CConstaterende datCapelle aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

0.4 TK-brief juli 2025 Hervormingsagenda inkomensondersteuning

Overige evenementen 30 september 2025, gemeente Capelle aan den IJsselBij agendapunt: Gesprekswijzer15.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In situaties waarin zich wijzigingen voordoen in het land van voorrang, leidt dit tot ingewikkelde berekeningen en betalingen voor zowel de uitvoerders als de ouders. De hierboven genoemde knelpunten gelden voor Europees Nederland. Voor Caribisch Nederland ligt er een opgave om de bestaanszekerheid te vergroten voor kinderen in gezinnen in Caribisch Nederland die dit het hardst nodig hebben. Een integrale benadering van de kindregelingen De kinderbijslag en het kindgebonden budget, vormen samen het fundament voor de bestaanszekerheid voor kinderen. Verschillende andere regelingen voor gezinnen en kinderen dragen verder bij aan de bestaanszekerheid van deze groep. Het kabinet heeft de ambitie om ouders met minderjarige kinderen op een overzichtelijke manier financieel te ondersteunen. Zekerheid, voorspelbaarheid, begrijpelijkheid van rechten en toegankelijkheid van dienstverlening staat daarin voorop. Dit zorgt ervoor dat mensen minder financiële stress ervaren en makkelijker de stap naar (meer) werk kunnen zetten. Begin 2024 heeft het toenmalige kabinet de Kamer geïnformeerd over een mogelijke structurele oplossing voor eerdergenoemde knelpunten door te komen tot één vereenvoudigde regeling (kindgebonden budget en kinderbijslag) met één wettelijk kader21.

21

Kamerstukken II, 2023-2024, 36 410 XV, nr. 65 Pagina 23 van 38

De vormgeving van de financiële ondersteuning aan ouders hangt samen met de vormgeving van het belasting- en toeslagenstelsel. Het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag zijn immers onderdeel van het toeslagenstelsel waarvan de noodzaak tot een hervorming breed wordt gedragen. Voor de kinderopvangtoeslag wordt een geheel nieuw stelsel geïntroduceerd: directe, inkomensonafhankelijke financiering van de kinderopvangorganisaties. Eventuele hervorming van het kindgebonden budget dient in samenhang te worden bezien met de vormgeving van het belasting- en toeslagenstelsel. Het voorkomen van terugvorderingen, het aanpakken van knelpunten in de internationale uitvoering en vereenvoudiging van de kinderbijslag inclusief het proces van de dubbele kinderbijslagen, is iets waar we nu mee aan de slag kunnen gaan. Vanuit het perspectief van ouders en toegankelijke dienstverlening kan worden onderzocht of we op termijn de (financiële) ondersteuning van ouders en kinderen zoveel mogelijk op één centraal punt samen kunnen brengen, in bijvoorbeeld een “ouderkindportaal”. Met één centraal punt en een goede en zorgvuldige gegevensuitwisseling kan de overheid een beter beeld krijgen van kinderen die steun behoeven. Ook zou op deze wijze overzicht voor ouders en kinderen ontstaan, waarmee niet-gebruik van regelingen en voorzieningen kan worden bestreden.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Herziening financieringsstelsel kinderopvang Voor de kinderopvangtoeslag heeft het kabinet al richting bepaald. In 2029 wordt een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd die eenvoudiger en zekerder is voor ouders. In plaats van een inkomensafhankelijke toeslag komt er voor werkende ouders een inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang die rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties gaat. Dit betekent dat het inkomen niet meer bepaalt hoe hoog de tegemoetkoming is, waardoor (meer) werken voor minder onzekerheid zorgt. Als gevolg van de vereenvoudigingen en het verschuiven van de geldstroom van ouders naar kinderopvangorganisaties wordt er in de nieuwe financieringssystematiek niet meer teruggevorderd bij ouders. Naar verwachting is het wetsvoorstel in 2026 afgerond. In 2029 gaat de nieuwe financiering in. Inkomensondersteuning ouders Caribisch Nederland Voor Caribisch Nederland is onze ambitie om ouders gelijkwaardig aan ouders in Europees Nederland financieel te ondersteunen. De vormgeving kan verschillen, maar verschillen moeten uitlegbaar zijn (comply or explain). Zo kan de andere uitgangsituatie bij het huidige stelsel van inkomensondersteuning in Caribisch Nederland zorgen tot andere keuzes in de vormgeving. Om deze ambitie waar te maken, is meer nodig dan alleen vereenvoudiging.

Zo werken we samen met de Openbare Lichamen en betrokken ministeries aan het financieel toegankelijk maken van de kinderopvang in Caribisch Nederland voor alle ouders. Kinderopvangorganisaties kunnen sinds juli 2020 via de tijdelijke subsidieregeling financiering kinderopvang BES subsidie ontvangen voor het uitvoeren van kinderopvang. Ouders betalen een beperkte inkomensonafhankelijke eigen bijdrage, waardoor kinderopvang financieel toegankelijk wordt voor alle ouders, met name voor vrouwen en alleenstaande ouders. Met de aanstaande inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang BES wordt deze financiering structureel gemaakt. Voor Caribisch Nederland ligt er daarnaast een opgave om de bestaanszekerheid te vergroten voor ouders met lage inkomens via een inkomensafhankelijke kindregeling. De opgave is om die zo eenvoudig mogelijk vorm te geven. Het is van belang de lokale context en mogelijkheden hierbij mee te wegen. Pagina 24 van 38

