CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

02.00 - Commissie commissieverslag SOB 20 januari 2026

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer 24 februari 2026, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Vaststellen verslag commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 20 januari 20268.318 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “verslag”: 1 9

Verslag van de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer, gehouden op dinsdag 20 januari 2026, in de raadzaal, aanvang 20.00 uur. Aanwezig zijn als: voorzitter:

de heer ing. P. Eilander;

volksvertegenwoordigers: de heer A.N. Molengraaf, raadslid Leefbaar Capelle; mevrouw L. Feuth, raadslid D66 (tot 21.13 uur); de heer J. Hooijkaas, raadslid D66; de heer drs. S. van Loef, raadslid VVD; mevrouw A. van der Vorm, burgerraadslid VVD; de heer J. van der Heide, raadslid fractie Van der Heide; de heer B.H.W. Oudshoorn, raadslid SGP; mevrouw I.H. Monteiro da Veiga, raadslid PvdA; de heer drs. P.C. Heerens RC, burgerraadslid ChristenUnie; mevrouw J. den Engelsman, raadslid CDA; secretaris:

de heer drs. A.J.M.C. Schoenmakers;

portefeuillehouder:

de heer S. Geissler, wethouder; de heer C.A.J. Schaatsbergen, wethouder;

ambtelijke ondersteuning: de heer P. de Bruin; notulist:

de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).

Op de publieke tribune zijn bij aanvang van de vergadering 2 personen aanwezig. 1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom in de eerste vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van het jaar. Hij deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Hartog van GroenLinks en de heer Vlot van de SP. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld, De VOORZITTER geeft het woord aan de wethouder voor het doen van een mededeling. Wethouder SCHAATSBERGEN deelt de commissie mede dat afgelopen vrijdag van het ministerie de bevestiging is ontvangen dat de subsidieaanvraag voor de woningbouwimpuls Roer-Barbizon is goedgekeurd en dat tevens een extra WOP-subsidie is toegekend voor de Florabuurt. Desgevraagd bevestigt hij dat deadlines gelden voor het opleveren van de woningbouw; op dit moment heeft hij die echter niet paraat. 2. Vaststellen verslagen – vergadering van de gecombineerde commissies Samenleving en Economie en Stadsontwikkeling en -Beheer van 2 december 2025 – vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 2 december 2025 – vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 3 december 2025 – vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 8 december 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3.

Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen (DCMR en MRDH Verkeer) Geen opmerkingen.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

2

5. Adviesrecht buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Wethouder SCHAATSBERGEN neemt aan dat het voorliggende voorstel de leden van de commissie niet vreemd zal voorkomen. Het is ook al in de laatste evaluatie met de werkgroep Omgevingswet besproken en hij verwacht dat de commissie haar eigen ideeën zal hebben over de toegevoegde categorie 50 woningen voor wat betreft het adviesrecht. Hij is heel benieuwd naar de inzichten ter zake en zou zich zomaar kunnen voorstellen dat er in de discussie in de commissie, en later in de raad, een ander getal uit zal komen. Mevrouw FEUTH uit haar tevredenheid over het feit dat nu eindelijk de omissie tussen de bopa en de uitvoerige procedure rechtgetrokken is, want die klopte al vanaf de invoering van de Omgevingswet niet. Verbaasd is D66 wel over het getal van 50, door de wethouder zojuist ook al genoemd, en zij is benieuwd of de wethouder kan uitleggen hoe dat tot stand is gekomen. 1 is inderdaad erg weinig, maar 50 is meteen wel heel veel, waardoor bijvoorbeeld een Bermweg, een Bermhof en een Goudenregenhofje nooit gepasseerd zouden zijn, en bij de Bermweg zelfs meerdere projecten. Ze zou het bijzonder spijtig vinden als voor dat soort kleinere, maar ook weer niet héél kleine projecten het adviesrecht van de raad niet van meer van toepassing zou zijn.

Benieuwd is zij ook hoe het getal van 5 ten aanzien van de participatie tot stand is gekomen. Beweerd wordt namelijk dat het getal van 50 is gekozen om de snelheid erin te houden, maar als er vanaf 5 wel geparticipeerd moet worden, vraagt zij zich af of dat doel wel bereikt zal worden. Overigens vindt zij die participatie wel wenselijk, omdat je dan gewoon een buurt of een straat mee kunt krijgen met een project, ze is alleen benieuwd waar de getallen vandaan komen. De heer VAN LOEF toont zich namens de VVD ingenomen met het voorliggende voorstel dat naar hij begrijpt in de kern is bedoeld om de procedurele lasten te verlichten en de besluitvorming te versnellen, door de grens waarbij de gemeenteraad om advies moet worden gevraagd te verhogen. Dat levert overigens wel een discussiepunt op. Wat dat betreft is hij het met D66 eens dat 1 erg weinig is, maar 50 daarentegen weer erg veel. De VVD denkt aan iets tussen 2 en 10, maar ook hij wil heel graag van de wethouder horen hoe de raad nog in positie is en hoe de kwaliteit gewaarborgd kan worden. De heer MOLENGRAAF deelt mede dat Leefbaar Capelle voorstander is van het verhogen van de huidige grens. Afstappen van het getal 1 lijkt een goede keuze om de snelheid erin te krijgen. De gemeente staat voor een enorme opgave en kan het zich eenvoudig niet veroorloven om over iedere postzegel in gesprek te gaan.

De VVD sprak zojuist over iets tussen 2 en 10. Leefbaar Capelle wil daar iets boven gaan zitten en stelt minimaal 10 voor. De heer HEERENS geeft te kennen dat ook de ChristenUnie moeite heeft met het getal 50. Hij is benieuwd of de wethouder zicht heeft op de keuze die omliggende gemeenten hierin hebben gemaakt. Als dat niet bekend is, is het zijns inziens zeker de moeite van het uitzoeken waard. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA begrijpt de bedoeling van het voorstel: Capelle heeft een grote woningbouwopgave en wil het tempo erin houden. Het getal van 50 schuurt echter wel. Verschillende partijen hebben al iets gezegd over het aantal en zij schat in dat de PvdA wat dat betreft dichterbij Leefbaar Capelle zit dan bij de fracties die daarvoor het woord hebben gevoerd. Ook zij is benieuwd naar de uitleg waarom het 50 is geworden. Zulke aantallen kunnen een grote impact hebben op leefbaarheid, verkeer en groen in een buurt. Blij is de fractie met de participatie die is beschreven. Daarbij benadrukt zij dat die participatie serieus zal moeten worden genomen, iets wat in de afgelopen tijd in Capelle minder goed is gebeurd, en dat de raad periodiek zal moeten worden geïnformeerd over de plannen die onder deze nieuwe grens vallen. Mevrouw DEN ENGELSMAN deelt mede dat zij namens het CDA de heer Van Buren vervangt, die in het buitenland verkeert.

