02.01 - conceptverslag cie SLE - 19-01-2026
Tekst van het document
Verslag van de vergadering van de commissie Samenleving en Economie, gehouden op maandag 19 januari 2026, in de Raadzaal van het gemeentehuis, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
:
de heer mr. Z. Schelkers;
volksvertegenwoordigers :
de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L.D. Poppe, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.G. Stegeman, raadslid D66; de heer M. de Jong, raadslid VVD; de heer H.T. Verhoef, burgerraadslid SGP; mevrouw I.M. Monteiro da Veiga, raadslid PvdA; mevrouw S.F.I. Roos LLM, raadslid GroenLinks; de heer drs. J. Visscher, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; mevrouw J. Slob, burgerraadslid SP; de heer J. Frieser, raadslid fractie Van der Heide
secretaris
:
mevrouw drs. C.M.J. van Adrichem;
portefeuillehouders
:
de heer E.M.C. Faassen, wethouder; de heer R. van Hemert, wethouder;
Rekenkamer:
de heer S.J. Keulen, directeur Rekenkamer; mevrouw D. de Vries, onderzoeker Rekenkamer;
ambtelijke ondersteuning:
mevrouw A. ben Chamach MSc, beleidsadviseur Onderwijs;
notulist
:
de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 3 personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering om 20.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. Aldus wordt besloten en de agenda wordt gewijzigd vastgesteld. 2.
Vaststellen verslagen - commissie Samenleving en Economie van 1 december 2025 - gecombineerde commissie SLE en SOB van 2 december 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers. 4.
Gemeenschappelijke regelingen (GGD, Promen, Beschermd Wonen, Jeugdhulp, Recreatieschap Hitland en MRDH Economie) Er zijn geen opmerkingen. 5.
‘Resultaat op achterstand, onderzoek naar het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid; rapport Rekenkamer Capelle aan den IJssel De VOORZITTER leidt in dat de Rekenkamer op 18 december jl. het rapport met conclusies en aanbevelingen aan de raad heeft aangeboden. De gemeenteraad wordt gevraagd het rapport, inclusief de hoofdconclusie en deelconclusies, voor kennisgeving aan te nemen en de aanbevelingen over te nemen, zijnde: 1. de toeleiding te verbeteren, zodat meer doelgroeppeuters worden bereikt; 2. wettelijk verplichte afspraken voor onderwijsachterstanden te maken en deze jaarlijks te monitoren; 3. concrete doelen op te stellen, deze vast te leggen in beleid en de voortgang te monitoren.
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
2
De heer KEULEN noemt een verzoek van de raad de aanleiding voor het onderzoek. Het doel van het onderzoek is om de raad inzicht te geven in de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het uitgevoerde onderwijsachterstandenbeleid in Capelle, specifiek de uitvoering van de wettelijke taken door de gemeente. De Rekenkamer heeft zich gefocust op de periode van 2020 tot en met 2024 en heeft ook de relevante beleidsontwikkelingen in 2025 meegenomen. Qua aanpak is het beleid geanalyseerd, zijn de subsidiestukken bekeken en de monitordata onderzocht. Tevens zijn de inspectierapporten van de kinderopvanglocaties bekeken. Er zijn daarnaast interviews gehouden met mensen van subsidie ontvangende organisaties, de GGD en de gemeente. Er is ook naar literatuur over onderwijsachterstanden gekeken. De gemeente heeft een wettelijke taak op het gebied van onderwijsachterstanden. Het gaat om: het bieden van een aanbod van voorschoolse educatie (VE): de wettelijke taak is dat er voldoende aanbod en spreiding is; het voeren van jaarlijks overleg over onderwijsachterstanden en met name afspraken maken over de toeleiding, de doelgroepdefinitie, de doorlopende leerlijn richting het onderwijs en vroegschoolse educatie; met rijksmiddelen aanvullende ondersteuning geven aan het basisonderwijs. De hoofdconclusie is dat het beleid in Capelle ruimhartig was.
De definitie van de doelgroep is breed en er is al vanaf de leeftijd van 2 jaar plaats in de opvang in plaats van vanaf de leeftijd van 2,5 jaar. Ook is beleid gericht op sociaal-medische indicaties. Er is daarnaast een aanvullende subsidieregeling voor activiteiten voor kinderen tot en met 12 jaar. Het bereik van de doelgroeppeuters van 2 tot 4 jaar bleef achter het gestelde doel. Bovendien is tot 2023 en ook daarna niet voldaan aan de wettelijke taak van overleg en het maken van afspraken. Van de aanvullende subsidieregeling zijn de resultaten onbekend. Als eerste deelconclusie valt op dat een heel ruime groep peuters in aanmerking komt voor voorschoolse educatie, maar de deelname achterblijft bij de doelstelling. De gemeente heeft zich als doel gesteld om 70% van alle geïndiceerde doelgroeppeuters in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar te bereiken. Het bereik was in 2023 echter maar 58% en in 2024 59%. Het bereik lag in sommige wijken nog lager, zoals in Schollevaar-Zuid, waar het 54% was. De gemeente beschikt gemeentebreed over voldoende plekken, maar niet als alle doelgroeppeuters naar de opvang gaan. Voor het beoogde bereik van 70% zijn er voldoende plekken om de activiteiten voor voorschoolse educatie te houden. De tweede deelconclusie gaat over het voeren van jaarlijks overleg. Dat overleg werd tot 2023 niet gevoerd, maar is daarna wel op gang gekomen.