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Een voorspelbaar inkomen, door het voorkomen en verminderen van negatieve effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen (spoor 6) Zoals eerder beschreven komt complexiteit voort uit het aantal regelingen, de vele voorwaarden in regelingen zelf en de samenhang ertussen. Hierdoor worden fouten gemaakt en komen definitief vastgestelde bedragen niet altijd overeen met eerder verstrekte voorschotten. Zo leidt het huidige stelsel tot veel terugvorderingen en nabetalingen. Dat mensen niet weten of uitgekeerde bedragen wel kloppen, is slecht voor het vertrouwen en kan een drempel vormen om (meer) te werken of een uitkering aan te vragen. Dit is onwenselijk. Het streven is een voorspelbaarder stelsel waarbij mensen meer zekerheid hebben dat uitgekeerde bedragen kloppen, en de baten van meer werken duidelijk zijn. We willen terugvorderingen het liefst voorkomen. Evenwel blijven terugvorderingen bij een onrechtmatige verstrekking van overheidsgelden van belang voor het maatschappelijk draagvlak voor de sociale zekerheid22. De zoektocht is hier naar balans tussen het maatschappelijk belang en het individueel belang van de uitkeringsgerechtigde met aandacht voor de menselijke maat. Herijking handhaving Speerpunt bij een betrouwbare sociale zekerheid is een meer passende handhaving waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden en met de mogelijke impact op mensen.

Vertrouwen is het uitgangspunt en een vergissing moet dus niet direct leiden tot een boete. Het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid biedt voldoende handhavingsinstrumenten en geeft de uitvoering meer ruimte om rekening te houden met de persoonlijke situatie van mensen. Zo krijgen UWV, SVB en gemeenten ruimte om mensen niet automatisch te straffen bij een foutje tijdens de aanvraag of gedurende de looptijd van een regeling, waarmee het vergisrecht een plek krijgt in het wettelijk stelsel van de sociale zekerheid. Preventie

22

Motivaction (2023). Het burgerperspectief op de herijking van het handhavingsbeleid in de sociale zekerheid Pagina 25 van 38

Om de noodzaak tot handhaving te voorkomen, werken we aan duidelijker rechten en plichten. We onderzoeken veelvoorkomende fouten en doen voorstellen voor aanpassing in wet- en regelgeving of dienstverlening. Om risico’s op fouten in te schatten wordt geleerd van ervaringen van mensen. Het continu meewegen van hun ervaringen moet leiden tot begrijpelijkere regels en dus minder fouten en terugvorderingen.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Verminderen drempel arbeidsparticipatie Mensen gaan er doorgaans op vooruit als ze vanuit een uitkeringssituatie gaan werken. Toch ervaren sommige mensen een drempel om (meer) te gaan werken vanuit een uitkering vanwege onzekerheid over de gevolgen voor hun uitkering en toeslagen. Het beter benutten van bestaande gegevensbronnen binnen de overheid, zoals de polisadministratie kan deze onzekerheid temperen en mensen beter begeleiden naar werk. Binnen de sociale zekerheid worden hiertoe stappen gezet via het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening sociale zekerheid. De Staatssecretaris van Financiën, Herstel en Toeslagen zet in dit kader in op het delen en beter benutten van informatie en proactieve dienstverlening. Zij werkt aan een wetsvoorstel dat zij in 2026 wil indienen bij de Kamer23. Het streven is om ook gegevensuitwisseling tussen domeinen (sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen) te verbeteren met het uiteindelijke doel dat mensen eerder het juiste bedrag krijgen. Modernisering vorderingenbeleid en netto terugvorderen Terugvorderingen zijn niet geheel te voorkomen. Om negatieve effecten tegen te gaan verkent het kabinet een modernisering van het vorderingenbeleid in de sociale zekerheid. In de tweede helft van 2025 informeren we de Kamer over de resultaten van het onderzoek naar de effecten van het vorderingenbeleid en eventuele vervolgstappen.

Onderdeel hiervan is ook de bruto-netto problematiek. Dit houdt in dat over bruto uitkeringen loonheffing wordt ingehouden door de uitkeringsinstantie en afgedragen aan de Belastingdienst; de uitkeringsgerechtigde ontvangt het netto bedrag. Het gebeurt zo’n 60.000 keer per jaar dat een uitkeringsinstantie een bedrag terugvordert nadat het kalenderjaar is overschreden. Een terugvordering is dan hoger dan wat iemand te veel op zijn rekening heeft gekregen. De uitkeringsgerechtigde kan meestal een bedrag ter hoogte van deze loonheffing terugkrijgen via de aangifte inkomstenbelasting. Dit is echter lastig uit te leggen, kan leiden tot liquiditeitsproblemen en niet iedereen krijgt dit bedrag terug24. Het kabinet heeft tot 2029 31 miljoen euro per jaar vrijgemaakt voor een oplossing op de korte termijn. Met dit geld worden terugvorderingen gematigd tot het bedrag dat mensen te veel op hun rekening hebben ontvangen. De precieze invulling verschilt door de aard van regelingen per uitkeringsinstantie. Daarnaast verkent het kabinet een structurele oplossing. Verminderen keteneffecten bij nabetalingen Ook nabetalingen kunnen leiden tot problemen, vooral als deze uit eerdere jaren voortkomen en relatief hoog zijn. Een nabetaling leidt tot een plotselinge verhoging van het inkomen die doorwerkt in allerlei inkomensafhankelijke regelingen.

Mensen houden daardoor (veel) minder over dan waar zij recht op hadden gehad als de uitkering wel direct goed was vastgesteld. Soms leidt het per saldo zelfs tot een negatief bedrag. 23

Kamerstukken II, 2024-2025, 36 708, nr. 8. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die geen belastingaangifte (kunnen) doen, bijstandsgerechtigden of voor mensen met een lager marginaal tarief in het jaar van terugbetalen dan het jaar van ontvangen. 24

