CConstaterende datBuren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.07 - motivering Natuurtoets

Oordeelsvormende Raad 30 juni 2026, gemeente BurenBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Groenestraat ong. Lienden7.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QUICKSCAN

Groenestraat (ong.) te Lienden, Buren Gemeente Buren

HDD Advies Sir Rowland Hillstraat 10 4004 JT Tiel T. 0344 – 21 00 00 www.hddadvies.nl info@hddadvies.nl

Titelblad Locatie Adres Postcode Plaats Opdrachtgever Naam Adres Postcode Plaats Telefoonnummer Contactpersoon E-mailadres Uitvoering Naam Veldwerker Datum veldwerk Opgesteld door Gecontroleerd door Project Projectnummer Projectleider Projectmedewerker

Groenestraat (ong.) 4033 CR Lienden Boomkwekerij Kwint V.O.F. Dorpsstraat 14a 4031 ME Ingen 0344 – 602670 H. Kwint huib.kwint@kpnmail.nl HDD Advies Mevr. I.G. Zaaijer & Dhr. J.H.A Verweij 21 oktober 2024 Mevr. I.G. Zaaijer Dhr. J.H.A Verweij 24001 Dhr. J.H.E Verweij Mevr. I.G. Zaaijer

Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komt van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend Versienummer 1 2

Autorisatiedatum 24-10-2024 08-05-2025

Wijzigingen Geen; eerste uitgifte Aanpassingen n.a.v. brief ODR

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag voor zakelijk gebruik worden verveelvoudigd, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande (schriftelijke) toestemming van HDD advies. De vermelde medewerkers in deze rapportage gaan akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. De resultaten van dit rapport zijn drie jaar geldig vanaf datum van het veldbezoek.

2

INHOUD

Samenvatting ............................................................................................................ 4 1

Inleiding en doel ................................................................................................. 5 1.1 1.2

2

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ........................................ 6 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Inleiding................................................................................................................... 5 Doelstelling ............................................................................................................. 5 Gegevens plangebied............................................................................................. 6 Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 6 Beschrijving van het onderzoeksgebied............................................................... 7 Geplande activiteit(en) ........................................................................................... 7

Gebiedsbescherming in de Omgevingswet ..................................................... 8 3.1 Inleiding................................................................................................................... 8 3.2 N2000-gebieden ...................................................................................................... 8 3.2.1 Algemeen ........................................................................................................... 8 3.2.2 Toetsing geplande activiteit(en).......................................................................... 8 3.3 Natuurnetwerk Nederland .....................................................................................10 3.3.1 Algemeen ..........................................................................................................10 3.3.2 Toetsing geplande activiteit(en).........................................................................10 3.4 Bijzondere natuurgebieden en landschappen .....................................................11 3.4.1 Algemeen ..........................................................................................................11 3.4.2 Toetsing geplande activiteit(en).........................................................................11 3.5 Beschermde houtopstanden ................................................................................12

3.5.1 Algemeen ..........................................................................................................12 3.5.2 Toetsing geplande activiteit(en).........................................................................12 3.6 Conclusie gebiedsbescherming ...........................................................................13

4

Soortenbescherming in de Omgevingswet .................................................... 14 4.1 Inleiding..................................................................................................................14 4.1.1 Zorgplicht ..........................................................................................................14 4.2 Methode toetsing soortenbescherming ...............................................................15 4.2.1 Bureauonderzoek ..............................................................................................15 4.2.2 Veldonderzoek ..................................................................................................15 4.3 Resultaten ..............................................................................................................16 4.3.1 Bureauonderzoek ..............................................................................................16 4.3.2 Veldonderzoek ..................................................................................................18 4.3.3 Consequenties soortenbescherming .................................................................22 4.4 Conclusie Soortenbescherming ...........................................................................26

Bijlage 01 – Plangebied .......................................................................................... 27

3

SAMENVATTING In opdracht van Boomkwekerij Kwint V.O.F. is een QuickScan uitgevoerd voor een perceel aan de Groenestraat te Lienden (kadastraal bekend als gemeente Lienden, sectie K, nummer 236). Het doel van deze toets is om de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling - het realiseren van een schuur en teelttafels - op beschermde natuurwaarden te beoordelen in het kader van een Omgevingsplanactiviteit. Het betreft een toetsing op gebiedsbescherming en soortenbescherming. Uit de toetsing in het kader van gebiedsbescherming blijkt dat het plangebied buiten Natura 2000- en NNN-gebieden ligt (en ook bijzondere natuurgebieden of landschappen), waardoor directe effecten op beschermde gebieden niet worden verwacht. Daarnaast is het plangebied ook gesitueerd buiten de bebouwingcontour houtkap. Met voorgenomen activiteiten zal geen houtopstand teniet worden gedaan, en geldt dus ook geen meldplicht of herplantplicht. Wel bestaat er onzekerheid over mogelijke stikstofdepositie tijdens de bouw- en gebruiksfase. Daarom is het essentieel om: Een stikstofberekening uit te voeren voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase. HDD advies heeft een bureauonderzoek en veldonderzoek (21 oktober 2024) uitgevoerd voor toetsing van de soortenbescherming, gericht op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna, nestlocaties en verblijfplaatsen.

Tijdens het onderzoek zijn geen beschermde of Rode Lijst soorten aangetroffen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk, mits wordt voldaan aan de algemene zorgplicht. Ten behoeve van de soortenbescherming wordt aanbevolen om: Werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart-juli) uit te voeren; Voorzorgsmaatregelen te treffen om kolonisatie van de teunispijlbloemstaart te voorkomen (p.24 & 25).

rugstreeppad

en

de

Voor de genoemde maatregelen is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Door deze aanbevelingen op te volgen, kan het project naar verwachting worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende natuurwetgeving.

4

1

INLEIDING EN DOEL

1.1

Inleiding

Initiatiefnemers zijn wettelijk verplicht om voorafgaand aan een ingreep onderzoek te laten verrichten naar de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna, evenals op beschermde gebieden zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast kan het noodzakelijk zijn om een melding te doen voor het kappen van houtopstanden, afhankelijk van de omvang en locatie van de bomen. In sommige gevallen is het vereist om een ontheffing of vergunning aan te vragen bij de bevoegde autoriteiten om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden in overeenstemming zijn met de geldende natuurwaarden. Dit kan ook betekenen dat er contact moet worden opgenomen met de provincie voor aanvullende toestemming. In het specifieke geval van boomkwekerij Kwint V.O.F., hierna aangeduid als de initiatiefnemers, is er een plan om een perceel in de gemeente Lienden, sectie K, nummer 236, te gebruiken voor boomteelt door middel van de bouw van een schuur en het plaatsen van teelttafels. Voor deze voorgenomen activiteiten wordt een planologische procedure gevolgd bij Gemeente Buren. HDD Advies is gevraagd om de wettelijke consequenties van deze activiteiten in kaart te brengen in het kader van de Omgevingswet. Dit rapport presenteert zowel de bevindingen van een bureauonderzoek als een veldonderzoek. Het omvat een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet, en de resultaten.

Daarnaast worden de wettelijke gevolgen van de geplande activiteiten besproken, specifiek met betrekking tot de Omgevingswet (soortenbescherming en Natura 2000-gebieden) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk). De resultaten van dit rapport zijn drie jaar geldig; bij wijzigingen in de plannen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.

1.2

Doelstelling

Deze rapportage geeft een eerste inschatting van mogelijke effecten op gebieden en op potentieel aanwezige beschermde flora en fauna. Als (negatieve) effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten aanwezig zijn en/of de aanwezigheid hiervan niet afdoende kan worden aangetoond of uitgesloten, is nader onderzoek noodzakelijk. Het doel van de QuickScan is het in kaart brengen van de te verwachten effecten op beschermde gebieden en soorten in de directe omgeving van het plangebied. De QuickScan betreft geen gerichte inventarisatie van soorten. De volgende vragen dienen beantwoord te worden: Welke beschermde natuurwaarden en flora en fauna zijn in het plangebied aanwezig of te verwachten? Heeft de ingreep mogelijk effect op de potentieel aanwezige natuurwaarden? Zo ja, welke effecten zijn dit? Houden deze effecten mogelijk een overtreding van de verbodsbepalingen van Omgevingswet in? Welke mogelijkheden zijn er om deze negatieve effecten te minimaliseren of te voorkomen? Is nader onderzoek noodzakelijk? Is een vergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet noodzakelijk? Hierbij wordt ook vastgesteld of nader onderzoek, nadere toetsing en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet aan de orde is.

Daarnaast wordt met deze QuickScan inzichtelijk gemaakt op welke wijze voldaan kan worden aan de specifieke zorgplicht die geldt bij soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden.

5

2

GEBIEDSBESCHRIJVING EN GEPLANDE WERKZAAMHEDEN

2.1

Gegevens plangebied Locatie: Groenestraat (ong.) Kadastraal: LDN04 – K – 236 Plaats: Lienden Gemeente: Buren Provincie: Gelderland

2.2

Beschrijving van het plangebied

In januari 2024 heeft boomkwekerij Kwint V.O.F. een principeverzoek ingediend bij de gemeente Buren voor het realiseren van een agrarisch bouwvlak op een perceel gelegen aan de Groenestraat (kadastraal bekend als gemeente Lienden, sectie K, nummer 236). Dit verzoek is gericht op het mogelijk maken van de vestiging van hun boomkwekerij op deze locatie, zonder bedrijfswoning. Het plangebied betreft het gehele perceel K236. Het voorgestelde bouwvlak zou de initiatiefnemers in staat stellen een nieuwe schuur te bouwen (18 x 11 meter) voor de opslag van hun bedrijfsmaterieel. De schuur wordt 5 meter uit de bestaande watergang geplaatst. Daarnaast is het plan om langs de schuur teelttafels te plaatsen, een essentieel element voor een toekomstbestendige boomkwekerij in de huidige markt.

Teelttafels 4m van erfgrenzen 1,45m rijen uit elkaar

Landschappelijke inpassing

Figuur 2.1 – Voorgenomen indeling van perceel K236, met aan de rechterzijde de voorgenomen schuur weergegeven.

Het plangebied bevindt zich in een doodlopende straat in het buitengebied van de kern Lienden. Het betreft een agrarisch perceel in gebruik voor grondgebonden boomteelt. In de doorlopende straat zijn verschillende woningen aanwezig. Naastgelegen het perceel bevindt zich ook een boomteeltperceel. Het perceel is aan één zijde omsloten door een watergang. Aan weerszijden van het plangebied bevinden zich twee woningen waarbij de woning in de noordelijke richting op het erf omringd is door vele groenstructuren en volwassen bomen (met relatief grootte kroondiameter/bedekking). De woning en bijbehorend erf beschikt ook over diverse groenstructuren waarbij het aangrenzende gedeelte voornamelijk in gebruik is als niet door bomen begroeide dierenweide (m.n. schapen). Aan de overzijde van de Groenestraat bevinden zich ook vier woningen en een schuur welke (bijna) allen beschikken over een erfsingel bestaande uit diverse heester en/of bomen. Foto’s van de aangetroffen plangebied tijdens het veldbezoek zijn bijgevoegd als bijlage 01.

6

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied

Om het eventueel verstorend effect van de geplande flora- en fauna-activiteit op zowel beschermde als niet beschermde natuurwaarde in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten, is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen (geel – figuur 2.2). Het onderzoeksgebied bestaat uit, direct grenzend aan het plangebied, ook uit de bosschages en bomenrijen van naastgelegen woonpercelen. Daarnaast zullen de teelttafels gesitueerd op perceelnummer K280 worden verplaatst naar de noordelijke zijde van K236. Om te toetsen of dat deze werkzaamheden mogelijk impact hebben op de natuurwaarden, is dit gedeelte van K280 ook meegenomen in het onderzoeksgebied.

Te verplaatsen teelttafels

Figuur 2.2 – Ligging plangebied (rood) met onderzoeksgebied (geel).

2.4

Geplande activiteit(en)

Tijdens de toetsing van het plangebied zal worden getoetst of beschermde soorten aanwezig zijn en tegelijkertijd of de voorgenomen activiteiten nadelige gevolgen zullen betekenen voor deze eventuele aanwezige soorten. De volgende activiteiten zullen worden getoetst op relevantie t.a.v. de Omgevingswet: Het uitvoeren van grondverzet ten behoeve van de realisatie van een nieuwe schuur van 11x 18 meter zoals weergegeven in figuur 2.1; Het bouwen van een nieuwe schuur; Inrichten van graslandpercelen/huidige spillenteelt met teelttafels (+ verplaatsen van teelttafels vanaf K280 naar K236); Verbreden westelijke sloot voor waterbergingsopgave. Met het uitvoeren van onderzoek zal getoetst worden of voorgenomen activiteiten een negatieve invloed hebben op eventueel aanwezige (beschermde) natuurwaarden.

