CConstaterende datBuren
Koppel je AI →
Document · PDF

D.088062 Raadsvoorstel Regioplan Beschermd Wonen

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente BurenBij agendapunt: Regioplan Beschermd Wonen3.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum vergadering gemeenteraad

Voorstelnummer

6 juli 2021

D.088062 Z.031266

Voorstel ingebracht door Portefeuillehouder Begrotingsprogramma en taakveld

E.van Hal H.N.G Wiendels Sociaal Domein Geëscaleerde zorg 18+

Onderwerp

Regioplan Beschermd Wonen

Voorgesteld besluit 1. Beschermd Wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland blijven organiseren. 2. Beschermd Thuis in een ontwikkelpad van 7-10 jaar steeds meer lokaal of sub regionaal vormgeven. 3. De regionale samenwerking organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. Dit houdt in dat we:  Vastleggen welke taken en verantwoordelijkheden we met alle gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Ontwikkeling centraal uit gaan voeren.  De gemeente Nijmegen aanwijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang.  Gezamenlijk een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting opstellen.  Afspraken vastleggen over hoe we omgaan met tekorten en overschotten. 4. De kosten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vaststellen op basis van beschikbaarheid (dus niet op basis van daadwerkelijk gebruik) en daarbij:  De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente.  De financiële bijdrage jaarlijks vooraf vast te stellen met correctie/vaststelling bij de jaarafsluiting. 5. Het Regioplan Beschermd Wonen, regio Nijmegen en Rivierenland vaststellen. 6.

Toestemming geven tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland. Samenvatting van het voorstel Vanaf 2022 is elke gemeente verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW). We zijn verplicht om een gezamenlijk regioplan op te stellen om deze taak te organiseren. In het Beleidsplan Samen Dichtbij zoals dat eind 2017 door de raad is vastgesteld, staan al vier uitgangspunten die betrekking hebben op BW genoemd. In het voorliggende regioplan zijn die uitgangspunten uitgewerkt. Kern van het plan is dat we een schaal aan regionale voorzieningen in stand houden, maar dat we de zorg waar mogelijk meer lokaal en bij mensen thuis organiseren om zo te werken aan herstel Er komt één centrale toegang voor BW en Maatschappelijke Opvang (MO). Bij een deels regionaal voorzieningenniveau moet een samenwerkingsvorm worden gekozen. De Centrumregeling is niet zwaarder dan nodig: we maken gebruik van de expertise van de Centrumgemeente en kunnen als lokale gemeente invloed uitoefenen op het beleid. We stellen als gemeenten samen een inkoopplan en een regiobegroting vast. De financiële bijdrage is er één op basis van het aanvullende Wmo budget vanaf 2023 waarbij de beschikbaarheid van voorzieningen leidend is. Hiermee worden financiële risico’s gezamenlijk afgedekt.

HOOFDLIJNEN 1. Wat is de aanleiding van dit voorstel en wat is het (wettelijk) beleidskader?

Raadsvoorstel nr. D.088062

1

Het beleid over Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) verandert. Vanaf 1 januari 2022 decentraliseert het rijk de taak BW van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Gemeenten krijgen hiervoor vanaf 2023 van het Rijk extra middelen in het Wmo-budget. Dit is nieuw: voorheen gingen alle budgetten voor uitvoering van deze taak naar de centrumgemeente. Voor onze regio is dat de gemeente Nijmegen. De verantwoordelijkheid voor MO blijft vooralsnog tot 2026 bij de centrumgemeenten. In 2017 besloten de raden van de gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland al dat we blijven samenwerken om BW uit te voeren. Hoe we dat gaan doen, staat nu in het regioplan (bijlage). Het regioplan bestaat in feite uit een aantal beslispunten. Voor het merendeel van deze beslispunten is een besluit van de raad nodig. Voor de organisatie van de toegang van BW vragen we een besluit van het college. Dat geldt ook voor het voornemen tot het treffen van een Centrumregeling. De raad moet namelijk, voordat het college over kan gaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling, op grond van artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming geven. Deze toestemming kan slechts onthouden worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2.