Pagina 26 van 38

Over het jaar 2023 zijn door UWV en SVB circa 16.000 nabetalingen uitgekeerd, die betrekking hadden op eerdere kalenderjaren en boven de 1.000 euro bedroegen. Het kabinet heeft oplossingsrichtingen verkend met als uitgangspunten het voorkomen van negatieve financiële gevolgen en het wegnemen van onzekerheid voor mensen. Dit zijn het uitzonderen van de nabetaling op het toetsingsinkomen van inkomensafhankelijke regelingen of het toepassen van eindheffing. De problematiek bij nabetalingen zien we ook in het kader van de Verbeteraanpak WIA-kwaliteit25. Deze verbeteraanpak betreft een eenmalige corrigeeractie die aan nadere voorwaarden moet voldoen.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Harmoniseren betaaldata Tot slot is het wenselijk om mensen duidelijkheid te bieden over wanneer ze hoeveel geld te besteden hebben. Het kabinet denkt hierbij aan één vaste periode in de maand waarin alle inkomsten, inclusief inkomstenondersteuning binnenkomen en vervolgens alle vaste lasten worden afgeschreven. Dit moet bijdragen aan een voorspelbaar besteedbaar inkomen en geeft mensen meer grip op hun uitgaven. Het kabinet werkt middels een onderzoek een concreet voorstel uit, dat politiek gewogen kan worden. Dit onderzoek verwachten we begin 2026 aan de Kamer aan te bieden.

25

Kamerstukken II 2024-2025, 26 448, nr. 812 Pagina 27 van 38

Betere toeleiding naar werk: via werk in inkomen voorzien (spoor 7) Werk is belangrijk voor mensen. Het leidt tot zingeving, waardigheid, onderlinge verbondenheid en inkomen. Daarom gaat onze inzet op inkomenszekerheid hand in hand met het doel om mensen naar de arbeidsmarkt te begeleiden. Veel mensen vinden uit zichzelf hun weg op de arbeidsmarkt en sommigen hebben onze ondersteuning nodig bij het vinden van een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Een baan waarbij hun kwaliteiten, eventueel met de benodigde ondersteuning, optimaal tot hun recht komen. Wij werken aan een arbeidsmarkt met meer arbeidsparticipatie van mensen die langs de kant staan, of meer uren willen werken.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

We nemen drempels weg om te participeren. We brengen vraag en aanbod beter bij elkaar door dienstverlening op het gebied van werk en scholing via een Werkcentrum per regio aan te bieden. En daar waar vaardigheden niet aansluiten op wat de arbeidsmarkt vraagt, bieden we de mogelijkheid voor omscholing via Ontwikkelpaden. Om deelname aan scholing en leren op het werk te stimuleren, investeren we in onze leven lang ontwikkelen agenda in een sterke leercultuur. Daarnaast willen we met verbeteringen in de banenafspraak, dat mensen met een arbeidsbeperking de weg naar werk beter kunnen vinden. Een Werkcentrum in iedere arbeidsmarktregio Het kabinet neemt met de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur maatregelen om de dienstverlening toegankelijker te maken en samenwerking in de arbeidsmarktregio’s te versterken (Kamerbrief 29 april 2024). In iedere arbeidsmarktregio komt één toegangspoort voor werkzoekenden- en werkgeversdienstverlening: het Werkcentrum. Ook komt er één Landelijk Beraad en in iedere arbeidsmarktregio een Regionaal Beraad. Partijen maken afspraken in een Landelijke Meerjarenagenda en per arbeidsmarktregio in een Regionale Meerjarenagenda.

Welke sectoren hebben mensen nodig? Welke mensen zijn beschikbaar? Voor welke mensen is een match te maken na een ontwikkeltraject? Het belangrijkste doel van de meerjarenagenda is om mensen in een kwetsbare positie te begeleiden naar (ander) werk. In het kader van de proactieve dienstverlening zal worden verkend of proactieve dienstverlening ook betrekking kan hebben op werkenden die nog gebruik moeten maken van een vorm van inkomensondersteuning. De samenwerking in de arbeidsmarktregio is een publiek-private netwerksamenwerking die zich richt op werkzoekenden, werknemers en werkgevers. UWV en gemeenten helpen werkzoekenden in de toeleiding naar werk. Voor de werknemers werken sociale partners aan een meer dekkend vanwerk-naar-werk stelsel. Werkgevers zorgen voor banen en bieden mensen zo kansen. Verbetering van de dienstverlening aan werkgevers is een belangrijk onderdeel van de hervorming en maakt werkgevers wegwijs in de veelheid aan regelingen. Onderwijsinstellingen zorgen voor (arbeidsmarktgerichte) scholing om zo tot duurzame matches te komen. Ook andere partijen als uitzendbureaus en sociaal ontwikkelbedrijven spelen een belangrijke rol in de toeleiding naar werk.

Pagina 28 van 38

Om uitvoering te geven aan de diverse maatregelen ter versterking van de arbeidsmarktinfrastructuur, is wijziging van wet- en regelgeving nodig. Een voorgenomen wetswijziging van wet SUWI creëert grondslagen en taken waarmee de (regionale) publiek-private samenwerking wordt versterkt en belemmeringen voor passende dienstverlening worden weggenomen. Het conceptwetsvoorstel zal naar verwachting begin 2026 aan de Kamer worden toegezonden. Om de samenwerking in de dienstverlening een impuls te geven, komt er tot en met 2030 jaarlijks ongeveer 50 miljoen euro beschikbaar voor versterking van de dienstverlening.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Ontwikkelpaden: via scholing aan het werk Onderdeel van het instrumentarium van gemeenten en UWV om werkzoekenden toe te leiden naar werk is scholing. Scholing is een middel om de mismatch tussen beschikbare en benodigde vaardigheden te overbruggen. Naar schatting heeft de helft van de bijstandsgerechtigden geen startkwalificatie en daarmee een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. Vooral praktijkgerichte scholing biedt voor hen uitkomst. Het combineren van werken met leren, is een van de meest effectieve re-integratie instrumenten. SZW en OCW werken in co-creatie met sectoren aan het ontwikkelen en implementeren van sectorale Ontwikkelpaden. In een Ontwikkelpad staat beschreven hoe een (beoogd) werknemer zich stapsgewijs met praktijkgerichte scholing kan ontwikkelen op verschillende functies, waaronder instapbanen waaraan geen kwalificatievereisten zijn verbonden en die geschikt zijn voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om via scholing op in te stromen. Ontwikkelpaden worden gemaakt door sociale partners en worden door de Minister van SZW erkend op grond van de SLIM-regeling. De eerste Ontwikkelpaden zijn gemaakt voor de sectoren zorg en welzijn, kinderopvang, techniek, bouw en energie, en groen. Voor deze sectoren zijn ook nieuwe Ontwikkelpaden in de maak.

