CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Vergunning flora- en fauna-activiteit Z-PU-2025-001411, nieuw

Commissie Samenleving 11 september 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: Memo plan van aanpak onderzoek realisatie sporthal6.804 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht

Onderwerp

Omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit Zaaknummer Z-PU-2025-001411 Briefnummer D-PU-2025-00015645 Referentie DSO 2024121100308 Ontvangstdatum 29 april 2025 Bijlage(n) 1. Voorschriften bij de omgevingsvergunning 2. Locatie plangebied

Datum

3 juli 2025

Team Van Telefoonnr. E-mail

Vergunningverlening Natuur Servicebureau 030 258 91 11 servicebureau@provincie-utrecht.nl

Laneco B.V. heeft namens Gemeente Bunschoten een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit. De aanvraag heeft betrekking op activiteiten op de locatie Bikkersweg 96 in Bunschoten-Spakenburg (hierna: het plangebied) en heeft zaaknummer Z-PU-2024-002787. 1. Besluit We hebben op basis van de Omgevingswet besloten een omgevingsvergunning te verlenen voor de verbodsbepaling die genoemd is in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 11.46, eerste lid, aanhef en onder b, en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover dit betreft het opzettelijk verstoren, beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. We verlenen de omgevingsvergunning voor de periode van 1 december 2025 tot en met 29 november 2030. Aan deze omgevingsvergunning hebben we voorschriften verbonden. De voorschriften staan in bijlage 1 van dit besluit. De voorschriften moeten nageleefd worden en maken integraal deel uit van deze omgevingsvergunning. Verder besluiten we dat de volgende stukken onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking hebben op de soorten waarvoor de omgevingsvergunning is verleend en voor zover deze niet in strijd zijn met de voorschriften in bijlage 1 van dit besluit:

Domein Landelijke Leefomgeving Archimedeslaan 6 Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030-2589111

• • • • •

“Quickscan flora en fauna Zwembad de Duker Bunschoten”, Laneco, projectnummer 72.24.01, 1 mei 2024; “Rapportage nader ecologisch onderzoek Zwembad de Duker Bunschoten”, Laneco, projectnummer 72.24.01, 7 oktober 2024; “Project- en mitigatieplan aanleg sporthal zwembad de Duker Bunschoten”, Laneco, projectnummer 72.24.01, 10 december 2024 de aanvullingen hierop van 17 maart 2025; “Nota Sportaccommodaties Visie 2040”, Gemeente Bunschoten, kenmerk: 002-jsc/hde, vastgesteld op 22 augustus 2023; “Coalitieakkoord 2022-2026, Bouwen aan de toekomst!”, Gemeente Bunschoten.

Zorgplicht en melden ongewoon voorval op grond van de Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Ook de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet en de specifieke zorgplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving zijn, naast deze omgevingsvergunning, direct van toepassing op de binnen het plangebied uit te voeren flora- en fauna-activiteiten. In dit geval moet u zich houden aan de zorgplichten zoals bedoeld in artikel 1.6 van de Omgevingswet en artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Ook dient u rekening te houden met het onverwijld melden van een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 11.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit geldt als er tijdens de uitvoer van de flora- en faunaactiviteiten een gebeurtenis plaatsvindt die direct gevolgen heeft voor de natuur. In dat geval dient u direct contact op te nemen met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht op telefoonnummer 0800-0225510 (24/7 bereikbaar). Hieronder kunt u lezen waarom we dit besluit genomen hebben.

2. Motivering van het besluit 2.1 Omschrijving van de aanvraag De aanvraag heeft betrekking op de aanleg van een semipermanente sporthal op het grasveld ten oosten van zwembad de Duker in het plangebied. Er worden drie volwassen solitaire bomen gekapt en het huidige gazon wordt verwijderd en bebouwd. Daarbij wordt mogelijk een deel van de groenstroken aangetast aan de zuid- en oostzijde van het terrein. Het bouwvlak betreft circa 2390m2. De locatie van het plangebied is opgenomen in bijlage 2 van dit besluit. U vraagt een omgevingsvergunning voor de verbodsbepaling genoemd in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 11.46, eerste lid, aanhef en onder b, en d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor wat betreft het opzettelijk verstoren, beschadigen en/of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus) voor de periode van 1 december 2025 tot en met 29 november 2030.

2.2 Gevolgde procedure Omgevingsvergunning 3 april 2025 We hebben de aanvraag behandeld volgens afdeling 16.5 van de Omgevingswet en afdeling 4.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht. Op 17 maart 2025 heeft u de aanvraag aangevuld. Op 3 april 2025 hebben wij de vergunning flora- en fauna-activiteit op de locatie Bikkersweg 96 in Bunschoten-Spakenburg met kenmerk: ZPU-2024-002787 en briefnummer: D-PU-2025-00005270 verleend.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

2 van 17

Bezwaarprocedure Op 22 april 2025, door ons ontvangen op 29 april 2025, heeft u bezwaar ingediend op de specifieke voorschriften 11, 12 en 13 t/m 20 van de vergunning en daarbij ook voorstellen gedaan om tot een oplossing van het bezwaar te komen. Op 3 juni heeft een delegatie van het team VVN met u en uw adviseur op het provinciehuis een minnelijk overleg gevoerd aangaande het bezwaarschrift op de omgevingsvergunning voor de aanleg van een semipermanente sporthal naast zwembad de Duker in Bunschoten en de bezwaarpunten besproken alsmede de door u voorgestelde oplossingen. In nader overleg heeft uw adviseur Laneco bij brief van 24 juni jl. een extra schriftelijke onderbouwing ingediend waarin u uw bezwaargronden nader motiveert met nogmaals het verzoek om aanpassing van de aan u verleende omgevingsvergunning. Uw motivering van 24 juni 2025 hebben we meegenomen in de afweging. Onze reactie op uw bezwaar leest u in paragraaf 2.4 van dit besluit. Heroverweging omgevingsvergunning Het constructieve overleg en de schriftelijke onderbouwing van 24 juni 2025 is voor ons aanleiding tot heroverweging c.q. aanpassing van de primaire op 3 april 2025 verleende omgevingsvergunning. Op basis van de extra onderbouwing wordt het besluit met kenmerk: Z-PU-2024-002787 en briefnummer: DPU-2025-00005270 aangepast.

