CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

0.3 Kamerbrief over Nationaal Programma Armoede en Schulden

Overige evenementen 30 september 2025, gemeente Capelle Ad IjsselBij agendapunt: Gesprekswijzer13.640 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

33 34

Kamerstukken II, 2024/2025, 29 279, nr. 933 Schuldeisers ondertekenen afsprakenkader sociaal incasseren | Schuldenlab Pagina 21 van 32

Overheidsorganisaties hanteren bij het aangaan van een betalingsregeling verschillende normen om het bestaansminimum vast te stellen, zoals de beslagvrije voet, het vrij te laten bedrag en andere wijzen van berekening van de betalingscapaciteit. Op dit moment onderzoeken de CRI-partijen of het mogelijk is om tot één norm te komen om het bestaansminimum mee vast te stellen. De uitkomst wordt in de tweede helft van dit jaar verwacht.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Zoals in de voortgangsbrief armoede en schulden35 is gemeld, onderzoekt het ministerie van SZW samen met betrokken departementen en CRI-partijen de doelmatigheid en doeltreffendheid van de ophogingen die tijdens een invorderingstraject kunnen ontstaan. Het onderzoek is later gestart dan was voorzien. De kabinetsreactie bij dit onderzoek volgt na de zomer. In deze kabinetsreactie wordt dan ook ingegaan op de motie Welzijn en Ceder36 die de regering verzoekt om de toerekenvolgorde te onderzoeken waarbij de overheid schuldeiser is. Vanuit het IBO problematische schulden is voorgesteld om tot één (digitaal) loket voor overheidsincasso te komen. Dit loket bouwt voort op de bestaande Clustering Rijksincasso (CRI). De maatregel zou een grote stap voorwaarts zijn in de ontwikkeling naar één centrale plek waar burgers een overzicht van hun schulden kunnen krijgen. Ook kunnen ze terecht met hun vragen over en problemen met betalingsverplichtingen en schulden. Het wegvallen van de structurele middelen voor het IBO pakket heeft ook voor deze maatregel gevolgen. Met betrokken partijen wordt de komende periode onderzocht welke resultaten of onderdelen er met de beschikbare incidentele middelen kunnen worden behaald. Beschermingsbewind Zo’n 266.000 mensen in Nederland staan onder beschermingsbewind, omdat zij tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn hun financiële belangen waar te nemen.

Beschermingsbewind kan alleen door een uitspraak van de kantonrechter worden ingesteld, op grond van iemands geestelijke of fysieke toestand (toestandsbewind) of op grond van problematische schulden (schuldenbewind). Het is van belang dat mensen die onder bewind staan kunnen rekenen op passende ondersteuning en bescherming. Ook is het belangrijk dat bewindvoerders in staat worden gesteld hun werk zo goed mogelijk uit te voeren. Recent hebben de staatssecretaris Rechtsbescherming en ik een brief naar de Kamer gestuurd over het stelsel van beschermingsbewind.37 Hierin wordt uitgebreid ingegaan op het takenpakket en de beloning van de bewindvoerder, het toezicht op de branche en ontwikkelingen op het gebied van schuldenbewind. Belangrijk is om te benoemen dat de VNG en gemeenten aangeven dat de kosten van de bijzondere bijstand al jaren stijgen als gevolg van kosten van beschermingsbewind die niet door de onder bewindgestelde zelf kunnen worden gedragen. Mede daarom is in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek gedaan naar de bekostiging en beloning van beschermingsbewind bij schulden. In de kabinetsreactie van 28 maart 2024 is aangegeven dat het aanpassen van de huidige financieringssystematiek niet wenselijk is.38 Uiteraard ben ik bereid om 35

Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 779 Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 776 37 Kamerstukken II, 2024/2025, 24 515, nr. 795 38 Kamerstukken II, 2023/2024, 24 515, nr. 755 36