Dat geldt ook voor de sectoren onderwijs, ICT, luchtvaart, schoonmaak, retail, hospitality en transport en logistiek. De Ontwikkelpaden worden in gebruik genomen door sectoren en werkgevers zelf en tevens geïmplementeerd in de arbeidsmarktregio’s (onder meer als onderdeel van de meerjarenagenda’s). Tot en met 2027 kan SLIM-scholingssubsidie worden verkregen voor bekostiging van opleidingen uit de Ontwikkelpaden van maatschappelijk cruciale sectoren (kinderopvang, onderwijs, zorg, techniek, bouw en energie, ICT en groen) voor instroom van werkzoekenden en doorstroom of overstappen van werkenden. Hiervoor is ruim 73 miljoen euro beschikbaar. Momenteel wordt verkend hoe de inzet op scholing, en specifiek praktijkgerichte scholing, door gemeenten en UWV beter verankerd kan worden in wet- en regelgeving. En daar waar mogelijk geharmoniseerd kan worden om de gezamenlijke inzet op scholing in de arbeidsmarktregio te vergemakkelijken en te verstevigen. Zo wordt in het kader van spoor 2 van Participatiewet in balans, dat ziet op een fundamentele herziening van de wet, hiertoe een beleidsoptie uitgewerkt. Voor jongeren krijgt een verstevigde inzet op scholing, reeds een plek in de nieuwe wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk, waarmee ook de Participatiewet wordt gewijzigd.

Voor hen gaan terugkeer naar het initieel onderwijs en praktijkgerichte scholing (leerwerktraject genaamd) bij het ontbreken van een startkwalificatie voor op toeleiding naar werk.

Pagina 29 van 38

Tevens worden nadere regels gesteld over wat wordt verstaan onder praktijkgerichte scholing om de civiele waarde ervan, de bijdrage aan de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling, te waarborgen. Dat betreft OCW-erkend onderwijs en door branches gewaardeerde opleidingen uit sectorale Ontwikkelpaden. Tot slot verkent het ministerie van SZW samen met het ministerie van OCW of sectorale Ontwikkelpaden kansen bieden voor werkzoekenden en kwetsbare werkenden om basisvaardigheden te leren tijdens het werk of als onderdeel van een voorschakeltraject in aanloop naar werk. Versterking sociale infrastructuur Voor mensen die niet of niet direct kunnen werken bij een reguliere werkgever, zijn er sociaal ontwikkelbedrijven. Deze bedrijven maken werk mogelijk voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is. Als opstap naar werk, als een plek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een reguliere werkgever. Het kabinet wil ervoor zorgen dat sociaal ontwikkelbedrijven ook in de toekomst banen kunnen blijven bieden aan mensen voor wie werk niet vanzelfsprekend is. Daarom neemt het kabinet diverse maatregelen om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.

Vanaf 2025 is er een impulsbudget beschikbaar dat start met een budget van € 35 miljoen en afloopt naar € 19,8 miljoen in 2034. Dit budget is bedoeld om gemeenten en sociaal ontwikkelbedrijven financieel te ondersteunen bij de noodzakelijke transitie en transformatie van de sociale infrastructuur. In totaal is er € 289,7 miljoen beschikbaar als impulsbudget. Ook komt er een structurele basisfinanciering voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 19,8 miljoen in 2025 en loopt op naar € 35,9 in de structurele situatie vanaf 2035. Verder is een ondersteuningsprogramma voorbereid dat in 2025 van start gaat. Dit programma bestaat uit handreikingen, een ondersteuningsteam en een lerend netwerk.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Verbeteringen banenafspraak Juist voor mensen met een arbeidsbeperking is aan het werk gaan en blijven nog niet altijd vanzelfsprekend. En ook voor werkgevers ligt het lang niet altijd voor de hand om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te hebben. Dat moet veranderen. We moeten als maatschappij blijven kijken naar wat mensen wél kunnen. We streven naar een nieuwe banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking, waarin de ondersteuningsbehoefte leidend is. In de brief van 19 juni 2025 gaat de staatssecretaris van Participatie en Integratie uitgebreid in op de langetermijnvisie op de banenafspraak. In samenspraak met sociale partners, (vertegenwoordigers van) ervaringsdeskundigen, gemeenten en UWV zijn we tot een aantal uitganspunten gekomen. In de langetermijnvisie zijn in ieder geval nog drie fundamentele keuzes te maken: 1) de afbakening van de doelgroep, 2) de precieze doelstelling en 3) de wijze waarop werkgevers gemotiveerd worden. Het verder uitwerken van het langetermijnperspectief gebeurt in samenspraak met mensen om wie het gaat, sociale partners, gemeenten, Cedris en UWV. De komende maanden zetten we verdere stappen om een aantal concrete varianten verder uit te werken. De Kamer wordt begin 2026 verder geïnformeerd over de verschillende uitgewerkte opties.

