CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.00 - conceptverslag raadsbrede commissie 221017 (19.30 uur)

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 6 december 2022, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslagen raadsbrede commissie 17 oktober 2022, commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 17 en 31 oktober 20227.264 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de vergadering van de raadsbrede commissie, gehouden op maandag 17 oktober 2022 in de raadzaal van het gemeentehuis, Rivierweg 111 Capelle aan den IJssel, aanvang 19.30 uur Aanwezig zijn als: voorzitter:

de heer mr. P.M.D. Weijers;

volksvertegenwoordigers:

mevrouw mr. D.E. Armfield, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. van der Heide MSc, raadslid Leefbaar Capelle; de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J.B.L. Kerver, raadslid Leefbaar Capelle; de heer F. Patty, raadslid Leefbaar Capelle; de heer C.A.J. Schaatsbergen, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw J.W. Lauw-Schouten, raadslid Leefbaar Capelle; de heer W. Vervat, raadslid Leefbaar Capelle; de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer J.G. Stegeman, raadslid D66; de heer mr. B.J. Vrouenraets, burgerraadslid D66; de heer L.C.A. Anink, raadslid VVD; de heer R. Kok MSc, burgerraadslid SGP; de heer G.M. Veenema LLM MSc, burgerraadslid SGP; mevrouw M.O. Pengel LLM, raadslid Capels Bewoners Belang; de heer M.C.J. van Gent, raadslid Capels Bewoners Belang; mevrouw M. Aktaş, raadslid GroenLinks; mevrouw S.F.I. Roos, raadslid GroenLinks; mevrouw C.W.J. Weemhoff MA, raadslid PvdA; mevrouw A.V.A. Raaijen, burgerraadslid PvdA; de heer ing. P. Eilander, raadslid ChristenUnie; de heer drs. J. Visscher, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; de heer A. Benard, burgerraadslid CDA; de heer M.W. Vlot, raadslid SP; mevrouw T. Sormaz, raadslid BVNL;

college:

de heer E.M.C. Faassen, wethouder; de heer S. Geissler, wethouder; de heer mr. P. Oskam, burgemeester;

secretaris:

de heer S.G.V. Schouten;

griffier:

mevrouw drs. T.A. de Mik;

ambtelijke ondersteuning:

de heer B. van Leuven, bestuursadviseur;

notulist:

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum)

Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 9 personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de raadsbrede commissievergadering en heet allen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

684926/967532

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 2 van 11

2. Spreekrecht inwoners Mevrouw SPEE spreekt als volgt in: “Geachte volksvertegenwoordigers. Ik zie veel nieuwe gezichten. Daarom in 't kort wat voorafging, gezien vanuit de bewoners van de drie buurten (Flora, Molen en Akker-/Haagwinde-Bermweg). De kopgroep bestond uit de gemeente, Havensteder en Pameijer. Deze kopgroep had er alle belang bij de buurt nog veel voller te proppen dan die al was. Voor ons is dat niet te verenigen met de leefbaarheid in onze buurten. Dit is waarom de gemeente het bewonersbelang stelselmatig heeft bestreden. Temeer toen wethouder en raadsmeerderheid bij het koersplan kozen voor het belang van louter die kopgroep. Zijn wij bewoners tegemoetgekomen? Definitief werd het 264 woningen erbij. Dat is maar 32 minder dan de 296 in het koersplan. Dus nog steeds veel te veel voor deze toch al erg dichtbevolkte buurt. Toch werd telkens herhaald dat het geen 'u vraagt wij draaien' kon zijn. Let wel: dit is een toedichtsel door kopgroep en wethouder, bij uitstek belanghebbenden bij volproppen, louter bedoeld om ons weg te zetten. De zogenaamd 100 woningen minder, hadden ze er eerst zelf aan toegevoegd en andere tegemoetkomingen waren er niet. Dit gedrag is door de buurten dan ook ervaren als nogal onfatsoenlijk en als bijzonder onheus. De gemeente had er als kopgroeplid belang bij om ons inwoners te willen horen.

Zo gaf de 'gebundelde nota van bevindingen' een enorme waslijst aan afpoeiering louter op formalistisch detailniveau, waardoor de gemeente buiten beeld kon houden dat de drie buurten het roerend eens waren. In elk geval was dit dus helemaal zo ingewikkeld niet als dat de gemeente het ervan gemaakt heeft. En zo ging het met alles, ten koste van onze inhoud. Zelfs gemeentelijke termijnstelling was in het nadeel van ons bewoners, zoals de vier weken in plaats van zes voor de inspraakronde, nota bene in coronatijd. Voor ons was dit bepaald geen 'dubbelop'. Op onderstaande foto’s van mijn pdf ziet u onderaan de impact van Aafje op de zuidwestelijke Dotterlei. De Dotterleiflat verzinkt erbij in het niet en de hele hoek ademt een beklemmend donkere sfeer. Verzet ertegen was onmogelijk gemaakt. En wat krijgen de bewoners terug voor wat hen aldus is aangedaan? Bot koud niets. Maar Havensteder en gemeente maakten immers deel uit van de kopgroep, groot fan van volproppen. Onze conclusie: dat er net zo'n beklemmende massiviteit op het zuidelijke deel van het middenterrein zou komen. Temeer omdat het aantal etages nietszeggend blijkt: de Dotterleiflat heeft er acht in totaal, Aafje zes.

