinks vindt dat dat niet hoort en is van mening dat er hier voor de gemeente een taak ligt. De gemeente kan het volgens haar niet toelaten dat Capelse meisjes en vrouwen zich in zo'n situatie kunnen bevinden. Daarom stelt zij voor om meer ‘MUP’s’ in Capelle te creëren en als gemeente een jaarlijks budget richting deze MUP’s laten gaan. Een ‘MUP’ is een menstruatieproducten uitgiftepunt. Dat is dan een locatie waar meisjes en vrouwen gratis menstruatieproducten kunnen ophalen. Te denken valt aan de voedselbank, scholen, bibliotheken, het Huis van de Wijk of maatschappelijke organisaties. Het Armoedefonds is actief op dit thema. Er bestaat de mogelijkheid om een samenwerking hiermee aan te gaan. De gemeente Capelle geeft het Armoedefonds een budget en de berekening daarvan is te vinden in de bespreeknotitie.
Het Armoedefonds zoekt dan locaties die geschikt zouden zijn als menstruatieproductenuitgiftepunt en gebruikt dan dat budget voor het sturen van dozen naar dat punt toe. Veel gemeenten zijn Capelle op deze manier voorgegaan. Ook is het aantal MUP’s snel aan het groeien. Er zijn er inmiddels meer dan 1.300 in heel Nederland. Een samenwerking met het Armoedefonds lijkt GroenLinks de meest gemakkelijke en meest efficiënte manier om ervoor te zorgen dat deze producten de doelgroep bereiken. Het Armoedefonds beschikt over de kennis en heeft de ervaring. De gemeente hoeft zelfs niets uit te voeren en hoeft alleen maar het budget naar het Armoedefonds toe te sturen. En het Armoedefonds zorgt er dan voor dat alles goed verloopt. Samenvattend wil GroenLinks menstruatiearmoede aanpakken door een samenwerking aan te gaan met het Armoedefonds, waarbij meer MUP’s gerealiseerd worden en de gemeente structureel zorgt voor een jaarlijks budget, waarmee het Armoedefonds menstruatieproducten kan aanschaffen voor de MUP’s. De heer KERVER zegt GroenLinks en mevrouw Roos dank voor het inbrengen van bespreeknotitie. Hij is het met GroenLinks eens dat het onwenselijk is dat mensen die menstrueren last ondervinden van menstruatiearmoede. Menstruatieproducten zijn wat Leefbaar Capelle betreft een basisbehoefte. Hij ziet ook in steeds meer omringende gemeenten dat uitgiftepunten worden gerealiseerd.
Spreker informeert of in dezen al particuliere initiatieven in kaart zijn gebracht die niet worden meegenomen in de officiële telling van de uitgiftepunten. Leefbaar Capelle is het verder met GroenLinks eens dat zo snel mogelijk iets moet worden gedaan aan menstruatiearmoede en de tijd tot de landelijke wetgeving moet worden overbrugd. Over het idee om budget beschikbaar te stellen voor het Armoedefonds, zodat er meer uitgiftepunten gerealiseerd kunnen worden, stelt hij een vraag. Het Armoedefonds is actief op dit thema en heeft momenteel 1.303 MUP’s beschikbaar door heel wat Nederland. Dat aantal vindt hij voor heel Nederland laag. Als er maar één uitgiftepunt is in Capelle, dan is dat misschien maar heel relatief. Hij is benieuwd wat dat voorgestelde budget concreet gaat opleveren, aan hoeveel uitgiftelocaties wordt gedacht en wat daarvan het bereik is. Middelbare scholen zijn naar zijn mening een goede plek om menstruatieproducten te verstrekken. De vraag is dan wel om welk aantal te realiseren punten het gaat. Het gaat erom op welke locaties producten zo toegankelijk mogelijk aangeboden kunnen worden. De vraag is met welke locaties de beste resultaten te boeken zijn. Ook is hij benieuwd naar de budgettering en wat ermee gedekt kan worden.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 8 van 12