Pagina 22 van 32

met de VNG in gesprek te gaan over de problemen waar gemeenten tegen aanlopen, zoals beperkte grip op de instroom van mensen in bewind en de daarmee samenhangende uitgaven bijzondere bijstand. In deze gesprekken zal ik ook de ontwikkelingen uit de recente Kamerbrief over het stelsel van beschermingsbewind meenemen.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Sinds 1 januari 2021 hebben gemeenten de optie om advies uit te brengen aan de kantonrechter na de instelling van het schuldenbewind, bijvoorbeeld over mogelijk aanvullende, lichtere en/of alternatieve ondersteuningsmogelijkheden voor het schuldenbewind. Op dit moment laat ik dit adviesrecht evalueren. Hierbij zal ook expliciet het moment van advisering bekeken worden. De resultaten van de evaluatie worden eind dit jaar verwacht. Toegang tot drinkwater en sociale incasso drinkwaterbedrijven Het is van groot belang dat iedereen in Nederland toegang heeft tot drinkwater, zeker kinderen. Daarom willen we voorkomen dat betalingsachterstanden leiden tot grotere problemen, schulden of afsluiting. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bezig om de afsluitregeling voor drinkwater aan te passen. Zo worden huishoudens beter beschermd tegen afsluiting. SZW wil stimuleren dat drinkwaterbedrijven sociaal incasseren. We hebben daarom middelen ter beschikking gesteld om vooroplopende drinkwaterbedrijven via een gezamenlijk traject de kans te geven om een ambitie voor sociaal incasso te formuleren en een gezamenlijke strategie te bepalen om deze te realiseren. De geleerde lessen worden gedeeld met de gehele drinkwatersector.

Landelijke aanmeld- en pauzeknop De Landelijke Pauzeknop is een centrale, digitale voorziening waarmee mensen met schulden zich kunnen aanmelden voor schuldhulpverlening én een tijdelijke pauze kunnen aanvragen. Het project bouwt voort op succesvolle lokale initiatieven zoals de Pauzeknop-pilot in Amsterdam, de Rode Knop (CJIB, Den Haag, Eindhoven) en het NVVK-project Schuldenrust. De Landelijke Pauzeknop maakt het voor mensen eenvoudiger om tijdelijk rust te krijgen wanneer zij rekeningen niet meer kunnen betalen. Deze aanpak vermindert de administratieve last en zorgt ervoor dat mensen sneller toegang hebben tot de juiste hulp. De pauzering van incassoactiviteiten biedt noodzakelijke ademruimte, wat zowel mensen met schulden als schuldeisers ten goede komt. Op dit moment is het plan dat de Landelijke Pauzeknop in 2027 volledig live is. Borging beslagvrije Voet/Stroomlijning Keten Derdenbeslag Sinds de vereenvoudiging van de beslagvrije voet (BVV) in 2021 is het beeld dat voor meer mensen de beslagvrije voet passend wordt vastgesteld. Onder meer de coördinatie tussen beslagleggende partijen is sterk verbeterd door de introductie van de beslagvolgorde en de rol van coördinerend deurwaarder. Doordat de berekening zoveel mogelijk is geautomatiseerd, is er minder afhankelijkheid van gegevens die mensen in het oude stelsel zelf moesten aanleveren en veelal onvolledig waren.

Pagina 23 van 32

Toch blijft er ruimte voor verbetering. De komende jaren zal in ieder geval worden ingezet op een meer passende berekening van de beslagvrije voet voor huishoudens met kinderen, op stroomlijning van de gegevensuitwisseling en op vereenvoudiging van de informatievoorziening voor een begrijpelijker en inzichtelijker toepassing van de BVV. Als onderdeel van de definitieve evaluatie in wet in 2026 vindt ook nog een onderzoek plaats naar de looptijd en hoogte van de aflossing van met name lage inkomens waarbij beslag is gelegd.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Bij beslaglegging is nog niet altijd bekend of inzichtelijk welke andere beslagen en/of lopende verrekeningen er zijn. Daardoor kan het gebeuren dat het inkomen van mensen onder de beslagvrije voet komt en mensen worden aangetast hun bestaanszekerheid. Door de stroomlijning van gegevensuitwisseling tussen de beslagleggende partijen en met de burger kan de beslagvrije voet beter worden geborgd. Zo worden onnodige kosten voorkomen en wordt het inzicht in lopende beslagen en verrekeningen verbeterd. Hiervoor is het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag in voorbereiding. Met de stroomlijning keten derdenbeslag wordt bij beslag onnodige kostenophoging voorkomen, het bestaansminimum gewaarborgd en inzicht gegeven aan burgers en schuldhulpverleners. In 2025 worden uitvoeringstoetsen bij de ketenpartners uitgevoerd. Op basis daarvan beslissen we over de toekomst van dit traject. Op dit moment is de planning om het wetsvoorstel aan het einde van 2025 open te stellen voor internetconsultatie. 5. Perspectief voor de toekomst: oplossen van armoede en schulden Wanneer mensen in de financiële problemen raken, is het belangrijk om deze problemen snel aan te pakken. Goede, kwalitatief hoogwaardige schuldhulpverlening draagt hieraan bij. Daarbij willen we problemen in de toekomst voorkomen. We willen voorkomen dat armoede zich voortzet over generaties.

