Bijlage 3. Nota achtergrondinformatie uitdaagrecht - externe partij De Bruggenbouwers 2024
Tekst van het document
Gemeente Buren Postbus 23 4020 BA Maurik
Betreft: Nota Uitdaagrecht voor leden van de gemeenteraad Buren
‘s-Hertogenbosch, 25 september 2024
Geachte leden van de gemeenteraad van de gemeente Buren, Aangehecht vindt u de nota over het uitdaagrecht ter voorbereiding op de vergadering van 8 oktober 2024. Tijdens de raadsvergadering zullen wij met u de nota op hoofdlijnen doornemen om met u te komen tot een beeld van wat het uitdaagrecht voor Buren en de inwoners van Buren kan betekenen.
Met vriendelijke groet, Namens De Bruggenbouwers, Ernst Steigenga
De Bruggenbouwers Stationsweg 19 5211 TV ‘s-Hertogenbosch www.debruggenbouwers.eu KvK inschrijving 75503727 BTW NL860305569B01 Bank NL06KNAB0255532717
1
Waarom deze notitie Op dinsdag 8 oktober presenteren de Bruggenbouwers het uitdaagrecht aan de gemeenteraad. Het doel van deze presentatie is om samen een beeld te vormen van de mogelijkheden van het uitdaagrecht voor de gemeente Buren. Met deze nota krijgt de gemeenteraad van Buren een beeld van de mogelijkheden en afwegingen rondom het uitdaagrecht. In de nota behandelen we de aanleiding voor het uitdaagrecht en leggen we uit wat dit inhoudt. Wij lichten tevens verschillende keuzemogelijkheden en adviezen toe die uw raad kan meenemen in haar besluitvormingen. Voordat we ingaan op keuzes die een gemeente kan maken met de bijbehorende overwegingen, noemen we concrete voorbeelden van het uitdaagrecht in andere gemeenten. Deze voorbeelden tonen positieve en negatieve ervaringen van gemeenten met het uitdaagrecht. De financiering binnen het uitdaagrecht en de bijkomende aansprakelijkheid worden aan het slot van de nota behandeld. De nota sluit af met een aantal adviezen aan de gemeente Buren. In de informatie- en werksessie van 8 oktober bespreken wij deze nota met uw raad.
Aanleiding Onlangs stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau.1 Vanaf 1 januari 2025 zijn gemeenten verplicht om in hun participatieverordening te omschrijven hoe zij het uitdaagrecht van inwoners willen organiseren. Hoe gemeenten dit willen doen, kunnen zij zelf vormgeven. Gemeente Buren geeft aan zich volop te willen inzetten voor inwonersparticipatie. Onderdeel hiervan is de in december 2021 aangenomen motie omtrent het uitdaagrecht.2 Hierin staat dat u meer ruimte wil bieden voor het eigen initiatief en de eigen verantwoordelijkheid van inwoners middels het recht van een gemeenschap of een groep inwoners om een taak van de gemeente 1 https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20240604/burgerparticipatie_wordt_versterkt 2 https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=buren&id=e5aa66a0-3009-4afa-9d7a0f87d07333a1
2
over te nemen. Hierbij geeft u aan dat u helpt in het faciliteren van de 'uitdagingen' en het bijbehorende budget overdraagt. Ook stelde u in december 2023 de startnotitie participatie De kracht van de samenleving vast.3 Hierin uit de gemeenteraad de ambitie om meer inwoners op een passende manier te betrekken en aan te sluiten op de intrinsieke motivatie van inwoners om actief te participeren. Het uitdaagrecht is een middel hiertoe. De Bruggenbouwers zijn in 2023 gestart met onderzoek naar de toepassing van het uitdaagrecht in verschillende gemeenten waarbij wij werkwijzen van de gemeenten met elkaar vergelijken. Hierdoor hebben wij kennis paraat over de redenen voor het succes of falen van het uitdaagrecht in gemeenten. In deze notitie vertellen we u hier meer over.
