CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Sociaal Domein 2023 definitief.pdf

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1173711 - Verordening Sociaal domein 202336.776 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

7.3 zorgkosten 1

2

Voor inwoners die moeten rondkomen van een laag inkomen, kan de gemeente met een zorgverzekeraar een zorgverzekering afspreken die a. Collectieve korting biedt voor zowel de basis- als aanvullende verzekering b. Extra vergoedingen voor bepaalde zorgkosten biedt c. In aanmerking komt voor een gemeentelijke tegemoetkoming De gemeente publiceert jaarlijks eind november /begin december de manier waarop de gemeente aan dit artikel voldoet.

7.4 Individuele inkomenstoeslag Voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen, is de individuele inkomenstoeslag bedoeld. Dat is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven voor welke inwoners de individuele inkomenstoeslag is bedoeld en welke aanvullende voorwaarden er gelden.

7.4.1 doelgroep 1

2

De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor een inwoner: a. die in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager of gelijk is aan 100% van de bijstandsnorm plus het bedrag dat maximaal vrijgelaten kan worden, waarbij de kostendelersnorm niet wordt toegepast. De periode van verblijf in een asielzoekerscentrum telt mee in de 36 maanden, en b. Geen zicht heeft op inkomensverbetering, zoals afronding van een opleiding of verkrijgen van werk, en wel alles heeft geprobeerd om meer inkomen te krijgen. Gehuwden of samenwonenden moeten beiden aan alle voorwaarden voldoen.

7.4.2 hoogte van de toeslag 1

De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar met afronding op hele euro’s naar boven: a. voor gehuwden of samenwonenden: 3,2% van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag op jaarbasis. b. voor een alleenstaande: 70% van de individuele inkomenstoeslag voor gehuwden of samenwonenden c. voor een alleenstaande ouder: 90% van de individuele inkomenstoeslag voor gehuwden of samenwonenden; 28

Verordening sociaal domein

2

Bij gehuwden of samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op individuele inkomenstoeslag heeft, de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt.

7.5 kinderen in Armoede Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft regelingen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze regelingen worden het kindpakket genoemd. Hier zijn de uitgangspunten benoemd.

7.5.1 doelgroep Deze regelingen zijn bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die geen goede financiële buffer hebben. Voor de voorzieningen binnen het pakket worden verschillende inkomensgrenzen gehanteerd, die nooit hoger zijn dan 120% van de bijstandsnorm.

7.5.2 inhoud kindpakket De gemeente stelt de regelingen vast, in overleg met cliënten, hulpverleners en de adviesraad sociaal domein. Het kindpakket bestaat uit: a. Voorzieningen om kinderen zwemdiploma’s A en B te laten halen; b. voorzieningen om kinderen mee te laten doen aan sportieve activiteiten; c. voorzieningen om kinderen mee te laten doen aan culturele activiteiten; d. voorzieningen om kinderen mee te laten doen op school.

7.6 tegemoetkoming meerkosten verhuis- en inrichting of afval 7.6.1 doelgroep 1

2

De tegemoetkoming meerkosten is bedoeld voor a. Inwoners met een beperking, of b. Inwoners met een chronisch psychisch of psychosociaal probleem Als er sprake is van: a. Onvoorziene verhuis- en inrichtingskosten als gevolg van verhuizing en er onvoldoende financiële draagkracht is. b. Specifieke problematiek wat leidt tot extra afval, waarbij levensfase gebonden problematiek als incontinentie is uitgesloten.

7.6.2 Hoogte van de toeslag 1 2

De tegemoetkoming is een forfaitaire vergoeding. De gemeente legt de hoogte van de tegemoetkoming vast in de Tarievenlijst Jeugd en Wmo.

7.7 schuldhulpverlening De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen.

29

Verordening sociaal domein

7.7.1 samenwerking en toegang 1 2 3 4 5

De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. De gemeente informeert inwoners over de hulp die zij kan aanbieden en zorgt ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van hulp. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft. De gemeente benadert inwoners actief, zodra andere organisaties schulden melden bij de gemeente.

7.7.2 schuldhulpverlening 1 2

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die hulp kan krijgen bij het oplossen van schulden, die hulp zo snel mogelijk krijgt; De gemeente werkt daarbij samen met verschillende maatschappelijke partners en gecontracteerde partijen.

30

Verordening sociaal domein

afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.

8.1 hoe gaan we met elkaar om? 8.1.1 de rol van de gemeente 1

2

De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente houdt het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk. b. De inwoner heeft, om zijn problemen te bespreken, altijd recht op een gesprek bij de gemeente of bij de inwoner thuis. c. De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken, als het bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor die organisatie. d. De website van de gemeente voldoet aan erkende kwaliteitseisen. e. Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. f. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. g. De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy van de inwoner. h. De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. i. De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp.

