Startnotitie handelingsperspectief_BVR 20122022 (1230678).pdf
Tekst van het document
STARTNOTITIE Handelingsperspectief buitengebied voor de Regio Amersfoort definitief concept 20 december 2022
Inhoudsopgave 1. de context 1.1 positionering Handelingsperspectief
4
2. naar een Handelingsperspectief 7 3. het buitengebied is actueel
8
4. stand van de regio 10 4.1 kijken vanuit het landschap
4.2 kijken vanuit het stedelijk gebied
5. opgaven voor de regio 14 5.1 opgave kwantitatief
5.2 opgave kwalitatief 5.3 financiering
6. handelingsruimte 21 6.1 scope
6.2 participatie 6.3 keuzes
7. route naar een Handelingsperspectief 7.1 voorbereiding en kennismaand
7.2 gebiedsateliers en ontwerpend onderzoek 7.3 van concept naar definitief Handelingsperspectief 7.4 taken en verantwoordelijkheden
24
Er zijn meer doelen die ons binden dan die ons scheiden Donderdag 17 november 2022 vond een startbijeenkomst plaats voor belanghebbenden bij het Handelingsperspectief. 15 vertegenwoordigers van verschillende sectoren zoals agrariërs, natuurbeschermers en landgoedeigenaren, spraken met vertegenwoordigers uit Regio Amersfoort, de Provincie, het Waterschap en buurregio FoodValley over hoe zij vanuit hun belang kijken naar de toekomst van het buitengebied, en wat er nodig is om tot een goed proces voor het Handelingsperspectief te komen.
De verschillende belangen gaven duidelijk verschillende toekomstbeelden, maar er is ook een gedeeld beeld. Over hoe we elkaar nodig hebben, over de behoefte aan duidelijkheid, aan keuzes, en over de zorg omtrent de hoeveelheid aan trajecten dat nu loopt en waar een bijdrage aan gevraagd wordt. Het verzoek aan Bureau Regio Amersfoort en de Provincie was unaniem om de processen van de Gebiedsagenda voor dit gebied (input voor het Provinciaal Gebiedsprogramma en Nationaal Programma Landelijk Gebied) en het Handelingsperspectief Buitengebied met elkaar uit te lijnen, zodat belanghebbenden één keer aan tafel zitten en iedereen hetzelfde verhaal hoort.
3
1. de context Voor u ligt het plan van aanpak om te komen tot een Handelingsperspectief voor het buitengebied van de regio Amersfoort. Dit is een nadere uitwerking van het reeds opgestelde Ontwikkelbeeld 2030-2040 regio Amersfoort, vastgesteld eind 2021. Het op te stellen Handelingsperspectief is een concretisering van de (ruimtelijke) opgaven in het buitengebied tot 2040 op basis van de huidige situatie, vastgestelde ruimtelijke opgaven, trends en ontwikkelingen, verdienmodellen en het prioriteren en combineren van functies. Met het Handelingsperspectief geeft de regio zichzelf en haar partners een kader en richting voor uitvoering van ambities in het buitengebied. Regio Amersfoort bestaat uit de zeven Utrechtse gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, en de twee Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk. Medeopdrachtgever is provincie Utrecht en belangrijke partner is het waterschap Vallei en Veluwe. Regio Amersfoort kent een grote dynamiek. Het buitengebied van de regio is waar de gemeentegrenzen elkaar raken, en dus waar de gemeenschappelijke opgaven en keuzes liggen.
4
Eemland Gelderse Vallei Utrechtse Heuvelrug
5
Het schema toont de context van relevant beleid waarbinnen het Handelingsperspectief vorm zal krijgen. Het Handelingsperspectief maakt gebruik van de inhoudelijke rijkheid van het bestaande beleid en onderzoeken, en gaat verder waar deze visies en programma’s zijn gebleven. Tegelijkertijd wordt afstemming gezocht met lopende trajecten en Rijksprogramma’s, zoals de stikstofaanpak, klimaataanpak, kaderrichtlijn water, etc. Ongeveer tegelijkertijd met het Handelingsperspectief is de regio Foodvalley bezig met een vergelijkbaar onderzoek en visievorming. Dit gebeurt in het Regionaal Programma Landelijk Gebied. Deze is leidend voor het gebied dat overlapt met regio Amersfoort. Inhoudelijk en procesmatig wordt de samenwerking opgezocht en dialoog gevoerd tussen beide regio trajecten. Het buitengebied houdt immers niet op bij de regiogrenzen, zeker niet als we redeneren vanuit het bodem- en watersysteem. Transities die in regio Foodvalley plaats vinden, hebben grote invloed op regio Amersfoort. Denk bijvoorbeeld aan water vast houden, verminderen van het aantal (intensieve) veehouderijen of verbreden van beekdalen.
