CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

SM 1177249 Antenne onderzoek

Commissie Samenleving 20 april 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Presentatie het Antenne-onderzoek (kwalitatief onderzoek naar het gebruik van alcohol en drugs)1.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke mededeling Nummer 1177249 - Schriftelijke mededeling Antenne onderzoek Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: P. van Asselt Beleidskader: volksgezondheid Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: N.M Ruizendaal Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: n.ruizendaal@bunschoten.nl Datum: 27 maart 2023 Aanvullende stukken 1. Titel: Alcohol, drugs en opgroeien in Bunschoten Bijlagen digitaal beschikbaar: ja. Ter inzage: Mededeling In de commissie Samenleving van 20 april 2023 wordt een presentatie gegeven over het Antenneonderzoek. Bij deze presentatie hoort het rapport ‘Alcohol, drugs en opgroeien in Bunschoten’. Met deze schriftelijke mededeling informeren we u over de uitkomsten van dit rapport. Aanleiding In november 2021 is door het college het actieplan ‘Laat ze niet (ver)zuipen’ vastgesteld (zie schriftelijke mededeling 1166207). Dit naar aanleiding van het vorige coalitieakkoord. De ambitie in dit actieplan is dat er minder overmatig en zwaar gedronken wordt in de gemeente. Het actieplan sluit aan bij het Preventieakkoord Bunschoten. Er zijn drie speerpunten in het actieplan opgenomen, afgeleid van de succesvolle aanpak in IJsland: - Verhogen van de ouderbetrokkenheid; - De omgeving van jongeren meer betrekken: school, ouders/ opvoeders, kerken en vrije tijd setting, sportverenigingen, welzijn/ jongerenwerk, etc.

- Vergroten van het inzicht in alcohol en drugsgebruik onder jongeren in Bunschoten (o.a. de waarom-vraag) beantwoorden. Om dit laatste speerpunt te realiseren, is er in het voorjaar van 2022 een Antenne-onderzoek in onze gemeente uitgevoerd. Kwalitatief onderzoek Het Antenne-onderzoek is een kwalitatief onderzoek naar het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren en jongvolwassenen. De onderzoeker heeft uitgebreide interviews gehouden met elf sleutelinformanten die vanuit verschillend perspectief over de leefwereld van jongeren uit het dorp vertellen. Vijf sleutelinformanten reflecteren hierover als professional (sociaal werker, predikant, onderwijscoördinator, wijkagent en maatschappelijk hulpverlener) en vanuit het contact die elk van hen in die hoedanigheid heeft met jongeren. Daarnaast geven zes jongeren (geworven via een flyer) meer inzicht over de jongerencultuur in het dorp en de rol die alcohol- en drugs daarin speelt. Niet alle jongeren die werden geïnterviewd hebben ervaring met drugs, maar wel met alcohol. In tegenstelling tot professionals vertellen jongeren meer van binnenuit over opgroeien in het dorp, school, werk en hun vrijetijdsbesteding met vrienden. Het onderzoek is niet representatief voor alle jongeren en jongvolwassenen in de gemeente.

Het gaat vooral om verhalen en impressies van jongeren die dicht bij de leefwereld staan van risicogroepen of daar zelf deel van uitmaken. Met dit onderzoek ontstaat meer inzicht in de jongerencultuur en riskant middelengebruik in onze gemeente. Met de uitkomsten kan de gemeente met de betrokken partijen nieuwe stappen zetten in de lokale aanpak van alcohol- en drugsproblematiek. Uitkomsten

Uit het onderzoek komt het volgende naar voren: 1. Mentaliteit en cultuur Het dorp heeft een sterke lokale economie die veel werkgelegenheid biedt en voor jongeren goed betaalt. De cultuur is gericht op hard werken, doorzetten en onderlinge solidariteit. In een werkcultuur van doorgaan en niet opgeven, is weinig ruimte voor het eigen gevoelsleven. Het maakt het moeilijker om hulp te vragen, ook in het besef dat het tonen van ‘zwakte’ je kwetsbaarheid vergroot. Dit kan funest uitwerken bij jongeren en jongvolwassenen die een problematisch patroon van middelengebruik hebben ontwikkeld. 2. Brede acceptatie alcohol Maathouden en grenzen stellen wordt, vooral bij jonge werkende mannen, moeilijk gevonden. Dit blijkt ook uit landelijk onderzoek dat aantoont dat alcoholgebruik en risico op alcoholproblemen onder mannen in sommige sectoren van de beroepsbevolking relatief hoog zijn. Factoren die hier invloed op hebben en die grotendeels ook gelden in het dorp zijn: beschikbaarheid van alcohol op het werk sociale druk om te drinken - afwezigheid van toezicht - een hoog of laag inkomen - bescherming door collega's - werkdruk, stress en gevaarlijke situaties - zwaar, warm of stoffig werk - ploegendienst en/of onregelmatige werktijden – verveling.

