CConstaterende datBuren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Verordening verblijfsbelasting gemeente Buren 2024

Besluitvormende Raad 19 december 2023, gemeente BurenBij agendapunt: Heffingsverordeningen 20241.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie 3

Besluit van de raad van de gemeente Buren tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van verblijfsbelasting gemeente Buren 2024 (Verordening verblijfsbelasting gemeente Buren 2024) De raad van de gemeente Buren; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 november 2023; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN VERBLIJFSBELASTING GEMEENTE BUREN 2024

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; d. vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; e.

seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat gedurende het seizoen gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; f. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; g. kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie; h. arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een persoon, gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; i. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni; j. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september;

Verordening verblijfsbelasting 2024

Versie 3

Artikel 2

Belastbaar feit

Onder de naam ‘verblijfsbelasting’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet voor: 1. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; 2. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen. Artikel 3

Belastingplicht

1.

Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van deze verordening.

2. 3.

Artikel 4

Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. door degene, die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5

Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.

Verordening verblijfsbelasting 2024

Versie 3 Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2; c.

mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2; d. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: 1. 2, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 2, indien sprake is van een maandarrangement. 2.

Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 50; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 50; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 50; d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: 1. 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 13, indien sprake is van een maandarrangement.

Artikel 7 (opteren voor) niet forfaitaire maatstaf van heffing 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 van deze verordening wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. 2. Dit verzoek wordt gehonoreerd tenzij de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 15 niet of niet juist is bijgehouden. Artikel 8

Belastingtarief

1. 2.

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting In afwijking van lid 1 van dit artikel bedraagt het tarief € 1,25 per persoon per overnachting voor overnachtingen in een mobiel kampeeronderkomen op een kampeerterrein als bedoeld in artikel 1 onder g. van deze verordening.

Artikel 9

Belastingjaar

€ 1,29

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 1. 2.

Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Verordening verblijfsbelasting 2024

Versie 3 Artikel 11

Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

Artikel 12

Termijnen van betaling

1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de voorlopige aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. De definitieve aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

2. 3.

Artikel 13

Kwijtschelding Bij de invordering van de op basis van deze verordening geheven belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 14 Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. 2. Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die voor het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag verblijfsbelasting heeft ontvangen. Artikel 15

Registratieplicht

1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het nachtverblijfregister 3. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. 4. De verplichting als bedoeld in voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige een gedegen registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 16

Overgangsrecht De 'Verordening op de heffing en de invordering van verblijfsbelasting gemeente Buren 2023’ vastgesteld op 6 december 2022 in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Buren, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid van deze verordening, genoemde datum van ingang van heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Verordening verblijfsbelasting 2024

Versie 3 Artikel 17

Inwerkingtreding

1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Artikel 18

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening verblijfsbelasting gemeente Buren 2024'. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Buren d.d. 19 december 2023. De griffier,

De voorzitter,

R. Kuipers

H.M. Ostendorp

Verordening verblijfsbelasting 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Buren&id=16dd323c-6911-45ae-b25b-bd421e116b67