Allereerst vraagt zij aandacht voor punt 3, betreffende de activiteiten die niet binnen de doelen passen, waarbij de beleidsregel van de uitgebreide procedure is vervallen. Hoe zwaar telt dan een advies van de gemeenteraad? Een vraag is bij de fractie ook gerezen over zaken die zijn weggevallen en waarvan nu alleen in de vijfde regel wordt gesproken over het realiseren van midden- en hoogspanningsstations. Vallen de antennes en zo die zijn weggevallen onder de infrastructurele werken? De zesde regel gaat over de nieuwbouw daarbij. Het argument van versnelling van de woningbouw is wel heel makkelijk als je ingrepen gaat doen zonder dat die langs de gemeenteraad komen en die een

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

3

enorme impact hebben op de bebouwde omgeving. Er zijn niet veel plekken meer in Capelle waar heel grote gaten liggen waar ruim gebouwd kan worden. Het zal altijd raken aan de bestaande omgeving. Bij een eengezinswoning van zes meter breed zou in het geval van een rijtjeswoning een straat aangelegd kunnen worden van 300 m lang, of een woontoren van 12 m hoog, dus het kan een vrij grote impact hebben. Sowieso wil het CDA minder, maar er is nog niet echt overlegd over hoeveel minder. Ten slotte vraagt ze aandacht voor de zevende regel: de beschermde dorpsgezichten en de ’sGravenweg. Nu wordt aangegeven dat alleen nog maar bij een nieuw gebouw sprake is van nieuwbouw. Het CDA vond de oude regel beter, want de ‘s -Gravenweg verandert nu wel enorm, waarbij het de vraag is of de bescherming van de historische as nog wel gewaarborgd kan worden met het laten vervallen van bestaande bebouwing. De heer OUDSHOORN verzekert dat ook de SGP blij is dat de eerder bestaande omissie wordt opgelost, want het is nooit goed omissies in de regelgeving te hebben. Onderdeel van de argumentatie voor het effectiever behandelen van kleinschalige initiatieven is dat minder gevallen voor advies aan de raad worden voorgelegd. Zijn vraag is dan welke voorbeelden in de achterliggende periode hiertoe aanleiding hebben gegeven.

Een andere vraag, zonet ook al genoemd, is of er zomaar ergens een straat bijgebouwd kan worden. Moet een bestemmingsplanwijziging niet altijd aan de raad worden voorgelegd? Ook de participatie is bij een aantal dingen genoemd. Al bij het aanvragen van een gewone omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld het bijbouwen van een overkapping moet al geparticipeerd worden. Hoe verhoudt die participatie zich dan tot de participatie op de kruisjeslijst? Over het getal zelf wil de SGP zich in tweede termijn nog beraden, naar aanleiding van de reactie ter zake van de wethouder. Een vraag rest de fractie nog over een antenne-installatie hoger dan 40 m, waarvan mevrouw Den Engelsman zich zojuist al afvroeg of die verplaatst is naar de infrastructurele werken. Waarom is dit gewijzigd? Uit het verleden herinnert hij zich dat het plaatsen van antennes tot behoorlijk wat onrust leidde in de omgeving. Waarom verdwijnt een antenne die hoger is dan 40 m nu ineens van de lijst? De VOORZITTER geeft hierna het woord aan de heer Van der Heide, die hij welkom heet als nieuwe fractie in de raad. De heer VAN DER HEIDE zegt de voorzitter daarvoor dank. De ambitie om 10.000 woningen te bouwen is naar zijn mening heel hoog.

Het bouwen van 5000 woningen in Rivium betekent dat er nog 5000 bijgebouwd moeten worden in bestaand gebied, en je merkt dat dan dingen gaan wringen: de bestaande leefomgeving komt onder druk te staan en mensen gaan impact voelen. Het opschroeven van het aantal lijkt hem in het kader van efficiency wel een goeie, maar hij vraagt zich wel af of men nu met getallen moet gaan gooien, of dat meer gekeken moet worden naar de impact die dit heeft op de leefomgeving van mensen. Hij is het wel eens met wat mevrouw Den Engelsman zei over het straatje erbij. Het klinkt als een herkenbare oplossing vanuit de Tweede Kamer: als iedereen een straatje erbij bouwt, is de woningcrisis geslecht. Volgens hem gaat dat in Capelle echter niet meer lukken. Men zit hier al redelijk aan de tax in het bebouwde gedeelte en elke woning erbij levert gewoon meer druk op straat op. De wethouder legt hij de vraag voor hoe deze impact gemeten zal worden. Hoe kan erachter worden gekomen waarom mensen hierover graag zouden willen participeren en hoe kan de raad erin meedenken? Wethouder SCHAATSBERGEN gaat eerst in op de vragen die zijn gesteld over andere zaken dan de getallen. Mevrouw Den Engelsman informeerde onder meer naar activiteiten die niet zouden passen. Dat betreft een categorie in de kruisjeslijst die is aangepast en anders omschreven. Daaraan is het adviesrecht toegekend.

Dus op het moment dat gekeken wordt naar activiteiten die niet passen, en dan even de rest van het zinnetje dat daar in de categorie staat, is het automatisch adviesrecht van de raad en dat advies is bindend. Daar valt niet over te marchanderen, want dat is altijd al zo geweest. Vragen zijn ook gesteld over de antennes. Of die wel of niet onder de infrastructurele bouwwerken vallen, is hem op dit moment niet bekend. Hij zegt toe dit later voor de commissie te zullen laten verduidelijken. Het voorliggende stuk is ook in de evaluatie van de Omgevingswet in de werkgroep aan de orde gekomen en daarin is uitgelegd dat een stuk versnelling in een stuk efficiency toch wel wenselijk is. Daarbij is ook gekeken naar de hoeveelheid woningen en gebouwen waarvoor het adviesrecht van de

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

4

raad geldt en wat daarmee gebeurt in vergelijkbare gemeenten. Van de vergelijkbare New Towngemeenten heeft Zoetermeer een aantal van 25 en Purmerend een aantal van 40. Nieuwegein heeft het adviesrecht op deze manier niet opgenomen, maar wel op andere functies ingevuld. Nissewaard houdt het op 20 woningen of meer binnen de bebouwde kom, Vlaardingen alleen als het buiten de bebouwde kom ligt en voor de rest geen adviesrecht binnen de bebouwde kom. Van de directe buren heeft Krimpen het op 5 gesteld en Zuidplas op 2. Er zijn ook gemeentes die richting 100 en zelfs richting 250 gaan. Gebaseerd op wat uit vergelijkbare gemeentes is opgedaan, heeft het college gemeend een getal van 50 te moeten neerzetten. Dat getal is overigens niet in steen gegoten. Het gaat tenslotte om het adviesrecht van de raad en de raad zal altijd over situaties geïnformeerd blijven worden, onder meer door de woningmonitor en andere zaken. Wel acht het college het gewenst een zekere mate van versnelling aan te brengen in onder meer de besluitvormingsprocessen. Mevrouw FEUTH merkt op dat in de werkgroep Omgevingswet weliswaar is gesproken over het wegwerken van de omissie, maar niet over aantallen.