Het lijkt Leefbaar Capelle wenselijk dat menstruatieproducten een zo groot mogelijk bereik hebben en voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk zijn. De vraag is hoe dat is te garanderen en binnen welke kaders dat kan. Zijn laatste vraag is of er verder nog ideeën zijn om menstruatiearmoede tegen te gaan. De VOORZITTER attendeert erop dat het gaat om een agendaverzoek in een voorbereidend stadium. Een politieke discussie met het college hierover volgt eventueel later. Wel kan de portefeuillehouder straks nog een reactie geven. De heer BENARD dankt de GroenLinks-fractie om het probleem rondom menstruatiearmoede bespreekbaar te maken in een vergadering van de commissie Samenleving en Economie. Het is voor hem schokkend om te lezen dat een op de tien vrouwen die menstrueert met menstruatiearmoede te maken heeft, terwijl menstruatieproducten volgens het CDA een basisbehoefte zijn. Daarom is het CDA ook blij om te zien dat er in de Tweede Kamer met een voorstel is ingestemd, inhoudende dat menstruatieproducten gratis worden voor mensen met een laag inkomen. Zoals in het bespreekstuk ook staat, wordt verwacht dat dit voorstel nog dit jaar in werking zal treden, maar dat neemt niet weg dat dit probleem zeker nu gezien de hoge inflatie en de sterk stijgende prijzen de volle aandacht verdient.
Het CDA is van mening dat er daarom nu actie moet worden ondernomen, zodat iedere vrouw veilig kan menstrueren met menstruatieproducten die zij daarvoor nodig heeft. Menstruatieproducten betreffen geen luxe, maar een basisbehoefte. Hij wil daarom niet wachten op landelijke maatregelen, maar wil in Capelle extra MUP’s laten realiseren. Het CDA dankt GroenLinks en het Armoedefonds dat zij voor de commissie al een berekening hebben gemaakt. Die geeft namelijk duidelijk de financiële gevolgen weer. Het CDA vindt het ook belangrijk dat gratis menstruatieproducten op een laagdrempelige manier worden aangeboden. Recent sprak hij een scholier die aangaf dat het nogal een drempel kan zijn om bijvoorbeeld bij de conciërge te vragen om menstruatieproducten. Daarom vraagt het CDA er ook aandacht voor dat die laagdrempeligheid voor deze gratis menstruatieproducten op scholen geborgd blijft. Het probleem kan volgens hem niet op de lange termijn worden geschoven en er is daarom nu actie nodig. Daarom steunt het CDA het voorstel van GroenLinks en is hij benieuwd naar de reactie van het college. De heer STEGEMAN is ook blij dat GroenLinks bij monde van mevrouw Roos de aanpak van menstruatiearmoede op de agenda van de gemeenteraad wil zetten. Hij steunt dan ook dat agendaverzoek en ook het voorgestelde startbudget om het uitrollen van de MUP’s te realiseren.
Vervolgens beantwoordt hij de door GroenLinks gestelde vragen. Op de eerste en tweede vraag antwoordt hij bevestigend. Het in de derde vraag geopperde idee vindt D66 goed. Ook kan hij zich vinden in het idee om van alle middelbare scholen in Capelle aan de IJssel een MUP te maken. Wel moeten die MUP’s laagdrempelig zijn. Voorts wil hij weten of er al structurele initiatieven zijn op de Capelse middelbare scholen. Het is hem bekend dat het Comenius College als Unesco-school al heeft besloten om gratis menstruatieproducten te verstrekken. Verder vraagt hij of met het verstrekken van gratis menstruatieproducten al op basisscholen kan worden begonnen. Deze scholen zijn namelijk wat beter verdeeld over Capelle en zijn er vooral in de wijken waar het percentage Capellenaren met menstruatiearmoede waarschijnlijk wat groter is. Als aanvullend idee oppert hij de gedachte van het maken van een MUP bij de voedselbank, omdat daar ook een groot deel van de doelgroep komt. De heer VAN BUUREN complimenteert GroenLinks met het agenderen van het onderwerp en de gegeven achtergrondinformatie, die duidelijk maakte hoe ingewikkeld en ernstig de problematiek is. De SGP is het ermee eens dat mensen die menstrueren last kunnen ondervinden van menstruatiearmoede. Het is echter ook zo dat mensen geen gebruik maken van zorg, die ze misschien wel nodig hebben, maar die ze niet kunnen betalen.
