VTH jaarverslag 2023 en uitvoeringsprogramma 2024 def..docx
Tekst van het document
illegale intensieve veehouderijen
30,8
II
RO004
Illegale Bouw woningen, Industrieterrein
30,6
II
RO001
Illegale Bouw woningen, stads-/dorpscentrum
30,5
II
RO002
Illegale Bouw woningen, woonwijk
30,5
II
RO052
Illegale bouw recreatiewoonverblijven
30,4
II
RO005
Illegale Bouw woningen, overig
30,3
II
RO041
Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, buitengebied
30,2
II
RO079
illegaal gebruik /bouwen openbare (gemeente)grond
30,1
II
RO060
illegale feestschuren en/of keten/horeca-activiteiten
29,3
III
RO101
iilegale aanplant boomgaarden
29,0
III
RO056
illegaal gebruik van woning (mantelzorg, wooneenheden, splitsing, bedrijfswoning)
28,5
III
RO089
illegaal bouwen aan, in of bij (Rijks)monument
28,5
III
RO036
Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, buitengebied
28,4
III
RO045
Illegale ontgrondingen, buitengebied
28,0
III
RO058
illegaal graven ism archeologie
27,9
III
RO057
illegaal creeren zand-en grondopslag
27,8
III
RO022
Illegale uitvoering werken en werkzaamheden, buitengebied overig
27,8
III
RO033
Illegale bouw bij agrarische bedrijven
27,4
III
RO059
illegaal gebruik van agrarische gronden en opstallen
27,4
III
RO026
Illegaal bouwen windturbines, buitengebied
26,4
III
RO076
illegale bedrijven woonwijk
26,4
III
RO090
rommelerven ( staat van open erven en terreinen)
25,7
III
RO044
Illegale paardenbakken/manegeactiviteiten, buitengebied
25,7
III
RO083
illegale gebruik van gemeentelijke gebouwen
25,7
III
RO008
Illegale bouw bijgebouwen, buitengebied
25,7
III
RO100
illegaal gebruik bed-and breakfast
25,6
III
RO075
illegale bedrijven buitengebied
25,6
III
RO046
Illegale ontgrondingen, overig
25,5
III
RO096
illegale wijzigingen onbebouwde (rijks) monumenten
25,4
III
RO021
Illegaal graven en dempen sloten, buitengebied
25,2
III
RO067
illegale aanbouw-uitbouw woning
25,0
III
RO027
Illegaal bouwen windturbines, overig
24,7
III
RO054
Permanent gebruik/bewoning van recreatiewoningen
24,6
III
RO073
illegaal gebruik verblijfsrecreatieterreinen (horeca, detailhandel, kampeermiddelen)
24,5
III
RO077
illegale bedrijven industrieterrein
24,4
III
RO098
illegale bedrijfsspliting
23,5
III
RO068
illegale detailhandel op perceel/gebouw
23,3
III
RO069
illegale verkoop op perceel/gebouw industrieterrein
23,3
III
RO070
illegale verkoop op perceel/gebouw woonwijk
23,3
III
RO081
ingebruiknemen gebouwen zonder opleveringscontrole
23,2
III
RO065
illegale aanbouw-uitbouw woning industrie terrein
23,0
III
RO084
illegaal bouwen bij of aan gemeentelijke gebouwen
22,9
III
RO088
illegaal onderhoud en renovatie/restauratie (Rijks)monument
22,9
III
RO092
illegaal bouwen voor voorgevelrooilijn
22,9
III
RO053
Illegale plaatsing (sta)caravans
22,7
III
RO049
Illegale bouw telecommunicatie, buitengebied
22,4
III
RO062
illegale zeecontainers industrieterrein
22,2
III
RO063
illegaal zeecontainers overig gebieden
22,2
III
RO087
illegaal inpandige wijziging (Rijks)monumenten
22,2
III
RO066
illegale aanbouw-uitbouw woning buitengebied
22,1
III
RO085
overschrijden termijn tijdelijk gebruik
21,6
III
RO093
Bouwen in strijd met bouwbesluit voorzieningen
21,6
III
RO078
indirecte lozingen
21,0
III
RO034
Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, stads-/dorpscentrum
20,6
III
RO038
Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, overig
20,6
III
RO082
illegale reclameborden in wei
20,3
III
RO030
Illegale reclame, buitengebied
20,3
III
RO037
Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, industrieterrein
20,2
III
RO051
Illegale bouw telecommunicatie, overig
20,0
IV
RO050
Illegale bouw telecommunicatie, industrieterrein
20,0
IV
RO074
overschrijden termijn tijdelijke bouwwerken
19,9
IV
RO009
Illegale bouw bijgebouwen, industrieterrein
19,9
IV
RO007
Illegale bouw bijgebouwen, woonwijk
19,9
IV
RO080
bouwen binnen de wettelijke bezwaartermijn
19,7
IV
RO028
Illegale reclame, stads-/dorpscentrum
19,7
IV
RO029
Illegale reclame, woonwijk
19,7
IV
RO032
Illegale reclame, overig
19,6
IV
RO006
Illegale bouw bijgebouwen, stads-/dorpscentrum
19,5
IV
RO091
Flora-en faunawet
19,4
IV
RO047
Illegale bouw telecommunicatie, stads-/dorpscentrum
19,3
IV
RO064
illegale aanbouw-uitbouw woning woonwijk
19,2
IV
RO094
illegale zwembaden
19,0
IV
RO097
illegale bouwwerken geen gebouw zijnde
19,0
IV
RO071
bouwen in strijd met welstand
18,7
IV
RO048
Illegale bouw telecommunicatie, woonwijk
18,6
IV
RO016
Illegale bouw dakkapel, stads-/dorpscentrum
18,6
IV
RO013
Illegale bouw erfafscheiding, buitengebied
18,6
IV
RO018
Illegale bouw dakkapel, buitengebied
18,6
IV
RO017
Illegale bouw dakkapel, woonwijk
18,6
IV
RO019
Illegale bouw dakkapel, industrieterrein
18,6
IV
RO020
Illegale bouw dakkapel, overig
18,6
IV
RO035
Illegale aanleg van oppervlakteverhardingen, woonwijk
17,4
IV
RO010
Illegale bouw bijgebouwen, overig
17,4
IV
RO043
Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, overig
16,8
IV
RO086
overschrijden termijn tijdelijk gebruik tijdelijke verblijfplaats
16,3
IV
RO042
Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, industrieterrein
16,2
IV
RO040
Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, woonwijk
15,8
V
RO039
Illegaal aanbrengen/verwijderen houtopstanden, stads-/dorpscentrum
15,8
V
RO031
Illegale reclame, industrieterrein
15,4
V
RO014
Illegale bouw erfafscheiding, industrieterrein
14,9
V
RO011
Illegale bouw erfafscheiding, stads-/dorpscentrum
14,9
V
RO015
Illegale bouw erfafscheiding, overig
14,5
V
RO012
Illegale bouw erfafscheiding, woonwijk
13,1
V
Risicomodule bestaand gebruik bouwwerken Code
Beschrijving
Totaal
Klasse
BGB046
Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg
34,7
I
BGB017
Woningcorporatie - Woonzorgcomplexen
33,2
II
BGB020
Commerciële kinderopvang (dagopvang / BSO / peuterspeelzaal)
32,1
II
BGB019
woningen gebruik 4/6 arbeidsmigranten
32,0
II
BGB018
Scholen voor 1995 (asbest)
31,8
II
BGB036
Woning met zorg -groepszorgwoning 24 uurs zorg
31,4
II
BGB014
Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg
30,5
II
BGB015
Gezondheidsdiensten > 50 pers.