Oordeel zelf aan de hand van de foto’s: is Aafje 'n kwart lager? Ook al valt dit buiten de evaluatieopdracht: onze buurten hadden de sterk ongelijke machtsverhouding niet duidelijker ingezouten kunnen krijgen. Ons antwoord op de vraag of wij tegemoetgekomen zijn, is dus een hartgrondig nee. Het gaat niet zozeer om trajectlengte, om tempo, om 'moeilijke bereikbaarheid'. Voor ons bewoners is het de vraag: hoezo zou je je tijd en energie steken in alsmaar van tafel geveegd te worden, in niets terug te zien van al je inzet, behalve negering, bot nee, tot en met onheuse stemmingmakerij en manipulatie tegen jou aan toe. Onze buurtenbevolking heeft heel goed door dat gemeente zowel als college en raadsmeerderheid per definitie kiezen voor 'institutionelen', zoals de kopgroep. Niet zomaar gingen de inwoners 'met de voeten stemmen'. Tot uiteindelijk de buurtcoalitie aan toe. De evaluatie bewonersbetrokkenheid reikt een oplossing aan: kwaliteit van participatie. Zonder gelijkwaardigheid van belangen kan er geen sprake zijn van samenspraak en dus ook niet van voor allen acceptabele oplossingen. Die werkvormen doen er voor ons niet zo toe, het gaat erom vanuit welke houding ze ingezet worden. Daarom: houd steeds helder, wiens belangen waarmee gediend zijn. En vooral: borg inwonerbelangen stevig als gelijkwaardig. Is daarmee alles opgelost? Niet voor de Florabuurt en omgeving.

Wij willen iets terug voor onze inzet. Genoegdoening voor wat ons is aangedaan door uw voorgangers. Iets substantieels waarmee de leefbaarheid van onze buurten alsnog gediend is in onze ogen. Bent u als nieuwe raad en wethouders hiertoe bereid?. De heer HEIJKOOP, vertegenwoordiger van de buurtcoalitie, laat weten dat het gaat om een evaluatie van een proces dat een lange doorlooptijd heeft gehad en veel leermomenten heeft gekend. Er waren heel wat hoofdbrekens om alle personen, medewerkers, bewoners en partijen bij elkaar te brengen en te houden. Er waren veel frustraties, evenals een gevoel van onbegrip en niet gehoord en begrepen worden. Hij is blij met wat er bereikt is, maar zijn lat lag net iets hoger.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 3 van 11

Hij complimenteert de auteur van het document dat hij heeft kunnen lezen dat inspanningen zijn gewaardeerd. Hij heeft veel ingesproken bij de vorige raad. Een evaluatie met nieuwe raadsleden voelt een beetje raar, omdat zij destijds nog niet betrokken waren. Die nieuwe raad heeft wel de kans om aanbevelingen zonder bezwaren over te nemen. De evaluatie vermeldt dat de gemeente meerdere werkvormen heeft ingezet om de bewoners te bereiken. Deze vormen startten vooral met de aanname dat bewoners op flyers zouden moeten reageren om deel te nemen, liefst met aanmelden vooraf. Dat werkt volgens hem niet. Het klein en persoonlijk houden is essentieel. Met de constatering dat het daarmee langer en duurder wordt is hij het niet eens. Het is een investering die later in het proces voor minder vertraging of zelfs voor een versnelling had kunnen zorgen. Je kunt het zien als een investering in de medemens, degenen die niet gehoord worden. Bewoners die taal niet zo gemakkelijk vinden en hun vertrouwen in overheden een klein beetje kwijt zij zijn niet gekomen op de traditionele bijeenkomsten. Vanuit zijn wijk is het belangrijkste leerpunt om bewoners beter te leren betrekken direct omgezet in een aantal trainingen. In het proces is het hem opgevallen dat een aantal gestelde kaders zomaar is veranderd.

Dat zal ongetwijfeld nodig zijn geweest, maar in een gezamenlijk proces had dat onderling besproken moeten worden en moeten worden getoetst of iedereen met die aangepaste kaders nog wel verder kan gaan. Dat niet doen noemt hij een gemis dat later tot onbegrip leidt. Een voorbeeld hiervan is het uitgangspunt dat het programma wonen aangeeft dat woningbouw bij OV-knooppunten wenselijk is. Voor de buurtcoalitie is dat onbegrijpelijk. Een participatieproces is een methode of een aanpak om de doelstellingen vanuit de projectopdracht te behalen. De centrale vraag van alle participerende partijen was of raad en college het participatieproces zo serieus namen dat een project de opdracht krijgt om het participatieproces te verbeteren of in het ergste geval het hele project tijdelijk of definitief te stoppen. Iets serieus nemen kent ook verantwoordelijkheden. Na het raadsbesluit is het voor de buurtcoalitie stil geworden en heeft die niets meer vernomen. Alleen heeft nog een evaluatie plaatsgevonden. Hij begrijpt dat er een nieuw college en nieuwe raad zijn, wat het niet makkelijker maakt. Het is een gemis voor een groep die intensief heeft samengewerkt om geen formele of informele momenten te hebben om een proces af te sluiten. Een afronding is nodig, zeker met deze uitkomst. Een afsluiting zorgt ervoor dat je weer open verder kunt kijken in een actieve of minder actieve rol.

Die keuze is aan eenieder om zelf te maken. Allen moeten goed beseffen dat zij elkaar in projecten nog hard nodig hebben. Daarom zijn actieve mensen nodig die men niet wil kwijtraken. Erger is dat er geen interesse in participatie meer zal zijn, omdat er toch niet wordt geluisterd en dat elk punt voor de raad een discussiepunt wordt. Hij vraagt de raad de opgeschreven aanbevelingen in de werkwijzen over te nemen, zodat uiteindelijk kwaliteit in het proces te brengen is. 3. Evaluatie participatieproces Florabuurt De VOORZITTER geeft aan dat de heer Van Stipdonk het evaluatierapport heeft opgesteld. Vanavond gaat het over de evaluatie van de participatie en het participatieproces, zodat de besluitvorming over de Florabuurt niet besproken wordt. Burgemeester Oskam en wethouder Faassen zijn respectievelijk als portefeuillehouders participatie en ruimtelijke ordening aanwezig. Wethouder Geissler is aanwezig als wijkwethouder van Schenkel, waaronder de Florabuurt valt. De heer VAN STIPDONK stelt zich voor als onafhankelijk en zelfstandig onderzoeker/adviseur lokale democratie en participatie. Hij is door de gemeente gevraagd om de bewonersbetrokkenheid bij de totstandkoming van de gebiedsvisie te evalueren. De evaluatie is geen feitenonderzoek en geen reconstructie van hoe het project werkelijk is verlopen. Dat is bij participatie namelijk zelden handig en zelden goed mogelijk.

