CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.01 - conceptverslag cie SLE - 01-12-2025

Commissie Samenleving en Economie 19 januari 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen9.417 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de vergadering van de commissie Samenleving en Economie, gehouden op maandag 1 december 2025, in de Raadzaal van het gemeentehuis, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter

:

de heer mr. Z. Schelkers;

volksvertegenwoordigers :

de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L.D. Poppe, raadslid Leefbaar Capelle; de heer F. Patty, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.G. Stegeman, raadslid D66; de heer mr. J.T. Nanne MSc, burgerraadslid D66; de heer M. de Jong, raadslid VVD; de heer H.T. Verhoef, burgerraadslid SGP; mevrouw S.F.I. Roos LLM, raadslid GroenLinks; de heer drs. J. Visscher, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; mevrouw J. Slob, burgerraadslid SP;

secretaris

:

de heer E.W.J. Smienk MA;

portefeuillehouders

:

de heer E.M.C. Faassen, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder; de heer R. van Hemert, wethouder;

commissie Verbonden Partijen: de heer G. Spruit; BLICK op Onderwijs: de heer Streefkerk; ambtelijke ondersteuning:

notulist

mevrouw J. Broeren, beleidsadviseur Wmo; de heer B. Bugter, senior beleidsadviseur jeugdhulp; mevrouw M. Noë, senior beleidsadviseur; :

de heer A. de Krom (Notuleerservice Dictum).

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering 8 personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering om 20.00 uur en heet alle aanwezigen welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Monteiro da Veiga van de PvdA. De heer Spruit heeft verzocht agendapunt 8 naar voren te halen en te behandelen na agendapunt 4. Aldus wordt besloten en de agenda wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld. 2.

Vaststellen verslagen - besloten vergadering van de raadsbrede commissie van 7 oktober 2025; - vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 13 oktober 2025 - vergadering van de raadsbrede commissie van 27 oktober 2025; - besloten vergadering van de raadsbrede commissie 4 november 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Mevrouw DEN OUTER spreekt als volgt in: “Voorzitter, commissieleden, leden van het college, overige aanwezigen. Vandaag spreek ik namens de Dolle Mina’s, in het kader van Orange the World. We staan aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. En daarom doen wij als Dolle Mina’s een heel belangrijke en concrete oproep aan álle fracties in de raad: Laat uw verkiesbare kandidaten de Orange Stembusverklaring ondertekenen. Niet als symbolische geste, maar als bestuurlijk commitment aan veiligheid, gelijkwaardigheid en preventie. In Nederland worden namelijk

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

2

elk jaar veertig tot vijftig vrouwen vermoord. Niet door vreemden, maar door hun partner/ex-partner. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Femicide is geen mysterie, het is geen ongeluk, het is geen impuls. Het is een patroon, een patroon dat zichtbaar is, maar te vaak niet wordt gezien voorafgaand aan femicide: dwingende controle. Niets is ooit goed genoeg. Je wordt kleiner gemaakt. Je wordt verward. Je telefoon wordt gecontroleerd. Er zijn voelbare dreigingen. Er zijn schuld en schaamte. Kinderen worden tegen jou opgezet. Je ouderschap wordt ondermijnd, en je wereld krimpt, krimpt en krimpt. En dan komt het gevaarlijkste moment: het moment waarop ze zegt: ‘Ik ga.’ Dat is het moment waarop controle omslaat, waarin grip zoeken dodelijk kan worden. Zelfs wanneer er nooit één klap is gevallen en het ‘alleen maar’ psychisch geweld was. In 40% van de femicidegevallen was dit het geval. Als het slachtoffer zich levend heeft bevrijd van de ketens van dwingende controle, komt ze in een keten terecht van gebrekkige kennis in de hulpverlening. Nog te vaak wordt weggekeken. En wegkijken kost levens. Slachtoffers moeten nog steeds bewijzen dat zij gevaar lopen, alsof angst pas echt is wanneer er bloed vloeit. Dwingende controle is een stille wurggreep. Soms eindigt het in moord, maar veel vaker gaat het psychisch geweld jarenlang door via post-separation abuse.

En het ergste is: veel vrouwen herkennen het patroon dan nog steeds niet. Ze hebben ‘een moeilijke ex’. Ze belanden in ‘complexe scheidingen’, worden getreiterd via eindeloze rechtszaken, omdat niet wordt begrepen dat de dwingende controle doorgaat en dat kinderen in een proces van jaren langzaam worden vervreemd van hun veilige ouder. Als je fysiek overleeft, dan wordt er dus geprobeerd je levende leven tot een hel te maken. Er wordt gepoogd je psychisch te vermoorden. Je sterft een sociale dood. Daarom is het belangrijk dat er meer kennis komt van dit patroon. Het is namelijk een patroon dat wij kunnen leren herkennen, dat wij moeten benoemen en dat moet worden gedocumenteerd. Dwingende controle wordt niet voor niets ook wel intieme terreur genoemd. Huiselijk geweld moet worden bezien door de lens van controle. En vergis u niet: dit is een revolutionair andere kijk op dit onderwerp. Voorzitter, commissieleden, leden van het college en overige aanwezigen. Uit onderzoek blijkt dat in 50% van de zogenaamde ’complexe scheidingen’ het helemaal niet complex is: het is dwingende controle. Het is ernstig eenzijdig partnergeweld, inherent aan kindermishandeling. Laat dat even tot ons doordringen. 50%. Dat is de helft! Dit is geen ver-van-ons-bedshow.

Dit patroon niet zien, er niet op handelen en niet documenteren is waarschijnlijk een groter schandaal dan dat we hebben gezien bij het toeslagenschandaal. Daarom vraag ik u om gendergerelateerd geweld prioriteit te maken in de komende gemeenteraadsverkiezingen. Er moet één lid van het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk hiervoor worden gesteld. Ten tweede moet er één aanspreekpunt komen dat verstand heeft van dwingende controle. En ten derde, heel belangrijk, zoals David Mandels’ boek heet, Stop blaming mothers and ignoring fathers. Er moet worden geïnvesteerd in daderaanpak, omdat gecertificeerde instellingen nu nog te vaak met lege handen staan door slecht ingekocht gemeentelijk beleid. Voorzitter, commissieleden, leden van het college en overige aanwezigen. Begin hier, vanavond, in het klein met het ondertekenen van de Orange Stembusverklaring. En bouw uit naar groter: maak het tegengaan van gendergerelateerd geweld prioriteit. Doe dit vandaag, tijdens de campagne en de gehele raadsperiode. Kortom: laat Capelle kleur bekennen: oranje. Dank u wel.” Mevrouw VAN DER POEL-ESTRADA spreekt als volgt in over de Verordening maatschappelijke ondersteuning: “Ik wil uw aandacht vragen voor een belangrijk knelpunt in het voorliggende raadsvoorstel over de Verordening maatschappelijk ondersteuning 2026.