- de additionele eis aan rijpingsperiode van ‘minimaal één jaar’ naar ‘minimaal één groeiseizoen’; - de additionele eis aan de stamomtrek van 50cm aan de boomvormers vervalt; - de monitoring uit te voeren in het eerste jaar na aanleg, waarbij op basis van de resultaten van het eerste jaar in overleg met bevoegd gezag wordt besloten om de monitoring te verlengen of op te schorten. Dit nieuwe besluit vervangt het eerdergenoemde besluit van 3 april 2025.

2.3 Toetsingskader De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger zijn beschermd op grond van artikel 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.4 Toetsing omgevingsvergunningsvoorwaarden We kunnen de omgevingsvergunning alleen verlenen als voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden: a) er bestaat geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); b) er is een geldig wettelijk belang dat zwaarder weegt dan het beschermingsbelang van de soorten (belangenafweging); c) er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (ecologische beoordeling). Hieronder leest u de toetsing en conclusies op deze voorwaarden.

a) Alternatievenafweging Omschrijving van de alternatieven U heeft onderzocht of er redelijke alternatieven zijn voor de ruimtelijke ingreep. U geeft hierover het volgende in het activiteitenplan van 10 december 2024 aan:

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

3 van 17

Locatie “Er is dus een groot capaciteitstekort voor sportaccommodaties in de gemeente Bunschoten. Dit wordt vergroot door de renovaties die nodig zijn voor twee al bestaande sporthallen. Om deze hallen te kunnen renoveren moet er ergens anders sportruimte worden gecreëerd. Het behoud van de capaciteit van De Kuil is noodzakelijk voor zowel het toekomstig onderwijs- als verenigingsgebruik. De locatie biedt geen ruimte om naast de huidige sporthal een nieuwe sporthal te bouwen en ook elders op en rond De Kuil is geen ruimte voor een nieuwe sporthal beschikbaar. Ditzelfde geldt voor de huidige sportparken De Westmaat en De Vinken. De capaciteit van deze sportparken is volledig benut en laat geen ruimte toe voor een nieuwe sporthal. Gezien de intensieve benutting van de huidige binnensportcapaciteit en de geprognosticeerde toename van het aantal inwoners en basisschoolleerlingen is voor het beweegonderwijs en de verenigingsport een steeds urgentere behoefte aan een nieuwe sporthal. Om deze toenemende vraag op te vangen is tenminste een nieuwe sporthal nodig. Sportpark De Vaart naast zwembad de Duker komt als enige locatie hiervoor in aanmerking.

Er is daar voldoende ruimte op de ligweide, het grondeigendom vormt geen belemmering, het heeft volgens het Omgevingsplan de bestemming sport, er is reeds voldoende parkeerruimte en de ligging in de nabijheid van onderwijsinstellingen is uitstekend. In de nabijheid van de Westmaat heeft de gemeente aan de zuidwestzijde van de Westdijk grondposities (weiland), maar deze locatie is voor een sporthal niet geschikt vanwege de afstand ten opzichte van de onderwijsinstellingen en de nabijheid van De Toekomst en De Stormvogel. Voor De Vinken geldt dat ook deze locatie voor een sporthal niet optimaal is vanwege de afstand ten opzichte van de onderwijsinstellingen. Bovendien gelden binnen de grenzen van dit sportpark al ruimtelijke opgaven vanuit de buitensport die de inpasbaarheid van een sporthal niet mogelijk maken. Een uitbreiding van De Vinken naar het westen in het weidevogelgebied zou hier een oplossing voor kunnen bieden, maar vergt een zeer lange en onzekere voorbereidings- en proceduretermijn vanwege de benodigde grondverwerving, natuur- en fauna activiteiten en bestemmingsplanwijziging. Omdat de capaciteit van De Kuil en De Stormvogel niet gemist kan worden, wordt er gestart met de realisatie van een sporthal op sportpark De Vaart naast zwembad de Duker.

Los van het voordeel dat op sportpark De Vaart de benodigde ruimte voor een sporthal beschikbaar is, kan de nieuwe sporthal op deze manier later geïntegreerd worden met zwembad De Duker, zodat er één centrale entree ontstaat en er, ten opzichte van een vrijstaande sporthal, exploitatievoordelen worden behaald op het gebied van energie en personeelsinzet. Voor de Calvijnschool en Het Sterrenlicht betekent dit dat zij niet langer van twee binnensportaccommodaties gebruik hoeven te maken maar nog slechts van één sporthal. De Grondtoon, Groen van Prinstererschool en ’t Kruisrak hoeven ook nog maar van één accommodatie gebruik te maken en niet langer de grote afstand te overbruggen naar De Stormvogel en De Kuil. Verder is een groot voordeel dat de verenigingssport optimaal wordt gefaciliteerd omdat de nieuwe sporthal ook voor de (wedstrijd-) sporten handbal, basketbal, hockey en zaalvoetbal geschikt is. Al met al is er uitgebreid onderzocht of andere locaties binnen de gemeente Bunschoten geschikt zouden kunnen zijn. De locatie op sportpark De Vaart is veruit de beste plek gebleken om voor de korte termijn het capaciteitstekort op te lossen en voor de langere termijn het gebouw mogelijk te integreren met Zwembad De Duker.”