Wat is het uitdaagrecht? Bij het uitdaagrecht krijgen inwoners de kans om een taak van de gemeente (gedeeltelijk) over te nemen als zij dit beter, goedkoper en/of slimmer kunnen doen. Denk hierbij aan groenonderhoud, maar ook aan de deeltaxi, het opruimen van de weekmarkt of re-integratie op de arbeidsmarkt. Een initiatiefnemer dient een uitdaging in bij de gemeente om de taak op zich te nemen. Vooraf aan de daadwerkelijke overname van die taak, moet de gemeente regels hebben opgesteld en op basis daarvan met de initiatiefnemer afspraken maken. Uit ons onderzoek blijkt dat veel gemeenten de criteria hanteren die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aandraagt4: De initiatiefnemers zijn geworteld in de buurt of wijk van het gebied. De initiatiefnemers een huidige lokale voorziening of gemeentelijke taak willen overnemen. Op basis van de kennis en ervaring van de initiatiefnemers het aannemelijk is dat zij de prestatie kunnen leveren. Het initiatief wordt gedragen door de wijk of buurt. Het initiatief geen andere inwoners schaadt. De initiatiefnemers beschikken over een rechtsvorm. De kosten voor de uitvoering niet hoger zijn dan de huidige kosten.
3
https://buren.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/View/111253ec-f565-41fd-9532-840c7ef06580
4
https://vng.nl/brieven/vng-voorbeeld-verordening-participatie-en-uitdaagrecht-nieuw-enhandreiking
3
Taken die exclusief zijn voorbehouden aan de overheid, zoals bijvoorbeeld strafvervolging of het werk van de hulpdiensten, vallen buiten het uitdaagrecht.
Voorbeelden uit andere gemeenten Hoewel het uitdaagrecht nog in de kinderschoenen staat, zijn er al meerdere gemeenten met ervaringen. De onderstaande voorbeelden illustreren welke vormen de initiatieven van het uitdaagrecht aan kunnen nemen, hoe gemeenten deze initiatieven behandelen en wat er tijdens dergelijk proces goed en minder goed verloopt.
De uitdaging wordt opgedeeld in meerdere projecten (Gemeente buiten de Randstad, ±124.000 inwoners)
Ondernemers willen het beheer van het bedrijventerrein overnemen. Er wordt een uitdaging ingediend waarbij de initiatiefnemers zowel het beheer van het groen en de parkeerplekken over willen nemen. Omdat het een domein overstijgend onderwerp is, heeft het participatieteam van de gemeente besloten om deze uitdaging op te delen in twee delen. Om lange wachttijden te voorkomen is besloten om te focussen op één van de twee onderdelen van de uitdaging. Wat gaat goed?
Wat gaat minder goed?
Gemeente brede aanpak Participatieteam neemt de uitdaging aan: concrete afhandeling
Interne regelgeving dwong het team om de uitdaging op te delen Het onderwerp van de uitdaging is domein overstijgend en kan zodoende het proces vertragen omdat onderling contact binnen gemeente langzaam verloopt
Beleid belemmert het uitdaagrecht (Gemeente buiten de Randstad, ±188.000 inwoners)
Deze gemeente heeft als een van de eerste in Nederland het uitdaagrecht opgenomen in de participatieverordening. De intenties waren juist, maar de bestuurscultuur in deze gemeente wordt als problematisch ervaren. Er is sprake van een "collegestad". Gemeentemedewerkers voelen dat hun expertise niet wordt erkend met de focus op burgerparticipatie. Bestuurders vinden weinig draagvlak en participatie wordt meer voor de schijn gedaan. 4
Conservatieve ideeën winnen terrein, en besluiten worden vaak op een traditionele manier genomen. De gemeente lijkt een afstandelijke organisatie te worden, los van de inwoners. Het probleem ligt zowel in de structuur als de cultuur van de gemeente.
Wat gaat goed?