Wethouder SCHAATSBERGEN bevestigt dat in de werkgroep niet over aantallen is gesproken, maar voegt eraan toe dat dat wel degelijk is gebeurd met betrekking tot de wenselijkheid van het aanbrengen van enige versnelling in de besluitvorming. Op basis daarvan is nagegaan bij welke hoeveelheid woningen en bouwwerken de kruisjeslijst zou moeten worden aangepast. Daarbij is het college op 50 uitgekomen, maar zoals hij aan het begin al zei, is hij er niet van uitgegaan dat de commissie daarmee zonder slag of stoot akkoord zou gaan. Als de raad een ander idee heeft over de mate van versnelling die bij een bepaalde hoeveelheid tot een werkbare oplossing kan leiden, hoort hij dat graag. De heer VAN DER HEIDE vraagt of de wethouder ook kan zeggen wat er met betrekking tot de participatie zal gebeuren tot een aantal van 5 woningen. Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat vanaf 5 woningen de verplichting wordt opgelegd om een volledig participatietraject te lopen. Uiteraard is het de bedoeling de inwoners te stimuleren om iets vaker over hun eigen grenzen heen te kijken en ook al bij de dakkapel die de heer Oudshoorn noemde even bij de buren te gaan kijken, maar zeker op het moment dat er bouwwerken in het geding zijn die echt gebouwd gaan worden.

De projecten komen in eerste instantie ook gewoon op de intaketafel en een van de opmerkingen die bij die intaketafel al gemaakt wordt is: houdt er rekening mee dat er ook nog belanghebbenden zijn in de nabijheid en hoe wilt u die erbij betrekken? Pas vanaf 5 woningen wordt de verplichting van een participatieplan opgelegd. Mevrouw FEUTH brengt daartegen in dat ook voor projecten onder de grens van 5 gewoon een vergunning moet worden aangevraagd. Het is toch niet zo dat daaronder zomaar alles mag worden gedaan? Wethouder SCHAATSBERGEN bevestigt dat. Als de aanvrage past binnen alle beleidsomgevingsplannen, beleidskaders en dat soort zaken, is het college het aangewezen rechtsorgaan om de vergunning te verlenen binnen de daartoe gestelde termijnen. De heer OUDSHOORN merkt op dat bij elke omgevingsvergunningaanvrage een participatieverslag moet worden ingediend. Als de wethouder nu zegt dat pas vanaf 5 woningen serieus geparticipeerd moet worden, wordt de suggestie gewekt dat dat bij alle andere vergunningaanvragen niet serieus hoeft te gebeuren, terwijl dat wel een eis is. Wethouder SCHAATSBERGEN repliceert dat bij elk project participatie gestimuleerd wordt. In de kruisjeslijst wordt de verplichting daartoe neergelegd vanaf een aantal van 5 bouwwerken.

Als de raad vindt dat dat al vanaf één bouwwerk het geval moet zijn, verneemt hij dat graag, zodat daarmee rekening kan worden gehouden. De heer Oudshoorn gaat er kennelijk vanuit dat er altijd geparticipeerd moet worden, maar dat is niet het geval. Als de aanvrager van een vergunning aangeeft niet te gaan participeren, is dat ook een vorm van participeren die als zodanig wordt vastgelegd in een participatieverslag. Daarom wordt nu het voorstel gedaan om in ieder geval in de kruisjeslijst de grens te stellen op 5, waarbij het in het beleid van de gemeente gewoon verplicht wordt. De heer Van Loef heeft erop aangedrongen om voor wat betreft de hoeveelheden ook te kijken naar snelheid versus kwaliteit. Kwaliteit blijft natuurlijk altijd het uitgangspunt. Waar mevrouw Den

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

5

Engelsman een opmerking maakte over de ‘s-Gravenweg, stelt hij vast dat de ’s-Gravenweg een van de bijzondere regio’s is in de gemeente. Met alle beschermde stadsgezichten in de gemeente is dat eigenlijk het geval en daar zal altijd naar gekeken worden. Hij hoopt dat de raad erop vertrouwt dat het college in de kwetsbare gebieden, maar zeker ook in de bijzondere en monumentale gebieden gedegen zal nagaan hoe zoiets past in de omgeving. Het is zeker niet de bedoeling dat iedereen maar een eigen straatje gaat bouwen en dat daarmee de woningcrisis zou zijn opgelost. Capelle is slechts 15 km² groot en die oppervlakte is in principe vol. Behoudens de grote projecten waarvoor richting is aangegeven in de nadere verkenning voor gebiedspaspoorten, zal men altijd te maken krijgen met inbreilocaties, of opbouw, of verbouw, of sloop / nieuwbouw en dat soort zaken, en dat vraagt de nodige zorgvuldigheid. Het vraagt ook kwaliteit, maar daarin toch ook een stuk versnelling om, met alle respect, niet voor één of twee of drie woningen een aantal maanden vertraging op te lopen omdat men de raad nog moet laten adviseren. Hij bedoelt het niet zoals het nu uitgesproken wordt, maar dat is wel een beetje het idee waar men mee zit. Het getal van 50 is daarin heel arbitrair. Als de raad in gezamenlijkheid op de helft uitkomt, is dat diens goed recht.

De VOORZITTER verzoekt de wethouder nog in te gaan op de vragen van de SGP of de paar voorbeelden die deze noemde geleid hebben tot deze wijziging en of een bestemmingsplanwijziging niet altijd aan de raad moet worden voorgelegd Wethouder SCHAATSBERGEN antwoordt dat niet zozeer een aantal voorbeelden tot deze wijziging hebben geleid. Er zijn wel een aantal recente voorbeelden denkbaar die hierin meegespeeld hebben, zoals bijvoorbeeld de Bermhof en het Goudenregenhofje, al heeft dat helaas een andere wending gekregen. Hij zou zich kunnen voorstellen dat de raad zich in dit soort projecten graag nader zou willen verdiepen, maar dat hoort hij dan graag. Bestemmingsplanwijzigingen, zo wordt hem ambtelijk ingefluisterd, hoeven niet per definitie altijd via de raad te lopen. Wat daarbij de onderliggende gedachte is, zal hij nader technisch laten verduidelijken. Desgevraagd zegt hij toe dat daarin ook de vraag over de antennes zal worden betrokken. Tweede termijn Mevrouw FEUTH zegt dank voor de beantwoording, met name ook ten aanzien van de grote wisseling in getallen bij de omliggende gemeenten. Bij het nadenken hierover popt steeds het getal 12 op, omdat vanaf 12 woningen 30% sociaal moet worden toegevoegd en dat is een grens waarbij het haars inziens niet alleen aan het college kan worden overgelaten om daarop uitzonderingen toe te staan.