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

4 van 17

Werkwijze en inrichting “Voor de bouw van de nieuwe sporthal wordt het openbaar groen wat wordt aangetast gecompenseerd in de vorm van een soortgelijk grasveld met een groene omranding. De compensatie wordt gerealiseerd 1 jaar voordat de aantasting plaats vindt in verband met gewenning. De compensatie vindt plaats binnen de bebouwde kom van Bunschoten op 1800 meter van het plangebied. Daarmee fungeert het compensatiegebied als foerageergebied voor dezelfde lokale populatie laatvlieger en gewone dwergvleermuis. De aantasting van het foerageergebied vindt plaats buiten de actieve periode van vleermuizen. Tijdens de bouw wordt er geen verlichting gericht op de groene elementen in het plangebied.” In de aanvullingen van 17 maart 2025 geeft u aan: “Op het platteland foerageren gewone dwergvleermuizen over het algemeen binnen vijf kilometer van hun verblijfplaats. Bij kraamverblijfplaatsen in binnenstedelijk gebied wordt tot twee kilometer van de verblijfplaats gefoerageerd (…). Van laatvlieger is bekend dat ze een jachtgebied hebben van één tot vijf kilometer vanaf de locatie van de kolonie (…). Vanuit het nader onderzoek is geconcludeerd dat de verblijven van gewone dwergvleermuis en laatvlieger vermoedelijk aanwezig zijn in de bebouwde kom van Bunschoten, gelet op het polderlandschap ten westen van het plangebied.

Het compensatiegebied bij de Oostelijke Randweg ligt op 1,65 kilometer van de bebouwing aan de rand van Bunschoten, tegen het plangebied aan, (…). Dit is een overbrugbare afstand voor de genoemde soorten. Het compensatie foerageergebied aan de Oostelijke Randweg is daardoor functioneel voor de lokale populatie van laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Daarnaast zijn er voldoende geleidende elementen waarlangs de vleermuizen kunnen vliegen om het compensatie foerageergebied te bereiken. Bijvoorbeeld de volwassen laanstructuur langs de Westsingel, (…). Tevens fungeert de bebouwing in de bebouwde kom van Bunschoten als lijnelement voor vleermuizen.” Planning “De werkzaamheden worden uitgevoerd in de winterrust van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Voorafgaand aan de werkzaamheden is een alternatief foerageergebied geschikt gemaakt, waardoor er geen redelijke alternatieven met minder ecologische impact zijn.” Beoordeling van de alternatieven U heeft aangetoond dat de huidige locatie de meest geschikte locatie is om de doelstellingen van het project te behalen. Het doel is om ruimte te creëren om twee sporthallen te kunnen renoveren en tegelijkertijd de capaciteit van de binnensportaccommodaties voor de langere termijn te vergroten om zo de vraag beter op te kunnen vangen voor zowel de sportverenigingen als de scholen binnen de gemeente Bunschoten.

Om de huidige sporthallen te renoveren en de capaciteiten van de binnensportaccommodaties voor de langere termijn te vergroten dient er een nieuwe semipermanente sporthal te worden gerealiseerd. Uit de geleverde stukken blijkt dat de capaciteit van de huidige vijf sportparken in de gemeente Bunschoten volledig is benut en geen ruimte biedt om naast de huidige bebouwing een nieuwe sporthal te realiseren om de capaciteit van deze binnensportaccommodaties te vergroten. Hierdoor zijn deze vijf locaties binnen de gemeente Bunschoten niet geschikt om de doelstellingen van het project te behalen. De doelstellingen van het project worden niet behaald als deze ruimtelijke ingreep wordt uitgevoerd op een locatie buiten de gemeente Bunschoten. De werkwijze geeft voor wat betreft de ruimtelijke ingreep en de aanleg van het essentiële foerageergebied de meest optimale inrichting voor de aanwezige beschermde soorten.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

5 van 17

Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat de lokale populaties gewone dwergvleermuizen en laatvliegers verblijfplaatsen hebben in de bebouwde kom van Bunschoten. Deze verblijfplaatsen liggen op 1,65 kilometer van de bebouwing aan de rand van Bunschoten. De gewone dwergvleermuis foerageert tot twee kilometer vanaf kraamverblijfplaatsen en de laatvlieger foerageert tot vijf kilometer vanaf verblijfplaatsen. U heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat de afstand van de verblijfplaatsen in de bebouwde kom naar het permanente alternatieve foerageergebied voor de aanwezige beschermde soorten overbrugbaar is. U heeft aangetoond dat er voldoende geleidende elementen zijn voor de vleermuizen om vanuit de bebouwde kom naar het permanente alternatieve foerageergebied te komen. De planning is afgestemd op het ontzien van de aanwezige beschermde soorten, waarbij de aantasting van het foerageergebied plaats vindt buiten de actieve periode van de beschermde soorten. Er is geen andere locatie, werkwijze of planning beschikbaar die minder effect heeft op de beschermde soorten en waarbij de doelstellingen van het project worden behaald. Conclusie alternatievenafweging Hiermee heeft u aangetoond dat er geen redelijke alternatieven zijn waarbij er minder negatief effect op de beschermde soorten optreedt en de doelstellingen van de ruimtelijke ingreep worden bereikt.

De alternatievenafweging is voldoende onderbouwd. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde voor een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit.

b) Belangenafweging Aangedragen belang We toetsen of de ruimtelijke ingreep nodig is op grond van een erkend belang zoals is vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. U heeft de omgevingsvergunning aangevraagd op grond van het belang genoemd in artikel 8.74k, eerste lid, onder b, aanhef en onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: “In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten”. Onderbouwing en beoordeling van belang Door de werkzaamheden wordt capaciteiten van de sportfaciliteiten in de gemeente Bunschoten vergroot. In het activiteitenplan van 10 december 2024 geeft u aan: “In de gemeente Bunschoten zijn er meerdere sportaccommodaties (Sporthal De Kuil, De Stormvogel, De Toekomst, Agilitas en gymzaal Oostwende). Het aanbod van al deze hallen samen is onder gemiddeld en het gebruik hiervan is als intensief beoordeeld. Vooral het primair onderwijsgebruik is zeer intensief. De maximale bezetting van 1.040 uur per zaaldeel per jaar wordt in De Kuil en De Stormvogel benaderd en in zaal 2 van De Kuil zelfs overschreden.

