Toestemming treffen Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht en zienswijze Ontwerpbegroting ODU 2026 en Ontwerpbijdrageverordening
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer 1225024 - Toestemming treffen van Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en Zienswijze Ontwerpbegroting ODU 2026 en Ontwerpbijdrageverordening Aan de commissie: Ruimte Portefeuillehouder: W. de Jong Beleidskader: Wet gemeenschappelijke regelingen en Omgevingswet Opmerkingen griffie: Team: Omgevingsontwikkeling Ambtenaar: SA-QNHPROD SA-QNHPROD Telefoonnummer: 033 - 299 1457 E-mailadres: j.stijger@bunschoten.nl Datum raadsvergadering: 25 september 2025
Aanvullende stukken 1. A.Titel: Concept Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU) Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: n.v.t. Met de volgende onderliggende stukken: B. Br. Beantwoording zienswijzen ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht (22 april 2025) C.Concept Gemeenschappelijke regeling gemarkeerd (versie met veranderingen n.a.v. zienswijzen) D.Overwegingen en wijzigingen Gemeenschappelijke regeling naar aanleidingen van reacties Bunnik en De Bilt 2. Titel: Ontwerpbegroting ODU 2026 Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 3. Titel: Ontwerpbijdrageverordening ODU Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 4. Titel: Concept zienswijzebrief op ontwerpbegroting en ontwerpbijdrageverordening Bijlagen: digitaal beschikbaar Ter inzage: n.B. deze brief is tevens toegevoegd als bijlage op bladzijde 9/10 van dit document. 5. Titel: Zienswijzebrief behorende bij ontwerpbegroting ODU 2026 Bijlagen: digitaal beschikbaar Ter inzage: 6. Titel: Zienswijzebrief behorende bij ontwerpbijdrageverordening Bijlagen: digitaal beschikbaar Ter inzage:
Voorstel 1. Verleen het college toestemming te mogen overgaan tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht; 2. Dien met de bijgevoegde brief een zienswijze in op de Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief Kadernota 2026) en de ontwerpbijdrageverordening.
Inleiding Al een aantal jaren leeft de wens voor één omgevingsdienst binnen de provincie Utrecht in plaats van de twee huidige omgevingsdiensten RUD Utrecht en ODRU. In de eerste besluitvormingstukken over dit onderwerp (raadsvoorstel 2024: https://zaaksysteem-bunschoten-prod.crm4.dynamics.com/main.aspx?appid=1bad6d8e-830445ea-a7e8-84450686a263&pagetype=entityrecord&etn=pv_zaak&id=ff631c70-279c-ef11-8a6a000d3ab5d054&lid=1749638892661 ) zijn de inhoudelijke argumenten aangegeven waarom een omgevingsdienst, die het gehele werkterrein van de provincie beslaat wenselijk is. Als belangrijke reden is hierbij de verbeterde robuustheid van de nieuwe omgevingsdienst aangegeven ten opzichte van de huidige omgevingsdiensten RUD en ODRU. Deze Omgevingsdienst Utrecht bereikt beter haar doelen, draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarbij levert zij een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. Op 17 oktober 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht de ontwerpGemeenschappelijke regeling ODU (ontwerp GR-ODU) vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft dit ontwerp op 24 oktober 2024 aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. Conform het vereiste in de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) hebben de colleges hun gemeenteraden/staten om zienswijzen op dit ontwerp gevraagd.
Onze gemeente heeft op ontwerp GR ODU een zienswijze gegeven met als inhoud onduidelijkheden op het vlak van financiën en risico’s. Zo kon tijdens de zienswijzeperiode in 2024 geen inschatting gemaakt worden van de kosten voor de deelnemers onder de nieuwe omgevingsdienst vanaf 2026. Inmiddels hebben alle colleges een reactie met zienswijze gegeven, en zijn deze beoordeeld door het (gezamenlijk) algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht. Het (gezamenlijk) algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 18 april 2025 een aangepast voorstel aan de colleges vastgesteld, teneinde de GR-ODU te treffen. Bij brief d.d. 22 april 2025 (bijlage1) heeft het (gezamenlijk) algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht de colleges een voorstel gezonden tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling ODU. Die brief met als bijlage de concept-Gemeenschappelijke regeling ODU (bijlage 1A) bevat een reactie op de door onze gemeente ingediende zienswijze (bijlage 1B). Tevens bevat de brief een toelichting en argumentatie voor de aanpassingen (bijlage 1C). Op 15 juli 2025 heeft ons college vervolgens besloten uw raad toestemming te vragen om als college te mogen overgaan tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling ODU, welke daarna door ons college definitief zal worden vastgesteld.