Wat is het beoogde effect; wat willen we bereiken? En waarom op deze manier? Een woonomgeving voor inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA), waarin aandacht is voor veiligheid, bescherming, stabilisatie en herstel. De volgende argumenten liggen aan de beslispunten ten grondslag: 1.1 Regionaal organiseren garandeert schaalvoordelen en een grote verscheidenheid van voorzieningen. Het organiseren van BW kost relatief veel geld. Dit komt vooral omdat er veel specialistische kennis nodig is. De doelgroep heeft verschillende soorten psychiatrische problemen. Hierdoor hebben ze behoefte aan verschillende soorten ondersteuning. Door groepen met dezelfde beperkingen bij elkaar te laten wonen, blijft de zorg betaalbaar. Dit kan een kleinere gemeente niet organiseren. Hiervoor is de doelgroep per gemeente te klein en te verschillend. Alleen door samen te werken, kunnen we de bestaande zorg en ondersteuning blijven aanbieden. Dit sluit ook aan bij de wens van cliënten die nu beschermd wonen 2.1 We willen dat onze inwoners kunnen werken aan herstel in de eigen omgeving We willen de verantwoordelijkheid voor goede zorg op het laagst mogelijke niveau organiseren: zo lokaal mogelijk. Dit kan niet als iemand beschermd moet wonen, maar wel als iemand minder zorg nodig heeft. Dat kan met het product Beschermd Thuis.

Hiermee woont een inwoner zelfstandig en is zorg en ondersteuning van een zorgaanbieder op afroep beschikbaar. Beschermd Thuis bestaat op dit moment nog onvoldoende en biedt kansen om op lokaal niveau te organiseren, bijvoorbeeld met kleinschalige woonprojecten. Het organiseren hiervan kost tijd. Daarom nemen we hiervoor 7 tot 10 jaar. Gemeenten kunnen lokaal verantwoordelijk worden voor de inrichting en uitvoering van Beschermd Thuis. 3.1 De samenwerkingsvorm via een centrumregeling is niet zwaarder dan nodig en is efficiënt. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) vormt de juridische basis voor intergemeentelijke samenwerking, omdat het om publiekrechtelijke taken en bevoegdheden gaat. De WGR kent verschillende samenwerkingsvormen:  De regeling zonder meer;  Het gemeenschappelijk orgaan;  De centrumgemeenteregeling;  De Bedrijfsvoeringsorganisatie. In het eerder door de Raad vastgestelde Beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ is besloten regionaal samen te blijven werken. Het uitgangspunt daarbij is een lichte samenwerkingsvorm met stevige onderlinge afspraken. De Centrumregeling is de meest lichte vorm om bestuurlijke samenwerking te regelen. Door te kiezen voor een centrumregeling hoeven we geen nieuwe organisatie op te zetten. Het ene bestuursorgaan mandateert taken aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. De Raadsvoorstel nr. D.088062

2

verantwoordelijkheid wordt niet overgedragen en we blijven als gemeente betrokken in de beleidsvorming. Daarmee is deze constructie eenvoudig en relatief makkelijk te organiseren. De centrumregeling draagt bij aan efficiency. Er zijn geen extra bestuurslagen en zware of onnodige administratieve lasten. Het geld kunnen we daardoor zoveel mogelijk besteden aan de zorg. Daarnaast biedt deze samenwerkingsvorm de instrumenten waardoor gemeenten kunnen meedenken en -sturen. Dit is belangrijk, omdat o.a. de ambulantisering vraagt om het continu aanpassen van beleid en uitvoering. Het ligt voor de hand om Nijmegen als centrumgemeente aan te wijzen. De bestaande kennis en structuur kunnen we hierdoor gebruiken en behouden. In bijlage 3 treft u een korte weergave aan van de verschillende juridische vormen. 3.2 Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren De keuze om samen te werken ten behoeve van een regionaal voorzieningenniveau bepaalt het niveau van de organisatie van deze taken. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. Dit sluit ook aan bij de behoefte van onze cliënten en aanbieders. Cliënten willen stabiliteit in het zorglandschap. Aanbieders werken bij voorkeur met één centraal aanspreekpunt. Deze manier van werken is het meest efficiënt, ook voor de gemeenten zelf.