De gemeenteraad heeft het uitdaagrecht aangedragen Aanwezigheid van wijkdeals en herinrichtingstrajecten Initiatieven komen vanuit de raad Er wordt gewerkt zonder vaste commissies
Wat gaat minder goed?
Er is geen borging en kader binnen de organisatie De gemeente is sceptisch over de macht die naar de inwoner wordt overgedragen Stevige bestuurscultuur en geen ruimte voor fundamentele veranderingen De participatieverordening is slecht vindbaar, er worden weinig initiatieven aangedragen door inwoners Aanwezigheid van raadsleden bij pleidooien van inwoners is laag Geen zicht op vroegere participatie en hoe dit verliep
Het uitdaagrecht binnen het zorgdomein (Gemeente binnen de Randstad, ±66.000 inwoners)
Door de groeiende zorgkloof is in een klein dorp duidelijk dat er te weinig mensen zijn om zorg te verlenen aan een steeds grotere groep zorgbehoevenden. Er is een sterke behoefte aan meer zorg in het eigen dorp en zodoende richten de inwoners een zorgcoöperatie op. Bij de gemeente vraagt de coöperatie de uitdaging aan om regie te nemen over het woonbeleid en de bouw van zorgwoningen te beginnen. De coöperatie ontvangt een startsubsidie, waarmee zij een dorpsteam en –ondersteuner aanstellen. De dorpsondersteuner wordt betaald door de gemeente maar is in dienst van de coöperatie. Elke vier jaar ontvangt de coöperatie subsidie van de gemeente. Daarnaast verhoogt de bouw van een dorpshuis en woningen voor jong en oud de sociale cohesie in het dorp. De gemeente was in het begin huiverig. Ondertussen verloopt de samenwerking tussen initiatiefnemers en gemeente voorspoedig.
5
Wat gaat goed?
Inwoners zijn zeer betrokken Gemeente is in de loop van het proces steeds welwillender en investeert in de relatie met de initiatiefnemers Bijkomstigheden: Uitdagingen kunnen ook een positief effect hebben binnen andere domeinen
Wat gaat minder goed?
Bureaucratie bemoeilijkt de uitdaging: in de waan van bestuurlijke drukte van een middelgrote gemeente gaat de wens voor lokale zorgvoorzieningen verloren Zorg kan een lastig domein zijn met regels en protocollen, wat de mogelijkheden voor een burgerinitiatief belemmert
Het uitdaagrecht vindt plaats in meerdere kernen (Gemeente buiten de Randstad, ± 129.000 inwoners)
In de gemeente leidt direct contact met inwoners via de buitendienst tot vragen over verantwoordelijkheden bij gemeentelijke zaken. Om dit te bewerkstelligen, ondersteunde de gemeente bewonersinitiatieven. De tactiek van deze gemeente is vooral geweest zich niet te streng op te stellen naar de initiatiefnemers. De gemeente bekijkt gezamenlijk met de initiatiefnemers met welk initiatief zij komen en waar dit het beste past binnen de gemeente. Er zijn veel kleine initiatieven ingediend met echter een wisselend succes, afhankelijk van welke ambtenaar erbij betrokken is. Succesvol is de samenwerking tussen initiatiefnemers en de buitendienst, waarbij de buitendienst vakkennis deelt met de initiatiefnemers. Het indienen van een uitdaging is vereenvoudigd door het invullen van een online formulier. Hoewel het herverdelen van onderhoudsbudgetten een uitdaging bleek, ligt de grootste moeilijkheid in het vinden van betrokken gemeentemedewerkers die goed luisteren en samenwerken zonder ideeën van inwoners over te nemen. Wat gaat goed?
Inwoners dragen veel initiatieven aan College van B&W en de gemeenteraad zijn enthousiast Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende typen initiatieven richting de burger
Wat gaat minder goed?