In de Wmo-verordening 2026 functioneren de artikelen 6, 11 en 12 als een soort beslisboom. De verordening maakt de weigeringsgronden van artikel 11 discretionair. In artikel 12 worden ook de uitzonderingen op de weigeringsgronden discretionair gemaakt. Daarom is het woord ‘kan’ in artikel 12 van essentieel belang. Door het gebruik van het woord ‘kan’ blijft de verlening van Wmo-maatwerkvoorzieningen aan Wlz-gerechtigden discretionair, uitsluitend vanwege het feit dat zij een Wlz-indicatie hebben. En juist dát zou niet het geval mogen zijn. De aanwezigheid van een Wlz-indicatie mag geen reden zijn om de aanspraak op Wmo-ondersteuning afhankelijk te maken van beleidsvrijheid, zeker wanneer de voorziening noodzakelijk is op grond van het compensatiebeginsel. In de praktijk is het bovengenoemde echter onvoldoende helder voor inwoners en zullen praktische problemen ontstaan. Thuiswonende inwoners met een Wlz-indicatie kunnen denken dat ze geen Wmo-voorziening kunnen aanvragen wegens artikel 11. Ambtenaren kunnen artikel 12 verschillend interpreteren, wat leidt tot niet-uniforme besluiten, reflexmatige verwijzing naar de Wlz, inwoners die

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

3

afzien van Wmo-aanvragen uit angst dat zij de Wlz-indicatie moeten verzilveren en dus worden opgenomen in een instelling. Dit druist in tegen de bedoeling van de Wmo én de Wlz namelijk, dat inwoners zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. In mijn eigen zaak bij de Centrale Raad van Beroep kreeg mijn moeder, met een Wlz-indicatie én thuiswonend, recht op individuele vervoervoorzieningen. De gemeente heeft dit afgewezen, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dat een Wlz-indicatie geen automatische uitsluiting van Wmovoorzieningen betekent. Er moet gekeken worden naar de hulpvraag. Het college heeft altijd de onderzoekplicht (artikel 2.3.2 Wmo 2015). De gemeente onderzoekt zelf of de gevraagde voorziening onder de Wlz of de Wmo valt. De cliënt hoeft niet aan te tonen dat de Wlz iets niet kan leveren. Artikel 12 verplicht het college zorgvuldig te motiveren wanneer Wmo-inzet nodig is. Wat is onduidelijk in de verordening? Deze onduidelijkheid is ontstaan door de uitzonderingen van artikel 12 en aanpalende wetgeving. De huidige tekst is onvoldoende zichtbaar en maakt uitsluitend referentie naar artikel 8.6 lid a zonder de rechten te benoemen.

Doordat de in lid 3 van artikel 12 opgenomen uitzondering op de weigeringsgronden wel kan worden toegepast, maar niet noodzakelijkerwijs moet worden toegepast, ontstaat er feitelijk een discretionaire toetsing voor thuiswonende Wlz-geïndiceerden. Dit is in strijd met artikel 8.6 lid a van de Wmo 2015, waarin juist is bepaald dat deze groep inwoners niet mag worden uitgesloten van maatwerkvoorzieningen op grond van hun Wlz-indicatie. Waarom is verduidelijking nodig? Een Wlz-indicatie mag nooit leiden tot verlies van autonomie of toegang tot de Wmo. Een mogelijke oplossing is herformulering van artikel 12. Bij aanvragen van cliënten met een Wlz-indicatie rust de onderzoekplicht bij het college. De cliënt hoeft niet aan te tonen dat de Wlz iets niet kan leveren. Indien de hulpvraag buiten de Wlz valt verstrekt het college passende Wmo-voorzieningen. Artikel 12 doorbreekt de weigeringsgronden van artikel 11, waar Wmo-inzet noodzakelijk en passend is. Het college motiveert in elk besluit of en hoe artikel 12 is toegepast, zodat rechtszekerheid en uniformiteit gewaarborgd zijn. Een andere oplossing is om de weigeringsgronden van artikel 11 lid b te laten vervallen. De aanwezigheid van een Wlz-indicatie vormt geen grond voor weigering. Het schrappen van de weigeringsgrond uit artikel 11 is naar mijn oordeel de meest zuivere en rechtmatige oplossing, om meerdere redenen.

Ten eerste brengt het de uitvoering van de Wmo terug naar het compensatiebeginsel, het kernprincipe van de wet. De ondersteuning moet aansluiten bij de individuele beperkingen en behoeften van inwoners, ongeacht de aanwezigheid van een Wlz-indicatie. Ten tweede voorkomt het schrappen van deze weigeringsgrond mogelijke spanningen met het Europees recht op zelfstandig wonen en maatschappelijke participatie. Inwoners met een Wlzindicatie die thuis blijven wonen, hebben evenzeer recht op ondersteuning die hun zelfredzaamheid waarborgt. Ten derde voorkomt deze aanpassing dat artikel 12 telkens opnieuw op verschillende manieren moet worden geïnterpreteerd. Door de weigeringsgrond te verwijderen ontstaat er een heldere en eenduidige verordening zonder tegenstrijdigheden. Tot slot sluit deze wijziging volledig aan bij artikel 8.6 lid a van de Wmo, waarin expliciet is bepaald dat Wlz-gerechtigden die thuis wonen bepaalde Wmo-maatwerkvoorzieningen kunnen aanvragen, zoals hulpmiddelen of woningaanpassingen. Met deze wijziging wordt de verordening inhoudelijk en juridisch consistent. Concluderend, onafhankelijk of artikel 11 of 12 wordt aangepast, leidt dit tot: - beschermen van kwetsbare inwoners; - voorkomen van willekeur en misverstanden; - versterken van vertrouwen dat een Wlz-indicatie geen reden is om ondersteuning te mijden. 4.

Gemeenschappelijke regelingen (GGD, Promen, Beschermd Wonen, Jeugdhulp, Recreatieschap Hitland en MRDH Economie) Er zijn geen opmerkingen. 8. Statutenwijziging Stichting BLICK De heer STREEFKERK reageert namens BLICK op de brief van de commissie Verbonden Partijen, waarin is aangegeven de voorgenomen statutenwijziging te kunnen onderschrijven met uitzondering van het punt van het ontslagrecht van de leden van de raad van toezicht, dat in het voorstel zowel wordt weggelegd bij de gemeenteraden van Capelle en Krimpen gezamenlijk als bij de raad van toezicht van BLICK. De commissie stelt dat dat in Nederland ongebruikelijk is. Dat corrigeert hij, omdat zo’n bepaling als uitgangspunt is opgenomen in de modelstatuten van de vereniging van toezichthouders voor onderwijsinstellingen VTOI. Uit een kleine door hem gedane steekproef bleek dat alle stichtingen van openbaar onderwijs die hij is tegengekomen allemaal een regeling kennen

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

4

voor ontslag door de raad van toezicht van de eigen organisatie. Het is uitzonderlijk dat de gemeenteraden die bevoegdheid hebben behouden. Voor het overige vond hij het goed om te lezen dat de commissie Verbonden Partijen de statutenwijziging kan onderschrijven. De heer SPRUIT deelt namens de commissie Verbonden Partijen mee dat hij de voorzitter van die commissie, de heer Weijers, als woordvoerder vervangt. De commissie Verbonden Partijen heeft dit jaar een aantal keer over BLICK gesproken en heeft in maart 2025 een brief aan het college gezonden, die te maken had met de voorgenomen overdracht van het EYE College van BLICK naar BOOR. Het college is in die brief gevraagd om in de Fusie Effect Rapportage (FER) aandacht te besteden aan de rol en positie van de Capelse gemeenteraad in de nieuwe situatie als het gaat om het EYE College. Gevraagd is om de FER ter consultatie aan de commissie SLE voor te leggen. Omdat het gaat om een inhoudelijk onderwerp heeft de commissie Verbonden Partijen geen advies uitgebracht aan de commissie SLE, maar aan het college, met het nadrukkelijke verzoek om dat met de commissie SLE te bespreken. De FER is er nog niet, zodat die ook ter consultatie nog niet aan de commissie SLE is aangeboden. In mei heeft de commissie Verbonden Partijen aangegeven wethouder Van Woudenberg te willen kunnen adviseren over de voorgenomen statutenwijziging van BLICK.