3.3 Een dienstverleningsovereenkomst sluit aan bij de opdracht tot uitvoering van centrale taken. In de centrumregeling mandateren de regiogemeenten de uitvoeringstaken aan centrumgemeente Nijmegen. In een dienstverleningsovereenkomst maken we nadere afspraken over de precieze taken die de centrumgemeente krijgt. Dit zijn taken die bedrijfsvoering raken. Beide documenten zijn nodig om de juiste samenwerkingsafspraken vast te leggen. De dienstverleningsovereenkomst is een uitvoeringsverantwoordelijkheid van het college. Deze is nog niet klaar. De overeenkomst wordt na de zomer voorgelegd aan het college. 3.4 Gemeenten blijven door een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting betrokken en houden zo samen grip op de kosten. We zijn als gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de ondersteuning. We bepalen dus gezamenlijk wat het voorzieningenniveau in de regio Nijmegen en Rivierenland moet zijn en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Dit doen we door het opstellen van een gezamenlijk inkoopplan en regiobegroting. We zijn op die manier betrokken en houden grip op de kosten.

Door het gezamenlijk opstellen van de regiobegroting weten we ook welke financiële bijdrage we jaarlijks vooraf moeten vaststellen De regiobegroting geeft inzicht in de kosten die de centrumgemeente maakt voor het uitvoeren van de centrale taken, de centrale toegang en MO. Deze onderdelen kunnen we niet los zien van het totaal. Dit geldt ook als het gaat om de keuzes die een individuele gemeente maakt in het ontwikkelpad. Dit heeft effect op de kosten en de bijdrages voor alle regiogemeenten en ook op het meerjarenperspectief. 4.1 Door te financieren op basis van beschikbaarheid, vangen we samen de financiële risico’s op. Beschermd Wonen is een kostbaar en risicovol product. Het kent een onvoorspelbaar en grillig kostenpatronen dat over de jaren heen zichtbaar wordt. In het ene jaar stroomt er niemand vanuit de eigen gemeente in BW, Het volgende jaar zijn dat er 10. Daarnaast is niet altijd te achterhalen waar een cliënt vandaan komt en welke gemeente financieel verantwoordelijk is. Door gezamenlijk de beschikbaarheid te financieren worden de risico’s verdeeld en is voor elke gemeente vooraf duidelijk wat de kosten zijn. Vanaf 2023 ontvangen gemeenten boven op hun bestaande Wmo budget, aanvullende middelen voor de uitvoering van BW. Dit aanvullende deel is gebaseerd op het nieuwe objectieve verdeelmodel van het Rijk.

Deze middelen zijn afgestemd op de kenmerken van een gemeente, zoals het inwoneraantal en het aantal bijstandsgerechtigden. Om het totaal van de bijdrage te bepalen kijken we alleen naar de aanvullende middelen die de gemeente ontvangt. Het nieuwe Wmo budget (2023) minus het oude Wmo budget (2022) is het Raadsvoorstel nr. D.088062

3

deel dat we gebruiken voor BW. De integratie-uitkering BW die de gemeente Nijmegen ontvangt wordt altijd eerst volledig gebruikt en pas daarna volgt de inzet van de regionale middelen. We dragen de tekorten gezamenlijk. Overschotten laten we evenredig terugvloeien naar de regiogemeenten. De decentralisatie vindt in 10 jaar tijd in stappen plaats. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog een groot deel van de centrumgemeente middelen. Dit bouwt het rijk in stappen af. Daar staat tegenover dat het rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Het geld voor BW verschuift dus in 10 jaar van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten. Het ontwikkelpad voor het schaalniveau van de voorzieningen BW in de centrumregio Nijmegen en Rivierenland loopt hier in gelijk. In 7-10 jaar tijd ontwikkelen we zoveel als mogelijk naar een lokaal voorzieningenniveau.. 4.2 Het vooraf vaststellen van de financiële bijdrage geeft duidelijkheid voor alle gemeenten Om de taken voor BW uit te kunnen voeren is het voor alle gemeenten belangrijk dat we voor elk jaar weten welk budget we nodig hebben en wat er beschikbaar is. Dat betekent dat we het budget en de bijdrages elk jaar vooraf vaststellen. Eventuele correcties worden tijdig gecommuniceerd en via de P&C cyclus gemeld. De definitieve vaststelling komen na de jaarafsluiting.