Gebrek aan capaciteit en ambtenaren die beschikken over soft-skills naar de inwoners toe Herverdeling van budgetten was lastig Het proces was te afhankelijk van bepaalde personen, dat maakt het kwetsbaar
6
Van tevoren zijn er geen regels vastgelegd, focus op maatwerk
Tegen welke problemen lopen gemeenten aan? Bij de implementatie van het uitdaagrecht kan een gemeente tegen complicaties aan lopen. Op basis van onderzoek in internationale en academische literatuur en vanuit de praktijkervaringen met het uitdaagrecht in meerdere Nederlandse gemeenten, categoriseren de Bruggenbouwers de complicaties met het uitdaagrecht in verschillende typen. Gemeenten lopen aan tegen:
Complexiteit. Het uitdaagrecht is een complexe vorm van participeren. Er komt veel bij kijken. Zo heeft u als gemeente juridische kennis nodig, moet u financiële stromen op elkaar afstemmen en verschillende afdelingen/domeinen van de gemeente met elkaar verbinden. Ook heeft u een kartrekker binnen de gemeentelijke organisatie nodig die zich hard wilt maken voor deze vorm van participatie, maar die ook realistische eisen kan stellen die passen bij gemeente Buren.
Personeel en organisatie: Om een uitdaging soepel te laten verlopen, is het van belang dat er ambtenaren binnen de gemeente Buren beschikbaar zijn die zowel beschikken over tijd als expertise om de uitdaging te ondersteunen. Om continuïteit van de uitdagingen te waarborgen, is het verstandig om meerdere ambtenaren aan te wijzen die in staat zijn om met het uitdaagrecht en de binnenkomende uitdagingen om te gaan. Zo kan je als gemeente voorkomen dat uitdagingen vastlopen of zelfs niet doorgaan als één ambtenaar onverhoopt afwezig is.
Capaciteit. Het succesvol implementeren van een uitdaging duurt in sommige gemeenten jaren. Er komt vanuit de gemeentelijke organisatie veel bij kijken om een uitdaging goed te begeleiden en tot een concreet voorstel te komen. Inwoners kunnen dit immers vaak niet zelf omdat zij niet bekend zijn met de wereld van de gemeente. Bovendien raakt een uitdaging vaak aan meerdere afdelingen/domeinen binnen de gemeentelijke organisatie die moeten worden betrokken. Voldoende capaciteit is dus noodzakelijk.
7
Continuïteit. Gemeenten met ervaring met het uitdaagrecht ondervinden dat de uitdagingen niet altijd de looptijd hebben die wenselijk is. Betrokkenen verhuizen, overlijden of krijgen onderling ruzie en stoppen vervolgens met het uitvoeren van de taak. Een gemeente kan dit niet altijd voorkomen. Het is wel mogelijk via specifieke criteria de kans hierop te verkleinen. Hierover volgt meer bij de passage "Welke keuzes kan de gemeente maken?".
Kosten. Het accepteren van een uitdaging leidt niet per se tot lagere kosten voor de gemeente. Het kan zijn dat de uitvoering door initiatiefnemers duurder is dan de reguliere uitvoering. Daarnaast vereist de begeleiding van een initiatief tijd van gemeenteambtenaren van verschillende afdelingen en daarmee kosten voor de gemeente. Gemeenten met ervaring met het uitdaagrecht geven aan maatschappelijke meerwaarde belangrijker te vinden dan de kosten van een uitdaging.
Leef-/systeemwereld. De wereld waarin inwoners leven werkt anders dan het werk binnen een gemeentelijke organisatie. Er zijn binnen de gemeente geschreven en ongeschreven regels naast randzaken om rekening mee te houden. Bij het uitdaagrecht is het van belang dat de betreffende ambtenaar en de initiatiefnemers tot een gezamenlijke uitkomst komen. Het is daarom van belang dat een medewerker van de gemeente de initiatiefnemers stap voor stap meeneemt door alle noodzakelijke processen. De initiatiefnemers verdienen het om serieus te worden genomen en dat geldt ook voor de interne regels en processen. De ambtenaren die het proces van een uitdaging begeleiden moeten steeds de mogelijkheden, onmogelijkheden en eventuele uitzonderingen kunnen en willen aangeven. Het stellen, hebben en handhaven van grenzen door de gemeente Buren is noodzakelijk. Tegelijk is het denken in en zoeken naar oplossingen. De gemeente creëert daarmee minder ongelijkheid tussen initiatiefnemers die al veel weten van de overheid (zoals een oud-ambtenaar), en initiatiefnemers die deze kennis niet hebben.