Niet overal zijn verplichte afspraken gemaakt, met name over de toeleiding naar en resultaatafspraken over vroegschoolse educatie. Daarnaast zijn er geen afspraken gemaakt over monitoring en is niet gekeken of afspraken nog steeds voldoen. Als derde deelconclusie is geconstateerd dat de resultaten van de subsidieregeling onbekend zijn. Het gaat om € 1 miljoen tot € 1,8 miljoen per jaar. Er zijn ook deels activiteiten gesubsidieerd, die geen directe relatie met onderwijsachterstanden hebben. Doordat er geen afspraken zijn gemaakt over resultaten en verantwoording is het zicht op de activiteiten achtergebleven. De gemeente heeft ervoor gekozen om deze subsidieregeling per 2026 af te schaffen en het vrijkomende geld vooral in te zetten voor het intensiveren van voorschoolse educatie. De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn. 1. de toeleiding te verbeteren, zodat meer doelgroeppeuters worden bereikt; 2. wettelijk verplichte afspraken te maken voor onderwijsachterstanden en deze jaarlijks te monitoren; 3. concrete doelen op te stellen, deze vast te leggen in beleid en de voortgang te monitoren. Hij was blij te lezen dat het college alle aanbevelingen overneemt. Het is ook belangrijk om die aanbevelingen ter harte te nemen, omdat de specifieke rijksuitkering voor onderwijsachterstanden lager is geworden, wat een strakkere kaderstelling vraagt.
Het college kan een plan van aanpak maken. De raad kan de aanbevelingen gebruiken om de aanscherping van het beleid serieus te nemen. Eerste termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN noemt goede kinderopvang en goed onderwijs essentiële pijlers voor de samenleving, zodat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen. Ze bieden een veilige en stimulerende
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
3
omgeving, waarin kinderen leren vrienden maken en zelfvertrouwen opbouwen. Het CDA heeft voorheen bij de nieuwbouw van de scholen in de Florabuurt en de Meeuwensingel aangedrongen op inzet op integrale kindcentra (IKC’s). IKC’s in de buurt spelen naast ouders en verzorgers een cruciale rol in het vroegtijdig signaleren van problemen. Zij wil daarom het college laten bezien of de gemeente de IKC’s weer op het netvlies kan krijgen. Verder stelt zij nog vijf vragen, namelijk: 1. of de gemeente goed inzicht in de spreiding van vroegtijdig voorschoolse educatie (VVE)plekken heeft en of er eventueel plekken zijn waar mensen ver verwijderd zijn van VVE-opvang; 2. welke lessen uit de subsidieregeling om middelen doelmatig in te zetten zijn te trekken, voor aanvullend onderwijskansenbeleid naast VVE; 3. blij te zijn met het doorgaan met de Peutermonitor en het jaarlijks bespreken van de voortgang met partners; gevraagd wordt of de subsidieontvangers per kwartaal de Peutermonitor goed invullen; 4. hoe het college omgaat met onderwijsachterstanden in de groep van 4- tot 12-jarigen, als er daartoe signalen komen; 5. of de raad binnen vier maanden een plan van aanpak tegemoet kan zien. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA stelt dat kansengelijkheid bij kinderen een belangrijk onderwerp is, dat al bij peuters begint. De overheid kan daarbij een verschil maken.
Het Rekenkamerrapport laat zien dat Capelle goede intenties heeft, maar dat het beleid te weinig scherpte, focus, concrete doelen en structurele monitoring kent. Wat haar betreft zijn de conclusies van de Rekenkamer helder en terecht. Positief noemt spreekster het dat het college de aanbevelingen overneemt. Ten aanzien van de aanbeveling over de toeleiding naar doelgroeppeuters noemt zij de aanwezigheid van peuterconsulenten goed, evenals meer aandacht voor meertalige voorlichting, die passen bij een sociale stad als Capelle. Wel vraagt zij zich af of de gezinnen die het het moeilijkst hebben echt worden bereikt, omdat daar de leerachterstanden het grootst zijn. In reactie op de aanbeveling om wettelijke afspraken vast te leggen en jaarlijks te monitoren weet zij dat zonder die monitoring het beleid vrijblijvend blijft. Essentieel is dat de raad inzicht krijgt in het proces en resultaten van het maken van afspraken en monitoring. Een derde aanbeveling gaat over concrete doelen formuleren en in beleid vastleggen. Zij vindt het goed sterker te focussen op VVE voor peuters van 2,5 tot en met 4 jaar en hetgeen wettelijk van de gemeente verwacht wordt: Zij stelt verder de volgende vragen: 1. wanneer de raad kan zien of het bereik van doelgroeppeuters zal zijn toegenomen en met welke cijfers dat is gebeurd; 2.