Het getal 12 lijkt haar een mooi gemiddelde van alles wat zij om zich heen gehoord heeft om als minimumgrens te hanteren, samen met het aantal van 5 voor participatie, al is zij wel van mening dat wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en iemand vier woningen wil bouwen zonder zijn buren in te lichten, degenen die de aanvrage moeten beoordelen daar wel iets van mogen vinden. Het mag dus geen vrijbrief worden voor het opnemen van een melding in het participatieverslag dat er niet geparticipeerd zal worden. De heer VAN LOEF deelt mede dat hij vanuit de fractie het getal 5 heeft meegekregen, wat vooral vastzit op de kwaliteit van de leefomgeving, die de VVD hoog in het vaandel heeft staan. De heer MOLENGRAAF herinnert eraan dat zijnerzijds in eerste termijn een getal van minimaal 10 werd voorgesteld. Na de zojuist gegeven toelichting van mevrouw Feuth komt het hem voor dat het getal 12 een mooi uitgangspunt zou zijn om aan de wethouder mee te geven. De heer HEERENS geeft te kennen dat zijn gedachten uitgingen naar 5 à 10, maar na de door mevrouw Feuth gegeven onderbouwing kan hij zich wel vinden in het getal 12, al is dat wat hem betreft wel het maximum. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA sluit zich eveneens aan bij het voorstel van mevrouw Feuth.

Mevrouw DEN ENGELSMAN geeft net als de VVD vooralsnog de voorkeur aan het getal 5, omdat het in de bebouwde omgeving een grote impact kan hebben. Wat over het getal 12 is uiteengezet en het daarmee verband houdende percentage van 30% sociale huur zal zij overigens wel in de fractie aan de orde stellen.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

6

De heer OUDSHOORN vraagt zich af waarom de grens voor participatie bij 5 wordt gelegd, terwijl tegelijkertijd door bijvoorbeeld mevrouw Feuth wordt betoogd dat het niet zo kan zijn dat bij vier woningen geen participatie plaatsvindt. De grens kan daarom beter bij 1 woning worden gelegd, want als bij 1 woning niet geparticipeerd wordt en de buren vervolgens herrie gaan schoppen, ontstaat er sowieso vertraging, terwijl het doel juist was vertraging te voorkomen. Waar de grens voor het adviesrecht van de raad wordt gelegd, 5 of 12, is hem om het even. Veel belangrijker is dat de participatie geborgd is. De wethouder heeft inmiddels toegezegd twee technische vragen van de SGP later te zullen beantwoorden. Die antwoorden zullen voor de fractie beslissend zijn voor het bepalen van haar standpunt ter zake. De heer VAN DER HEIDE onderschrijft wat de heer Oudshoorn over participatie heeft opgemerkt. Anderzijds is hij het met de VVD eens over het aantal van 5. Het is vooral van belang een goede impactmeting te blijven uitvoeren, om te weten wat er in de buurt leeft voordat er ineens iets verschijnt wat veel vragen en onrust kan oproepen. Wethouder SCHAATSBERGEN concludeert dat in tweede termijn twee getallen voorbij zijn gekomen, 12 en 5. Wat de participatie betreft hebben in ieder geval twee partijen zich stellig uitgesproken voor het getal 1.

Ook over het getal 12 blijken de meningen nog enigszins uiteen te lopen, maar 50 zal het in ieder geval niet worden, dat kan nu wel worden vastgesteld. Hij hoopt dat men in de raadsvergadering in alle wijsheid met elkaar tot consensus zal kunnen komen, waarbij hij zelf voorvoelt dat het óf 5 óf 12 zal worden. Mogelijkerwijs kan dit voor de heer Oudshoorn en / of de heer Van der Heide nog reden zijn om ook de hoeveelheid voor wat betreft participatie daarin in mee te nemen. Kwaliteit van de leefomgeving zal altijd een belangrijk uitgangspunt blijven in Capelle aan den IJssel. Qua oppervlakte is Capelle een relatief kleine gemeente en bovendien een van de dichtstbevolkte gemeenten in Nederland, wat de nodige zorgvuldigheid en aandacht vergt om de kwaliteit te kunnen blijven waarborgen binnen de uitdagingen waarvoor iedereen zich gesteld ziet. De VOORZITTER sluit de beraadslagingen en concludeert dat het voorstel als bespreekpunt voor de raad zal moeten worden geagendeerd. 6. Technische wijziging Verordening Toegang tot de Woningmarkt Capelle aan den IJssel 2026 De VOORZITTER memoreert dat de vorige keer al een besluit was genomen over deze verordening, maar dat toen was vergeten de bijlage bij het voorstel te voegen. Die omissie wordt nu hersteld door de raad nogmaals hetzelfde besluit te laten nemen, dit keer in combinatie met de bijlage.

Hij stelt vast dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan worden geleid. 7. Kaders Gemeentelijke energievisie en Warmteprogramma Wethouder GEISSLER licht toe dat vanavond de leidende principes voorliggen voor de later dit jaar volgende Gemeentelijke energievisie en het Warmteprogramma. Voorts is een notitie meegestuurd over de regionale samenwerking, onder andere betrekking hebbend op de WCW en het feit dat straks sprake moet zijn van een publiek belang als het gaat om energiesystemen/warmtenetten. Het staat de commissie vrij om ook daarover wat input mee te geven aan het college. Mevrouw DEN ENGELSMAN stelt vast dat de bijlagen bij het voorstel nog niet financieel zijn vertaald in het hoofddocument en hoopt dat dat straks wel het geval zal zijn in de plannen die dan worden voorgelegd. Het CDA kan zich in algemene zin wel vinden in de kaders die nu zijn voorgelegd, maar wil nog een aantal belangrijke aandachtspunten meegeven. Betaalbaarheid van energie en warmtetransitie is als principe van belang, maar dient wel op een manier vorm te krijgen die niet leidt tot een soort subsidiëring van maandelijkse energielasten van bewoners. De inzet van de gemeente moet gericht zijn op keuzes voor systemen en investeringsfasen bij de aanleg van dergelijke systemen.

Bij de temperatuur wordt gewag gemaakt van een aantal dingen die gebruikt kunnen worden: industriële warmte, aquathermische en geo-warmtebronnen. In het kaartmateriaal dat daaruit wordt ontwikkeld wordt onderscheid gemaakt tussen de gebieden waarin straks hoge-temperatuurwarmtenetten moeten komen en / of waar misschien met de nodige

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

7

investeringen vooraf voor isolatie of vernieuwing van woningen volstaan kan worden met een middenof lagetemperatuurnet. Komt dat daaruit dan ook naar voren? Over koeling heeft het CDA het al vaker gehad. In de kaderstelling lijkt dat een beetje te ontbreken. In de notitie staat wel dat het van belang is om over te gaan naar warmtenetten boven individuele warmtepompen vanwege het beslag op het elektriciteitsnet, maar de behoefte aan koelte zal alleen maar toenemen naar mate de klimaatverandering vordert, zeker ook in woningen die steeds beter geïsoleerd worden. Als warmtenetten zo ingericht zijn dat zij in de zomer ook woningen kunnen afkoelen, wordt ervoor gezorgd dat bewoners minder zullen overgaan tot de aanschaf van airco's. Kan de wethouder dit ook onderdeel maken van de kaderstelling en de uit te voeren analyses? Op pagina 5 staat dat Capellenaren altijd de mogelijkheid moeten hebben om zelf te kiezen voor een individuele warmteoplossing, zolang deze tenminste even duurzaam is als de collectieve of de gemeentelijk voorgestelde oplossing. Hoe wordt straks bepaald wat even duurzaam is als de gemeentelijk voorgestelde oplossingen? Kan dat ook nog ingekaderd worden? Het laatste punt betreft de ruimte, zowel bovengronds natuurlijk als zeker in de ondergrond.