1.1 POSITIONERING HANDELINGSPERSPECTIEF Het Handelingsperspectief Buitengebied vindt zijn oorsprong in het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort, dat in 2021 door de raden en staten in de regio is vastgesteld. Dit is één van de uitwerkingsprogramma’s die in het Ontwikkelbeeld benoemd zijn. Het Handelingsperspectief wordt ontwikkeld in een periode waarin het Rijk zijn positie in de ruimtelijke ordening herpakt. Het Rijk werkt op dit moment aan een omvangrijke lijst van nationale programma’s. Veel van die programma’s krijgen via de provincies vorm. Vanuit de provincies wordt weer gekeken naar de regio’s, die de afgelopen “regie-arme” periode vanuit
die positie goed aan hun netwerken en inhoudelijke visie hebben kunnen werken. In de drukte die nu ontstaat rondom de Rijksprogramma’s vormt het Handelingsperspectief de kapstok. Parallelle trajecten als het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), Programma Mooi Nederland, Gebiedsgerichte aanpak van provincies (GGA), Groen Groeit Mee (GGM) en Novexgebied Utrecht/Amersfoort, Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) kunnen aftappen uit het integrale Handelingsperspectief. Anders dan in de meeste andere lopende trajecten worden in het Handelingsperspectief opgaven
6
gebiedsgericht benaderd en direct gekoppeld aan financieringsbronnen, zodat de oplossing meer dan één doel dient én uitvoerbaar is. In de opzet om te komen tot een Handelingsperspectief is veel aandacht voor de onderlinge afstemming, uitwisseling en kruisbestuiving tussen het Handelingsperspectief enerzijds en de lopende trajecten die daaraan raken anderzijds. Zo zorgen we zowel voor inhoudelijke relevantie als voor eenduidigheid in de communicatie van ‘de overheid’ naar partners en partijen in het gebied.
2. naar een Handelingsperspectief De opgaven waar regio Amersfoort voor staat zijn complex. De opgave van stikstofreductie, transitie van agrarische grond, waterberging, ruimte voor klimaatadaptatie, het zijn allemaal opgaven die een ruimtelijke claim leggen op de regio. Ruimtevragers zitten elkaar in de weg, de vraag overstijgt het beschikbare grondgebied. Dat betekent dat er soms (moeilijke) keuzes gemaakt moeten worden. En ook dan nog, kan de oplossing voor de één een probleem voor de ander betekenen. Het veld waarbinnen geopereerd moet worden in het buitengebied is veelomvattend. Naast de overheidspartijen en terrein beherende organisaties zijn ook gebruikers, eigenaren en ondernemers in het gebied van groot belang om richting uitvoering te komen. Dat vraagt om een
werkproces dat energie geeft, vanuit kansen werkt en aanzet tot actie. Er is al veel informatie en studies beschikbaar. Het is de kunst om met het Handelingsperspectief verder te komen dan waar de nu beschikbare onderzoeken en al bedachte strategieën gekomen zijn. In het Handelingsperspectief worden plannen en ambities concreet in financiering en sturing, zodat de stap naar uitvoering gemaakt kan worden. In een periode van een jaar gaat de regio in gesprek met de vele partijen in het gebied. Voor, tijdens en na die periode zullen vele andere beleidstrajecten passeren op rijks, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Het Handelingsperspectief zal daarvan gebruik
7
maken, eruit putten en die trajecten op haar beurt voeden met eigen opgedane kennis en inzichten. Het Handelingsperspectief is een overkoepelend integraal verhaal voor het buitengebied van de regio met een planhorizon tot ca 2040. Het Handelingsperspectief vindt zijn basis in het landschappelijk raamwerk en bodem- en watersysteem voor de drie landschapstypen van Regio Amersfoort: Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei en Eemland. Daaraan gekoppeld wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld dat richting geeft aan het handelen van overheden en gebiedspartijen, inclusief een financiële vertaling en een overzicht van te maken afspraken en bestuurlijke keuzes.
3. het buitengebied is actueel “Bodem en water worden sturend bij ruimtelijke planvorming”. Dit uitgangspunt heeft het kabinet Rutte IV voor de ruimtelijke ordening genomen in haar coalitieakkoord. Oftewel: de staat van het bodem- en watersysteem heeft voortaan een prominente plek in de afweging waar welke functies een plek krijgen. Dat is een radicale kanteling van perspectief te noemen. Het buitengebied moest zo efficiënt (lees industrieel) mogelijk de stedelijke gebieden van producten voorzien. Met de groei van de steden kwam daar een omvangrijke recreatievraag bij. Vanuit de gedachte ‘het land bedient de steden en dorpen’ is het buitengebied jarenlang het kind van de rekening geweest. Vanuit een geloof in de maakbaarheid van het land, en geholpen door de voordelen die de technologie ons bood, hebben we het water en de ondergrond volledig naar onze hand gezet. Maar nu de grenzen van de maakbaarheid in zicht komen, zijn de negatieve effecten van deze benadering niet meer te ontkennen.
Het buitengebied kampt met wateroverlast, bodemdaling, langdurige droogte, uitgeputte bodems, slechte waterkwaliteit, hittestress en biodiversiteitsverlies. Dat vraagt om een systeemverandering. In plaats van de oplossing te zoeken in technische innovaties, is het hoog tijd om het gebruik en de inrichting van het buitengebied zelf te heroverwegen. Het buitengebied staat voor ingrijpende opgaven als het gaat om het verbeteren van onze natuur, klimaat en waterkwaliteit. Wat betekent dat eigenlijk, bodem en water sturend? Natuurlijk moeten (en kunnen) we niet terug naar de natuurlijke oorsprong van het Nederlandse landschap. We moeten het bodem- en watersysteem beschouwen als een samenspel van natuurlijke kenmerken (topografie, geomorfologie, etc.) en technologische systemen (polders, riolering, dijken, boezemstelsels, kanalen).
