Verzoeken tot extra raadsvergadering.docx
Tekst van het document
Verzoeken tot extra raadsvergadering D66, PvdD, PvdA, VVD D66: De VVD, PvdA en D66 hebben deze week schriftelijke vragen gesteld n.a.v. de informatieavond over de sporthal d.d. 23 september 2021. Wij werden daar namelijk opeens geconfronteerd met een deadline op 30 september voor een Go/NO GO door de wethouder! Gisteren is een antwoord gekomen op de schriftelijke vragen en ook is er een RI brief verstuurd naar de gemeenteraad. Ook is er gisterenavond over dit onderwerp gesproken in het fractievoorzittersoverleg. Ik constateer uit de RI brief en de beantwoording van de schriftelijke vragen welke gesteld zijn dat het college erkend dat er oplossingen zijn gezocht welke niet passen binnen de kaderstelling welke de gemeenteraad aan het college van B&W heeft gemandateerd. Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan, hier de gemeenteraad, een besluit te nemen. De voorzitter van de gemeenteraad, zijnde de burgemeester, heeft gisteren niet aangegeven dat het college van B&W alsnog een nieuw mandaat gaat vragen aan de gemeenteraad hetgeen mogelijkerwijs verwacht had kunnen worden n.a.v. de gestelde vragen en de daarop gegeven antwoorden. D66 meent hierom dan maar zelf een extra raadsvergadering te moeten aanvragen, is gisteren ook gemeld aan de burgemeester, omdat er blijkbaar een GO/NO GO is op nu 5 oktober a.s. (was 30 september).
De gemeenteraad moet hier een nieuw besluit nemen over de voorgestelde bouw van de sporthal aangezien het voorliggende raadsbesluit dit voorstel het college van B&W mijn inziens niet de ruimte geeft om door te gaan met de bouw van de sporthal (met deze informatie aan de gemeenteraad gegeven)……………Deze mail schrijf ik ook omdat ik vind dat een raadslid de kaderstellende en controlerende rol moet waarborgen die hem of haar gegeven is door de kiezer. Kaderstellen en controleren zijn twee zijden van dezelfde medaille, ze zijn verbonden en kunnen niet zonder elkaar. De raad moet dus controleren vooral in samenhang met de gestelde kaders. Kaders en controle stellen het raadslid in staat om verantwoording af te leggen aan de samenleving. En zo hangt weer alles met alles samen. Met vriendelijke groet, Mevr. Alda van Zijl Hoek Fractie D66 Buren PvdD: Gemeente Buren T.a.v. De voorzitter van de raad (via de griffie) Nu uit de raadsinformatiebrief blijkt dat de sporthal niet conform de door de raad gestelde kaders kan worden gerealiseerd zal er een nieuw raadsbesluit genomen moeten worden. Derhalve hierbij het verzoek om op zeer korte termijn een extra raadsvergadering hiervoor uit te schrijven. Met vriendelijke groet, Joop de Jonge Partij voor de Dieren gemeente Buren Gemeenteraadslid / fractievoorzitter
PvdA: De PvdA heeft, naar aanleiding van de (‘besloten’) raadsinformatiebijeenkomst over de sporthal van 23 september jl. een aantal constateringen gedaan en conclusies getrokken: 1. De presentatie was, in afwijking van de verwachting, gericht op het proces (qua planning) en de verbeelding door de architect, waar onze fractie (tenminste) had verondersteld dat – ook – verantwoording over het ten uitvoer brengen van het Raadsbesluit zou worden afgelegd 2. Toen vragen kwamen in relatie tot het Raadsvoorstel werd voor enkele aanwezigen al snel duidelijk dat dit zich niet verhield tot het door de Raad gestelde kader en het verstrekte mandaat 3. Daarbij was het moeilijk om niet de indruk te krijgen dat de informatie die ‘buiten de presentatie om’ gevraagd en verstrekt werd, tot de actieve informatieplicht vanuit het college behoort Om die reden heeft de PvdA gevraagd om een RI-brief, welke door het college, bij monde van wethouder Maier, werd toegezegd. Omdat in de presentatie werd benoemd dat het college voornemens was om voor eind september een Go/No Go te geven, werd het bijna noodzakelijk om ook schriftelijke vragen te stellen, welke samen met D66 en VVD zijn ingediend.