Hierdoor is de bezetting dusdanig intensief dat er voor de verenigingssporten, die op weekavonden niet al tijdig zijn ingeroosterd, eigenlijk alleen ruimte is vanaf 22:30 uur of buiten het seizoen. Sommige verenigingen zijn hierdoor genoodzaakt uit te wijken naar sporthallen in andere gemeentes. De intensiteit van het gebruik blijkt ook uit het gegeven dat er vrijwel geen onderwijsinstellingen en sportclubs zijn die hun gebruik tot één accommodatie kunnen beperken. Dit is te zien aan de wijze waarop de sport- en overige gebruikers over de accommodaties zijn verdeeld. Daarbij komt dat de onderwijsinstellingen voor het gebruik van hun binnensportaccommodaties grote afstanden moeten afleggen.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

6 van 17

Daarnaast zijn Sporthal De Kuil en De Stormvogel zeer gedateerd en moeten zij op korte termijn gerenoveerd worden wat een nog groter capaciteitstekort voor zowel het beweegonderwijs als de verenigingssport betekent. Het doel van het bouwen van deze sporthal is dus om ruimte te creëren om twee sporthallen (na elkaar) te kunnen renoveren en tegelijkertijd de capaciteit van de binnensportaccommodaties voor de langere termijn te vergroten om zo de vraag beter op te kunnen vangen voor zowel de sportverenigingen als de scholen. (…) De bouw van de semipermanente Sporthal is in lijn met de Nota Sportaccommodaties Visie 2040, die op 22 augustus 2023 is vastgesteld door de gemeenteraad van Bunschoten. Hiermee draagt de semipermanente sporthal dus bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Bunschoten. Daarnaast is de vergroting van de capaciteit van sportfaciliteiten ook specifiek benoemd in het coalitieakkoord van de gemeente Bunschoten 2022-2026. Daarbij wordt specifiek aangestipt dat ieder kind moet kunnen sporten. Indien nodig worden sportclubs geholpen om jongeren te enthousiasmeren voor actieve sportbeoefening. Er zijn voldoende plekken voor buitenspelen en sportfaciliteiten. In de nieuwe sporthal komen drie zaaldelen. Elk deel wordt door het beweegonderwijs ongeveer 7 uur per dag gebruikt.

Per jaar zal dit neerkomen op circa 57.600 gebruikers vanuit het beweegonderwijs in de nieuwe sporthal. Uit de Nota Sportaccommodaties blijkt dat sportverenigingen gemiddeld 5 uur per dag gebruik maken van Sporthal De Kuil (met twee zaaldelen). Ervan uitgaande dat deze hal als eerste wordt gerenoveerd, zullen deze uren dus verplaatst worden naar de nieuwe sporthal. Aangezien sporthal De Kuil twee zaaldelen heeft, kunnen we ervan uitgaan dat er ongeveer 20 sporters per uur kunnen sporten. Dit maakt een totaal van 100 sporters per dag hetgeen resulteert in 24.000 gebruikers vanuit de verenigingen. Bij elkaar wordt de sporthal gebruikt door naar verwachting 81.600 gebruikers per jaar.” Hierbij verwijst u naar de “Nota Sportaccommodaties Visie 2040”, die op 22 augustus 2023 is vastgesteld door de gemeenteraad van Bunschoten en het coalitieakkoord van de gemeente Bunschoten 2022-2026. Beoordeling belangenafweging We hebben uw onderbouwing van dit belang beoordeeld. De gemeente Bunschoten is verantwoordelijk voor het aanbieden van voldoende en hoogwaardige sportfaciliteiten. Er is vanuit de gemeente de behoefte om voldoende plekken te creëren voor sportfaciliteiten, zodat kinderen/jongeren bij verenigingen kunnen sporten binnen de gemeente Bunschoten zonder uit te wijken naar sporthallen in andere gemeentes.

Uit de aangeleverde stukken blijkt dat er op dit moment onvoldoende capaciteit is van binnensportaccommodaties. Met de werkzaamheden zal er een toename zijn van capaciteiten van de sportfaciliteiten. Voldoende sporten draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid, creëert saamhorigheid en biedt kansen voor persoonlijke ontwikkeling1. De ruimtelijke ingreep draagt bij aan het belang van de volksgezondheid en andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. In dit geval weegt het wettelijke belang voor deze ruimtelijke ingreep zwaarder dan het belang van de beschermde soorten.

Conclusie belangenafweging 1 Hoofdlijnen Sportakkoord II Sport versterkt

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

7 van 17

Hiermee heeft u aangetoond dat de ruimtelijke ingreep nodig is vanwege een wettelijk erkend belang. En het belang van de ingreep weegt in dit geval zwaarder dan het beschermingsbelang van de soorten, waarvoor voldoende maatregelen worden getroffen. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde voor een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit.

c) Ecologische beoordeling Uitgevoerd onderzoek U heeft het plangebied onderzocht of laten onderzoeken op de aanwezigheid van beschermde soorten. U heeft ook onderzocht of laten onderzoeken welk effect de ruimtelijke ingreep heeft op de aanwezige beschermde soorten en deze onderzoeken aangeleverd bij de aanvraag. Op basis van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht hebben we ons verzekerd van de kwaliteit en zorgvuldigheid van het uitgevoerde ecologisch onderzoek. Onderzoeksresultaten: aanwezige beschermde soorten • Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is aangetroffen binnen het plangebied. Er is essentieel foerageergebied vastgesteld. De foeragerende gewone dwergvleermuizen concentreerden zich ten noorden van het zwembad, tussen de bebouwing en het struweel. Tijdens de verschillende onderzoeksrondes zijn medio vier tot acht foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. • Laatvlieger De laatvlieger is aangetroffen binnen het plangebied. Er is essentieel foerageergebied vastgesteld. De foeragerende laatvliegers concentreerden zich boven het grasveld ten oosten van het zwembad. Tijdens de verschillende onderzoeksrondes zijn er medio één tot zes foeragerende laatvliegers aangetroffen. Staat van instandhouding Gewone dwergvleermuis Landelijk De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuis in Nederland (Kennisdocument gewone dwergvleermuis.