Ook is het onwenselijk dat mensen niet vers koken, omdat ze geen geld hebben om vers of gezond eten te halen. Het is ook onwenselijk dat mensen soms niet uit hun huis komen, omdat ze geen geld hebben voor mobiliteit. Armoede manifesteert zich dus op heel veel terreinen van het leven en menstruatie is er een van. Andere vormen van armoede hebben ook effecten, bijvoorbeeld een kortere levensverwachting. Zo zijn er dus heel veel effecten van andere vormen van armoede. Dus de basis moet een goed armoedebeleid zijn plus een beleid dat mensen uit de problemen krijgt. In die zin is het voorstel symptoombestrijding, zodat de aandacht er moet zijn voor het op orde brengen van de basis. Dan is het lastig om er een vorm van armoede uit te pikken, terwijl er allerlei andere uitingsvormen van armoede zijn die daarmee niet worden geadresseerd.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 9 van 12
De haast bij de tweede vraag om zo snel mogelijk iets te moeten doen om de tijd tot de landelijke wetgeving te overbruggen is begrijpelijk. Men kan zich afvragen hoe straks het lokale initiatief aansluit bij de wijze waarop de landelijke wetgeving ingestoken wordt. Het zou heel jammer zijn iets voor vier, vijf maanden in het leven te roepen, terwijl de wetgeving de gemeente vervolgens een heel andere richting op stuurt. Daarom roept hij op iets te doen waarvan men zeker weet dat dat ‘compatible’ is met de landelijke regelgeving. Een budget voor menstruatiematerialen beschikbaar te stellen kan, maar hij vraagt of de genoemde vorm van het beschikbaar stellen van materialen de meest effectieve is. Ook kan men zich afvragen of het gratis beschikbaar stellen de manier is om mensen het beste te helpen en hoe de materialen bij die mensen terechtkomen die ze ook nodig hebben. Hij wil dus uitkijken voor het uitlichten van specifieke vormen van armoede, hoe vervelend die ook zijn. De aandacht wil hij vooral laten richten op het bestrijden van armoede in algemene zin. De heer JALIENS vraagt of de heer Van Buuren pleit voor het weer houden van een armoedeconferentie. De heer VAN BUUREN bevestigt dat. Allen zoeken naar de beste bestrijding van armoede en gaan na wat de meest ongewenste uitingsvormen van armoede zijn, waaraan echt iets moet geburen.
Een brede dialoog daarover voeren zou goed zijn. De heer VAN DEN BRINK zegt GroenLinks eveneens dank voor het agenderen van het onderwerp. Het kan zijns inziens niet de bedoeling zijn dat mensen die al in de financiële problemen zitten ook nog eens geconfronteerd worden met ongemakkelijkheden door menstruatieproducten niet te kunnen aanschaffen of daarbij keuzes te moeten maken tussen bijvoorbeeld voedsel en het betalen van rekeningen. De ChristenUnie is het dan ook eens met mevrouw Roos dat de gemeente hiervan werk moet maken in een passende snelheid. Het hebben van één MUP draagt onvoldoende bij om iedereen in Capelle te bedienen en toegankelijk te bereiken. De ChristenUnie is van mening dat elke wijk een MUP zou moeten hebben, die voor jong en voor oud bereikbaar en toegankelijk zou moeten zijn. Of de middelbare schoolde handigste plek is voor een MUP vraagt hij zich af. Een kennis werkt op een middelbare school, die ook over een MUP beschikt. De ervaring daarmee is dat er veel mee wordt geklooid. De toekomstige MUP’s ziet hij liever op locaties waar andere armoedeproblematieken al aan het licht zijn gekomen en opgepakt worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de voedselbank, de huisartsen, apotheken en consultatiebureaus. Menstruatiearmoede staat nooit op zichzelf en kan een middel zijn voor vroegsignalering.
