CConstaterende datBuren
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreektekst Mevr. De Bruijn

Oordeelsvormende Raad 14 oktober 2025, gemeente BurenBij agendapunt: Mevr. De Bruijn spreekt in1.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INSPRAAKNOTITIE

Inspraaknotitie naar aanleiding van het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan: Verzamelplan Buren 14 oktober 2025 Het landbouwbedrijf van de stille maatschap J.G.M. de Bruijn en R. de Bruijn-Peters

Geachte dames en heren,

In vervolg op het zienswijzengeschrift naar aanleiding van het ontwerp wijzigingsbesluit omgevingsplan: Verzamelplan Buren, maak ik vanavond graag van de door u geboden gelegenheid gebruik in te spreken. De inspraakreactie bestaat uit drie onderdelen: 1. Een TAM IMRO omgevingsplan mag niet gebruikt worden voor de door u voorgenomen gebiedsontwikkeling. 2. Ik vraag nogmaals aandacht voor de spuitzonering en uw voorstel om de schade die hierdoor voor ons ontstaan op basis van het leerstuk van de nadeelcompensatie te vergoeden. 3. Tot slot sta ik stil bij de gevestigde erfdienstbaarheid en de toezeggingen die aan mijn ouders zijn gedaan door de gemeente. Ad 1. Het TAM IMRO omgevingsplan mag naar onze mening niet gebruikt worden voor de door u voorgenomen gebiedsontwikkeling. In de reactie op de namens ons ingediende zienswijze geeft u aan dat u daar anders over denkt maar u geeft niet aan waarom u daar anders over denkt.

Volgens de Omgevingswet moeten omgevingsplannen voldoen aan het criterium van 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Op dit moment bevatten veel gemeentelijke omgevingsplannen nog een tijdelijk deel, dat bestaat uit de oude bestemmingsplannen. De Omgevingswet bepaalt dat dit tijdelijke deel alleen in zijn geheel kan vervallen. De gedachte van de wetgever was dat gemeenten in de overgangsfase toch wijzigingen in het tijdelijk deel moeten kunnen doorvoeren, door het vaststellen van nieuwe voorrangsregels. Hiermee kan een gemeente bijvoorbeeld bepalen dat nieuwe regels voorgaan op oudere regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het vaststellen van voorrangsregels is een wijziging van het omgevingsplan. Volgens de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht dergelijke wijzigingen te publiceren via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar maken. Deze publicatie moet voldoen aan een tweedelig raamwerk, afgekort als STOP-TPOD. Door technische beperkingen in het Digitale stelsel van de Omgevingswet zijn veel gemeenten echter nog niet in staat om volledig aan het STOP-TPOD-raamwerk te voldoen. Om het Digitale stelsel van de Omgevingswet te ondersteunen, heeft de wetgever de TAM ingevoerd. Bij het gebruik van de TAM kunnen gemeenten gebruik blijven maken van het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO).

De IMRO-standaarden zijn de technische standaarden zoals deze van toepassing waren onder het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening. De werkwijze voor het vaststellen van een deel van het omgevingsplan is geregeld in artikel 11.1 lid 2 van het Besluit elektronische publicaties. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de TAM-IMRO systematiek zou vervallen uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, maar vorig jaar is besloten dat gemeenten de TAM-IMRO systematiek kunnen blijven gebruiken tot en met 31 december 2025. Hierdoor kunnen gemeenten tot het einde van jaar via TAM-IMRO alsnog voldoen aan de publicatieplicht bij wijzigingen van omgevingsplannen. De verwachting is dat deze mogelijkheid gaat vervallen per 1 januari 2026. Op 18 december 2024 heeft de Afdeling voor het eerst een uitspraak gedaan over een besluit tot wijziging van een omgevingsplan (ECLI:NL:RVS:2024:5222). (citaat) Voordat de Afdeling aan de inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden begint, formuleert zij eerst het toetsingskader: 'Het college neemt een besluit tot wijziging van het omgevingsplan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het college heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen.

De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit tot wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.' Uit dit citaat volgt duidelijk dat de norm van een goede ruimtelijke ordening is vervangen door de nieuwe norm uit de Omgevingswet of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Naast de gewijzigde normstelling zijn er nog een tweetal conclusies uit de uitspraak te trekken. Allereerst valt uit de uitspraak af te leiden dat de Afdeling instemt met de systematiek van voorrangsregels middels TAM-IMRO, zoals de wetgever voor ogen had. Ten tweede oordeelt de Afdeling dat met de wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Nu uw gemeente met het onderhavige plan wél nieuwe planologische ontwikkelingen mogelijk maakt, is dit, voorzover wij deze ingewikkelde materie begrijpen niet toegestaan. Immers, u gaat nieuwe bestemmingen realiseren. Ik verwijs in dat kader naar de spuitzonering. Ad 2 De Spuitzonering Op basis van het ontwerp wijzigingsbesluit bestaat het voornemen van de gemeente Buren om precies op onze eigendomsgronden een spuitzone planologische mogelijk te maken. Dit blijkt uit de informatie die ik hieronder weergeef:

De middelenvrije zone wordt op diverse percelen geprojecteerd waaronder de percelen met de nummers 680 en 2485 en 2574.