Ook bij dit project zijn er veel verschillende beelden, afhankelijk van wie je spreekt krijg je een ander verhaal te horen.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 4 van 11

Het evaluatietraject heeft hij daarom met elf vragen aangevlogen en vervolgens is het rapport toegeschreven naar lessen voor de raad, het college en de organisatie. Hij heeft documentstudie gedaan en inwoners, Havensteder, Pameijer en de wethouder gesproken, evenals een sessie met gemeenteraadsleden gehad. Er was bij participatie nog weinig houvast in ervaringen en beleid. Inmiddels is er al meer beleid, zoals een participatieverordening en een visie op burgerparticipatie. Die bieden echter nog geen enkele garantie dat het in de toekomst anders gaat en dat beelden dichter bij elkaar kunnen blijven. Dat doel wil hij namelijk meegeven. Positief is dat participatie bewust is aangepakt en relatief veel vormen zijn uitgeprobeerd. Het betreft namelijk een buurt waar mensen lastig bereikbaar zijn. Er is gewerkt met het nieuwe concept van een buurtcoalitie. Raad en college hadden regelmatig aandacht voor wat er gebeurde. Heel mooi is ook dat de raad vooraf heeft gezegd tussentijds nog een moment te willen om bij te sturen door middel van een koersdocument. Ook heel mooi is de heel stevige input vanaf de zijde van betrokkenen, instellingen en bewoners. Vooraf is afgesproken het proces te gaan evalueren, ongeacht de uitkomst.

Een belangrijke uitkomst van de evaluatie is dat vooraf behoorlijk onduidelijk was wat het proces precies moest inhouden en wat elkaars rollen en verwachtingen waren. Raadsleden gaven aan daarop nadrukkelijker te moeten letten. Raadsleden moeten ook gaan sturen op de kwaliteit van participatie. De raad moet zicht houden op de uitvoering daarvan, op wat er daadwerkelijk gebeurt. De raad moet zich daarnaast uitspreken over de verwachtingen van de inhoud van participatie en het proces. Er waren verschillen binnen de raad over de vraag of er genoeg is gedaan om mensen te betrekken en of het participatietraject een onderhandelingsproces is geworden. De hamvraag is of het participatieproces is geslaagd en ook daarover verschillen raadsleden van mening. Dat komt omdat vooraf niet duidelijk is aangegeven wat kwaliteit is. De boodschap van het rapport is daarom meer aandacht te hebben voor de kwaliteit van participatieprocessen. Een tweede boodschap is vaker samen te bespreken wat er gaat gebeuren, wat er is gedaan en wat er is afgesproken. Men kan daarbij letten op de inhoud (welke stappen worden er met elkaar gezet) en de roulatie (hoe werken we met elkaar samen). De belangrijkste aanbeveling aan de raad is dus gerichter te gaan sturen op de kwaliteit van participatie.

Nu zijn er veel mensen die zeggen dat de participatie is mislukt, omdat bewoners en gemeente het niet 100% eens zijn geworden. In principe zou men echter het inhoudelijke resultaat los moeten bespreken van het proces. Dat kan alleen maar als men het eens is over wat men in het proces wel en niet wil zien gebeuren. Daarover zou de raad zich ook moeten uitspreken. Als de raad dat doet wordt die duidelijker en voorspelbaar, wat richting alle partijen fijn is. Als je achteraf wilt oordelen moet je namelijk vooraf duidelijk zijn over waarover je dat oordelen wilt doen. Dat is best wel moeilijk. Hij denkt dat de organisatie en het college de raad daarop beter moet kunnen bedienen. Hij doet ook nog vier aanbevelingen over de democratische waarden, die gaan over transparantie, zeggenschap, vertegenwoordiging en de kwaliteit van het gesprek. Zijn belangrijkste boodschap is om als raad hardop te werken en aan te geven wat die belangrijk vindt, wat die verwacht en wat die loslaat. Er start binnenkort een gesprek met bewoners en een leertraject ‘participatie met ambtenaren’. Hij is benieuwd hoe de raad participatie zal oppakken. De heer VEENEMA vindt het een goede zaak dat een participatieproces achteraf goed wordt geëvalueerd. Er ligt nu een duidelijk evaluatierapport voor, waarvoor hij dank zegt. De SGP is blij dat het college alle aanbevelingen overneemt.

Er is inmiddels veel over participatie geleerd. Terwijl het participatieproces in de Florabuurt gaande was zijn er een participatievisie en – verordening gemaakt en die konden dus nog niet in het proces worden meegenomen. Met dat gegeven in het achterhoofd stelt hij een aantal vragen. Hij wil iets meer duiding hebben over het lopende leerproces, waarbij de gedane aanbevelingen worden betrokken. Verder wil hij weten of er een plan van aanpak komt om de aanbevelingen daadwerkelijk en concreet te integreren in de organisatie en het beleid, ook als het gaat om het ontwikkelen en borgen van de kennis en kunde van de organisatie met betrekking tot participatie. In de evaluatie is namelijk een aantal inhoudelijke handvatten aangereikt die niet in het beleid zijn opgenomen. Te denken valt aan hoe een succesvol participatieproject kan worden gedefinieerd, op welke wijze afspraken worden vastgelegd, hoeveel invloed partijen hebben en hoe ze die kunnen uitoefenen.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 5 van 11

Er was sprake van een buurtcoalitie, die de participatie wellicht kon stroomlijnen vanwege één aanspreekpunt. Niet alle stakeholders binnen de coalitie hadden echter dezelfde gedachten en belangen, wat lastig was. De vraag is dus of het in het leven roepen van zo’n buurtcoalitie de juiste stap was. Hij vraagt de portefeuillehouder daarop te reflecteren. Vervolgens informeert hij hoeveel van de besluitvorming al vast stond en of dat ook is gecommuniceerd, zodat duidelijk was waarop met participatie nog invloed mogelijk was. Als dat niet goed is gebeurd is dat wat de SGP betreft een extra leerpunt. Het is goed om een gesprek te organiseren met de betrokken wijkbewoners om over aanbevelingen en geleerde lessen van gedachten te wisselen. Het is de SGP duidelijk geworden dat het belangrijk is om vooraf duidelijkheid te geven waarover participatie gaat en hoe ver deze strekt. Deelnemers moet helder zijn of het gaat om meedenken, adviseren of meebeslissen. Als dat niet duidelijk is zijn er verschillende beelden en teleurstellingen. De heer EILANDER was ook al raadslid in de vorige raadsperiode en herinnert aan de start met de herontwikkeling vier jaar terug, die als een van de topprioriteiten is neergezet. Daarbij is bewust nagedacht over het inrichten van de participatie. De buurtcoalitie is daarvan eigenlijk de samenvatting. Dat vindt hij een goed platform om mee te werken.