hoe men voorkomt dat peuters die met VVE zijn gestart alsnog tussen wal en schip vallen als zij naar het basisonderwijs gaan; misschien is er daarna nog hulp nodig; 3. wanneer het college de aanbevelingen in concrete acties en beleid vertaalt en hoe de raad tussentijds wordt meegenomen in de voortgang en bijsturing. De PvdA zal het dossier nauwlettend blijven volgen, omdat elk kind dat met een achterstand start er een te veel is. Elk kind dat de gemeente wel op tijd bereikt noemt zij een investering in de toekomst van Capelle. Mevrouw ROOS is een groot voorstandster van de intensievere inzet op voorschoolse educatie, omdat GroenLinks het bevorderen van kansengelijkheid ontzettend belangrijk vindt. Zij staat ook achter het hanteren van een bredere doelgroep, mits dat de aandacht voor de specifieke wettelijke doelgroep niet doet verslappen, wat soms nog best lastig blijkt. Daarom is het goed te lezen dat het college de aanbevelingen opvolgt en gerichter op de wettelijke doelgroep inzet. . Zij complimenteert het college met voorlichting in verschillende talen, belangrijk om de doelgroep te bereiken en wat een inclusieve aanpak laat zien. Mevrouw SLOB is blij met het overnemen van de aanbevelingen, maar maakt zich ook wel zorgen. Er komt namelijk minder geld beschikbaar en er is een uitdagende verbeterslag te maken. De SP wil meer laten inzetten op de peuterconsulenten.
Spreekster vraagt of de wethouder nog andere middelen inzetten om het bereik te laten stijgen. De heer FRIESER vraagt het college: 1. waarom het niet lukte om meer peuters uit de doelgroep naar de voorschoolse educatie te krijgen en waarom het streefpercentage van 70 niet is gehaald; 2. hoe de gemeente voortaan beter gaat meten of subsidies echt effect hebben binnen de gestelde kaders; 3. hoe wordt geregeld dat alle verplichte afspraken met scholen en kinderopvangorganisaties jaarlijks op orde zijn.
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
4.
Pagina:
4
hoe het plan van aanpak ervoor zorgt dat de raad duidelijk kan zien dat het beleid werkt en resultaten worden geboekt in plaats van enkel te focussen op inspanning.
De heer JALIENS zegt dank voor het heldere rapport en de gegeven toelichting en is blij met het overnemen van de aanbevelingen. De conclusie is dat het niet zoals is voorgenomen is gegaan bij het onderwijsachterstandenbeleid, met name op het gebied van het bereik en het voorgestane effect om gelijke kansen te creëren voor kwetsbare kinderen. Leefbaar Capelle wacht het plan van aanpak van het college af, dat het naar aanleiding van het rekenkamerrapport zal maken. Hij vraagt vervolgens: 1. waarin het verschil zit tussen de constateringen van de rekenkamer over het bereik van 58% en 59% in de jaren 2023 en 2024, en het college dat constateert dat het bereik 70% was; 2. hoe het aantal plekken op niveau komt, zodat de doelstelling van het bereik van 70% zal worden gehaald; 3. of inhoudelijk met de scholen is gesproken over het afschaffen van de aanvullende subsidie en of zij daardoor in de problemen komen met de aanpak van onderwijsachterstanden; het rapport vermeldt dat het bericht over het schrappen van de subsidie een dag voor overleg met de scholen aan de scholen bekend is gemaakt en dus niet eerder met scholen is gesproken over de effecten van het afschaffen van de subsidie; wellicht kan dat overleg nog worden gevoerd om inzicht te krijgen in het effect van het schrappen van de subsidie op het onderwijsachterstandenbeleid uitgevoerd door de scholen.
Leefbaar Capelle is normaliter geen voorstander van het uitbrengen van folders en flyers in vreemde talen, vanwege het uitgangspunt dat Capellenaren de Nederlandse taal gaan leren. In dit geval gaat het om kwetsbare kinderen en ziet hij het communiceren in een andere taal naar de ouders om het bereik te vergroten als positief, omdat men naar de toekomst van de kinderen moet kijken en opdat zij gelijke kansen krijgen. De heer STEGEMAN is blij dat het college de aanbevelingen gaat overnemen. D66 is sterk doordrongen van het belang van VVE. VVE biedt voordelen door een sterke basis te leggen voor de schoolloopbaan, wat gebeurt door taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden te stimuleren. Tevens zorgt VVE voor een soepele overgang naar de basisschool. D66 vraagt aandacht voor VVE en wil ook de aandacht voor peuters vergroten, hetgeen de gemeente de afgelopen jaren ook heeft uitgevoerd door de leeftijdsgrens van 2,5 jaar te verlagen naar 2 jaar. Daardoor zijn er meer peuters die recht hebben op VVE. De aanbeveling om de focus weer te brengen naar peuters vanaf 2,5 jaar betreurt D66, maar snapt hij wel om het bereik weer naar het beoogde percentage te laten stijgen. Het lukt niet om alle ambities en doelstellingen te behalen. Te weinig doelgroeppeuters namen deel aan VVE en er ontbraken wettelijk verplichte afspraken.