Diversiteit. Het uitdaagrecht is er voor alle inwoners. Afhankelijk van de leeftijd, opleiding en culturele achtergrond van de initiatiefnemers hebben zij meer of minder begeleiding nodig. Dit probleem wordt deels verholpen door het laagdrempelig maken van het proces van het uitdaagrecht, 8
bijvoorbeeld door één aanspreekpunt en één indienpagina voor alle initiatieven. Ook helpt het als initiatiefnemers niet een volledig uitgewerkte uitdaging hoeven in te dienen, maar deze samen met de gemeente verder uitwerken. In dit traject kunnen de initiatiefnemers en de ambtenaar meer van elkaars werelden leren. Volledige diversiteit bij het uitdaagrecht is nooit verzekerd, maar deze aanpassingen kunnen helpen een stap in de goede richting te zetten.
Bestaande contracten. Wanneer initiatiefnemers bijvoorbeeld een groenperk willen overnemen, stuiten gemeenten vaak op bestaande contracten. Vaak is er immers al een groendienst die in dit onderhoud voorziet. Een ander obstakel op dit domein is dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt regelmatig juist deze taken vervullen. Hierin is dus creativiteit, geduld en transparantie in afwegingen voor nodig.
Welke keuzes kun je als gemeente maken? Een gemeente hoeft de voorbeeldcriteria van de VNG niet aan te houden. Zo kunt u de uitdagingen zo groot of zo klein maken als bij de gemeente Buren past. Hierin kunt u een afweging maken tussen de wensen van de initiatiefnemers en de capaciteit van de gemeente Buren. Wij raden aan hier zo realistisch mogelijk naar te kijken: hoeveel budget, capaciteit en begeleiding wil en kán de gemeente Buren bieden? In het uitdaagrecht werken gemeenten nauw samen met inwoners. De uitvoering van de specifieke uitdaging heeft consequenties voor de kwaliteit van de onderlinge relatie. Er moet dus voorzichtig worden omgegaan met het vormen van verwachtingen bij de initiatiefnemers. Een aantal kaders helpen hierbij: Zo helpt het stellen van een criterium aan aantal initiatiefnemers bij de continuïteit van uitdagingen. Zo kunnen ze langer voortbestaan. U kunt kiezen op welke beleidsdomeinen de gemeente Buren uitdagingen toestaat. In het begin kunt u bijvoorbeeld kiezen om alleen ruimtelijke-ordeningsvraagstukken of zorgvraagstukken toe te staan. U kunt kiezen voor specifieke kernen om het uitdaagrecht uit te proberen. Ook kunt u de afweging maken om de eis dat de uitvoering goedkoper moet zijn dan in de huidige begroting te schrappen of juist te behouden. Hierbij weegt u af in welke mate
9
maatschappelijke bijdragen opwegen tegen financiële voordeligheid. Start het uitdaagrecht op als een pilot. Sta bijvoorbeeld in eerste instantie één of enkele uitdagingen toe om eens te kijken waar initiatiefnemers en uw organisatie tegenaan lopen. Deze behoefte van de gemeente Buren blijkt al uit de motie Uitdagingrecht (Right to Challenge) van december 2021.
Naast het bijstellen van de voorbeeldcriteria zijn er ook een aantal andere zaken om rekening mee te houden.