En tot slot voorziet het Armoedefonds dan ook in de behoeften van ouderen met incontinentieproblematiek en (alleenstaande) ouders die bijvoorbeeld luiers nodig hebben voor hun baby's. De heer FRIESER vindt het ook terecht dat het onderwerp is aangekaart. Hij is het eens met de heer Van Buuren dat menstruatiearmoede een uiting van armoede is. Wel wil hij het armoedeprobleem breder trekken dan alleen menstruatie. De stelling dat ook in Capelle een op de tien vrouwen te maken heeft met menstruatiearmoede vindt hij te makkelijk. Misschien gaat het wel om een op de acht of een op de twaalf vrouwen. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA complimenteert de GroenLinks-fractie en met name mevrouw Roos met het agenderen van het onderwerp. Wellicht kan de uitrol van MUP’s ook door andere instanties dan het Armoedefonds plaatsvinden, omdat zij weet dat ook een deel van het startbudget naar het Armoedefonds gaat. Zij is meer voorstandster van het situeren van MUP’s bij de voedselbank, scholen en apotheken. De laagdrempeligheid noemt zij een belangrijk aspect en ook vraagt zij of GroenLinks heeft gedacht aan duurzame menstruatiematerialen. Zij is het verder eens met wat GroenLinks heeft beschreven. De heer DE JONG heeft een zekere vorm van sympathie voor het idee en begrijpt dat het voor een vrouw heel lastig is om niet over de juiste middelen te kunnen beschikken tijdens een menstruatie.
Voor menstruatiearmoede komt er hoogstwaarschijnlijk een landelijke regeling en hij vraagt wanneer die is te verwachten. GroenLinks heeft het voorstel in wel zestien andere gemeenten op dezelfde manier ingediend, wat bij hem bepaalde vragen opriep. Hij vraagt daarom of er vanuit Capelle signalen zijn vernomen dat er menstruatiearmoede speelt. Scholen zijn in bepaalde mate al bezig met de vraag hoe zij menstruatiearmoede kunnen aanpakken. De vraag is dan waarom een andere organisatie moet worden aangehaald om producten uit te delen. Het CJG, Welzijn Capelle en de huisartsen zijn daarvoor namelijk al beschikbaar.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 10 van 12
Ook mevrouw SLOB zegt dank voor het agenderen van het onderwerp en ook zij vraagt zich af of er weer een nieuwe stichting bij moet worden gehaald die dingen moet gaan oplossen. Het armoedebeleid zou sowieso structureel aangepakt moeten worden, maar dat gebeurt niet of dat kan niet. Wellicht kan mensen een soort Kruidvat-bon gegeven worden, zodat ze zelf materialen kunnen halen en zodat ze zich niet steeds bij een instantie moeten melden. Wethouder mevrouw WESTERDIJK is eigenlijk een klein beetje verbaasd over de hele discussie, maar complimenteert mevrouw Roos met het aandragen van het onderwerp. GroenLinks heeft het onderwerp in meer gemeenten aangekaart en claimt dat. Menstruatiearmoede is echter al veel eerder door Leefbaar Capelle en het CDA benoemd. De vraag is in hoeverre het onderwerp in Capelle speelt. Directe signalen daarover heeft de gemeente namelijk slechts marginaal gehad. Op eerdere momenten dat het onderwerp met de raad is besproken is ook gevraagd hoe dat bespreekbaar zou kunnen worden. Zaken zijn op verschillende scholen ook al geregeld, zoals het Comenius College en Zadkine. Zij vraagt zich af of menstruatiematerialen een zorg voor de gemeente of de scholen zijn. Verder wijst zij erop dat de aanname niet klopt dat deze materialen slechts op één plek in Capelle verstrekt worden. Dat gebeurt namelijk al op verschillende scholen, evenals bij de voedselbank.