Ontwerpbegroting en ontwerp bijdrageverordening Op 11 juli 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de Ontwerpbijdrageverordening ODU. Op 14 juli 2025 heeft het dagelijks bestuur de Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief kadernota 2026) en de Ontwerpbijdrageverordening ODU ter zienswijzen aan de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. De jaarlijkse totale bijdrage aan de ODU is vanaf 2026 € 630.400,-. Dit is een verschil van € 19.400,ten opzichte van het jaar 2025 (RUD). Onder financiën is een verdere toelichting opgenomen.
Argumenten 1Brede steun voorgestelde Gemeenschappelijke regeling ODU Van alle gemeenten en de provincie is schriftelijk bericht ontvangen. Alle gemeenten en de provincie kunnen zich vinden in het voorstel. De ingezonden zienswijzen tonen brede steun voor de fusie en het beoogde kwaliteitsvoordeel. Er wordt erkend dat de vorming van één Omgevingsdienst kansen biedt voor synergie en verbetering van de dienstverlening. Tegelijkertijd hebben verschillende gemeenten aandacht gevraagd voor de financiële consequenties van de fusie en de planning.
Uit de zienswijzen blijkt dat er brede steun is voor de voorgestelde GR-ODU.
2 U heeft een inhoudelijke reactie ontvangen die recht doet aan uw zienswijze. Uw college heeft een zienswijze ingediend waarin de input vanuit de gemeenteraad is meegenomen. De inhoud van de zienswijze betrof het risico van toestemming verlenen zonder de financiële consequenties in beeld te hebben. De beantwoording van deze zienswijze komt tegemoet aan het verzoek om tijdig de financiële consequenties voor onze gemeente in beeld te brengen. Het proces en de planning zijn nu namelijk zodanig aangepast dat het college nu inclusief de financiële consequenties het verzoek aan de raad kan doen om toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling (en deelname hierin). De (financiële) consequenties voor de gemeente als gevolg van de nieuwe Omgevingsdienst ODU zijn hiermee helder. 3 Aantal opmerkingen gaf aanleiding tot aanpassing De colleges van Bunnik en De Bilt hebben enkele opmerkingen geplaatst bij de tekst van de GR-ODU. Naar aanleiding daarvan heeft heroverweging plaatsgevonden voor artikelen 4, 8, 9, 18 en 34. De concept GR-ODU is op deze punten aangepast (zie bijlage 1C). De overwegingen en wijzigingen vanuit de gemeenten De Bilt en Bunnik zijn opgenomen in bijlage 1D.
4 Lopend traject met beperkte "uitstapmogelijkheden" Inhoudelijk kan gesteld worden dat wij als gemeente verplicht de aangewezen wettelijke milieutaken afnemen bij een omgevingsdienst en ons belang hierbij een goede taakuitvoering is tegen een redelijke prijs. Wij hebben geen aanwijzingen dat de nieuwe ODU dit niet zou kunnen leveren. Conform de Wgr is de toestemming daarbij slechts te weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Daarnaast moet bedacht worden wat het alternatief is: als gemeente zijn we verplicht aan de sluiten bij een omgevingsdienst voor de basistaken milieu. In dit traject wordt de GR van onze huidige omgevingsdienst RUD beëindigd per 1-1-2026. 5 College is bevoegd besluit te nemen. Het college is volgens de Wgr bevoegd een besluit te nemen over het treffen van een regeling. Het college heeft hiervoor, op grond van artikel 51, vierde lid Wgr, de voorgaande toestemming nodig van de raad/staten nodig. Volgens de Wgr kan uw raad deze toestemming overigens slechts weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. De gemeenteraad kan alleen toestemming geven of weigeren, en geen voorwaarden aan de toestemming verbinden. Na de toestemming besluit ons college nogmaals om definitief in te stemmen met het treffen van de GR-ODU.