Uit cijfers van de GGD regio Utrecht blijkt dat het percentage jongeren uit Bunschoten dat alcohol drinkt de laatste tien jaar weliswaar fors is gedaald van 49% in 2011 naar 35% in 2021, maar nog steeds significant hoger ligt dan het regionale gemiddelde van 25%. Het ontkennen van gezondheidsrisico's bij alcoholgebruik speelt bij veel ouders/ volwassenen een rol. Het stellen van regels en grenzen naar jongeren blijft lastig. Er is weinig inzicht in het werkelijke alcoholgebruik, zelfs in thuissettings (m.n. veranda's) waar jongeren drinken. Jongeren bevestigen dit beeld en geven ook aan dat zij vaak al op vroege leeftijd in aanraking zijn gekomen met alcohol. 3. Drugsgebruik in perspectief In sommige groepen worden ook andere middelen dan alcohol gebruikt. Bij het middelengebruik doet zich een tweedeling voor bij jongeren en jongvolwassenen: zij die voornamelijk drinken (en soms ook roken of blowen) en een kleinere groep jongeren die ervaring heeft met ecstasy, amfetamine, 3-MMC en vooral cocaïne, maar ook bekend is met bijvoorbeeld ketamine, GHB en lachgas. De verhalen van en over jongeren komen in grote lijnen overeen met een onderzoek dat Kool in 2005 deed naar harddrugsgebruik onder jongeren in de gemeente Bunschoten, in de zin dat de meerderheid vooral recreatief drugs gebruikt, meestal op speciale momenten en in het weekend.

Echter, er zijn verschillen tussen toen en nu, zoals een groeiende acceptatie en bereidheid om te experimenteren, een gevarieerder en toegankelijker aanbod op de drugsmarkt, een toegenomen invloed van de georganiseerde misdaad op het platteland en jongeren worden minder snel gezien als verslaafd. 4. Ontsporing drugsgebruik Uit het beeld dat naar voren komt, kunnen we zeggen dat er geen sprake is van een collectief drugsprobleem, omdat een substantieel deel van de jongeren geen drugs gebruikt. Bij degenen die dat wel doen, is het gebruik vaak niet persisterend. Voor de meeste jongeren is drugsgebruik een fase die hoort bij adolescentie en jongvolwassenheid. Echter, er zijn ook groepen met een frequenter en heviger gebruikspatroon met bijbehorende gezondheidsrisico's en gezinsproblematiek (verslaafde ouder, huiselijk geweld, etc.). Cocaïne is de rode draad tussen alle drugs, waar jongeren al op vroege leeftijd mee in aanraking komen. Het gebruik van cocaïne wordt onderschat vanwege de aanvankelijke voordelen, maar kan leiden tot afhankelijkheid zonder nog enig geestelijk of lichamelijk genot te beleven aan het middel. Aanbevelingen Gelet op de onderzoeksresultaten zien we dat we vooral moeten investeren in het tegengaan van alcoholmisbruik. Onderstaande aanbevelingen worden in het rapport gedaan.

Daarbij staat vermeld wat er op dit punt al gedaan wordt en wat er verbeterd kan worden. Op pagina 57 in het rapport staan de aanbevelingen uitgebreider beschreven. 1. Naar een brede aanpak en samenwerking

Werk een gezamenlijk alcoholplan uit met een krachtige slogan die door alle maatschappelijke instituties vanuit een gemeenschappelijk belang gedragen wordt, namelijk een gezonde toekomst voor minderjarigen en volwassenen. Doel is zo groot mogelijk draagvlak krijgen. Wat hebben we al? - Preventieakkoord Bunschoten: akkoord dat is gesloten door meer dan 30 partijen waarin alcohol en drugs belangrijke thema's zijn; - Actieplan ‘Laat ze niet (ver)zuipen; - Gezamenlijke aanpak en samenwerking (Stuurgroep Preventie Middelengebruik: De Boei, GGDrU, Jellinek, Waypoint en gemeente) - Breed Preventieoverleg (overleg en afstemming tussen de eerdergenoemde partijen en de lokale partijen die betrokken zijn bij dit thema, zoals Moedige Moeders, ReWi, Spakenburg United) Wat kan beter? - Aanpak meer verbreden door betrekken horeca en verkooppunten van alcohol; - Krachtige slogan/ communicatieplan - Inzet positieve rolmodellen 2. Bemoeilijk verkrijgbaarheid en toegankelijkheid alcohol Krachtiger optreden tegen de makkelijke verkrijgbaarheid van alcohol die buiten de horeca, bijvoorbeeld in sportkantines, wordt geschonken aan jongeren. Kritischer kijken naar de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol aan minderjarigen (winkels en slijterijen) en scherper controleren op leeftijd bij jongeren in de horeca en evenementen.