Pagina 30 van 38

De ontwikkeling van een langetermijnvisie betekent niet dat we stoppen met het verbeteren van de huidige banenafspraak. Afgelopen periode zijn er verschillende stappen gezet om de doelgroep te verbreden. Het gaat om een beperkte verbreding, waarbij groepen mensen worden toegevoegd die dezelfde kenmerken en ondersteuningsbehoefte hebben als mensen die al tot de doelgroep banenafspraak behoren. Per 1 januari 2026 worden de volgende groepen toegevoegd aan het doelgroepregister: • Mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en die werken bij een reguliere werkgever; • Mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Daarnaast wordt gewerkt aan een wetsvoorstel waarmee mensen in de WIA en de WW die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen, opgenomen kunnen worden in het doelgroepregister banenafspraak. Ook is de bedoeling met datzelfde wetsvoorstel loonkostensubsidie beschikbaar te maken in de WIA en de WW, zodat UWV dit instrument ook in kan zetten. De intentie is om de conceptwetgeving in het najaar te bespreken met sociale partners en belangenvertegenwoordigers. Tot slot zijn we met UWV in gesprek over een uitvoerbare oplossing voor (het schrappen van) de leeftijdsgrens die nu nog wordt gehanteerd voor de groep mensen die alleen dankzij een voorziening, het WML kan verdienen.

Pagina 31 van 38

Hervormingsagenda vraagt om keuzes van kabinet en Kamer Zoals aangegeven in de inleiding van deze brief zal deze Hervormingsagenda met politieke keuzes gepaard gaan, die veelal aan volgende kabinetten zijn. Hervorming en vereenvoudiging is niet gratis, omdat vereenvoudiging in veel gevallen zal betekenen dat regelingen minder gericht worden. Afhankelijk van de uitwerking gaan daar inkomenseffecten of budgettaire effecten mee gepaard, die van financiële dekking zullen moeten worden voorzien. Maar het levert ook iets op. Een stelsel wat meer zekerheid een voorspelbaarheid biedt, geeft mensen ook grip terug op hun leven. En het maakt de stap naar werk en meer uren werk eenvoudiger. Voor het draagvlak voor en de houdbaarheid van onze sociale zekerheid is daarbij essentieel dat werken voldoende loont. Dit blijft daarom een belangrijk uitgangspunt in de hervormingsagenda.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

In de concrete uitwerking van beleidsopties voor verschillende wetten zal de haalbaarheid en uitvoerbaarheid worden getoetst en zullen de keuzes zorgvuldig in kaart gebracht worden en aan de Kamer worden voorgelegd. Daaruit zal duidelijk worden dat er mogelijkheden zijn, maar voor hervorming ook keuzes dienen te worden gemaakt. Met het jaarlijkse proces van de Hervormingsagenda richting budgettaire besluitvorming worden deze keuzes gefaciliteerd. De Hervormingsagenda is een werkagenda voor de sociale zekerheid met ambitie, waarvan concrete uitwerking op de sporen stapsgewijs komt en vervolgens politiek gewogen moet worden, inclusief de budgettaire randvoorwaarden. Met de organisatie van een jaarlijks proces streven wij naar realisatie van voorstellen die bijdragen aan een betere bestaanszekerheid voor mensen en een houdbare uitvoering van de sociale zekerheid.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

De Staatssecretaris Participatie en Integratie,

Y.J. van Hijum

J.N.J. Nobel

Pagina 32 van 38

Bijlage I: Adviezen programma VIM (2023-2025) Het programma VIM is in juli 2023 gestart voor de duur van twee jaar met als doel domein overstijgend de inkomensondersteuning voor mensen te vereenvoudigen. VIM heeft gewerkt aan oplossingen voor knelpunten waarvan de oorzaak ligt in de doorwerking van verschillende domeinen en regelingen op elkaar (toeslagen, fiscaliteit, inkomen uit werk, sociale zekerheid, eigen bijdragen voor de zorg): • Keteneffecten door nabetalingen door een overheidsinstantie • Bruto terugvorderingen van netto uitbetaalde uitkeringen • Drempel arbeidsparticipatie: terugvorderingen van inkomensondersteuning, zoals toeslagen, als men halverwege het kalenderjaar meer of vanuit de uitkering gaat werken • Doorwerking draagkrachtverhogende uitkeringen • Besteedbaar inkomen bij meerkosten in verband met een beperking • Vrijwilligersvergoeding

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Daarnaast werkte het programma aan voorstellen voor harmonisering van de begrippen inkomen, vermogen en partner over de verschillende regelingen en domeinen heen. De ambtelijke adviezen van het programma worden meegenomen in de Hervormingsagenda inkomensondersteuning. Deze adviezen worden overgedragen om verder uit te werken en integraal te wegen tijdens de geijkte besluitvormingsmomenten. Keteneffecten door nabetalingen door een overheidsinstantie Het komt geregeld voor dat mensen een nabetaling ontvangen van een (overheids)organisatie, bijvoorbeeld door een correctie van de uitkering of een toekenning met terugwerkende kracht (door een beslissing na een beroepsprocedure). Nabetalingen kunnen tot lastige en soms problematische situaties leiden. Door een nabetaling ontstaat immers een plotselinge verhoging van het inkomen. Deze verhoging werkt vervolgens (voor langere tijd) door in allerlei inkomensondersteunende regelingen (zogenoemde “keteneffecten”). Door de keteneffecten kunnen situaties ontstaan waarin mensen (veel) minder overhouden van de nabetaling dan waar zij recht op hadden gehad als de uitkering wel direct goed was vastgesteld, waarbij opgemerkt dat in die periode mensen mogelijk meer toeslagen hebben ontvangen, waardoor dit financiële effect kleiner wordt. Soms komt het zelfs voor dat het bedrag van de keteneffecten groter is dan het bedrag van de nabetaling zelf.

Daarnaast duurt het vaak lang voordat alle keteneffecten in beeld komen, waardoor mensen lang in onzekerheid zitten en het inzetten van dempingroutes (zoals schadevergoeding) lang kunnen duren. Het programma VIM heeft een structurele oplossing verkend die financiële gevolgen en de onzekerheid bij een nabetaling voor mensen wegneemt. Daartoe is een aantal opties onderzocht, waaronder het toepassen van de eindheffing met forfaitaire berekening op de nabetaling en het uitzonderen van de nabetaling op het inkomensbegrip. De implementatie van een structurele oplossing kost tijd vanwege wetgevingstrajecten en het aanpassen van systemen. Dit vergt nadere uitwerking. Het verdient aanbeveling om zo snel mogelijk met de oplossing te starten waarbij rekening moet worden gehouden met de uitvoerbaarheid, inpasbaarheid en de aanpassing van de wetgeving.