Het kan vast beter, maar hij staat nog steeds achter de insteek daarvan. Het was een brede vertegenwoordiging uit de hele wijk, die veel invloed heeft gehad. Juist door de brede samenstelling van de buurtcoalitie is die echt serieus genomen, al vond die dat zelf niet altijd. Er kon daarmee ook snel overleg plaatsvinden. Er is nog veel meer gedaan om alle bewoners te bereiken. Vier jaar is wel gezocht hoe dat nog beter kon. De ChristenUnie gaat in grote lijnen mee met de leerpunten in de evaluatie, met als centraal begrip het doen aan verwachtingsmanagement, wat best wel te wensen overliet. De belangrijkste les voor hem was een te brede buurtcoalitie. Die was goed bedacht, maar werkt niet. Het gaat om maatschappelijke organisaties, ontwikkelingspartijen en bewoners in één organisatie die als filter in de besluitvorming zou moeten werken. Dat is achteraf gezien een onmogelijke opgave geweest. De belangen zijn namelijk te tegenstrijdig, zodat een andere vorm nodig is. Er zijn veel waardevolle tips gegeven voor participatie bij dit soort grote projecten. Daarom staat hij er zeker voor open om de aanbevelingen over te nemen. Hij vraagt het college te duiden hoe hiermee aan de slag te gaan, opdat de lessen niet worden vergeten en dat die worden geborgd. In het besluitvoorstel ziet hij staan dat communicatie niet van toepassing is. Dat kan volgens hem niet waar zijn.

Wellicht kan na het gesprek met bewoners en de buurtcoalitie gemeenschappelijk met wat ervan is geleerd naar buiten worden gekomen. De heer ANINK memoreert dat de VVD-fractie in de afgelopen vier jaar deels aanwezig was bij de participatiemomenten en heel erg de rode lijn in het rapport herkent. Dat rapport gaat niet alleen over het participatietraject en geeft ook de leerpunten voor de raad aan. Halverwege het participatietraject voor de Florabuurt heeft de VVD-fractie om een artikel 151-verordening gevraagd, waarop de participatieverordening is gebaseerd, die is uitgewerkt in een aantal handvatten voor college en raad. Het traject was ook een reis voor de raad. De vraag was hoe men laat participeren door een zich ontwikkelende samenleving en hoe een gemeenteraad daarbij aansluit. De vraag was hoe de raad wordt meegenomen en aansluit bij een leertraject van het college en de organisatie aan de slag gaat. De nieuwe raad moet straks verder met alle andere opgaven. Verder is hij benieuwd hoe de kersverse wethouder kijkt naar het rapport. De fractie vindt borging van de evaluatie misschien nog wel belangrijker dan het aanpassen van de verordening. De heer STEGEMAN dankt het college voor het uitvoeren van de onafhankelijke evaluatie naar het participatieproces voor de gebiedsvisie Florabuurt.

De aanzet van het project Florabuurt startte al aan het eind van de raadsperiode 2014-2018. Best wel wat bewoners van de Florabuurt hebben het project als hoofdpijndossier ervaren, maar de evaluatie is echter gericht op leren en niet op afrekenen. Het rapport vindt hij zeer uitgebreid en helder geformuleerd. Door de duidelijke taal is het een goed leesbaar document geworden. De conclusies en aanbevelingen daarvan onderschrijft D66.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 6 van 11

In het woord vooraf staat dat het rapport geen uitgebreide reconstructie of feitenonderzoek is, omdat de verschillende betrokkenen diverse beelden hebben over wat er wanneer is besproken en afgesproken, wat er is gedaan en hoe dat is gegaan. Hij vraagt zich af of dat juist de kern van het probleem is van het moeizaam verlopen participatieproces. Als vooraf, tijdens en achteraf zaken bij verschillende betrokkenen al niet duidelijk zijn, dan zijn de geschetste kritiekpunten in de evaluatie zeker geen verrassing, maar eerder een vanzelfsprekendheid. De Rekenkamer schreef immers in een rapport over burgerparticipatie in juli 2016 dat ‘burgerparticipatie geen zaak is van baat het niet, dan schaadt het niet, als burgerparticipatie niet juist wordt ingezet of slecht wordt uitgevoerd, dan werkt het juist contraproductief.’ Om participatieprocessen in de toekomst beter te laten verlopen zijn inmiddels een visie burgerparticipatie en een participatieverordening vastgesteld. Hiermee en door het overnemen en uitvoeren van aanbevelingen gaat hij er van uit dat participatieprocessen in het vervolg naar tevredenheid van alle betrokken partijen zullen worden uitgevoerd, ook al is misschien niet iedereen uiteindelijk tevreden met de uitvoering. De consensus moet wel breed worden gedragen.

Een goede burgerparticipatie start met het helemaal vooraf in wellicht een aparte sessie aan betrokken partijen duidelijk maken wat een participatieproces eigenlijk is en hoe dit vorm krijgt: welke partijen nemen daaraan deel, wie doet wat, wie is waar verantwoordelijk voor, wie heeft welke bevoegdheid, welke partijen vertegenwoordigen welke bewonersgroep etc. Hierbij is het goed te communiceren dat het niet tevreden zijn over de uiteindelijke beslissing of het inhoudelijke resultaat niet betekent dat het participatieproces niet goed verlopen is. Al deze zaken moeten vooraf heel duidelijk zijn, anders moet men niet willen starten met het daadwerkelijk participatieproces. De heer SCHAATSBERGEN zegt dank voor het duidelijk geschreven rapport, dat een heel goed overzicht geeft wat er in de afgelopen jaren met betrekking tot de Florabuurt gebeurd is. Dat is zeker van waarde voor de nieuwe raadsleden. Uit de bijdrage van mevrouw Spee heeft hij één belangrijk punt meegenomen: de input van betrokkenen borgen. De heer Heijkoop gaf aan vanuit kansen verder te kunnen gaan, wat hij zeer op prijs stelt. Leefbaar Capelle neemt de aanbevelingen uit het evaluatierapport over. Bij het begin van het participatieproces hadden allen goede intenties. Zowel ambtenaren, bestuurders als bewoners wilden hun schouders daaronder zetten.

