Raadsvoorstel Actualisatie warmteplan 2024-2026
Tekst van het document
Datum vergadering gemeenteraad
Voorstelnummer
15 oktober 2024
D.194843 Z.061504
Portefeuillehouder Begrotingsprogramma en Taakveld
E.M. de Bas Fysieke leefomgeving 7.4 Milieu(beheer)
Onderwerp
Actualisatie warmteplan 2022-2024
Voorgesteld besluit 1. Het warmteplan 2024-2026 vast te stellen met als uitgangspunten: • de huidige aanpak voort te zetten o Uitvoeren besparen, isoleren en meer aanpak o De mogelijkheden te verkennen voor een warmtenet op lage- of middentemperatuur in Maurik • middels een haalbaarheidsstudie de mogelijkheden te onderzoeken voor een warmtenet op lage- of middentemperatuur in Beusichem; • te verkennen hoe de gemeente Buren warmtenetten op zeer lage temperatuur (of andere kleinschalige collectieve initiatieven) in overige en kleinere kernen kan ondersteunen • Verkenning gemeentelijke financiële bijdrage en mogelijke rol in een warmtebedrijf 2. De benodigde middelen van € 235.000 te dekken uit de reserve duurzaamheid (€ 225.000) en regulier budget (€ 10.000).
Samenvatting van het voorstel Met dit warmteplan 2024-2026 wordt gekeken welke (technische) alternatieven voor aardgas kansrijk zijn in de gemeente Buren. Er is met name gekeken naar de potentie voor collectieve warmtenetten en (hybride) warmtepompen. In dit warmteplan worden geen definitieve keuzes gemaakt. Als ergens (technische) potentie is voor bijvoorbeeld een warmtenet of midden temperatuur, moet dat verder worden onderzocht: is het financieel haalbaar en (maatschappelijk) wenselijk? Dat proces heet de wijkaanpak. Dit warmteplan is daarmee een richtinggevend document voor de komende jaren. In 2026 volgt naar verwachting een volgende actualisatie, maar dan als (verplicht) warmteprogramma onder de omgevingswet. HOOFDLIJNEN 1. Inleiding In 2015 is het Parijsakkoord ondertekend. 195 landen, waaronder Nederland, hebben met elkaar afgesproken om de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim 2 graden Celsius, met als streven 1.5 graden Celsius. In het Nederlandse klimaatakkoord (2019) is dat geconcretiseerd met als doel: energieneutraal in 2050. Daarom, maar ook wegens de gevolgen van de aardbevingen in Groningen, gaat Nederland van het aardgas af. Dat is een complexe opgave; verreweg de meeste huishoudens maken nu nog gebruik van aardgas om te koken, of de woning te verwarmen. De warmtetransitie gaat ons dan ook allemaal aan.
Er zijn veel technische alternatieven. Waar de ene buurt in de toekomstig mogelijk verwarmd met warmtepompen, maakt een aangrenzende buurt mogelijk gebruik van een collectief warmtenet. Het alternatief hangt uiteindelijk af van de gebouwde omgeving, de aanwezigheid van warmtebronnen, maar ook de financiële haalbaarheid en het draagvlak onder inwoners.
Raadsvoorstel nr. D.180949
1
Omdat gemeenten beter op de hoogte zijn van lokale mogelijkheden en uitdagingen, hebben zij de regierol gekregen. Elke gemeente geeft daar uiteindelijk anders invulling aan. In de praktijk betekent het dat gemeenten met inwoners en andere betrokkenen (woningcorporaties, netbeheerder, maar ook ondernemers en maatschappelijke partijen), onderzoeken welke alternatieven voor aardgas (technisch/financieel) kansrijk zijn én maatschappelijk wenselijk. De gemeente Buren heeft de eerste stap gezet in 2021: toen stelde de gemeenteraad van Buren het warmteplan 2022-2024 vast. Dat was het vertrekpunt voor de warmtetransitie in de gemeente Buren. Mede op basis van dat plan zijn twee kernen aangewezen (Lingemeer en Maurik) om de mogelijkheden voor warmtenetten verder te onderzoeken. Ook is er op 31 mei 2023 ook door het college van Burgemeester en Wethouders een plan ‘besparen, isoleren en meer’ vastgesteld. In het coalitieakkoord ‘Samen voor het Buren van morgen’ is afgesproken dat het warmteplan 20222024 in 2024 wordt herijkt. Daarnaast hebben meerdere ontwikkelingen een stevige impact op de (warmte)mogelijkheden in Buren; de techniek ontwikkelt zich snel en de wet- en regelgeving verandert. Verder heeft ook Buren te maken met netcongestie. Dat vraagt om slimme keuzes en verdere ontwikkeling van de gemeentelijke regierol. Het vertrekpunt in deze actualisatie is daarom: wat kan wel. 2.