De inwoner kan hierbij gebruik maken van een cliëntondersteuner. De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat niet door de beugel kan. De gemeente zorgt voor het volgende: a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: • zijn rechten en plichten; • wat er van hem wordt verwacht; • welk gedrag niet deugt; • wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet deugt; en • waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. b. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren, tenzij: • Dit niet mogelijk is vanwege de spoed 31

Verordening sociaal domein

• de inwoner al eerder de kans heeft gehad over precies hetzelfde; De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: • de ernst van het gedrag; • de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en • de persoonlijke situatie van de inwoner. d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet). c.

8.1.2 de rol van de inwoner 1

2

De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij hulp vraagt aan de gemeente. b. Als de gemeente hulp verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. b. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. c. De inwoner doet wat nodig is om de hulp van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

8.2 afspraken en verplichtingen over uitkeringen 8.2.1 afstemming op houding en gedrag van de inwoner 1 2

3

De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden, en c. de persoonlijke situatie van de inwoner. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven. De inwoner kan dat op de volgende manier doen: a. telefonisch; b. schriftelijk; c. in een persoonlijk gesprek.

8.2.2 afzien van verlaging De gemeente verlaagt de uitkering niet als: a. Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of b. De gemeente daarvoor dringende redenen aanwezig acht, of

32

Verordening sociaal domein

c.

het gedrag van de inwoner meer dan één jaar vóór constatering daarvan heeft plaatsgevonden en voor dat gedrag de uitkering niet meer dan €340 kan worden verlaagd, of d. het gedrag van de inwoner meer dan vijf jaar voor constatering daarvan heeft plaatsgevonden en voor dat gedrag de uitkering meer dan € 340 kan worden verlaagd.

8.2.3 ingangsdatum en periode verlaging 1

2

De gemeente verlaagt de uitkering of bijzondere bijstand vanaf de kalendermaand na de maand waarin de gemeente het besluit tot verlaging aan de inwoner per brief bekend heeft gemaakt. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd. Dan zal de gemeente het overgebleven deel van de verlaging alsnog opleggen als de inwoner na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen, mits dit bij een verlaging van €340 of minder binnen een jaar plaatsvindt of bij een verlaging van meer dan € 340 binnen vijf jaar plaatsvindt.

8.2.4 berekening verlaging 1 2

De verlaging is een percentage van de uitkeringsnorm die van toepassing is op de inwoner. Als de inwoner maandelijks bijzondere bijstand voor levensonderhoud ontvangt, kan de gemeente de bijzondere bijstand verlagen met een percentage van de bijzondere bijstand. Gaat het om eenmalige bijzondere bijstand, dan kan de gemeente die bijstand weigeren als de bijstand nodig is vanwege verwijtbaar gedrag van de inwoner.

8.2.5 niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen 1

2

De gemeente verlaagt de uitkering een maand met 100% van de uitkeringsnorm als de inwoner een arbeidsverplichting uit artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet voldoende nakomt. De verlaging wordt in gelijke stukken verdeeld over de maand van oplegging en de twee daaropvolgende kalendermaanden, als er volgens de gemeente sprake is van bijzondere omstandigheden.

8.2.6

stoppen verlaging

De gemeente kan de verlaging stoppen als uit houding en gedrag van de inwoner overduidelijk blijkt dat hij alsnog de wettelijke arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 8.2.5 nakomt. De inwoner moet de gemeente zelf verzoeken om de verlaging te stoppen. Hij moet het verzoek per brief of e-mail indienen. Dit kan zolang de maatregel loopt.

8.2.7 niet nakomen andere arbeidsverplichtingen 1

2

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering (PW) een maand met 50% van de uitkeringsnorm, voor het niet voldoende proberen werk te vinden en artikel 8.2.5. niet van toepassing is; De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 20% van de uitkeringsnorm, voor het volgende gedrag: a. het niet voldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; b. Het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken geen verplichting na te willen komen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder;

33

Verordening sociaal domein

c.

3

4

5

6

Het niet voldoende nakomen van verplichtingen in de zoektermijn van vier weken, die voor jongeren tot 27 jaar geldt na melding. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 10% van de uitkeringsnorm, als de inwoner niet geregistreerd is of de registratie niet op tijd heeft verlengd als werkzoekende bij het UWV; De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a. Het niet voldoende proberen werk te vinden; b. Het niet aanvaarden van werk; c. Het door eigen toedoen niet behouden van werk; d. Het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door de gemeente aangeboden voorziening, waardoor de voorziening beëindigd is. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 20% van de uitkeringsnorm voor het volgende gedrag: a. het niet meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om te werken; b. het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door de gemeente aangeboden voorziening, zonder gevolgen voor voorziening; c. het niet voldoende verrichten van een door de gemeente opgedragen tegenprestatie; d. Het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken geen verplichting na te willen komen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder.