Onder deze lijn vallen de volgende activiteiten: Interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie Aanpak betaalbaarheid energie nu en in de toekomst Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek Basisdienstverlening schuldhulpverlening Kwaliteit schuldhulpverlening Eén helder schuldentraject Wetsvoorstel schuldregelen De voortgang brengen we in beeld door te kijken naar onder andere indicatoren over het aantal kinderen dat opgroeit in armoede, indicatoren over het aantal afgeronde minnelijke schuldregelingen en Wsnp-trajecten. Recent zijn de nieuwste jaarcijfers met betrekking tot de schuldhulpverlening in 2024 gepubliceerd door de NVVK.39 Het aantal mensen dat een beroep deed op de gemeentelijke schuldhulpverlening steeg van 79.514 in 2023 naar 82.120 in 2024. Ook zijn er in 2024 meer mensen geholpen met een schuldregeling; 15.200 in 2024 ten opzichte van 13.973 in 2023. De hoogte van de gemiddelde schuld van mensen die zich bij de schuldhulpverlening melden is wel toegenomen, zowel bij ondernemers als bij particulieren. Sinds 1 juli 2023 is de aflostermijn van schuldregelingen verkort van 36 naar 18 maanden. 39

NVVK, Jaarverslag 2024, NVVK financiële hulpverleners - Jaarverslag 2024 Pagina 24 van 32

Hiermee is het belang van financiële begeleiding en nazorg nog groter geworden. Ook dit is in de cijfers terug te zien: steeds meer mensen maken gebruik van budgetcoaching, budgetbeheer en lange termijn-dienstverlening bij schulden.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Interdepartementale aanpak gezinnen in een kwetsbare positie Ieder kind gunnen we het om op te groeien in een warm, veilig en stabiel gezin. Daar wordt de basis gelegd voor zijn of haar toekomst. Nederland heeft zich dan ook in 1995 gecommitteerd aan het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind (IVRK) en onderschrijft het uitgangspunt van het vooropstellen van het belang van het kind bij alle besluiten en maatregelen die kinderen raken. Nederland erkent dat kinderen unieke rechten hebben en extra bescherming verdienen, omdat ze kwetsbaar en in ontwikkeling zijn. Ook volgt Nederland de Europese Kindgarantie. Geldzorgen binnen gezinnen zijn vaak oorzaak of gevolg van de kwetsbare positie waarin deze gezinnen verkeren. Schulden of armoede staan vaak niet op zichzelf. Geldzorgen hangen in veel gevallen samen met, of veroorzaken problemen op andere levensgebieden, zoals werk, gezondheid en wonen. Een succesvolle aanpak van armoede en schulden kan daarom niet zonder stevige inzet op die andere levensgebieden. Andersom geldt dat ook voor de problemen op andere domeinen. Een effectieve aanpak van geldzorgen is vaak randvoorwaardelijk om ook daar wezenlijke resultaten te kunnen boeken. Vijf departementen (BZK, JenV, OCW, SZW en VWS) werken aan een overheidsbrede aanpak rond gezinnen in een kwetsbare positie met kinderen in de leeftijd van -1 tot en met 27 jaar.