Doel / meetbaar effect Vaststelling van het warmteplan 2024 – 2026, wat als richtinggevend document invulling geeft aan de warmtetransitie in Buren en de regierol van de gemeente 3. Argumenten 1.1. Isoleren en besparen is rand voorwaardelijk in de warmtetransitie De meest efficiënte energie is de energie die niet gebruikt wordt en dus ook niet opgewekt hoeft te worden. Door blijvend in te zetten op isoleren en besparen wordt de energievraag minder. Woningen die goed geïsoleerd zijn, kunnen ook eenvoudiger overstappen op een warmtenet of – pomp, waardoor de stap naar volledig aardgasvrij minder groot is. Ook besparen mensen op de energierekening. 1.2. In Maurik lijkt potentie voor een lage- midden temperatuur warmtenet. In Maurik lijkt de warmtedichtheid en het aantal woningen voldoende voor een warmtenet op lage/midden temperatuur. Aquathermie is kansrijk als bron. Om de technisch/financiële mogelijkheden voor een warmtenet op lage-/midden temperatuur beter in beeld te krijgen, wordt er een verdiepend onderzoek gedaan. Een warmtenet in Maurik kan de druk op ons elektriciteitsnet verminderen, waardoor ruimte ontstaat voor andere ontwikkelingen zoals woningbouw. Ook worden inwoners grotendeels ontzorgd in de warmtetransitie. Als een warmtenet vervolgens haalbaar en (maatschappelijk) wenselijk blijkt, worden de vervolgstappen overwogen.
In Maurik is de wijkaanpak is al opgestart met een haalbaarheidsstudie op basis van het huidige warmteplan. 1.3 In Beusichem lijkt potentie voor een lage-midden temperatuur warmtenet. Voor Beusichem geldt dat er kansen liggen voor een warmtenet op lage-/middentemperatuur, met aquathermie als voornaamste bron. Ook in Beusichem is onder andere de warmtedichtheid en het aantal woningen voldoende, wat de haalbaarheid van een rendabele businesscase vergroot. Door de wijkaanpak op te starten en met een inwonersgroep en overige betrokkenen een haalbaarheidsstudie uit te voeren, worden de mogelijkheden beter in beeld gebracht. Een warmtenet in Beusichem kan eveneens de druk op het elektriciteitsnet verlichten en een betaalbaar alternatief voor inwoners zijn. Als een warmtenet vervolgens haalbaar en (maatschappelijk) wenselijk blijkt, worden de vervolgstappen overwogen. 1.4 Warmtenetten op zeer lage temperatuur lijken kansrijk in de kleinere en overige kernen. Warmtenetten op zeer lage temperatuur zijn vrijwel overal kansrijk waar meerdere woningen bij elkaar staan. Voor deze warmtenetten zijn (vooralsnog) vaak geen Rijkssubsidies beschikbaar, ook omdat het vaak initiatieven zijn van minder dan 250 aansluitingen. Warmtenetten van deze schaal lijken daardoor met name kansrijk in coöperatief verband en afhankelijk van gemeentelijke ondersteuning.