Dit gebeurt nadat Nijmegen alle productieverantwoordingen van de zorgaanbieders heeft ontvangen. 5.1 We moeten duidelijk maken hoe wij BW en MO organiseren in de regio Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport vraagt samenwerkende regio’s om plannen te maken om de regionale samenwerking in te richten rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Ook is er in VNG verband een norm voor opdrachtgeverschap (NvO) vastgesteld. Deze norm zegt, onder andere, dat gemeenten afspraken moeten maken hoe ze (niet vrijblijvende) regionale samenwerking gaan inrichten en hoe zij administratieve lasten beperken en sturen op meerjarige contracten vanuit het oogpunt van stabiliteit en innovatie in het zorglandschap. Door het vaststellen van de beslispunten en alle stukken die daarbij horen (zoals de centrumregeling en de op te stellen DVO) voldoen wij aan deze norm. Het ministerie verwacht van iedere regio ook een plan van aanpak. Het regioplan geeft samen met het beleidsplan Samen Dichtbij weer hoe de gemeenten uit de regio Nijmegen en Rivierenland dit doen. Voor inwoners en aanbieders is het belangrijk om te weten wat ze van gemeenten kunnen verwachten. Het regioplan zoals dit nu voorligt geeft hen duidelijkheid. 3.

Wat zijn de nadelen en/of mogelijke risico’s als de raad het voorstel overneemt? 2.1 Om Beschermd Thuis te kunnen organiseren, is een bepaald lokaal draagvlak nodig Beschermd Thuis vraagt van aanbieders dat zij verschillende soorten zorg en ondersteuning op afroep snel kunnen inzetten. De dorpen of wijken moeten hier ook op voorbereid zijn. Een passende zorg-infrastructuur is ook van belang. Het kan hierdoor zijn dat niet iedere gemeente Beschermd Thuis kan organiseren. We kunnen er dan voor kiezen dit (sub)regionaal te blijven of gaan doen. 2.2 Het realiseren van Beschermd Thuis vraagt om voldoende woonplekken Die zijn er nu niet. We proberen wel meer woonplekken te maken door samen te werken met wooncorporaties en aanbieders. In Rivierenland maken we hierover afspraken in het convenant ‘Weer Thuis’ uit 2019. Door gebrek aan woonplekken bestaat het risico dat we de transformatie naar ‘zelfstandig wonen in de wijk (met steun)’ niet kunnen waarmaken. 3.1.Met het vaststellen van een Centrumregeling is de invloed van elke afzonderlijke gemeente beperkt Gezien het feit dat we regionaal samenwerken moet er tussen 13 verschillende gemeenten afstemming worden gezocht. Dat betekent dat er soms concessies moeten worden gedaan. We zijn echter gezamenlijk verantwoordelijk voor een strakke en procesmatige bewaking van de regionale Raadsvoorstel nr. D.088062

4

visie. Hiertoe ontwikkelen we, waar nodig, een strategische agenda ter ondersteuning. Ambtelijk is er per gemeente een beleidsadviseur nauw betrokken bij het beleid en de uitvoering. Er worden gegevens verzameld over de aantallen inwoners die in- en uitstromen uit BW en in hoeverre er mogelijkheden zijn om meer ambulante zorg te leveren en regionale zorg verder kan worden afgebouwd. Dit zal consequenties hebben voor de door onze gemeente beschikbaar te stellen budgetten en keuzes voor de lokale ontwikkeling van Beschermd Thuis.