Voor deze gronden, geldt nu nog het bestemmingsplan buitengebied gemeente Buren 2008, vastgesteld 29 sept 2009. Een weergave van dit plan is als bijlage 1 aan deze notitie gehecht. De gronden waarop de gemeente een spuitzonering wenst te projecteren hebben nu nog een agrarische bestemming en mogen worden gebruikt voor het weiden van dieren en voor grondgebonden agrarische productie. In het geldende plan is niets vermeld over spuitzones. Dit betekent echter niet dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verboden. Wanneer in het bestemmingsplan grondgebonden agrarische bedrijvigheid of agrarisch grondgebruik is toegestaan, is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet uitgesloten, zie bijvoorbeeld de uitspraak van ABRvS van 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:650. Zoals al vermeld in het voor ons ingediende zienswijzengeschrift zijn wij van mening dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met onze bestaande bedrijfsvoering en met de noodzakelijke ontwikkeling van deze bedrijfsvoering gelet op de toekomst. Wij willen graag ruimte houden en de mogelijkheden open houden om een noodzakelijke switch en verbreding van de bedrijfsvoering mogelijk te maken. In dat kader vragen zij uw aandacht voor de uitspraak van de ABRvS van 6 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:446. In deze zaak werd beroep aangetekend tegen een bestemmingsplan voor woningbouw.

De appellant voerde aan dat hij vreesde voor belemmeringen in zijn bedrijfsvoering. De voorzieningenrechter oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom de voorziene locatie voor woningbouw in het plan werd toegestaan, zonder rekening te houden met het agrarisch gebruik van de gronden zoals dat in het bestemmingsplan was toegestaan. Dat in het vorige bestemmingsplan al woningbouw was toegestaan betekende niet dat niet moest worden gemotiveerd dat het ruimtelijk aanvaardbaar was om de woningbouw aansluitend op de agrarische percelen te realiseren. In uw reactie op onze zienswijze heeft het College van B. en W. niet inhoudelijk gereageerd op de door ons aangehaalde uitspraak. Het College geeft wél aan dat wij nadat de wijziging is vastgesteld een verzoek om nadeelcompensatie kunnen indienen. Dat willen wij echter niet achteraf. Wij kunnen ons geen onzekerheden met betrekking tot onze bedrijfsvoering permitteren. Indien

de gemeente van mening is dat het plan op de door het College voorgestelde wijze doorgang moet vinden, dan gaat onze voorkeur er naar uit om vooraf met de gemeente daarover in gesprek te gaan omdat het voor ons en voor de toekomst van ons bedrijf uitermate belangrijk is dat geen onnodige schade ontstaat en dat, als er dan schade ontstaat, deze volledig wordt gecompenseerd. Immers, wij hebben niet om deze ontwikkeling gevraagd. Ad 3 De erfdienstbaarheid en de toezeggingen. En tot slot de erfdienstbaarheid. Het College erkent in de reactie op het zienswijzengeschrift dat de erfdienstbaarheid bestaat en dat toezeggingen zijn gedaan om tot oplossingen te komen. Het is ook zo dat de gemeente inmiddels een voorstel heeft gedaan aan cliënten. Wij stellen het op prijs dat de gemeente concrete afspraken met ons wenst te maken. Wij hechten echter waarde aan het bereiken van een totaaloplossing waarbij enerzijds alle schade die voor ons zal ontstaan als gevolg van het vervallen van de erfdienstbaarheid en anderzijds de schade als gevolg van de spuitzonering volledig aan ons wordt vergoed. Wij willen graag goed voor ons bedrijf zorgen en alle ontwikkelingsmogelijkheden van ons bedrijf open houden. Immers, het is in deze tijd al moeilijk genoeg om op een goede manier en succesvol een agrarisch bedrijf te exploiteren. Conclusie Ik sluit af met een beknopte conclusie.

Naar onze mening gebruikt de gemeente onterecht het TAM IMRO kader. Wij willen graag vooraf heldere en sluitende afspraken maken over de schade die zal ontstaan indien de gemeente toch een spuitzonering planologisch mogelijk maakt. En tot slot, tegelijkertijd met afspraken over compensatie van de schade als gevolg van de spuitzonering verwachten wij dat de gemeente met ons in overleg treedt om afspraken met ons te maken over de bestaande erfdienstbaarheid. Zolang geen heldere en concrete afspraken met ons zijn gemaakt, zijn wij genoodzaakt te procedure te continueren. Wij gaan er graag vanuit dat u hiervoor begrip zult hebben. Ik dank u voor uw aandacht.

BIJLAGE 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Buren&id=48da498f-04c3-44d6-ba51-28f11977ae35