De nieuwe statuten wijken niet zoveel af van de oude statuten, zodat de commissie Verbonden Partijen geen grote moeite heeft met de aanpassingen als het gaat om de positie van de Capelse gemeenteraad wat betreft de sturing op de organisatie. De gemeenteraad had al de bevoegdheid tot het benoemen en ontslaan van leden van de raad van toezicht. In de nieuwe voorgestelde statuten is ook de raad van toezicht bevoegd tot het ontslaan van leden van de raad van toezicht. Dat vindt de commissie Verbonden Partijen wat onlogisch. Als een raad van toezicht het recht heeft om een lid van de raad van toezicht te schorsen kan men dat besluit al niet of nauwelijks meer terugdraaien. Dan ligt automatisch ontslag bijna wel in de rede. Het is dan een onlogische keuze dat de gemeenteraad wel kan benoemen, maar dat een ander orgaan kan schorsen en ontslaan. Men kan zich dan afvragen wat de waarde is van het benoemingsrecht van gemeenteraden. In Capelle had de gemeenteraad al het recht om leden van de raad van toezicht van BLICK te benoemen en te ontslaan. Geadviseerd wordt om het benoemingsrecht en ontslagrecht te behouden bij de gemeenteraad. De VOORZITTER wijst erop dat de gemeenteraad met de statuten kan instemmen, maar niet het recht heeft om die te amenderen.

Mevrouw ROOS kan zich vinden in het advies van de commissie Verbonden Partijen en vindt het ook logischer om het ontslag- en schorsingsrecht aan de gemeenteraad te laten toekomen. De heer DE JONG kan zich daarin vinden. De heer STEGEMAN gaat akkoord met de statutenwijziging, omdat de huidige statuten al tien jaar oud zijn en vanwege de inwerkingtreding van de code van goed bestuur. In de BLICK-klankbordbijeenkomst van 24 september over de statutenwijziging hebben gemeenteraadsleden vragen gesteld over wijzigingen van bevoegdheden. BLICK heeft daarna gehoor gegeven aan de wens van de gemeenteraad om het ontslagrecht voor leden van de raad van toezicht ook bij de gemeenteraad te leggen, maar het schorsingsrecht van de gemeenteraad is komen te vervallen. Daardoor zijn de statuten er niet eenduidiger op geworden. Als de gemeenteraadsleden een lid van de raad van toezicht willen ontslaan kan dat alleen na overleg of met toestemming van de raad van toezicht, hetgeen in de huidige statuten ook op dezelfde manier is geregeld. In het convenant openbaar onderwijs liggen zowel het ontslagrecht als benoemingsrecht bij de gemeenteraad en in verband daarmee vraagt hij of het convenant of de statuten leidend zijn.

De heer JALIENS sluit zich aan bij de vraag van de heer Stegeman over de keuze om de splitsing te maken en om het ontslagrecht zowel bij de raad van toezicht als de gemeenteraad te leggen. Leefbaar Capelle stelt zich voorlopig op het standpunt dat de commissie Verbonden Partijen terecht heeft gewezen op de onevenwichtigheid in de pariteit van de bevoegdheid van de gemeenteraad. Als

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

5

die onevenwichtigheid blijft is Leefbaar Capelle geneigd om geen instemming aan de statuten te geven. De heer VISSCHER heeft in zijn oordeel de input van de klankbordbijeenkomst en de brief van de commissie Verbonden Partijen over de statutenwijziging meegenomen. Het oordeel van die commissie weegt voor de ChristenUnie zwaar. Hij stemt niet in met de voorgestelde wijzigingen van de leden 1 en 2 van artikel 13, waarmee de gemeenteraad op een te grote afstand komt te staan en omdat die het instrument van schorsing ook helemaal kwijt raakt. Dat vindt de ChristenUnie niet wenselijk. De argumentatie dat het misschien gebruikelijk is in de meeste gemeenten en dat het eenvoudiger is overtuigt hem vooralsnog niet. Hij sluit zich in dezen aan bij de door D66 gestelde vragen. Mevrouw DEN ENGELSMAN staat achter het advies van de commissie Verbonden Partijen. Wat gebruikelijk is in het land hoeft niet gebruikelijk te zijn in Capelle. Ook zij sluit zich aan bij de vragen van D66 en Leefbaar Capelle. BOOR heeft in de statuten de komst van een convenant benoemd en zij vraagt of ook in de BLICKstatuten kan worden opgenomen dat er een convenant met de gemeenteraden komt. De heer VERHOEF constateert veel tekstuele aanpassingen of aanpassingen in lijn met de governance-code of de WBTR, waarmee de SGP goed kan leven. Hij zag wat foutjes in de was-wordt lijst, zoals niet complete zinnen.

Ook miste hij de oude statuten als bijlage bij de stukken. De gemeente heeft haar verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs serieus in te vullen, welke verantwoordelijkheid de afgelopen jaren ook is gevoeld. Dat betekent dat de gemeenteraad zich erg betrokken uit bij bijvoorbeeld een organisatie als BLICK. Niet vanuit wantrouwen of te willen controleren, maar vanwege het geloof dat het maatschappelijk belang van het openbaar onderwijs vraagt om verbondenheid en verbinding. Dat vraagt dialoog en komt juist ook tot uiting in de keuze voor wie het toezicht invult of juist gevraagd wordt om daarmee te stoppen. Dat privilege ligt nu bij de gemeenteraad, wat ook structuur en duidelijkheid geeft. Over schorsen van een lid van de raad van toezicht is toestemming van de gemeenteraad nodig. Hij is blij met de aanpassingen in de nieuwe concept-statuten naar aanleiding van een eerdere lezing door de commissie Verbonden Partijen, maar de opmerkingen van de commissie zijn volgens de SGP nog niet voldoende verwerkt. Spreker informeert waarom deze keuze is gemaakt. De heer STREEFKERK gaat eerst in op de redenen van het voorliggen van de statutenwijziging bij de gemeenteraad voor instemming. Het betreft een algemene actualisatie en wijzigingen die voortvloeien uit het bij de tijd krijgen van de statuten. Daartoe is er aansluiting bij de wet en codes van goed bestuur.

Die voorgestelde wijzigingen worden beschouwd als goed bestuur. Gebruik van een bevoegdheid bij andere organisaties hoeft geen argument te zijn, maar geeft aan dat breed gedragen wordt welke principes als goed bestuur worden aangenomen. Daarin zit ook vervat het eenduidig beleggen van bepaalde bevoegdheden, zodanig dat op momenten dat er gehandeld moet worden dat ook kan gebeuren. Gevraagd is waarom überhaupt daarin een wijziging is voorgesteld. Er zijn verschillende adviezen gegeven in Krimpen en Capelle. Als die ongewijzigd worden overgenomen zullen de gemeenteraden verschillend besluiten, wat betekent dat er geen besluit tot stand komt. Dat zou in situaties waar schorsing of ontslag aan de orde is heel problematisch zijn. In zulk soort situaties wil men kunnen handelen, omdat daar ernstige malversaties aan de orde zijn. Op de klankbordbijeenkomst is de wens te kennen gegeven dat tenminste ook gemeenteraden bevoegd blijven tot ontslag van leden van de raad van toezicht, hetgeen is overgenomen in het voorliggende voorstel. Daardoor ontstaat een verschil in de bevoegdheden tot schorsing en ontslag. De bevoegdheid tot schorsing is niet bevraagd in de klankbordbijeenkomst en de bevoegdheid tot ontslag wel. Daarom is het laatste element ook overgenomen in het voorliggende voorstel.