6 De Ontwerpbegroting ODU 2026 is zorgvuldig tot stand gekomen De basis voor deze ontwerpbegroting en bijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals verwoord in het Richtingsplan. Ook is ingegaan op kwaliteitsverbetering, innovatie en de actuele robuustheidscriteria waar Omgevingsdiensten aan moeten voldoen. Voor onze gemeente is in de basis uitgegaan van het voortzetten van de taken met bijbehorende inzet conform de Dienstverleningsovereenkomst RUD 2025. Hierop is in het voorjaar van 2025 besloten
een bezuiniging van 1% toe te passen. Deze is verwerkt in ons Uitvoeringsprogramma 2026, dat vervolgens als basis diende voor deze begroting. De Ontwerpbegroting ODU 2026 en Ontwerpbijdrageverordening ODU onderbouwt de gemeentelijke bijdrage. De totale kostenstijging betreft 3,2%. Opgemerkt wordt dat de provincie Utrecht in 2026 een deel van de kosten van regionale taken voor haar rekening zal nemen.
7 De basis voor de bijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals verwoord in het Richtingsplan en wijkt weinig tot niet af van de Bijdrageverordening RUD. Financieringssystematiek Net als de RUD hanteert de ODU een (gemengde) output-financieringssystematiek waarbij de variabele bijdrage wordt gebaseerd op de afname van het aantal producten en diensten. Elk product/dienst heeft een prijskaartje, gebaseerd op het aantal uren dat dit product/dienst kost. Facturatie De ODU factureert (net als de RUD) per kwartaal een voorschot van de structurele bijdrage aan de gemeente. Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo Is er sprake van een negatief exploitatiesaldo dan wordt dit saldo onttrokken aan de algemene reserve, tenzij het algemeen bestuur een andere resultaatverdeling vaststelt. Als het negatieve exploitatiesaldo niet kan worden opgevangen door de algemene reserve van de Omgevingsdienst, dan dragen de deelnemers bij naar rato. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt, zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan, en wanneer dit effect zal hebben op de deelnemersbijdragen. Verdeelsleutel bij een positief exploitatiesaldo Is er sprake van een positief exploitatiesaldo, dan wordt dit saldo toegevoegd aan de algemene reserve als weerstandsvermogen.
Bereikt de algemene reserve een niveau van meer dan 7% van het totaal van de opbrengsten zoals opgenomen in de jaarrekening van het desbetreffende jaar, dan wordt het surplus terugbetaald aan de deelnemers (GR art.28, lid 3).
Kanttekening 1 Financiële consequenties nu inzichtelijk maar pas op langere termijn zekerheid Kort gezegd komt het erop neer dat onze gemeente in deze fase toestemming geeft zonder een compleet overzicht te hebben van met name de financiële gevolgen. Dit betreft bijvoorbeeld: -
Totale kosten fusieproces. Totale kosten beëindiging huidige omgevingsdiensten. De uitkomsten van de quick scan van de liquidatiekosten zijn bijvoorbeeld pas in september bekend. Kostenontwikkeling nieuwe organisatie.
2 Goede werking omgevingsdienst afhankelijk van veel factoren die buiten dit besluitvormingstraject vallen De samenwerking tussen gemeente en omgevingsdienst en de uiteindelijke resultaten zijn afhankelijk van een palet aan factoren die nu nog niet bekend zijn. Denk hierbij aan goede governance, maatwerkmogelijkheden, vergaderstructuren, organisatiestructuren etc.
3 Inzicht in de eventuele efficiencyvoordelen als gevolg van de fusie zijn in deze fase nog niet in te schatten maar op termijn is dit inzicht wél wenselijk.