Hij concludeert dat het verwachtingsmanagement aan grote verbetering onderhevig is, iets wat de raad zich goed moet realiseren. Met de aanbevelingen moet de raad eveneens aan de slag gaan, vooral met de eerste aanbeveling, het beter sturen op de proceskwaliteit. Die aanbeveling leest hij als nadrukkelijk aan de raad te zijn gedaan. Bij toekomstige projecten moet de raad dus heel goed vooraf nadenken over hoe die de participatie vormgegeven wil hebben en op welke punten die het participatieproces nader wil beschouwen. Een optie kan zijn participatie in een besluit op te nemen, waaraan de raad zich ook moet houden. Deze aanbevelingen horen wat hem betreft thuis in een wijziging van de participatieverordening, zodat raad en college een handvat hebben om geleerde lessen verder in de praktijk te brengen. Met de evaluatie is in dit geval juist wel naar het participatietraject omgezien, waaruit goede zaken naar voren zijn gekomen. Nu gaat het erom om vanuit kansen voort te gaan. De heer VAN GENT noemt participatie een moeilijk onderwerp, vooral in de Florabuurt. Het was moeilijk om mensen bijeen te krijgen. Daarin zijn heel veel uren gestopt, zowel door de gemeente als de bewoners. Helaas is het proces niet naar ieders tevredenheid verlopen. Hopelijk wordt daaruit bij volgende projecten lering getrokken, zoals bij de studentenwoningen in Fascinatio en het project aan de Bermweg.

Mogelijk wordt daar meer betrokkenheid gezocht bij het WOP en bewoners en dat de raad daarmee meer in gesprek zal gaan. In het begin was er heel veel informatie voor inwoners, maar gaande het proces werd dat steeds minder. Hij wil daarom borgen de informatietrein te laten doorgaan als die eenmaal rijdt. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn voor raad en inwoners, waarbij afspraken goed op papier staan. Mevrouw WEEMHOFF ziet een mooi stuk voorliggen op basis van een grondig onderzoek, waarbij een kritische kijk is gegeven op het afgelopen proces, waarop heldere aanbevelingen zijn gedaan.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 7 van 11

De insprekers hebben aangegeven wat zij belangrijk vinden in participatie en wat zij hebben gemist: goed gehoord worden en serieus genomen worden. Van hen heeft zij vooral meegekregen om participatie klein en persoonlijk aan te pakken, zodat bewoners aangesproken worden en betrokken kunnen zijn. Het rapport vermeldt dat de raad nadrukkelijk moet sturen op participatie en hoe die wordt gemonitord, waarbij er vooral aandacht moet zijn voor sturingscriteria. Een prachtige zin in het rapport vindt zij ‘Participeren gaat beter als je hardop werkt.’ Zij hoopt dat men met elkaar leert hardop te werken, zodat men gaandeweg leert en verwachtingen wederzijds gemanaged kunnen worden. Spreekster is blij te lezen dat het college alle aanbevelingen overneemt en vraagt hoe de wethouder naar het rapport, de inzichten en aanbevelingen kijkt en welke acties worden ingezet om te waarborgen dat aanbevelingen ook werkelijk worden nageleefd. Tot slot vraagt zij de wethouder in te gaan op de vraag van de insprekers over hoe het proces netjes zal worden afgerond. Mevrouw DEN ENGELSMAN vindt het belangrijk input van insprekers mee te nemen. Zaken moeten aan de voorkant helder zijn. Wellicht moeten bewoners al in het prille begin van een project worden meegenomen.

Misschien moet eens naar de participatieladder gekeken worden om te zorgen dat nog meer op kwetsbare doelgroepen in een buurt kan worden ingezet. Een goed voorbeeld was een WOP dat de wijk in ging om met bewoners te praten. Duidelijk moet bij een participatietraject volgens haar zijn of belanghebbenden wel in beeld zijn. Bij een lang traject zouden bewoners door een onafhankelijke procesondersteuner kunnen worden geholpen, zeker als het gaat om technisch-inhoudelijke zaken. Aanbeveling 3 vermeldt het moment te markeren dat de participatie klaar is en dat het proces van zienswijzen start. Zij begrijpt dat niet iedereen gelijke informatie heeft. Raad, college en ambtelijke organisatie gaan nog over participatie spreken, gehoord alle meegegeven suggesties. Zij suggereert dat niet op al te lange termijn te doen en vraagt de wethouder wanneer het rapport met wijkbewoners kan worden besproken. Vervolgens vraagt zij of de buurtcoalitie nog wordt betrokken in het vervolgproces. Ook zij vindt borging van aanbevelingen ontzettend belangrijk. Wellicht kan bij lopende projecten bezien worden of participatie daar goed is geborgd. Spreekster is blij dat het college alle aanbevelingen overneemt en informeert hoe lang het duurt om een plan van aanpak klaar te hebben. Mevrouw AKTAŞ leidt uit de evaluatie zes verbeterpunten voor participatieprojecten af.