In de conceptnotitie Reikwijdte en detailniveau wordt ingegaan op de op te stellen plan-MER, waarin ook de ruimtelijke consequenties worden meegenomen. De vraag is of het nadenken over de ruimtelijke consequenties alleen moet worden overgelaten aan het opstellen van een plan-MER, temeer omdat, zeg maar, de toevoegingen die worden gedaan vooral in de ondergrond plaatsvinden. Wat zijn de consequenties van wat bovengronds wordt gedaan voor de ondergrondse structuur? Denk daarbij aan de woningbouw die nog gerealiseerd moet worden, of de inrichting van de buitenruimte, waar vooral de groene ruimte afhankelijk van is. Het CDA overweegt met een voorstel te komen wat betreft de strategie op de ondergrond, via een soort notitie, of eventueel artikel 44-vragen. Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA merkt op dat de kaders voor een energievisie en warmteprogramma nog niet voorzien in een concreet plan per wijk, maar een richting aangeven die de gemeente kan kiezen voor de energietransitie. Voor de PvdA staat daarbij voorop dat de energietransitie eerlijk, betaalbaar en voor iedereen haalbaar moet zijn. Het college vraagt de raad in te stemmen met deze leidende principes, een afwegingskader dat later bepaalt welke oplossingen per buurt het meest passend zijn.

Positief is dat daarbij wordt uitgegaan van een aantal goede uitgangspunten: betaalbaarheid staat voorop, niet alleen voor de gemeente, maar ook voor de inwoners van Capelle, er is aandacht voor rechtvaardigheid en participatie, bewoners krijgen duidelijkheid en worden betrokken. Daarbij wil de PvdA het college nog het volgende meegeven. Betaalbaarheid moet straks concreet worden, vooral voor huurders en mensen met een laag inkomen. Voorkomen moet worden dat de kosten of risico's bij inwoners terechtkomen. De raad moet betrokken blijven bij belangrijke keuzes die uit deze kaders voortkomen. Het voorliggende besluit heeft nog geen directe financiële gevolgen. Die moeten nog berekend worden en daarbij zal de raad goed meegenomen moeten worden. Ten slotte een drietal vragen aan het college. Hoe wordt de betaalbaarheid per huishouden straks echt geborgd? Hoe worden huurders beschermd bij collectieve warmteoplossingen? Hoe blijft de raad betrokken bij de vervolgbesluiten? De heer HEERENS moet zeggen dat het voorliggende onderwerp niet tot zijn expertises behoort; daar is hij wel achter gekomen toen hij het voorliggende stuk doornam, wat hij overigens met veel interesse heeft gedaan. De problematiek zal de komende tijd een steeds grotere rol gaan spelen en het is dan ook zeker de moeite waard om zich daarin verder te verdiepen.

De leidende principes die nu zijn voorgelegd klinken heel logisch en hetzelfde geldt voor het afwegingskader. Volgens hem is ergens genoemd dat in een latere fase gescoord zal worden; dat is heel interessant en hij neemt aan dat de raad daarvan goed op de hoogte zal worden gehouden. Hetzelfde geldt voor de keuze die in een later stadium zal worden gemaakt voor de verschillende buurten. Wat zijn de alternatieven, wat zijn de mogelijkheden en waarom valt de keuze waarop? Ook dat is wat volgens hem uitgebreid aan bod zal moeten komen. De betaalbaarheid is ook iets waarin de ChristenUnie zeer geïnteresseerd is. De fractie zal een en ander met interesse blijven volgen. De heer MOLENGRAAF begint namens Leefbaar Capelle met een positief bericht: de fractie steunt de ambitie om te gaan verduurzamen, de focus op energiebesparing en het principe dat minimaal 50% van de nieuwe grootschalige opwekking en opslag in lokaal eigendom komt. Zij wil dat de Capellenaar

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

8

daarvan meeprofiteert. Er is echter één onderwerp waarbij Leefbaar Capelle echt een streep in het zand trekt en dat betreft de woonlastenneutraliteit. In het stuk staat dat de gemeente van die term af wil en dat daarmee het rijk wordt gevolgd. Voor Leefbaar Capelle is dat echter een no go. Woonlastenneutraliteit is toetsbaar: betaalt persoon A evenveel voor als na? Betaalbaarheid is een stuk vager. Ook in de nieuwe wetgeving is dat niet gedefinieerd. Wanneer is iets betaalbaar, en is dat betaalbaar voor hem, of voor de wethouder? De fractie is echt bang dat inwoners met een kleinere portemonnee hierdoor geraakt zullen worden. In het coalitieakkoord is heel duidelijk opgenomen dat woonlastenneutraliteit uitgangspunt is. Het verbaast Leefbaar Capelle dan ook dat hiervan wordt afgestapt. Ter zake zijn bij de fractie een aantal vragen gerezen. Allereerst de definitie: wanneer is iets betaalbaar? Ten tweede: de keuzevrijheid. Gesteld wordt dat bewoners mogen kiezen voor een individuele oplossing, mits deze ten minste even duurzaam is. Hoe wordt dat getoetst en wie draagt de kosten voor die toetsing? De laatste vraag betreft de financiële risico’s. Volgens het stuk zouden er geen directe financiële consequenties zijn. Tegelijk wordt deelname aan een publiek warmtebedrijf onderzocht, wat natuurlijk investeringen zal vergen.

Bestaat daar al een beeld van en, zo niet, wanneer zal dat wel het geval zijn? Samenvattend. Verduurzaming is goed, maar moet wel behapbaar blijven. De verschuiving van een harde garantie op gelijkblijvende woonlasten naar een vage belofte van betaalbaarheid is voor Leefbaar Capelle een no go. Mocht op een later moment een stuk verschijnen waarin woonlastenneutraliteit niet voorkomt, dan zal daarmee dan ook niet worden ingestemd. Mevrouw VAN DER VORM merkt op dat dat de energietransitie volop in ontwikkeling is en dat die ontwikkeling soms harder gaat dan de wetgeving. Goed voorbeeld daarvan is dat de wetgeving nog onvoldoende voorziet in kaders voor het opslaan van energiesystemen, wat de nodige uitdagingen meebrengt voor gemeenten. Het mag echter geen reden zijn om een afwachtende houding aan te nemen. Daarom is de VVD blij dat nu wat kaders voorliggen die in ieder geval enige richting aangeven. In de leidende principes leest ze dat Capelle ten minste 50% van de opwek en opslag in lokale handen wil hebben. Als chemisch technoloog en vergunningverlener zware industrie denkt zij bij opwek en opslag van energie naast zonnepanelen en batterijen ook aan stookinstallaties, gasturbines, ammoniak- en waterstofopslag, elk met een eigen risico voor de externe veiligheid.