30,4
II
BGB041
Horeca (restaurants & cafés) met wonen op de verdieping
29,7
III
BGB040
Scholen na 1995
29,3
III
BGB044
agrarische gebouwen met asbest
29,1
III
BGB031
Detailhandel (lichte horeca zoals pizaria e.d.) met wonen op de verdieping
28,0
III
BGB006
Particuliere woningen - voor oorlogs
26,7
III
BGB001
Woningcorporatie - woningen - voor oorlogs
25,2
III
BGB029
Zwembad openbaar
24,5
III
BGB007
Particuliere woningen - jaren 50 - 60
24,5
III
BGB049
recreatiewoningen/stacaravans
24,2
III
BGB043
Rijks- en gemeentemonument
24,1
III
BGB027
Sporthal
24,0
III
BGB028
Overige sportaccommodaties
24,0
III
BGB030
Winkelcentra
23,6
III
BGB002
Woningcorporatie - woningen - jaren 50 – 60
23,6
III
BGB008
Particuliere woningen - jaren 70
23,5
III
BGB032
Parkeergarages
23,2
III
BGB025
Buurthuis / Jongerencentra
22,6
III
BGB035
Bedrijfsgebouwen / fabrieken (geen tuinbouw)
22,0
III
BGB047
Supermarkt
22,0
III
BGB024
Bibliotheek
21,7
III
BGB022
Bed & Breakfast / camping
21,2
III
BGB038
Bedrijfsverzamelgebouw
21,0
III
BGB026
Kerk
20,9
III
BGB037
Overige agrarische activiteiten
20,4
III
BGB023
Sociaal cultureel centrum
20,4
III
BGB021
Hotel
20,0
III
BGB034
Openbare gebouwen (gemeentekantoor / brandweerkazerne / politiebureau)
19,9
IV
BGB011
Woningcorporatie - Hoogbouw flats - jaren 70 – 80
19,9
IV
BGB048
Multifunctioneel centrum
19,4
IV
BGB033
Kantoren
19,2
IV
BGB039
Aula
17,9
IV
BGB012
Particuliere - Hoogbouw flats - jaren na 95
17,5
IV
BGB013
Woningcorporatie - Hoogbouw flats - jaren na 95
17,2
IV
BGB016
Woonwagens
16,8
IV
BGB003
Woningcorporatie - woningen - jaren 70
16,2
IV
BGB004
Woningcorporatie - woningen - jaren 80 – 95
16,2
IV
BGB009
Particuliere woningen - jaren 80 – 95
13,5
V
BGB005
Woningcorporatie - woningen - na 1995
13,5
V
BGB010
Particuliere woningen - na 1995
13,0
V
BGB045
agrarische gebouwen zonder asbest
12,6
V
BGB042
Infrastructuur - bruggen, tunnels, duikers en hoogspanningsmasten
12,4
V
BGB050
Paardenbakken
8,0
V
Bijlage III - Overzicht bestaande bestemmingsplannen
Bijlage IV - Lijst van adviezen op het gebied van archeologie en monumentenzorg Overzicht van verleende en geweigerde omgevingsvergunningen voor beschermde rijksmonumenten Een overzicht van verleende en geweigerde omgevingsvergunningen voor beschermde rijksmonumenten in het kader van 5.5, eerste lid onder b van de Ow, alsmede vermelding of de commissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Ow en artikel 4.22 van het Ob om advies is gevraagd en, als advies is gegeven het advies, inclusief de betreffende adresgegevens en het monumentregisternummer;
adres
verleend/
monumentregister
Voorgeleg
Indien advies
geweigerd
-nummer
d aan
uitgebracht, is
commissie
het advies bij de
(ja/nee)
toezichtinformati e verstrekt?
Veenestraa t 44
Verleend
Rijksmonument ID: 520420
Ja
Ja
Overzicht van gemeentelijke toezicht- en handhavingsacties e.d. aantasting monumentale waarden rijksmonumenten, beschermd dorpsgezicht en archeologische rijksmonumenten (stadsweides). Een overzicht van gemeentelijke toezicht- en handhavingsacties en ingediende klachten, meldingen, handhavingsverzoeken en ambtshalve meldingen met betrekking tot eventuele aantasting van monumentale waarden van gebouwde rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologische rijksmonumenten die uitgevoerd of behandeld zijn in het voorgaande jaar;
Adres
Soort monument (rijksmonument of
Monumentregister-
beschermd stads- en dorpsgezicht) en/of
nummer
Klacht/melding/
Toezicht- en handhavingsacties
handhavingsverzoek/
archeologie
ambtshalve meldingen
Veenestraat 12 t/ m 18
Beeldbepalend/ beeldondersteunend pand
Niet van toepassing
Verpauperd en instortingsgevaar
Verplicht tot afsluiten bouwwerk en toezicht op sluiting door BOA’s.
Koningin Wilhelminastraat 56
Gemeentelijk monument
Niet van toepassing
Onder toezicht ivm herbestemming
Geen handhaving. Werkwijze in vooroverleg en meldingen in het werk.
Kerkstraat 7
Gemeentelijk monument
Niet van toepassing
Onder toezicht ivm herbestemming
Geen handhaving. Werkwijze in
vooroverleg en meldingen in het werk.
Verleende vergunningen met een archeologisch rapport De Omgevingswet geeft aan dat de gemeente aan de aanvrager van een vergunning een rapport kan vragen, waarin de waarde van het terrein voldoende is vastgesteld. Daarnaast kan de gemeente aan de vergunning de voorwaarde verbinden dat het plan wordt aangepast, dat een opgraving wordt uitgevoerd of dat de werkzaamheden worden begeleid door een archeoloog. Het type onderzoek dat is of nog wordt uitgevoerd, en/of de aanpassingen aan het plan naar aanleiding van de aanwezige archeologische waarden, geven een inzicht in de wijze waarop de gemeente de betreffende archeologische waarden in situ (in de bodem) dan wel door onderzoek behoudt.
Het aantal verleende vergunningen met een archeologisch rapport of met technische aanpassingen in combinatie met het aantal vergunningen in totaal geeft een beeld of regelmatig archeologisch onderzoek gevraagd wordt. De bijbehorende waarde en ondergrens in het omgevingsplan dienen ter achtergrond van de beschermde archeologische waarden. Onderstaande tabel is een hulpmiddel voor het aanleveren van de gegevens.