Er is gestart vanuit de vraag: Hoe kan er landelijk en lokaal beter worden samengewerkt aan het vergroten van de kansen van kinderen, het bevorderen van een gezonde ontwikkeling en het verminderen van het aantal gezinnen in een kwetsbare positie? Dat het belangrijk is om te kijken naar het hele gezin in plaats van naar individuele problemen binnen het gezin wordt onderstreept door diverse (recente) onderzoeken en adviezen, zoals het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd en het rapport van de commissie Toeslagen en Uithuisplaatsingen. Er lopen veel programma’s en trajecten die zich richten op gezinnen in een kwetsbare positie, maar onvoldoende duidelijk is hoe effectief die inzet is. Mogelijk kan er meer effect worden bereikt door programma’s meer in samenhang te organiseren. Ook bezien we samen met gemeenten welke concrete maatregelen nodig zijn om een vitale en lokale sociale basis rondom het kwetsbare gezin vanuit het Rijk en gemeenten te organiseren. Hierbij kan worden gedacht aan meer integraliteit in aansturing, financiering, communicatie en zo nodig wetgeving. Het uitgangspunt is dat we bestaande inzet zo veel mogelijk aan elkaar verbinden, en alleen iets nieuws opzetten voor zaken die nu nog niet worden aangepakt. De aandacht van het Rijk voor het onderwerp gezinnen in een kwetsbare positie is enthousiast ontvangen door stakeholders.

Afgelopen maanden hebben de departementen samen met gemeenten, ervaringsdeskundigen, kinderen, jongeren en andere stakeholders knelpunten, ideaalsituaties, werkzame elementen en bestaande inzet op Rijksniveau geïnventariseerd en geanalyseerd.

Pagina 25 van 32

De verkenning heeft een breedbeeld opgeleverd van knelpunten op zowel systemisch niveau, op het niveau van verkokering en versnippering, op het gebied van financieringsstromen, op het niveau van de uitvoering, en op het niveau van het individu of huishouden. De uitkomsten van de analyse worden breed gedeeld en erkend.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Alle partijen hebben behoefte aan een aanpak vanuit een gezamenlijke visie en gezamenlijke doelstellingen. Het terugdringen van het aantal gezinnen in een kwetsbare positie moet door alle actoren worden gezien als een investering in de korte én lange termijn, waarbij partijen acute problemen direct aanpakken maar juist ook inzetten op preventie en oplossingen die een lange adem vergen. Vervolg Om de verschillende knelpunten te adresseren is het nodig dat departementen intensief met elkaar, medeoverheden en stakeholders in de uitvoering samenwerken. Dit vraagt om een gezamenlijke integrale langetermijnvisie, om van daaruit te kunnen toewerken naar een meer samenhangende jeugd- en gezinsaanpak. Momenteel werkt het Rijk samen met medeoverheden, stakeholders en ervaringsdeskundigen aan het uitwerken van deze maatschappelijk gedragen visie, de daarbij behorende doelstellingen en acties. Zodra meer over de visie en vervolgstappen bekend is, zal uw Kamer hierover geïnformeerd worden. Aanpak betaalbaarheid van energie nu en in de toekomst (energiearmoede) De ministeries van Klimaat en Groene Groei (KGG), Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid werken al drie jaar samen bij de aanpak van energiearmoede.

Huishoudens met energiearmoede hebben een laag inkomen, hoge kosten voor gas en elektriciteit en/of een woning die slecht te verwarmen is (lage energetische kwaliteit). Dit vraagt om een aanpak op verschillende fronten. In de aanpak hebben gemeenten ook een belangrijke rol in de toeleiding naar lokale hulp. Daarom wordt de problematiek interbestuurlijk aangepakt. Binnen de aanpak zet SZW zich specifiek in voor steun bij het betalen van de energierekening (via het Tijdelijk Noodfonds Energie). Ook willen we de positie van de consument bij betalingsproblemen verbeteren. Zo voorkomen we dat mensen worden afgesloten van energie of betalingsproblemen en schulden oplopen. Daarnaast benutten we de arbeidsmarktkansen die de energietransitie biedt voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We willen hen een kans op een instapbaan als energiehulpen bieden met doorgroeimogelijkheden binnen de technische sector via het ontwikkelpad Energiehulp. Energiehulpen verwijzen bewoners daarnaast wanneer zij eenmaal achter de voordeur zijn geregeld door naar andere instanties in het sociaal domein en hebben daarmee bredere preventieve werking. Het recente IBO Elektriciteitsinfrastructuur en andere studies laten zien dat de energiekosten (vast en variabel) tot 2040 flink gaan stijgen. Ook komen er de komende jaren nieuwe verdelingsvraagstukken naar voren.