Hoe ziet de wethouder dat in Capelle? De warmtetransitie is een cruciaal onderdeel van de overgang naar een duurzame energievoorziening. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol voor het ontwikkelen van strategie en het uitvoeren van programma's die het gebruik van aardgas afbouwen. De VVD is blij dat er uitgangspunten zijn geformuleerd. Kaders geven richting aan de uitvoering en de wetgever heeft het uitgangspunt woonlastenneutraal laten varen. De VVD heeft daar begrip voor. De gemeente staat voor een uitdaging in deze transitie en moet dan geen beloften doen die niet kunnen worden waargemaakt. De gebouwde oplossingen moeten betaalbaar zijn voor iedereen en toekomstbestendig. Het mag echter geen ruimte bieden voor een nieuwe inkomensafhankelijke regeling en voorziening, want daarvan zijn er al genoeg en met te veel loketten wordt het onoverzichtelijk. Kan de wethouder toezeggen dat deze leidende principes voor het warmteprogramma niet gebruikt zullen worden voor het invoeren van nieuwe inkomensafhankelijke regelingen? De betaalbaarheid moet evenwichtig verdeeld worden over alle belanghebbende partijen. Tot slot. Onlangs heeft de DCMR op de website enkele feiten en misvattingen gepubliceerd over de warmtetransitie. Zij raadt iedereen aan daarvan kennis te nemen.

Voor haar persoonlijk was het bijvoorbeeld een eye opener dat de kostenverdeling bij het beperken van de warmtekosten duur kan uitpakken voor de kleinste consument. De gemeente zou daarin een rol kunnen spelen om de transitie betaalbaar te houden. De heer MOLENGRAAF verbaast zich erover dat de VVD de keuze maakt om af te stappen van woonlastenneutraliteit. In het verkiezingsprogramma van de VVD stond namelijk duidelijk dat, als woningen van het gas af moeten, dat woonlastenneutraal zal moeten geschieden. Wat is er bij de VVD veranderd dat dit vóór de verkiezingen wel zo was en nu niet meer? Mevrouw VAN DER VORM repliceert dat zij er toen niet bij was en hier nog maar anderhalf jaar fungeert. Zij houdt het maar op voortschrijdend inzicht. Er zijn huizen in Capelle die in zeer slechte staat verkeren en eerst behoorlijk geïsoleerd zullen moeten worden. Daarvoor kan geen woonlastenneutraliteit worden beloofd.

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

9

De heer HOOIJKAAS verzekert dat D66 de warmtetransitie steunt, maar voegt eraan toe dat men juist daarom realistisch moet zijn over wat haalbaar en uitvoerbaar is. Allereerst de betaalbaarheid. In de stukken staat dat alternatieven voor aardgas betaalbaar moeten zijn en dat iedereen mee moet kunnen doen. Dat is een belangrijk uitgangspunt, maar woonlastenneutraliteit blijkt in de praktijk steeds minder haalbaar. Daar wordt landelijk van afgestapt. Bovendien betekent betaalbaarheid voor iedereen iets anders. Het verschilt per woning en per inkomen. Het is niet realistisch het te doen voorkomen alsof iedereen volledig kostenneutraal kan overstappen. De gemeente heeft bovendien nauwelijks invloed op de tarieven. Dan de uitvoerbaarheid van collectieve oplossingen. Warmtenetten werken alleen als vrijwel iedereen meedoet. Als 20% of 30% afhaakt, valt de businesscase weg. Dat raakt niet alleen koopwoningen, maar ook VvE’s en woningcorporaties. Als VvE’s afhaken verdwijnt juiste de betaalbaarheid voor huurders. Wat niet uitvoerbaar is, is ook niet rechtvaardig. Daarbij is het belangrijk om juridische kaders helder te hebben. Wijken of buurten kunnen worden verplicht van het aardgas te gaan, maar bewoners kunnen niet worden gedwongen zich aan te sluiten op een warmtenet.

Juist die combinatie maakt een hoge deelname noodzakelijk, terwijl ruimte voor individuele keuzes de businesscase onder druk zet. Daarom moeten keuzes per wijk of buurt veel scherper worden gemaakt. Niet elke wijk is geschikt voor een warmtenet. Sommige buurten vragen om collectieve oplossingen, andere om individuele oplossingen. Netcongestie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Full electric oplossingen zijn vaak kwetsbaar, hybride systemen zijn in veel gevallen veel realistischer. Dat vraagt om maatwerk en om te durven benoemen waar iets simpelweg geen reële optie is. Tot slot de regionale context en governance. Nieuwe warmtenetten zullen in regionaal verband moeten worden georganiseerd via publieke warmtebedrijven. Dat kan via deelname in HVC of via een nieuw publiek warmtebedrijf met partners als NetVerder en EBN. Daarom is eerlijkheid vereist. Publieke warmtebedrijven zijn in de beginfase niet rendabel en zullen geld kosten. Dat is een bewuste politieke keuze, geen marktbelofte. Tegelijkertijd is ook de beschikbaarheid van warmte uit de havens onzeker naarmate die verder verduurzaamt. D66 vraagt het college daarom bij de vervolgstappen expliciet te zijn over wat betaalbaarheid in de praktijk betekent, over de noodzaak van bredere deelname per wijk of buurt, over netcongestie en technische beperkingen en over regionale risico's en financiële consequenties.

Eerst helder duiden en dan keuzes maken. Alleen zo wordt de warmtetransitie uitvoerbaar, betaalbaar en eerlijk. De heer VAN DER HEIDE zegt zich vooral te hebben geconcentreerd op de leidende principes. Bij het eerste – het energiesysteem werkt voor de Capellenaar – gingen al meteen zijn haren overeind staan. Als hij tegenwoordig door de wijk Schollevaar rijdt en hij ziet overal wolkjes stoom uit de straat komen, dan weet hij dat het warmtenet weer eens lekt. In bijlage 4 leest hij dat een publiek warmtebedrijf zal worden gestart, waarbij de gemeente naar hij aanneemt dit soort installaties zal overnemen, of zelf zal gaan exploiteren. Volgens hem zal dat best impactvol kunnen zijn en zal goed nagedacht moeten worden over de betaalbaarheid ervan. De gemeente heeft Enecogelden gekregen en het kan wat hem betreft niet de bedoeling zijn dat die straks weer zes keer worden uitgegeven. Ook de woonlastenneutraliteit wil hij even aanstippen. Het lijkt hem verstandig eerst goed in te zetten op de verduurzaming van woningen en dan te kijken wat onderaan de streep overblijft, want volgens hem is daar de meeste winst te behalen. Het is goed ook even stil te staan bij de capaciteit van de afdeling. Aangegeven wordt dat, als in wijken parallel aan elkaar een traject gaat lopen, de capaciteit van het ambtenarenapparaat uitgebreid zal moeten worden.