BIJ12, versie 1.0 - 2017). De populatieomvang van de gewone dwergvleermuis wordt geschat op 300.000 tot 600.000 dieren (Vleermuizen. Limpens en Thissen, 2014. In Wot-rapport 124, 2014). Over de periode 2015-2020 lijkt er een matige toename te zijn in het aantal waarnemingen van gewone dwergvleermuis. De populatietrend wordt geschat op een toename van ongeveer 3% (Netwerk Ecologische Monitoring 2021 in Telganger November 2021). Bijna de gehele oppervlakte van Nederland kan gezien worden als verspreidingsgebied voor de gewone dwergvleermuis (Gewone dwergvleermuis. Verspreidingsatlas.nl, 2022). De gewone dwergvleermuis is voor zijn leefgebied afhankelijk van gebouwen met invliegopeningen (open spouwmuren) en van voldoende voedselaanbod. In de periode 2008-2018 is het aantal van deze gebouwen min of meer gelijk gebleven (Factsheets voor 25 soorten. Logemann et al, 2018). Isolatiewerkzaamheden zorgen voor een verbetering van de energieprestaties van gebouwen, maar ook voor een aantasting van de verblijfplaatsen en daarmee het leefgebied van de gewone dwergvleermuis. De landelijke staat van instandhouding wordt door Logemann et al (Factsheets voor 25 soorten, 2018) momenteel beoordeeld als ongunstig - ontoereikend, maar gunstig als genoeg mitigerende maatregelen genomen worden.

De Zoogdiervereniging beoordeelt de staat van instandhouding als onbekend, met de laatste update van 2018 (Gewone dwergvleermuis. Zoogdiervereniging.nl, 2018).

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

8 van 17

Regionaal en lokaal In de aanvullingen van 17 maart 2025 geeft u aan: “De trend en staat van instandhouding voor gewone dwergvleermuis in de gemeente Bunschoten is onbekend. Wel is de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar bijzondere verblijfplaatsen voor het SMP Bunschoten. Daarbij zijn in de kern Bunschoten-Spakenburg in totaal meerdere kraamverblijven van zowel gewone dwergvleermuis en laatvlieger vastgesteld. (…) Het aantal aangetroffen individuen gewone dwergvleermuis en laatvlieger in het plangebied is vermoedelijk slechts een beperkt onderdeel van de lokale populatie van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Dit duidt erop dat er ook andere foerageergebieden in de omgeving een functie hebben voor de lokale populatie van gewone dwergvleermuis en laatvlieger.” Laatvlieger Landelijk De laatvlieger is een algemene vleermuissoort die vrijwel overal in Nederland wordt aangetroffen (Verspreidingsatlas, 2023). Er is geen wetenschappelijk goed onderbouwde schatting van de populatiegrootte van de laatvlieger. Op basis van nog onvolledige gegevens wordt uitgegaan van een populatiegrootte van 10.000 tot 40.000 dieren (Factsheets voor 25 soorten, 2018). De laatvlieger heeft een matig negatieve populatieontwikkeling met een afname van ongeveer 5% per jaar over de periode 2015-2020 (Telganger, Zoogdiervereniging, 2021).

Laatvliegers bewonen een netwerk van verschillende huizen die op een afstand van maximaal enkele honderden meters van elkaar liggen. De jachtgebieden liggen in een straal van 1 tot 5 kilometer rondom de kolonie. De soort kan zich incidenteel tot 45 kilometer afstand verplaatsen (Zoogdiervereniging, 2022). De laatvlieger staat op de Rode Lijst vermeld als kwetsbaar (Rode Lijst, 2020). De Zoogdiervereniging beoordeelt de staat van instandhouding van de laatvlieger als matig ongunstig, met de laatste update van 2018 (Zoogdiervereniging, 2018). Regionaal en lokaal In de aanvullingen van 17 maart 2025 geeft u aan: “De trend en staat van instandhouding voor de laatvlieger in de gemeente Bunschoten is onbekend. Wel is de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar bijzondere verblijfplaatsen voor het SMP Bunschoten. Daarbij zijn in de kern Bunschoten-Spakenburg in totaal meerdere kraamverblijven van zowel gewone dwergvleermuis en laatvlieger vastgesteld. (…) Het aantal aangetroffen individuen gewone dwergvleermuis en laatvlieger in het plangebied is vermoedelijk slechts een beperkt onderdeel van de lokale populatie van gewone dwergvleermuis en laatvlieger.