De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering een maand met 10% van de uitkeringsnorm als de inwoner niet geregistreerd is of de registratie niet op tijd heeft verlangd als werkzoekende bij het UWV.

8.2.8 te weinig besef van verantwoordelijkheid 1

2

De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich te weinig realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald (benadelingsbedrag). De verlaging duurt één maand en wordt vastgesteld op: a. 10% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag tot € 1.000, -; b. 20% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag vanaf €1.000, - tot € 2.000, -; c. 40% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000, - tot € 4.000, -; d. 100% van de uitkeringsnorm bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000, - .

8.2.9 zeer ernstige misdragingen De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. De uitkering wordt twee maanden verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm.

8.2.10 niet nakomen van andere verplichtingen De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die een opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet niet voldoende nakomt. 1 De verlaging is 20% van de uitkeringsnorm voor één maand als het gaat om: a. verplichtingen die gericht zijn op werk; b. verplichtingen in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt. 2 De verlaging is 40% van de uitkeringsnorm voor één maand als het gaat om verplichtingen die zijn gericht op vermindering van de bijstand. 3 De verlaging is 100% van de uitkeringsnorm voor één maand als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de bijstand.

34

Verordening sociaal domein

8.2.11 samenloop van gedragingen 1

2

3

Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging, tenzij voor het gedrag al een bestuurlijke boete is opgelegd. Als al een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt geen verlaging opgelegd. De hoogste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd. als er voor dezelfde gedraging de bijstand verlaagd kan worden én een boete op grond van de Wet inburgering 2021 opgelegd kan worden, wordt ervoor gekozen de bijstand te verlagen en geen boete op te leggen.

8.2.12 herhaling (recidive) van een gedraging 1

2

De duur van de verlaging bij wettelijke arbeidsverplichtingen gaat naar twee maanden als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd, De hoogte van de verlaging bij niet-wettelijke arbeidsverplichtingen wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd.

8.3 terugvorderen uitkering 8.3.1 terugvordering en incasso 1

2

3

4

De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven en doet dat volgens de regels van de wet. De gemeente vordert niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft voor de inwoner. Bij een klein bedrag kan de gemeente besluiten om dit niet terug te vorderen, als dit te veel tijd en geld kost. De gemeente vordert een klein bedrag wél terug als er te veel uitkering is betaald omdat de inwoner onvoldoende informatie heeft gegeven aan de gemeente. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat inwoners een inkomen blijven houden dat past bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan of hoger dan de beslagvrije voet; De gemeente legt in nadere regels vast hoe de gemeente terugvordert.

8.4 beëindigen en terugvorderen voorziening 8.4.1 beëindiging voorziening 1

De gemeente kan een voorziening beëindigen als: a. de voorziening niet langer passend of nodig is; b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die aan de voorziening zijn verbonden; c. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de inwoner; d. de gemeente niet langer kan vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat de inwoner onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening; e. de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;

35

Verordening sociaal domein

f.

2

de inwoner niet binnen zes maanden gebruik heeft gemaakt van de voorziening, tenzij hem dat niet te verwijten is. In geval van een pgb moet de inwoner dit schriftelijk onderbouwen. De voorziening kan met terugwerkende kracht worden beëindigd (ingetrokken).

8.4.2 terugvordering voorziening 1

De gemeente kan de voorziening of de waarde daarvan van de inwoner terugvorderen. Dat kan vanaf het moment waarop is voldaan aan één of meer van de intrekkingsgronden die genoemd worden in artikel 8.4.1. Wmo voorzieningen kunnen alleen worden teruggevorderd als die voorzieningen zijn ingetrokken omdat de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.

8.5 hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 8.5.1 controle 1

2 3 4

De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een uitkering of voorziening en of hij de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet; b. heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek; c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten; d. signalen en tips van organisaties of particulieren; e. andere passende onderzoeksmethoden. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging.

De gemeente gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

8.5.2 voorkomen van fraude De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.

8.5.3 beleidsplan en beleidsverslag 1

2

De gemeente stelt een beleidsplan vast. In dat plan legt de gemeente vast hoe zij fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). In het beleidsplan staat in ieder geval: a. wat de gemeente precies met fraudepreventie bedoelt; b. wanneer en hoe de gemeente inwoners informeert over rechten en plichten (voorlichting); c. welke onderzoeksmethoden wanneer kunnen worden ingezet; en d. hoe de gemeente samenwerkt met andere organisaties om fraude tegen te gaan.

36

Verordening sociaal domein

3

De gemeente rapporteert na afloop van ieder kalenderjaar in de programmarekening. Daarin beschrijft de gemeente of de gestelde doelen voor dat jaar zijn behaald en de redenen waarom dat wel of niet is gebeurd.