Het effect van aanvullende subsidies was onbekend. Zorg heeft hij over de onvolledigheid van uitvoering van wettelijk verplichte afspraken, bijvoorbeeld over de toeleiding naar VVE, de beoogde resultaten daarvan, de jaarlijkse toetsing van de doelgroepdefinitie en de doorgaande leerlijn. Risico’s daarvan zijn onvoldoende sturing, geen gezamenlijke verantwoordelijkheid en toezichtproblemen. Hij vraagt hoe het kan zijn dat die zaken niet volledig zijn uitgevoerd. Deelname aan de VVE blijft achter. Een ruimere doelgroepdefinitie zorgde wel voor meer peuters in de VVE, maar niet voor een hoger procentueel bereik. De achterstanden worden door een laag bereik niet tijdig verkleind, waardoor kinderen met een achterstand de basisschool instromen. D66 vindt dat elk kind gelijke kansen op het gebied van onderwijs moet hebben. Juist peuters uit kansarme gezinnen moeten aan VVE kunnen deelnemen. Hij noemt het positief dat het college dit probleem op tijd inziet, dit als een speerpunt heeft aangemerkt en hierin al stappen heeft gezet. Het CJG richt zich vooral op indiceren en niet op toeleiden, waardoor ouders onvoldoende zijn begeleid en de deelname aan de VVE laag blijft. Pas in 2025 startte het CJG een pilot met peuterconsulenten en hij vraagt waarom de gemeente er niet eerder aan heeft gedacht om naast indicatiestelling het CJG ook te laten toezien op de toeleiding naar de VVE.
Hij vraagt vervolgens in welke wijken er grote tekorten in VVE-plekken zijn, of er mogelijkheden zijn om daar extra VVE-plekken te realiseren en op welke termijn dat kan gebeuren. D66 is blij met de aanbevelingen en dat het college die omarmt, evenals dat de uit te werken aanbevelingen terug te vinden zullen zijn in het nieuwe Onderwijsachterstandenbeleidsplan 20272030. De nieuwe raad kan de voortgang en inhoud van dat beleidsplan monitoren en goedkeuren. De heer DE JONG is het volledig eens met het door de heer Stegeman vertelde verhaal en schrikt van het rapport, gezien de grote hoeveelheid geld die naar onderwijsachterstanden is gegaan en de weinige sturing. De vraag is of de raad of de organisatie heeft gefaald. Belangrijk vindt hij dat de raad op tijd betrokken wordt, te monitoren en het maken van duidelijke afspraken. Het zou goed zijn dat zaken inzichtelijker waren en dat ze goed werken. Kinderen moeten kansengelijk opgroeien, maar het
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
5
maakt daarvoor nu wel uit in welke wijk de wieg van een kind staat. Dat komt volgens hem vanwege het ontbreken van de juiste data en sturing. Daarop wil hij zich daarom focussen. De heer VISSCHER sluit zich grotendeels aan bij de vorige sprekers en ziet een goed en duidelijk rekenkamerrapport voorliggen. De conclusies noemt hij op zijn minst opvallend. Er was een ruimhartig beleid, maar het bereik was onvoldoende. Er waren geen voldoende concrete afspraken. Met aanvullende subsidies zijn goede dingen gedaan, maar die lijken niet altijd effectief te zijn geweest. De ChristenUnie is daarom blij met het overnemen van alle aanbevelingen. De aanbeveling over het bereik van de doelgroep wordt overgenomen, maar uit de bestuurlijke reactie proefde hij een discussie over wat getallen zeggen. Daarbij miste hij vanuit het college de urgentie. Bij dergelijke conclusies had hij enige reflectie van het college verwacht en is het niet voldoende om alle aanbevelingen over te nemen. Wellicht moet er iets meer gebeuren. Ook stelt het college dat wat betreft overleg met scholen en kinderopvangorganisaties de juiste weg is ingeslagen, maar hij vraagt of dat ook al effect heeft. Wellicht is op dat gebied nog een tandje bij te zetten. Men zou juist een stap verder moeten zetten om de impact op de doelgroep te vergroten en hij informeert of de rekenkamer daarnaar heeft gekeken.
De heer VERHOEF ziet helaas dat de doelstellingen met het gevoerde beleid niet zijn behaald. Hoewel indicatoren helder zijn en er goed zicht lijkt te zijn op de doelgroep, blijft de toeleiding naar VVE achter. Wellicht maakt de gemeente het zichzelf moeilijker om doelstellingen te behalen bij het hanteren van een brede doelgroep. Hij vraagt hoe de Rekenkamer dat beoordeelt en of die het door de gemeente gemaakte onderscheid in de definitie heeft begrepen. Verder wil hij weten waarom de Rekenkamer de door de gemeente ingezette koers niet in het rapport herkent en hoe de Rekenkamer het doelpercentage van 70 beoordeelt. De wethouder vraagt hij wat de gemeente gaat doen om voldoende plekken te realiseren, zodat het bereik van 70% wordt behaald. Daarnaast is hij benieuwd hoe de wethouder de analyse beoordeelt dat de gemeente nog niet op orde is om de wettelijk verplichte jaarlijkse afspraken te maken en wat die daaraan wil doen. Vervolgens wil hij weten hoe de wethouder zal zorgen voor meer duidelijke uitvoeringsafspraken met het CJG. Tot slot is hij benieuwd hoe het college zal zorgen dat het voor de raad beter mogelijk wordt om de voortgang van de resultaten van het beleid te volgen en hoe tijdig bij te sturen is.