Zo zullen de vaste kosten een groter deel gaan vormen van de energierekening van een huishouden. Het is daarom essentieel dat iedereen kan meekomen in de energietransitie. Bijvoorbeeld door besparen, verduurzamen of overstappen op een andere energiebron. Dit vraagt een blijvende inzet van de drie hierboven genoemde departementen. Pagina 26 van 32

SZW werkt samen met VRO aan een voorstel ingediend ten behoeve van het Europese ‘Social Climate fund’ (SCF). Het voorstel van SZW en VRO wil de energietransitie voor huishoudens met een kleine portemonnee bereikbaar maken en heeft impact op de korte en lange termijn. Op korte termijn stelt directe steun via het energiefonds mensen in staat om de energierekening te betalen. Op lange termijn geeft het huishoudens grip op hun eigen energie-uitgaven door de verduurzaming van woningen. Daarbij helpt de toeleiding naar financiële steun om de juiste doelgroep voor verduurzamingsmaatregelen te bereiken. We werken eraan om het proces voor huishoudens zo eenvoudig mogelijk te maken. Wie ondersteuning krijgt bij de energierekening, wordt automatisch begeleid naar verduurzamingsmogelijkheden en ontzorgingsmaatregelen. Zo hoeven mensen zelf minder uit te zoeken en wordt het makkelijker om energiekosten structureel te verlagen. Het kabinet heeft besloten, onder voorbehoud van goedkeuring van de Europese Commissie, om uit de middelen voor het SCF € 174,5 miljoen in te zetten voor dit fonds.40 Samen met de € 60 miljoen uit de Rijksbegroting is er € 234,5 miljoen beschikbaar voor de periode van 2026 tot 2032. De hoogte van dit bedrag vraagt om keuzes bij de uitvoering zoals de looptijd en doelgroep.

Als de Europese Commissie het voorstel goedkeurt, kan in 2026 worden gestart met de implementatie.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek (PMM) PMM is een samenwerking van zes ministeries, meer dan 65 gemeenten en twintig publieke dienstverleners (op bestuurlijk niveau aangesloten). PMM helpt professionals van gemeenten en landelijke uitvoeringsorganisaties. Zo kunnen zij maatwerk bieden bij vastgelopen multiproblematiek. PMM omvat een domeinoverstijgende hulpstructuur (van zorg tot veiligheid) en is een interbestuurlijke en interdepartementale samenwerking. Er is voor professionals zo één ingang bij het Rijk om multiprobleemsituaties te doorbreken. We leren van vastgelopen casuïstiek en dragen met die kennis bij aan het verbeteren van beleid en wet- en regelgeving. Het doel van PMM is de aankomende jaren het versterken van de positie van professionals sociaal domein, zodat zij inwoners in de knel eerder en sneller kunnen helpen. Basisdienstverlening schuldhulpverlening Gemeenten hebben een belangrijke rol en taak om hulp bij schulden aan te bieden aan inwoners. Het hulpaanbod moet voor iedere doelgroep toegankelijk zijn en in elke gemeente minimaal dezelfde elementen bevatten. Dit plan noemen we de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Daarover hebben SZW, de VNG, NVVK en Divosa in maart 2024 bestuurlijke afspraken gemaakt. Gemeenten zijn inmiddels gestart met de implementatie van de elementen van de basisdienstverlening.

Hierbij zijn gemeenten in de afgelopen jaren door het door SZW gesubsidieerde Programma Verbinden Schuldendomein van de VNG ondersteund, o.a. door diverse handreikingen, spreekuren en factsheets. Ook heeft de VNG voor gemeenten de Routekaart Financiële Zorgen ontwikkeld met een apart spoor voor de inwoner, ondernemer en jongere.41 We gaan met onze samenwerkingspartners verder met de ontwikkeling en implementatie van de afspraken op middellange- (< 1 jaar) en lange (> 1 jaar) termijn. ‘Pakket voor Groene Groei: voor een weerbaar energiesysteem en een toekomstbestendige industrie’ 25 april 2025, KGG / 98465657 41 VNG | Routekaart Financiële Zorgen | Home 40