In het kader van de bezuinigingen lijkt het hem slim dat goed te blijven monitoren en zoveel mogelijk gewoon te blijven doen met de bestaande mensen. Met mevrouw Van der Vorm is hij het ten slotte eens dat geen ambities mogen worden geformuleerd die uiteindelijk niet waargemaakt kunnen worden. De heer OUDSHOORN spreekt waardering uit voor de leidende principes die zijn voorgelegd. Waar het betreft het verdwijnen van de term ‘woonlastenneutraliteit’ is hij het met Leefbaar Capelle eens dat het belangrijk is een goede definitie te hanteren voor wat bedoeld wordt met betaalbaarheid. Ook in de afgelopen jaren waarin de term ‘woonlastenneutraliteit’ nog opgeld deed ontstond al discussie over de vraag wat dat nou betekende en wat bijvoorbeeld het nulpunt was voor de meting van woonlastenneutraliteit. Dat is best ingewikkeld, want in de afgelopen vijftien jaar zijn de woningen steeds verder verduurzaamd, waardoor de energierekening van die huizen omlaag gaat, wat echter nauwelijks wordt opgemerkt omdat de prijzen van de energie omhoog gaan. Ook de SGP zou het liefst willen dat het

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

10

neutraal gaat, maar tegelijkertijd vraagt het realisme om een goede, gedegen definitie en die heeft hij tot nu toe nog niet gezien. Daar hoort zeker ook die nulpuntmeting bij en het doorrekenen van wat de energieprijzen doen ten opzichte van de verduurzamingsmaatregelen die al zijn toegepast. De verplichting om het warmtebedrijf in overheidshanden te krijgen wordt toegelicht en er worden twee keuzes neergelegd. De verwachting is dat bij de warmtenetvariant bij EBN en NetVerder meer lokaal maatwerk en zeggenschap mogelijk is dan bij de andere variant: aandeelhouder worden van HVC. Wat hij daarbij nog wel even onder de aandacht wil brengen is dat, is als een keuze gemaakt zou worden voor HVC, daarbij de voorwaarde geldt dat de afvalinzameling en -verwerking daarheen gaat, terwijl de gemeente net onderdeel en 1/3de eigenaar is van de huidige afvalinzamelaar en verwerker. Hoe kijkt het college daarnaar? Wethouder GEISSLER bevestigt mevrouw Den Engelsman dat de financiële vertaling van een en ander nog in het vervolg zal moeten worden meegenomen. Veel is op dit moment nog onduidelijk en de wetgeving is voor een deel nog in uitwerking. Ook ten aanzien van de regionale warmtebedrijven is nog onduidelijk wat dat precies gaat betekenen. In Den Haag wordt momenteel een kabinet geformeerd dat hierin hopelijk enige klaarheid kan brengen. Het wachten is dus op informatie daarover.

Betaalbaarheid was van belang, is van belang en blijft ook van belang. Het college is geen voorstander van maandelijkse subsidiëring van energiekosten. Als daarvoor al iets geregeld wordt, zal dat op rijksniveau moeten gebeuren. Daar is ook het item betaalbaarheid geadresseerd, omdat het draagvlak voor warmtenetten en andere oplossingen juist valt of staat met de betaalbaarheid ervan en of het wel of niet aantrekkelijk is om daarin over te stappen. Een opmerking is ook gemaakt over de hogetemperatuurnetten. De toekomst zal waarschijnlijk uitwijzen dat die zullen verdwijnen en ook niet nieuw zullen worden opgetuigd, maar dat een overgang zal plaatsvinden richting lage temperatuur voor woningen die echt goed geïsoleerd zijn en middentemperatuur voor woningen die wat minder goed geïsoleerd zijn en nog wel een isolatiestap zouden moeten maken. Het lijkt hem inderdaad goed ook koeling in het geheel te betrekken en hij zal dit idee dan ook meenemen naar het college. De vraag is gesteld hoe bepaald wordt wat even duurzaam is. Een van de afwegingscriteria daarbij is dat van CO2: in hoeverre dat gewogen zou moeten worden. Er is ook een uitspraak gedaan over biomassa, dus dat zal nog wat verder uitgekristalliseerd moeten worden. Het zijn elementen waarmee de gemeente zou kunnen toetsen wat straks even duurzaam is.

Voor een deel is dat al voorgesorteerd en voor een deel moet het nog verder worden uitgewerkt. De heer De Bruin verzoekt hij straks in te gaan op de vraag die is gesteld over de notitie Reikwijdte en detailniveau. Met mevrouw Monteiro da Veiga is hij het geheel eens dat voorkomen moet worden dat kosten en risico’s straks volledig op het bordje van de inwoners terechtkomen. Voor een groot deel is de gemeente daarbij afhankelijk van het rijk, die ook de betaalbaarheid opnieuw heeft herijkt. Eerder was dat woonlastenneutraliteit, nu is daar betaalbaarheid opgelegd en dat heeft onder andere te maken met het feit dat woonlastenneutraliteit heel lastig te meten en vast te stellen is, want wat is dan het momentum waarop je dat bepaalt? Is dat een moment waarop bijvoorbeeld de gasprijzen heel hoog zijn, dan is het al snel woonlastenneutraal. In de afgelopen jaren zijn er grote fluctuaties opgetreden in de gasprijzen, ook door geopolitieke situaties, en dat is iets waarmee rekening moet worden gehouden.

Anderzijds is uit de verkenningen die zijn uitgevoerd bij de ’s-Gravenweg gebleken dat de overstap bij een groot aantal woningen wel woonlastenneutraal mogelijk is, maar dat, als nog helemaal niet in een woning geïnvesteerd is en alle investeringen die qua isolatie genomen moeten worden daarin worden meegerekend, het zomaar kan zijn dat het voor een bepaalde woning niet woonlastenneutraal is. Aan het adres van de heer Molengraaf merkt hij op dat het uitgangspunt woonlastenneutraliteit weliswaar is omarmd in het coalitieakkoord en ook niet wordt losgelaten, maar dat het zeker niet in alle gevallen haalbaar is. Als ook het rijk dat aangeeft, is het dan niet beter aansluiting te zoeken bij het criterium van het rijk, waarbij wel geprobeerd wordt om het zoveel mogelijk woonlastenneutraal uit te voeren, zoals immers als uitgangspunt met elkaar is afgesproken? Mevrouw Monteiro da Veiga had een vraag over de bescherming van huurders. Voor een deel zit dat in de Warmtewet, die straks ook tarieven maximeert. Aan de andere kant zullen ook zeker de corporaties hun rol op zich nemen als het gaat om de bescherming van hun huurders. Ook zij leggen