8
Vanuit dat perspectief moeten we het buitengebied zo inrichten dat uitputting, vervuiling en afwenteling van/op de natuurlijke systemen tot het verleden behoren. De toekomst van het buitengebied is afhankelijk van hoe goed het ons lukt om meervoudig ruimtegebruik, adaptieve inrichting en robuuste systemen echt als basis te nemen in de ruimtelijke ordening. In het licht van dit gekantelde perspectief is een Handelingsperspectief voor het buitengebied actueler en urgenter dan ooit. Nu is er momentum om de aandacht en financiële middelen voor het buitengebied op de juiste manier in te zetten. Om een duurzame toekomst en kwalitatieve leefomgeving voor alle bewoners en ondernemers in de regio (mens, flora en fauna) te borgen. De keuzes die in het Handelingsperspectief naar boven komen, zullen pijn doen. Die pijnpunten gaan we afwegen vanuit verschillende kaders, zoals ‘bodem en water sturend’, natuurdoelen, gebiedsambities. Zo worden motivaties inzichtelijk en zullen keuzes goed onderbouwd gemaakt én begrepen worden.
9
4. stand van de regio In het traject richting de startnotitie Handelingsperspectief is in werksessies nagedacht over de kansen en opgaven in het buitengebied van de regio. In deze startnotitiefase is met de ambtelijke werkgroep alvast op de inhoud verkend, om scherp te krijgen welke schuurpunten we tegen gaan komen en wat het speelveld van belangen kan zijn. Dat stelt ons in staat een aanpak op maat voor het Handelingsperspectief te maken. De gesprekken zijn gevoerd rondom een aantal vragen: welke knelpunten kom je tegen in het werken aan de regio? Waar kan je hulp gebruiken? Wat gaat goed bij ontwikkelingen in het buitengebied? Waar zit energie of een enorme kans? Waar ben
je trots op? Hoe ziet de regio er over 5 jaar uit? Waarin is het anders dan nu? En over 20 jaar?
Speciale aandacht moet uitgaan naar de relatie met en verhouding tot de agrarische sector.
Overkoepelend beeld dat hieruit naar voren komt is dat de transitieopgaven in het gebied erkend en herkend worden.
In de werksessies is onderzocht welke kernwaarden en opgaven de verschillende deelgebieden in de regio kennen. Er is vanuit twee perspectieven naar het buitengebied gekeken: het landschap en het stedelijk gebied. De opbrengst van de werksessies is verder verwerkt door deze startnotitie heen. Een aantal van de inspirerende ideeën die ter tafel zijn gekomen, zijn hier weergegeven, puur ter illustratie.
De wil tot verandering is er, het is belangrijk dat de belangen met goede toon en met respect voor elkaar uitgedragen worden. Overheden weten elkaar veelal goed te vinden en de actuele aandacht voor het buitengebied geeft veel energie om eraan te werken. Keerzijde van die aandacht en complexiteit aan opgaven in het buitengebied is dat die leidt tot hoge druk op de beschikbare grond. Dat kan een prijsopdrijvend effect hebben.
10
IDEE “DRIJVENDE MARKT” Waterrijke omgeving rondom nieuwbouwwijken zorgt voor waterberging, maar ook kwaliteit van het gebied. Met economische activiteiten die op het water kunnen plaatsvinden, zoals een markt, of bezorging van goederen.
IDEE “DE EEM - EEN GROENBLAUW LINT DOOR DE POLDER”
IDEE “ALTERNATIEVE LANDBOUW IN BESTAANDE STALLEN”
Wanneer de beroepsvaart van de Eem zou verdwijnen, ontstaat -op termijn- ruimte voor recreatie, beleving van cultuurhistorie, herstel van biodiversiteit. Otter komt terug, kleinschalig vervoer over water, productiebos langs de oevers, etc.
Landbouw hoeft niet alleen via veeteelt plaats te vinden. City farming, het kweken van groenten, eiwitten, insecten, etc. in een gecontroleerde omgeving, waardoor maximale productieresultaten behaald kunnen worden. Dit kan ook in bestaande stallen en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) plaatsvinden, waardoor er geen nieuwe gebouwen gerealiseerd hoeven te worden.
11
4.1 KIJKEN VANUIT HET LANDSCHAP Als we water en bodem als uitgangspunt nemen voor ruimtelijke ontwikkeling, dan staan we voor een aantal majeure systeemkeuzes. Voorbeelden zijn: water opslaan in de verdrogende heuvelrug; de flanken van de heuvelrug benutten als gradiënt voor natuur, water en recreatie; ander peilbeheer in de polders Eemland en Arkemheen waarmee het een toekomstbestendig landbouwgebied met weidevogels wordt; zonering van recreatiegebieden; ruimte maken voor een natuurlijk beeksysteem.
regio Gooi&Vechtstreek
Eemmeer
regio U10
Met de opgaven rondom klimaatverandering, waterkwaliteit en stikstofreductie is de belangrijkste vraag voor de landbouw in het buitengebied: welke andere of aanvullende typen gebruik of functies zijn voorstelbaar en hoe kun je de transitie naar natuurinclusief, extensief en/of kringlooplandbouw inzetten voor een toekomstbestendig en rendabel agrarisch model?
regio Foodvalley
Illustratie van de opgaven in het buitengebied, beredeneerd vanuit ‘bodem en water sturend’
12
4.2 KIJKEN VANUIT HET STEDELIJK GEBIED
regio Gooi&Vechtstreek
Het buitengebied is van grote betekenis voor de steden en dorpen. Groei van het stedelijk gebied is alleen maar mogelijk in combinatie met een vitaal en voor iedereen bereikbaar buitengebied. Het buitengebied is naast ‘uitloopgebied’ ook de koelmotor, voedseltuin, waterbuffer en energieopwekking voor de stad. Opgaven zijn groen/blauwe dooradering van het buitengebied, stad en land verbinden, stadsranden definiëren en het recreatienatuurnetwerk versterken met nieuw areaal.
