Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Groeneweg (STEDN)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer 1176750 - Vaststelling bestemmingsplan Groeneweg (STEDIN) Aan de commissie: Ruimte Portefeuillehouder: W. de Jong Beleidskader: Ruimtelijke ordening Opmerkingen griffie: Team: Omgevingsontwikkeling Ambtenaar: Hans Reijnen Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: h.reijnen@bunschoten.nl Datum raadsvergadering: 11 mei 2023 Aanvullende stukken 1. Titel: Partiele herziening bestemmingsplan Buitengebied – Groeneweg (incl. bijlages) Bijlagen digitaal beschikbaar: Ja Ter inzage: Ja 2. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 3. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: Voorstel 1. Stel het herzieningsplan Groeneweg (STEDIN) van het bestemmingsplan Buitengebied ongewijzigd vast. 2. Stel geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan vast. Inleiding Stedin Netbeheer en Tennet (netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet) hebben gezamenlijk het transformatorstation aan de Groeneweg 4 in eigendom en beheer. Stedin is voornemens het bestaande 10 kV-station aan de Groeneweg te vervangen door een nieuw 10 kV-station en tevens een nieuw 21 kV-station op het perceel te realiseren. Tegelijkertijd met deze ontwikkeling vindt een herinrichting van het perceel plaats. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de perceeldelen van TenneT en Stedin.
De herontwikkeling van het plangebied is op basis van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ niet mogelijk, omdat bebouwingsmogelijkheden (oppervlakte en bouwvlak) zijn afgestemd op de huidige bebouwing. Stedin heeft de gemeente Bunschoten verzocht om medewerking te verlenen aan een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan. Het nu voorliggende plan voorziet in de juridisch-planologische voorwaarden voor het beoogde bouwplan. Het ontwerp van de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied, ten behoeve van het uitbreiden van het trafostation heeft vanaf 12 januari 2023 gedurende zes weken ter visie gelegen. In deze periode kon eenieder zienswijzen indienen tegen het ontwerp herzieningsplan. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Argumenten 1.1. Het uitblijven van zienswijzen geeft aanleiding tot een ongewijzigde vaststelling. Doordat er geen zienswijzen tegen het ontwerp-bestemmingsplan zijn ingediend, leidt dat ertoe dat wij uw raad voorstellen om het bestemmingsplan ongewijzigd vast te stellen. Tevens kan hier gemeld worden dat tegen de, in het kader van de coördinatieregeling, tegelijkertijd gepubliceerde ontwerp-omgevingsvergunning eveneens geen zienswijzen zijn ingediend. Deze omgevingsvergunning kan dan aansluitend aan uw raadsbesluit verleend worden. Beide besluiten worden dan gelijktijdig gepubliceerd. 1.2.
De noodzaak tot aanpassing van het bestemmingsplan komt voort uit het gewenste bouwplan. Het door de initiatiefnemer gewenste plan, namelijk het vervangen van het bestaande 10 kV-station en
bouwen van een nieuw 21 kV-station, past niet binnen de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Om het bouwplan te kunnen uitvoeren is een aanpassing van het bouwvlak (op de verbeelding) en aanpassing van de bouwbepalingen ten aanzien van de oppervlakte en hoogte (regels) nodig. Het voorliggende herzieningsplan voorziet hier in. 2.1 De noodzaak tot vaststelling van een exploitatieplan is niet aanwezig De Wro bepaalt in artikel 6.12, lid 2 dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen voor gronden waarop op basis van onder andere een bestemmingsplan een bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien sprake is van bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) aangegeven gevallen of indien: a. Het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins is verzekerd; b. Het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; c.
Het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan of projectbesluit) niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer voor de plannen zijn afspraken gemaakt over het treffen van diverse voorzieningen aan de Groeneweg, nl. het dempen van een watergang, aanleg van een drainagebuis en de aanleg van parkeerplaatsen op basis van een door ons opgesteld Programma van Eisen. Stedin neemt de uitvoering en de daarbij horende kosten voor zijn rekening. Op basis van het bovenstaande wordt uw raad dan ook voorgesteld om geen exploitatieplan vast te stellen. Kanttekening Niet van toepassing Financiën De opdracht tot het opstellen van de herziening van het bestemmingsplan is door STEDIN gegeven. Voor het in procedure brengen van de planherziening zal een rekening (leges) verstuurd worden. Uitvoering Ingevolge de bepalingen van de Wro (artikel 3.8, lid 3) dient het vastgestelde bestemmingsplan uiterlijk twee weken na vaststelling bekend gemaakt te worden. Tegelijkertijd wordt, nadat de omgevingsvergunning is verleend, beide besluiten gelijktijdig gepubliceerd. Dit vanwege het besluit om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren.
Communicatie Aan de bekendmaking van het vastgestelde bestemmingsplan is ook een publicatie verbonden in de Bunschoter en het Gemeenteblad. Tevens dient het raadsbesluit van het vastgestelde bestemmingsplan te worden toegezonden aan het college van G. S. van Utrecht en het Ministerie van l&W/Rijkswaterstaat
De raad van de gemeente Bunschoten, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 maart 2023, nummer 1176750; Gelet op de Gemeentewet: Besluit 1. Stel het herzieningsplan Groeneweg (STEDIN) van het bestemmingsplan Buitengebied ongewijzigd vast. 2. Stel geen exploitatieplan voor het bestemmingsplan vast. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 11 mei 2023, Griffier Drs. E. Hoogstraten Voorzitter M. van de Groep