Pagina 27 van 32

Het belang van financiële begeleiding en nazorg in een schuldregeling om terugval in schulden te verkleinen wordt steeds meer onderwerp van gesprek. Dit blijkt ook uit de motie van Van Eijk en Inge van Dijk42 die het kabinet oproept om een inwoner ook na finale kwijting van de schulden nog verplicht 12 maanden in beeld te houden. Nazorg is al een wettelijke verplichting. In de handreiking over begeleiding in het kader van de basisdienstverlening43 is opgenomen dat de nazorgperiode in ieder geval twaalf maanden bedraagt. Daarmee wordt reeds uitvoering gegeven aan voornoemde motie. In de bijlage treft u een uitgebreidere reactie op de motie aan.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

De schuldverlening moet ook financiële begeleiding bieden aan mensen die een wettelijke schuldregeling (Wsnp) doorlopen. Niet in alle gevallen is de gemeente op de hoogte van een Wsnp-traject van een inwoner. In het kader van de basisdienstverlening zal SZW verkennen op welke wijze deze groep in beeld kan komen bij de gemeente om de financiële begeleiding te kunnen bieden. Kwaliteit schuldhulpverlening Met de basisdienstverlening dragen we bij aan het verkleinen van de verschillen in de uitvoering en kwaliteit van de schuldhulpverlening door gemeenten. Mensen met schulden moeten namelijk kunnen rekenen op uniforme, toegankelijke en betrouwbare hulpverlening die hen perspectief geeft op een schuldenvrije toekomst. De huidige wetgeving schrijft voor dat gemeenten in hun beleidsplan moeten beschrijven welke maatregelen zij nemen om de kwaliteit te borgen. De wet schrijft echter niet voor wat die kwaliteit precies inhoudt. Samen met gemeenten en de stakeholders rond de schuldhulpverlening gaan we beschrijven wat we verstaan onder de kwaliteit van schuldhulpverlening. Op basis daarvan werken we in het derde kwartaal van 2025 verschillende scenario’s uit om de kwaliteit van schuldhulpverlening beter te borgen door gemeenten.

Eén helder schuldentraject Op dit moment zijn er twee routes om problematische schulden op te lossen: het minnelijk traject en de Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Door de verschillen in deze trajecten sluiten deze niet altijd voldoende op elkaar aan. In het minnelijk traject gaan schuldeisers vrijwillig akkoord met een schuldregeling. Wanneer minnelijk niet tot een akkoord wordt gekomen, is de Wsnp er als sluitstuk. In sommige gevallen wordt onnodig lang geprobeerd er met schuldeisers minnelijk uit te komen. De toegang tot de Wsnp wordt als ingewikkeld en tijdrovend ervaren door schuldhulpverleners, waardoor die route soms niet wordt aangeraden aan inwoners met problematische schulden. Uiteindelijk moeten mensen een snelle en duurzame oplossing voor hun problematische schuldensituatie krijgen, ongeacht het traject dat zij volgen. Er zijn de afgelopen jaren al stappen gezet om de aansluiting tussen het minnelijk en wettelijk traject te verbeteren. Er lopen op dit moment onderzoeken naar de verkorting van de aflossingsperiode van 36 maanden naar 18 maanden die per 1 juli 2023 is ingegaan. De uitkomsten van deze onderzoeken nemen we mee in de uitwerking van de verdere verbetering in de aansluiting tussen beide trajecten.

42

43

Kamerstukken II, 2024/2025, 24515 nr. 791 VNG rapport

Pagina 28 van 32

We brengen samen met betrokken partijen, zoals de NVVK, de VNG en Bureau Wsnp verschillende scenario’s in beeld over kansrijke opties ter verbetering en/of ondersteuning van beide trajecten en vereenvoudiging van de uitvoering.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Wetsvoorstel schuldregelen We willen mensen met schulden beter beschermen tegen onbevoegde schuldbemiddelaars. Dit doen we door middel van het wetsvoorstel schuldregelen. In dit wetsvoorstel verduidelijken we wat we onder schuldregelen verstaan en wie dit mag uitvoeren. Daarnaast breiden we de opties voor het handhaven van het verbod op schuldregelen uit. Daarbij voegen we de mogelijkheid om bestuursrechtelijke boetes op te leggen toe. Om schuldregelingen vlotter tot stand te laten komen, nemen we in het wetvoorstel reactietermijnen voor schuldeisers en schuldregelaars op.