Ook de stedelijke gebieden zelf staan aan de lat om de omgeving klimaatadaptief in te richten. Groen, waterberging, waterinfiltratie, het heeft allemaal ruimte nodig. Ruimte die niet mag optellen bij de opgaven in het buitengebied, maar in de steden zelf opgelost moet worden.
Eemmeer
regio Foodvalley
regio U10
Een illustratie van de opgaven vanuit de stedelijke gebieden (stad en dorp) die ruimtelijke weerslag vinden in het buitengebied
13
5. opgaven voor de regio 5.1 OPGAVE KWANTITATIEF Regio Amersfoort heeft te maken met een hoge ruimtedruk. Het vestigingsklimaat van de regio is aantrekkelijk voor (nieuwe) bewoners en bedrijven. Het landelijk gebied staat onder druk door ruimteclaims als woningbouw, recreatie, bedrijventerreinen, energietransitie en natuur (voor herstel van biodiversiteit). Tegelijkertijd zit de agrarische sector volop in transitie van het voedselsysteem. De sector werkt aan een toekomst waarin agrarische bedrijven economisch vitaal, circulair zijn en in verbinding met natuur en maatschappij staan. Daarmee heeft de landbouw zelf ook een ruimteclaim. Landbouw is in Regio Amersfoort de grootste ruimtegebruiker. Ruim 26.000 ha (47% van het areaal) is landbouwgrond. Het areaal landbouwgrond is de afgelopen twintig jaar gedaald, met 12%, een relatief grote daling in verhouding tot gemiddeld in Nederland (Verkenning naar ruimtegebruik landbouw 2050 voor regio Amersfoort, Wageningen UR, 2021).
Afhankelijk van de richting waarop de agrarische sector zich ontwikkelt (meer productie gedreven of meer natuurinclusief) is de ruimtevraag groter of iets minder groot, maar overstijgt die hoe dan ook de beschikbare ruimte. Met de ruimteclaims van verstedelijking, water en natuur, overstijgt de totale ruimtevraag in regio Amersfoort het areaal aan beschikbare grond ruimschoots. Ten minste, als alle ruimteclaims naast elkaar gezet worden. Dat moet en kan slimmer. Door functiemenging en stapeling van programma kan ruimte bespaard worden, en wordt die ruimte tegelijkertijd interessanter. Denk aan een natuurinclusief werkgebied met ruimte voor groen en water, extensief beheerd agrarisch gebied als broedplaats voor weidevogels, zoetwateropslag als zwemplas.
De toekomst van het buitengebied kenmerkt zich door slimme functiecombinaties waar het kan en meerwaarde heeft. Dat betekent op sommige plekken kiezen voor meervoudig ruimtegebruik, op sommige plekken voor verandering van het huidige gebruik, en tegelijkertijd ruimte houden voor de transitie van de agrarische sector. Met de stikstofaanpak van het Rijk en het NPLG is de kans groot dat het aantal stoppende agrarische bedrijven (versneld) toeneemt en daarmee het aantal VAB’s en bijbehorende percelen. hectares 80000 70000
Toekomstige ruimtevraag
60000 50000
Huidige omvang regio amersfoort
40000 30000
Deze benadering sluit aan bij de NOVIprincipes: het gebied centraal, combineren van functies, niet afwentelen op andere gebieden.
20000 10000 0
De toekomstige ruimtevraag (tot ca 2040) overstijgt de huidige omvang van de regio Amersfoort (totaal van buitengebied en stedelijke gebieden)
14
Standvan vande deregio regio––ruimteclaim ruimteclaimkwantitatief kwantitatief Stand 5.2 OPGAVE KWALITATIEF In het proces naar het Handelingsperspectief gaan we ontwerpend onderzoekend aan de slag met de ruimtevraag in de regio. Dat doen we gebiedsgericht: vanuit de opgaven en ambities in het gebied. Er worden drie landschapstypen onderscheiden: Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei en Eemland. Op deelgebied niveau benoemen we ambities, die soms tot ontwerpend onderzoek op kavelniveau worden uitgewerkt.
In de (traditionele) eendimensionale benaderingswijze van de ruimtevraag krijgen functies naast elkaar een plek. Door functiemenging en stapeling van programma kan ruimte bespaard worden, en wordt die ruimte tegelijkertijd interessanter
15
Als voorbeeld voor de aanpak van de gebiedsateliers is hierna een drietal ambities, per landschapstype één, in beeld gebracht. De ambities zijn willekeurig gekozen, maar wel voortgekomen uit de werksessies. Iedere ambitie is opgebouwd uit een aantal bouwstenen, die concreet gemaakt zijn met sturingsinstrumenten en financieringsbronnen. Per ambitie wordt zo inzichtelijk wat de grootste financieringsbronnen zijn en waar de gemeente(n) co-financieren.