Dit duidt erop dat er ook andere foerageergebieden in de omgeving een functie hebben voor de lokale populatie van gewone dwergvleermuis en laatvlieger.” Effect van de ruimtelijke ingreep op de aanwezige beschermde soorten De werkzaamheden zullen het functionele leefgebied van de gewone dwergvleermuis en de van de laatvlieger aantasten. Dit betekent dat er sprake is van het overtreden van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet. Een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet is daarom noodzakelijk. Mitigerende (verzachtende) en compenserende (vervangende) maatregelen

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

9 van 17

U heeft mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld om de negatieve ecologische effecten van de werkzaamheden te beperken. We gaan deels akkoord met de voorgestelde mitigerende en compenserende maatregelen. In bijlage 1 van dit besluit vindt u de extra mitigerende en compenserende maatregelen die noodzakelijk zijn om de negatieve effecten van de werkzaamheden te verzachten. U wilt op 5 januari 2026 starten met de werkzaamheden. Voordat u start met de werkzaamheden moet het te realiseren foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger functioneel zijn. In het voorjaar van 2025 wilt u tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg het struweel rondom het permanente alternatieve foerageergebied aanplanten. U geeft aan dat na een jaar rijping het voedselaanbod voor vleermuizen gegarandeerd kan worden, omdat het jaar rijpen zorgt voor voldoende gelegenheid voor vliegende insecten om zich in de groenstructuur te vestigen en op de boom- en struiksoorten te leven. U geeft aan dat het aangeplante groen echter maar rijpt totdat het groeiseizoen is afgelopen, waarbij een groeiseizoen de laatste jaren steeds verder doorloopt tot circa half november. Na november rijpt het groen niet verder en is de actieve periode van vleermuizen reeds gestopt.

U kunt niet eerder starten met de werkzaamheden voordat het permanente alternatieve foerageergebied functioneel is voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Wij hebben daarom een voorschrift opgenomen over de rijpingsperiode van één groeiseizoen van het permanente alternatieve foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg, zie voorschrift 11 in bijlage 1 van dit besluit. U geeft aan dat er diverse boomvormers worden aangeplant met maat 18-20 en een verwachte hoogte van circa 5-6 meter bij aanvang, zodat deze voldoende beschutting geeft voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger om langs te foerageren wanneer het waait of als dekking tegen predatoren. U geeft aan dat er bomen aanwezig zijn rond het compensatiegebied met een stamomtrek van 50 centimeter die behouden blijven. Verder geeft u aan in de aanvullingen van 24 juni 2025: “Het plangebied naast zwembad de Duker beslaat in totaal 10.170m2 aan groenelementen. Daarvan is circa 5.470m2 grasweide met een aantal boomvormers en circa 4.700m2 omliggend struweel. Binnen dit gebied wordt 2.390m2 van de grasweide aangetast, omdat daar een semipermanente sporthal wordt gerealiseerd. Dat betekent dat van de groenelementen minimaal 7.780m2 (meer dan 75%) intact blijft. Daarvan is 3.080m2 een grasweide, met omliggend struweel, dat is meer dan 55% van de huidige grasweide.

De functie van essentieel foerageergebied wordt daarom niet in zijn geheel aangetast, er wordt slechts 25% van het groen verwijderd.” Het vervangende foerageergebied moet dezelfde functies en dezelfde kwaliteit bieden als het oorspronkelijke foerageergebied wat betreft hoogte, dichtheid, structuur en oriëntatie. Zo dient er voldoende beschutting in het gebied te zijn met een voldoende groot insectenaanbod dat ook gebruikt wordt door de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Om de succeskans van acceptatie van het permanente alternatieve foerageergebied na één groeiseizoen voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger te vergroten hebben wij een voorschrift opgenomen over de aanplant van de diverse boomvormers, zie voorschrift 12 in bijlage 1 van dit besluit. Met de opgelegde voorschriften is er voldoende aannemelijk gemaakt dat het permanente alternatieve foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg na één groeiseizoen functioneel is voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

10 van 17

Om te bepalen of de getroffen soortgerichte beschermingsmaatregelen voldoende effectief zijn, moeten deze worden gemonitord. Er moet monitoring plaatsvinden op de functionaliteit van het permanente alternatieve foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg en het oorspronkelijke foerageergebied dat deels door de ruimtelijke ingreep wordt aangetast voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger. Wij hebben een voorschrift opgenomen over het monitoringsonderzoek naar de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger, zie voorschrift 13 tot en met 20 in bijlage 1 van dit besluit. Conclusie ecologische beoordeling Het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen zorgt ervoor dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde voor een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet voor een flora- en faunaactiviteit.

2.5 Conclusie toetsing aan de omgevingsvergunningsvoorwaarden U heeft voldaan aan alle drie de voorwaarden voor een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit. Daarom verlenen we u een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet. Aan deze omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet hebben we voorschriften verbonden. De voorschriften staan in bijlage 1 van dit besluit. De voorschriften moeten nageleefd worden en maken integraal deel uit van deze omgevingsvergunning.

3. Aanvullende informatie 3.1 Inwerkingtreding en verzending van dit besluit Vier weken nadat dit besluit aan de aanvrager bekend gemaakt is, treedt dit besluit in werking. Dit betekent dat de werkzaamheden vanaf dat moment uitgevoerd kunnen worden. Heeft u een vraag over de inwerkingtreding? Neem dan contact op met het team Vergunningverlening Natuur en Landschap via servicebureau@provincieutrecht.nl of 030 258 91 11. Twee werkdagen na bekendmaking aan de aanvrager verschijnt dit besluit ook op www.officielebekendmakingen.nl. De provincie hecht veel waarde aan een goede samenwerking en bevordert dat de verschillende overheidsinstanties zo veel mogelijk gecoördineerd optreden. Informatie-uitwisseling is daarom belangrijk. We verzenden dit besluit aan Laneco B.V. en een afschrift van het besluit aan: • •

Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht; Gemeente Bunschoten.

3.2 Bezwaar indienen Belanghebbenden kunnen bij Gedeputeerde Staten van Utrecht bezwaar indienen tegen dit besluit binnen 6 weken na de verzenddatum van dit besluit.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

11 van 17

De datum van ontvangst van het ondertekende bezwaarschrift bepaalt of het binnen deze termijn van 6 weken valt. We raden u daarom aan zo snel mogelijk het bezwaarschrift in te dienen. U kunt op de volgende manieren een bezwaarschrift indienen: 1. 2.