Pagina 33 van 38

Na dit implementatietraject is het streven om in 2028 met deze maatregel te starten. In de tussenliggende periode is het belangrijk om wel alvast verbeteringen aan te brengen in de keten, want mensen ervaren nu keteneffecten door nabetalingen. Het is van belang om bekendheid te geven aan de bestaande dempingroutes. Zo is er een handreiking opgesteld over dempingsroutes voor uitvoeringsorganisaties en sociaal raadslieden. Een handreiking zorgt op de korte termijn voor meer inzicht in wat nu al mogelijk is om keteneffecten te verminderen dan wel weg te nemen.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Het bovenstaande traject heeft raakvlakken met de Verbeteraanpak WIAkwaliteit26, maar staat er ook los van. De Verbeteraanpak van UWV is namelijk een eenmalige correctieoperatie die op korte termijn ingezet dient te worden. De oplossing van het programma VIM ziet op de structurele oplossing bij keteneffecten van nabetalingen door alle uitkerende instanties. Bruto terugvorderingen van netto uitbetaalde uitkeringen Als mensen te veel uitkering hebben ontvangen, dienen zij dit terug te betalen. Terugvorderingen kunnen een grote impact hebben op mensen. Bijkomend probleem hierbij is dat uitkeringen netto, na afdracht van loonheffing, worden uitgekeerd, maar als de jaargrens wordt gepasseerd bruto, inclusief loonheffing, worden teruggevorderd. Zo is een terugvordering dus hoger dan wat iemand in eerste instantie te veel op zijn rekening heeft gekregen. Dit is voor mensen lastig te begrijpen en kan leiden tot liquiditeitsproblemen. De meeste mensen krijgen een bedrag ter hoogte van dit verschil terug door terugbetalingen op te geven als negatief inkomen bij de belastingaangifte. Het komt soms echter voor dat mensen minder terugkrijgen. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die geen belastingaangifte (kunnen) doen of voor mensen met een lager marginaal tarief in het jaar van terugbetalen dan het jaar van ontvangen.

Het feit dat bruto wordt teruggevorderd wordt al jaren gezien als knelpunt: het is in de knelpuntenbrief UWV benoemd en er is een motie aangenomen om dit probleem op te lossen27. Eerder uitgewerkte oplossingsrichtingen bleken om uiteenlopende redenen niet uitvoerbaar of uitlegbaar. Dit kabinet heeft eerder 31 miljoen euro per jaar vrijgemaakt tot 2029. Door tot 2029 31 miljoen euro vrij te maken, wil dit kabinet inzetten op een korte termijn oplossing. Hiermee kunnen terugvorderingen worden gematigd tot het bedrag dat mensen te veel op hun rekening hebben ontvangen. Per uitkeringsinstantie wordt dit verschillend ingevuld vanwege de verschillende aard van regelingen en uitvoering. Geadviseerd wordt om een structurele oplossing te verkennen. Drempel arbeidsparticipatie: terugvorderingen van inkomensondersteuning, zoals toeslagen, als men halverwege het kalenderjaar meer of vanuit de uitkering gaat werken Mensen gaan er doorgaans op vooruit als ze vanuit een uitkeringssituatie gaan werken. Toch ervaren sommige mensen een drempel om (meer) te gaan werken vanuit een (bijstands-)uitkering omdat ze onzeker zijn over de gevolgen van (meer) gaan werken voor hun uitkering en toeslagen. Ze zijn dan bang voor hoge terugvorderingen of om hun toeslagen te verliezen.

Deze onzekerheid komt vaak omdat mensen de doorwerking niet doorzien, maar ook omdat de overheid achteraf het definitieve recht op inkomensondersteuning kan vaststellen. 26

Kamerstukken II 2024-2025, 26 448, nr. 812

27

UWV (2022). Knelpuntenbrief 2022, Kamerstukken II 2021/22, 35925 XV, nr. 91 Pagina 34 van 38

Belangrijke complicerende factoren zijn het ontbreken van actuele en van kwalitatief goede gegevens, uniforme begrippen en de beperkte gegevensuitwisseling tussen uitvoerders.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Publieke dienstverleners zoals lokale overheden, het UWV en Dienst Toeslagen proberen deze onzekerheid al weg te nemen door mensen zo goed mogelijk te informeren over de gevolgen van een inkomenswijziging. Om dit nog beter te kunnen doen, hebben de uitvoeringsorganisaties een betere gegevenspositie nodig, met als doel om meer in de actualiteit te kunnen werken. Ook ontbreken sommige inkomensgegevens, bijvoorbeeld van ondernemers en zelfstandigen. Het kabinet heeft daarom in het Regeerprogramma de ambitie uitgesproken om te werken aan een verbeterde inkomensregistratie. Daarnaast is het hiervoor nodig dat de gegevensuitwisseling tussen uitvoerders, en vooral tussen domeinen (sociale zekerheid en toeslagen), wordt verbeterd. Het gaat om gegevensuitwisseling waar dat nu al mag en kan. Maar ook het realiseren van juridische grondslagen, zodat uitwisseling tussen regelingen en domeinen mogelijk is.28 In de komende periode wordt voor de toeslagen onderzocht of (meer) uitgegaan kan worden van een situatie waarbij sprake is van ‘hebben is houden’ en mensen niet meer te maken hebben met terugvorderingen. Zo heeft de staatssecretaris Herstel en Toeslagen, aangegeven meer definitieve toekenning in de actualiteit te willen onderzoeken29.