8.5.4 privacy 1

2

3

De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om protocollen over: a. huisbezoeken; b. buurtonderzoeken; c. agressie (zeer ernstige misdragingen). De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privé-leven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar bekend. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privé-leven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

8.5.5 toezichthouders De gemeente wijst een of meer ambtenaren aan die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.

37

Verordening sociaal domein

adviesraad Sociaal Domein Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert, is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een adviesraad sociaal domein is en is de taak van deze raad beschreven.

9.1 inspraak van inwoners

1

2 3

4

De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de inspraakverordening gemeente Bunschoten zijn daarop van toepassing, maar worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. Plannen voor beleid en regels; b. De manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. De manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening); d. De manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering; De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. Via de adviesraad sociaal domein; b. Door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. Door in co-creatie samen met inwoners een plan te ontwerpen; De gemeente bepaalt na overleg met de adviesraad sociaal domein welke vorm de inspraak heeft.

9.2 adviesraad sociaal domein 1 2

3 4 5 6 7 8

Het doel van de gemeente om een adviesraad sociaal domein in te stellen is om inwoners inspraak te geven in het beleid, de regels en de uitvoering daarvan. De adviesraad sociaal domein bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven leden: a. Inwoners of professionals die zich sterk betrokken voelen bij één van onderstaande groepen; b. Inwoners die een uitkering van de gemeente ontvangen of hebben ontvangen; c. Inwoners met een beperking die ervaring hebben met Wmo-hulp van de gemeente; d. Jongeren of hun ouders die ervaring hebben met gemeentelijke jeugdhulp; en e. Een onafhankelijke voorzitter; en f. Een onafhankelijke secretaris. Maximaal twee leden zijn niet woonachtig in de gemeente Bunschoten. De voorzitter en secretaris worden hierin meegerekend. Professionals hebben zitting op persoonlijke titel en mogen geen zakelijke binding met de gemeente hebben, voor zover deze invloed heeft op de onafhankelijke positie van het lid. Bij vacatures werft de Adviesraad Sociaal domein kandidaten in een openbare procedure. De leden van de adviesraad sociaal domein worden benoemd door de gemeenten, voor een periode van minimaal twee jaar en maximaal acht jaar; De adviesraad sociaal domein vergadert elke jaar minimaal twee en maximaal acht keer.

De vergaderingen zijn openbaar, tenzij een meerderheid van de leden van de adviesraad sociaal domein gemotiveerd anders heeft bepaald of dat de gemeente hier gemotiveerd om heeft gevraagd. 38

Verordening sociaal domein

9

De gemeente heeft tenminste vier keer per jaar contact met de adviesraad sociaal domein, waarvan tenminste twee keer per jaar met de portefeuillehouder. 10 De gemeente evalueert elke jaar tenminste één keer met de adviesraad sociaal domein hoe de samenwerking gaat. Dan wordt ook besproken of de inspraak goed functioneert. De Adviesraad sociaal domein stuurt na afloop van dit overleg een verslag aan het college

9.3 taken en bevoegdheden adviesraad sociaal domein 1

2 3 4 5 6 7

De adviesraad sociaal domein adviseert de gemeente gevraagd over plannen om beleid, regels of de uitvoering daarvan bij te stellen in het sociaal domein. De adviesraad sociaal domein brengt een advies uit binnen twee weken na ontvangst van de plannen. Hierbij maakt de adviesraad gebruik van ervaringen, meningen en inzichten van inwoners. De adviesraad sociaal domein kan ongevraagd voorstellen doen aan de gemeente over verandering van beleid, regels of de uitvoering daarvan. Als de gemeente het advies niet of niet volledig overneemt van de adviesraad, dan worden ze daarover gemotiveerd geïnformeerd. De adviesraad kan geen klachten, bezwaarschriften of andere onderwerpen bespreken die over individuele personen gaan. De adviesraad kan zelf regels vaststellen over de manier waarop de adviesraad zijn werk doet. De adviesraad ontvangt aan het begin van het kalenderjaar een jaarplanning van onderwerpen die naar de raad gaan. De gemeente levert tijdig stukken aan de adviesraad aan.