Een fusieproces heeft tijd nodig om volledig tot ontplooiing te komen. Hoewel efficiencyvoordelen een logisch gevolg kunnen zijn van schaalvergroting, is het op dit moment niet passend om deze direct te onderzoeken. De prioriteit ligt bij een stabiele overgang en het garanderen van een hoogwaardige dienstverlening. Binnen een termijn van twee à drie jaar moeten schaalvoordelen en procesoptimalisaties hebben bijgedragen aan een efficiëntere uitvoering van taken. Dat is het moment waarop van de nieuwe dienst een uitgebreide evaluatie kan worden gevraagd waarbij alle mogelijkheden tot kostenbesparing in kaart worden gebracht. 4 De gemeentelijke financiële bijdrage staat voor de aankomende twee jaar vast. Wel is in de GR ODU een regeling opgenomen dat na de vaste periode van twee jaar weer wijzigingen mogelijk zijn. Hieraan zijn net als in de huidige GR RUD in bepaalde situaties voorwaarden en verplichtingen gekoppeld (zoals bijvoorbeeld een doorrekening van frictiekosten). 5 Bij niet voorziene grote ontwikkelingen en/of milieucalamiteiten kan de bijdrage hoger uitvallen. Wanneer op jaarbasis het aantal afgesproken DVO-uren wordt overschreden met 10% of meer, vindt er tevens een herrekening plaats van de vaste bijdrage. Door monitoring en zo mogelijk prioritering houden we dit risico beperkt.
Financiën De Ontwerp Programmabegroting 2026 is structureel sluitend. De deelnemersbijdragen stijgen in 2026 gemiddeld met 3,4% - 3,9%, bij gelijkblijvende afname. Dit ligt in lijn met de loon- en prijsontwikkelingen conform de septembercirculaire 2024. Ondanks toevoeging van circa € 1 miljoen aan nieuwe structurele lasten, onder andere voor de invulling van robuustheidscriteria en gezamenlijke voorzieningen, is dankzij gerealiseerde efficiencywinst binnen de fusieorganisatie geen aanvullende lastenverzwaring voor de deelnemers nodig. De begroting is opgebouwd op basis van de outputgerichte financieringssystematiek met een vaste bijdrage voor bedrijfsvoering en een variabele bijdrage op basis van afgenomen producten en uren. Deelnemers betalen voor de producten en diensten die zij daadwerkelijk afnemen. Deze systematiek is een voortzetting van de werkwijze die bij de RUD Utrecht al werd toegepast. De bijdrage voor Bunschoten komt als volgt uit voor 2026, inclusief vergelijking 2025: Variabele bijdrage Vaste bijdrage Totaal
2025 € 394.000,€ 217.000,€ 611.000,-
2026 € 405.200,€ 225.200,€ 630.400,-
Verschil € 11.200,€ 8.200,€ 19.400,-
Verschil % 3,2%
De jaarlijkse totale bijdrage is in 2026 € 630.400,-. Dit is een verschil van € 19.400,- ten opzichte van het jaar 2025 (RUD). De kosten zijn in 2026 3,2% hoger en wordt veroorzaakt door indexatie. Er is een besparing doorgevoerd, door 1% minder uren af te nemen. Daarentegen zijn er meer uren ingezet voor o.a. innovatie, waardoor er per saldo een minder hoge stijging is in de bijdrage dan wanneer de besparing niet was doorgevoerd. Het totale verschil van € 19.400,- ten opzichte van 2025 wordt verwerkt in de programmabegroting 2026 van gemeente Bunschoten. Bunschoten heeft binnen de ODU een aandeel van 1,4% (bij de RUD 2,9%). De activa en passiva van de RUD en ODRU zullen per 1 januari 2026 tegen boekwaarde (op basis van jaarrekening 2025) worden overgedragen. Op dit moment zijn de uitkomsten van de ‘Financiële Quick scan’ nog niet bekend. Derhalve is er nog geen zicht op de standen per 1 januari 2026 van de afzonderlijke balansposten. In de begroting 2026 wordt om deze reden uitgegaan van een inschatting van de beginstanden per begin boekjaar 2026. In de meerjarenraming zijn de reeds verwachte bezuinigingen verwerkt. Vooralsnog betreft dit alleen