De heer KEULEN heeft slechts gekeken of de gemeente de zichzelf gestelde doelen daadwerkelijk heeft behaald en deed dat op basis van bij de gemeente opgevraagde informatie. In de Peutermonitor staat het behaalde percentage, dat bij lange na de 70% niet haalt. Daarna is geschoven in de bestuurlijke reactie. Hij ziet zelf weinig verschil tussen de door de Rekenkamer genoemde cijfers en de cijfers in de documenten. Wel ziet hij een ingezette koerswijziging na 2024. In het licht van de bezuinigingen snapt de Rekenkamer die wijziging. De Rekenkamer is niet voor of tegen een definitie en het is aan de raad en het college om voor een brede groep kleuters te kiezen in plaats van zich aan de CBS-criteria te conformeren. De gemaakte afweging vindt hij ook logisch. Het bereiken van een bredere doelgroep is echter ook lastiger. Het is dan goed om in te zetten op peuterconsulenten, die de lastig te bereiken groepen benaderen. Het benaderen van de doelgroepen in de eigen taal helpt daarbij. Ook de Rekenkamer wacht het plan van aanpak af, waarin nieuwe acties zouden moeten staan. Onder de keuze van een bereik van 70% ligt geen wetenschappelijke onderbouwing. Dat percentage had ook anders kunnen zijn. De Rekenkamer heeft slechts gekeken of dat percentage is gehaald.
Wethouder VAN HEMERT merkt op dat het Rekenkameronderzoek nu kan leiden tot het zetten van positieve stappen en is daarom daarmee blij. Hij waardeert het beleid van het college met het cijfer 8 of 7,5. Mevrouw BEN CHAMACH is voor de zomer van 2025 samen met het onderwijsveld en kinderopvangorganisaties gestart met het onderzoek naar het opstarten van jonge VE-groepen, die er in elk geval in Oostgaarde, Schollevaar en Schenkel komen. Aanbieders in Capelle willen daaraan meewerken. Vier nieuwe VE-groepen kunnen al in 2027 starten en daarvoor is plek, ruimte en materiaal nodig. Gesprekken daarover lopen nog. Voor 2024 waren datacijfers helaas niet kwalitatief op orde en daarop heeft een inhaalslag met het CJG plaatsgevonden. Het CJG heeft medio 2024 de datakwaliteit in orde gemaakt, zodat de Peutermonitor sinds 2024 betrouwbaar is. In die monitor is meer te zien dan alleen cijfers over het bereik, zoals ook de reden waarom ouders hun kind niet willen aanmelden voor een VE-aanbod, de spreiding over wijken en de reden van indicatie. VE-aanbod is daardoor goed te monitoren en te sturen.
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
6
De gemeente levert jaarlijks bereikcijfers aan de Onderwijsinspectie aan en die zijn in de jaarverantwoording te raadplegen. Deze cijfers worden medio april bekend gemaakt. Het niet behalen van een bereik van 70% heeft verschillende redenen. Capelle richt zich zowel op onderwijskansen als het VE, maar met name op onderwijskansen. De aanwezige middelen gingen voor meer dan de helft naar het onderwijs in plaats van waarvoor de gemeente aan de lat staat, wat de reden van de verschuiving van middelen was. Er zijn geen interventies kunnen gebeuren om het VE-bereik te verhogen. Aan het maken van afspraken wordt gewerkt en partijen weten elkaar nu te vinden. Er zijn verschillende werkoverleggen, zoals het VVE-netwerkoverleg en werksessies over indicatiestelling en overdracht. Wat betreft het verschil tussen de bereikcijfers van de gemeente en de Rekenkamer rapporteert de gemeente in april de bereikcijfers aan de Onderwijsinspectie. Daarnaast haalt de gemeente haar cijfers uit het register kinderopvang, waarin is te raadplegen om welk aantal VE-kindplaatsen het gaat. Ook spelen reserveringscijfers en aanmeldingen een rol. Op die gebieden kunnen verschillen ontstaan. De beslissing om de subsidieregeling onderwijskansen stop te zetten is niet uit de lucht komen vallen. Daarover is de raad in maart 2024 geïnformeerd en dat is in de Lokaal Educatieve Agenda besproken.
