t_NL.IMRO.0313.Buitengebied1602-0201.pdf
Tekst van het document
gs
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin
projectnummer 0478906.100 definitief revisie 00 10 oktober 2022
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin
projectnummer 0478906.100 definitief revisie 00 10 oktober 2022
Auteurs C. Tuinenburg
Opdrachtgever Stedin Netbeheer B.V. Blaak 8 3011 TA ROTTERDAM
Gecontroleerd: G. Leeuw
datum 10 oktober 2022
beschrijving definitief
vrijgave G. Leeuw
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
1 1 2 2 3
2
Planbeschrijving
4
2.1 2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
4 6
3
Beleidskader
8
3.1 3.2 3.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
8 8 13
4
Milieuhygiënische aspecten
13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
Bodem Geluid Luchtkwaliteit Water Flora & Fauna Hinderlijke bedrijvigheid Magneetzone Externe veiligheid Verkeer en parkeren Archeologie en cultuurhistorie m.e.r.-beoordeling
13 14 16 17 20 22 23 24 25 25 27
5
Juridische planopzet
28
5.1
Juridische planopzet
28
6
Uitvoerbaarheid
31
6.1 6.2
Financieel Maatschappelijk
31 31
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel Stedin Netbeheer B.V. (hierna: Stedin) is voornemens het bestaande 10 kV-station aan de Groeneweg 4 te Bunschoten-Spakenburg te vervangen door een nieuw 10 kV-station en tevens een nieuw 21 kV-station op het perceel te realiseren. Op dit moment wordt de locatie gedeeld door TenneT en Stedin. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken koopt Stedin een deel van de gronden van het perceel van TenneT. Tegelijkertijd met deze ontwikkeling vindt een herinrichting van het perceel plaats. Er wordt een scheiding gemaakt tussen de perceeldelen van TenneT en Stedin door middel van een hekwerk. Beide perceeldelen krijgen een eigen inrit. Op het terrein van Stedin wordt een nieuwe olieafscheider geplaatst. Tevens wordt er en een distributiestation gerealiseerd. Het distributiestation wordt in tegenstelling tot de overige bebouwing buiten de hekken gesitueerd, waardoor het toegankelijk is vanaf de Groeneweg. De herontwikkeling van het plangebied is op basis van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ niet mogelijk. Het voorliggend bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken betreft de noodzakelijke bestemmingswijziging van het plangebied.
1.2
Plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied ten oosten van Bunschoten-Spakenburg. In de huidige situatie is in het plangebied een hoogspanningsinstallatie aanwezig. Op het terrein staat tevens een 10 kV-trafostation. Het perceel grenst aan de oostzijde aan de Groeneweg, ten zuiden aan het bedrijfsperceel Groeneweg 6, ten westen aan agrarisch grasland en ten noorden de voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie Groeneweg 2. Op onderstaand figuur is de ligging van het perceel aangeduid en is een luchtfoto opgenomen.
Figuur 1-1: Begrenzing van het plangebied (bron: Globespotter 2018)
Blad 1 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het plangebied heeft in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ de bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’. In de regels zijn specifieke (bouw)regels gekoppeld aan het perceel. Zo is er op het perceel geen bedrijfswoning toegestaan. Op het perceel mag maximaal 250 m2 aan gebouwen en overkappingen gerealiseerd worden, waarbij een maximale goot- en bouwhoogte geldt van respectievelijk 3 en 7,5 meter. In het plangebied zijn verder twee dubbelbestemmingen aanwezig, namelijk de dubbelbestemming ‘leiding – Hoogspanning’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ is opgenomen t.b.v. de door het plangebied lopende hoogspanningsverbinding. De archeologisch dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ is opgenomen ter bescherming van de eventueel in het plangebied aanwezige archeologische waarden. Beide dubbelbestemmingen zijn niet over het gehele plangebied gelegen, maar op bepaalde delen. In onderstaande uitsnede is de begrenzing weergegeven.
Figuur 1-2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’
1.4
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: - deze toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord worden. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en hoe bij de ontwikkeling met (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden; - een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven; - een set regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
Blad 2 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een planbeschrijving van het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende beleidskader. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 een toelichting op de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten gegeven. In hoofdstuk 5 wordt de juridische regeling toegelicht. Hoofdstuk 6 heeft betrekking op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Blad 3 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten oosten van Bunschoten-Spakenburg op het perceel aan de Groeneweg 4. De locatie is gelegen aan de Groeneweg, ten zuiden van de Oostdijk. De Groeneweg is richting de Oostdijk doodlopend voor gemotoriseerd verkeer. Het plangebied wordt omgeven door diverse bedrijven, zo is ten noorden van het perceel een voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie gelegen, welke nu in gebruik is als zuiveringsinstallatie voor industrieel afvalwater. Ten noordwesten een vuiloverslagstation en ten zuiden en zuidwesten een groothandel in meststoffen. Verder bestaat de omgeving voornamelijk uit agrarische gronden en bosschages. Het plangebied is grofweg onder te verdelen in drie delen, namelijk een groen gebied dat voornamelijk bestaat uit bosschages en gras, het gebied waar de hoogspanningslijnen lopen en de daarbij behorende installaties staan en het gebied waar het 10 kV-station en de olieafscheider zich bevinden. Het 10 kV-station is gerealiseerd begin jaren ‘80 en wordt gekenmerkt door een lage goothoogte aan de zijde van de Groeneweg en in verhouding een relatief hoge bouwhoogte, waardoor er sprake is van een steil dak aan de straatzijde en een plat dak aan de achterzijde. Het plangebied wordt aan alle zijden afgeschermd door hoog opgaande bomen. Tevens is rond het plangebied een circa 2 meter hoog hek aanwezig met prikkeldraad.