9.4 budget, vergoeding en voorzieningen 1

2 3

4 5 6

De gemeente geeft de adviesraad op basis van de jaarlijkse subsidieaanvraag van de adviesraad een budget voor: a. Reis- en onkosten; b. Deskundigheidsbevordering, waaronder deelname aan vergaderingen van landelijke cliëntenadviesraden; c. Documentatie en voorlichting van inwoners; d. Administratiekosten; e. Organiseren van één of meer thema-avonden voor inwoners. De gemeente stelt elk jaar een budget vast voor andere vormen van inspraak. De leden en de voorzitter van de adviesraad ontvangen per bijgewoonde vergadering een onkostenvergoeding zoals is vastgelegd in het rechtspositiebesluit Raads- en commissieleden. De onafhankelijke secretaris ontvangt per bijgewoonde vergadering tweemaal de onkostenvergoeding zoals is vastgelegd in het rechtspositiebesluit Raadsen commissieleden. De leden komen in aanmerking voor de onkosten vergoeding als ze de presentielijst hebben getekend. Deze presentielijst wordt naar de gemeente gestuurd. De gemeente zorgt ervoor dat de adviesraad gebruik kan maken van een vergaderruimte die nodig zijn om de taken goed uit te kunnen voeren. De gemeente stelt een medewerker (ambtelijk secretaris) aan die als aanspreekpunt namens de gemeente fungeert.

39

Verordening sociaal domein

kwaliteit en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.

10.1 kwaliteit 1 2

3

Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening aanbiedt, moeten van goede kwaliteit zijn. De diensten en producten: a. Passen bij de behoefte van de inwoner; b. Zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; c. Voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; d. Respecteren de rechten van de inwoner; e. Worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd; f. Worden geleverd volgens een bepaalde opzet die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld. De gemeente stelt beleidsregels vast waarin de kwaliteitseisen worden uitgewerkt.

10.2 inkoop en aanbesteding 1 2

3

De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en aanbesteding. Bij de inkoop en aanbesteding verwacht de gemeente van leveranciers dat zij: a. Diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en b. Als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht. De leverancier moet aantonen dat bij de kostprijs rekening is gehouden met: a. Het soort dienst of product; b. De omvang van het diensten- of productenpakket dat wordt geleverd; c. De arbeidsvoorwaarden van het personeel volgens de cao die van toepassing is; d. Een redelijke toeslag voor overheadkosten; e. Personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; f. Kosten als gevolg van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen; g. Het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten. 40

Verordening sociaal domein

van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is.

11.1 uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een (nadere) regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een (nadere) regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

11.2 intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: • Verordening Sociaal Domein gemeente Bunschoten 2022 (plus toelichting).

11.3 overgangsrecht 1

2

3

Een maandelijkse voorziening of uitkering die op grond van een ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na 1 januari 2023 doorlopen. Deze voorziening of uitkering loopt door totdat de gemeente een nieuw besluit over die voorziening of uitkering heeft genomen. Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2023 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens deze verordening. Voor een aanvraag op grond van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ die is ingediend vóór 1 januari 2023 geldt juist dat de gemeente deze afhandelt volgens de ingetrokken verordening. Maar als een besluit volgens deze nieuwe verordening gunstiger uitpakt voor de inwoner, past de gemeente deze verordening toe. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 11.2 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente die ingetrokken verordening toe.

11.4 ingangsdatum en naam 1 2

Deze verordening wordt genoemd: Verordening sociaal domein 2023 Gemeente Bunschoten. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 41

Verordening sociaal domein

begrippen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid ook enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.

arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. beperking: De vermindering van mogelijkheden als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke, psychische of psychosociale handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Budgetplan pgb Een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welk momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd is. collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).

42

Verordening sociaal domein

effect: het resultaat of het doel. financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten. gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt. hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, of schuldhulp verlening als bedoeld in artikel 1 van de Wgs. hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.

• Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand. • Als het gaat om schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. inwoner: de persoon die een direct belang heeft bij een besluit van de gemeente (artikel 1:2, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Als de inwoner een hulpvraag heeft die nog niet heeft geleid tot een verzoek om een besluit te nemen of tot feitelijk handelen door de gemeente, dan wordt met inwoner bedoeld: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente is ingeschreven, of, als het gaat om hulp op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ: degene die woonplaats heeft in de gemeente, volgens de regels van artikel 10, lid 1 en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. 43

Verordening sociaal domein

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling.

medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Zie artikel 2.3.2. Wmo 2015 voor meer details waaraan een persoonlijk plan moet voldoen Artikel 4.1.2. van de Jeugdwet: ……..biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling als eerste de mogelijkheid om, binnen een redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Het voorgaande is niet van toepassing op de gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert of die de voogdij uitoefent in het geval dat de ouders ontheven of ontzet zijn uit het ouderlijk gezag.

pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.

44

Verordening sociaal domein

Plan van aanpak : een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waar in de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.

professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. respijtverblijf: respijtzorg betreft een specifieke vorm van ondersteuning ter ontlasting van de mantelzorger, waarbij ondersteuning wordt versterkt aan de mantelzorger op grond van (dreigende) overbelasting. De belangrijkste afweging bij het toekennen van respijtzorg betreft het concrete resultaat dat bestaat uit het duurzaam uitstellen of voorkomen van de noodzaak om duurdere/zwaardere ondersteuning in te zetten. samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. voorziening: hulp in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb, geldbedrag of een combinatie daarvan.

wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo. woning: hoofdverblijf zorgarrangement: Om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen bieden wordt de indicatie voor beschermd wonen gesteld in de vorm van een zorgarrangement. Het zorgarrangement bestaat uit modules die specifiek betrekking hebben op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht. In de beleidsregel Beschermd Wonen gemeente Bunschoten 2019 wordt een uitgebreide toelichting gegeven op de zorgarrangementen.