Financiering Binnen het uitdaagrecht is er uiteraard ook sprake van een financiële kant. Initiatiefnemers zorgen in sommige gevallen zelf voor financiering door middel van crowdfunding, maar in veel gevallen is er publiek geld nodig. Veel gemeenten bevorderen burgerbetrokkenheid en reserveren hiervoor de nodige budgetten. De financiering van uitdagingen kan in de praktijk op verschillende manieren verlopen:5 De gemeente draagt geen financiële middelen over maar faciliteert het initiatief. Materiaal verbonden aan het initiatief financiert de gemeente en de initiatiefnemers krijgen ondersteuning in natura. Deze vorm leent zich voor initiatieven zoals kleinschalig groenonderhoud. Indien een project groeit en initiatiefnemers eigen budget nodig hebben, kan een gemeente door middel van een financiële transactie de initiatiefnemers verder ondersteunen. Dit draagt bij aan het eigenaarschap van de initiatiefnemers en creëert een gelijkwaardig partnerschap tussen initiatiefnemer en gemeente. Veel gemeenten maken geld vrij voor uitdagingen middels een subsidieregeling. Deze veelgebruikte vorm is laagdrempelig en houdt de kosten beheersbaar. Volgens artikel 4:21 Awb is een subsidie een aanspraak op financiële middelen die wordt verstrekt met het oog op gespecificeerde activiteiten. Het is belangrijk om duidelijke kaders te schetsen om die activiteiten helder te krijgen.
Initiatiefnemers zijn niet vrij om zelf besteding van het publieke geld te zoeken. Dit dient besteedt te worden aan het vooraf afgesproken doel.
5
https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=buren&id=e5aa66a0-3009-4afa-9d7a0f87d07333a1
10
Een andere optie is het aanbesteden van een overheidsopdracht. Deze vorm is echter complexer en loopt daarnaast via het burgerlijk recht, wat invloed heeft op de aansprakelijkheid van de gemeente (zie kopje Aansprakelijkheid). Verder zijn er volop creatieve ideeën te vinden. Zo is er bijvoorbeeld een vouchersysteem waarbij inwoners ieder een bedrag krijgen en dit samen kunnen inleggen om een initiatief uit te voeren. Ook kunt u het vormen als een prijsvraag voor wie de beste uitdaging heeft om een probleem op te lossen.
Veel gemeenten kiezen ervoor om een maximumbedrag per uitdaging vast te stellen, vooral om budgettaire risico's te beheersen en een eerlijke verdeling van middelen te waarborgen. Door een bovengrens in te stellen, behouden gemeenten controle over hun financiën en voorkomen zij dat één initiatief een disproportioneel groot deel van het beschikbare budget opslokt. Dit is met name belangrijk wanneer er meerdere uitdagingen lopen of wanneer er veel interesse is vanuit de gemeenschap. Een voordeel van het hanteren van een maximumbedrag is dat het financiële voorspelbaarheid biedt en de kans op overbesteding verkleint. Gemeenten kunnen op deze manier duidelijk communiceren wat de financiële kaders zijn, waardoor initiatiefnemers vanaf het begin weten waar zij aan toe zijn. Bovendien zorgt een maximumbedrag ervoor dat initiatieven efficiënt omgaan met beschikbare middelen. Aan de andere kant kleeft er ook een nadeel aan het hanteren van een strikte bovengrens. Het kan er namelijk voor zorgen dat grotere of complexere uitdagingen, die mogelijk meer middelen vereisen, niet voldoende ondersteuning krijgen of zelfs worden uitgesloten. Dit kan leiden tot ongelijkheid tussen kleine en grote initiatieven.