Bij de stelling dat het huidige externe toezicht nog bij de gemeenteraad ligt werd impliciet uitgegaan van de veronderstelling dat dat bij het voorliggende voorstel niet meer het geval zou zijn. Dat is niet zo. De gemeenteraden houden als extern toezichthouder op grond van de wet de mogelijkheid om in te grijpen bij ernstige taakverwaarlozing door de stichting. Die bevoegdheid vloeit uit de wet voort en die kan door de statuten ook niet worden uitgesloten. In aanloop van de klankbordbijeenkomst is een eerste versie van het convenant als gedachtenlijn gedeeld. Het convenant volgt de statuten en de statuten zijn leidend. Na vaststelling van de statuten

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

6

wordt een nieuwe versie van het convenant gemaakt, met inachtneming van alle wijzigingen die in de afgelopen periode hebben plaatsgevonden, om uiteindelijk overeen te komen tussen gemeenten en de stichting BLICK. Het benoemen van het convenant in de statuten is geen noodzaak, maar is wel een mogelijkheid, maar is nu niet opgenomen in het voorstel. Sommige stichtingen in het land hebben een convenant in hun statuten genoemd, maar dat is geen noodzakelijke grondslag voor het daadwerkelijk sluiten van een convenant. Wethouder VAN HEMERT wijst erop dat een raad van toezicht veel dichter op de zaak zit dan een gemeenteraad en bij een schorsing ook sneller kan handelen. Eigenlijk gaat het over iets, schorsing, dat waarschijnlijk nooit voor zal komen. Tweede termijn Mevrouw SLOB denkt dat de SP het niet met de voorgestelde statuten eens is. Mevrouw ROOS begrijpt dat het in de praktijk niet vaak voorkomt dat de raad van toezicht snel een lid van de raad van toezicht wil schorsen. Zij vraagt zich dan wel af waarom het ontslagrecht aan de gemeenteraad toekomt en het schorsingsrecht niet. Het lijkt haar vollediger om beide rechten ook aan de gemeenteraad te laten toekomen. De heer STEGEMAN sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Roos. De heer JALIENS stelt dat een proces van schorsing en/of ontslag zorgvuldigheid behoeft in plaats van snel handelen.

Overleg tussen gemeenteraad en de raad van toezicht is dan nodig. Hij blijft daarom bij zijn standpunt om niet in te stemmen met dit onderdeel in de statuten. De heer VISSCHER sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Roos en vraagt of er een andere argumentatie is om geen schorsingsrecht aan de gemeenteraad te geven anders dan tot nu toe ter sprake is gekomen. Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt of BLICK is genegen om in de statuten vast te leggen dat er een convenant gaat komen. De heer VERHOEF stelt dat het aan de gemeenteraden is om het eens te worden over een eventuele schorsing of ontslag van een lid van de raad van toezicht. Als de leden 1 en 2 van artikel 13 niet worden aangepast gaat de SGP niet met een statutenwijziging akkoord. De VOORZITTER schorst de vergadering om 20.48 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 20.58 uur. De heer STREEFKERK legt uit dat het verschil in de bevoegdheid tot ontslag en schorsing is ontstaan vanwege het uitgangspunt om die bevoegdheden beide bij één orgaan te beleggen, namelijk bij de raad van toezicht. Dit vanuit de code van goed bestuur en de daarachter liggende principes. Bij de klankbordgroep kwam de wens aan bod om het ontslagrecht ook bij de gemeenteraden te leggen. Om daaraan tegemoet te komen is het voorstel voorgelegd, waarin de bevoegdheden verschillend zijn belegd.

De moeilijkheid van wijzigingen doorvoeren is dat er twee gemeenteraden over moeten stemmen. BLICK acht het haalbaar om de bevoegdheden gelijk te trekken en ook het schorsingsrecht te beleggen bij de raad van toezicht dan wel de gemeenteraden gezamenlijk. Er is dan zowel voor het schorsings- als ontslagrecht een identieke bepaling. Daarmee hoopt BLICK tegemoet te komen aan de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Mocht de raad van toezicht een van de bevoegdheden in de toekomst uitoefenen wil dat niet zeggen dat dat op een onzorgvuldige wijze gebeurt. Het zal sneller gebeuren dan wanneer beide gemeenteraden eenzelfde gelijkluidend besluit moeten nemen. Ook de procedure en besluitvorming

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

7

bij de raad van toezicht zal met waarborgen omkleed zijn en er zal niet lichtvaardig over schorsing en ontslag worden besloten. Gelet op het lastig zijn van het doorvoeren van wijzigingen, omdat er al een besluitvormingsproces aan vooraf is gegaan stelt BLICK voor om het aantal wijzigingen zo beperkt mogelijk te houden en ook niet een wijziging door te voeren op het punt van een convenant of afwegingskader in de statuten, met dien verstande dat het ieders intentie bij het proces is om dat convenant wel te sluiten. Wethouder VAN HEMERT lijkt het goed om de door de commissie voorgestelde wijziging door te voeren. Het stuk wordt dan aangepast en zal in de eerstvolgende raadsvergadering op de agenda komen te staan. De gemeente Krimpen aan den IJssel zal worden verzocht dezelfde wijziging aan te brengen. De VOORZITTER last een derde termijn in, omdat BLICK erbij is gebaat om te horen hoe de commissie nu tegenover het gewijzigde voorstel staat, juist omdat de raad ook geen amendementen op de statuten kan indienen. Derde termijn Mevrouw SLOB stemt alsnog niet in met de voorgestelde statuten. Mevrouw ROOS en de heren DE JONG, STEGEMAN stemmen wel in met de gewijzigde statuten. De heer JALIENS vindt het leggen van de bevoegdheid tot schorsing en ontslag bij twee organen een novum en neemt daarom het voorstel mee terug naar zijn fractie.

De heer VISSCHER en mevrouw DEN ENGELSMAN nemen het voorstel eveneens mee terug naar hun fracties. De heer VERHOEF doet dat ook en vraagt wat de commissie Verbonden Partijen van de voorgestelde wijziging vindt. De heer SPRUIT gelooft niet dat de aanpassing de brief van de commissie Verbonden Partijen echt verandert. De heer VERHOEF leest in die brief dat naar het oordeel van die commissie het de voorkeur verdient dat het benoemingsrecht aan de gezamenlijke gemeenteraden toekomt en in het verlengde daarvan het schorsings- en ontslagrecht alleen aan de gezamenlijke gemeenteraden toekomt. Dat is niet in lijn met het nieuwe voorstel, zodat hij dat ingewikkeld vindt. Wethouder VAN HEMERT attendeert erop dat nu hetgeen wordt gedaan wat de commissie in eerste termijn heeft gevraagd en vraagt wat de commissie nog anders wil. Mevrouw DEN ENGELSMAN reageert dat in de brief van de commissie Verbonden Partijen staat dat het benoemings-, schorsings- en ontslagrecht alleen aan de gemeenteraden is en niet aan stichting BLICK. Dat staat echter niet in de voorgestelde statuten. De meerderheid van de commissie is van mening dat die bevoegdheden alleen aan de gemeenteraad moeten worden gelaten. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel als bespreekpunt zal worden doorgeleid naar de raadsvergadering van 15 december a.s. 5.

Verordening maatschappelijke ondersteuning Capelle aan den IJssel 2026 De VOORZITTER leidt in dat de actualisatie door het college nodig is geacht vanwege nieuwe wet- en regelgeving en jurisprudentie. Gevraagd is aan de raad om de verordening vast te stellen. Mevrouw ROOS is van mening dat op grond van jurisprudentie over het informele pgb een uurtarief iets boven het minimumloon ook mogelijk zou moeten zijn. Die discussie wil zij niet opnieuw voeren, maar wel nog benoemen. Zij is benieuwd waarom de verandering in de hoogte van het pgb niet is benoemd als een van de belangrijkste wijzigingen bij de Adviesraad Sociaal Domein.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

8

De heer DE JONG steunt de richting van de verordening, met duidelijke kaders, zorgvuldig onderzoek en een doelmatige inzet van middelen. Tegelijkertijd vindt de VVD het belangrijk dat de uitvoering voor inwoners begrijpelijk blijft en niet mag leiden tot het opwerpen van drempels. Hij wil daarom weten of inwoners met aantoonbare beperkingen ook onder deze verordening toegang houden tot passende ondersteuning, ongeacht de aangepaste onderzoekstappen die zij moeten zetten. Ook is hij benieuwd hoe dat eventueel te monitoren is, zodat het in de praktijk niet leidt tot extra drempels voor inwoners. De heer STEGEMAN vindt de niet overgenomen adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein door het college goed onderbouwd. Hij is blij dat het college het advies overneemt om een goed leesbare versie van de verordening in makkelijke taal te maken. De heer PATTY zal het technische verhaal van de inspreekster goed tot zich door laten dringen. Leefbaar Capelle is verder verheugd over het in een folder in begrijpelijke taal uiteen zetten van de verordening. Daarnaast vraagt hij aandacht voor het verlagen van het informele pgb-tarief en om dat in begrijpelijke taal uit te leggen. Leefbaar Capelle gaat verder akkoord met de gevraagde beslissing en beschouwt het voorstel verder als een hamerstuk.