Via het formulier “Bezwaar maken tegen een beslissing van de provincie”. U vindt dit formulier op www.provincie-utrecht.nl. Via een zelfgeschreven bezwaarschrift.

Kunt u nog niet precies aangeven waarom u bezwaar maakt, bijvoorbeeld omdat u hiervoor nog aanvullende informatie of advies nodig heeft? Dan kunt u in het bezwaarschrift-formulier c.q. het zelfgeschreven bezwaarschrift aangeven dat u pro forma bezwaar wilt maken. U kunt dan op een later moment aangeven waarom u bezwaar maakt. Verstuur deze aanvullende bezwaargronden per post binnen 4 weken nadat u het bezwaarschrift verstuurd heeft. Print het ingevulde bezwaarschrift-formulier of het zelfgeschreven bezwaarschrift, onderteken het met een “natte handtekening” en stuur het inclusief eventuele bijlagen per post naar: Provincie Utrecht t.a.v. de secretaris van de Awb-adviescommissie Postbus 80300 3508 TH Utrecht Aan de behandeling van een bezwaarschrift zijn geen kosten verbonden. Let op: het indienen van een bezwaarschrift stelt de inwerkingtreding van het besluit niet uit. Vindt u het belangrijk dat een rechter met spoed kijkt naar de werking van het besluit, voordat Gedeputeerde Staten van Utrecht een beslissing nemen op uw bezwaarschrift? Dan heeft u de mogelijkheid om een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. Een voorlopige voorziening is een apart proces, naast het bezwaar. Het is een speciale maatregel zolang het bezwaar nog in behandeling is.

De voorzieningenrechter kijkt in dat geval of er een spoedeisend belang is en komt met een uitspraak of de werkzaamheden op basis van het besluit wel of niet mogen starten of doorgaan. U moet op het moment dat u een voorlopige voorziening aanvraagt al wel een bezwaarschrift ingediend hebben. Het verzoek om een voorlopige voorziening stuurt u naar: Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland Sector bestuursrecht Postbus 16005 3500 DA Utrecht Aan de behandeling van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden. Meer informatie hierover vindt u op www.rechtspraak.nl.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

12 van 17

3.3 Andere toestemmingen Het kan zijn dat u voor uw project ook andere ontheffingen, vergunningen of toestemmingen nodig heeft op grond van andere wetten of verordeningen. Kijk voor informatie op https://omgevingswet.overheid.nl/home of neem hierover contact op met uw gemeente, waterschap en/of regionale uitvoeringsdienst. Heeft u een vraag over dit besluit? Neem dan contact op met het Servicebureau Domein Landelijke Leefomgeving via servicebureau@provincie-utrecht.nl en 030 258 91 11. Wanneer u contact opneemt, geef dan het zaaknummer van de aanvraag door (dit zaaknummer vindt u bovenaan dit besluit). Dan kunnen we u zo snel mogelijk helpen.

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, namens hen, ValidSigned door M.E. Cox op 03-07-2025

M.E. Cox, MSc Teamleider Vergunningverlening Natuur Domein Landelijke Leefomgeving

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

13 van 17

Bijlage 1: Voorschriften bij de omgevingsvergunning Algemeen 1. Alle mitigerende en compenserende maatregelen zoals genoemd in “Project- en mitigatieplan aanleg sporthal zwembad de Duker Bunschoten”, Laneco, 10 december 2024 de aanvullingen hierop van 17 maart 2025 moeten worden uitgevoerd, voor zover deze betrekking hebben op deze omgevingsvergunning en voor zover deze niet in strijd zijn met de specifieke voorschriften in deze bijlage. Ook als de geldigheidsduur, die is opgenomen in dit besluit, is afgelopen. 2. Deze omgevingsvergunning geldt alleen voor de beschermde soorten en werkzaamheden die conform de aanvraag uitgevoerd worden, voor zover in deze omgevingsvergunning zelf niet anders aangegeven is. 3. Worden er bij de uitvoering van de werkzaamheden andere beschermde soorten aangetroffen? Of zijn er andere verboden handelingen noodzakelijk? Dan moet de vergunninghouder direct contact opnemen met het servicebureau van de provincie Utrecht (servicebureau@provincie-utrecht.nl of Archimedeslaan 6, postbus 80300, 3508 TH te Utrecht). 4. Deze omgevingsvergunning kan alleen gebruikt worden door (medewerkers van) de vergunninghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts-)personen. De vergunninghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk voor de juiste naleving van deze omgevingsvergunning.

Voorafgaand aan de werkzaamheden 5. De vergunninghouder moet een ecologisch werkprotocol opstellen met daarin minstens de voorschriften uit deze omgevingsvergunning. Het ecologisch werkprotocol moet daarnaast de volgende aspecten bevatten: a) Omschrijving van het plangebied (inclusief kaart); b) Activiteiten/werkzaamheden die uitgevoerd worden (inclusief planning); c) Maatregelen die getroffen zijn/worden (locatie op kaart en datum/tijd); d) Informatie en contactgegevens van de begeleidend ecoloog; e) Een overzicht van de activiteiten die door de ecoloog begeleid zijn/worden; f) De manier waarop omgegaan is/wordt met onverwacht aangetroffen (beschermde) soorten binnen het plangebied. 6. De vergunninghouder moet minimaal twee weken voor de start van de werkzaamheden die invloed hebben op de beschermde soorten het meldingsformulier ‘Start werkzaamheden soortenbescherming’ volledig invullen en indienen bij de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. U vindt dit formulier op www.rudutrecht.nl. Bij de melding moet u het ecologisch werkprotocol bijvoegen.

Tijdens de werkzaamheden 7.