Adres of
Verleend of
Waarde in
geweigerd
bestemmingsplan of
aanpassing
verordening erfgoed
(ja/nee)
Projectnaam
Amersfoortseweg
Type onderzoek
Plan-
Loopt nog
Middelhoog 500m2
Standaard meldingsplicht op nemen in vergunning
Nee
Loopt nog
Hoge waarde 50m2
archeologisch inventariserend veldonderzoek middels
Nee
38
Bisschopsweg 1
proefsleuven
Burgwal 1
Loopt nog
Hoge waarde 50m2
Naar aanleiding van de resultaten van het voorgaande onderzoek heeft de Gemeente Bunschoten middels een Selectiebesluit (11-10-2022) archeologische voorwaarden
Nee
aan de ontwikkeling van het betreffende plangebied gesteld. Het terrein dient middels een definitieve opgraving te worden onderzocht, waarbij alle informatie wordt veiliggesteld.
Eemdijk 26B
Verleend
Middelhoog 500m2
geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk
Nee
Eemdijk 37
Loopt nog
Hoge waarde 100m2
bodemkundige boring, geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk
Nee
BIJLAGE V: JAARCIJFERS 2023 EN Uitvoeringsprogramma 2024 VRU Apart bijgevoegd
BIJLAGE VI: JAARCIJFERS 2023 EN Uitvoeringsprogramma 2024 RUD Apart bijgevoegd
BIJLAGE VII: beleidsregel en checklist Wkb Uitvoeringsbeleid T&H Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Gemeente Bunschoten Inleiding Voor zover nu bekend, zal de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) op 1 januari 2024, gelijktijdig met de Omgevingswet, in werking treden. De Wkb brengt veranderingen met zich mee. Het college blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid, maar een aantal toezichts- en toetsingstaken bij bouwactiviteiten wordt overgedragen aan een nieuwe speler in het veld: de private kwaliteitsborger. Deze toetst aan de hand van de regelgeving (instrumenten) of de bouwactiviteit aan de technische regels voldoet. Het bevoegd gezag treedt - in beginsel - alleen nog op, op aangeven van de kwaliteitsborger. In het eerste jaar worden slechts een aantal nieuwbouw bouwwerken die onder de gevolgklasse 1 vallen door kwaliteitsborger gecontroleerd. Eind 2024 wordt op landelijk niveau de keuze gemaakt of dit wordt uitgebreid. Strategisch beleid Dit uitvoeringsbeleid is opgesteld op basis van het algemene VTH-beleid 2023-2027. Het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheden voor de kwaliteitsborging uiteindelijk ook bij de kwaliteitsborger blijven. Inhoudelijk blijft de gemeente Bunschoten in de toekomst hetzelfde doen op vlak van Toezicht & Handhaving als nu.
Hoofdstuk 1 Werkingsgebied De Wkb geldt vanaf de inwerkingtreding alleen voor bouwwerken in gevolgklasse 1. Gevolgklasse 1 heeft betrekking op de volgende bouwwerken: − Grondgebonden eengezinswoningen, inclusief nevenfuncties (garage, kantoor aan huis) − Woonboten, inclusief nevenfuncties − Recreatiewoningen − Industriefunctie van maximaal twee bouwlagen, inclusief een nevenfunctie (klein kantoor/ kantine) − Industriefunctie als nevenfunctie van een andere gebruiksfunctie voor zover gelegen in een bijbehorend bouwwerk van maximaal twee bouwlagen − Een bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde zoals een fiets- en voetgangersbruggen (niet over rijks- of provinciale wegen), maximaal 20 meter overspanning − Overige bovengronds gelegen bouwwerken geen gebouw zijnde tot maximaal 20 meter hoog (erfafscheidingen, masten, antennes, etc.) Verbouwingen van hiervoor genoemde bouwwerken vallen (voor zover niet vergunningvrij) naar verwachting vanaf 1 januari 2025 onder gevolgklasse 1. Hoofstuk 2
De kwaliteitsborger en instrumenten Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt primair belegd bij private kwaliteitsborgers. Een kwaliteitsborger ziet er op toe dat volgens de eisen van het Bbl wordt gebouwd en wordt ingehuurd door de initiatiefnemer van het bouwwerk. De kwaliteitsborger toetst een bouwplan aan de hand van zogenoemde ‘instrumenten’. Een instrument is een werkwijze waarmee een kwaliteitsborger tijdens de bouw toeziet of het voldoet aan de geldende voorschriften. Dit kan bijvoorbeeld een erkenningsregeling of certificering zijn. Een instrument beschrijft op welke wijze het toezicht (de kwaliteitsborging) moet worden ingericht en uitgevoerd. Instrumenten moeten voldoen aan wettelijke gestelde eisen en worden toegelaten tot het stelsel alvorens deze mogen worden toegepast door een kwaliteitsborger. De vereisten voor een instrument worden bepaald in de Wkb. Vervolgens maakt de kwaliteitsborger aan de hand van de risicobeoordeling een borgingsplan. In een risicobeoordeling staat beschreven welke risico's er voor dit specifieke bouwwerk door de kwaliteitsborger worden gezien, en wordt aangegeven wat het specifieke risico inhoudt. Het gaat dan vooral om locatie-specifieke risico's die een specifieke borging vragen. In een borgingsplan staat hoe de kwaliteitsborger bij zijn beoordeling rekening houdt met de gesignaleerde risico's.
Bij de melding voor het bouwen van een (nieuw) bouwwerk verstrekt de opdrachtgever of initiatiefnemer het borgingsplan van de kwaliteitsborger aan het bevoegd gezag. Pas dan komt de rol van het bevoegd gezag in beeld. Het uitgangspunt van de Wkb is dat de toezichthouder uit het bouwproces wordt gehouden en alleen nog optreedt in specifieke gevallen, zoals benoemd in Hoofdstuk 3 en 4. Dat betekent dat de toezichttaak van de toezichthouder zich in principe alleen beperkt tot de beoordeling van het borgingsplan. Deze taken worden in hoofdstuk 3 behandeld. Hoofdstuk 3 Relevante momenten voor het bevoegd gezag Welke momenten zijn algemeen relevant voor het bevoegd gezag? Voor bouw: 1. Bouwmelding aan bevoegd gezag. 2. Bevoegd gezag kan specifieke informatie en een planning opvragen. (zie hoofdstuk 4) Tijdens bouw 3. Informatiemomenten in het veld. (zie hoofdstuk 5) Na bouw 4. Gereedmelding bouw en aanleveren dossier bevoegd gezag. (zie hoofdstuk 6) In de volgende hoofdstukken gaan wij dieper op deze punten in.