45

Verordening sociaal domein

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 15 december 2022,

Raadsgriffier Drs. E. Hoogstraten

Voorzitter M. van de Groep

46

Verordening sociaal domein

BIJLAGE 1. LOONWAARDEMETING

47

Verordening sociaal domein

BIJLAGE 2: ‘TIJDNORMERING HUISHOUDELIJKE TAKEN BUNSCHOTEN’ Licht huishoudelijk werk: • Opruimen • Stof afnemen • Bedden opmaken • Planten water geven

60 min. per week 90 min. bij aanwezigheid kinderen

Er kan extra tijd worden gegeven bij PG-problematiek, communicatieproblemen, aantal kinderen < 12 jaar, vervuilingsgraad en allergie. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Bijvoorbeeld: Belanghebbende kan wel stof afnemen maar kan niet tillen/opruimen en het bed opmaken. 20 min. in mindering brengen. Zwaar huishoudelijk werk: • Stofzuigen • Schrobben, dweilen/soppen van sanitair/keuken • Bedden verschonen • Opruimen huishoudelijk afval

90 min. per week bij 1 persoons huishouden in kleine woning. 180 min. per week bij 2 persoons huishouden of grote woning.

Er kan extra tijd worden gegeven bij PG-problematiek, communicatieproblemen, aantal kinderen < 12 jaar, vervuilingsgraad en allergie. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Voorbeeld: Belanghebbende kan wel stofzuigen en de dochter helpt bij het bed verschonen maar de overige zware taken lukt niet meer. 20 minuten in mindering brengen. De wasverzorging: • Kleding/linnengoed sorteren en wassen in machine 60 min. per week bij 1 persoons • Centrifugeren, ophangen, afhalen of was drogen huishouden. • Vouwen, strijken, opbergen 90 min. per week bij 2 personen Er kan extra tijd worden gegeven voor ieder kind < 16 jaar + 30 minuten. Bij bedlegerige personen + 30 minuten. Extra bewassing door overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies + 30 minuten. Zijn er taken die belanghebbende nog wel zelf kan doen, kan de tijd hiervoor in mindering worden gebracht. Voorbeeld: Belanghebbende kan niet meer strijken, maar doet de overige wasverzorging zelf. - 40 minuten in mindering brengen. Broodmaaltijden • Broodmaaltijd klaarzetten • Tafel dekken en afruimen • Koffie/thee zetten • Afwassen • Opruimen

15 min. per keer Aanwezigheid kinderen < 12 jaar 20 min. per keer

Warme maaltijden bereiden (maaltijdvoorziening voorliggend): • Koken 30 min. per keer • Tafel dekken en afruimen Aanwezigheid kinderen < 12 jaar • Afwassen 20 min. per keer • Opruimen Organisatie van het huishouden: • Plannen van werkzaamheden 30 minuten per week • Plannen en beheren van middelen mbt. het huishouden •

Voor boodschappen wordt geen tijd gegeven omdat de boodschappenservice een voorliggende voorziening is.

48

Verordening sociaal domein

BRONVERMELDING Voor deze verordening is de modelverordening Sociaal Domein 2.0. van Stimulansz te Utrecht gebruikt. Als gemeente mogen wij deze modelverordening gratis gebruiken. Auteurs van de modelverordening zijn mr. Henk van Deutekom, mr Henk Kooistra, mr. Evelien Meester en drs. Annemieke Wildenburg, www.stimulansz.nl, info@stimulansz.nl © 2019 Stimulansz

49

Toelichting Omgekeerde Verordening Sociaal Domein gemeente Bunschoten 2019

Versie december 2022

Toelichting verordening sociaal domein

Inhoudsopgave inleiding omgekeerde verordening ............................................................ 3 de hulpvraag .............................................................................................. 5 werk en participatie .................................................................................. 10 gezond en veilig opgroeien ...................................................................... 17 wonen in een veilige en gezonde omgeving............................................ 19 de vorm van de hulp ................................................................................ 22 inkomen en schulden ............................................................................... 27 afspraken tussen inwoner en gemeente .................................................. 31 adviesraad Sociaal Domein ..................................................................... 38 kwaliteit en aanbesteding ........................................................................ 40 van oud naar nieuw ................................................................................. 41 begrippen ................................................................................................. 42

Algemene toelichting ................................................................................................. 3 Artikelsgewijze toelichting ......................................................................................... 5