Ongeacht volgende stappen zijn dekkende, betrouwbare gegevens en een goede gegevenspositie van de uitvoering noodzakelijk om mensen zoveel mogelijk juiste en tijdige ondersteuning te bieden en daarmee drempels voor arbeidsparticipatie als gevolg van onzekerheden aan te pakken. Doorwerking van de verhoging van arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid (draagkrachtverhogende uitkering) De arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, Wajong, WAZ, WAO) kan vanwege blijvende hulpbehoevendheid (compensatie in de kosten vanwege persoonlijke verzorging en/of oppassing) worden verhoogd naar 85% of 100% van de grondslag. Deze verhoging wordt meegerekend bij het verzamelinkomen en is belast. Daarnaast werkt deze verhoging door in toeslagen en het recht op (landelijke en lokale) voorzieningen en eigen bijdragen. Hierdoor blijft er voor een deel van de mensen netto weinig tot niets over, afhankelijk van hun marginale druk. De verhoging draagt daarom beperkt bij aan de hoge kosten die mensen maken vanwege blijvende hulpbehoevendheid. De doorwerking op andere regelingen zorgt tevens voor grote verschillen tussen de verhoging van de uitkering binnen deze doelgroep. Dit is vanuit het perspectief van mensen moeilijk uitlegbaar, omdat het een vergoeding voor de kosten is en de kosten niet afhankelijk zijn van het voormalige inkomensniveau.

Er is een beleidsoptie verkend om de vergoeding inkomensonafhankelijk te maken. Mensen die aan de voorwaarden voldoen, ontvangen dan naast de arbeidsongeschiktheidsuitkering een vaste (forfaitaire) kostenvergoeding. Een forfaitaire kostenvergoeding past beter bij het doel van de regeling, namelijk dat mensen tegemoet worden gekomen in de kosten.

28

Een voorbeeld hiervan is het Wetsvoorstel proactieve dienstverlening sociale zekerheid. Dit

wetsvoorstel is in februari 2025 aangeboden aan de Raad van State voor consultatie. 29 Kamerstukken II, 2024-2025, 36 708, nr. 8. Pagina 35 van 38

Een forfaitair bedrag is een tegemoetkoming in noodzakelijke kosten, maar kwalificeert vanwege het forfaitaire karakter in principe als belast inkomen. Omdat in feite sprake is van een kostenvergoeding, kan overwogen worden om dit forfaitaire bedrag vrij te stellen van inkomen, waardoor het niet meer doorwerkt op inkomensafhankelijke regelingen en belastingen.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Besteedbaar inkomen bij meerkosten in verband met een beperking Mensen met een chronische ziekte en/of een beperking krijgen te maken met meerkosten als gevolg van hun ziekte of beperking. Ook kan de ziekte of beperking de mogelijkheden tot betaald werk verslechteren. Meerkosten in combinatie met een lager inkomen kunnen financiële problemen veroorzaken, ondanks de inkomensondersteunende regelingen waar mensen met een chronische ziekte en/of beperking gebruik van kunnen maken. Het Nibud gaat hier in haar onderzoek meerkosten van het leven met een beperking op in. Ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties benoemen drie problemen met daarbij een sterke roep om het stelsel te vereenvoudigen en hun inkomenspositie te verbeteren. Dit zijn: 1. Onoverzichtelijkheid. Mensen hebben geen overzicht van de regelingen waar ze recht op hebben. 2. Hoge administratieve lasten. Het kost veel tijd en moeite om een beperkt bedrag aan te vragen. 3. Ontoereikendheid. Het Nibud constateert dat chronisch zieken en gehandicapten in bepaalde situaties maandelijks geld tekort komen. Het gebrek aan overzicht op waar de doelgroep recht op heeft leidt, in combinatie met de hoge administratielast per regeling, tot hoge complexiteit en een hoog niet-gebruik. Dit niet-gebruik vergroot de ontoereikendheid van de tegemoetkoming.

De veelheid aan regelingen en het controleren van de bewijslast zonder medische kennis leiden bovendien tot hoge uitvoeringslasten. Door afbakeningsproblematiek en een ontoereikende gegevenspositie is het zeer beperkt mogelijk regelingen te richten op specifiek de doelgroep mensen met een chronische ziekte en/of een beperking. Regelingen zijn daardoor soms ongericht en worden onjuist gebruikt. Er is dus voldoende aanleiding om te verkennen of het mogelijk is het stelsel van inkomensondersteunende regelingen voor mensen met een chronische ziekte en/of beperking te vereenvoudigen. Mede naar aanleiding van de analyse van het programma VIM wordt als eerste stap een ‘foto’ gemaakt van alle vergoedingen en eigen bijdragen voor meerkosten. Deze foto is nodig om tot zicht op de complexiteit en uiteindelijke vereenvoudiging te komen. Het onderzoek en de vervolgstappen maken ook onderdeel uit van de werkagenda van het VN-verdrag Handicap. Vrijwilligersvergoeding De vrijwilligersregeling biedt de mogelijkheid om de kosten die een vrijwilliger maakt (forfaitair) onbelast te vergoeden zonder dat daarvoor betalingsbewijzen moeten worden overlegd. Tot €2.100 per jaar en € 210 per maand wordt verondersteld dat de vrijwilligersvergoeding gemaakte kosten dekt. Bij een hoger bedrag moet de vrijwilliger alle gemaakte onkosten kunnen aantonen.