Met bestuurders zijn aparte afspraken gemaakt. Er zijn tegen het stopzetten van de subsidieregeling ook geen bezwaren binnengekomen. Voorschoolse educatie is een verplichting voor de gemeente. De verplichting van vroegschoolse educatie ligt bij het onderwijs en het krijgt daarvoor zelf ook middelen. Van belang is wel samen op te trekken en daartoe komen er samenwerkings- en resultaatafspraken. Zij hoopt die nog voor de zomer van 2026 te kunnen maken. Het onderzoek richtte zich op de periode 2020 tot 2024, waaruit bleek dat nog een inhaalslag te maken was op het gebied van wettelijke afspraken, die vanaf 2023 is gemaakt. Er is een LEAuitvoeringsprogramma van 2023 tot 2027. Met lokale partners is een afspraak gemaakt over toeleiding naar VE-onderwijs. Die afspraak is inmiddels vertaald naar uitvoering, o.a. via de inzet van peuterconsulenten, informatiemateriaal over voorschoolse educatie en deskundigheidsbevordering van pedagogische professionals. Over de doorgaande leerlijn is ook een afspraak gemaakt. In 2024 is met lokale partners een factsheet opgesteld, die in de toekomst meer zal worden vormgegeven door het hanteren van een uniform overdrachtssysteem, waartoe binnenkort werksessies worden georganiseerd. De doelgroepdefinitie is ook in 2025 vastgesteld tijdens de LEA van 7 juli. Die wettelijke afspraak is dus ook nagekomen.
Binnen de LEA zijn er ook andere wettelijke thema’s besproken. Daarover wordt overleg gevoerd, maar hoeven nog geen afspraken te worden gemaakt. Die thema’s zijn te raadplegen bij de jaarverantwoording, die bij de Onderwijsinspectie zal worden ingediend. Wethouder VAN HEMERT beantwoordt de vraag van de heer Stegeman waarom de gemeente niet eerder heeft gedacht peuters naar de VVE toe te leiden. Hij stelt echter dat de gemeente hiertoe juist in plaats van het CJG in 2024 het initiatief heeft genomen. De vraag van de heer Frieser was hoe het plan van aanpak ervoor zorgt dat de raad duidelijk kan zien dat het beleid werkt en resultaten worden geboekt in plaats van enkel te focussen op inspanning. Als het college de aanbevelingen volgt en uitvoert heeft hij het gevoel dat het gaat lukken. Het overleg met partijen en de Lokaal Educatieve Agenda wordt daartoe ook gevoerd. De heer VERHOEF vindt de door de heer Frieser gestelde vraag terecht en is ook benieuwd of het nieuwe plan van aanpak zal voldoen om de beoogde resultaten te behalen. Wethouder VAN HEMERT denkt dat dat met verschillende partijen zal lukken. De heer FRIESER suggereert te sturen op resultaten. Wethouder VAN HEMERT monitort alles en kan altijd bij het niet behalen van bepaalde cijfers nog dingen bijstellen, zoals gemaakte afspraken.
Aan concrete acties gaat het college werken en het koppelt daarover naar de raad terug. Tweede termijn Mevrouw DEN ENGELSMAN informeert naar de komst van een plan van aanpak. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA is het niet duidelijk of de vier in te stellen VVE-groepen bestemd zijn voor kinderen op de wachtlijst of er komen vanwege de groei van het aantal peuters. De heer JALIENS is bezorgd over de effecten die het afschaffen van de subsidieregeling zal hebben. 40% van de doelgroeppeuters wordt nu niet bereikt en zij stromen wel met een achterstand de basisschool in. De scholen geven aan dat ze de lump sum-middelen van het Rijk niet voldoende vinden om die achterstand volledig weg te werken. Het gaat om een gezamenlijke
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
7
verantwoordelijkheid van het onderwijs en de gemeente om die achterstanden weg te werken. Hij vraagt samen met de scholen te kijken naar wat zij kunnen doen, om die niet bereikte doelgroep te helpen met het wegwerken van de achterstand. De heer STEGEMAN adviseert organisaties naast indicatiestelling ook te laten toezien op toeleiding naar de VVE. Verder beveelt hij aan wettelijk vereiste afspraken meer systematisch en concreet vast te leggen. De heer VISSCHER vindt de waardering van het onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente van een 7,5 of 8 veel te hoog en dacht eerder aan een 5,5 of een bespreekgeval. De urgentie om tot actie over te gaan proeft hij nog steeds niet, ook niet in de reactie op het rapport. Graag ontvangt hij hierop nog een aanvullende reflectie van de wethouder. De heer VERHOEF suggereert de doelgroep te verkleinen conform het CBS, omdat het bij een ruime doelgroep moeilijk is om doelen te behalen. Het voelt voor hem wat ongeloofwaardig dat het college de deelconclusies niet herkent of daarop van alles heeft aan te merken, maar wel alle aanbevelingen van harte onderschrijft. Het wringt dan dat het college zichzelf een dikke voldoende geeft. Ook hij informeert wanneer de raad een plan van aanpak kan verwachten. Wethouder VAN HEMERT neemt daarop het door hem gegeven waarderingscijfer voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid terug.