Hoofdstuk 4 Voor de bouw: De gemeente Bunschoten neemt als bevoegd gezag neemt onderstaande stappen. Bouwmelding aan bevoegd gezag Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het bevoegd gezag beoordeelt of de bouwmelding volledig is. Als dat zo is, dan mag de bouw zoals gepland na de termijn van vier weken starten. Is de bouwmelding onvolledig? Dan moet de bouwmelding worden aangevuld. Er geldt dan een nieuwe termijn van vier weken voordat de bouw kan starten. Controle op volledigheid bouwmelding In de bouwmelding staat wie de kwaliteitsborger is en welk instrument wordt toegepast. Ook moet een borgingsplan met risicoanalyse worden aangeleverd. De medewerker Vergunningen doet een omgevingsscan en toets op volledigheid. Vervolgens controleert de toezichthouder op de locatie specifieke risico’s. De medewerker Vergunningen maakt en deelzaak aan voor de toezichthouder, zodat de toezichthouder kan adviseren over algemene en locatie gebonden risico’s. Op algemene en locatie gebonden risico’s wordt dieper ingegaan in hoofdstuk 7.
Prioriteiten Bij de beoordeling van de melding en het borgingsplan, het opleggen van informatiemomenten en het houden van toezicht en is het waarborgen van de veiligheid van belang: Checklist Om de beoordeling van de melding effectief te laten verlopen stellen wij een checklist op met de volgende punten: • Is de kwaliteitsborger gecertificeerd; • Is het juiste instrument toegepast; • Is een noodzakelijke omgevingsplanvergunning aangevraagd; • Is sprake van risico gestuurd toezicht (veelpleger) • Worden de punten uit de Algemene Risicoparagraaf van dit document geborgd. Ook controleert het bevoegd gezag of alle specifieke risico’s voor dat bouwwerk in de risicobeoordeling in kaart zijn gebracht en in het borgingsplan zijn vastgelegd. Rondom de risicobeoordeling zal het bevoegd gezag vroegtijdig met een bouwer en de kwaliteitsborger overlegt. Bij een dergelijk overleg kunnen tevens eventuele specifieke lokale omstandigheden – die verplicht moeten worden meegenomen in de risicobeoordeling – worden besproken en toegelicht. De opgedane ervaring met de Wkb kan leiden tot aanpassingen in de checklist. Handhaving
Mocht toezicht en handhaving noodzakelijk zijn, dan biedt de Wkb in aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschillende handvatten om te kunnen beschikken over de noodzakelijke informatie. De Wkb biedt de mogelijkheid om in aanvulling op de Awb specifieke informatie op te vragen, inclusief de planning, op basis van 2.20 Bbl. Dat kan tijdens de bouw of vlak voor de bouw. Het opleggen hiervan is gekoppeld aan het voorkomen en/of beperken van risico’s. Omvang toetsing en evaluatie In de eerste zes maanden na in werking treden zullen alle borgingsplannen zorgvuldig worden beoordeeld. Hierbij wordt gekeken naar de borging van algemene en/of locatie gebonden risico’s. Na deze zes maanden is ervaring opgedaan met het kwaliteitsborgingssysteem en zal het borgingsplan meer op hoofdlijnen worden getoetst. In dat geval zal de nadruk voornamelijk worden gelegd op (veiligheids)risico’s. Criteria om uitgebreider te beoordelen kunnen zijn: a. Aard en/of locatie van het bouwwerk; b. Indien risico gestuurd toezicht (veelplegers) hier aanleiding toe geeft. Als de melding niet compleet is of twijfels bestaan aan de borging van de risico’s, vragen wij om aanvullende gegevens. In de beginfase zal ook worden gekeken of onderstaande punten afdoende worden benoemd: • Constructieve- en brandveiligheid (begin bouwfase) Deze punten worden niet inhoudelijk getoetst.
Dit is een wettelijke taak van de kwaliteitsborger. Hoofdstuk 5 Tijdens de bouw Informatiemomenten Het bevoegd gezag kan afhankelijk van de (lokale) omstandigheden of bij specifieke signalen informatiemomenten in lassen. Dit vindt meestal plaats nadat de melding is gedaan. Deze informatiemomenten kunnen worden opgelegd n.a.v. signalen van onvolkomenheden tijdens de bouw. De opgevraagde informatie kan gaan over: • bouwwerkzaamheden in situaties waar bepaalde risico’s spelen die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het bouwwerk aan de bouwtechnische regels (zie hiervoor onder Algemene risico’s); • De momenten waarop specifieke bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Tijdens de bouw ziet de kwaliteitsborger toe op het naleven van het borgingsplan correcte uitvoering van het bouwplan. Bij strijdigheden informeert de kwaliteitsborger de aannemer en de opdrachtgever. Ontstaan problemen die niet meer worden opgelost dan moet de kwaliteitsborger het bevoegd gezag informeren. Dit is het moment waarop de toezichthouder in beeld komt. Eerst zal de kwaliteitsborgen in actie komen pas wanneer deze het niet voor elkaar krijgt en de veiligheid in het geding is kan de toezichthouder in actie komen. De toezichthouder vraagt informatie op, eventueel inclusief planning als er specifieke signalen zijn of sprake is van bijzondere lokale omstandigheden.
Als de toezichthouder zodanige overtredingen ziet dat verder bouwen onwenselijk is, kan hij handhavend optreden en indien noodzakelijk de bouw stilleggen. Hoofdstuk 6 Na de bouw De gereedmelding Bij de gereedmelding van de bouw dient de indiener van de bouwmelding twee documenten in bij het bevoegd gezag: - De verklaring - Het dossier bevoegd gezag. De verklaring In de verklaring meldt de kwaliteitsborger dat is gebouwd in overeenstemming met de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). De inhoud van de verklaring bestaat uit de volgende onderdelen: • opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken; • verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen; • verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl. In de verklaring wordt tevens ingegaan op de wijze waarop met de genoemde risico’s uit het borgingsplan is is omgegaan. Het dossier bevoegd gezag Het dossier bevoegd gezag omvat alle fasen van het bouwproject en heeft betrekking op o.a. de veiligheid (constructieve- en brandveiligheid o.a.). Hierbij gaat om het aantonen dat het bouwwerk voldoet aan alle (kwaliteit)eisen van het Bbl. Zie voor de inhoud van het dossier Bijlage 1.
Beoordeling door bevoegd gezag na gereedmelding De beoordeling van de stukken gebeurt op hoofdlijnen, dus er vindt geen inhoudelijke toets van de documenten plaats. Het bevoegd gezag beoordeelt de verklaring van de kwaliteitsborger en het dossier bevoegd gezag. Bij een onvolledige gereedmelding informeert het bevoegd gezag de indiener hierover binnen 14 werkdagen na indiening. Na indiening van de aanvullende gegevens gaat opnieuw een periode van 14 werkdagen in om te toetsen of de gereedmelding volledig is. Zijn er strijdigheden tijdens of na afronding van de bouw? Dan kan het bevoegd gezag overgaan tot herstelsancties of de ingebruikname van het bouwwerk verbieden. Wanneer is voldaan aan de voorschriften die zijn gesteld aan de verklaring van de kwaliteitsborger en aan de overige gegevens en eisen kan het pand in gebruik worden genomen.