Deze vragen beoogden enerzijds tijdig openheid en helderheid te verschaffen aan alle 21 raadsleden (en niet de acht aanwezige) en anderzijds aan te sporen tot een heroverweging van het (voorgenomen) besluitvormingsproces door het college zelf, wanneer zou worden beaamt dat sprake is van een relevante afwijking van het laatste raadsbesluit. Gisteren hebben wij kennis kunnen nemen van de RI-brief en de beantwoording van de schriftelijke vragen. Hieraan is hard gewerkt, waarvoor dank. Wat de PvdA echter bevreemd is dat we ons niet aan de indruk kunnen onttrekken dat dit harde werken (a) pas op gang is gekomen nadat er vragen zijn gesteld en (b) dat dit lijkt samen te hangen met een door het college / de wethouder aangegane deadline die nu onnodig veel druk legt op de beoordeling van de zojuist (nieuw) gepresenteerde feiten, en daarmee een – door de PvdA als onwenselijk beschouwde – last legt op een kwalitatief deugdelijk besluitvormingsproces. Een fractiegenoot stelt: “Het is van de gekke dat je als Raad in deze positie gemanoeuvreerd wordt.” In de voorbije dagen en ook vandaag is intensief afstemming geweest binnen de PvdA en het algemeen oordeel is helder: ongeacht wat in de RI-brief staat is ons oordeel dat evident wordt afgeweken van het kader en mandaat van 3 november 2020.
Het college beaamt ook, zij het niet volmondig, dat op kwalitatieve aspecten wordt afgeweken van het raadsbesluit. De redenering dat, omdat e.e.a. binnen de financiële kaders blijft, dit dan toch verdedigbaar is, is volgens de PvdA geenszins houdbaar. Integendeel. De PvdA constateert dat de ‘aangereikte’ Koninklijke route, een Mea Culpa en gang naar de Raad, door het college wordt afgewezen. Hierdoor ontstaat, onvermijdelijk (maar naar het oordeel van de PvdA onnodig), een patstelling waardoor het passend is dat het hoogste orgaan, de Raad, zich uitspreekt. Het college dient hiertoe in een openbaar debat op transparante wijze verantwoording af te leggen, zeker gezien de ontwikkelingen rond dit dossier in de voorbije dagen. Voorts is de PvdA van mening dat op basis van de RI-brief zoveel nieuwe onzekerheden worden opgevoerd, dat het maar de vraag is of uiteindelijk alles binnen het financieel kader kan blijven. Tal van zaken zijn niet concreet uitgewerkt en risico’s die nu naar de gemeente komen zijn niet gekwantificeerd.
De PvdA constateert feitelijk dat nog naar de letter, noch naar de geest wordt voldaan aan het door de Raad gestelde kader. Indien we – met kennisneming van alle afwijkingen en nieuwe feiten – geen helder nieuw mandaat verstrekken, creëren wij een probleem voor een nieuwe Raad, een nieuw college en een nieuwe Wethouder. Want dit dossier zal vrijwel zeker nog een staartje krijgen. Door nu (impliciet) toe te staan dat het college van de ‘snelweg’ (Raadsbesluit) afwijkt en ‘het Weiland’ inloopt, wordt de controlerende rol van de Raad bemoeilijkt en is helderheid voor het college (‘vangrail’) verdwenen. De PvdA vraagt zich af: hoe zijn wij hier terecht gekomen? Als verdediging wordt beweerd dat de relevante informatie pas recent bekend is geworden. Dat zou impliceren dat dit pas afgelopen vrijdag bekend was? Immers: als het eerder bekend was dan had het donderdag in de speciaal belegde (‘besloten’) bijeenkomst actief gemeld moeten worden. Een boodschap namens het college die hiervan op de hoogte is en met een mond spreekt. In de RI-brief wordt gesproken over ‘weken’ (PvdA-fractiegenoot: “over hoeveel weken hebben we het dan?”). Als we een tijdlijn zouden reconstrueren dan is het zeer waarschijnlijk dat bepaalde extern ingewonnen adviezen qua tijdstip en inhoud, tijdig voldoende munitie zullen hebben gegeven aan het college voor een heroverweging.
Interessante vraag is: heeft dat gesprek in het college plaatsgehad? Op basis van de recente besluitenlijsten van het college ontstaat die indruk niet. Dit soort ‘gewroet’ in de geschiedenis zou eenvoudig hebben kunnen worden voorkomen indien tijdig, maar toch zeker in reactie op de schriftelijke vragen het college had besloten (alsnog) een nieuw mandaat te vragen, zoals voor de hand liggend bij het niet kunnen voldoen aan een Raadsbesluit. In de bijeenkomst van donderdag werd, na doorvragen, gemeld dat (op dat moment) overeenkomsten met het bouwteam en de huurder nog door de organisatie (finaal) moesten worden beoordeeld en dat dit de basis zou vormen voor het collegebesluit. Een collegevoorstel, zo werd de indruk gewekt, was er nog niet. De indruk die hierdoor ontstond was die van een houtje-touwtje haastklus tegen een deadline op. Dat is ook de geest die de RI-brief ademt: een sfeer van ‘zaken moeten nog worden uitgewerkt’ waardoor voor raadsleden eigenlijk volstrekt onhelder is waar zij nu (impliciet) gevraagd worden akkoord mee te gaan. Waar wijken we af? Wat gaan we anders doen? Wat zijn de consequenties? Onze fractie kan op basis van de RI-brief zoveel vervolgvragen stellen dat wij ons niet aan de indruk kunnen onttrekken dat de enige reden waarom de Raad nog niet is geïnformeerd is dat het college eigenlijk zelf nog geen zicht heeft op de gevolgen.
Dat zou het college tot nadenken moeten stemmen. Het zegt iets over onze bestuurscultuur. Integriteit en transparantie moeten worden hoog gehouden. Het als college tijdig en actief betrekken van het bevoegd gezag in dezen, de Raad, lijkt dan – puur als risicomijdende overweging – de enige aangewezen vervolgstap. In onze fractie is inmiddels de vraag gesteld of in redelijkheid zou kunnen worden verwacht dat de driehoek unaniem positief zou kunnen adviseren over de nu bekende feiten en het nu voorgestane besluitvormingsproces (= inhoud RI-brief)? Stel dat dit de basis zou zijn voor een (aangepast) Raadsvoorstel: is dit dan het type kwalitatieve informatie dat aan de minimale eisen voldoet om een Raad een besluit over te vragen? De vraag stellen is hem beantwoorden: Nee. Belangrijker: de indruk is dat als het aan het college ligt het ook niet aan de Raad wordt voorgelegd. En dat is vreemd. Ten eerste omdat er weinig discussie kan bestaan over het feit dat de voorgestane constructie zich niet verhoud tot (de letter noch de geest van) het laatste Raadsbesluit. Naar het oordeel van de PvdA is in dat geval voorzichtigheid geboden: better safe than sorry.
Ten tweede omdat in redelijkheid mag worden verondersteld dat er een solide meerderheid kan worden gevonden voor een aangepast Raadsbesluit. Het lijkt … dus bijkans een formaliteit … ? De PvdA betreurt de gang van zaken, maar is van mening dat – ook met het oog op toekomstig te verwachten verwikkelingen rond de sporthal (in de nieuwe raadsperiode) – het noodzakelijk is dat een college kan handelen op basis van een helder en actueel mandaat en dat de Raad duidelijke handvatten heeft voor zijn controlerende taak. Zoals een fractiegenoot stelt: “Afgezien van de vraag of het nieuwe voorstel inhoudelijk acceptabel is [voor de PvdA, red.], gaat het erom dat het afgezegend dient te worden door de Raad.” Omdat op dit moment niet aan die noodzakelijke, hygiënische randvoorwaarden wordt voldaan voelt de PvdA zich genoodzaakt een extra Raadsvergadering aan te vragen om hierover in een debat helderheid te krijgen. Om die reden verzoeken wij de voorzitter deze extra Raadsvergadering uit te schrijven, waarbij wat de PvdA betreft aandacht moet worden besteed aan een deugdelijke voorbereiding voor een transparant en kwalitatief goed debat en besluitvorming. Dit kan betekenen, gezien ook de inhoud van de RI-brief, dat hiervoor mogelijk meer tijd nodig is, ter beoordeling aan de voorzitter en het college. Mede namens de PvdA-burgerleden, Arthur Warmer Fractievoorzitter PvdA Buren
VVD: Hierbij dient de voltallige VVD-fractie het verzoek in voor een extra raadsvergadering inzake de exploitatie sporthal. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat het college zelf toegeeft dat zij buiten de kaders van het raadsbesluit handelt. Dat betekent simpelweg dat het terug moet naar de raad. Tevens blijkt dat het college de raad niet actief heeft geïnformeerd over het afwijken van het raadsbesluit, maar dat pas doet na het stellen van schriftelijke vragen. Hartelijke groeten, drs. N.H.A.F. (Nanda) van Doremalen