A
ambitie “het buitengebied binnen voetbereik”
B C
ambitie “vanuit je achtertuin de heuvel op”
16
ambitie “natuurlijk en schoon beeksysteem”
EEMLAND
Voorbeeld ambitie Eemland “Het buitengebied binnen voetbereik”
D L E E B
Mogelijkheden voor financiering
R O VO Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
OV, fiets en wandelroutes naar natuurgebieden
Groene scheggen met routes tot diep in de wijken
Sturing: > Infrastructuur > Routers/ bewegwijzering > Programma langs routes
Sturing: > Infrastructuur > Bestemmingsplan
Grote recreatiegebieden verbinden met steden
Financiering
Financiering
Financiering
Privaat
Provincie
Definitie stadsranden
Sturing: > Bestemmingsplan
Privaat 17
Sturing: > Infrastructuur > Programmering
Financiering Provincie
Voorbeeld ambitie Gelderse Vallei “Natuurlijk en schoon beeksysteem”
D L E E B
Mogelijkheden voor financiering
R O VO Bouwsteen
Extensivering landbouw
Sturing: > Uitkoop piekbelasters > Stikstofnorm
Financiering Rijk
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
Ecologische waterkwaliteit verbeteren door natuurlijker beeksysteem
Verbreden beekdalen t.b.v. piekberging en waterafvoer vertragen
Chemische waterkwaliteit verbeteren
Sturing: > KRW > Grondaankoop
Sturing: > KRW > Grondaankoop
Financiering
Financiering
Waterschap Provincie
Waterschap Provincie 18
Sturing: > Uitstootnorm stikstof en fosfaat
Financiering Privaat
Voorbeeld ambitie Utrechtse Heuvelrug “Vanuit je achtertuin de heuvel op”
D L E E B
Mogelijkheden voor financiering
R O VO Bouwsteen
Meer infiltratie door ander type bos op heuvelrug Sturing: > Faunanorm > Co2-opslagdoelen > Peilbeheer > Bossenstrategie
Financiering Provincie Rijk
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
Bouwsteen
Klimaatmantels om steden
Water vasthouden in robuust en natuurlijk brongebied
Waterberging vergroten
Ontpaden en zonering recreatie (naar flanken)
Sturing: > Waterloop > Co2-opslagnorm > Stikstofnorm
Financiering Waterschap Provincie Rijk
Sturing: > KRW > Peilbeheer
Financiering 19 Waterschap
Sturing: > KRW > Peilbeheer > Aankoop gronden
Financiering Provincie Waterschap
Sturing: > Paden-infra > Bestemmingsplan
Financiering Privaat
5.3 FINANCIERING Financiering is noodzakelijk om hetgeen bedacht is, ook in de praktijk tot uitvoering te brengen. Hierbij is het vooral van belang om financiële middelen (dekking) beschikbaar te hebben. Uit eerdere studies die recent zijn uitgevoerd (waaronder Financiering Groen Groeit Mee) blijkt dat het aantal harde plannen voor natuur, landschap, water en recreatie beperkt is, in regio Amersfoort en Foodvalley. Er zijn maar enkele plannen waarvoor financiering rond is, en dit zijn veelal projecten uit natuurcompensatie (en dus eigenlijk geen extra groen maar vervanging van groen dat elders moest wijken). Een logische reactie is om te kijken welke financiering er beschikbaar is vanuit de overheid. Dit kan zowel de Rijksoverheid zijn, maar ook vanuit de EU zijn er fondsen beschikbaar waar gebruik van gemaakt kan worden.
Groen en natuur in het buitengebied is verbonden met veel verschillende ecosysteemdiensten en er zijn veel mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik, zoals ook in de Nationale Omgevingsvisie wordt gestimuleerd. In deze opgave is het daarom van belang te bekijken waar de kansen liggen om op aan te sluiten (koppelkansen) en welke partijen ook baat hebben bij de ontwikkeling van het buitengebied, zodat zij als co-financier kunnen optreden. In deze startnotitie gaan wij uit van de uniciteit van elk van de deelgebieden. Daarmee wordt er geen generiek financieringsverhaal gemaakt, maar wordt er naar een lokale inpassing toegewerkt aan de hand van uitvoeringsprogramma’s. Op het moment dat er financiering (voor delen van het programma) beschikbaar is, kan er gestart worden met de uitwerking ervan. Dit vraagt om een fasering en prioritering van de grotere opgave(n), niet alles kan in 1 keer uitgevoerd worden.
20
De doelen van het NPLG richten zich op: • Natuurherstel en natuurverbetering • Stikstofreductie • Landbouw • Waterkwaliteit • Klimaat en bodemdaling
6. handelingsruimte 6.1 SCOPE Het Handelingsperspectief gaat over het prioriteren en het combineren van de grote ruimteclaims die op het buitengebied van de regio Amersfoort liggen. Daarbij kijken we naar alle ruimtevragen en programma’s van het buitengebied zelf. Denk aan kringlooplandbouw, natuur&biodiversiteit, extensivering van landbouw en andere typen functies in het agrarisch gebied. Ook onderzoeken we de ruimtevraag die komt uit de stedelijke gebieden (energie, recreatie, cultuurhistorie, water, klimaatadaptatie) en die een plek kunnen of moeten krijgen in het buitengebied. Ook het buitengebied zelf heeft een ruimtevraag, denk aan kringlooplandbouw, natuur&biodiversiteit, extensivering van landbouw en andere typen functies in het agrarisch gebied. In het Handelingsperspectief worden de kerndoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied meegenomen en waar mogelijk geïntegreerd in het bredere perspectief en ambities in het Handelingsperspectief buitengebied.