In het kader van bestaanszekerheid zijn menstruatiematerialen ook aan de kastjes toegevoegd. Voor een budget van € 30.000,- zouden 31.500 maandverbandpakjes bij Kruidvat kunnen worden gekocht, wat substantieel is. Voor dat budget zijn dus veel meer pakjes te kopen dan via een organisatie. Als de landelijke regeling komt kan de gemeente kijken of die het beste via bestaande organisaties of anderszins uitgerold kan worden. Nu wil zijn echter niet ineens een noodsprong maken. Mevrouw ROOS zegt dank voor de complimenten en benadrukt dat zij haar notitie niet via een standaard format heeft gemaakt. Zij heeft zelf research gedaan en alle stukken zelf geschreven. Het gaat haar ook niet om het claimen van een thema en zij heeft er ook niet voor gekozen om het onderwerp te bespreken om het gedachtegoed van GroenLinks op te dringen. Haar fractie heeft het onderwerp aangekaart, omdat het de leden persoonlijk heel erg aangaat en omdat zij het een mooi onderwerp vinden om te adresseren en daaraan iets te doen. Het probleem komt evenals in heel Nederland ook in Capelle voor, wat haar is gebleken in gesprekken met jonge vrouwen. Het budget is berekend op basis van het verwachte aantal vrouwen dat last ondervindt van menstruatiearmoede. Met het budget kan het aantal benodigde menstruatieproducten worden gekocht om deze vrouwen in hun behoefte te laten voorzien.
Samen met het Armoedefonds kan naar geschikte verstrekkingspunten worden gekeken. Dat fonds heeft namelijk al expertise op dit punt en weet waar de doelgroep komt. GroenLinks beschikt over expertise ten aanzien van Capelle. Als het aan GroenLinks zou liggen zou zij het liefst in elke wijk een MUP zien. De heer VAN BUUREN vraagt mevrouw Roos in te gaan op de vraag waarom GroenLinks de uitvoering van het voorstel graag in samenwerking met het Armoedefonds wil zien. Dat zou namelijk extra kosten met zich meebrengen en de vraag is of dat fonds in de Capelse samenleving thuis is. Wellicht is het beter zaken zelf of via de lokale infrastructuur te regelen. Mevrouw ROOS komt daarop nog terug, maar gaat eerst in op de vraag van D66 over inzicht in wat er al op middelbare scholen wordt aangeboden. Daar gebeurt al het een en ander en daarom wil zij dat goed in kaart brengen. De suggestie om menstruatiematerialen ook op basisscholen beschikbaar te hebben vindt zij een goed punt. De SGP bracht naar voren dat er sprake kan zijn van onderliggende problematiek en daarmee is zij het zeker eens. Ook is zij het eens met de noodzaak van een goed armoedebeleid. Tevens beaamt zij de inbreng van de ChristenUnie dat er meerdere groepen zijn die hulp nodig hebben en dat je een probleem bij de wortels moet aanpakken.
GroenLinks presenteert in dezen een heel concrete maatregel, die ziet op een doelgroep die de hulp heel hard nodig heeft. Natuurlijk wil zij het liefst iedereen helpen en alle soorten vormen van armoede aanpakken. Van de genoemde groep is het nu heel helder wat er aan de hand is en hoe dat probleem verholpen kan worden. Zij vindt dat het gaat om een mooie ondersteunende maatregel die past in het kader van de financiële bestaanszekerheid. Vervolgens komt zij op de landelijke wetgeving. Daarover heeft zij met het Armoedefonds gesproken, die het signaal afgeeft dat het nog wel even zal duren eer dat er landelijke wetgeving zal zijn. Zij hoopt dat de landelijke overheid rekening zal houden met hoe zaken lokaal geregeld worden. De heer Van Buuren vroeg of de voorgestelde maatregel de meest effectieve is. Zij gelooft in het goede van de mens en dat mensen die de gratis menstruatiematerialen niet nodig hebben daarvan geen gebruik zullen maken. Als er geen schaarste meer is zullen mensen daarvan ook geen overmatig gebruik meer maken.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 11 van 12
De uitgezochte locaties zijn die plekken waar de doelgroep al komt, zoals de voedselbank. Als er geen menstruatiekastjes in de wc hangen is het alternatief dat een meisje naar de conciërge moet gaan en moet vragen om maandverband. De heer DE JONG hoorde zojuist dat heel veel organisaties menstruatieproducten al verstrekken. Hij adviseert daarom de maatschappelijke organisaties te gebruiken, die al in de haarvaten van de Capellenaar zitten. Hij snapt niet waarom het Armoedefonds erbij betrokken moet worden. Veel belangrijker vindt hij om de algehele schuldenproblematiek aan te pakken en iedereen een steuntje in de rug te geven, in plaats van een aparte maatregel voor een separate groep te nemen. Mevrouw ROOS is voor de aanpak van een probleem bij de wortels en het kijken naar een breed armoedebeleid. Vanuit preventie zouden mensen niet in armoede moeten zitten. Er ligt nu echter een heel concreet probleem van een doelgroep voor, waarvoor er een concrete oplossing is. De reden van de keuze voor het betrekken van het Armoedefonds is omdat veel gemeenten Capelle met het bestrijden van dit probleem al zijn voorgegaan. In die gemeenten ging uitvoering van een gelijksoortig voorstel goed en was er niet veel onrechtmatig gebruik van materialen. Het Armoedefonds heeft op dit gebied ook expertise.