Een ervan heeft betrekking op de raad, namelijk gerichter sturen op de kwaliteit van participatie. Gesteld is dat de raad kan waarborgen dat alle belanghebbenden hebben kunnen deelnemen, dat zij weten waaraan ze deelnemen, wat hun rol en invloed is en dat ze zich in het proces voldoende gehoord voelen. Zij vraagt de onderzoeker die aanbeveling te duiden en is benieuwd wat de raad anders had moeten doen bij het participatietraject voor de Florabuurt. Verder denkt spreekster ook dat aan de voorkant duidelijk moet zijn hoe het participatieproces er uit ziet, waarbij de gemeente transparant moet zijn over de invloedssfeer van bewoners. Duidelijk moet zijn wat participatie inhoudt: consulteren of meebeslissen en op welke onderdelen dat gebeurt. Als men aan de voorkant weet dat bewoners geen invloed kunnen uitoefenen bij bepaalde keuzen, dan moet men daarover transparant en duidelijk zijn. Tot slot zij vraagt zij de wethouder op de evaluatie te reflecteren en is zij benieuwd naar zijn beelden voor het vervolg. De heer VLOT merkt op dat participatie een dialoog zou moeten zijn, maar het bleek dat een aantal deelnemers aan het proces niet meer dachten in een dialoog te zitten, maar slechts toehoorder te zijn. Er werd namelijk informatie gezonden, maar er werd weinig geluisterd en meegenomen. Gelukkig bevat het rapport een hoop aanbevelingen, wat het een positief rapport maakt.

Gezien de aantekeningen bij de gestelde deelvragen is het echter niet weer een heel positief rapport. Hij hoopt dat de raad en andere betrokkenen een volgende keer stappen zetten om participatie tot een beter resultaat te brengen.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 8 van 11

Hij constateert dat de buurtcoalitie is overvoerd door de zwaarte van het dossier en mogelijk niet capabel zou kunnen zijn ten opzichte van de professionele deelnemers in het participatieproces. Hij leest dat het gemeentebestuur dat ook wenste, waarbij er een raadsbesluit uit 2018 over het al dan niet instemmen van de buurtcoalitie is bijgehaald. De buurtcoalitie heeft echter op meerdere momenten blijk van afkeuring gegeven. Die afkeuring werd genegeerd en hij informeert naar de status daarvan in het participatieproces. Hij vraagt of dat moet leiden tot meer zeggenschap van de deelnemers of toch alleen maar een adviserende rol moet blijven die altijd in de wind geslagen kan worden. De VOORZITTER constateert grote eenduidigheid over de inhoud en de volledigheid van het evaluatierapport, evenals de gedane aanbevelingen. Burgemeester OSKAM geeft aan dat de organisatie over participatie een aantal producten heeft afgeleverd, zoals de participatieverordening, de visie op participatie, de participatiegids voor initiatiefnemers en de participatie voor de Omgevingswet. De gemeenteraad heeft deze producten vastgesteld. De gemeente is dus al op de goede weg. De evaluatie laat zien hoe goed de bedoelingen zijn geweest en hoe breed en intensief elke participatie is gedaan.

Daarom zijn geconstateerde verschillen van uitkomst onvermijdelijk, wat ook beïnvloedt hoe men naar participatie kijkt. De getrokken les is dat college, raad, de ambtelijke organisatie en bewoners voor participatie moeten afspreken wat de kaders zijn, welke ruimte er is en welke de verwachtingen wederzijds zijn. Het evaluatiedocument wordt nog besproken met ambtenaren en ook op 22 november a.s. met bewoners. Of het document daarna nog wordt gecommuniceerd, wordt op die avond samen met bewoners bekeken. Wethouder Faassen is in de rol getreden van de heer Struijvenberg, die destijds dossierhouder was. Wethouder Geissler is betrokken als wijkwethouder van Schenkel. De eerste aanbeveling betreft het beter sturen op kwaliteit van participatie en proceskwaliteit. Hij leest wat dat betreft een aanbeveling aan de raad, maar het college kan de raad helpen door daarover concrete voorstellen te doen om dat punt verder in te vullen. Via de participatieverordening is geregeld dat gebruik gemaakt kan worden van een startnotitie over participatie. Daarna zijn input en spelregels over het doel van participatie nodig. Ook moet duidelijk zijn of participanten kunnen adviseren of invloed hebben op het eindresultaat van een project. De onderzoeker vindt het belangrijk om tijdig met de raad over de proceskwaliteit te spreken en dat vindt het college ook.

De tweede aanbeveling gaat over de aandacht voor inclusie en de vertegenwoordiging vanuit de wijk. Afhankelijk van het participatietraject wil het college nadrukkelijker inzetten op hoe de wijk breder en op verschillende niveaus betrokken kan worden. Mensen kunnen niet gedwongen worden om mee te praten en moeten dat ook zelf willen. Er zijn daarvoor verschillende methoden. De dynamiek vanuit de wijk rondom gebiedsontwikkeling kan mede bepalen hoe groot de aandacht voor de vertegenwoordiging is. Capelle is dichtbevolkt, grond is schaars en projecten die er nog aan komen zijn niet talrijk. Een goede keuze kan daarom slechts één keer voor tientallen jaren worden gemaakt. Daarom is het belangrijk om met raad en bewoners om tafel te gaan. Vervolgens gaat hij in op de aanbeveling over inclusie. Al vaker is geprobeerd om specifieke doelgroepen te betrekken die vaak niet willen meedoen. Er zijn 117 nationaliteiten en sommige hebben zich gegroepeerd en zijn makkelijker te bereiken. Het kost heel veel inzet, tijd en geld om hen te bereiken, maar dat is wel belangrijk. De komende jaren zal specifiek worden ingezet op bredere jongerenparticipatie. In het collegewerkprogramma zal er aandacht zijn voor dit onderwerp van inclusie. De derde aanbeveling is ervoor zorgen dat er een rode draad is en dat het proces helder inzichtelijk is. Die aanbeveling neemt het college ook over.