Concreet: het NPLG geeft verplichte doelstellingen, in het Handelingsperspectief proberen we die te koppelen aan andere opgaven in het buitengebied. Op deze manier wordt betrokkenheid van de omgeving geclusterd: gebiedspartijen worden één keer betrokken en niet uit diverse hoeken meerdere keren. Het Handelingsperspectief is nadrukkelijk niet bedoeld als ruimtelijk kader of sturingsinstrument voor de woningbouw- en werklocaties. Dat hoort thuis in ‘regionaal programmeren wonen en werken’ van de regio. Het Handelingsperspectief betreft gemeente-overstijgende opgaven. Het schaalniveau van het perspectief is dat van de regio. In het uitvoeringsprogramma kunnen wel ruimtelijke ingrepen of financieringsmodellen op het schaalniveau van de gemeente (of kleiner) opgenomen worden. Sommige opgaven in de regio vinden hun oorsprong, danwel oplossing, buiten de regiogrens (bijvoorbeeld de waterkwaliteit in beekdalen). Het Handelingsperspectief kijkt waar nodig over de grenzen heen en zoekt
21
allianties. Keuzes en richting in het Handelingsperspectief worden zo veel mogelijk afgestemd met en aangesloten op trajecten die in hetzelfde gebied danwel aan dezelfde opgave in aangrenzende gebieden werken, o.a.: Gebiedsgerichte Aanpak provincies Utrecht en Gelderland, Foodvalley, Groen en landschap in Regio U10, Groen Groeit Mee en Rijksprogramma’s
or veranderingen in de gebieden leggen we op dit niveau door het voeren van persoonlijke gesprekken (de ukentafelgesprekken). We werken hier vaak met een bestuurlijke begeleidingsgroep.
e werken nog uit welke rol de provincie speelt in de uiteindelijke gebiedsprocessen
• • • •
Vijfheerenlanden Eemvallei Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Waarden
armee bedoelen we de rol naast de regisserende rol. Hoe we deze rol per gebiedsproces oppakken hangt ook af n de inzet van de medeoverheden en andere gebiedspartijen.
B. Regioniveau
mmige gebiedsprocessen werken al samen over de provinciegrens heen
We voorzien in regionale uitwerking van de opgaven en de wijze van uitvoering
e we hier samenwerken hangt af van de buurprovincie die in sommige gebiedsprocessen trekker is van de gave. Wij hebben voorkeur voor de ULG aanpak in het Utrechtse deel van deze gebieden.
We zien dat tussen het niveau van de gebiedsprocessen en het provinciale niveau een niveau nodig is. Dat blijkt uit de ervaringen met onder andere Agenda Vitaal Platteland. Dit regioniveau maakt het werken in de gebieden makkelijker en doelmatiger.
t rijk maakt in de NOVEX-gebieden afspraken met alle betrokken overheden
ze afspraken gaan over de opgaven in het landelijk gebied. U leest hier meer over in bijlage 1. Het rijk ontwikkelt g een invulling van dit partnerschap.
e gebruiken de aanpak in de gionale Veenweidestrategie als orbeeld
e planfase vraagt om specifieke start verkenning spraken en verschillende rollen. In de Uitvoeringsproces gebiedsplan gionale Veenweidestrategie worden de uitvoeringsplan gende fasen onderscheiden, zoals u Gebiedsproces uitvoering k ziet in figuur 2: nazorg • Startfase: eerste oriëntatie. • Verkennende fase: in gesprek met het gebied. • Planfase: met het gebied een Gebiedsplan opstellen; het Figuur 2 MogeLijke fasering in gebiedsprocessen vaststellen door Regio Stuurgroep en de betrokken partijen. • Aanlegfase: voorbereiding van de uitvoering en de echte uitvoering. • Nazorg: kennisdeling, monitoring, beheer en onderhoud.
Binnen deze regio’s gaan verschillende uitvoeringsprojecten lopen De sturing op het realiseren van de opgaven vindt op regionaal niveau plaats. De daadwerkelijke uitvoering (realisatie) vindt op het niveau van de gebiedsprocessen plaats.. Binnen een regio is wisseling in opgaven tussen gebiedsprocessen mogelijk als dit zorgt voor een beter doelbereik. Bijvoorbeeld als in het ene gebiedsproces kansen beter liggen voor de ene opgave en in het andere gebiedsproces weer betere kansen voor een andere opgave. Uiteindelijk kan dit ook leiden tot een verschil in doelbereik binnen de onderscheiden deelgebieden. Bij het regioniveau bouwen we voort op de Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied en de netwerksamenwerking in het programma Agenda Vitaal Platteland. We verdelen de provincie in twee regio’s (figuur 3): • Utrecht oost • Utrecht west
6.2 PARTICIPATIE
e remmen lopende gebiedsprocessen niet
lopen al veel gebiedsprocessen. Daar is vaak al goede samenwerking. Concrete resultaten worden binnenkort reikt. De invoering van de nieuwe ULG of discussies over gebiedsindelingen mogen die processen niet emmen. We stellen wel vragen vanuit de nieuwe regiosamenwerking zoals: dragen de processen goed bij aan de zamenlijke opgaven? Willen we bijsturen of aanvullen op onderdelen, als we verwachten dat deze processen nog t genoeg doelen bereiken?
uit: Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied Provincie Utrecht d.d. 29 november2022. Voorstel van regio’s en oruitlopend op de vaststelling van de ULG is de provincie vanuit de gebiedsgerichte aanpak voor het landelijk deelgebieden. Het grondgebied van regiowordt Amersfoort bied gestart met het maken van gebiedsagenda’s voor een aantal deelgebieden. In de gebiedsagenda’s integrale aanpak van de ULG al toegepast, gericht op de vijf noodzakelijke opgaven en worden de lopende biedsprocessenvalt op projectof ‘polder’-niveau, meerdere binnen de deelgebieden, geïntegreerd. Ook kunnen binnen hetsomsgebied “Eemvallei”.