Ten noorden is een onverhard pad richting de agrarische gronden aanwezig. Hieronder worden een paar foto’s van de huidige situatie weergegeven
Figuur 2-1: Vogelvlucht weergave plangebied (Bron: Streetsmart)
Blad 4 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Figuur 2-2: Aanzicht plangebied van de Groeneweg (Bron: Streetsmart)
Figuur 2-3: Aanzicht vanaf de achterzijde van het terrein
Figuur 2-4: Aanzicht installaties op het terrein
Blad 5 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
2.2
Toekomstige situatie Onderhavig initiatief voorziet in de herontwikkeling/ herinrichting van het plangebied aan de Groeneweg 4 te Bunschoten-Spakenburg. Momenteel heeft Stedin op dit terrein uitsluitend het 10 kV-station in beheer en eigendom. De overige gronden en de installatie op het terrein zijn in eigendom van TenneT. Stedin is voornemens om het bestaande 10 kV-station te vervangen door een nieuw 10 kV-station en tevens een nieuw 21-kV-station te realiseren. Om het initiatief mogelijk te maken dient Stedin een deel van de gronden over te nemen van TenneT. In de toekomstige situatie wordt in het kader van de ontwikkeling een scheiding gemaakt tussen de perceeldelen van beide bedrijven en wordt het perceel opnieuw ingericht. De wijzigingen vinden plaats tussen de hoogspanningsinstallatie op het perceel en de Groeneweg. Hierin is het inrichtingsontwerp weergegeven.
Figuur 2-5: Inrichtingsontwerp perceel Groeneweg 4 (Bron: Vicoma Engineering)
Blad 6 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Door de herontwikkeling van het perceel dient ook het deel van het perceel van Tennet, waar de wijzigingen plaatsvinden, opnieuw te worden ingericht. Zo is door de situering van het 21 kV-station en het hekwerk de olieafscheider op een onhandige locatie komen te staan. De olieafscheider wordt om deze reden verwijderd van de huidige locatie en meer tegen de perceelsgrens gesitueerd. Daarnaast wordt op het perceel ook een distributiestation gerealiseerd. Het distributiestation is naast de bestaande inrit, parallel aan de Groeneweg, gesitueerd. Het distributiestation wordt buiten de afscheiding gerealiseerd en is toegankelijk vanaf de Groeneweg. Op onderstaande luchtfoto is globaal het deel van het perceel weergegeven waar de wijziging plaatsvindt. Dit deel wordt in de toekomstige situatie volledig verhard. Het gaat om een oppervlakte van 883 m2. De gronden waar de hoogspanningsinstallatie zich bevindt en de gronden ten westen van deze installatie blijven in de toekomstige situatie ongewijzigd. Ten noorden van het bestaande 10 kVstation zijn enkele bomen aanwezig binnen het plangebied. Deze bomen dienen plaats te maken voor het nieuwe 10 kV-station en dienen om deze reden gekapt te worden. De bomenstructuur buiten het plangebied blijft ongewijzigd. De herontwikkeling van het perceel vindt gefaseerd plaats.
Zo wordt ten noorden van het bestaande 10 kV-station eerst het nieuwe 10 kV-station gerealiseerd. Na realisatie van het nieuwe 10 kV-station wordt het oude 10 kV-station gesloopt. Op ongeveer dezelfde locatie wordt in een later stadium gestart met de bouw van het 21 kV-station. Op welk termijn het perceel van TenneT heringericht wordt, wordt nader bepaald.
Figuur 2-6: Deel van het perceel waar de wijziging wordt toegepast
Blad 7 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en ruimte Barro Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Mobiliteit (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. In het rijksbeleid (SVIR en Barro) worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied.
Conclusie plangebied Het voorliggend initiatief is niet van invloed op de opgenomen nationale belangen uit de SVIR en het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2) provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: • stad en land gezond; • klimaatbestendig en waterrobuust; • duurzame energie; • vitale steden en dorpen; • duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; • levend landschap, erfgoed en cultuur; • toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Bunschoten behoort tot de regio Amersfoort. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. De Omgevingsvisie focust zich in het algemeen op ontwikkelingen van een groter schaalniveau dan de ontwikkeling/uitbreiding van een transformatorstation.
In dit geval zijn de thema’s Vitale steden en dorpen en Duurzame energie de meest relevante thema’s.
Blad 8 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Duurzame energie De ambitie van de provincie Utrecht is om in 2050 een CO2-neutraal te zijn. Om dit te bereiken dient elektriciteit en warmte uit duurzame bronnen te worden opgewekt zoals wind, zon, bodem, water en biomassa. Dit moet bewerkstelligd worden door grote veranderingen in verschillende sectoren/domeinen zoals de gebouwde omgeving, bedrijven, mobiliteit en landbouw. Om deze transitie succesvol te laten verlopen is er meer en anders verdeelde capaciteit nodig op het stroomnetwerk. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de huidige 10 kV installatie vernieuwd en wordt er een 21-kV installatie toegevoegd. Hierdoor is er meer capaciteit op het stroomnetwerk en zijn er meer mogelijkheden om duurzaam opgewekte energie op het stroomnetwerk te gebruiken en distribueren. Vitale steden en dorpen Met dit beleidsthema wordt er ingezet op het op duurzame wijze accommoderen van de ruimtevraag voor wonen en werken. Hierbij is aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. De voorgenomen ontwikkeling voorziet, zoals beschreven in bovengenoemd stuk, in het vergroten van de capaciteit van het stroomnetwerk. Hierdoor blijft het mogelijk om bewoners en bedrijven die op duurzame wijze stroom opwekken een aansluiting te geven op het stroomnetwerk. Dit helpt om ook op kleiner schaalniveau stappen te zetten in de energietransitie.
Conclusie plangebied De voorgenomen ontwikkelingen zijn passend binnen de gestelde kaders van de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht.
3.2.2
Interim-Omgevingsverordening Provincie Utrecht Omdat de naar verwachting pas op 1 juli 2023 in werking treedt, is het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden. Dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. Om toch eerder uitvoering te kunnen geven aan de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie, is op 1 april 2021 de Interim Omgevingsverordening in werking getreden. Het doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Deze belangen zijn vertaald in kaarten met direct doorwerkende regels. Onderstaand wordt aangegeven welke kaarten doorwerking op het gebied hebben en hoe dit van invloed is op het plangebied: Kaart 2: Watersysteem kaart 1 – Waterschap vallei en Veluwe buiten de bebouwde kom Vanuit deze kaart wordt een norm opgelegd om de gemiddelde overstromingskans op 1/100 per jaar te houden. Dit wordt vertaald in het beleid van het Waterschap en heeft geen directe invloed op het plangebied. Kaart 3: Watersysteem kaart 2 – Overstroombaar gebied Deze kaart bevat een plicht om aannemelijk te maken hoe er met de bestemmingen en regels in het bestemmingsplan ten aanzien van overstroming wordt omgegaan.
Blad 9 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
In het plangebied is een kleine kans dat de locatie tot maximaal 2 meter kan overstromen. Indien er overstromingen plaatsvinden in het gebied zullen, in het kader van veiligheid, de elektriciteitsnetten automatisch of handmatig worden afgeschakeld. Waterschade bij elektriciteitsvoorzieningen is over het algemeen behoorlijk ingrijpend en kan leiden tot lange reparatie- en vervangingstijden. Daarom is in het bouwkundig ontwerp van het station alle ‘gevoelige apparatuur’ gesitueerd op de eerste verdieping die zich circa 3 meter boven het maaiveld bevindt. Hiermee blijft deze apparatuur in het geval van een overstroming zo veel mogelijk vrij van schade. Zo is het mogelijk om de onderliggende elektriciteitsnetten weer van spanning te voorzien op het moment dat het water is gezakt en kan er weer relatief snel elektrische energie vanuit het station worden geleverd. Kaart 4: Watersysteem kaart 3 – Verplichte peilbesluitgebieden Deze kaart stelt regels als instructie rondom peilbesluiten voor het waterschap. Dit zijn geen regels die invloed hebben op voorgenomen ontwikkeling. Kaart 5: Watersysteem kaart 4 – Gebied dempen oppervlaktewaterlichamen Deze kaart stelt dat het plangebied gevestigd is in een zone waar het verboden is om zonder ontheffing oppervlaktewaterlichamen te dempen.
In het plangebied zijn geen oppervlaktewaterlichamen gelegen, zodoende is er geen invloed vanuit deze kaart op het plangebied. Kaart 6: Ondergrond en bodem kaart 1 – Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad Vanuit deze kaart is een zone waar het plangebied in gevestigd is aangewezen als matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad. Voor dit gebied gelden geen regels voor bestemmingsplannen wel wordt er nadrukkelijk op aangestuurd dat er met nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. De verantwoording hiervan is gedaan in de beschouwing van het milieuhygiënische aspect water. Kaart 7: Ondergrond en bodem kaart 2 – Gebied landschappelijke waarden In deze kaart worden eisen en vrijstellingen vastgesteld voor storten van stoffen, ophogen/egaliseren van gronden of het inrichten van een rommelterrein. Dit zijn geen activiteiten die worden mogelijk gemaakt met voorgenomen ontwikkeling. Daarom is deze kaart niet van toepassing op het plangebied. Kaart 10: Bereikbaarheid en mobiliteit kaart 3 – buffer luchtvaartterrein Op basis van deze kaart moet aangetoond kunnen worden dat een ontwikkeling van een luchtvaartterrein in dit gebied geen schade en/of hinder oplevert voor de omliggende natuur. Met deze ontwikkeling wordt geen luchtvaartterrein mogelijk gemaakt, derhalve heeft deze kaart geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
Kaart 11: Energie – Verstedelijkingsverbod landelijk gebied Voor het landelijk gebied geldt dat hier in essentie geen stedelijk ontwikkeling is toegestaan. Op basis van deze kaart mag er, onder voorwaarden, van dit verbod worden afgeweken als het de ontwikkeling van nieuwe bestemmingen voor energie of transformatorstations betreft. De voorgenomen ontwikkeling betreft het uitbreiden van een bestaand transformatorstation, op
Blad 10 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
basis van het gestelde in deze kaart kan de ontwikkeling afwijken van het verstedelijkingsverbod landelijk gebied. Kaart 13: Natuur kaart 2 – Houtopstanden Deze kaart bevat regels ten aanzien van herbeplanting van houtopstanden bij velling. Met de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van velling of herbeplanting van houtopstanden, derhalve heeft deze kaart geen invloed op voorgenomen ontwikkeling. Kaart 15: Cultuurhistorie en landschap kaart 1 – Uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied Deze kaart bevat uitzonderingsregels om onder voorwaarden beperkt af te wijken van het verstedelijkingsverbod als er sprake is van een historische buitenplaatszone en/of militair erfgoed. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen historische buitenplaatszone en/of militair erfgoed, derhalve heeft deze kaart geen invloed op voorgenomen ontwikkeling. Kaart 16: Cultuurhistorie en landschap kaart 2 – Landschap Eemland Op basis van deze kaart wordt het plangebied aangewezen als onderdeel van het Landschap Eemland. Dit heeft als gevolg dat nieuwe bestemmingen niet mogen leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten zoals genoemd in de Bijlage Kernkwaliteiten landschap.
In de toelichting op dit artikel is aangegeven dat een aantasting van het landschap onevenredig is, indien het belang van de ruimtelijke ontwikkeling die door het ruimtelijk plan mogelijk wordt gemaakt niet opweegt tegen de aantasting van de kernkwaliteiten die het gevolg is van de ruimtelijke ontwikkeling. Een goede locatiekeuze beperkt de schade voor het landschap. Voorts is een goede landschappelijke inpassing vereist die in de regels van het plan is geborgd. In verband hiermee is de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen van belang. Hieruit blijkt dat de functies aan dit deel van de Groeneweg niet in de kwaliteitsgids worden beschreven en atypisch zijn voor het polderlandschap. Toch is er geen sprake van een onevenredige aantasting van het landschap. Het plangebied is namelijk gelegen tussen bedrijfsgebouwen en hoog opstaande bomen en tevens al jarenlang in gebruik voor deze functie. Het ten zuiden gelegen bedrijf heeft een bouwhoogte van gemiddeld 12 meter en op sommige delen zelfs 15 meter. De bomen in de omgeving hebben een maximale hoogte van 23 meter. Ook de installatie en met name de hoogspanningsmast op het terrein kent een hoge bouwhoogte. Het bestaande 10 kV-station heeft een bouwhoogte van circa 7 meter. De toekomstige bebouwing heeft een maximale bouwhoogte van 8 meter.
Gelet op de omgeving van het plangebied kan gesteld worden dat het nieuwe bouwplan nauwelijks ruimtelijke-visuele effecten heeft op de omgeving en daarin goed is ingepast. Kaart 18: Wonen, werken en recreëren kaart 1 – Kernrandzone Landelijk gebied Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied en hierin is geen verstedelijking toegestaan. Echter wordt met deze kaart het gebied aangewezen als ‘kernrandzone’. Binnen een kernrandzone is verstedelijking toegestaan mits er voldaan wordt aan de onderstaande voorwaarden: a. de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten, en
Blad 11 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
b. de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, en d. omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. Het gaat om de herontwikkeling van een bestaand transformatorstation dat al goed is ingepast in zijn omgeving. Het bestemmingsplan maakt een beperkte verruiming van de bouw en gebruiksregels mogelijk. De aard en omvang van de verstedelijking zijn dan ook beperkt. Kaart 19: Wonen, werken en recreëren kaart 2 – Detailhandel buiten bestaand gebied Deze kaart bevat regels om af te kunnen wijken van het verbod op nieuwvesting of uitbreiding van detailhandel. Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van het toevoegen van detailhandel, derhalve heeft deze kaart geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.3
Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen De kernkwaliteiten van de verschillende landschappen in de provincie zijn opgenomen in de PRV. De provincie heeft deze kernkwaliteiten uitgewerkt in de "Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen". Voor Bunschoten is daarbij met name het zogenaamde "Gebiedskatern Eemland" van belang. Met het uitwerken van de kernkwaliteiten in de Kwaliteitsgids geeft de provincie Utrecht antwoord op een aantal vragen. Wat betekenen bijvoorbeeld 'openheid', '(veen)weidekarakter' of 'samenhangend stelsel' eigenlijk? Welke aspecten in het landschap zorgen ervoor dat je de kernkwaliteiten beleeft? Het doel van de Kwaliteitsgids is het concreet maken van de kernkwaliteiten van de Utrechtse landschappen, zodat iedereen begrijpt over welke elementen het gaat. In de gebiedskaternen is ook een deel opgenomen dat dient als inspiratie en houvast voor het omgaan met ontwikkelingen, zodat de kernkwaliteiten voor de toekomst zijn zeker gesteld en zelfs beter beleefbaar worden. Het buitengebied van de gemeente Bunschoten is vrij eenduidig, waarbij de Eem en de polders als de belangrijkste landschappelijke structuurdragers gelden. In de loop van de jaren heeft bebouwing zich als een nieuwe laag ontwikkeld en zich gemanifesteerd in de vorm van dijklinten, ontginningslinten en de bebouwingskern Bunschoten-Spakenburg.
Het buitengebied is onder te verdelen in twee landschapstypen, het rivier- en uiterwaardenlandschap van de Eem en het open agrarisch slagenlandschap van de Eempolders. De Groeneweg behoort tot het agrarisch slagenlandschap. Oorspronkelijk werden grote delen van dit landschap nog gebruikt als akkerland. Door de ontwatering klonk het ontgonnen veen in, waardoor de bodem daalde en natter werd. Deze was niet meer geschikt als akkerland en tot op heden worden de gronden voornamelijk gebruikt als wei- en hooiland. De polders kennen een regelmatige verkaveling, met overwegend een oost-west richting. Vanwege de natte omstandigheden liggen de scheidingssloten tussen de kavels op korte afstand. Dit heeft tot gevolg dat er sprake is van smalle, lange percelen, ofwel slagen. In de polders is weinig opgaande beplanting. De beplanting bevindt zich vooral aan de binnenzijde van de linten en op de erven. Plaatselijk is sprake van korte stukken laanbeplanting, die als 'poort' naar de polder functioneren. Beeldbepalend is de weidsheid van de polders en het verkavelingspatroon. Verspreid over het gebied komen nog enkele vrijstaande bomen voor. De erven aan de ontginningslinten zijn veelal omringd met erfbeplanting. Hierdoor liggen de erven
Blad 12 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
als 'groene eilanden' in de open polders. Het onderhavige plangebied, de rioolwaterzuivering, het vuiloverslagstation en de groothandel in meststoffen zijn door hoog opgaande beplanting landschappelijk afgeschermd en worden niet genoemd in de kwaliteitsgids.
Conclusie plangebied Het voorliggend initiatief stuit niet op belemmeringen vanuit de kwaliteitsgids Utrechtse landschappen.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Toekomstvisie Bunschoten 2025 De 'Toekomstvisie Bunschoten 2025' is op 11 juli 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentebestuur van Bunschoten heeft de Toekomstvisie opgesteld om de strategische positie van de gemeente te bepalen. De visie gaat in op de vraagstukken op fysiek, sociaal en economisch gebied en moet een functie gaan vervullen voor de ontwikkeling van de dienstverlening aan de inwoners, het bestuur en de regionale samenwerking. De toekomstvisie laat zien hoe de gemeente Bunschoten in 2025 is, op basis van de kennis van nu. De gemeente Bunschoten heeft een open houding richting bedrijven met het oog op economische ontwikkeling. De Toekomstvisie doet geen concrete uitspraken over (uitbreiding van) bestaande functies, zoals het electriciteitsdistributiebedrijf.
Conclusie plangebied Het voorliggend initiatief stuit niet op belemmeringen vanuit de Toekomstvisie van Bunschoten.
Blad 13 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
4
Milieuhygiënische aspecten
4.1
Bodem
4.1.1
Algemeen Voor elke functiewijziging, al dan niet naar een gevoelige functie, dient een onderzoek te worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. In het geval van functie- of bestemmingswijziging dient onderzoek te worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit, om te bepalen of de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik.
4.1.2
Toetsing initiatief In de huidige situatie is reeds sprake van een electriciteitsdistributiebedrijf. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is de grond ook als zodanig bestemd en aangeduid. In de toekomstige situatie vindt geen wijzing plaats aan de functie, enkel een extensivering. Functioneel is er dus sprake van een gelijkblijvend bodemgebruik.
4.1.3
Conclusie plangebied Uit het oogpunt van bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen wijziging te verwachten.
4.2
Geluid
4.2.1
Algemeen Vanuit de Wet geluidhinder (Wgh) en het activiteitenbesluit zijn regels gesteld ter bescherming van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, tegen geluidbronnen van (spoor)wegen, industrieterreinen en bedrijven. Voor de voorgenomen ontwikkeling houdt dit in dat de herinrichting niet mag leiden tot een belastende invloed op het akoestische klimaat van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen in de omgeving. Daarnaast geldt dat transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer in het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden aangewezen als zogenaamde ‘grote lawaaimakers’. Het industrieterrein waarop het transformatorstation is gelegen geldt dan als industrieterrein op basis van de Wet geluidhinder. Hierdoor ontstaat de plicht om een geluidzone rond het industrieterrein op te nemen in het bestemmingsplan. Om een transformatorstation mogelijk te maken voor een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, dient het bestemmingsplan aangepast te worden. Voor een dergelijk proces heeft de VNG in de VNG-Richtlijn ‘Bedrijven- en Milieuzonering’ een stappenplan opgesteld dat doorlopen dient te worden:
Blad 14 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Stap 1 Indien de richtafstand voor gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is dan mogelijk. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is: een buitenplanse inpassing is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal: − 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) − 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) − 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 Indien 'stap 2' niet toereikend is: een buitenplanse inpassing is mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal: − 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) − 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) − 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Hierbij dient te worden gemotiveerd waarom in de concrete situatie de optredende geluidbelasting acceptabel wordt geacht. Hierbij wordt de cumulatie met de eventueel reeds aanwezige geluidbelasting betrokken. Hiernaast is er nog een stap 4 beschreven, deze is voor deze ontwikkeling niet relevant.
4.2.2
Toetsing initiatief Ten aanzien van het initiatief is door Peutz op 21 september 2022 een akoestisch onderzoek (Bijlage 1) uitgevoerd. In de toekomst bedraagt het maximaal gelijktijdig te schakelen opgesteld vermogen meer dan 200 MVA. De tranformatoren worden daarbij niet in een gesloten gebouw geplaatst. Hiermee wordt het transformatorstation vergunningplichtig in het kader van de Wet milieubeheer en geldt tevens een zoneringsplicht in het kader van de Wet geluidhinder . Hierdoor is het ook noodzakelijk om het stappenplan uit de VNG-richtlijn te doorlopen. Het planvoornemen voldoet niet aan de eerste stap zoals beschreven in de VNG-richtlijn. Voor het omgevingstype 'rustige woonwijk' geldt voor milieucategorie 4.2 (opgesteld transformatorvermogen van 200 tot 1000 MVA) een richtafstand van 300 meter. In de onderhavige situatie is de afstand van de (gevels) van de aanwezige dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw (woning) tot de inrichtingsgrens van het geprojecteerde onderstation minimaal circa 230 meter. Vanuit de tweede stap moet worden aangetoond dat de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige objecten bepaalde maximale waarden niet overschrijdt. Uit het onderzoek blijkt dat in de huidige situatie geluidniveaus kunnen optreden van 21 dB(A) in zowel de dag-, avond- als nachtperiode.
Hierbij is rekening gehouden met de toepassing van een toeslag van 5 dB voor het tonale karakter van het geluid. Er wordt ruimschoots voldaan aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit.
Blad 15 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
In de toekomstige situatie worden geluidniveaus berekend van ten hoogste 34 dB(A) in zowel de dag-, de avond- als de nachtperiode. Een en ander komt neer op een etmaalwaarde van 44 dB(A), inclusief 5 dB toeslag voor tonaal geluid. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de toepasselijke grenswaarden volgens het Activiteitenbesluit. Er wordt tevens voldaan aan de richtwaarde uit de VNG-richtlijn van respectievelijk 45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode. Gesteld kan worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om de geluidniveaus in de omgeving te beperken zullen door Stedin strenge eisen worden gesteld aan de geluidproductie van de nieuwe transformatoren. Gesteld kan worden dat hiermee voldaan wordt aan het BBT-beginsel (Best Beschikbare Technieken). Daarnaast dient er nu er sprake is van een transformatorstation, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer een geluidszone te worden opgenomen in het bestemmingsplan op basis van art. 40 van de Wet geluidshinder. Rondom het terrein wordt een contour gelegd waarbuiten de geluidbelasting van het industrieterrein (het terrein van het transformatorstation) niet meer mag bedragen dan 50 dB(A).
Het terrein tussen de contour (de zonegrens) en het industrieterrein geldt als de zone. De geluidzone beperkt de mogelijkheden voor een toekomstige uitbreiding van het industrieterrein en geldt tevens als aandachtsgebied of beperking voor eventuele woningbouw. In theorie zou volgens de Wet geluidhinder woningbouw zonder geluidbeperkingen mogelijk zijn direct buiten de vast te stellen zonegrens. De Wet geluidhinder houdt geen rekening met het karakter van het geluid. Op grond van bovenstaande wordt voorgesteld de geluidzone vast te leggen op basis van de 50 dB(A)-contour (etmaalwaarde) exclusief toeslag voor tonaal karakter . De hierbij te hanteren rekenhoogte is 5 meter boven het plaatselijke maaiveld. In onderstaande figuur wordt een voorstel voor de zonegrens aangegeven gebaseerd op de genoemde geluidcontour voor de toekomst. Hierbij is de zonegrens enigszins gestileerd. Op basis hiervan wordt de uiteindelijke grens vastgelegd op de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan
Blad 16 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Figuur 4-1: Voorstel zonegrens ( en ligging geluidscontouren voor de toekomstige situatie)
4.2.3
Conclusie plangebied In het bestemmingsplan (op de verbeelding) is de geluidszone zoals in bovenstaande figuur afgebeeld opgenomen. Binnen deze zone liggen geen geluidgevoelige objecten. Er wordt daarbij ruimschoots voldaan aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. In de voorschriften is daarnaast vastgelegd dat er maximaal een nutsvoorzieningen is toegestaan ten behoeve van de distributie van stroom tot ten hoogste categorie 4.2 uit de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Vanuit het aspect geluid wordt geen belemmering voor het voorgenomen plan verwacht
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: a. b. c. d.
er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate’. Als regel geldt dat projecten die minder dan 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdragen (3%
Blad 17 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
van 40 µg/m3 oftewel 1,2 µg/m3) als ‘niet in betekenende mate’ kunnen worden aangemerkt. Voor deze projecten kan een toetsing aan de grenswaarden dus achterwege blijven. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
4.3.2
Toetsing initiatief Het vervangen van het 10,0 kV-station en het realiseren van een 21 kV-station valt niet binnen één van deze categorieën. De functie van het terrein blijft gelijk aan die van de huidige situatie, er is enkel sprake van een toename van de capaciteit van het transformatorstation. Er is geen sprake van een toename van een het aantal verkeersbewegingen, aangezien het een onbemand station is. Het aantal verkeersbewegingen blijft beperkt tot hooguit 1 à 2 verkeersbewegingen per week.
4.3.3
Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit en is niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Er bestaan voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen.
4.4
Water
4.4.1
Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.
4.4.2
Beleid en regelgeving Waterschap Vallei en Veluwe Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 Op 30 september 2015 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe het Waterbeheerprogramma vastgesteld. Dit Waterbeheerprogramma (WBP), dat op 1 januari 2016 in werking is getreden, geeft de koers van het waterschap aan en wordt bewust neergezet als een ‘programma’ en niet meer als een waterbeheerplan. Met het WBP als programma wordt aangesloten bij het Bestuursakkoord Water. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water en de Deltabeslissingen beschrijft het waterschap hoe wordt gewerkt aan de wateropgaven. Ook wordt alvast ingespeeld op de nieuwe wetgeving omtrent ruimtelijke ordening, waarmee dit WBP ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet houdbaar is. Het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe heeft een doorwerking in de keur en de legger.
Blad 18 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Keur De Keur is de verordening van het waterschap met de regels voor de bescherming van waterstaatswerken (waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden en kunstwerken zoals stuwen en gemalen) en voor het onttrekken van grondwater. In de Keur is vastgelegd voor welke activiteiten een vergunning noodzakelijk is. Door toename aan verhard oppervlakte, alle oppervlakken die voor nieuwbouw, wegen, etc., verhard worden, kan de neerslag ter plaatse niet langer in de (voorheen onverharde) grond infiltreren. Daardoor treedt er een versnelde afvoer van de neerslag op. Ook nieuwe lozingen vanaf bestaande verhardingen zoals bijvoorbeeld bij het afkoppelen van het gemengd rioleringsstelsel, mogen niet leiden tot een zwaardere belasting van het bestaande watersysteem. Conform de Keur is bij een toename van meer dan 4.000 m 2 aan verhard oppervlakte in het agrarisch gebied een waterberging van 60 mm per m2 noodzakelijk. Met het initiatief wordt een deel van het perceel Groeneweg 4 extra bebouwd en verhard. In totaal wordt circa 1.220 m2 extra verhard. De totale toename aan verharding blijft hiermee onder de 4.000 m 2. Compensatie is hiermee niet aan de orde. Legger De legger is een kaart die onder andere aangeeft in welke gebieden de gebods- en verbodsbepalingen uit de Keur gelden.
Daarnaast wordt de legger gebruikt om de ligging, vorm, afmeting en onderhoudsplicht van waterstaatswerken vast te leggen. Het waterschap Vallei en Veluwe heeft twee leggers, één voor oppervlaktewaterlichamen en één voor waterkeringen. Legger watersysteem De sloot ten noorden van het plangebied, de sloot ten oosten van de Groeneweg en de sloot ten westen van het plangebied betreffen C-watergangen. Een C-watergang heeft, ten opzichte van A, en B-watergangen, een minder hoog belang. Voor ontwikkelingen nabij C-watergangen, gelden verder geen verplichtingen. De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats om het perceel, waardoor de sloten ongewijzigd blijven. In het plangebied zijn geen kunstwerken of watergangen gelegen. Het plangebied is wel gelegen in de zone ‘Diepteschouwgebied: Polder de Haer en Oosterpolder’. Dit heeft echter geen betrekking op de werkzaamheden in het plangebied en ondervindt hier ook geen hinder van. Legger waterkering In de legger waterkering zijn de belangrijkste primaire en regionale waterkeringen met de bijbehorende beschermingszones opgenomen die in beheer zijn van het waterschap Vallei en Veluwe. Op de legger is te zien dat een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van het Zuidelijk Randmeer en Eem. Het betreft de Beschermingszone B met de identificatie PRI-42. In de Keur zijn algemene vrijstellingen opgenomen.
Indien aan deze vrijstellingen kan worden voldaan, gelden geen beperkingen. Indien niet aan de algemene vrijstellingen kan worden voldaan, zal moeten worden voldaan aan de algemene toetsingscriteria en mogen bouwwerken niet worden gefundeerd op paalkoppen met een verzwaarde voet.
Blad 19 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Figuur 4-2: Uitsnede leggers waterkering. De groene zone geeft de ligging van beschermingszone B aan
4.4.3
Watertoets Het initiatief betreft het amoveren van bestaande 10 kV-station en het realiseren van een nieuw 10 kV-station, 21 kV-station. Daarnaast wordt een deel van het terrein extra verhard, waardoor sprake is van een toename van verhard oppervlakte. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vallei en Veluwe. Op 5 augustus 2019 is de digitale watertoets doorlopen, waarna het waterschap op de hoogte is gebracht van de ontwikkeling. Uit de watertoets blijkt het volgende: In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan is door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebied specifieke aandachtspunten voor water.
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het water-
Blad 20 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
schap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Ten behoeve van de waterkwaliteit wordt geadviseerd om bij elk ontwikkelingsscenario gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink niet toe te passen. Hierdoor wordt de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Tevens worden de ruimtes onder de transformatoren voorzien van een olie afscheider om te voorkomen dat verontreinigingen ook bij calamiteiten niet in oppervlaktewater terecht kunnen komen.
4.4.4
Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat er geen waterbelangen in het geding zijn en het aspect water geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling op het perceel.
4.5
Flora & Fauna
4.5.1
Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Provincies bepalen voor hun grondgebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De wet kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. De Wnb richt zich op de bescherming van: 1. Natura 2000-gebieden; 2. Soorten van de Vogelrichtlijn; 3. Soorten van de Habitatrichtlijn; 4. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). Het NatuurNetwerk Nederland (NNN) is niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar is opgenomen in het provinciaal beleid.
Blad 21 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
4.5.2
Toetsing initiatief Vanuit Faunaconsult is er QuickScan Wet natuurbescherming (Bijlage 2) uitgevoerd. Hierin wordt ingegaan op zowel beschermde gebieden als beschermde soorten die mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied. Beschermde gebieden Natura 2000 Het plangebied is op circa 14,5 kilometer van het meest nabijgelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ gelegen. Door de ligging zijn negatieve effecten als verdroging, geluid- en lichtverstoring op het Natura 2000-gebied uitgesloten. Echter kunnen negatieve effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie niet op voorhand worden uitgesloten. Om te bepalen of er sprake is van significant negatieve effecten op omliggende Natura 2000gebieden is door Antea Group op 16 augustus 2022 een AERIUS-berekening uitgevoerd (Bijlage 3). In deze berekening is zowel de realisatie- als de gebruiksfase doorgerekend met de volgende resultaten: Realisatiefase Voor de realisatiefase geeft AERIUS Calculator een rekenresultaat van 0,00 mol per ha per jaar voor de hoogst berekende bijdrage aan stikstofdepositie. Uit een aanvullende berekening blijkt dat bij een toename van nog eens 200kg NOx ten opzichte van de huidige berekening er nog geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol per ha per jaar op een stikstofgevoelig habitat.
Gebruiksfase Voor de gebruiksfase geeft AERIUS Calculator een rekenresultaat van 0,00 mol per ha per jaar voor de hoogst berekende bijdrage aan stikstofdepositie. Er is dus geen sprake van negatieve effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden door de voorgenomen ontwikkeling. Natuurnetwerk Nederland De sloop van de huidige bebouwing en, de realisatie en ingebruikname van de nieuwe bebouwing hebben geen noemenswaardige negatieve effecten op het NNN, er zijn op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde soorten Algemeen voorkomende vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
Blad 22 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk enkele algemene zoogdieren en amfibieën voor die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Utrecht een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen Op basis van de uitgevoerde QuickScan kan anders dan de quick scan die enkele jaren geleden is uitgevoerd de aanwezigheid van vleermuizen niet worden uitgesloten. Ten aanzien van de potentiële aanwezigheid van vleermuizen wordt er in het voorjaar van 2023 gestart met een nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol. Het pand waar de vleermuizen zich mogelijk bevinden wordt niet eerder dan in 2025 gesloopt.
Hiermee is het mogelijk om met de geplande startdatum van het onderzoek vast te kunnen stellen of er sprake is van de aanwezigheid van vleermuizen en indien er vleermuizen aanwezig zijn en een eventuele ontheffingsprocedure te doorlopen. Tevens zullen er op korte termijn, preventief, nestkasten worden opgehangen om eventueel aanwezige vleermuizen al te kunnen laten wennen aan andere omstandigheden.
4.5.3
Conclusie plangebied Vanuit het milieuaspect Flora & Fauna zijn geen nadelige gevolgen voor het plangebied te verwachten. Mocht er een ontheffing Wnb nodig zijn, zal deze worden aangevraagd en gelet op de te treffen mogelijke maatregelen naar verwachting worden verleend. De uitvoerbaarheid van het plan staat hieraan niet in de weg.
4.6
Hinderlijke bedrijvigheid
4.6.1
Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: -
-
door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot
Blad 23 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar. Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend.
Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype in het plangebied kan worden getypeerd als ‘rustig buitengebied’. Doordat er sprake is van het omgevingstype ‘rustig buitengebied’ kunnen de indicatieve afstanden niet worden gecorrigeerd.
4.6.2
Toetsing initiatief Het transformatorstation is niet gevoelig voor de milieuhinder van bedrijven. Het transformatiestation betreft echter wel een functie die hinder kan veroorzaken. Het maximale transformatorvermogen bedraagt > 200 MVA, waardoor het conform de VNG-brochure een milieucategorie 4.2 bedrijf is. De maximale indicatieve richtafstand bedraagt 300 meter voor geluid. Daarnaast geldt voor het aspect gevaar een indicatieve richtafstand van 50 meter. Voor de aspecten geur en stof zijn geen indicatieve richtafstanden opgenomen. De meest nabijgelegen woning is de woning Groeneweg 5 op een afstand van circa 240 meter. Bij het aspect geluid is ingegaan op het aspect geluid en met onderzoek aangetoond is dat er in dit specifieke geval bij deze ontwikkeling sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit wordt geborgd met het toevoegen van een geluidszone rondom het station.
4.6.3
Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen gevolgen heeft op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen.
4.7
Magneetzone
4.7.1
Elektromagnetische velden Voor blootstelling – kortdurend of langdurend – aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit deze richtlijn als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de richtlijnen van de International Commision on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en wordt tevens onderschreven
Blad 24 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. De huidige en toekomstige installaties op het perceel Groeneweg 4 voldoen aan deze normen.
4.7.2
Voorzorgsbeleid Daarnaast wordt door de Nederlandse overheid een voorzorgsbeleid gehanteerd van 0,4 microtesla in geval van bovengrondse hoogspanningslijnen in combinatie met gevoelige bestemmingen. Onder gevoelige bestemming in deze context wordt verstaan waar kinderen gedurende langere periode vrijwel dagelijks langdurig per dag aanwezig zullen zijn. Rondom het perceel van elektriciteitsstation met adres Groeneweg 4 Bunschoten-Spakenburg zit geen gevoelige bestemming. De afgaande (21kV en 10kV) elektriciteitskabels van Stedin zijn ondergronds, derhalve is het voorzorgsbeleid hierop niet van toepassing. Voor de capaciteitsuitbreiding van het 150/21/10kV elektriciteitsstation van Stedin behoeft de reeds bestaande 150kV hoogspanningsverbinding van TenneT niet fysiek verzwaard te worden. Deze hoogspanningslijnen zijn ontworpen en uitgelegd voor de huidige capaciteit. De EMV zijn gekoppeld aan de desbetreffende capaciteit van deze hoogspanningslijnen. De voorgenomen uitbreiding van het elektriciteitsstation Bunschoten-Spakenburg voor Stedin als regionale netbeheerder hebben geen capaciteitsuitbreiding van de voorgenoemde hoogspanningslijnen tot gevolg. Met andere woorden past de voorgenomen uitbreiding van het elektriciteitsstation qua benodigde capaciteit binnen de huidig beschikbare capaciteit van de hoogspanningslijnen.
Derhalve heeft de voorgenomen uitbreiding van het elektriciteitsstation geen verhoging van de ontwerp EMV waarden tot gevolg.
4.7.3
Conclusie plangebied Elektromagnetische velden vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van het transformatorstation.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Algemeen De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid is gericht op de beperking en beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen als op het transport ervan. Het uitgangspunt is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Blad 25 van 34
Bestemmingsplan Groeneweg 4 Transformatorstation Stedin projectnummer 0478906.100 10 oktober 2022 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
4.8.2
Toetsing initiatief Op ruim 400 meter van het plangebied bevindt zich een ammonia koelinstallatie en een gaspropaantank. Aangezien het invloedsgebied buiten het plangebied ligt, is externe veiligheid niet relevant. Daarnaast komen er binnen en in de naaste omgeving van het plangebied geen Bevibedrijven voor. Er liggen in of in de nabijheid van het plangebied geen hoofdgasleidingen of landelijke/regionale leidingstroken. Ook ligt er geen transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in dan wel in de nabijheid van het plangebied. Het transformatiestation is geen risicovolle inrichting die van invloed is op de omgeving. Het vervangen en oprichten van een kV-station is geen risicovolle inrichting als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Op basis hiervan hoeft geen verdere toetsing plaats te vinden.