De heer VISSCHER stemt in met de verordening en dankt de inspreekster, maar moet haar verhaal nog op zich laten inwerken. Haar verhaal zal de ChristenUnie-fractie goed doornemen. Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt ook dank aan de inspreekster en moet haar verhaal eveneens op zich laten inwerken. Zij sluit zich aan bij de vraag over de uitvoering en monitoring van de VVD. Ook is zij de Adviesraad Sociaal Domein erkentelijk voor het advies en is blij met de informatiefolder met duidelijke taal. Zij neemt het verhaal van de inspreekster mee terug naar haar fractie en stelt daarover wellicht nog technische vragen aan het college. De heer VERHOEF sluit zich aan bij de dankwoorden aan de inspreekster en zou het fijn vinden te kunnen beschikken over de tekst van haar inspreekbijdrage. Jammer vindt hij dat het eerdere advies van de Adviesraad Sociaal Domein over leesbaarheid van de verordening niet is verwerkt. Dat er dit najaar een publieksvriendelijke versie komt kan hij niet achterhalen. Een folder is zinvol, maar beter kan men streven naar een eenvoudige verordening. Hij vraagt in hoeverre de wethouder bereid is om hierop te sturen, ook bij andere verordeningen en wetgeving. Met de Adviesraad Sociaal Domein deelt hij de zorgen over het nieuwe lid 5. De kracht van het pgb zit hem er in dat de cliënt alles zelf kan regelen en dat lijkt nu te worden beperkt.

De antwoordbrief van het college vermeldt eventuele andere dan afgesproken in te kopen zorg en hij vraagt hoe men de keuzevrijheid borgt wat betreft de identiteitsgebonden zorg. De VOORZITTER verzoekt de inspreekster haar tekst te delen met de griffie, die zal zorgen dat deze tekst bij de commissieleden terecht zal komen. Wethouder WILSON monitort al jaren de binnenkomende klachten. Er is een cliëntervaringsonderzoek, waaruit zou moeten blijken of de gemeente meer drempels opwerpt, waarvan hij bij de voorliggende verordening juist niet uitgaat, maar daarop houdt het college wel een vinger aan de pols. Bij onderdeel b van het eerste lid van artikel 11 van hoofdstuk 3 zou ingeval een Wlz-indicatie van een weigeringsgrond sprake zijn. In afwijking van dat artikel kan het college op grond van artikel 12 een maatwerkvoorziening verstrekken als de hulpvraag niet op te lossen is met de geïndiceerde Wlz-zorg. Het gaat dus om maatwerk en als men het daarmee niet eens is geldt de bezwaar- en beroepsprocedure. Men zou niet moeten zeggen altijd van de regel af te moeten wijken. Mevrouw BROEREN licht toe dat artikel 12 geformuleerd is om ruimte te bieden voor de inzet van de Wmo voor Wlz-geïndiceerden. Het eerste lid van artikel 12 is bovenwettelijk beleid om een oude woning bezoekbaar te maken.

Het tweede lid volgt uit afspraken die cliëntorganisaties, brancheorganisaties en de VNG hebben gemaakt. Het derde lid volgt uit wat landelijk gangbaar is en de wetgeving.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

9

Er is gekozen voor ‘kan’, omdat als iemand een Wlz-indicatie heeft en de hulp daaruit niet voldoende is opnieuw Wmo-onderzoek volgt en wordt gekeken of er andere oplossingsmogelijkheden zijn. Dat de Wlz niet afdoende is wil niet meteen zeggen de Wmo in te zetten. Er wordt dan weer het Wmoonderzoek uitgevoerd en gekeken of misschien een tijdelijke voorziening nodig is. Het is maatwerk en er zal altijd een afweging plaatvinden of de Wmo de oplossing is en of de Wlz voorliggend is, of dat er andere oplossingsmogelijkheden zijn. Dat over het minimumloon bij een pgb geen advies bij de Adviesraad Sociaal Domein is gevraagd heeft te maken met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Behandeling had toen al door de Adviesraad Sociaal Domein plaatsgevonden. Het artikel over de inzet van andere zorg dan afgesproken is juist opgenomen om te voorkomen dat achteraf moet worden vastgesteld dat geen passende ondersteuning ingekocht is. De gemeente wil juist met cliënten in gesprek gaan, ook als zij van mening zijn dat iets anders moet worden ingezet. Op basis van het gesprek komt er een met de cliënt afgestemde indicatie. Als die toch op een later moment tot de conclusie komt andere ondersteuning te willen inkopen met een pgb, dan wil de gemeente daarover graag afstemming hebben. Het artikel is juist om zicht te houden op wat er ingekocht wordt.

Mogelijk leidt het tot herindicatie om te zorgen dat een passend pgb verstrekt kan worden. Een publieksvriendelijke versie van de verordening komt dit kwartaal en die gaat nog naar de Adviesraad Sociaal Domein. Er heeft afstemming plaatsgevonden over de vraag of de verordening publieksvriendelijk genoemd moet worden, wat te maken heeft met de juridische status van het stuk. Daarom is afgestemd om te gaan voor een heel uitgebreide informatiefolder, waarin alles wordt uitgelegd. Die krijgt echter niet de juridische status van de verordening. Het doel is om cliënten te kunnen informeren en uit te leggen wat de regels met betrekking tot de uitvoering van de Wmo zijn. De belangrijkste regels staan daarin vermeld. Tweede termijn De heer STEGEMAN wil de tekst van de inspreekster uitgeschreven krijgen, om die beter tot zich te kunnen nemen. Mevrouw DEN ENGELSMAN en de heer DE JONG nemen het voorstel mee terug naar hun fractie. De heer VERHOEF zal vermoedelijk geen beletsel hebben om in te stemmen met de verordening, maar worstelt met de inperking van de autonomie van cliënten, wat het pgb kenmerkt. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel naar de lijst van hamerstukken zal worden doorgeleid voor de raadsvergadering van 15 december a.s. 6.

Verordening overgangsregeling informeel persoonsgebonden budget (pgb) De VOORZITTER vraagt de commissieleden alleen in te gaan op de overgangsregeling. Wethouder FAASSEN leidt in dat de raad op 10 november de Verordening jeugdhulp 2026 heeft vastgesteld, die inmiddels is gepubliceerd op Overheid.nl. Het CJG werkt met veel inzet aan de voorbereiding van de uitvoering. Voor één groep is er een overgangsregeling geboden, het informele pgb, dat vanaf 1 januari 2026 ‘pgb in het sociaal netwerk’ heet. Het tarief daarvoor is gelijk gesteld aan het minimumloon. Het huidige tarief is hoger, namelijk maximaal 50% van het tarief van zorg in natura. Die overgang zal het CJG zorgvuldig regelen in een gesprek met de betrokken ouders. De tijd tussen het raadsbesluit en 1 januari 2026 is te kort om dat goed te kunnen organiseren. Daarom legt het college een overgangsregeling aan de raad voor, die geldt voor een jaar (geheel 2026) en die nodig is om de verordening heel precies te kunnen formuleren. Alle betrokkenen in de doelgroep moeten eronder vallen. Voorkomen moet worden dat de regeling onbedoeld ook voor anderen van toepassing wordt, wat onvermijdelijk tot heel precieze juridische formuleringen leidt. Artikel 2 lid 2 wordt naar aanleiding van technische vragen van de heer Stegeman iets ingekort. De tekst ‘op basis van de Verordening Jeugdhulp 2026’ vervalt.