elgebieden als raamwerk voor de gebiedsprocessen
basis van de gebiedsagenda nieuwe gebiedsprocessen binnen het deelgebied worden benoemd.
negen deelgebieden zijn een uitbreiding van de al in gang gezette gebiedsgerichte aanpak Stikstof (zie ook art figuur 3): • Vallei Utrecht • Veenweiden de Meije
Figuur 3 voorsteL indeLing van regio’s en tijdeLijke deeLgebieden
Uitvoeringsstrategie LandeLijk gebied | 17
Inhoudelijke afstemming en uitwisseling tussen Handelingsperspectief en Gebieds Gerichte Aanpak provincie Utrecht
22
In de eerste helft van 2023 organiseren we een atelierweek in elk van de drie gebieden. De serie wordt afgetrapt met de regionale raadsbijeenkomst in maart. Utrechtse Heuvelrug is als eerste aan de beurt in maart, daarna volgen Gelderse Vallei in april en Eemland in mei. In de gebiedsateliers vindt het ontwerpend onderzoek plaats met de diverse gebiedspartijen. Wanneer expertise op een thema nodig is, of inspiratie van buitenaf, halen we die het atelier in. In aanloop naar de gebiedsateliers doen we een uitgebreide stakeholdersanalyse. Partijen uit de volgende domeinen zullen betrokken worden (niet uitputtend): klimaat, landschapsbeheer, bewoners, cultuurhistorie, recreatie, landbouw, water, financiële sector, ontwikkelaars, energie en grondeigenaren. Tijdens de gebiedsateliers gaan we in een aantal themasessies dieper op een opgave in. Bijvoorbeeld de toekomst van de landbouw, en financiële strategieënkomen aan de orde. Tevens wordt bepaald wat ieder voor zich kan doen, waar samenwerking op nodig is, waar meekoppelkansen zich bevinden en waar andere
financieringsbronnen voor moeten worden gezocht. De ateliers zijn ook de plek waar raadsen statenleden binnen kunnen lopen om een indruk te krijgen van wat er in de ateliers besproken en geschetst wordt. Elk gebiedsatelier eindigt in een ‘tentoonstelling’, een weergave van al het werk dat die week geproduceerd is. De stuurgroep wordt uitgenodigd om de tentoonstelling te bekijken en te voorzien van reflectie en aanscherping. De gebiedsateliers vinden plaats op representatieve locaties, met een open karakter zodat het werk goed zichtbaar is. Bij voorkeur vinden op deze locaties ook de projectteam- en stuurgroep vergaderingen
DAG 1 GEBIEDSEXCURSIES
plaats. De ateliers zijn openbare plekken waar inwoners en andere geïnteresseerde partijen mee kunnen doen. Dat doen wij door interactieve werksessies op gezette momenten, met veel beeldmateriaal waarbij mensen hun mening kunnen geven en zelf aan de slag kunnen. 6.3 KEUZES Het eindresultaat van het Handelingsperspectief is een perspectief voor het buitengebied waarin ruimtevragers zijn geprioriteerd en waar mogelijk gecombineerd. Inzichtelijk is waar en hoe het areaal natuur, recreatie, landbouw, klimaatadaptatie, water, cultuurhistorie
DAG 2 OPEN ATELIER
DAG 3 THEMASESSIE • toekomst landbouw
en energie een plek heeft en hoe die zich tot elkaar verhouden. De keuzes en mogelijkheden die in het traject naar het Handelingsperspectief naar boven komen (ruimtegebruik, prioritering, fasering), worden in de stuurgroep Handelingsperspectief besproken. De stuurgroep legt de keuzes voor bij het Bestuurlijk Overleg regio Amersfoort. De colleges van de gemeenten en provincie en het dagelijks bestuur waterschap nemen de besluiten. Het Handelingsperspectief wordt ter vaststelling aangeboden aan alle raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap.
DAG 4 OPBOUW TENTOONSTELLING
UITWERKING
OPEN ATELIER
VERWERKING IN REGIOBREED PERSPECTIEF
ONTWERPSESSIE
VOORWERK THEMASESSIE • water
THEMASESSIES • financiering • recreatie
• experts • stakeholders • jongeren/ • scholieren
• BVR/Ecorys • ambtelijke project groep • stakeholders 23 • ambtelijke projectgroep • bv olv een boswachter
DEBATAVOND
PRESENTATIE OPBRENGSTEN
• bewoners • ondernemers • passanten • stuurgroeplid
• bewoners • ondernemers • passanten • ambtelijke projectgroep • stuurgroeplid
7. route naar een Handelingsperspectief
24
7.1 VOORBEREIDING EN KENNISMAAND De tijd tussen besluit startnotitie en start atelierweken zetten we in voor een kennismaand waarin we verdiepen op de transitie van de landbouw. De complexiteit van dietransitie vraagt om aanvullende kennis op dit thema. Wat is een fundamenteel andere landbouw? Wat kent dat als ambitie voor 2040? Wat is de huidige situatie, welke ontwikkelingen spelen er en wat is er nodig om de fundamenteel andere landbouw te realiseren (bijvoorbeeld qua ruimtegebruik)?