Sturing en monitoring Voor de uitvoering van het programma richten we een passende governance in. Recent is onderzoek gedaan naar de inrichting van de schuldenketen. Daaruit kwam naar voren dat voor het betrekken van de gehele schuldenketen, de departementen, ervaringsdeskundigen, werkgevers, gemeenten de maatschappelijke en sociale partners, een gestructureerde wijze van samenwerking vereist die recht doet aan ieders perspectief en verantwoordelijkheden. De komende periode richten we een proces in om stapsgewijs naar een nieuwe governance te komen. Onderdeel daarvan is ook de borging van een goede samenhang met armoede en samenwerking met partijen die daarvoor verantwoordelijk zijn. De uitvoering van het Nationaal programma armoede en schulden ondersteunen we waar mogelijk met cijfers. We doen dit door periodiek in beeld te brengen hoe de problematiek van armoede en problematische schulden ervoor staat in Nederland. We stellen jaarlijks een monitor op bij de voortgangsrapportage van het nationaal programma. In deze monitor nemen we onder meer algemene kwantitatieve uitkomstindicatoren op, zoals het aantal mensen in armoede en/of met schulden. Daarnaast brengen we andere relevante en beschikbare landelijke cijfers in beeld over armoede en schulden, bijvoorbeeld over het bereik van ondersteuning.

Per lijn hebben we een aantal indicatoren als voorbeeld genoemd die we in de monitor willen opnemen om de voortgang van onze maatregelen te monitoren. De indicatoren die we gebruiken geven, zoals het woord al zegt, een indicatie van de effectiviteit van ons beleid. Wanneer mensen gebruik maken van hulp en ondersteuning op het gebied van armoede en schulden kunnen we daarmee in redelijkheid aannemen dat dit bijdraagt aan het verminderen van armoede en schulden. Tegelijkertijd zijn er uiteraard veel andere factoren die ook, of meer, van invloed zijn. Bijvoorbeeld ontwikkelingen in de werkgelegenheid of de inflatie. Voor Europees Nederland zijn er data beschikbaar over de armoede- en schuldenproblematiek. Voor Caribisch Nederland is dit nog niet het geval. Momenteel verkent het CBS de haalbaarheid van (nieuwe) armoede- en schuldenstatistieken voor Caribisch Nederland. Zodra er data beschikbaar zijn over de armoede- en schuldenproblematiek in Caribisch Nederland voegen we dat toe.

Pagina 29 van 32

Binnen het Nationaal Programma Armoede en Schulden werken we ook aan beter inzicht en gebruik van armoede- en schuldendata. We werken aan het vergroten van inzicht in de (groepen) mensen die risico lopen op schulden, of beginnende geldzorgen hebben. Daarnaast werken we de komende periode aan het vergroten van inzicht in gemeentelijke schulden- en armoedecijfers door middel van het project Data Delen Armoede en Schulden. We verkennen de mogelijkheden om een multidimensionele indicator voor kinderarmoede te ontwikkelen. Deze indicator is gebaseerd op interdepartementaal overeengekomen gezamenlijke doelen op het gebied van het verminderen van kwetsbaarheid in gezinnen.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Pagina 30 van 32

Bijlage 1 Reactie op onderzoek financiële gezondheid jongeren Recent publiceerde Deloitte hun jaarlijkse onderzoek naar financiële gezondheid in Nederland. Hoewel de algemene financiële gezondheid in ons land verbetert (52% van de volwassenen is financieel gezond of financieel toereikend), gaat de financiële gezondheid van jongvolwassenen volgens dit rapport achteruit.