De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Dit is een persoon met een opleiding in de Nederlandse ecologie of hiermee vergelijkbare studiegebieden. Of een persoon die op een andere manier aantoonbare soortenkennis heeft van de soorten waarvoor dit besluit is verleend. De ecologisch deskundige begeleidt de uitvoering van de voorgeschreven mitigerende en compenserende maatregelen. 8. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden moeten een afschrift van deze omgevingsvergunning en het ecologisch werkprotocol op de locatie van de werkzaamheden aanwezig zijn en op verzoek getoond worden aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

14 van 17

9. Tijdens de werkzaamheden moet een logboek bijgehouden worden. In het logboek worden de gemaakte ecologische keuzes vastgelegd, zoals het goedkeuren/vrijgeven door een ecologisch deskundige, afwijkingen van het ecologisch werkprotocol (indien goedgekeurd door het bevoegd gezag) en gekozen mitigerende en compenserende maatregelen en de locatie daarvan. In het logboek worden in ieder geval de relevante resultaten geregistreerd van de uitgevoerde handelingen die omschreven zijn in bijlage 1 van dit besluit.

Na afloop van de werkzaamheden 10. Na afronding van de werkzaamheden moet de vergunninghouder het meldingsformulier ‘Einde werkzaamheden soortenbescherming’ volledig invullen en indienen. U vindt dit formulier op www.rudutrecht.nl. Bij de melding moet u het ecologisch werkprotocol zoals omschreven in deze voorschriften bijvoegen.

Specifieke voorschriften Vleermuizen 11. De aantasting van het essentiële foerageergebied van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger mag alleen plaatsvinden nadat de vervangende foerageergebieden functioneel zijn voor de betreffende soorten. Dit is minstens één groeiseizoen in het jaar van aanplant na het realiseren van het permanente alternatieve foerageergebied. 12. Er moeten bomen en struiken met verschillende hoogtes en groeisnelheid worden aangeplant zoals beschreven in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12,2024). De aanplant van de boomvormers in het vervangende foerageergebied dienen inheemse boomsoorten te zijn en hebben een hoogte van minimaal 6 meter. Deze bomen dienen op maximaal 7 meter afstand van elkaar geplaatst te worden. Er moeten windbeschutte bomenrijen gerealiseerd worden door enkele rijen bomen mét een dichte ondergroei van struiken aan te planten, of het planten van dubbele rijen in driehoeksverband, zoals beschreven in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12,2024). Monitoring 13. Om te bepalen of soortgerichte beschermingsmaatregelen voldoende effectief zijn, moeten deze worden gemonitord. Er moet monitoring plaatsvinden op het huidige foerageergebied en omgeving en op de functionaliteit van het permanente alternatieve foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg. 14.

Het monitoringonderzoek moet minimaal worden gericht op de volgende onderzoeksvraag: a. Of de gewone dwergvleermuis en de laatvlieg gebruik maken van het aangeboden alternatieve foerageergebied; b. Met welke aantallen van de soorten hiervan gebruik wordt gemaakt. 15. Het monitoringsonderzoek wordt uitgevoerd volgens het op dat moment vastgestelde vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureaus), waarbij het onderzoek zich richt op de functie ‘foerageergebied’ voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger. 16. Het monitoringsonderzoek start het eerstvolgende jaar, nadat het permanente alternatieve foerageergebied tussen de Anne Frank en de Oostelijke Randweg functioneel is bevonden. Vervolgens moet het monitoringsonderzoek jaarlijks worden uitgevoerd tot en met drie jaar na het realiseren van het permanente alternatieve foerageergebied. Volgens de aangeleverde planning van het project betekent dit dat de monitoring plaatsvindt in 2026, 2027 en 2028.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

15 van 17

17. De monitoringsresultaten worden, voor zover dit waarnemingen van beschermde soorten betreft, geregistreerd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Dit gebeurt voordat de monitoringsrapportage aan de RUD Utrecht wordt verstuurd. 18. De monitoringsrapportage moet minimaal de volgende onderdelen bevatten: a. Onderzoeksgegevens (data, tijdstippen, weersomstandigheden en onderzoeksmethode); b. Beschrijving van de onderzochte foerageergebieden (bijvoorbeeld: datum waarop het permanente alternatieve foerageergebied functioneel is bevonden, beschrijving van locaties en directe omgeving, foto’s van de locaties en uitgevoerde maatregelen, etc.); c. Onderzoeksresultaten van de vastgestelde soorten vleermuizen, inclusief de aantallen individuen; d. Conclusie waaruit blijkt in hoeverre het permanente alternatieve foerageergebied functioneel is voor de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger; e. Ecologische onderbouwing over functies en de aantallen individuen in vergelijking met de oorspronkelijke situatie (voordat de werkzaamheden werden uitgevoerd); f. Bewijs van registratie van waarnemingen van beschermde soorten in de NDFF. 19. De monitoringsrapportage moet uiterlijk op 31 november van elk jaar waarin de monitoring is uitgevoerd worden verstuurd aan de RUD Utrecht via wnl@rudutrecht.nl. Vermeld hierbij het zaaknummer van de vergunning en de locatie. 20.

De monitoringsresultaten kunnen gevolgen hebben voor de verplichtingen die zijn verbonden aan de vergunning: o De monitoring moet worden uitgevoerd in het eerste jaar na aanleg, waarbij op basis van de resultaten van het eerste jaar in overleg met bevoegd gezag wordt besloten om de monitoring te verlengen of op te schorten. o Als blijkt dat de maatregelen niet de gewenste effecten hebben gehad, kan het bevoegd gezag extra maatregelen opleggen. o Als de planning wijzigt waardoor ook het startjaar van de monitoring wijzigt, moet dit gemeld worden bij de RUD.

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

16 van 17

Bijlage 2: Locatie plangebied

Briefnummer: D-PU-2025-00015645

17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15906217/1