2

Toelichting verordening sociaal domein

ALGEMENE TOELICHTING Beleidskader Sociaal Domein 2019-2022 De aanleiding voor deze verordening, is het beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022, die de raad op 1 november 2018 heeft vastgesteld. Daarmee zijn we de lijn ingezet om te streven naar meer integraliteit, zowel in beleidsontwikkeling als in beleidsuitvoering. Dit om verkokering tegen te gaan en de inwoners vanuit een totaal plaatje van dienst te kunnen zijn. Bij de gemeente Bunschoten betreft het de kanteling naar meer dienstverlenend werken vanuit zelfsturende teams. Maar ook vanuit de principes om inwoners zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te laten zijn, in plaats van de verantwoordelijkheid bij de overheid te leggen. Daarnaast worden de ontwikkelingen van een verzorgingsstaat naar een participatieve samenleving - zowel lokaal als landelijk - meer en meer vorm gegeven. Dit is een verandering ten opzichte van uitvoeren vóór de decentralisaties, waarin vooral gekeken werd waar de mensen recht op hebben. Omgekeerd denken In deze verandering hoort ook het omgekeerd denken en “de omgekeerde toets”, waarbij we het gesprek aangaan met de inwoner over het doel van de vraag, in plaats van bespreken van een aanvraagformulier. Met de omgekeerde toets kiest de gemeente uit een palet van wettelijke mogelijkheden, dwars door alle domeinen heen, en met maar één doel voor ogen: de inwoner zo goed mogelijk helpen.

We denken mee met de inwoner over het effect dat hij wil bereiken en kijken of deze hulp-op-maat past binnen de doelstelling van de wetten van het sociaal domein. Vervolgens bekijken we welke voorzieningen we hebben om dit doel met en voor de inwoner te realiseren. Opdrachten gemeenteraad In deze verordening worden verschillende opdrachten aan de gemeenteraad vanuit de wetten vervuld. Hieronder zijn de opdrachten vanuit de verschillende wetten opgesomd. Jeugdwet, Wmo en Participatiewet De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop zij: a. In de gelegenheid worden gesteld voorstellen voor het beleid te doen; b. Vroegtijdig in staat worden gesteld gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen; c. Worden voorzien van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen; d. Deel kunnen nemen aan periodiek overleg; e. Onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; f. Worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie.

3

Toelichting verordening sociaal domein

Participatiewet De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot a. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid en de periode van de verlaging van de bijstand, bedoeld in artikel 18, vijfde en zesde lid; b. het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36, waarbij de regels in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen; c. het verlenen van een individuele studietoeslag als bedoeld in artikel 36b, waarbij de regels in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag; d. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid e.

het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en artikel 10, eerste lid, waarbij de regels in ieder geval beschrijven onder welke voorwaarden welke personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en werkgevers van deze personen in aanmerking komen voor in de verordening te omschrijven voorzieningen en hoe deze rekening houdend met omstandigheden, zoals de zorgtaken, en het feit, dat die persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort of gebruik maakt van de voorziening beschut werk, bedoeld in artikel 10b, of een andere structurele functionele beperking heeft, evenwichtig over deze personen worden verdeeld; f. het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c; g. de scholing of opleiding, bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, waarbij in ieder geval wordt beschreven welke regels gelden voor het aanbod van scholing of opleiding; h. de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, waarbij in ieder geval wordt beschreven welke regels gelden voor de premie indien onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht als bedoeld in artikel 10a waarbij die regels voor de premie in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de premie in relatie tot de armoedeval; i.

het verrichten van werkzaamheden in een beschutte omgeving, bedoeld in artikel 10b; j. de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; k. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast omtrent de wijze waarop de gemeente uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169). Wmo De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het volgende a. op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt; b. op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; c. welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, inclusief eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten; d. ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten vereist is; e. op welke wijze de kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt berekend; en f.

op welke wijze de gemeente zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente;voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget, en van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet; g. ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van de voorziening, waar de gemeente ten aanzien daarvan de uitvoering van de Wmo 2015 door derden laat verrichten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.

4

Toelichting verordening sociaal domein

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING inleiding toelichting In deze verordening komen de onderwerpen aan de orde uit de Jeugdwet, Wet maatschappelijk ondersteuning 2015, Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

1.1 waarom deze regels? Regels zijn er niet alleen omdat het vanuit een wet moet, maar ook om inwoners te informeren over wat wij als gemeente doen en wat wij van inwoners verwachten die een beroep op de gemeente doen.

1.2 uitgangspunten Dit artikel spreekt voor zich.

1.3 kernwaarden Dit artikel spreekt voor zich.

1.4 artikel en wet Dit artikel spreekt voor zich.

5

Toelichting verordening sociaal domein

de hulpvraag 2.1 Stap 1: melding bij de gemeente 2.1.1 indienen hulpvraag Het eerste lid bevat regels voor de verplichte meldingsprocedure. De melding is vormvrij en kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij de gemeente worden gedaan. In artikel 2:15 van de Awb is bepaald dat een aanvraag elektronisch (onder meer per email) kan worden gedaan indien het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg geopend is. Het kader hiervoor heeft de gemeente vastgesteld in het Besluit Electronisch berichtenverkeer Bunschoten 2013. De melding kan ‘door of namens de cliënt’ worden gedaan. Dit kan ruim worden opgevat. Naast de inwoner kan bijvoorbeeld diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene de melding doen.

2.1.2 Procedure melding Zoals hier vermeld is cliëntondersteuning op grond van de wet voor de inwoner kosteloos. Gemeenten hebben hiermee de opdracht in ieder geval een algemene voorziening voor cliëntondersteuning te realiseren, waar inwoners informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan kunnen krijgen. Ook uitgebreide vraagverheldering alsmede kortdurende en kortcyclische ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen maken daarvan deel uit. Ook is bij wet bepaald dat de gemeente de betrokkene na de melding van de hulpvraag inlicht over de mogelijkheid van gratis cliëntondersteuning. De eigen verantwoordelijkheid en kracht van de inwoner om een oplossing te vinden voor het probleem dat wordt voorgelegd, wordt bevestigd door de mogelijkheid voor de inwoner een persoonlijk plan in te dienen. Het persoonlijk plan is een belangrijk document in de fase van vraagverheldering en onderzoek, omdat daarin de inwoner zelf een beeld geeft van de relevante feiten en omstandigheden, van te ondernemen acties en van resultaten die bijdragen aan zijn participatie in de samenleving. Door het opstellen van een persoonlijk plan geeft de inwoner blijk van eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid.

Het persoonlijk plan biedt de inwoner de mogelijkheid zelf optimaal vorm te geven aan het pakket van maatregelen en voorzieningen om het probleem op te lossen. Het geeft een goede uitgangspositie voor het inzetten van de juiste en passende acties. Met het indienen van een persoonlijk plan is overigens niet gezegd dat de gemeente gehouden is, voor zover een aanvraag wordt ingediend, (volledig) tegemoet te komen aan de wensen zoals die in dat plan zijn beschreven. Het persoonlijk plan is nadrukkelijk aan de orde bij een aanvraag van een pgb en geeft inzicht in de keuze van een pgb boven verstrekking van hulp in natura. Op basis van de specificaties van het plan moet de hoogte van het budget op een zorgvuldige wijze kunnen worden vastgesteld.

2.1.3 gegevens De Wmo 2015 gaat uit van een “aantoonplicht” voor de aanvrager. Ook artikel 8.1.2 van de Jeugdwet wordt dit beschreven. In artikel 17 van de Participatiewet, artikel 6 van de Wgs en artikelen 13 van de IOAW en IOAZ wordt deze aantoonplicht “inlichtingenplicht” genoemd. Beide termen betekenen dat het aan de inwoner is om alle relevante feiten en omstandigheden naar voren te brengen. Vervolgens is het aan de medewerker(s) van de gemeente om de juistheid van deze feiten te verifiëren. Daarbij is in de Participatiewet, IOAW en IOAZ vastgelegd welke bronnen de gemeente mag raadplegen voor verificatie.

6

Toelichting verordening sociaal domein

Het spreekt vanzelf dat de inwoner door de medewerker(s) ondersteund wordt in het volledig en duidelijk presenteren van de relevante feiten en omstandigheden.

2.2 Stap 2: gesprek na de melding 2.2.1 uitnodiging voor gesprek Het gesprek is hoofdregel en hoeft uiteraard niet plaats te vinden als dit niet nodig is. Het kan bijvoorbeeld om een inwoner gaan die al bekend is bij de gemeente en een eenvoudige ‘vervolgvraag’ heeft.

2.2.2 doel en procedure gesprek Artikel spreekt voor zich.

2.2.3 inhoud gesprek Voor een zorgvuldig onderzoek zal veelal sprake zijn van enige vorm van persoonlijk contact met de inwoner of een vertegenwoordiger van de inwoner, aangezien daardoor een adequaat totaalbeeld van de inwoner en zijn situatie verkregen kan worden. Daarom moet het onderzoek plaatsvinden in samenspraak met betrokkene. De vorm van het onderzoek is vrij. Verder is belangrijk dat het gesprek met de inwoner wordt gevoerd door deskundigen (namens de gemeente). Het gesprek vindt zo mogelijk bij de inwoner thuis plaats. Indien het over hulp op maat voor een geschikte woning gaat, is dat zeker essentieel om de thuissituatie goed te kunnen beoordelen en doeltreffende oplossingen te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12050526/1