Het college antwoordt altijd periodiek op rekenkamerrapporten en dat antwoord komt terug in het plan van aanpak en de P&C-cyclus. Dat plan van aanpak mag de raad binnen vier maanden verwachten, omstreeks mei/juni. Mevrouw BEN CHAMACH geeft aan dat er momenteel geen wachtlijsten voor VE-groepen zijn. De reden van het instellen van vier extra groepen zijn geluiden uit het veld dat de VE-groepen niet evenredig verdeeld zijn. Ideaal is om in VE-groepen een verdeling te hebben met 50% reguliere peuters en 50% VE-peuters, dit in het kader van het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie. Die groepen zijn nu voornamelijk gevuld met VE-peuters. De spreiding moet beter worden met de komst van vier extra VE-groepen. De gemeente wil niet alleen resultaatafspraken maken, maar ook samenwerkingsafspraken, zodat ook te bezien is wat het onderwijsveld zelf kan doen. OCW werkt momenteel aan landelijke criteria voor een minimale doelgroepdefinitie, die in 2026 komen. Aan de hand daarvan kan de doelgroepdefinitie bijgesteld worden. De heer VERHOEF vraagt of het college die definitie dan ook wil hanteren voor het nieuwe beleid in Capelle, of nog steeds wil gaan voor een brede doelgroep. Wethouder VAN HEMERT is dan van plan om de landelijke normen te hanteren.
De heer STEGEMAN las in de bevindingen dat er in sommige wijken te weinig VE-plekken zijn om het gewenste bereik te halen, terwijl hij ook vernam dat er geen wachtlijsten zijn. Hij vraagt of peuters uit een wijk dan in een andere wijk geplaatst worden. Mevrouw BEN CHAMACH ontvangt geen geluiden dat er wachtlijsten zijn, wat ook niet blijkt uit de buurtmonitor. Wel kiezen ouders ervoor om hun kind op de dagopvang te plaatsen. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel vooralsnog als hamerstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering. 6. Actualisatie regiovisie Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond De VOORZITTER leidt in dat de Jeugdwet iedere jeugdhulpregio verplicht om een actuele regiovisie op te stellen. Met het actualiseren van de regiovisie wordt aan die verplichting voldaan. De regiovisie uit 2020 is geactualiseerd en sluit aan op landelijke hervormingen en maatschappelijke veranderingen. Na vaststelling van de regiovisie wordt een uitvoeringsplan opgesteld. De heer VERHOEF woonde op 1 oktober de bijeenkomst in Lansingerland bij en de input aldaar lijkt goed in de visie verwerkt te zijn. De visie lijkt in lijn met de Capelse visie. De antwoorden op de vragen van de Adviesraad Sociaal Domein mist hij bij de stukken.
De heer VISSCHER vindt het goed dat de regiovisie wordt geactualiseerd en geeft mee daarbij op een goede manier te zijn betrokken, ook via de sessie in Lansingerland. Daarbij ging het om het voorkomen van uithuisplaatsingen en ‘nabij en passend’. Die zaken zijn goed verwerkt. De visie sluit
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
8
goed aan bij het Capelse programma ‘Tegen de stroom in’. De ChristenUnie stemt daarom in met het vaststellen van de regiovisie. De heer STEGEMAN kan zich in veel uitgangspunten vinden en vindt de aandacht voor samenhang en ondersteuning positief. D66 vindt het belangrijk dat het uitwerkingsplan samen met de uitvoerende praktijk, waaronder scholen, wordt vormgegeven, zodat problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en verholpen kunnen worden. De regiovisie bevat geen zaken waarop D66 tegen is en hij wil die daarom laten vaststellen. Hij onderschrijft de opbouwende en kritische vragen van de Adviesraad Sociaal Domein en ziet ook dat veel begrippen en ambities in de regiovisie nadere uitwerking verdienen. Hij drukt het college dan ook op het hart om bij het uitwerkingsplan expliciet in te gaan op de door de Adviesraad Sociaal Domein naar voren gebrachte punten. Tot slot roept hij het college op om bij de uitwerking zorgaanbieders, scholen en andere instellingen in de keten, alsmede ouders mee te nemen en te horen. Mevrouw POPPE woonde de themabijeenkomst op 1 oktober ook bij en ziet de regiovisie goed aansluiten bij ‘Tegen de stroom in’. De adviezen van de Capelse Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein worden meegenomen. Heel goed is om terug te horen te luisteren naar de stem en wens van een kind, voor zover dat mogelijk is.