kostenbesparingen die op termijn mogelijk zijn op ICT-gebied. Het gaat om licentie-, en applicatiekosten, omdat deze kosten door schaalvergroting kunnen dalen. Uiteindelijk lopen deze besparingen naar verwachting op tot jaarlijks €250.000. De verwachting is dat meer kostenbesparingen behaald kunnen worden in de toekomst. Naast de vaste bijdrage wordt er jaarlijks een urenbudget beschikbaar gesteld voor projecten met een gezamenlijk of regionaal karakter. Iedere deelnemer draagt hiervoor 4% van het afgesproken DVO-urenpakket extra bij, met een maximum van 350 uur. Voor de voormalige RUD-deelnemers geldt in 2026 een ingroeimodel. De provincie stelt hiervoor eenmalig extra middelen beschikbaar, waarmee de inzet op regionale projecten in het eerste jaar gefaseerd wordt opgebouwd. De precieze inrichting van het besluitvormingsproces en de governance rond regionale projecten wordt in de tweede helft van 2025 uitgewerkt. Verantwoording over de uitvoering van deze projecten vindt plaats via de reguliere rapportages. Uitvoering -
Voor de fase van ‘inrichting van de ODU’ is een programmaorganisatie ingericht met programmateam en stuurgroep. Er zijn verschillende werkgroepen aan het slag om samen met de projectorganisatie en vertegenwoordigers van de deelnemers (gemeenten en provincie) vraagstukken voor de inrichting te bespreken en stukken op te stellen (Uitvoeringsprogramma – Financieringssystematiek – governance – Begroting 2026 Informatielandschap – Juridisch). Terugkoppeling naar alle Regievoerders vindt regulier plaats waarbij ruimte is voor reactie. Net als in 2024 worden raadsleden met nieuwsbrieven op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Ook in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt samengewerkt met de betrokken Regievoerders. Zowel in de voorbereiding op de bestuursvergadering van het Algemeen Bestuur ODRU en RUD (gezamenlijke annotatie).
-
De gemeenschappelijke regeling ODU komt tot stand nadat de in de ODRU en RUD Utrecht deelnemende colleges hebben ingestemd (ieder college na toestemming van zijn raad/staten). De tekst van de gemeenschappelijke regeling ODU wordt op grond van artikel 52 jo 26 Wgr bekendgemaakt in het Provincieblad Utrecht. Tevens draagt het provinciebestuur zorg dat de gewijzigde tekst wordt gepubliceerd bij de decentrale regelgeving op overheid.nl. De dag na de bekendmaking in het Provincieblad treedt de regeling Omgevingsdienst Utrecht in werking. Na de inwerkingtreding van de GR ODU kunnen de benodigde inschrijvingen bij de Kamer van koophandel, Belastingdienst, UWV, BNG, etc. worden gerealiseerd. Per 1 januari 2026 zal de taakuitvoering voor de deelnemers dan worden uitgevoerd door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht.
-
Voor de start van de Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 dient een aantal formele stappen genomen te worden. Zo dient het college het mandaatbesluit vast te stellen en dient het (nieuwe) Algemeen Bestuur van de ODU de bijdrageverordening en begroting 2026 (inclusief kadernota) vast te stellen. Dit zal gebeuren in de AB-vergadering van 10 november 2025, nadat de diverse raden/staten om zienswijzen is gevraagd.
-
Na de start van Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 zullen de colleges en raden/staten worden betrokken in het besluitvormingsproces om de gemeenschappelijke regelingen RUD Utrecht en ODRU op te heffen. Daartoe stellen het algemeen bestuur van de ODRU en het algemeen bestuur van de RUD Utrecht een liquidatieplan op.
Communicatie
De gemeente zal zelf niet actief communiceren over dit besluit. In het algemeen zal de nieuwe Omgevingsdienst communiceren over de nieuwe dienst.
De raad van de gemeente Bunschoten, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juli 2025 nummer 1224740; Gelet op de Gemeentewet: Besluit 1. Het college toestemming te verlenen te mogen overgaan tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht; 2. Met de bijgevoegde brief een zienswijze in te dienen op de Ontwerpbegroting ODU 2026 (inclusief Kadernota 2026) en de ontwerpbijdrageverordening. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 25 september 2025, Griffier drs. E. Hoogstraten Voorzitter J.L. Geurts
BIJLAGE: