Beantwoording technische vragen VVD
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen van het raadslid Hans van Vierssen (VVD), gesteld in voorbereiding op de inhoudelijke behandeling van agendapunt 4.2. ‘Aanvullende maatregel ZBB huishoudelijke ondersteuning’, tijdens de oordeelsvormende raad (parallelsessie) d.d. 20 juni 2023. Onderwerp: Aanvullende maatregel ZBB huishoudelijke ondersteuning Datum: 16 juni 2023 Datum beantwoording: 19 juni 2023 Vraag 1: Hoe wordt geborgd dat mensen met recht op huishoudelijke ondersteuning en een lage urgentie ooit toch aan de beurt komen? Antwoord: We blijven de situatie monitoren, om te voorkomen dat er schrijnende situaties ontstaan bij cliënten die in eerste instantie als minder urgent zijn beoordeeld. Tegelijkertijd ligt het uitgangspunt voor dat we, in tijden van schaarste, de hulp willen leveren aan de mensen die dat het hardst nodig hebben. Er wordt overigens altijd gezocht naar oplossingen en mogelijkheden. In de praktijk is het nu zo dat er perioden zijn van schaarste waarbij niet alle hulp geleverd kan worden, denk aan vakantieperiodes (een deel van de zomer en in december). Gedurende andere momenten van het jaar is de schaarste veel minder groot. Als we zien dat mensen met lage urgentie langere tijd moeten wachten, we monitoren continu, dan bekijken we hoe we dat oplossen. Hierbij kunt u eventueel denken aan het meetellen van de wachttijd in de urgentiebepaling.
Vraag 2: Is het juridisch houdbaar om, na triage van de huishoudcoach en consulent, mensen die recht hebben op zorg, deze zorg te ontzeggen op basis van dit besluit? Op de site van de rijksoverheid valt te lezen dat mensen zelf contact opnemen met een zorgaanbieder en daarvoor advies kunnen vragen bij o.a. de gemeente. Antwoord: Het voorstel voor de urgentielijst betreft de inzet van hulp bij het huishouden, geen medische zorg. Inwoners die recht hebben op huishoudelijke hulp, wordt deze zorg niet ontzegt. De hulp wordt, in geval van lagere urgentie, uitgesteld, omdat er sprake is van personeelsschaarste bij zorgaanbieders, waardoor de hulp simpelweg niet geleverd kan worden. Dit gegeven maakt dat de maatregel juridisch houdbaar is. Vraag 3: Bij verschil van inzicht tussen de huishoudcoach en consulent, wie heeft dan het laatste woord en hoe wordt dat duidelijk vanuit voorliggend besluit? Antwoord: De huishoudcoach doet het voorliggende onderzoek en brengt advies uit. Vervolgens indiceert de Wmo consulent wat daadwerkelijk aan huishoudelijke ondersteuning nodig is. De consulent bepaalt dus de hoogte van de indicatie. Er is dus geen sprake van een verschil van inzicht tussen de huishoudcoach en Wmo consulent.
Vraag 4: Zijn de huishoudcoach en consulent beide verpleegkundigen? Op de site van de Patiëntenfederatie Nederland valt te lezen dat: Je hebt recht op verpleging en verzorging thuis als je een handicap, ziekte of andere beperking hebt. Hiervoor heb je een indicatie nodig. De wijkverpleegkundige bespreekt de situatie met jou en stelt de indicatie. De indicatie bepaalt of je recht hebt op verpleging en verzorging thuis. Antwoord: De zorg die u omschrijft in uw vraag, betreft verpleging en verzorging. Verpleging en verzorging wordt niet vanuit de Wmo gefinancierd en de gemeente heeft dus geen rol in de indicatiestelling van deze zorg. Het voorstel dat nu voorligt betreft de huishoudelijke hulp, dit valt wel onder de Wmo. De Wmo consulenten die de huishoudelijke hulp indiceren hebben een wisselende opleidingsachtergrond. Alle Wmo consulenten zijn opgeleid voor de indicatiestelling binnen de Wmo.