Hoofdstuk 7 Algemene risico’s Bunschoten 1. Bouwen op zeer slappe ondergrond; Bovengenoemde risico’s moeten in de risicoanalyse bij het borgingsplan worden opgenomen door de kwaliteitsborger. Locatiegerichte risico’s Het betreffen hier risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen van het bouwwerk aan de bouwtechnische regels. De meest voorkomende locatiegerichte risico’s kunnen zijn: 1. scheefgezakte panden 2. bouwen naast panden met een beschermde monumentale status 3. het bouwen op zeer slappe ondergrond. Hoofdstuk 8 Specifiek: toezicht en handhaving Relevante momenten voor bevoegd gezag Welke momenten zijn relevant voor Toezicht en Handhaving? 1. Start van de bouw, zonder noodzakelijke bouwmelding. 2. Start van de bouw, zonder noodzakelijke omgevingsplanvergunning. 3. Er wordt niet voldaan aan eventueel opgelegde informatiemomenten. 4. Tijdens de bouw meldt de kwaliteitsborger onvolkomenheden bij bevoegd gezag. 5. Ambtshalve of door melding van derden worden onvolkomenheden geconstateerd. 6. Aan het eind van de bouw blijkt niet conform Bbl te zijn gebouwd. 7. Er wordt gereed gemeld zonder dat er vooraf een startmelding (incl. borgingsplan) is ingediend. De gemeente Bunschoten zal daarom in eerste aanleg alleen toezicht houden: 1. Op de vergunning voor omgevingsplanactiviteit; 2.
Indien de kwaliteitsborger hier om vraagt, echter eerst moet de kwaliteitsborger het zelf oplossen, lukt dan niet en is veiligheid in het geding dan gemeente 3. Toezicht i.v.m. handhavingsactie 4. Controlemoment(en) specifieke risico’s (uitzonderlijke situaties). Hiervoor zijn vooraf geen voorbeelden te noemen). 5. Informatiemomenten Ten behoeve van de handhaving zullen wij in 2024 de leidraad “Handreiking Toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging bouw.” (bijlage 3) van de VNG gebruiken. Het werken op basis van deze leidraad zullen wij betrekken in onze monitoring en evaluatie van de Wkb. Hoofdstuk 9 Sanctiestrategie
Voor de sanctiestrategie sluiten wij aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie. In de nota VTH is een bijlage opgenomen met sancties en begunstigingstermijnen. Het betreffen hier richtlijnen. In elk individueel geval wordt afgewogen of de hoogte van het bedrag en/of de begunstigingstermijn moet worden aangepast. Hiermee worden disproportionele dwangsommen voorkomen. Tevens streven wij maatwerk in begunstigingstermijnen na. Jurisprudentie is maatgevend. Ingeval van ernstige overtredingen en/of van veelplegers kan ervoor worden gekozen naast handhavend optreden ook de Instrumentaanbieder en Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging voor de Bouw te informeren over onze bevindingen. Hoofdstuk 10 Monitoring & Evaluatie Na het eerste jaar wordt het beleid geëvalueerd. De stand van zaken met betrekking tot de relevante wet- en regelgeving wordt bijgehouden. Aanvullend op het bestaande beleid om te evalueren en te borgen, zijn er specifieke zaken zoals wanneer handhaven, bevoegdheden en termijnen die aanvullend gemonitord en geëvalueerd worden. Ingeval de risico’s worden al aangegeven bij het beoordelen van de OPA’s. Daarnaast halfjaar beoordelen welke lokale risico’s ze tegenkomen, zodat ze deze later kunnen meenemen in het omgevingsplan.
Bijlage 1 Inhoud verklaring kwaliteitsborger De verklaring van de kwaliteitsborger bestaat uit alle in de wet beschreven onderdelen, waaronder: • opgave welk instrument is toegepast en de verklaring dat de kwaliteitsborger dat instrument ook mag gebruiken • verklaring dat de kwaliteitsborging zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd volgens de in het instrument gestelde eisen • verklaring dat de kwaliteitsborger vindt dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 van het Bbl In de verklaring wordt ook ingegaan op de maatregelen die zijn getroffen om de risico's die in het borgingsplan staan te beheersen. Bijlage 2 Inhoud dossier bevoegd gezag Dit dossier bevat tenminste alle door de wet genoemde onderdelen, waaronder: a. hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder het instrument toe te passen; b. hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen;
c. er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het bouwwerk voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6. Daarnaast omvat het dossier bevoegd gezag minimaal de volgende aspecten: • de aanduiding van de gebruiksfuncties, verblijfsgebieden, verblijfsruimten en de afmetingen en de bezetting van alle ruimten, inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie • de constructieve delen van het bouwwerk (gemaatvoerde constructieve en DO-) tekeningen en goedgekeurde constructieve berekeningen • de brandveiligheid (dezelfde informatie als die nodig is bij een melding brandveilig gebruik) • de inrichting van het terrein dat bij het bouwwerk hoort. Hierop moeten de voorzieningen voor de bereikbaarheid en de plaats van bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen van brandweervoertuigen zijn aangegeven (gemaatvoerde tekeningen) • het ventilatiesysteem + inregelrapport ventilatie • rapportage blowerdoortest (indien van toepassing) • de energiezuinigheid van het bouwwerk • de toegepaste gelijkwaardigheid (artikel 4.7 Omgevingswet). Indien sprake is van vooraf meegegeven risico’s moeten deze in het dossier bevoegd gezag worden verantwoord.
CHECKLIST 1. INLEIDING Naar verwachting treedt de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op 1 januari 2024 in werking. Om deze reden hebben een aantal medewerkers van het team Omgevingsontwikkeling van de Gemeente Bunschoten samen met Senze de interne VTHprocessen op het gebied van toezicht van bouwen geanalyseerd in drie bijeenkomsten. In twee sessies is de routekaart besproken aan de hand van de door Senze ontwikkelde Wkb-praatplaat (zie Bijlage 1) voor de voorbereiding op de Wkb. Aan de hand van de bevindingen uit deze sessies en de Wkb-checklist (zie Bijlage 2) is deze memo opgesteld. Het "Bestuursakkoord implementatie en invoering wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen" heeft belangrijke implicaties voor het bouwtoezicht, evenals voor de werkvoorraad, formatie en financiën van de gemeente. Het legt de nadruk op het principe van risico gebaseerd bouwtoezicht, waarbij de intensiteit van het bouwtoezicht afhankelijk is van de mate waarin de vergunninghouder het proces van kwaliteitsborging op orde heeft. Concreet betekent dit dat wanneer de vergunninghouder effectief risico's beheerst en een goed kwaliteitsborgingsproces heeft geïmplementeerd, er minder intensief bouwtoezicht vanuit de gemeente nodig zal zijn.