Wel is het iedere keer weer maatwerk en een inschatting wanneer het goede moment is om met participatie te starten. Soms is het goed om vroegtijdig om de tafel te gaan als plannen nog niet concreet zijn. Belangrijk is dat de raad ook weet wat bewoners belangrijk vinden en wat besproken en geagendeerd moet worden. Het punt wanneer de participatie stopt en het formele traject begint is belangrijk. Er is nu ambtelijk aandacht voor om te zorgen dat de zienswijzentermijn niet tegelijkertijd loopt met het participatietraject.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 9 van 11

Het college denkt dat het goed is om een participatieplan te gebruiken en dat wordt nu geïmplementeerd. Vanuit de Omgevingswet is gestart met een werkwijze, waarbij initiatiefnemers hun plannen tijdig aan de gemeente kunnen voorleggen (intaketafel). Na afloop wordt procedureel getoetst of de initiatiefnemer zich aan het plan heeft gehouden en of aanpassingen goed hebben uitgepakt. Ook moet uit het eindverslag van de participatie duidelijk zijn wat de input was en wat daarmee verder is gedaan. De gemeente gaat ook vaker met zo’n eindverslag werken, waarvan de inschatting is dat dat wettelijk verplicht zal worden. Vervolgens gaat hij in op de balans tussen invloed en concreetheid. Iedere keer gaat het om maatwerk en een inschatting wat het goede moment is om met participatie te starten, evenals welke instrumenten daarvoor worden ingezet. Daarover is met de ‘Jonge honden’ gesproken en daar kom je niet zomaar uit. Bezien moet worden wat het dilemma is, wat er bereikt moet worden, wat een goede tool is en wanneer die wordt ingezet. Maatwerk en vroegtijdigheid zijn heel belangrijk. Het college is van mening dat de informatievoorziening nu al zo compleet mogelijk is. Informatie wordt gedeeld via de website www.Capellebouwtaandestad.nl . Het is ook een stevige klus voor een projectleider om continu sterk op de informatievoorziening aan bewoners te sturen.

Het helpt wel als participatieadviseurs, communicatieadviseurs en gebiedsregisseurs daarin meehelpen. Het helpt ook als ambtenaren bewoners en betrokkenen op informele tussenmomenten bijpraten. Niet alles hoeft namelijk op officiële vergadermomenten te gebeuren. Tot slot gaat hij in op de houding en manier van contact en gespreksvoering tijdens de participatiebijeenkomsten, een belangrijk leerpunt en aandachtspunt voor de gemeente. Met de komst van de nieuwe gemeentesecretaris gaat er een heleboel veranderen. De gemeente Capelle aan den IJssel is een lerende organisatie, was vrij ambtelijk, wil de beweging op gang brengen dat bewoners gehoor vinden bij de gemeente en dat er dingen samen gebeuren. Er is een leertraject met 20/25 ambtenaren die op dit soort dossiers aangewezen zijn. Projectleiders, ondersteuners, participatieadviseurs en gebiedsregisseurs moeten met elkaar aan de slag gaan om de raad en de gemeente zo goed mogelijk te bedienen. De belangrijkste elementen zijn verbindend communiceren, minder zenden en meer luisteren. Het gaat ook om op een andere manier omgaan met bewonersavonden, zodat de dialoog meer centraal komt te staan. Hij houdt zich ook nog bezig met het project ‘Welke raad willen we zijn’. Inzetten op de buurtcoalitie is ook maatwerk. Soms kan de gemeente ook andere instrumenten inzetten om goede participatie op gang te helpen.

Er komt geen plan van aanpak en het toverwoord is maatwerk. De heer EILANDER vraagt hoe het college maatwerk zal borgen. Burgemeester OSKAM kan de raad helpen door een startnotitie te maken. Dat is het begin van het proces, waarbij wordt gekeken wat nodig is voor een goed participatieproces. Dat hangt van de situatie af. Mevrouw WEEMHOFF vraagt of de participatievisie wordt aangepast op basis van hetgeen in de aanbevelingen is opgenomen. Burgemeester OSKAM antwoordt dat bij de vaststelling van de participatieverordening is afgesproken die eenmaal per twee jaar te actualiseren. Dat gebeurt volgend jaar. Mevrouw WEEMHOFF suggereert datgene wat belangrijk wordt gevonden goed op te schrijven, zodat op basis van criteria wordt beoordeeld of de participatie goed verloopt. Wethouder FAASSEN is het met de burgemeester eens dat maatwerk in dezen heel belangrijk is. In de participatieladder mist hij nog zaken, zoals kwaliteitscriteria om te komen tot tredes, evenals de waarden waaraan het proces moet voldoen om bij die tredes terecht te komen. Daarom zal hij de Agendacommissie vragen om in november daarover in een benen op tafeloverleg te spreken, al dan niet in commissievorm. Hij denkt dat men dus nog een stuk dieper moet gaan ten aanzien van de tredes. Burgemeester OSKAM vervolgt expres geen plan van aanpak te maken, omdat het dan weer dichtgetimmerd is.

Bij ieder dossier, gebied of verandering moet men met elkaar kijken wat een goede modus is. Er zitten veel instrumenten in de gereedschapskist, die er ook uit zijn te halen. De heer EILANDER geeft de wethouder en burgemeester mee om de aanbevelingen als toelichting toe te voegen aan de verordening, als een nadere duiding van wat met een aantal zaken wordt bedoeld. De heer VAN LEUVEN concludeert dat dan het document wordt aangepast. De VOORZITTER verwijst naar de opmerking van de wethouder om op een volgend moment over het onderwerp door te spreken. Hij kan zich voorstellen dat uit die bespreking een concrete actie voortvloeit, hoe dingen vast te leggen zijn en op welke manier ze het best te borgen zijn.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 10 van 11

Wethouder FAASSEN bedankt mevrouw Spee voor haar inbreng. Zij heeft gevraagd om iets substantieels voor de wijk en daarop reageert hij met de opmerking altijd bereid tot een gesprek te zijn. Hij wil met haar na de vergadering daartoe een afspraak maken. Hij denkt, het rapport gelezen hebbend, dat afgelopen jaren veel werk is verzet om vanuit de gemeente aan participatie te doen. Dat is in Capelle sowieso de standaard en zou dat ook moeten zijn. Met het evaluatierapport kan de participatie in zijn optiek alleen maar beter worden. Het zou goed zijn om voorafgaand aan het proces vast te stellen aan welke trede de participatie moet voldoen. Dat is best ingewikkeld, omdat de participatievisie wat hem betreft daarin niet volledig is. Hij mist aan de voorkant kwaliteitscriteria en waarden waaraan het proces moet voldoen. Als voorbeeld noemt hij een pandeigenaar die diens pand wil slopen en nieuwbouw wil plegen voor seniorenhuisvesting. De vraag is dan welke trede van de participatieladder waarom van toepassing moet zijn: adviseren, raadplegen of cocreatie. Hij zou het goed vinden daarover in commissieverband of in een benen op tafeloverleg met elkaar te spreken, mits de Agendacommissie akkoord geeft voor zo’n gesprek. Het zou goed zijn om gedurende het proces de trede mede afhankelijk te laten zijn van de dynamiek van de wijk en bewoners, wat nu in zijn optiek niet zo is.