4.1 De lokale begroting is afhankelijk van de afspraken in de regionale samenwerking We zijn samen verantwoordelijk voor budgetbeheer. Dit doen we op basis van een meerjarig inkoopplan. De bijdrage per gemeente maakt hier onderdeel van uit en is gerelateerd aan het ‘aanvullend’ Wmo budget van de gemeenten. Deze afhankelijkheid van de regionale begroting vormt een risico voor de lokale begroting. We monitoren daarom de ontwikkeling van BW en MO. 4.2. Er is nog onzekerheid over de beschikbare budgetten vanaf 2023 Er zijn op dit moment veel onzekerheden waarmee we rekening moeten houden bij het vaststellen van het budget voor de regionale begrotingen vanaf 2023. Dat heeft onder andere te maken met de uitname uit het budget omdat cliënten overgaan naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Dit proces moet het Centrum Indicatiestelling (CIZ) halverwege 2021 afronden. Ook is het nieuwe verdeelmodel nog niet vastgesteld. We kijken al wel met elkaar of het mogelijk is de onderdelen BW en BT te splitsen. BW blijft dan het ‘standaard’ regionale budget en BT wordt dan onderdeel van het ontwikkelpad. 4.3. Voor de overdracht van BT van regionaal naar lokaal geldt een ontwikkelpad van 7-10 jaar We organiseren BT eerst regionaal. Gedurende het ontwikkelpad bepalen gemeenten zelf hoe snel en hoever ze gaan met de lokale inrichting en uitvoering ervan.

BT lokaal (sub regionaal) organiseren en betalen betekent dat gemeenten geld uit het regionale budget moeten halen. Dit heeft gevolgen voor het huidige regionale voorzieningenniveau. Dat kan effect hebben op hoeveel geld alle gemeenten moeten inleggen. Dit traject stemmen de regiogemeenten zorgvuldig op elkaar af. We maken daar goede afspraken over. 4. Wat betekent het als de raad dit voorstel niet overneemt? We zijn als gemeente verplicht om een regioplan BW mee op te stellen. Als het voorstel niet wordt overgenomen dragen we zelf alle financiële risico’s als veel inwoners gebruik moeten maken van BW of BT. Ook de schaalgrootte die nodig is voor bepaalde voorzieningen is dan niet meer gegarandeerd. Als kleine gemeente hebben we onvoldoende expertise en menskracht om deze taak zelfstandig uit te voeren. 5. Is het een begrotingswijziging? Ja, vanaf 2023 wordt door het Rijk een aanvulling op het Wmo budget gegeven voor de uitvoering van BW. Vanaf dat moment moet het extra budget worden gelabeld voor de uitvoering van BW. TOELICHTING EN UITVOERING 6. Beleidskader Eind 2017 is het Beleidsplan Samen Dichtbij door de Raad vastgesteld. In dit plan staan een viertal uitgangspunten opgenomen die verwerkt zijn in het Regioplan Beschermd Wonen; 7. Effectmeting, planning en evaluatie Na verkregen toestemming van uw raad kan het college overgaan tot het treffen van de Centrumregeling.

De centrumgemeente draagt zorg voor bekendmaking bij overheid.nl. In 2022 gaan we een gezamenlijk inkoopplan en regiobegroting opstellen voor de periode vanaf 2023. De aantallen inwoners die instromen in BW of BT worden gemonitord, evenals de uitstroom. Daarbij zal aandacht zijn voor de gemeente van herkomst, zodat meer inzicht wordt gekregen in de daadwerkelijke grootte en aard van de doelgroep voor onze gemeente. Daar zal ook een woningaanbod op afgestemd moeten worden om BT te kunnen organiseren. Er zal ook aandacht zijn voor de ontwikkeling van BW en BT in andere gemeenten, zodat het aanbod voldoende sluitend en betaalbaar blijft. In de DVO werken we verder uit hoe we precies monitoren om te kunnen evalueren. Raadsvoorstel nr. D.088062