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

11

een toets aan en willen eigenlijk alleen maar een initiatief omarmen als zij erop aan kunnen dat de betaalbaarheid goed geregeld is. De huurders zelf zullen daar op enig moment natuurlijk ook in betrokken worden, in ieder geval participatief. De betrokkenheid van de raad bij het vervolg wil het college graag vastleggen in het Warmteprogramma. De heer Heerens van de ChristenUnie vroeg hoe gecommuniceerd zal worden over de weging die aan de criteria wordt toegekend. Later dit jaar zal in het Warmteprogramma en de Capelse Energievisie nader worden ingegaan op de criteria en op de manier waarop die weging tot stand komt. De heer Molengraaf vroeg of nu al iets gezegd kan worden over investeringen in het warmtebedrijf. Het verschilt per variant die wordt onderzocht. Op dit moment wordt gesproken over de variant dat de gemeente zou kunnen toetreden tot HVC en daar bestaat al een iets duidelijker beeld van. Het zou betekenen dat Capelle de 62ste aandeelhouder wordt, maar dat heeft ook allerlei consequenties voor het afvalcontract en meerdere wethouders die hiermee belast zijn vragen zich af of het wel een handige combinatie is om daarvoor voorwaardelijk of op termijn een afvalcontract in te leveren. Een andere variant is samenwerken met EBN er NetVerder. Daarvan is ook al wel enigszins duidelijk wat dan gevraagd wordt aan kapitaal.

Vermoedelijk zal dat iets zijn tussen 25% en 30% van de totale inleg. Misschien zal er dan via een garantieregeling van het rijk nog een soort korting komen, zodat dat gedrukt kan worden. Dat zal zich in de komende periode nog verder moeten uitkristalliseren. Gisteren was hij op het ministerie met een aantal andere wethouders van de grote steden in gesprek over de warmtenetten die al bestaan op dit moment. De heer Van der Heide vroeg wat daarmee zal gebeuren. Het rijk kijkt daar nu ook nadrukkelijk naar: is het iets wat in een consortium moet worden ingebracht waarin het rijk deelneemt, eventueel private partijen, maar ook gemeenten, of is het iets wat het rijk eigenlijk eerst volledig nationaal zou willen overnemen en dan vervolgens in een consortium inbrengen? Dat heeft te maken met de versnelling die het wil aanbrengen, maar ook met het feit dat het wel verwacht dat de gemeenten op enig moment zullen toetreden tot zo'n consortium. De gesprekken daarover zijn gaande en afgewacht zal moeten worden wat daar uitkomt. De kosten voor de toetsing – een vraag van de heer Molengraaf – zullen door de gemeente worden gedragen. De heer Hooijkaas heeft erop aangedrongen het idee van een publiek warmtebedrijf verder uit te kristalliseren en daarop bij de raad terug te komen zodra de risico’s duidelijk zijn en bekend is wat een en ander betekent.

Als daarin wordt gestapt en zaken op gang moeten worden gebracht zal het in de beginjaren een investering vragen en zeker niet meteen dividend opleveren. Uiteindelijk zou dan misschien kunnen worden toegegroeid naar een soort Stedin-constructie waarbij ook dividend naar de gemeente toekomt. De heer DE BRUIN gaat in op de vraag die is gesteld over de ruimtelijke impact. Op dit moment neemt de infrastructuur van energie ook al veel ruimte in in de ondergrond. De ondergrond zit behoorlijk vol, de ruimte is beperkt en onderzocht word hoe zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik gecombineerd kan worden. Desgevraagd bevestigt hij dat de ondergrond van Capelle helemaal in beeld is. Momenteel wordt door een extern bureau onderzoek gedaan naar alle warmteopties in alle wijken. Mevrouw VAN DER VORM wijst erop dat de vraag over de 50% opslag en opwek in lokale handen nog niet is beantwoord. Wordt daarbij ook gedacht aan stookinstallaties, gasturbines, ammoniak- en waterstofopslag, elk met een eigen risico voor de externe veiligheid? Wethouder GEISSLER antwoordt dat het geënt zou kunnen zijn op zon en wind, zij het dat daarvoor in Capelle niet zo heel veel ruimte meer is. Wat een optie zou kunnen zijn om mee te nemen zijn de geothermiebronnen die in Capelle aangeboord zouden kunnen worden.

Het is wel handig dat de gemeente dan ook invloed heeft op wat daarmee gebeurt en dat daadwerkelijk een deel van Capelle wordt voorzien van distributie van warmte. Een andere vorm zou aquathermie kunnen zijn. De zaken die mevrouw Van der Vorm net noemde heeft de gemeente momenteel niet echt op het netvlies staan. Tweede termijn Mevrouw MONTEIRO DA VEIGA herhaalt haar vraag hoe de raad betrokken zal worden bij de vervolgbesluiten. De heer MOLENGRAAF benadrukt dat de woonlastenneutraliteit voor Leefbaar Capelle een belangrijk uitgangspunt blijft. De wethouder heeft weliswaar gezegd dat het ook voor het college een

Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer dinsdag 20 januari 2026

Pagina:

12

uitgangspunt blijft, maar dat is nu niet terug te vinden in de tekst. Hij dringt erop aan dat alsnog op papier te zetten, omdat hij vreest dat het anders voor altijd verdwenen zal zijn en dat kan in de ogen van Leefbaar Capelle absoluut niet de bedoeling zijn. Daarnaast blijft het ontbreken van een definitie voor het begrip betaalbaarheid voor de fractie een struikelblok. Hij begrijp dat het lastig is, net als de precieze definitie van woonlastenneutraliteit lastig kan zijn, maar het is nu te vaag en biedt Leefbaar Capelle te weinig houvast om hiermee akkoord in de toekomst akkoord te kunnen gaan. Wethouder GEISSLER antwoordt dat de betaalbaarheid in het vervolg verder zal worden uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Op dit moment vinden hierover gesprekken plaats met andere gemeenten, omdat het niet iets is wat alleen in Capelle kan worden toegepast. Wat de heer Molengraaf heeft meegegeven, zal zijnerzijds mee worden teruggenomen naar het college. De vraag van mevrouw Monteiro da Veiga over de betrokkenheid van de raad bij het vervolg had hij bij zijn weten al wel beantwoord. In de Transitievisie warmte was eerder vastgelegd dat bepaalde elementen expliciet aan de raad zullen worden voorgelegd als bijvoorbeeld op buurtniveau naar een en ander wordt gekeken.

Hij stelt voor dat straks ook in het Warmteprogramma op te nemen De VOORZITTER zegt dank voor de beantwoording en sluit de beraadslagingen. 8. Rondvraag De heer MOLENGRAAF vraagt of het nog mogelijk is een wijziging voor te stellen in de notulen van de vergadering van 3 december jl. De VOORZITTER verzoekt de heer Molengraaf zich daarvoor tot de griffie te wenden. 9. Sluiting De VOORZITTER sluit te 21.41 uur de vergadering, Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Stadsontwikkeling en -Beheer van 24 februari 2026, de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16582437/1