De landelijke en provinciale regelingen zijn nu nog voornamelijk gericht op de grotere (vaak lage, midden of hoge temperatuur) warmtenetten van meer dan 250 aansluitingen. Tegelijkertijd zijn kleinere warmtenetten op zeer lage temperatuur (vanuit technisch oogpunt) wel kansrijk in kleinere kernen. Het vraagt vooralsnog een andere rol van de gemeente: meer faciliterend. Met dit voorstel wordt verkent hoe de gemeente die rol kan invullen. Enerzijds door onderzoek te doen naar de financiële mogelijkheden en hoe de gemeente warmtecoöperaties kan Raadsvoorstel nr. D.180949
2
aanjagen en ondersteunen. Anderzijds door aan de slag te gaan en ervaring op te doen door voor vijf pilots gelden beschikbaar te stellen voor initiatieven vanuit de samenleving. 1.5 Met dit warmteplan zetten we de volgende stap in de ontwikkeling van de gemeentelijke regierol De financiering van warmtenetten blijft uitdagend. Met dit voorstel wordt (in het vervolgproces) in beeld gebracht aan welke financiële knoppen de gemeente kan draaien voor de ondersteuning van (kleinere) warmtenetten, van garantstellingen tot subsidies en leningen. Ook worden de bandbreedtes in beeld gebracht zodat er een beeld ontstaat van de financiële behoefte en in hoeverre dat in verhouding staat tot de draagkracht van de gemeente. Daarnaast wordt – als een lage of-middentemperatuur warmtenet haalbaar en wenselijk blijkt - onderzocht hoe (en of) de gemeente kan bijdragen aan de ontwikkeling van een warmtebedrijf, zodat weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden. 1.6 De klankbordgroep warmte heeft advies uitgebracht De klankbordgroep warmte, een groep inwoners die meedenkt over de energie- en warmteplannen van de gemeente Buren, adviseert om ook de mogelijkheden voor een warmtenet in Beusichem te verkennen, evenals hoe de gemeente de kleinere kernen kan ondersteunen.
2 Kanttekeningen 1.1 Ook in Buren is netcongestie; het elektriciteitsnet is overvol Als een woning overstapt op een individuele oplossing (warmtepomp) stijgt het elektriciteitsgebruik sterk. Ook bij warmtenetten stijgt het elektriciteitsverbruik per huishouden vaak. Tegelijkertijd zijn de pieken in elektriciteitsvraag en - aanbod beter te ondervangen bij warmtenetten waardoor het elektriciteitsnet minder onder druk komt te staan. Uiteindelijk moet het elektriciteitsnet op veel plekken verzwaard worden. Dit warmteplan speelt een belangrijke rol in de prioritering: door aan te geven waar bijvoorbeeld potentie is voor warmtenetten, kan de netbeheerder de eigen investeringsplannen daarop aanpassen. Door nu keuzes te maken kan worden voorkomen dat de warmtetransitie een ontwikkeling is die de gemeente overkomt door een onvoorziene toename van bijvoorbeeld warmtepompen, waardoor in een uiterst geval andere ruimtelijke ontwikkelingen (zoals woningbouw, of mobiliteit) eerder in de knel kunnen komen. 1.2 Het warmteplan gaat over de bestaande gebouwde omgeving Het warmteplan gaat over het aardgasvrij verwarmen en koken in bestaande woningen en panden. Industriële processen (warmte die bijvoorbeeld gebruikt wordt om producten te maken) zijn hier geen onderdeel van. Dat is vooralsnog een Rijksaangelegenheid.
1.3 Warmtenetten op lage- en/of midden temperatuur kennen een lange realisatietijd. De doorlooptijd van verkenning tot realisatie van een warmtenet betreft zeker acht jaar. Tegelijkertijd kiezen steeds meer inwoners zelf ook voor alternatieve vormen van verwarmen, vaak warmtepompen. De verwachting is dat dit de komende jaren alleen maar zal toenemen. Daar zit een sterke link met de haalbaarheid van een warmtenet; hoe meer mensen een warmtepomp hebben, hoe lastiger een warmtenet rendabel te krijgen is. Immers: hoe meer huishoudens aansluiten op een warmtenet, hoe beter de businesscase. Door in een vroeg stadium de mogelijkheden te verkennen en inwoners daarover te informeren, wordt voorkomen dat een warmtenet in de toekomst wordt uitgesloten. 1.4 Innovaties en ontwikkelingen Er zijn nu veel technische mogelijkheden, in deze actualisatie is vooral gekeken naar haalbare alternatieven tot en met 2030; warmtenetten en individuele oplossingen. Tegelijkertijd kunnen waterstof en met name biogas (op termijn) wel kansrijke alternatieven zijn. De Rijksoverheid geeft aan dat waterstof en biogas zeker tot en met 2030 onvoldoende aanwezig zijn, waardoor dat nu niet als reëel alternatief wordt gezien. Waterstof en biogas zijn dan ook niet meegenomen in deze actualisatie. Het is niet uitgesloten dat dit in de toekomst verandert. Een andere ontwikkeling is zonthermie.