Deze toevoeging kan namelijk tot onduidelijkheden leiden. De heren VERHOEF en VISSCHER en mevrouw DEN ENGELSMAN vinden het voorstel heel duidelijk en zijn daarmee heel blij.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

10

De dames POPPE en SLOB en de heer DE JONG stemmen in met het voorstel. De heer STEGEMAN zegt dank voor de beantwoording en de aanpassing en sluit zich aan bij de vorige sprekers. Mevrouw ROOS is heel blij dat is benadrukt dat als het CJG knelpunten ziet in verband met het lopende informele pgb deze cliënten zal doorverwijzen naar Stichting Welzijn Capelle voor mogelijk andere vormen van ondersteuning, wat haar geruststelt. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel zal worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken van de raadsvergadering van 15 december a.s. 10. Rondvraag wethouder Faassen Mevrouw DEN ENGELSMAN dankt inspreekster Den Outer van Orange The World en vraagt of de wethouder al stappen zal zetten om tot een akkoord te komen voor het ondertekenen van een Stembusakkoord. Wethouder FAASSEN wijst op de bijeenkomst over Orange The World van 2 december met alle samenwerkingspartners, zoals politie en het OM, op basis van het gemaakte uitvoeringsprogramma en om dat zo snel en goed mogelijk invulling te geven. 7. Ondernemingsplannen Promen en ProWork 2026 De VOORZITTER merkt op dat de vraag is om in te stemmen met de ondernemingsplannen en geen zienswijzen kenbaar te maken. De heer VERHOEF beoordeelt de ondernemingsplannen als positief. De cijfers zijn goed. De ratio’s vertonen een goede ontwikkeling. De begroting is meerjarig en structureel in evenwicht.

Dat vindt hij een groot compliment waard voor de directeur en de organisatie. Hij ziet geen spannende veranderingen in de ondernemingsplannen voor 2026. De SGP is het er dan ook van harte mee eens om geen zienswijze in te dienen. Als de opdrachtgevers lopende opdrachten versoberen, dan wel niet verlengen vanwege besparingen in het ravijnjaar, dan heeft dat negatieve gevolgen. Die zijn maar in beperkte mate op te vangen binnen het kader van de begroting. Het ondernemingsplan daalt minder dan eerder voorzien en ook minder snel dan de rijksbijdrage. Hij vraagt de wethouder wat die als bestuurder doet om te bewaken dat de organisatie in voldoende mate is voorbereid op versoberende en niet verlengde opdrachten en waaruit de wendbaarheid van de organisatie bestaat om in te spelen op snel veranderende omstandigheden. Vervolgens stelt hij een vraag over het programmaplan WSW. Het aantal fte van de niet-doelgroep stijgt, terwijl het aantal WSW’ers daalt. Het kan wel zijn dat de aantallen PW’ers stijgen. Het aantal fte van de niet doelgroep zou volgens hem tenminste gelijk kunnen blijven, waarbij hij verwijst naar pagina 61 van het ondernemingsplan. Mevrouw DEN ENGELSMAN hecht belang aan een samenleving, waarin ieder mens gekend en erkend wordt. Arbeid moet voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht de achtergrond of beperking.

Het gaat om werk en werkervaring opdoen voor welbevinden, met extra aandacht voor werkervaring en taalonderricht, zoals bij Promen op het talentenplein. Het CDA is blij met de ondernemingsplannen, maar wil ook weten waarom het aantal fte van staf en management stijgt, terwijl de aantallen van de doelgroepen dalen. Zij is blij dat Promen meer dan de gevraagde bezuinigingstaakstelling heeft weten te realiseren, zodat zij de organisaties complimenteert met de ondernemingsplannen. De heer VISSCHER draagt het werk van Promen een warm hart toe en vindt het goed om te zien dat meer dan de financiële taakstelling is behaald, zodat de ChristenUnie ermee kan instemmen om geen zienswijze in te dienen. Wel is hij benieuwd naar het antwoord op de vraag van de SGP. De heer JALIENS complimenteert Promen, dat het financieel gezien nog steeds goed doet. Het aantal WSW-arbeidsplaatsen ten opzichte van de primitieve begroting is voor Capelle naar boven bijgesteld, maar dat valt buiten de invloedssfeer.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

11

Promen heeft de taakstelling gerealiseerd en daarmee is hij blij. Leefbaar Capelle gaat akkoord met het niet indienen van een zienswijze en het vaststellen van de voorliggende brief. Leefbaar Capelle maakt zich wel zorgen over de gesignaleerde trend vanuit gemeenten om in het kader van invulling van de bezuinigingen grotere opdrachten aan Promen te schrappen, zoals het winterwerk in het groen voor de gemeente Krimpenerwaard en de opdracht voor groenwerkzaamheden in Waddinxveen. Ook de cateringwerkzaamheden in het gemeentehuis van Capelle zijn verminderd. Deze bezuinigingen zijn meegenomen in de taakstelling van Promen om 6% te bezuinigen. Dat raakt echter wel een kwetsbare groep en staat haaks op het beroep dat gemeenten in toenemende mate op Promen doen om inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen in de groei richting werk. Wellicht is dat beleid pennywise op korte termijn, maar poundfoolish op lange termijn. Hij vraagt de wethouder dit punt binnen de GR Promen onder de aandacht te brengen en aan te geven dat dit zorgen baart. De heer NANNE geeft complimenten aan Promen vanwege het voldoen aan de financiële taakstelling. Ook D66 ziet geen noodzaak tot het indienen van een zienswijze. De heer DE JONG sluit zich grotendeels aan bij de voorgaande sprekers en is blij met de extra begeleiding vanuit Promen en de introductie van de werkcarrousel.

Het verhaal over de taakstelling sloeg bij de VVD goed aan. Hoewel veel ambities nog gerealiseerd moeten worden denkt hij wel dat met dit plan een stevige basis voor de komende jaren is gelegd. Het blijft belangrijk om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten doorgroeien naar regulier en goed werk. Mevrouw ROOS is blij met het door Promen behalen van de taakstelling en stemt in met het niet indienen van een zienswijze. Mevrouw SLOB stemt eveneens in met de ondernemingsplannen en is blij dat het college meegaat in de begroting van Promen. Wethouder VAN HEMERT geeft de complimenten door aan de Promen-directeur, waarmee hij regelmatig spreekt over hoe dingen kunnen verbeteren en hoe zaken goed voor elkaar te krijgen zijn. Het gaat om een prachtige doelgroep, die goed werk verricht en die plezier in het werk en met elkaar heeft. De bezuiniging is door de raad vastgesteld. Die heeft Promen goed opgepakt en de resultaten daarvan vallen mee. Mevrouw NOË gaat in op de inzet van niet-doelgroeppersoneel. Voor Promen gaat dat ook om het PW-personeel en de ingezette staf en personeel voor begeleiding van de doelgroep. Het zou mooi zijn als het totale volume van de WSW’ers en PW’ers stabiel zou zijn. De re-integratietrajecten PW nemen toe, maar het totale volume van de PW’ers en de WSW’ers nemen af, vanwege het afnemen van het volume van de WSW, omdat er geen instroom meer is.