5

De Centrumregeling zal binnen vier jaar na het treffen ervan worden geëvalueerd onder gemeenschappelijk opdrachtgeverschap van de deelnemers. De resultaten van deze evaluatie zullen worden gebruikt om te besluiten of deze vorm van samenwerken goede resultaten oplevert. 8. Financiën Vanaf 2023 ontvangt de gemeente op de middelen voor de Wmo een aanvulling voor de uitvoering van BW. Het is nog niet bekend hoe hoog dat bedrag is. Wel is duidelijk dat gemeenten op basis van een eenvoudig rekenmodel, wat verspreid wordt met het objectieve verdeelmodel, exact kunnen bepalen welk bedrag zij extra krijgen. Dat is het bedrag wat beschikbaar is voor de uitvoering van BW. In lijn met afspraken over de verdeelsleutel dragen gemeente bij wat nodig is om de regionale voorzieningen in stand te houden. Net als de bijdrage aan de uitvoeringskosten voor de centrumgemeente. De jaarlijks vast te stellen regionale begroting BW is hierbij leidend. Afspraken hierover worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. Op basis van prognoses vanuit het Rijk over het objectieve verdeelmodel is de verwachting op dit moment dat de eerste 4-5 jaar de combinatie van de centrumgemeente middelen en de lokale bijdragen geen tekort oplevert. De regiogemeenten stellen ambtelijke beleidscapaciteit beschikbaar voor de regionale samenwerking.

Door de openstelling van der Wet Langdurige Zorg (Wlz) weten we nog niet wat het kostenniveau is van BW vanaf 2023. Zodra hier duidelijkheid over is stellen we een regionale begroting op. Naar verwachting is dat bij de meicirculaire 2022. In onderstaande tabel ziet u hoe het voorlopige objectieve verdeelmodel er uit ziet voor de regio. Voorlopige publicatie objectief verdeelmodel

9. Communicatie De Centrumregeling wordt bekend gemaakt bij overheid.nl. Het Regioplan wordt gepubliceerd en is beschikbaar voor inwoners en zorgaanbieders. Via de regionale en plaatselijke kanalen zal de vaststelling van het Regioplan aandacht krijgen. 10. Burgerparticipatie Het concept regioplan is besproken in de Participatieraad. Daarnaast zijn cliënten en zorgaanbieders van BW betrokken bij het tot stand komen van het Regioplan. 11. Deregulering N.v.t. 12. Achtergrondinformatie Om ons voor te bereiden op de decentralisatie stelde u als raad samen met de andere gemeenten uit de regio eind 2017 het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ vast. Raadsvoorstel nr. D.088062

6

In het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ staan 25 voorstellen op het gebied van wonen, zorg, werk, participatie en inkomen. Een aantal daarvan gaan over Beschermd Wonen: - Ook in de toekomsten blijven de regiogemeenten op het schaalniveau van Gelderland-Zuid samenwerken. - De centrumlocaties voor opvangvoorzieningen in Tiel en Nijmegen blijven behouden, maar we bereiden ze niet uit. De tussenvoorzieningen bereiden we in beide regio’s wel uit. - We richten één centrale toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in - We stimuleren het ambulantiseren van zorg (meer uitstroom, meer zorg thuis). Het doel is een opbouw van 30% in 2022 tot 50% in 2032. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen die intramurale zorg nodig heeft, dat ook krijgt. De meeste voorzieningen voor BW en MO staan nu in Tiel en Nijmegen. De kern van het toen vastgestelde beleidsplan is dat we de zorg waar mogelijk, meer lokaal organiseren. In de dorpen en wijken en bij mensen thuis. Verder willen we ook dat deze voorzieningen zich meer richten op herstel en uitstroom. Een aantal voorstellen uit het beleidsplan Samen Dichtbij moesten we nog verder uitwerken. Deze uitwerking staat nu in het regioplan. Na het vaststellen van voorgaande uitgangspunten door u als Raad, bent u in maart 2020 geïnformeerd door middel van een Raadsinformatiebrief over de stand van zaken van het Regioplan.

Vervolgens heeft u in september 2020 een update over het Regioplan ontvangen en bent u kort geïnformeerd via het Raadsjournaal. Op 4 november 2020 is een informatiebijeenkomst voor de Raad gehouden, evenals op 13 april 2021. Bijlagen: - Raadsbesluit - Bijlage 1 Regioplan Beschermd Wonen Regio Nijmegen en Rivierenland (publieksversie) - Bijlage 2 Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland - Bijlage 3 Korte weergave juridische vormgeving gemeentelijke samenwerking - Bijlage 4 ‘Praatplaat’ Inlichtingen bij: Naam Domein

Raadsvoorstel nr. D.088062

E.van Hal Sociaal Domein

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Buren&id=7a02572c-6227-4d63-ad70-08e03a6803e8