Leefbaar Capelle wil de wachttijd heel goed in het oog houden en wil weten of voldoende zorg beschikbaar is en is ingekocht om die kort te houden. Daarnaast wil zij weten of de partners er klaar voor zijn om alles straks goed te laten verlopen. De heer FRIESER noemt het stuk helder en vraagt hoe te meten is dat preventie daadwerkelijk gaat werken en hoe wordt gestuurd op resultaat. Mevrouw ROOS is benieuwd hoe de ambitie van minder uitstroom naar het speciaal onderwijs het effect zal voorkomen dat er extra thuiszitters zullen komen en wat er gebeurt op reguliere scholen om die uitstroom te voorkomen. Ook zij is benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de Adviesraad Sociaal Domein. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA kan zich goed vinden in de ambitie van de regiovisie, die vermeldt dat jeugdhulp nabij en passend moet zijn, kinderen zoveel mogelijk thuis moeten opgroeien en verbonden blijven met hun school en omgeving. Ook is zij voor minder zware zorg waar die niet nodig is en meer investeren in een sterke pedagogische basis, thuis, op school of in de wijk. Positief is dat de regiovisie duidelijker stelling neemt dan voorheen, zoals minder uithuisplaatsingen, minder uitstroom naar het speciaal onderwijs en meer inzet op preventie en samenwerking met het onderwijsveld, de JGZ en het sociaal domein.
De regiovisie legt wel veel verantwoordelijkheid bij de gemeenten, zodat er verschillen daartussen zullen ontstaan bij de uitvoeringsplannen, terwijl kinderen recht hebben op dezelfde kwaliteit en snelheid van hulp. Zij stelt dezelfde vragen als haar collega Roos. De heer VERHOEF vraagt of de PvdA wel ruimte wil behouden om in de uitvoering zelf te kunnen sturen. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA wil die ruimte zeker behouden, maar men krijgt regionaal meer voor elkaar door meer expertise en het gezamenlijk kunnen delen van dingen. Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt de Adviesraad Sociaal Domein dank voor zijn adviezen en vindt het goed dat jongeren een stem in het hulpverleningsplan krijgen. Wellicht hebben zij naast hun ouders ook behoefte aan een maatje of een vertrouwenspersoon. Ook het CDA wil zich blijven inzetten voor preventie, via wijksport, ontmoeting voor jongeren en JOZ op scholen. Samenwerking vraagt veel van ontschottende organisaties, budgetten die wellicht bij twee organisaties komen en te delen kennis. Zij vraagt of de organisatie klaar daarvoor is. Zij informeert tot slot naar de planning van het uitvoeringsplan en of dat ter kennisname naar de raad komt. Wethouder FAASSEN antwoordt dat de vragen van de Adviesraad Sociaal Domein bij het uitvoeringsplan nader worden meegenomen. Hij heeft nu niet veel zicht op wachtlijsten.
Bij Veilig Thuis waren die er ook en daarvoor is geld beschikbaar gekomen om die op te lossen. Voldoende inkoop heeft ook te maken met nieuwe contracten. De visie van de regio bestaat eruit dat ongeveer hetzelfde zal worden gewerkt als de gemeente Capelle doet. De gemeente beschikt over een dashboard en op basis daarvan kan men sturen op resultaat. Thuiszitters wil hij voorkomen en de manier waarop dat kan komt in het uitvoeringsplan terecht.
Commissie Samenleving en Economie maandag 19 januari 2026
Pagina:
9
De wet legt vooral veel verantwoordelijkheid bij de gemeente neer. Die bevindt zich in een gemeenschappelijke regeling. Zijn mening is door te zetten met wat in Capelle is begonnen en daarop sluit de regiovisie ook aan. De gemeente kan vanuit de regio de krenten uit de pap halen. Naar de Adviesraad Sociaal Domein is teruggekoppeld dat de op te leveren gegevens worden meegenomen via het uitvoeringsplan. De visie is afgestemd met ervaringsdeskundigen, zoals jongeren. Naar het in leven roepen van een maatjesproject wil hij nog kijken. Het nieuwe college wil hij adviseren om het uitvoeringsprogramma aan de raad via een collegebrief ter kennis te brengen. Wanneer dat komt weet hij nog niet. Scholen weten van de regiovisie en binnen de LEA worden daarmee gesprekken gevoerd. Hij adviseert de wethouder Onderwijs ook de wethouder Jeugdzorg te maken. Tweede termijn De heer FRIESER vraagt hoe het dashboard wordt gebruikt en welke inzichten daaruit zijn voortgekomen. Mevrouw ROOS benadrukt de scholen goed mee te nemen en met hen af te stemmen hoe er minder uitstroom naar het speciaal onderwijs kan komen. Mevrouw DEN ENGELSMAN kan zich vinden in het opnieuw bezien van een maatjesproject. Zij wil de toezegging laten vastleggen dat het uitvoeringsplan met een collegebrief naar de raad komt. De VOORZITTER bevestigt dat die toezegging vastligt.
Wethouder FAASSEN nodigt de heer Frieser uit om een keer te komen kijken hoe het dashboard werkt en te vernemen welke inzichten daaruit zijn voortgekomen. Hij neemt de scholen echt goed mee en daarmee voert hij regelmatig overleg over wat zij nodig hebben en willen. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken voor de volgende raadsvergadering. 7. Rondvraag Wethouder FAASSEN deelt mee dat Wereldhave heeft aangegeven dat er op de warenmarkt afgelopen donderdag 10% meer bezoekers zijn geteld, zodat hij concludeert dat de optie om die terug te plaatsen op het Stadsplein goed was. 8. Sluiting De VOORZITTER sluit te 21.57 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 23 februari 2026,
de secretaris,
de voorzitter,