Als de raad echter meer voorstander is van de inzet van Capelse instanties, dan staat GroenLinks daarvoor open. Het Armoedefonds zorgt er ook voor dat er duurzaam maandverband op de locaties komt en een deel van de producten is duurzaam. Dat kan niet volledig, omdat duurzame producten flink duurder zijn. Tweede termijn De heer KERVER zou het goed vinden als het college in een collegebrief inzichtelijk maakt welke locaties al worden gebruikt voor het verstrekken van gratis menstruatiemateriaal. Zodoende kan worden nagegaan of daarop nog een aanvulling nodig is en of de spreiding van locaties goed is. Hij is het ermee eens om breder naar de problematiek te kijken, maar wil zich niet te veel blind staren om zoveel mogelijk zaken in één beleid samen te vatten. Het voorstel ziet hij juist als een uitnodiging om vaker dit soort initiatieven ter sprake te brengen en daarmee te komen, als aanvulling op het armoedebeleid. De VOORZITTER weet nog niet of op dit moment een collegebrief aan de orde is, dat vindt hij aan het college. Nu is nog sprake van een inventarisatieronde van GroenLinks. De vraag van de heer Kerver is dus in de basis geadresseerd aan GroenLinks in plaats van aan het college. De heer KERVER meent dat de informatie over locaties veel kan bijdragen aan een besluit, aan het antwoord op de vraag of er een voorstel ingediend moet worden en hoe fracties daarop reageren.
De VOORZITTER meent dat het aan GroenLinks is om die gegevens boven water te halen, wat zij zou kunnen doen door gebruikmaking van de ambtelijke organisatie of vragen te stellen aan de wethouder. Wethouder mevrouw WESTERDIJK wijst erop dat de locaties in de omgeving van Capelle op de website van het Armoedefonds te vinden zijn. Er zijn er in de omgeving namelijk vijf. Mevrouw ROOS beaamt dat, maar slechts één locatie bevindt zich in Capelle. De heer STEGEMAN stelt vast dat al enigszins richting uitwerking wordt gegaan, maar vindt dat eerst een inventarisatie moet plaatsvinden. In een later stadium kan men bekijken hoe men de uitwerking wil doen. De tendens is nu een beetje negatief, terwijl eenieder het wel een goed voorstel vindt. Er zijn heel veel bedenkingen, wat hij jammer vindt. Het gaat om een overbrugging tot aan het landelijk oppakken van het probleem. De heer Van Buuren bracht naar voren dat er ook andere effecten van armoede zijn, zoals niet voldoende te eten hebben. Daarvoor zijn echter ook voedselbanken opgericht om mensen snel en adequaat te helpen. Veel vrouwen en meisjes zijn volgens hem niet geholpen met € 10,- extra per maand om menstruatieproducten te kopen, omdat dan de kans bestaat dat ze dat bedrag voor iets anders gaan gebruiken.