• Nationaal: voor duiding van de opgaves die uit de nationale programma’s komen (kwaliteitsnormen, stikstofdoelen etc.) kan kennis gehaald worden bij de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie; • Regionaal/provinciaal: Voor de kansen en opgaven op regionale schaal een partij als de WUR ingeschakeld worden. Zij hebben eerder voor regio Amersfoort en Foodvalley in beeld gebracht wat de ruimtelijke consequenties zijn van de landbouwtransitie, dit kan een meer locatiegerichte uitwerking zijn. • Lokaal: Regio Amersfoort en Foodvalley werken samen aan Functieveranderingsbeleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). Deze tussenperiode gebruiken we om de gebiedsateliers goed voor te bereiden, in samenwerking met de ambtelijke projectgroep.
25
Verder doen we in samenwerking met de communicatiemedewerkers van de regio en gemeenten een uitgebreide stakeholdersanalyse. Zo hebben we vooraf goed in beeld wie we waarop willen bevragen en wat de belangen en schuurpunten zijn.
7.2 GEBIEDSATELIERS EN ONTWERPEND ONDERZOEK (jan – juni 2023) Na (het vaststellen van) de startnotitie (fase 1) gaan we in de volgende fasen (fase 2 en 3) een verdere verdieping toepassen. Om tot een handelingsperspectief te komen, hanteren we de methode van ontwerpend onderzoek. Dat betekent werken door de schalen heen en schakelen tussen abstracte beleidsdoelen en concrete ruimtelijke ingrepen in een gebied. Daarvoor zetten we de methode van scenarioplanning in: we schetsen verschillende beeldende en communicatieve perspectieven voor het buitengebied. Bijvoorbeeld: hoe ziet het buitengebied eruit vanuit het perspectief natuur inclusief en lokaal ondernemen? Welke strategische keuzes horen daarbij? Een ander perspectief kan zich baseren op juist een productie gedreven wereld waarin technische innovaties sturend zijn. Het doel is niet één perspectief te kiezen maar om bouwstenen te vinden voor het totaal. Dat levert inzicht in de mogelijkheden
voor het combineren van functies, noodzakelijke keuzes, volgordelijkheid, etc. De verschillende perspectieven lenen zich goed voor meningsvorming, zij vormen de basis voor het gesprek in de Gebiedsateliers. In de eerste helft van 2023 organiseren we drie atelierweken, één ik elk van de drie gebieden. Deze vormen het hart van de aanpak. De gebiedsateliers worden door BVR en Ecorys, in samenwerking met de projectgroep grondig voorbereid. Na ieder atelier volgt een periode van uitwerking van de resultaten die zijn opgehaald. Hier vindt het integrale gesprek plaats over de ruimteclaims en de belangen en hoe die elkaar in de weg zitten, of juist kunnen versterken. Na de drie gebiedsateliers sluiten we de inhoudelijke verdieping af met een integratieatelier (juni) waar alle inzichten en kennis samenkomen tot één samenhangend verhaal voor het buitengebied regio Amersfoort.
26
7.3 VAN CONCEPT NAAR DEFINITIEF HANDELINGSPERSPECTIEF (juli – dec 2023) In de ‘testfase’ worden allereerst deelnemers aan de gebiedsateliers gevraagd om te reflecteren op de bevindingen uit de gebiedsateliers. Daarna wordt het concept Handelingsperspectief, inclusief uitvoeringsprogramma en participatie rapport aan raden, staten en het waterschap gepresenteerd (informatieve bijeenkomst). Met de feedback uit de raden en staten scherpen we het product aan en is het Handelingsperspectief klaar voor vaststelling in de raden, staten en AB waterschap. Eind 2023 heeft regio Amersfoort een integraal en uitvoeringsgericht Handelingsperspectief.
7.4 TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN BVR Adviseurs en Ecorys zijn verantwoordelijk voor het opstellen van het Handelingsperspectief. Zij zijn de inhoudelijke aanjagers v an de gebiedsateliers en verantwoordelijk voor tussenresultaten en het eindresultaat: een Handelingsperspectief buitengebied, uitvoeringsprogramma, participatierapport en netwerk van stakeholders. De ondersteuning wordt verzorgd door het regiobureau Amersfoort met (in ieder geval): communicatie, contacten met stakeholders, organisatie van ambtelijke en bestuurlijke bijeenkomsten, locaties en catering.
27
Stuurgroep Huib van Essen (gedeputeerde provincie Utrecht) Mirjam Sterk (gedeputeerde provincie Utrecht) Henk-Jan Molenaar (wethouder Woudenberg) Rutger Dijksterhuis (wethouder Amersfoort) Frans ter Maten (heemraad waterschap Vallei & Veluwe) Kernteam Willem van der Stelt (regio Amersfoort) Anja de Wit (provincie Utrecht) Marinke Kruijt (provincie Utrecht) Marjolein Braam (provincie Utrecht) Marjolein van Steen (gemeente Amersfoort) Jose Duindam (regio Amersfoort) Ambtelijk overleg ruimte en ambtelijk overleg landelijk gebied
Colofon De Startnotitie Handelingsperspectief buitengebied voor de Regio Amersfoort is een ontwerp van BVR adviseurs ruimtelijke ontwikkeling in opdracht van Regio Amersfoort. Rotterdam, december 2022 Aan dit ontwerp kunnen geen rechten worden ontleend. Alles uit deze uitgave mag worden gebruikt mits de bron wordt vermeld: BVR adviseurs 2022 Voor aanvullende informatie kunt u contact opnemen met Anouk Distelbrink, anouk.distelbrink@bvr.nl Teksten, beelden en lay-out: BVR Adviseurs
28