7

3

GEBIEDSBESCHERMING IN DE OMGEVINGSWET

3.1

Inleiding

De bescherming van gebieden onder de Omgevingswet omvat het behoud van het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden, landschappen en houtopstanden. In dit hoofdstuk worden verschillende aspecten van gebiedsbescherming behandeld. Paragraaf 3.2 richt zich op de geplande activiteiten in relatie tot Natura 2000-gebieden. Vervolgens wordt in paragraaf 3.3 ingegaan op de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Paragraaf 3.4 behandelt overige beschermde gebieden, zoals groen erfgoed en bijzondere landschappen, terwijl paragraaf 3.5 de focus legt op beschermde houtopstanden. In Gelderland zijn diverse beschermde gebieden te vinden. Binnen deze provincie wordt het Natuurnetwerk Nederland aangeduid als het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dit netwerk bestaat uit twee categorieën: het Gelders Natuurnetwerk zelf en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Beide categorieën worden besproken in paragraaf 3.3. Het GNN omvat onder andere rustgebieden voor winterganzen, weidevogelgebieden en natte landnatuur, waarbij sommige beschermingszones buiten het GNN en GO kunnen liggen. Daarnaast is Gelderland onderverdeeld in elf karakteristieke regio’s, bekend als de Gelderse Streken, elk met unieke kernkwaliteiten. Ook gebieden die vallen onder UNESCO Werelderfgoed worden beschouwd als beschermd met specifieke kernkwaliteiten.

Deze gebieden worden behandeld in paragraaf 3.4.

3.2

N2000-gebieden

3.2.1 Algemeen De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, biedt een wettelijk kader voor de bescherming van Natura 2000-gebieden in Nederland, die zijn aangewezen onder de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Activiteiten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in principe niet toegestaan zonder een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Dit geldt niet alleen voor directe ingrepen binnen de grenzen van deze gebieden, maar ook voor indirecte effecten zoals geluid, licht en stikstofdepositie. De toetsing begint vaak met een voortoets om te bepalen of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Als dit niet mogelijk is, is een passende beoordeling noodzakelijk. Als blijkt dat de voorgenomen activiteit(en) significante negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een omgevingsvergunning nodig. Een dergelijke activiteit wordt een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd en is vergunningplichting. 3.2.2 Toetsing geplande activiteit(en) Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied t.o.v. het plangebied is ‘Rijntakken’. Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 2,0 kilometer afstand ten noorden van het plangebied (figuur 3.1).

Door de afstand tussen en plangebied en de proportionaliteit van de activiteiten tussen de omliggende N2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van desbetreffend N2000-gebied verwacht. Er is bij de voorgenomen activiteit geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, geluidsverstoring etc. Hooguit kan er sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie.

8

Figuur 3.1 – Afstand van het plangebied tot aan een Natura 2000-gebied bedraagt ong. 2,0 km (Bron: AERIUS).

Stikstofdepositie Tijdens de werkzaamheden kan door het gebruik van materieel en de toename van verkeersbewegingen extra stikstofdepositie ontstaan, tenzij volledig elektrisch materieel wordt ingezet. Ook in de gebruiksfase leidt een toename van verkeersbewegingen mogelijk tot extra stikstofdepositie. Hierdoor kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet worden uitgesloten. Om te bepalen of er sprake is van een (significante) toename in stikstofdepositie als gevolg van de geplande activiteiten, is een AERIUSberekening noodzakelijk. Op dit moment kan nog niet worden vastgesteld of de activiteit kwalificeert als een 'Natura 2000activiteit'. Hiervoor dient een AERIUS-berekening van de bouw- en de nieuwe gebruiksfase te worden uitgevoerd.

9

3.3

Natuurnetwerk Nederland

3.3.1 Algemeen Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vormt het kader voor het ruimtelijk beleid op verschillende overheidsniveaus in Nederland, waaronder de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Dit netwerk, oorspronkelijk geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en later opgenomen in de Nota Ruimte, is nu verankerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Bkl bevat richtlijnen voor onder andere het NNN. Bij voorgenomen projecten binnen het NNN-gebied moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen natuurbescherming en andere belangen. Hierbij staat het 'nee, tenzij'-principe centraal: ingrepen die de natuurwaarden kunnen schaden zijn in principe niet toegestaan, tenzij er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dergelijke gevallen zijn compenserende maatregelen vereist. Voor de provincie Gelderland zijn de specifieke beleidsregels met betrekking tot het NNN vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze verordening biedt een gedetailleerd kader voor de bescherming en ontwikkeling van het natuurnetwerk binnen de provinciegrenzen. Het plangebied is gesitueerd binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) omvat zowel bestaande natuurgebieden als een zoekgebied voor de aanleg van nieuwe natuur.

Binnen het GNN geldt in principe dat er geen ruimte is voor nieuwe initiatieven. Uitzonderingen zijn echter mogelijk, bijvoorbeeld voor ontwikkelingen die van groot algemeen of provinciaal belang zijn, of wanneer er overtuigend wordt aangetoond dat er geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. Voor dergelijke uitzonderingen zijn specifieke regels opgesteld om ervoor te zorgen dat het Gelders Natuurnetwerk behouden blijft. Dit principe wordt aangeduid als "nee, tenzij". Dit houdt in dat nieuwe projecten die de huidige of potentiële natuurwaarden binnen het GNN significant aantasten, niet toegestaan zijn. Daarnaast bestaat de Groene Ontwikkelzone (GO) binnen het GNN/NNN. De Groene Ontwikkelingszone (GO) vormt een overgangsgebied tussen en rondom natuurgebieden, inclusief ecologische verbindingszones. Hier is ruimte voor de ontwikkeling van bestaande bedrijvigheid of bewoning, maar afhankelijk van de omvang en aard van de plannen kan de provincie een extra bijdrage vragen om de natuurwaarden te versterken. 3.3.2 Toetsing geplande activiteit(en) Het meest dichtstbijzijnde NNN-gebied is gelegen op ongeveer 1,1 kilometer afstand op de Langewei en Bontemorgen (figuur 3.2).

De overige beschermde natuurgebieden binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN), zoals rustgebieden voor winterganzen, weidevogelgebieden en natte landnatuur, bevinden zich niet binnen of direct grenzend aan het plangebied (figuur 3.2). Hierdoor zijn vervolgstappen zoals aanvullende toetsing, vergunningstrajecten of versterkingsmaatregelen voor het GNN of de Groene Ontwikkelingszone (GO) niet vereist. Figuur 3.2 – Afstand van het plangebied tot aan een NNN-gebied bedraagt ong. 1,5 kilometer (Bron: Atlas Leefomgeving).

10

3.4

Bijzondere natuurgebieden en landschappen

3.4.1 Algemeen Het Rijk kan bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen, waaronder gebieden die als voorloper dienen voor Natura 2000-aanwijzing of gebieden die bescherming vereisen voor het behoud van leefgebieden van soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (bijlage I, II, IV, V). Voor deze gebieden geldt een specifieke zorgplicht om ecologische waarden te waarborgen. Provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden of landschappen aan te wijzen, zoals de Gelderse Streken en UNESCO Werelderfgoedlocaties in Gelderland. Deze aangewezen gebieden worden gekenmerkt door unieke kernkwaliteiten, zoals historische structuren, landschappelijke samenhang of biodiversiteit. Voorbeelden in Gelderland zijn de Hollandse Waterlinies en de Neder-Germaanse Limes (UNESCO Werelderfgoed), waarbij strikte regels gelden om hun uitzonderlijke waarde te behouden. Provinciale regels focussen op het balanceren van bescherming met ruimtelijke ontwikkelingen, zonder de kernkwaliteiten aan te tasten. 3.4.2 Toetsing geplande activiteit(en) Het plangebied waar de activiteit gaat plaatsvinden, ligt buiten UNESCO Werelderfgoed en er bevinden zich geen groene erfgoederen in het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied bevindt zich in de Gelderse Streek ‘de Betuwe en Tielerwaard’ binnen het deelgebied ‘Land van Maurik’.

Door de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten is er geen sprake van aantasting van de opgestelde kernkwaliteiten door de geplande werkzaamheden.

Groenestraat (ong.), Lienden

Figuur 3.3 – Aanduiding van situering plangebied binnen de Gelderse Streek ‘de Betuwe en Tielerwaard’ (Bron: Streekgebied: Betuwe & Tielerwaard).

11

3.5

Beschermde houtopstanden

3.5.1 Algemeen De Omgevingswet beschermt houtopstanden buiten de bebouwingscontour die een oppervlakte van ten minste 10 are (1.000 m²) beslaan of bestaan uit een rij van 20 of meer bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. Voor het kappen van deze beschermde bomen en bosjes is een melding vereist, evenals het verplicht herplanten van nieuwe bomen. Uitzonderingen op deze regels zijn alleen mogelijk onder specifieke voorwaarden, gericht op het behoud van de landschappelijke en ecologische waarden. 3.5.2 Toetsing geplande activiteit(en) Het plangebied ligt buiten de bebouwingscontour houtkap (zie figuur 3.3). Voor de geplande activiteit is geen sprake van kap van bomen. Dit betekent dat er voor deze activiteit geen sprake is van een meldplicht of herplantingsplicht.

Figuur 3.4 – Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de ‘bebouwingscontour houtkap’. Groen = buiten de bebouwingscontour. (Bron: Provincie Gelderland).

12

3.6

Conclusie gebiedsbescherming

N2000-gebieden Op dit moment is nog niet vast te stellen is of de activiteit een ‘Natura 2000-activiteit’ is, omdat eerst een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd. Deze berekening zal uitwijzen of de voorgenomen bouw- en gebruiksfase leidt tot een toename in stikstofdepositie op nabijgelegen N2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Er is geen sprake van aantasting van beschermde waarden of ontwikkelingsdoelen van het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgstappen, zoals nadere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan is niet noodzakelijk. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten. Beschermde houtopstanden Er is geen sprake is van aantasting van beschermde houtopstanden. Voor deze activiteit is geen sprake van een meldplicht en/of herplantingsplicht.

13

4

SOORTENBESCHERMING IN DE OMGEVINGSWET

4.1

Inleiding

In het kader van de soortenbescherming onder de Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, worden beschermde soorten in Nederland onderverdeeld in drie beschermingsregimes. Deze indeling is vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en weerspiegelt de verschillende niveaus van bescherming die soorten genieten op basis van nationale en internationale wetgeving. Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m 11.40 Bal) Dit regime omvat alle van nature in Nederland in het wild levende vogelsoorten. De bescherming is gericht op het verbod van opzettelijk doden, vangen, en verstoren van vogels, evenals het vernielen van nesten, rustplaatsen en eieren. Vooral tijdens het broedseizoen gelden strenge beperkingen op activiteiten die vogels kunnen verstoren. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 t/m 11.48 Bal) Hieronder vallen soorten die beschermd zijn onder de Europese Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Dit betreft een diverse groep van zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen, insecten en planten. Naast de bescherming tegen doden en vangen, ligt de nadruk ook op het behoud van voortplantings- en rustplaatsen. Andere soorten (artikel 11.54 Bal) Deze categorie betreft soorten die van nationaal belang worden geacht maar niet onder Europese bescherming vallen.

De verbodsbepalingen zijn minder streng en provincies hebben meer ruimte om vrijstellingen te verlenen voor bepaalde activiteiten. Onderdeel hiervan zijn de Rode Lijst soorten. Voor alle beschermde soorten geldt dat bij voorgenomen activiteiten die kunnen leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen, een ontheffing of vrijstelling noodzakelijk is. De mogelijkheden hiervoor verschillen per beschermingsregime en hangen af van de impact van de activiteit en de staat van instandhouding van de betreffende soort. In het kader van deze QuickScan is het essentieel om de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten uit alle drie de regimes te beoordelen. Hierbij wordt gekeken naar de geschiktheid van de habitat, bekende verspreidingsgegevens en veldwaarnemingen. Op basis van deze analyse kan worden bepaald of vervolgonderzoek of mitigerende maatregelen nodig zijn om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen en de lokale biodiversiteit te beschermen. 4.1.1 Zorgplicht De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, introduceert een specifieke zorgplicht voor flora- en fauna-activiteiten, zoals vastgelegd in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze zorgplicht verplicht iedereen die betrokken is bij activiteiten met mogelijke nadelige gevolgen voor de natuur om voorzorgsmaatregelen te nemen.

Dit geldt zowel voor internationaal beschermde soorten als voor nationaal beschermde en andere soorten. Bij het plannen en uitvoeren van activiteiten moet men vooraf nagaan of er aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van beschermde soorten in het gebied. Als nadelige gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, dienen preventieve maatregelen te worden getroffen. De zorgplicht onder de Omgevingswet versterkt de verantwoordelijkheid om beschermde soorten en hun leefgebieden te behouden, met mogelijkheden voor bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Het vereist continue evaluatie van activiteiten die flora en fauna kunnen schaden, met herstelmaatregelen en monitoring om risico’s te beperken. Voor activiteiten die verbodsbepalingen overtreden, zoals het aantasten van leefgebieden van Rode Lijst-soorten, is een Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit vereist (voorheen "ontheffing").

14

4.2

Methode toetsing soortenbescherming

Om de aanwezigheid van beschermde soorten (flora & fauna) in het onderzoeksgebied (zie paragraaf 2.3) te bepalen, is een combinatie van bureauonderzoek en veldonderzoek uitgevoerd. Eerst is via een bureauonderzoek bestaande data over soorten en habitats geanalyseerd. Vervolgens is tijdens het veldonderzoek de actuele situatie in kaart gebracht, inclusief habitatkwaliteit en mogelijke indicaties van beschermde soorten. Hieronder worden beide methoden toegelicht. 4.2.1 Bureauonderzoek Het veldonderzoek werd ondersteund door gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), een landelijk systeem met gevalideerde waarnemingen van beschermde soorten, Rode Lijst-soorten en hun leefgebieden. Binnen een zoekgebied van 1 kilometer rond het plangebied zijn recente waarnemingen (afgelopen vijf jaar) geanalyseerd om potentiële aanwezigheid van relevante soorten te identificeren. Deze data, afkomstig van wetenschappelijke bronnen en gevalideerde vrijwilligerswaarnemingen, bieden een kritisch historisch en actueel perspectief voor ecologische beoordelingen. De resultaten van deze analyse zijn uitgewerkt in paragraaf 4.3.1.

4.2.2 Veldonderzoek Onderzoekers/Ecologen van HDD advies onderzochten het plangebied en nabije omgeving (=onderzoeksgebied) om een inschatting te maken van de beschermde soorten, Rode Lijstsoorten (flora en fauna) en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Tabel 1 weergeeft de onderzoek, datum, tijd en weersomstandigheden ten tijde van het veldonderzoek. Tabel 4.1 – Gegevens veldonderzoek

Onderzoeker J.H.A. Verweij & I.G. Zaaijer

Datum 21-10-2024

Aanvangstijd 11.00 uur

Weersomstandigheden Bewolkt, droog, 15°C, wind 2 Bft.

Bijzonderheden: Het veldbezoek vond plaats onder gunstige weersomstandigheden: licht bewolkt, een temperatuur van ongeveer 15 graden Celsius en geen neerslag (ten tijde van het veldbezoek). Het plangebied vertoonde een duidelijke tweedeling in landgebruik. Het zuidelijke gedeelte was in gebruik voor spillenteelt, met recent geplaatste spillen ondersteund door korte bamboestokken. Het noordelijke deel lag braak, met voornamelijk kale grond en tekenen van recent ingezaaid gras, dat nog niet volledig was opgekomen. Een impressie van het plangebied zoals aangetroffen tijdens het veldonderzoek is bijgevoegd als bijlage 01. De resultaten van het veldonderzoek zijn verder uitgewerkt in paragraaf 4.3.2. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek wordt in paragraaf 4.3.3 stellingname genomen over de mogelijke consequenties van voorgenomen activiteiten met betrekking tot soortenbescherming.

15

4.3

Resultaten

Deze paragraaf weergeeft de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek. Voor het weergeven van de resultaten zijn de flora en fauna opgedeeld in de soortgroepen: flora, zoogdieren (incl. vleermuizen), amfibieën, vissen, reptielen, insecten en overige ongewervelden. Resultaten van zowel het bureau- als veldonderzoek worden weergegeven aan de hand van deze onderverdeling. 4.3.1 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is de NDFF geraadpleegd. Voor het zoekgebied (+/- 1km x 1km) maakt de NDFF melding voor de volgende beschermde soorten en Rode Lijstsoorten: Flora o o

De NDFF maakt voor het zoekgebied geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten. De NDFF maakt ook geen melding binnen het zoekgebied van soorten die op de Rode Lijst staan

Vogels De NDFF maakt voor het zoekgebied melding van diverse beschermde vogelsoorten en soorten die op de Rode Lijst staan. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocatie jaarrond beschermd zijn (categorie 1 t/m 4): o

Ooievaar, buizerd en sperwer

Daarnaast zijn er waarnemingen van categorie-5 soorten bekend. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Het betreft de volgende in de NDFF vermelde soorten: o

Blauwe reiger, torenvalk, grote bonte specht, groene specht, huiszwaluw, boerenzwaluw en boomkruiper.

De NDFF maakt melding van de volgende soorten die op de Rode Lijst staan: o

Waterhoen, kramsvogel, grote lijster,

Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde zoogdiersoorten: o

Egel en haas (vrijgesteld in Provincie Gelderland) 1

Daarnaast maakt de NDFF melding van de volgende Rode Lijst zoogdiersoort: o

Haas (vrijgesteld in Provincie Gelderland)

1

De egel en de haas zijn in de Provincie Gelderland vrijgesteld als te beschermen soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen voor de schadelijke handelingen vangen, beschadigen/vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen.

16

Amfibieën In de NDDF zijn geen melding gedaan van beschermde amfibieënsoorten of Rode Lijst soorten binnen het zoekgebied. Opmerking: Gezien de migratieafstand van rugstreeppadden tot ca. 5 kilometer is gekeken of deze ook in radius van 5 kilometer om het onderzoeksgebied voorkomen. De rugstreeppad is op 2 kilometer afstand gesignaleerd en ingevoerd op NDFF. Vissen In de NDFF zijn geen melding gedaan van beschermde vissensoorten of Rode Lijst soorten binnen het zoekgebied. Reptielen In de NDFF zijn geen melding gedaan van beschermde reptielsoorten of Rode Lijst soorten binnen het zoekgebied. Insecten In de NDFF zijn geen melding gedaan van beschermde insectensoorten binnen het zoekgebied. De NDFF maakt wel melding van de volgende Rode Lijstsoorten: o

Dagvlinders: Grote vos

Overige ongewervelden In de NDFF zijn geen melding gedaan van beschermde soorten of Rode Lijstsoorten binnen het zoekgebied.

17

4.3.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. In Flora Het plangebied bestaat uit diverse afgesloten zeecontainers en een klein tuinhuisje. Daarnaast is de rest van het perceel in gebruik voor spillenteelt. Een klein gedeelte is in gebruik als grasland (kort gemaaid). De gazonvegetatie wordt bepaald door algemene soorten zoals duizendblad, heermoes, hondsdraf, kleine klaver en witte klaver maar ook recent ingezaaid Engels raaigras. Tussen de bomen/spillen bevindt zich ‘zwarte grond’, oftewel ongezaaide grond welke regelmatig wordt geschoffeld als onderdeel van de boomteelt. Rondom de zeecontainers en het tuinhuisje zijn grassen wat langer maar niet overwoekerend. In de omgeving bevindt zich westelijk ook boomteelt met ‘zwarte grond’, zuidelijk een weideperceel welke vrij kort wordt begraasd met aangeplante inheemse heester/boomsoorten maar geen beschermde vegetatie. Noordelijk bevindt zich een vrij dichtgegroeid boomperceel met aangeplante boomsoorten zoals eiken, iepen, etc. Tussen deze bomen bevindt zich een heester- en kruidlaag. Tussen het plangebied en het noordelijk perceel bevindt zich een fijnmazige ijzeren afrastering. Voor grondgebonden soorten is het vrijwel niet mogelijk dit te doorkruisen. Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen binnen het aangewezen onderzoeksgebied op het noordelijk perceel.

De oostelijke zijde bevindt zich de Groenestraat welke vervolgens aaneengesloten wordt door verschillende tuinen en een gedeelte waar teelttafels zich al bevinden. Ook op deze locaties zijn geen beschermde florasoorten aangetroffen. Rode Lijst Eveneens zijn ook in de omgeving (onderzoeksgebied) geen Rode Lijstsoort platen aangetroffen, of kunnen deze worden verwachten, door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. De tuinen en het plangebied worden op dusdanige wijze onderhouden dat dit niet geschikt gebied vormt. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de direct omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen/gezien: ekster, heggenmus, houtduif, Turkse tortel, merel, roek, vink en roodborst. Daarnaast zijn ook ganzen en de blauwe reiger vliegend gesignaleerd. Onderstaand toelichting per categorie of beschermde vogelsoorten (en/of nestplaatsen) zijn aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van een aantal soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.3.1). Tijdens veldbezoek zijn in de omgeving van het plangebied geen soorten waargenomen met jaarrond beschermde nesten, dan wel eventuele nesten van deze soorten. Het plangebied zelf is uiterst ongeschikt bevonden voor deze soorten.

Soorten zijn hoogstwaarschijnlijk uitgeweken naar de wijdere omgeving voor beter locatie. Ook was duidelijk te schouwen voor het noordelijk aangrenzend perceel dat zich binnen het onderzoeksgebied geen nesten van deze categorieën aanwezig waren (zowel niet bezet als verlaten). De bosschages binnen het onderzoeksgebied zijn wel geschikt voor de huismus als schuilgelegenheid. Alle bestaande groenelementen in het onderzoeksgebied (plangebied is niets aanwezig behalve boomteelt), blijven ongeschonden bij de activiteiten. Daarom niet aannemelijk dat een verstoring plaatsvindt.

18

Categorie 5 De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied diverse categorie 5-soorten. In het plangebied is geen geschikte gelegenheid voor categorie-5 soorten aanwezig. In de noordelijke zijde van het onderzoeksgebied is wel nestgelegenheid voor categorie 5-soorten aanwezig. Tijdens het veldbezoek is de categorie 5-soort ekster aangetroffen. Voor deze soorten is geen nestgelegenheid aangetroffen. Eveneens geldt voor deze soorten dat door de aard en omvang van de activiteiten negatieve effecten uitgesloten zijn. De categorie 5-soorten de blauwe reiger is vliegend gesignaleerd. Het is niet aannemelijk dat deze zich binnen het onderzoeksgebied heeft gevestigd, dan wel nestgelegenheid heeft. Derhalve zijn negatieve effecten op deze soort uitgesloten. Rode lijst Uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse Rode Lijst-soorten voorkomen. Tijdens het veldonderzoek zijn – met uitzondering van de eerder beschreven huismus – geen Rode Lijst-soorten waargenomen. De direct aangrenzende bosranden en struwelen bieden echter potentieel geschikt broedhabitat voor soorten als kramsvogel en grote lijster. Echter zijn deze niet aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. Zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Er zijn tijdens het veldbezoek sporen van een mol, haas/konijn en de huisspitsmuis aangetroffen.

De NDFF maakt melding van de egel en de haas. Het plangebied is niet geschikt als leefgebied van de NDFF vermelde grondgebonden zoogdieren. Immers is het relatief kaal en voedselarm. Tevens biedt het ook onvoldoende schuilgelegenheid voor deze soorten. Beide soorten zijn daarnaast vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkelingen in de Provincie Gelderland. Hetzelfde geldt voor de huisspitsmuis. De mol betreft geen beschermde diersoort. Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht, door het ontbreken van geschikt leefgebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen vaste verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen. Rode Lijst Overige grondgebonden zoogdiersoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied. Vleermuizen De NDFF maakt geen melding van vleermuizen voor de omgeving van het plangebied. Gebouwbewonende vleermuizen Op locatie zijn diverse kleine gebouwen aanwezig, waarvan twee zeecontainers welke compleet zijn afgesloten. Het kleine tuinhuis is nauwkeurig bekeken voor eventuele nestruimtes/kieren. Deze bleken afwezig te zijn. De aanwezigheid van verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan dan ook worden uitgesloten.

19

Boombewonende vleermuizen Er zijn op de planlocatie geen bomen aanwezig (wel voor bomenteelt maar dit betreft spillen). De aanwezigheid van verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuizen kan dan ook worden uitgesloten. Daarnaast is de locatie beoordeeld op de aanwezigheid van vliegroutes. Door de afwezigheid van lijnvormige structuren binnen de planlocatie is het niet aannemelijk dat zich essentiële vliegroutes binnen het plangebied bevinden. De structurele aanwezigheid van vleermuizen wordt hierdoor niet waarschijnlijk geacht. Het gebied kan wel in gebruik zijn als enkel foerageergebied. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving geen Rode Lijst soorten. Binnen de bebouwde kom van Lienden en ook de eventuele woningen nabij het plangebied is de Rode Lijst genoteerde laatvlieger niet uit te sluiten. Overige vleermuissoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een verstorende werking heeft, mits ze zich hebben gevestigd in de nabije gebouwen. Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt geen melding van beschermde amfibieën, reptielen en vissen voor de omgeving. In het plangebied is aan westelijke zijde een watergang gesitueerd.

Dit vormt mogelijk een voortplantingshabitat voor amfibieën en vissen. De slootkanten is relatief steil, wat dit al een minder geschikt leefgebied maakt voor amfibieën. Bij de gewenste activiteiten zal in het kader van de waterberging deze watergang mogelijk verbreed worden. Doordat de slootkant kortgemaaid is en duidelijk goed onderhouden wordt, is het niet aannemelijk dat beschermde soorten hier zijn gevestigd of hierdoor worden aangetast (heikikker/rugstreeppad). Eveneens geldt dit voor vissoorten, al zullen hoogstwaarschijnlijk geen beschermde soorten aanwezig zijn door het veelvoudig onderhouden van zowel de sloot als de slootkant. Ook zijn meerdere amfibiesoorten (bruine kikker, gewone pad, meerkikker, bastaardkikker) vrijgesteld in Provincie Gelderland.

Geschikte leefgebied voor reptielen zoals schrale, zonbeschenen heidevegetaties op zand- en veengrond ontbreken ook in het plangebied en in aangrenzende delen. De aanwezigheid van natuurlijke populaties van reptielen, evenals in de wijde omgeving (> 10 km) aangetroffen hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis, is hier uitgesloten. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving geen amfibieën-, reptielen- en vissoorten die staan opgenomen op de Rode Lijst. Overige soorten amfibieën en reptielen die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving.

20

Insecten Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde insecten aangetroffen. Het is ook niet aannemelijk dat deze soorten zich kunnen vestigen door het kaal houden van het terrein, de ‘zwarte grond’ en regelmatig maaien. De NDFF vermeldde soort de grote vos (dagvlinder) zal niet gevestigd zijn in het plangebied zelf. Mogelijk zal deze zich wel bevinden in rest van het onderzoeksgebied. Het is waarschijnlijker dat deze soort zich bevindt in de wijdere omgeving. De voorgenomen activiteiten zullen de grote vos niet schaden en/of verstoren. Teunisbloempijlstaart Ondanks dat er geen beschermde nachtvlinders zijn vermeld op NDFF in de wijdere omgeving, is het van belang om de teunisbloempijlstaart te benoemen. Deze Habitatrichtlijnsoort is een pioniersoort op waardplanten zoals de bastaardwederiken, harig wilgenroosje, teunisbloempijlstaart en de grote kattenstaart). In geval het plangebied braakliggend zou zijn, zou het aannemelijk zijn dat deze soort zich kan vestigen. Echter zal tot aan de aanvang van de activiteiten het perceel goed onderhouden worden en behouden in dezelfde hoedanigheid als aangetroffen tijdens het veldbezoek. Het is dan niet aannemelijk dat deze soort zich dan vestigt. Rode Lijst De grote vos is geconstateerd in de wijdere omgeving. Zie bovenstaande toelicht dat deze soort niet wordt verwacht in plangebied.

Overige ongewervelden Overige beschermde soorten van ongewervelden zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek, en werden evenmin niet waargenomen op NDFF. Rode Lijst Overige soorten ongewervelden die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving.

21

4.3.3 Consequenties soortenbescherming In deze paragraaf worden de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen activiteiten op beschermde aangetroffen flora- en faunasoorten, soorten die vermeld staan op Rode Lijsten, en hun belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats besproken. Het doel van de QuickScan is om deze effecten te inventariseren en inzicht te bieden in eventuele risico’s. Als blijkt dat de voorgenomen activiteiten schadelijke gevolgen kunnen hebben, kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn. Deze paragraaf biedt per soortgroep en voor eventueel aangetroffen soorten binnen het onderzoeksgebied een overzicht van de bevindingen, inclusief adviezen. Daarbij wordt ook ingegaan op situaties waarin nadelige gevolgen verwacht worden, maar deze niet als schadelijk worden beschouwd. In dergelijke gevallen wordt aangegeven hoe deze effecten beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden, eventueel zonder vergunningsplicht (zorgplicht). Waar nodig worden passende en preventieve maatregelen geadviseerd om negatieve impact te voorkomen of te mitigeren (bijv. nestkasten). Dit zijn vrijblijvende adviezen. Flora Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen binnen het onderzoeksgebied en/of het plangebied. Deze worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Eveneens geldt dit voor Rode Lijst soorten. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht niet noodzakelijk.

Vogels Alle vogelsoorten vallen onder de bescherming van de Omgevingswet, waarbij opzettelijk verstoren, verontrusten, doden of schaden verboden is. Activiteiten waarbij nesten of broedvogels betrokken kunnen zijn, worden bij voorkeur buiten het broedseizoen (maart t/m juli) gepland of ruim voor deze periode gestart. Dit is een advies – werkzaamheden mogen doorgaan mits geen broedvogels worden verstoord. Cruciaal is dat tijdens de uitvoering actief wordt gecontroleerd op nesten en dat bij aanwezigheid van broedende vogels direct maatregelen worden genomen. Categorie 1 t/m 4 Het noordelijk aangrenzend perceel met toebehorende bosschages en bomen biedt mogelijk een geschikt broedbiotoop voor vogelsoorten binnen deze categorie (jaarrond beschermde nesten). Ten tijde van het veldbezoek zijn deze niet geconstateerd. Om verstoring door voorgenomen activiteiten te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten de broedperiode (maart t/m juli) uitgevoerd te worden. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk: ▪ Werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart t/m juli) uitvoeren.

Advies: Het wordt aanbevolen om in/aan de nieuwe schuur nestkasten te integreren of te installeren voor soorten zoals de huismus en de gierzwaluw.

22

Categorie 5 Binnen het plangebied is geen geschikt broedbiotoop voor categorie 5-soorten voorhanden. Echter het noordelijk perceel gelegen binnen het onderzoeksgebied biedt wel geschikt broedbiotoop voor enkele categorie 5-soorten zoals bijvoorbeeld de aangetroffen ekster (geen nest geconstateerd). Om eventueel negatieve effecten op dit broedbiotoop uit te sluiten, wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen te laten plaats te vinden. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk: ▪ Werkzaamheden buiten het broedseizoen (maart t/m juli) uitvoeren.

Advies: Het wordt aanbevolen om in/aan de nieuwe schuur nestkasten te integreren of te installeren voor soorten zoals koolmees, pimpelmees, spreeuw en de zwarte roodstaart. Rode Lijst soorten De NDFF vermeldt voor het plan en de omgeving diverse Rode Lijst soorten. In het plangebied zelf is geen geschikte gelegenheid voor deze soorten aanwezig. Mogelijk wel in het noordelijke gedeelte van het onderzoeksgebied. Om negatieve effecten in de omgeving broedende Rode Lijst soorten te voorkomen wordt bij voorkeur werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uitgevoerd of ruim voor aanvang gestart. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht niet noodzakelijk.

Zoogdieren Grondgebonden zoogdieren In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig. De afrastering van het potentieel geschikt gebied op het noordelijk gelegen perceel is met een fijnmazig rooster volledig afgesloten. Het is niet mogelijk dat soorten hierdoor foerageren naar het plangebied. Hetzelfde geldt voor Rode Lijst soorten. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht niet noodzakelijk. Vleermuizen

In het plangebied bevinden zich geen mogelijk verblijfplaatsen voor vleermuizen (zowel beschermd als Rode Lijst). Het noordelijk gelegen woonperceel met bijbehorend bosschage biedt een geschikte biotoop voor vleermuizen. Gezien de aard en grootte van de voorgenomen activiteiten zijn negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, mits bouwverlichting en permanente verlichting niet gericht wordt op deze bosschages/bomen o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van zorgplicht wel noodzakelijk. ▪ Bouwlicht en permanent licht niet richten op de noordelijk gelegen bosschage/bomen.

23

Amfibieën, reptielen en vissen Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied worden beschermde amfibieën, reptielen en vissen niet in het plangebied verwacht, met uitzondering van een algemene amfibieënsoort zoals de bruine kikker en gewone pad bij de westelijk gelegen watergang. Voor deze soorten geldt de vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen (voor het wegenemen en verstoring van voortplantings- en rustplaatsen). Het is niet aannemelijk dat de heikikker en de rugstreeppad hun habitat hebben binnen de naastgelegen watergang. Aan weerszijden vindt intensief onderhoud plaats en daardoor ook regelmatige verstoring. In de wijdere omgeving bieden zich dan ook meer geschiktere habitats voor deze soorten. Als overwinteringshabitat schuilt de heikikker in hoge, dichte vegetaties. Het plangebied zelf biedt hiervoor geen gelegenheid en dus ook geen geschikt overwinteringshabitat. Tijdens het veldbezoek zijn geen rugstreeppadden waargenomen. Desondanks verdient deze soort aandacht, aangezien braakliggende terreinen – zoals (bouw)gronden – een aantrekkelijk vestigingsgebied vormen. Hoewel het plangebied momenteel niet braak ligt, biedt het wel omstandigheden die geschikt zijn voor kolonisatie. Zo is er voldoende schuilgelegenheid en een zanderige opkuilhoek die snel opwarmt in de zon, wat cruciaal is voor de thermoregulatie van de soort.

Uit het Kennisdocument rugstreeppad blijkt bovendien dat deze amfibieën tot 5 kilometer kunnen migreren om nieuwe habitats te bereiken (rugstreeppad is op 2 km afstand van het plangebied in NDFF aangetroffen). De combinatie van geschikte microhabitats (zoals de opkuilhoek) en de aanwezigheid van gestalde materialen die als overwinteringsplaats kunnen dienen, maakt het gebied een potentiële vestigingslocatie. Als geen maatregelen worden genomen, kan dit leiden tot ongewenste kolonisatie. Om de vestiging van de rugstreeppad te voorkomen, worden de volgende acties aanbevolen: o

o

o

o

o

Wateraccumulatie beperken Voorkom stilstaand ondiep water in bijvoorbeeld diepe tractorsporen of boomsleuven, aangezien dit geschikt is voor ei-afzetting. Schuilplaatsen elimineren Ruim materialen rond tuinhuisjes en zeecontainers op om te vermijden dat deze als overwinteringshabitat functioneren. Vegetatiebeheer Houd ingezaaid gras op het terrein en langs watergangen kortgemaaid om de ontwikkeling van hogere vegetatie tegen te gaan. Afscherming opkuilhoek Plaats een dicht scherm van minimaal 50 cm hoog rond de opkuilhoek om toegang te blokkeren. Alternatieve afsluiting Mochten bovenstaande maatregelen niet uitvoerbaar zijn, overweeg dan het plaatsen van paddenschermen rond het plangebied.

Bij de verbreding van de westelijke watergang voor waterberging moet rekening worden gehouden met de zorgplicht voor mogelijk aanwezige amfibieën. Om verstoring te minimaliseren, wordt geadviseerd om de werkzaamheden unidirectioneel uit te voeren, zodat soorten voldoende tijd hebben om te migreren. Deze aanpak zorgt voor een evenwicht tussen efficiënte uitvoering en ecologisch verantwoord beheer. Voor deze soortgroep kan geconcludeerd worden: o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van voorzorgsmaatregelen wel noodzakelijk → zie bovenstaand.

24

Insecten Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde insecten uitgesloten. Het plangebied biedt een potentieel habitat voor de nachtvlinder de teunisbloempijlstaart. Om te voorkomen dat deze soort zich vestigt binnen het plangebied, wordt geadviseerd het perceel kort gemaaid te houden tot aan aanvang van de werkzaamheden zodat waardplanten niet zullen ontstaan/gedijen voor deze soort. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van voorzorgsmaatregelen wel noodzakelijk ▪ Vegetatie op het plangebied kort houden zodat geen waardplanten voor de teunisbloempijlstaart nachtvlinder zullen ontstaan.

Bovenstaande geldt eveneens voor Rode Lijst soorten. Overige ongewervelden Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde overige ongewervelden uitgesloten. Eveneens geldt dit voor Rode Lijst soorten. o o

Aanvullend onderzoek niet noodzakelijk; Het treffen van maatregelen in het kader van de zorgplicht niet noodzakelijk.

25

4.4

Conclusie Soortenbescherming

Uit de QuickScan blijkt dat voor de geplande activiteiten (paragraaf 2.4) geen aanvullende onderzoeken of een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist zijn. Wel moeten de volgende voorzorgsmaatregelen worden geïmplementeerd: o o o

Vogels: Voorkom werkzaamheden tijdens het broedseizoen (maart–juli) of start deze ruim voor deze periode. Amfibieën: Pas maatregelen toe tegen vestiging van de rugstreeppad (p.24) en verbreed de watergang unidirectioneel in het kader van de zorgplicht (p.24). Insecten: Neem preventieve maatregelen voor de teunispijlbloemstaart (p.25).

Door strikte naleving van deze voorwaarden kunnen de activiteiten ecologisch verantwoord worden uitgevoerd.

26

BIJLAGE 01 – PLANGEBIED

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Buren&id=ca2ca67d-e75e-4c3e-aaf8-10117658bae1