De VOORZITTER beaamt dat het nog geen politiek-inhoudelijke behandeling betreft, maar een eerste stap van GroenLinks om het gevoelen van de commissie te peilen om tot een gepreciseerd stuk te komen, een motie of een initiatiefvoorstel. Fracties hoeven dus nu nog geen uitsluitsel te geven. De heer DE JONG ziet in het stuk staan dat het om een jaarlijkse toevoeging van € 30.000,- zou gaan in plaats van een eenmalig bedrag. Daardoor gingen bij hem de alarmbellen af. Mevrouw ROOS heeft het voorstel gedaan om van gedachten te wisselen. Zij verklaart zich bereid om het woord ‘jaarlijks’ uit het stuk te halen.
Behorende bij commissieverslag SLE, nummer 1078241/1088537
pagina: 12 van 12
De heer DE JONG vindt dat mooi, omdat hij niet steeds allerlei financiële potjes wil creëren. Het onderwerp kan ook bij de schuldenproblematiek en vroegsignalering meegenomen worden. In plaats van het Armoedefonds wil hij toch meer denken aan tussenkomst denken van lokale instanties, zoals het CJG, Welzijn Capelle en de huisartsen. Mevrouw ROOS wijst erop dat in het eerste jaar slechts € 13.000,- nodig zou zijn en bij doorgang jaarlijks € 23.000,-, in plaats van de door de heer De Jong genoemde € 30.000,-. De heer VAN BUUREN wil het voorstel op zijn merites beoordelen en in een breder kader plaatsen. Zijn waardering voor het agenderen van het onderwerp is onverminderd groot. Hij adviseert GroenLinks het niet te veel over de uitvoering te hebben en in plaats daarvan met de ambtelijke organisatie en het bestuur het idee zodanig vorm te geven dat dat het beste voorsorteert op de vraag die het Rijk straks aan de gemeente stelt, waarbij zoveel mogelijk wordt voortgebouwd op wat er al in de gemeente is. Het is goed om aandacht te hebben voor concrete symptomen die mensen in de weg kunnen zitten om deel te nemen aan het sociale verkeer. Tegelijkertijd wil hij niet alle middelen aan symptoombestrijding besteden, zodat er ergens een balans nodig is. Daarom blijft hij aandacht vragen voor het onderliggende probleem.
Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA heeft er moeite mee dat bij zo’n mooi agendapunt allerlei andere problematiek in de armoedebestrijding ter tafel wordt gebracht, zoals menstruatieartikelen met honger vergelijken. In dezen gaat het om een maatregel die vrouwen en meisjes helpt om aan maandverbandproducten te komen. Nu gaat de discussie echter alle kanten op. De heer DE JONG noemt het onderwerp een gevoelig thema. Alles wat hij vanavond heeft gezegd heeft hij gedaan op basis van het door GroenLinks aangeleverde stuk. Mocht daaruit een ander stuk voortkomen dat naar de visie van de VVD beter zou passen, dan zal de discussie ook anders zijn. De VOORZITTER denkt dat GroenLinks met het stuk in eerste instantie heeft geprobeerd de gevoelens van de fracties te peilen om te kijken of zij een stap verder zal zetten. De heer STEGEMAN is het eens met de laatste opmerking van de heer De Jong. Belangrijk voor hem is de feiten te weten en inzichtelijk te maken. De VOORZITTER informeert bij mevrouw Roos naar het vervolgtraject van GroenLinks en binnen welke termijn dat te verwachten zal zijn. Mevrouw ROOS zegt allen dank voor de feedback die GroenLinks zeker meeneemt. GroenLinks hoopt een motie of een initiatiefvoorstel in te dienen voor de eerstvolgende raadsvergadering. Uit de discussie neemt zij mee te kijken naar de Capelse situatie en alternatieven voor het Armoedefonds.
Zij houdt de commissie/raad op de hoogte. De VOORZITTER wijst erop dat een initiatiefvoorstel voor de komende raadsvergadering niet mogelijk is, vanwege de reactietermijn van het college van zes weken. Een motie vreemd aan de orde van de dag kan altijd ingediend worden en die kan via het presidium worden aangekondigd. 9. Rondvraag Er zijn geen vragen. 10. Sluiting De VOORZITTER sluit om 22.05 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 27 maart 2023, de secretaris, de voorzitter,