Ten behoeve van het Wkb-beleid wordt een afweging gemaakt tussen het naleven van de intentie van de wetgever en de cultuur en processen van de gemeente. In deze memo worden de specifieke beleidskeuzes met betrekking tot deze onderwerpen verder uitgewerkt. 2. WKB-CHECKLIST 1. MELDING BOUW Inleiding:
De melding bouw is een melding die de aannemer of vergunninghouder moet doen bij de gemeente voordat met de bouw van een bouwwerk wordt gestart. Met de melding bouw wordt de gemeente geïnformeerd over het voornemen om te beginnen met de bouwwerkzaamheden. Besproken: De gemeente Bunschoten wil met de inwerkingtreding van de Wkb de naleving van de melding bouw onder de aandacht brengen en handhaven. Met de vele veranderingen van de Wkb die het bouwtoezicht op de bouwkwaliteit moeten verbeteren, is het van belang dat het gehele bouwproces, inclusief de melding bouw, op een gedegen manier wordt gevolgd. Besluit: In de brief bij de omgevingsvergunning wordt aangegeven dat het belangrijk is om de melding bouw digitaal te melden bij de gemeente via een centraal mailadres van de toezichthouders. Digitaal melden is efficiënter en gebruikersvriendelijker en kan mogelijk de naleving bevorderen.
LOCATIE GEBONDEN RISICO’S 2: Hoe gaan wij om met specifieke locatie gebonden risico’s bij de behandeling van een aanvraag om omgevingsplanactiviteit? Inleiding: Een heldere benadering van locatie gebonden risico’s is essentieel voor een efficiënte behandeling van de aanvraag om omgevingsplanactiviteiten. Wanneer een gemeente locatie gebonden risico’s heeft vastgesteld is de kwaliteitsborger verplicht deze risico’s mee te nemen in een risicoanalyse. Als er geen locatie gebonden risico’s zijn vastgesteld zal de kwaliteitsborger aan de hand van het omgevingsplan bij iedere individuele omgevingsplanactiviteit moeten vaststellen wat wel of niet van belang is voor de aanvraag. Gemeenten kunnen kiezen om locatie gebonden risico’s vast te stellen wat makkelijker is voor de kwaliteitsborger. Besproken: Afgesproken wordt om te starten met het inventariseren van de locatie gebonden risico’s. Deze inventarisatie wordt elke zes weken in het bouwoverleg besproken en waar nodig bijgewerkt. De toezichtmedewerker is verantwoordelijk voor deze inventarisatie, omdat die goed bekend is met de omgevingsfactoren in het gebied. Wanneer de inventarisatie binnen de hele gemeente is afgerond wordt deze gedeeld met de medewerkers Ruimtelijke Ordening van het team Omgevingsontwikkeling.
De medewerkers Ruimtelijke Ordening zijn verantwoordelijk om de locatie gebonden risico's op te nemen in het nog op te stellen omgevingsplan. Besluit: De locatie gebonden risico’s worden in 2024 geïnventariseerd en voorlopig opgenomen in het VTH-beleid. Bij het opstellen van het omgevingsplan wordt nader bekeken welke beleidskeuzes gemaakt moeten worden om de omgevingsanalyse met locatie gebonden risicofactoren op een juiste manier op te nemen in het omgevingsplan en hoe deze worden meegewogen in de verschillende processtappen. COMMUNICATIE 3: Hoe informeren wij de regionale aannemers, projectontwikkelaars en architecten) over de Wkb? Inleiding:
Voor aannemers en projectontwikkelaars (maar ook architecten) verandert de werkwijze door invoering van de Wkb. Besproken: Hoewel het geen taak is van de gemeente heeft de gemeente een informatieavond in Q3-2023 georganiseerd voor aannemers, projectontwikkelaars en architecten over de invoering van de Wkb en de gevolgen van deze wetsverandering. Tijdens deze bijeenkomst werden deze partijen op de hoogte gebracht van de belangrijkste aspecten van de Wkb. Hierbij werden ze geïnformeerd over de veranderingen in het bouwproces, de rol van kwaliteitsborgers en de gevolgen voor de bouwsector. Besluiten: Communicatie De gemeente Bunschoten sluit voor communicatie over de inwerkingtreding van de Wkb en de Omgevingswet en de impact hiervan aan bij de landelijke publicaties van de overheid. Dit publiceren wij in de huis-aan-huisblad en website van de gemeente. Communicatie startmelding bouw Bij communicatie die de gemeente Bunschoten onderneemt om de regionale initiatiefnemers te informeren over de Wkb, wordt ook aandacht besteed aan de startmelding bouw. Een duidelijke uitleg over de startmelding bouw zal worden gegeven, zodat initiatiefnemers goed geïnformeerd zijn over de stappen die zij moeten volgen om de melding tijdig en correct in te dienen. CONTROLE 4.
Welk controleniveau willen wij bij de start bouwmelding en gereedmelding? Inleiding: Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet de start bouwmelding worden gedaan. Er moet een keuze worden gemaakt op welk niveau deze door de gemeente wordt gecontroleerd. Start bouwmelding Besproken: De volledigheidstoets kan bestaat uit het verifiëren van de aanwezigheid van alle ‘vinken’ (de documenten die benodigd zijn voor het type melding). De gemeente beoordeelt binnen vier weken of de start bouwmelding compleet is aan de hand van de volledigheidstoets, bestaande uit de vier vinken: wie de kwaliteitsborger is, met welk instrument voor kwaliteitsborging de kwaliteitsborger werkt, de risicoanalyse en het borgingsplan. Besluit: De vergunningsverleners doen een snelle omgevingscheck voor de start bouwmelding. De toezichthouders zijn verantwoordelijk voor een grondige volledigheidscheck van de start bouwmelding. Bij alle start bouwmeldingen doet de toezichthouders een diepgaande beoordeling van de risicoanalyse, op basis van een steekproef borgingsplan. Deze aanpak is een beleidskeuze om de bouwkwaliteit te waarborgen en effectief toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van bouwvoorschriften.
Gereedmelding Inleiding Na de oplevering van een bouwwerk moet een gereedmelding worden ingediend om te kunnen controleren dat de kwaliteitsborging is uitgevoerd volgens regelgeving. De initiatiefnemer moet bij de gereedmelding de gemeente voorzien van een dossier bevoegd gezag. Een dossier bevoegd gezag bevat alle mogelijke informatie over het bouwwerk. Het dossier bevoegd bezag bevat documenten van alle fasen uit het bouwproces, met de nadruk op veiligheid, en dient als bewijs dat het bouwwerk voldoet aan de eisen van het Bbl. Dit dossier wordt bijgehouden door de kwaliteitsborger. Besluit: De vergunningsverleners doen een snelle omgevingscheck voor de start bouwmelding. De toezichthouders zijn verantwoordelijk voor een grondige volledigheidscheck van de start bouwmelding. Bij alle start bouwmeldingen doet de toezichthouders een diepgaande beoordeling van de risicoanalyse, op basis van een steekproef borgingsplan. Deze aanpak is een beleidskeuze om de bouwkwaliteit te waarborgen en effectief toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van bouwvoorschriften. Gereedmelding Inleiding Na de oplevering van een bouwwerk moet een gereedmelding worden ingediend om te kunnen controleren dat de kwaliteitsborging is uitgevoerd volgens regelgeving. De initiatiefnemer moet bij de gereedmelding de gemeente voorzien van een dossier bevoegd gezag.
Een dossier bevoegd gezag bevat alle mogelijke informatie over het bouwwerk. Het dossier bevoegd bezag bevat documenten van alle fasen uit het bouwproces, met de nadruk op veiligheid, en dient als bewijs dat het bouwwerk voldoet aan de eisen van het Bbl. Dit dossier wordt bijgehouden door de kwaliteitsborger. Besluit: De toezichthouder Bouwen is verantwoordelijk voor een korte volledigheidscheck bestaande uit de verklaring van de kwaliteitsborger en de aan- of afwezigheid van de aangeleverde stukken. Wanneer de gereedmelding onvolledig blijkt is de afspraak dat er geen akkoord wordt gegeven door de gemeente. In dat geval moet de initiatiefnemer de gereedmelding aanvullen en opnieuw indienen. Hierover wordt de initiatiefnemer schriftelijk over geïnformeerd. Bouwmelding Hoe is het dienstverleningsniveau van start bouwmelding en gereedmelding bepaald? Inleiding: Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden gedaan waarna de volledigheidstoets uitgevoerd wordt door vergunningverlening. Binnen deze vier weken kan een
beantwoording van de bouwmelding plaatsvinden. Besluit: De dienstverlening van gemeente Bunschoten bij beantwoording van een bouwmelding is als volgt: ofwel de bouwmelding is volledig en de initiatiefnemer krijgt groen licht, ofwel de bouwmelding is onvolledig en de initiatiefnemer moet de bouwmelding herzien. Na het de verifiëring van toezicht wordt de brief verzonden door vergunningverlening. Net als bij de gereedmelding zal bij de bouwmelding een brief naar de initiatiefnemer worden gestuurd in het kader van volledigheid van de melding. Wanneer een melding een “onderbuik gevoel” oproept (lees: de verwachting van complexe casuïstiek) kan de gemeente Bunschoten een aanvullende brief, bestaande uit een verzoek tot meer gegevens, verzenden. Gereedmelding Inleiding: Wanneer een gereedmelding (dossier bevoegd gezag) wordt ingediend zal de volledigheidstoets worden uitgevoerd door toezicht. De beantwoording van de gereedmelding moet uiterlijk twee weken na melding zijn verstuurd. Besluit: De dienstverlening van gemeente Bunschoten bij beantwoording van een gereedmelding is als volgt: ofwel de gereedmelding is volledig en de initiatiefnemer mag het bouwwerk in gebruik nemen, ofwel de gereedmelding is onvolledig en initiatiefnemer moet de gereedmelding herzien. Na een positieve volledigheidstoets van toezicht wordt de brief verzonden door vergunningverlening.
TOEZICHT 5: Op welk niveau gaan wij toezicht houden? Inleiding: De werkzaamheden van toezichthouders veranderen door de invoering van de Wkb. De bouwtechnische aspecten van een aantal bouwwerken worden immers uitgevoerd door kwaliteitsborgers. Waar de focus van de werkzaamheden eerst lag op de bouwtechnische aspecten bij uitvoering van een verleende vergunning zal dit nu meer rondom ruimtelijke (lokaal gebonden) aspecten zijn omdat de kwaliteitsborger in basis verantwoordelijk is voor de bouwkundige werkzaamheden tijdens de bouw. De toezichthouder is wel bevoegd gezag voor vergunningen die voor 1 januari 2024 zijn ingediend (datum indiening is bepalend). De toezichthouder is ook verantwoordelijk voor alle bouwactiviteiten binnen gevolgklasse 2 en 3. Hier blijft de gebruikelijke toezichtmatrix uit het VTH-beleid van toepassing. De toezichthouders bouwen spelen een
belangrijke rol bij de Wkb. Zij komen op verschillende momenten tijdens het bouwproces in actie. Namelijk bij de melding bouw, waar ze controleren of de initiatiefnemer deze tijdig en correct heeft ingediend. Het bevoegd gezag, in de meeste gevallen de gemeente, heeft de verantwoordelijkheid om dit proces te controleren op de naleving. Besluit: Bij de oplevering van het bouwwerk voeren de toezichthouders bouwen een inspectie uit om te verifiëren of het voldoet aan alle vereiste documentatie, zoals onder meer of de verklaring van de kwaliteitsborger, aanwezig is. De toezichthouders bouwen controleren en signalen mogelijke overtredingen of onregelmatigheden tijdens het bouwproces. Als er klachten of meldingen zijn, voeren ze nader onderzoek uit en treden ze zo nodig handhavend op om ervoor te zorgen dat de bouwkwaliteit en de bouwtechnische regels worden nageleefd. Bouwveiligheidsplannen Inleiding: In het kader van omgevingsplanactiviteiten wordt veelal ook gevraagd om een bouwveiligheidsplan. Met een bouwveiligheidsplan kunnen bouwpartijen aantonen dat ze zich bewust zijn van de veiligheidsrisico’s en de gevolgen voor de omgeving en dat ze de nodige maatregelen nemen om deze risico's te beheersen. Het plan dient als een richtlijn voor de uitvoering van het bouwproject en kan mogelijke veiligheidsincidenten voorkomen.
Het bouwveiligheidsplan geeft een gestructureerd overzicht van de bouwveiligheid, wat bijdraagt aan de bouwkwaliteit en een veiligere werkomgeving. Doordat de gemeente bij omgevingsplanactiviteiten vallend onder de kwaliteitsklasse 1 een beperkte rol heeft in het toezicht, geven bouwveiligheidsplannen de gemeente inzicht in de genomen maatregelen. Het stellen van eisen aan bouwveiligheidsplannen stelt de gemeente in staat om de bouwkwaliteit te waarborgen zonder dat alle details gecontroleerd hoeven te worden. Het geeft de bouwpartijen verantwoordelijkheid, maar ook enige vrijheid om de bouwveiligheid te organiseren, terwijl het de gemeente een goed overzicht biedt van de veiligheidsmaatregelen die worden genomen. Besluit: De toezichthouder bouwen is verantwoordelijk voor de controle van bouwveiligheidsplannen. Toezichthouder In hoeverre gaan wij controle uitvoeren op bouwprocessen? Inleiding: Er dient een keuze gemaakt te worden op welk niveau toezicht wordt gehouden op basis van de beschikbare middelen, de lokale omstandigheden en de verwachte voordelen en nadelen Het behouden van toezicht op het gebied van bouwen kent voordelen. Het neemt de onzekerheid weg wanneer de gemeente een actieve rol in het bouwproces heeft en controleert op de naleving van bouwvoorschriften. Indien noodzakelijk kunnen zij in een vroeg stadium zelf ingrijpen. Actief door de
gemeente toezicht houden kan fouten voorkomen in het geval dat de kwaliteitsborgers hun plicht verzaken of het proces tussen initiatiefnemer en kwaliteitsborger fundamentele denkfouten bevat. Na de inwerkingtreding van de Wkb heeft de gemeente de keuze om toezicht te blijven houden op de bouwkwaliteit, ondanks dat deze taak formeel bij de kwaliteitsborger ligt. Het behouden van toezicht kan leiden tot dubbele inspanningen en mogelijk tot overlappingen in verantwoordelijkheden tussen de gemeente en de kwaliteitsborger, wat spanning, inefficiëntie en extra kosten met zich mee kan brengen. Bovendien neemt de gemeente extra verantwoordelijkheid op zich voor de bouwkwaliteit, wat kan leiden tot aansprakelijkheidskwesties en juridische complicaties. Daarnaast wilde de wetgever met de Wkb juist de rollen duidelijker verdelen tussen de gemeente, de kwaliteitsborger en de bouwpartijen. Besluit: De toezichthouder bouwen gaat toezicht houden op de omgevingsfactoren. Daarnaast wordt toezicht gehouden als er geen vertrouwen is in de kwaliteitsborger als er sprake is zwaarwegende argumenten. In het VTH-beleidsplan wordt hiervoor een formule opgenomen. Risico adviseur Inleiding: Onder de Wkb krijgt de toezichthouder bouwen een andere rol. Vergunningverlening zal de toezichthouders consulteren en raadplegen voorafgaand aan het verlenen van een vergunning.
Deze betrokkenheid van toezichthouders bij het begin van het bouwproces is van cruciaal belang om de bouwkwaliteit en veiligheid te waarborgen. Besluit: Door de samenwerking tussen de toezichthouders en de vergunningverlener wordt hun kennis en ervaring in bouwregelgeving en bouwtechniek optimaal benut. De toezichthouder bouwen levert een waardevolle bijdrage aan de beoordeling van de risicoanalyse in de melding, waarbij ze mogelijke aandachtspunten en risico's signaleren. Zij geven advies aan vergunningverlening en/of initiatiefnemers. Op deze manier wijzen zij op potentiële knelpunten en vereiste aanpassingen om aan de bouwtechnische voorschriften te voldoen. Beleid Inleiding: De toezichthouder bouwen heeft een adviesrol bij het beleidsevaluatieproces toezicht onder Wkb. Dit is belangrijk aangezien toezicht nauw betrokken is bij de uitvoering van bouwprojecten en waardevolle praktijkgerichte inzichten heeft. De toezichthouder bouwen is betrokken bij de bouwsector en hebben contact met diverse partijen, zoals aannemers. Deze betrokkenheid stelt de toezichthouder in staat om te adviseren bij het opstellen van beleid en of dit in de praktijk kan worden toegepast. Besluit:
Bij het opstellen van beleid wordt de toezichthouder bouwen betrokken in het geval dit vanuit zijn rol nodig is. VTH-BELEID 6: Is het VTH-beleid helder en duidelijk waar wel en niet op controleert wordt? Inleiding: In het VTH-beleid wordt vastgelegd wat de lokale risico’s bij het bouwen zijn. Deze worden benoemd in het omgevingsplan met de voorwaarden die hieruit voortvloeien. Voor de gemeente Bunschoten zijn de belangrijkste risico’s de slappe bodem (verzakkings- en trilling schade) in de hele gemeente. Ook moeten de voorwaarden voor een vergunning beschreven worden in het omgevingsplan. Besluit: In het VTH-beleidsplan moet een formule komen voor wanneer toezicht nodig is. Het VTH-beleid moet aangevuld worden met een ‘toezichtmatrix’ op basis van de fWkb. In deze ‘toezichtmatrix’ wordt aangegeven welke prioritering de gemeente Bunschoten aan werkzaamheden wil geven. Het jaar 2024 zien wij als het oefenjaar voor de Wkb. Op deze wijze kunnen wij een juiste matrix toevoegen aan het VTH-beleid. Controle- en stopmomenten In hoeverre bestaat de behoefte aan controle op bouwprocessen? Inleiding: Inzichtelijk moet worden hoe er gecontroleerd wordt en hoe de controle verantwoord wordt. Bij het het opstellen van het VTH-beleid onder de Wkb kan overwogen worden om keuzes vast te leggen over de controle op bouwprojecten.
De impliciete vraag achter deze beleidsoverweging is de mate van vertrouwen in de kwaliteitsborger. Besluit: Er is gemeentelijk behoefte aan controle op bouwprocessen na intreding Wkb. Binnen het VTHbeleid moet een lijst komen voor controle- en stopmomenten die in overleg met toezicht wordt opgesteld. Hierbij worden gebieds-, locatie- en project specifieke aspecten in overweging genomen, zoals bouwen op een zwakke bodem en stabiliteit van aangrenzende gebouwen, waarbij de gemeente geen toezicht houdt op reguliere bouwkundige aspecten zoals gedefinieerd in het Bbl. Signalen Hoe gaan wij om signalen bij bouwactiviteiten? Inleiding: In het VTH-beleid moet aangegeven worden hoe wij omgaan met signalen bij bouwactiviteiten. Bijvoorbeeld: Hoe gaat wij om met verzoeken van de kwaliteitsborger?
Besluit: Besloten wordt om geen beleid in het VTH-beleid op te nemen waar de gemeente niet verantwoordelijk voor is als hier de kwaliteitsborgen voor verantwoordelijk is. 3. ACTIES Uit de bovenstaande beantwoording van de zes vragen van de Wkb-checklist komen mogelijke acties voort. Deze mogelijke acties zijn uiteengezet in de onderstaande tabel. Onderwerp Mogelijke acties Uitvoerder(s) Planning LOKAAL GEBONDEN RISICO’S Inventarisatie locatie gebonden risico’s en Hiervan een lijst bijhouden Toezicht Geheel 2024 en tijdens 6-wekelijks overleg bespreken. Vast agendapunt. Afhankelijk van de uitkomsten hiervoor deze locatie gebonden risico’s opnemen in het op te stellen omgevingsplan. COMMUNICATIE Informatieavond organiseren voor lokale bouwers Gerealiseerd Publicatie website In uitvoering VTH-Beleid Een up-to-date ‘toezichtmatrix’ opstellen en invoegen in het VTH-beleidsplan VTH N.t.b. Onderdeel ‘Handhaven’ opnemen VTH Voor 1 januari 2024 Evaluatie op doelen en programma opstellen VTH Voor 1 januari 2024