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Het percentage financieel gezonde jongeren is gedaald van 18% naar 12% (en 16% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar scoort financieel toereikend), terwijl het aantal jongeren dat schulden maakt om rond te komen meer dan verdubbeld is. Achter deze cijfers zitten jonge mensen die starten met hun volwassen leven, maar zich machteloos voelen over hun financiële situatie. De signalen uit het onderzoek nemen wij zeer serieus. Wij zien dat externe omstandigheden zoals stijgende kosten, flexibele contracten en een moeilijk toegankelijke woningmarkt het jongeren extra moeilijk maken. Tegelijkertijd zien wij ook positieve ontwikkelingen in dit onderzoeksrapport. Jongeren gaan bewuster met hun geld om, houden geld achter de hand voor toekomstige uitgaven en kopen minder impulsief. Voor ons staat voorop dat jongvolwassenen een eerlijke start verdienen, zonder dat financiële zorgen hun toekomstperspectief beperken. Daarom zijn concrete stappen gezet, waaronder: Gemeenten kunnen nu in individuele gevallen afwijken van de verplichte 4 weken zoektermijn bij bijstandsaanvragen voor jongeren tot 27 jaar. Daarnaast tellen jongeren tot 27 jaar sinds 2024 niet meer mee als kostendelende medebewoner voor huisgenoten. Preventie is minstens zo belangrijk.

Met een investering van € 38 miljoen in financiële educatie in het onderwijs in de afgelopen jaren, leren kinderen en jongeren onder andere met geld omgaan en verstandige financiële beslissingen maken. Ook werken we aan betere bescherming tegen risicovolle financiële producten zoals Buy Now, Pay Later diensten, waarvan juist jongeren bovengemiddeld gebruikmaken. En we doen mediacampagnes gericht op jongeren, om hen bewust te maken van de risico’s en hen attenderen op hulproutes, zoals Geldfit. De bellijn van Geldfit is ook in de avond en per whatsapp en chat bereikbaar, waardoor nog meer jongeren hen weten te vinden. We werken ook samen met het Nibud en Wijzer in geldzaken, waar jongeren eveneens informatie kunnen vinden over geldzaken. Ook draagt SZW bij aan het Jongeren Perspectief Fonds, wat in tientallen gemeenten jongeren helpt om schuldenvrij te worden en nieuw perspectief te krijgen. De VNG motiveert gemeenten om aandacht te besteden aan jongeren met geldzorgen, door tips en voorbeelden te delen in een handreiking voor gemeenten en op de routekaart financiële zorgen. BZK deelt ook een aantal nuttige jongereninitiatieven met gemeenten, via de website Proactieve dienstverlening aan jongeren die 18 jaar worden - Succesfactoren Digicampus.

Samen met onderwijsinstellingen, gemeenten en werkgevers blijven wij ons inzetten om de financiële weerbaarheid van jonge mensen te versterken. Pagina 31 van 32

Uitvoering van de motie Van Eijk/Inge van Dijk Naar aanleiding van het debat over de aanpak van de incasso-industrie, hebben de leden Van Eijk (VVD) en Inge van Dijk (CDA) een (gewijzigde) motie ingediend. De motie roept het kabinet op om maatregelen te nemen om nieuwe problematische schulden te voorkomen door te zorgen dat na de volledige kwijtschelding de schuldhulpverlening gedurende 12 maanden verplicht in beeld blijft.44

Datum 6 juni 2025 Onze referentie 2025-0000127247

Nazorg is opgenomen in de definitie van schuldhulpverlening in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gemeenten hebben hierdoor de wettelijke plicht om een vorm van nazorg te bieden.45 Het is aan de gemeente hoe hier invulling aan wordt gegeven. De basisdienstverlening geeft invulling aan de wijze waarop gemeenten nazorg zouden kunnen bieden. Hierin is opgenomen dat de schuldhulpverlener gedurende een periode van 12 maanden één of meerdere keren contact opneemt met de inwoner.46 De schuldhulpverlener zal aan het begin van een schuldhulpverlening een begeleidingsplan met de inwoner opstellen. Hierin wordt ook afgesproken hoe invulling wordt gegeven aan de nazorgperiode. Doordat nazorg onderdeel is van de basisdienstverlening heeft het kabinet reeds maatregelen genomen waartoe de motie oproept. We blijven monitoren of de geboden financiële begeleiding, waar nazorg een onderdeel van is, voldoende doeltreffend is.

44

Kamerstukken II, 2024-2025, 24515 nr. 791 Zie hiervoor de begripsbepaling ‘Schuldhulpverlening’ in art. 1 Wgs 46 Punt 3.1.9 van de handreiking ‘het begeleiden van inwoners vanuit de elementen van de basisdienstverlening’. 45

Pagina 32 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15951909/1