Mevrouw DEN ENGELSMAN vraagt om een uitsplitsing van de begeleiding van PW’ers en WSW’ers. De VOORZITTER stelt vast dat dit een technische vraag is die schriftelijk moet worden gesteld. Tweede termijn De heer VERHOEF ziet in het ondernemingsplan het risico van wegvallen of versoberen van opdrachtgevers, waarover de wethouder met de directeur spreekt als die Promen bezoekt. Hij vraagt waaruit de wendbaarheid van de organisatie bestaat om snel op veranderende omstandigheden in te spelen. Wethouder VAN HEMERT antwoordt dat de organisatie steeds in beweging is, waarin dat punt ook wordt meegenomen. Dagdagelijks is Promen op stap om werk binnen te halen, zoals bij Punselie. Dat geeft aan hoe wendbaar de organisatie kan zijn. Hij wil nu even wegblijven van hoe de toekomst eruit ziet, wat ook met het lopende onderzoek van de Galan Goep te maken heeft. Binnenkort is er daarover weer een bijeenkomst. Aan de toekomst wordt dus gewerkt. De VOORZITTER concludeert dat het voorstel kan worden doorgeleid naar de lijst van hamerstukken van de raadsvergadering van 15 december.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

12

9. Actieplan lokale inkomensregelingen De VOORZITTER deelt mee dat de gemeente Capelle heeft onderzocht hoe het huidige pakket aan inkomensregelingen eenvoudiger en toegankelijker kan worden, dit mede naar aanleiding van het rekenkameronderzoek. Het college heeft nu een concept-actieplan vastgesteld en consulteert de commissie hierover. De volgende vragen liggen voor: Welke beschouwingen heeft de commissie ten aanzien van de lokale inkomensregelingen? Welke beschouwingen heeft de commissie rondom het streven naar vereenvoudiging en een hoger bereik van de lokale inkomensregelingen in relatie tot de hogere kosten? Wethouder VAN HEMERT wil vanavond vooral luisteren naar de commissie, waarvan hij de inbreng meeneemt voor de toekomst van de inkomensregelingen. Mevrouw ROOS heeft een grote wens om te komen tot één loket, dat voor veel duidelijkheid bij inwoners kan zorgen. Daaronder verstaat zij één instantie waar een medewerker alle aanvragen met een persoon kan doornemen, die alle op één plek kunnen worden ingediend. Dat zou voor duidelijkheid kunnen zorgen en het gebruik van regelingen verhogen. Bovendien lijkt het haar wenselijk om voor meer regelingen eenzelfde drempelpercentage te hanteren, bijvoorbeeld 120% van het sociaal minimum.

Sommige inkomensgrenzen zijn ietwat vaag uitgedrukt, zoals inwoners met een inkomen rondom bijstandsniveau bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en inwoners van Capelle met een laag (besteedbaar) inkomen bij de meubel- en kledingbon. Dat zou iets duidelijker kunnen, maar wel met een hardheidsclausule bij iedere regeling, waardoor mensen die er net buiten vallen er toch aanspraak op kunnen maken. Kosten besparen kan op het jeugdeducatiefonds, waarvoor de drempel 150% van het sociaal minimum is. Het vakantiepaspoort wordt aan alle kinderen verstrekt. Regelingen kunnen echter worden voorbehouden voor ouders van kinderen die activiteiten niet zelf kunnen betalen. Bij het ontvangen van bijstand zou men ook vergoedingen uit andere regelingen automatisch kunnen verstrekken. De heer DE JONG wil geen dubbele initiatieven onder verschillende thema’s hebben en naar de doelmatigheid en effectiviteit van bepaalde maatregelen blijven laten kijken. Voor het benoemen van een prijskaartje heeft hij meer context nodig. De heer NANNE is blij met het handhaven van de verhoogde inkomensgrens voor het jeugdfonds sport- en cultuur, zodat meer gezinnen hun kind naar een voetbalvereniging of pianoles kunnen sturen, wat ook goed is voor hun algemene ontwikkeling. Wat betreft de uitgangspunten zit D66 grotendeels op dezelfde lijn als het actieplan.

Wel onderstreept hij dat het uitgangspunt van controle vooraf met de menselijke maat te interpreteren is. In het oerwoud van regelingen worden namelijk soms fouten gemaakt en dat kan bij een aanvraag niet automatisch tot het stempel fraudeur leiden. Wellicht kan hier het uitgangspunt van het hanteren van de menselijke maat gelden. D66 is het eens met het uitgangspunt dat het Rijk de voornaamste verantwoordelijkheid heeft als het om armoedebestrijding gaat. Een uitgangspunt kan hier zijn dat de gemeente een verantwoordelijkheid voor zichzelf ziet. Veel Capellenaren vinden ook dat de gemeente een taak heeft in het bestrijden van armoede. Het actieplan vermeldt als uitgangspunt het voorkomen van de armoedeval. Ingewikkelde regelingen en het samenvallen van regelingen kunnen een armoedeval doen optreden. In het actieplan ziet hij echter weinig plannen om daaraan daadwerkelijk iets te doen. Daarom vraagt D66 daarvoor in de verdere uitwerking aandacht. Het kan beginnen met het kijken naar het samenvallen van regelingen in een bepaalde context die eventueel tot een armoedeval kunnen leiden. D66 vindt het verder belangrijk dat inwoners die recht hebben op een inkomensregeling die ook daadwerkelijk kunnen krijgen en daarbij niet gehinderd worden door bureaucratie of onvolledige communicatie.

Wat dat betreft verwelkomt D66 het actieplan als aanzet om op korte termijn daaraan iets te doen. Maar hij zou ook graag zien naar de lange termijn te kijken. Daarom pleit D66 ook voor verder onderzoek naar nieuwe maatregelen, zoals automatische toekenning, een potentieel effectief middel om regelingen meer bereikbaar te maken.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

13

Een verdere stelselwijziging mag wat D66 betreft worden onderzocht. Dat gaat gepaard met kosten, maar het is wel een belangrijk doel van de gemeente om mensen te helpen om uit de armoede te geraken. Armoede is uiteindelijk een erfelijke aandoening en hij denkt dat de investering zich zal terugverdienen. Wat betreft de wijze van aanvragen, beoordelen, verstrekken en de organisatie-uitvoering kunnen die gewijzigd worden voor zover ze bijdragen aan het doel van een hoger bereik en een makkelijker toegankelijke regeling. Wat betreft de omvang van het budget en de hoogte van de inkomensgrenzen vindt hij vragen daarover moeilijk nu al te beantwoorden en vooruit te lopen op de Begroting 2027. De heer PATTY benadrukt blij te zijn in navolging van het Rijk inkomensregelingen te vereenvoudigen voor zowel de Capellenaar als de uitkerende instantie. De inkomensgrens van het Jeugdfonds sport en cultuur houden op 130% in 2026 doet Leefbaar Capelle deugd. De raad moet worden meegenomen in allerlei ontwikkelingen en voortgang op dit gebied. Automatisch regelingen toekennen staat hij ook voor, waarbij ook controle moet plaatsvinden. De heer VISSCHER kan zich in de genoemde uitgangspunten vinden, maar wil zich niet op voorhand vastleggen op beperkingen bij draaiknoppen. Die knoppen wil de ChristenUnie in samenhang zien.

Men wil streven naar vereenvoudiging en een hoger bereik, evenals misschien automatische toekenning, wat wel betekent tegen hogere kosten aanlopen. De ChristenUnie verklaart zich bereid om daarover na te denken. Het gaat erom waarmee mensen het beste te helpen zijn en daarop de focus te leggen. Misschien moet men focussen op minder regelingen met meer impact in plaats van alle regelingen in stand houden, waardoor men niet iedereen bereikt die men zou moeten bereiken. Mevrouw DEN ENGELSMAN kan zich vinden in de uitgangspunten. Het CDA hamert altijd al op de eenloketgedachte, bijvoorbeeld met één loket per wijk. Ook kan men kijken naar het aantal websites en die zijn wellicht te comprimeren. Een hoger bereik brengt kosten met zich mee en wellicht is er budget ergens anders vandaan te halen. Zij erkent dat niet iedereen is te bereiken, maar mensen kunnen bereiken is al heel wat. Promotie hoeft niet met heel grote krantenartikelen gepaard te gaan, maar mensen moeten wel weten waar ze terecht kunnen. De heer VERHOEF kan zich grotendeels in de uitgangspunten vinden. De SGP wil een groter bereik en een betere benutting van de regelingen door wie er recht op heeft. Dat brengt dan hogere kosten met zich mee. De afweging is of het wenselijk is om op de regelingen te bezuinigen, gelet op de maatschappelijke kosten van armoede.