Bij zonthermie wordt de energie van de zon omgezet in warmte. Dit kan bij individuele huishoudens, maar kan ook als bron dienen voor een warmtenet. Er komen in Nederland steeds meer praktijkvoorbeelden waarin warmtenetten op zonthermie duizenden huizen verwarmen. Zonthermie is, gezien de landelijke omgeving, ook kansrijk in Buren. De ontwikkelingen worden daarom gevolgd.
Raadsvoorstel nr. D.180949
3
1.5 Nieuwe formatie en het peilstokonderzoek De uitkomsten van het peilstokonderzoek, dat nu wordt uitgevoerd door Berenschot, is nog niet beschikbaar. Het MT ziet in die uitkomsten een mogelijk beperkende factor voor de uiteindelijke realisatie van de gevraagde fte’s. Ze erkent wel dat het hier feitelijk gaat om een externe financiering uit specifiek hiervoor beschikbaar gestelde Rijksgelden. Ze wil de noodzakelijke actualisatie van het warmteplan dan ook niet (verder) ophouden. TOELICHTING EN UITVOERING 3
Financiën
Met dit plan wordt extra ingezet op het opstarten van een haalbaarheidsstudie in Beusichem en de verkenning van ondersteuning voor warmtenetten op zeer lage temperatuur in de overige en kleinere kernen. Voor de realisatie daarvan is een gemeentelijke bijdrage voorzien in de eerste verkennende onderzoeken. Ook worden gelden beschikbaar gesteld voor een aantal pilot projecten. Dit als bijdrage aan een warmte transitie met minder impact op de net-capaciteit. Het betreft: De verkenning naar de mogelijkheden voor een warmtenet op lage- of € 50.000,middentemperatuur in Beusichem. Verkennend onderzoek naar de ondersteuningsmogelijkheden van € 25.000,warmtenetten op zeer lage temperatuur in kleinere kernen De participatie en realisatie van 5 pilots voor warmtenetten op zeer lage € 150.000,temperatuur in de kleinere kernen met €30.000 per pilot Voor communicatie o.a. een interactieve kaart waarop inwoners kunnen zien € 10.000.welk alternatief voor aardgas kansrijk zijn voor hun wijk Totaal: € 235.000,Bij de rekening 2023 is hiervoor €225.000,-- gereserveerd ten behoeve van deze onderdelen in het concept warmteplan 2024-2026 en toegevoegd aan de reserve duurzaamheid. Voor communicatie wordt €10.000 gereserveerd, gedekt uit het reguliere budget warmte.
Als de raad onderdelen van deze aanpak/ ambitie bij besluitvorming niet ondersteunt, dan kunnen de daarvoor gereserveerde middelen bij de eerstvolgende gelegenheid (burap of rekening) in de algemene reserve teruggestort worden. Omdat op dit moment moeilijk is in te schatten in welk jaar welke middelen nodig zijn wordt bij de 2e bestuursrapportage 2024 het budget voor 2024 begroot (rekening houdend met de verwachte uitgaven in de laatste maanden van 2024). Voor 2025 en 2026 gebeurt dit ook bij de 2e bestuursrapportages. Op dat moment worden de uitgaven en inkomsten (onttrekking uit de reserve duurzaamheid) begroot. Wat betreft de personele effecten van de voorstellen is duidelijk dat de nieuwe onderdelen in dit warmteplan ook meer inzet van de organisatie vragen. Er is er al een formatie voor de huidige onderdelen die uitgevoerd worden wat betreft warmte. Het is ook duidelijk dat de diverse (wettelijke) ontwikkelingen ook een meer algemene ondersteuning vragen. Om de aanpak/ambities te realiseren zoals in de plan genoemd, is er behoefte aan aanvullende structurele formatie. De mate is wel afhankelijk van het tempo van ontwikkelingen, zowel bij Maurik en Beusichem, als bij kleinere kernen.