Wat doen we al? - Er is regelgeving en handhaving - Drooglegging tijdens de derby Wat kan beter? - Meer controle op leeftijd en doordrinken in horeca en sportkantines - Meer controle bij winkels en slijterijen op de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol - APV aanpassen op schenktijden alcohol bij paracommerciële rechtspersonen 3. Meer toegang tot laagdrempelige hulp en meer investeren in nazorg In de laagdrempelige hulpverleningssfeer kunnen jongeren baat hebben bij het inzetten van een ervaringswerker die naturel en geloofwaardig overkomt. Ook rolmodellen kunnen inspirerend zijn voor het ontwikkelen van een positiever zelfbeeld. Met de ondersteuning van een vertrouwenspersoon creëer je een veilige omgeving voor jongeren waar ze op moeilijke momenten terecht kunnen. Daarnaast moet de organisatie van de nazorg beter worden afgestemd. Er zijn te weinig succesverhalen van jongeren die na het afkicken voor langere tijd sober blijven. Wat doen we al? - Straatwerk De Boei - Alternatieve activiteiten voor jongeren zoals Sport, Eat en Fun en de zaterdagavonden bij De Bron - Nazorg: ondersteuning netwerk/ systeem via De Boei en de inzet van Waypoint Wat kan beter? - Ondersteunen van informeel netwerk - Aandacht voor cultuur waarin hulp vragen lastig is - Wijkteams en zorgnetwerk betrekken in nazorgketen - Meer ondersteuning aan Waypoint 4.

Meer (opvoed)ondersteuning en informatie/ voorlichting over alcohol en middelengebruik in directe, sociale en werkomgeving. Hierbij gaat het om meer opvoedondersteuning om het gevoelsleven en de behoefte van jongeren aan emotionele verbondenheid te verbeteren, voorlichting aan ouders van minderjarigen gericht op de

verandacultuur en speciale voorlichting voor werknemers en werkgevers over de gezondheidsrisico's als gevolg van structureel lange werkdagen en weinig slaapuren. Wat doen we al? - Ondersteuning voor naasten van verslaafden - Opvoedondersteuning algemeen via o.a. De Boei - Helder op School (via Voorgezet onderwijs) - Oudercomité Glashelder - Mantelzorg ondersteuning - Bijeenkomsten voor kinderen van verslaafde ouders (Kopp-KOV) - Bewustwordingscampagnes Zien drinken doet drinken en IkPas Wat kan beter? - Opvoedondersteuning specifiek op middelengebruik - Interventies in bedrijven i.v.m werktijden en belasting jongeren Vervolg Dit alles is niet binnen de huidige middelen te realiseren. De bovengenoemde aanbevelingen sluiten aan bij de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO, voorheen IJslands model genoemd). Hier zijn kosten aan verbonden. Het Trimbos-instituut geeft aan dat ondersteuning bij de implementatie ca. 15.000 euro per jaar kost. Daarnaast zal er binnen de gemeente een team met voldoende capaciteit moeten worden vrijgemaakt voor projectleiding, aanjagen van samenwerking, communicatie en organisatie en facilitering van bijeenkomsten. Het Trimbos raadt aan om 1,5 – 2,5 FTE beschikbaar te stellen voor een kernteam, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Hiervan is 0,6 FTE bedoeld voor een projectleider.

Daarnaast is het noodzakelijk om jaarlijks budget te reserveren voor het opzetten en uitvoeren van preventieactiviteiten in het kader van deze aanpak. Twee jaar geleden is er een werksessie met de commissie Samenleving geweest. Doel was duidelijkheid krijgen over de richting die de commissie op wilde voor het actieplan ‘Laat ze niet verzuipen’. Toen had een meerderheid de voorkeur om door te gaan met de huidige aanpak en niet voor het IJslands model. Er is 20.000 euro beschikbaar gesteld door de raad voor de uitvoering van het actieplan ‘Laat ze niet verzuipen’. Deze middelen zijn onvoldoende voor een aanpak als hier wordt voorgesteld. Doorgaan op de huidige weg brengt de oplossing onvoldoende dichterbij. De Stuurgroep Preventie Middelengebruik kan de aanbevelingen verder uitwerken in een plan. Het staat of valt met voldoende financiële middelen voor de uitvoering. In het Beleidskader Sociaal domein dat in december 2023 wordt voorgelegd aan de gemeenteraad, zal dit worden meegenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12629975/3