Geld dat \men stopt in mensen die het moeilijk hebben verdient men soms veel harder terug. De SGP mist de ruimte voor ambtelijke professionaliteit en afwegingsruimte in de uitvoering en vraagt daarvoor aandacht. Het totaal aan inkomensregelingen vormt wat de SGP betreft een logisch en dekkend geheel. Hij heeft juist het idee dat dubbelingen en hiaten door het actieplan worden weggenomen, wat positief is. Heel mooi zou het zijn om iets te doen voor kinderen in armoede in het kader van kansengelijkheid en de erfelijkheid van armoede. De SGP vraagt zich af of het altijd wijs is om als GR IJsselgemeenten dezelfde regels te hanteren, omdat de sociale problematiek in Capelle groter is dan in andere deelnemende gemeenten. Wethouder VAN HEMERT is voorzichtig met het automatisch bedragen uitkeren, gezien de ervaringen daarmee in het land. Daarmee wil hij daarom wat terughoudend zijn. Hij heeft de gehoorde punten en specifieke vragen genoteerd, die mevrouw Korsten nu zal beantwoorden. Mevrouw KORSTEN merkt op dat één loket aantrekkelijk klinkt, zeker voor degenen die een aanvraag moeten doen. In bepaalde mate is dat ene loket er in Capelle al, bijvoorbeeld door het overzicht van inkomensregelingen op de website. Daarnaast vormen de wijkwinkels een soort satellieten van verschillende loketten waar inwoners terecht kunnen voor informatie over regelingen en hoe ze een aanvraag kunnen doen.

De vraag is dus of een centraal loket voldoende meerwaarde heeft ten opzichte van de huidige situatie. Als men kiest voor een centraal loket, betekent het daar ook supermedewerkers te moeten hebben die alle ins en outs van verschillende regelingen weten.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

14

Niettemin volgt Capelle de ontwikkelingen in het land, maar zij is nog geen gemeente tegengekomen die op het gebied van inkomensregelingen werkt met één loket. Binnen de huidige werkwijze wordt steeds gekeken naar mogelijkheden ter verbetering. De armoedeval is een ingewikkeld vraagstuk. De gemeente is niet alleen bepalend voor de mate waarin de armoedeval al dan niet optreedt. Dat hangt ook samen met landelijke regelingen. Het hangt daarnaast samen met de keuze van de gemeente voor inkomensgrenzen bij verschillende inkomensregelingen. Het is aantrekkelijk om één grens te hanteren, bijvoorbeeld 120% van het sociaal minimum, maar zit men daar net boven, dan komt men voor geen enkele regeling meer in aanmerking. Dan zou het aantrekkelijk kunnen zijn om voor verschillende inkomensregelingen verschillende grenzen te hanteren. Uitgangspunten worden min of meer geheel onderschreven. Er wordt gezegd te streven naar een hoger bereik, maar wel te letten op de kosten. Ook wordt aanbevolen te kijken naar de effecten op de langere termijn. Het bereik verhogen zonder te schrappen in het aantal regelingen leidt tot hogere kosten, zeker bij de combinatie met automatisch toekennen. Op langere termijn zou dat een positief maatschappelijk effect kunnen hebben, omdat men problemen op andere levensgebieden voorkomt of verzacht. Hoe zich dat precies in cijfers uitwerkt is heel lastig te bepalen.

Daarover is geen onderzoek bekend en dan gaat het om het gevoel van waar men goed aan doet. De GR IJsselgemeenten hanteert het uitgangspunt van eenheid van beleid. Het uitgangspunt kan ook zijn uit te gaan van de lokale kleur en niet uit te gaan van eenheid van beleid. Bij de wording van de GR is juist voor eenheid van beleid gekozen, omdat verschillen per gemeente tot vragen bij inwoners leidt. Op onderdelen zijn er binnen IJsselgemeenten wel verschillen. Maatwerk is dus in bepaalde situaties wel mogelijk. Capelle kent bijvoorbeeld de meubel- en kledingbon, die de andere gemeenten niet hebben. Voor regelingen die vallen onder de Participatiewet is eenheid van beleid wel wenselijk. Tweede termijn Mevrouw SLOB stelt dat medewerkers van huizen van de wijk ook van alle regelingen zouden moeten afweten. Mevrouw ROOS constateert kanttekeningen bij de eenloketgedachte, maar vraagt toch te onderzoeken wat daarbij al dan niet haalbaar is en wat daarvoor nodig zou zijn. Een overzicht dat alleen op een website te vinden is, is voor velen echt lastig. De behoefte aan een persoon die kan kijken voor welke regelingen mensen in aanmerking komen en welke gegevens daarvoor nodig zijn is namelijk erg groot. Als dat niet kan zou men moeten kijken hoe de huizen van de wijken te ondersteunen zijn om de eenloketgedachte zoveel mogelijk vorm te geven.

De heer DE JONG is het in grote lijnen eens met mevrouw Roos. Hij is het niet eens met de heer Verhoef, die aangaf dat Capelle een andere problematiek kent, zodat men moet kijken naar andere oplossingen. Ook heeft hij moeite met de uitleg dat het lastig is aan te geven waarom regelingen in Capelle wel kunnen en in Krimpen niet. Hetzelfde kan hij zeggen over inkomensregelingen waarvoor de drempel een bepaald percentage van het sociaal minimum is. Hij is geen voorstander van het automatisch toekennen van uitkeringen, maar wel van het eenloketprincipe, maar niet met de invulling met een medewerker die alles van regelingen af weet. Belangrijker is iemand te hebben die kan doorverwijzen naar de juiste deur. De heer NANNE snapt dat de gemeente bij de armoedeval ook te maken heeft met het nationale beleid, maar wel moet het uitgangspunt zijn die armoedeval te voorkomen. Hij wil wel kijken wat er op gemeentelijk niveau tegen de armoedeval te doen is, al was het maar om daarin inzicht te krijgen. Wat betreft het eenloketprincipe sluit hij zich aan bij mevrouw Roos en wil hij onderzoek laten doen hoe daartoe is te komen. Door toename van het bereik is de gemeente meer geld kwijt. Het kan niet zo zijn dat het sluitend maken van de gemeentelijke begroting afhangt van mensen die inkomensregelingen niet weten te vinden.

Daarom de oproep om het bereik daarvan te verhogen en daarna te kijken hoe dat financieel passend te maken is. De heer PATTY is ten aanzien van de eenloketgedachte blij met het streven naar laagdrempeligheid. Wat dat betreft is het mooi als dat ene loket er in het huis van de wijk is, als er daar maar de nodige ondersteuning is.

Commissie Samenleving en Economie maandag 1 december 2025

Pagina:

15

De heer VISSCHER ondersteunt onderzoek naar hoe in de geest van één loket het eenloketprincipe vorm te geven is, bijvoorbeeld bij een balie binnenkomen en van daaruit naar het goede loket te worden doorverwezen. Mevrouw DEN ENGELSMAN ondersteunt de oproep om de eenloketgedachte vorm te geven. Er zou al een warme doorverwijzing moeten zijn of een formulier waarop alles al staat. De heer VERHOEF sluit zich van harte aan bij de heer Nanne om aan de voorkant ruimhartig te zijn en niet al financieel gedreven beletsels op te werpen. Wethouder VAN HEMERT zegt de commissie dank voor de goede ideeën, die hij zal uitwerken. De eenloketgedachte is het meest gehoorde idee en dat gaat hij zeker onderzoeken. Mevrouw KORSTEN weet dat vanuit Sociale Zaken er bepaalde maatregelen zijn voor mensen in de bijstand om een armoedeval te voorkomen. Die maatregelen zal zij in een vervolgdocument meenemen, evenals de opties die er zijn om een bestaande armoedeval te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 10. Rondvraag De heer PATTY informeert naar de stand van zaken met betrekking tot de nota buitensportaccommodaties. Wethouder VAN HEMERT antwoordt dat deze nota dit jaar niet meer naar de raad komt. 11. Sluiting De VOORZITTER sluit te 22.34 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 19 januari 2026,

de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16469871/2