Samenvattend: Huidige formatie Beleidsmedewerker warmte voor plan en draagvlak ontwikkeling Algemeen beleidsmedewerker warmte inclusief isoleren en besparen Aanvullende formatie Medewerker participatie (Beusichem en kleinere kernen) Medewerker participatie (Beusichem en kleinere kernen)
0,56 FTE 1 FTE 0,5 tot 1 FTE 0,5 tot 1 FTE
De benodigde middelen zijn al gereserveerd in de specifieke rijksbijdrage voor personele kosten opgave duurzaamheid en dan met name warmte (de zogenaamde CDOKE gelden). Dit is dus geen directe budgetvraag van de eigen gemeentelijke middelen. Voor de volledigheid: Door de financiële toezichthouders worden deze gelden ook als structureel gezien. Raadsvoorstel nr. D.180949
4
4
Communicatie Na vaststelling door het college wordt gecommuniceerd over het proces; wat er de afgelopen tijd is gebeurd en wanneer de herijking van het warmteplan ter besluitvorming wordt aangeboden. De conclusies van het warmteplan worden, na vaststelling door de gemeenteraad, visueel weergegeven middels een (interactieve) kaart, waardoor inwoners en andere belanghebbenden zelf kunnen inzien welk alternatief voor aardgas – tot 2030 – kansrijk is hun omgeving. Daarnaast wordt op die manier gecommuniceerd wat inwoners de komende tijd (van de gemeente) kunnen verwachten en wat ze zelf in de tussentijd kunnen doen. Als wordt besloten om ook in Beusichem, evenals in Maurik, de mogelijkheden voor een warmtenet te verkennen, wordt daar een specifiek communicatie- en participatieplan geschreven aangezien het overal maatwerk is.
5
Uitvoering en planning Voor Maurik wordt momenteel een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten worden de vervolgstappen bepaald. Als een warmtenet haalbaar blijkt, wordt onderzocht wat de financiële gevolgen zijn en wat de rol daarin kan zijn van de gemeente Buren. Het technisch onderzoek wordt uiterlijk eind Q2 opgeleverd, waardoor de vervolgstappen in Q3 bepaald worden. Voor Beusichem geldt een soortgelijk proces. Na vaststelling van het warmteplan wordt een communicatie- en participatieplan opgesteld waarna met een inwonersgroep het proces wordt opgestart. Eind 2024, begin 2025 wordt dan een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten worden dan de vervolgstappen bepaald. Voor de verkenning voor het ondersteunen van de kleinere kernen wordt in 2024 nog gestart met het onderzoek welke financiële knoppen de gemeente kan en wil inzetten om dergelijke initiatieven te ondersteunen. Daarnaast wordt ook een aanpak opgesteld om warmtecoöperaties aan te jagen en te ondersteunen. Beide sporen vormen de aanpak ‘ondersteuning kleinere en overige kernen’. Dat voorstel wordt bij de volgende herijking ter besluitvorming aangeboden. Daarnaast komen er gelden beschikbaar voor een aantal inwonersinitiatieven als pilot. De exacte voorwaarden worden na vaststelling van het warmteplan uitgewerkt.
Dit warmteplan wordt uiterlijk 2026 geactualiseerd als (naar verwachting) warmteprogramma onder de omgevingswet. In die herijking worden nieuwe ontwikkelingen verwerkt, evenals de stand van zaken in Maurik, Beusichem en de aanpak voor ondersteuning kleinere en overige kernen. Deze actualisatie sorteert wel voor op die ontwikkeling en voldoet daarom op veel onderdelen al aan de vereisten die horen bij een warmteprogramma.
8. Participatie Bij opstellen van het warmteplan is de klankbordgroep warmte betrokken. Dit betreft een betrokken groep inwoners die meedenken en adviseren op de voorstellen. Andere betrokken stakeholders zijn de Regio Rivierenland, Liander, de provincie Gelderland en woningcorporaties. Participatie is een vertrekpunt in de verdere aanpak/ontwikkeling. Zo is er in Lingemeer en Maurik, naar aanleiding van het warmteplan 2022 – 2024, samen met inwoners en overige stakeholders gewerkt om de mogelijkheden in beeld te krijgen. Als ervoor wordt gekozen om ook in Beusichem de mogelijkheden voor een warmtenet te verkennen, wordt daar een apart participatieplan voor opgesteld. De reden daarvoor is dat elke wijk, elke straat anders is. Dat vraagt om maatwerk. 9. Duurzaamheid Het warmteplan is een richtinggevend document in de warmtetransitie, waarmee het bijdraagt aan de doelstelling om Nederland in 2050 van het aardgas te krijgen. Bijlagen: Bijlage 1: Raadsbesluit Bijlage 2: Warmteplan 2024 – 2026 Inlichtingen bij: Portefeuillehouder
E.M. de Bas
Domein
Ruimte
Raadsvoorstel nr. D.180949
5
Raadsvoorstel nr. D.180949
6