Ook de wijze van het betrekken van de raad wil hij dan bespreken. Vervolgens denkt hij dat de wijze van participatie in het algemeen ook onder de loep genomen moet worden. Nu wordt bij stedelijke ontwikkeling veelal het instrument van bewonersavonden gebruikt. Een risico daarvan is dat men bewoners die zich goed in het plan kunnen vinden vaak niet hoort en niet ziet. Hun adviezen mist men daardoor. Bewoners zijn vaak leken op het gebied van het begrijpen van technische plannen en tekeningen. Op kleine schaal wordt nu geëxperimenteerd met inloopdagen met een soort marktopstelling. Daarbij worden mensen een op een geïnformeerd over plannen. Die een op een-benadering vindt hij belangrijk. Men zou ook een extra werkvorm kunnen creëren, zoals ontwerpsessies, groepsgesprekken of informatiemarkten. In het rapport staat aardig wat huiswerk voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie. De resultaten worden met bewoners en betrokken partners besproken, zodat ook zij nog verbeterpunten kunnen aanbrengen. Daarnaar kijkt hij uit en hij doet daaraan graag mee. In reactie op de opmerking van mevrouw Weemhoff deelt hij mee het gesprek te zullen aangaan met de raad. Mevrouw Den Engelsman opperde andere trajecten aan te gaan om participatie beter te maken. Er zijn al heel veel lopende projecten die zich eigenlijk in een eindfase bevinden en waar participatie al heeft plaatsgevonden.

Er zijn ondertussen ook nieuwe trajecten gestart. Het is dan misschien verstandig om met het idee van de burgemeester te gaan werken, wat wel wat extra werk voor de raad. gaat opleveren. De vraag is ook of alles aan de raad moet worden voorgelegd of dat het college kleinere zaken zelf kan regelen, op voorwaarde dat tevoren criteria goed zijn vastgesteld. Met de heer Vlot vindt hij de dialoog heel belangrijk. Zelf denkt hij dat de gemeente bewoners heel erg serieus moet nemen en het eerlijke gesprek met hen moet aangaan. Daarbij kan overigens ‘nee’ ook een antwoord zijn. De buurtcoalitie had op verzoek van de raad een adviserende rol. De heer VAN STIPDONK gaat in op de vraag hoe de raad kan waarborgen dat alle betrokkenen en belanghebbenden gehoord kunnen worden. Zijn antwoord daarop is dat men dat niet kan borgen. Het gaat daarbij om een inspanningsverplichting, omdat men geen resultaatverplichting kan opleggen. Mensen kan men namelijk niet dwingen om te participeren. Ook sturen op representativiteit raadt hij af. Wel kan men zorgen dat de verschillende perspectieven aan tafel kunnen komen. Daartoe zijn er verschillende mogelijkheden, zoals sturen op toegankelijkheid. Over de manier, vorm en momenten waarop dingen verteld worden kan de raad ook vooraf opdrachten meegeven. Mevrouw AKTAŞ is op zoek naar wat in de afgelopen periode niet is gedaan en wat wel had moeten gebeuren.

Zij vraagt of de heer Van Stipdonk concrete acties kan benoemen. Verder is zij benieuwd welke rol de raad daarin heeft. De heer VAN STIPDONK antwoordt dat de raad de rol op zich kan nemen door achteraf een gesprek te voeren over hoe het is gegaan. Omdat de raad vooraf geen duidelijkheid heeft gegeven over hoe het zou moeten gaan is dat gesprek eigenlijk vooral gestuurd door wat er inhoudelijk is gedaan en bereikt en hoe bewoners het hebben ervaren. Men zou dus vooraf beter moeten bespreken wat er belangrijk is: perspectieven, de intensiteit van participatie of dat bepaalde groepen minder belangrijk zijn.

Behorende bij raadsbrede commissie, nummer: 684926/967532

pagina: 11 van 11

Er zijn daarbij diverse knoppen om aan te draaien. Meer inzetten op heel intensieve overlegvormen gaat wat meer tijd en geld kosten. Dat wil men misschien niet overal doen en daarin kan men keuzes maken en college en ambtenaren beter geëquipeerd weg sturen. De raad kan ook tijdens het traject beter opletten of het gaat zoals gewenst. Contact houden en toezicht houden kan men ook tijdens het proces doen. Mevrouw AKTAŞ vindt de opmerking van de wethouder mooi dat men aan de voorkant samen moet gaan bepalen welke trede men op de participatieladder wil bereiken. De VOORZITTER vraagt de commissie iets te zeggen over het door de wethouder Faassen gewenste gesprek voor het vervolg op het voorliggende stuk. De heer ANINK wil de handreiking van wethouder Faassen raadsbreed aanpakken, omdat de participatieladder niet alleen over fysieke trajecten gaat, maar ook over beleidsopgaven, waar een andere insteek nodig is. Wethouder FAASSEN reageert dat zijn voorstel over stedelijke ontwikkeling gaat, maar kan zich voorstellen ook andere onderwerpen mee te nemen. Burgemeester OSKAM kan zich vinden in een bredere aanpak. De VOORZITTER constateert dat eenieder daarmee akkoord gaat. De heer VEENEMA geeft wethouder Faassen gelijk dat de participatieladder en de participatievisie niet volledig zijn. Zijn vraag is hoe die visie is aan te vullen en tot welk niveau dat moet gebeuren.

Wellicht kan dat in een notitie bij de bespreking in november worden meegenomen, evenals te definiëren procesmatige aspecten per participatietraject. De VOORZITTER denkt dat die aspecten bij de bespreking naar voren zullen komen. Of die bespreking in november zal plaatsvinden moet de Agendacommissie bepalen. 4. Rondvraag Er zijn geen vragen. 5. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 21.20 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 6 december 2022, de secretaris, de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 7 december 2022, de secretaris, de voorzitter,

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 6 december 2022, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12106601/1