Pagina 36 van 38

Een knelpunt betreft de situatie dat een vrijwilliger een hogere vergoeding heeft ontvangen dan het maximale forfaitaire bedrag, zonder dat kan worden aangetoond dat de vergoeding gemaakte kosten betreft. Dan wordt het gehele bedrag als belastbaar inkomen gezien. Dat is in lijn met het uitgangspunt dat over een beloning die wordt ontvangen voor het verrichten van arbeid in principe loon/inkomstenbelasting verschuldigd is. Voor werkenden telt in die situatie de gehele vrijwilligersvergoeding mee voor de inkomstenbelasting en het vaststellen van het recht op en de hoogte van toeslagen. Bij bijstandsgerechtigden wordt het bedrag boven het forfait verrekend met de bijstandsuitkering. Voor de bijstandsgerechtigde geldt wel dat de gehele vrijwilligersvergoeding meetelt voor de inkomstenbelasting en het vaststellen van het recht op en de hoogte van toeslagen. Bij werknemersverzekeringen wordt de gehele vrijwilligersvergoeding verrekend met de uitkering. Het kan voorkomen dat een vrijwilliger weinig tot niets overhoudt van de vergoeding en kan hierdoor als gevolg van terugvorderingen zelfs in financiële problemen komen. LCR heeft de knelpunten bij de vrijwilligersvergoeding geagendeerd in de knelpuntenbrief 2023.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

De problematiek is geanalyseerd en er zijn gesprekken gevoerd met LCR/Iederin, de ministeries van Financiën, VWS en SZW en de publieke dienstverleners UWV en SVB om de hardheden en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. De gezichtspunten van stakeholders zijn verzameld en gewogen. Het is aan het volgende kabinet om hier keuzes in te maken. Harmonisatie en standaardisatie van begrippen Er is een maatschappelijke wens dat een deel van de inkomensondersteuning regelingen in Nederlandse afhankelijk is van het inkomen, vermogen en/of het partnerschap (huishouden) van mensen. Dit vanuit de wens dat inkomensondersteuning alleen gaat naar de mensen die het nodig hebben. Meer dan 20 inkomensondersteunende maatregelen zijn afhankelijk van het inkomen van mensen, 8 regelingen van het vermogen en meer dan 15 regelingen kennen een partnerbegrip. Een groot deel van de complexiteit van het stelsel komt voort uit de manier waarop we inkomen, vermogen en partnerschap proberen vast te stellen. Het is ingewikkeld om dat goed en tijdig te doen. Bovendien zien we dat dit in verschillende wetten op verschillende manieren gebeurt. Dit kan zorgen voor verwarring, onduidelijkheid en uiteindelijk terugvorderingen, nabetalingen en (onbedoelde) overtredingen van de inlichtingenplicht.

De mogelijkheden voor het harmoniseren en verbeteren van de begrippen vermogen, inkomen en partner worden verder uitgewerkt. Dit gebeurt in de vorm van het toewerken naar een standaard menukaart/begrippenlijst waarin definities worden vastgelegd, geordend naar het beleidsdoel, die in de toekomst gebruikt kunnen worden voor nieuwe wetgeving en voor aanpassingen aan bestaande wetgeving. Dit sluit aan bij de aanbeveling van de Parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening, om relevante begrippen in de sociale zekerheid eenduidig te definiëren en harmoniseren. Hierdoor ontstaat een beter uitlegbaar, doenlijk en uitvoerbaar stelsel. Het idee is dat deze standaard definities – net zoals een set concept-beleidsregelsgebruikt zouden kunnen worden bij het maken van wet- en regelgeving. Ook zouden er dan concept-handreikingen gebruikt kunnen worden voor de vertaling naar systemen in de uitvoering (om te zorgen voor gelijke beoordeling). Dit zou ertoe moeten leiden dat de begrippen zo eenvoudig mogelijk kunnen worden toegepast. Pagina 37 van 38

Deze uniformering zou het ook makkelijker kunnen maken om te regelen dat bestuursorganen gegevens kunnen delen, zonder dat mensen telkens opnieuw gegevens zelf moeten aanleveren. Het draagt bij aan vereenvoudiging als er bijvoorbeeld straks één manier is om partnerschap vast te stellen, deze manier wordt gebruikt bij alle inkomensondersteunende regelingen waarbij een partnerschap relevant is, alle uitvoerders dit begrip op dezelfde manier vaststellen, en dit bijna geheel op basis van reeds beschikbare gegevens doen. En mensen zelf zo goed als niets hoeven aan te leveren. Deze manier zou tevens de nieuwe standaard kunnen worden voor eventuele nieuwe inkomensondersteunende maatregelen. Bijkomend voordeel is dat hierdoor vooraf bekend is of deze onderdelen van de regeling goed uitvoerbaar zullen zijn.

Datum 11 juli 2025 Onze referentie 2025-0000155821

Geadviseerd wordt om bij het harmoniseren van begrippen behalve beleidskeuzes om tot geharmoniseerde begrippen te komen, ook te kijken naar een nieuwe geïntegreerde werkwijze binnen de overheid. Voor duurzame vereenvoudiging is het essentieel dat de nieuwe standaarddefinities ook in de toekomst gebruikt worden en dat in de loop van de tijd zo min mogelijk domeingerelateerde aanpassingen worden gemaakt. Hierbij geldt dat de opbrengsten (een beter uitvoerbaar en doenlijker stelsel in zijn geheel) soms zullen knellen met specifieke beleidswensen voor verdere precisiering of uitzonderingen. Stand van zaken Er zijn per begrip uitgebreide wetsvergelijkingen en beleidsanalyses uitgevoerd. Op basis hiervan worden er eerste voorstellen voor een nieuwe “menukaart” met standaardbegrippen uitgewerkt. Dit betreft ten eerste voorstellen voor inhoudelijke keuzes voor definities, ten tweede worden er voorstellen gedaan voor het verbeteren van de gegevenspositie en gegevensdeling, om definities goed en tijdig vast te kunnen stellen. De mogelijke inhoudelijke richtingen worden in 2025 ambtelijk verder uitgewerkt waarbij de gevolgen van voorstellen in kaart worden gebracht voor de doelgroep, financieel, uitvoeringstechnisch en waar mogelijk ten aanzien van de maatschappelijke impact. Daarnaast worden mogelijkheden voor verbeterde gegevens verder onderzocht.

De beleidsmatige uitwerking, de verkenning naar de gevolgen en de concrete voorstellen voor gegevensverzameling en deling zullen in de eerste helft van 2026 met de Kamer worden gedeeld.

Pagina 38 van 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15951910/1