Gemeenten baseren hun inschatting van de kosten van het uitdaagrecht op een combinatie van factoren, waaronder de aard en omvang van het initiatief, de benodigde middelen (zoals mankracht, expertise en materialen), en mogelijk eerdere ervaringen met vergelijkbare initiatieven. Een belangrijke eerste stap is het in kaart brengen van de benodigde ondersteuning: gaat het om puur financiële middelen, of is er ook behoefte aan technische of organisatorische hulp? Een participatieteam of coördinator kan een analyse van de potentiële kosten maken op basis van interne
11
resources, zoals personeel en infrastructuur, evenals eventuele externe kosten zoals het inhuren van deskundigen of leveranciers. Daarnaast kijken veel gemeenten naar precedenten en leren zij van andere gemeenten die ervaring hebben met het uitdaagrecht. Dit kan variëren van vergelijkbare projecten in eigen regio tot kennisdeling in landelijke netwerken. Door te vergelijken hoeveel vergelijkbare initiatieven elders hebben gekost, kunnen gemeenten een inschatting maken van hun eigen kosten. Let wel, er zijn externe factoren die de kosten beïnvloeden. Denk hierbij aan budgetverschillen tussen gemeenten, onvoorziene kosten door meer inzet van ambtenaren of duurdere materialen die worden ingezet voor een initiatief. Gemeenten houden ook rekening met de schaal van het initiatief. Kleinere, lokale initiatieven zoals buurtgroenbeheer zullen minder kosten met zich meebrengen dan grootschaligere projecten zoals het beheer van sportaccommodaties, opknappen van buurthuizen of het organiseren van zorgvoorzieningen. Naast directe kosten houden gemeenten ook rekening met indirecte kosten, zoals ambtelijke uren voor begeleiding en toezicht, juridische ondersteuning en eventuele vergunningsprocedures. Risicobeheersing en financiële reserveringen een rol in de inschatting van de kosten.
Sommige gemeenten kiezen ervoor om een buffer op te nemen in hun begroting om onverwachte uitgaven op te vangen die tijdens het verloop van het project kunnen ontstaan.
Aansprakelijkheid Voor zowel gemeenten als inwoners is het van belang om helder te communiceren hoe de aansprakelijkheid binnen het uitdaagrecht is geregeld. Op dit punt bestaat nog geen sluitende jurisprudentie vanuit de Raad van State. Veel gemeenten vinden het lastig bepaalde taken uit handen te geven of bepaalde initiatieven toe te staan omdat zij bang zijn aansprakelijk gehouden te worden voor de uitvoering hiervan. Art. 6:174 BW legt risicoaansprakelijkheid vast. Dit artikel is van toepassing als een derde schade lijdt door een burgerinitiatief. Maar: dit gaat alleen over situaties waarin sprake is van bijvoorbeeld een wijkgebouw, een speeltoestel of een ander blijvend object of gebouw. Vaak wordt de overheid hierop aangekeken. Het gaat dan vaak over situaties waarin de grond, of bijvoorbeeld het gebouw waar de problemen ontstaan in bezit is van de gemeente. In de wet 12
gaat het met name om problemen bij een opstal: dit zijn alle gebouwen of werken die mensen maken, en hier valt dus al snel veel onder. De eigenaar van de opstal wordt gezien als de eigenaar van het probleem. In veel gevallen is dat de gemeente. Initiatiefnemers zijn dus niet aansprakelijk voor problemen omdat zij niet de in openbare stukken vastgelegde eigenaar van het product of de grond zijn. Dit kun je als gemeente voorkomen door een recht van opstal te vestigen. Dat is een notariële akte in openbare registers waarbij de initiatiefnemer de eigenaar wordt. In een andere categorie valt het werken in de openbare ruimte. Denk aan het onderhouden van speeltuinen, openbaar groen of het ophalen van afval. In dat geval is de gemeente enkel aansprakelijk als het haar direct te verwijten is. Ofwel: De gemeente moet een fout hebben gemaakt. Door bepaalde keuzes te maken, kunt u de kans op een claim verkleinen: zo is het type initiatief van belang en is de kans groter wanneer de gemeente gedoogbeleid toepast bij bepaalde initiatieven wanneer de vergunningverlening nog niet helemaal rond is. Ook is de manier van financiering van initiatieven van invloed. Zo kun je kiezen voor subsidieverlening en dit valt onder het bestuursrecht, of het financieren als overheidsopdracht wat loopt via het burgerlijkrecht. Beide opties hebben voor- en nadelen.
Hier vallen dus genoeg afwegingen in te maken. Niet te vergeten is met name de politieke afweging binnen dit onderwerp: in hoeverre is
aansprakelijkheid van belang? Binnen de aansprakelijkheid en burgerinitiatieven kunnen onverhoopt zaken verkeerd lopen. Er zijn drie vormen van gevreesde schadesoorten te onderscheiden: schade geleden door de groep initiatiefnemers, imagoschade voor de overheid en schade geleden door derden. Wij zetten de drie vormen hieronder uiteen: Schade geleden door de groep initiatiefnemers uit zich door schade tijdens werkzaamheden van initiatiefnemers. Concrete voorbeelden zijn nog onbekend, maar een grote schadepost zoals arbeidsongeschiktheid van de initiatiefnemer is een mogelijkheid. Imagoschade voor de overheid. Het ligt politiek gevoelig als een burgerinitiatief schade veroorzaakt en kan resulteren in kritische vragen vanuit de gemeenteraad en inwoners die de schade de gemeente aanrekenen.
13
Schade aan derden kan ontstaan als bij de uitvoering door initiatiefnemers een omstander/bezoeker wordt geschaad. Bijvoorbeeld een kind dat valt in een speeltuin die wordt gerund door een groep initiatiefnemers.
Adviezen bij de start met het uitdaagrecht Voor een gemeente die begint met het uitdaagrecht, raden wij een aantal keuzes aan. Deze betreffen in de kern dat wij aanbevelen het uitdaagrecht klein te beginnen. De kracht zit hierbij in de beperkingen die je stelt. Wees realistisch in wat de gemeente Buren aan kan en schaal pas op wanneer het initiatief goed en soepel verloopt. Zo raden wij aan:
Kies één domein. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toestaan van enkel uitdagingen betreffende groenonderhoud. Start met één uitdaging. Kijk hoe deze uitdaging verloopt en waar u tegenaan loopt. Denk niet te groot: ga bijvoorbeeld niet meteen voor de overname van wijkgebouwen, maar ga voor het onderhouden van een speeltuintje of een buurtmoestuin op de gemeentelijke groenstrook. Vind een enthousiaste kartrekker binnen de gemeente Buren voor het uitdaagrecht en met soft-skills. Hierbij kunt u denken aan iemand die dicht bij de inwoner staat, denkt vanuit mogelijkheden en een goede verbinder is tussen de politiekbestuur- ambtelijke organisatie en de inwoner. Durf te leren en fouten te maken. Het is logisch dat een eerste uitdaging niet altijd even soepel verloopt. Wees hier duidelijk in naar de inwoner en naar uw gemeente. Bied als gemeenteraad de ruimte aan de gemeente Buren om fouten te maken, te herstellen en hiervan te leren. Blijf in contact met de initiatiefnemers. Houd initiatiefnemers die een uitdaging hebben ingediend op de hoogte van de voortgang van het proces en wees eerlijk over hobbels waar u tegenaan loopt als gemeente. Als u een open gesprek voert met initiatiefnemers, zijn zij eerder bereid de vaak lange doorlooptijd van een uitdaging realiseren te accepteren. Het kan hierbij helpen vaste contactmomenten in te plannen.
14
Bijeenkomst 8 oktober Op 8 oktober zullen wij bij uw raad terugkomen met een korte interactieve bijeenkomst. Globaal is de agenda als volgt: Informatief deel. Tijdens deze sessie praten wij u kort bij over de informatie in deze notitie. Aan de hand van een tijdlijn nemen we door wat er in welke fase van de gemeente wordt verwacht. Interactief deel. Na het informatieve deel van de sessie willen we met u in gesprek over de doelen die u met het uitdaagrecht wenst te bereiken en welke inhoudelijke overwegingen bij de verschillende aandachtspunten een rol kunnen spelen. Tot slot is er natuurlijk ruimte voor vragen en overige discussie.
15