SM 1169732 bijlage Antwoorden provincie Utrecht vragen Convenant Duurzame Woningbouw
Tekst van het document
Vragen gemeente Bunschoten Graag zouden we van de provincie Utrecht antwoord willen ontvangen op drie punten. In hoeverre en in welke tijdsperiode zou gemeente Bunschoten uitwerking van het convenant kunnen verwachten op de punten: ‘ruimte voor maatwerk’, ‘financiering’ en ‘hoe woningcorporaties en lokale bouwbedrijven te betrekken in nieuwe verdienmodellen’? We wachten de beantwoording af om verdere stappen te bepalen. Een raadsbesluit is nodig om als gemeente Bunschoten het Convenant Duurzame Woningbouw te kunnen ondertekenen. De drie punten van gewenste uitwerking zijn hieronder toegelicht: 1. Het convenant geeft ruimte voor maatwerk. De gemeente Bunschoten zou graag concreter willen weten welke ruimte voor maatwerk het convenant geeft op het gebied van ‘comply or explain’ en deelname aan het leertraject. We zijn daarbij ten eerste benieuwd naar de uitwerking van het principe ‘comply or explain’. Zo zal bij de uitvoering van het toetsingskader ‘Brons’ bijvoorbeeld de prestatie-indicator ‘90% van de parkeernorm’ niet overal in Bunschoten wenselijk zijn en willen we weten welke uitleg voldoet. Reden hiervoor is bijvoorbeeld het gebrek aan openbaar vervoer voorzieningen dat niet in de invloedsfeer van de gemeente ligt. Het toetsingskader Brons zou een concrete invulling kunnen zijn om landelijke richtlijnen en doelstellingen te behalen.
We willen echter weten of we van de prestatie-indicatoren bij BENG 3 en MPG, waar al wettelijke normen voor zijn op het gebied van duurzaamheid, zouden kunnen afwijken als ze belastend zijn voor inwoners en bedrijven. Daarnaast zouden we, ondanks dat we op 23 juni 2022 niet ondertekenen, graag de ontwikkelingen van het leertraject willen volgen. Gemeente Bunschoten is een relatief kleine gemeente, zit nog in de startfase van duurzaamheidsbeleid ten opzichte van veel andere gemeenten in de provincie en dit is terug te zien in de capaciteit. We zouden graag willen weten of we op ambtelijk niveau kunnen deelnemen in het leertraject over de hoofdlijnen en waarbij we op de hoogte blijven over de ontwikkelingen in plaats van intensieve deelname in de uitwerking van vraagstukken. Antwoord: Het comply or explain principe van het convenant onderstreept dat we het vooral belangrijk vinden dat er voorafgaand aan het bouwproces goed nagedacht wordt over wat wel haalbaar is, en wat wellicht niet. Door vooraf hogere duurzame ambities te stellen wordt het makkelijker deze in een project op te nemen en daadwerkelijk tot realisatie te laten komen. In het convenant is dan ook gekozen voor indicatoren en geen harde eisen. Hiermee willen we uitdragen dat het gaat om de duurzame ambities die je hebt als gemeente of bijvoorbeeld bouwende partij.
Dat het dan niet lukt om op alle fronten volledig te zijn, is naar onze mening, onderdeel van het (leer-)proces. Allereerst, de parkeernorm is een norm die de gemeente zelf stelt. Het convenant wil ervoor zorgen dat er goed gekeken wordt of de huidige parkeernorm nodig en wenselijk is in elke nieuwe ontwikkeling. Wanneer geconcludeerd wordt dat de 90% van niveau brons uit het convenant niet te waarborgen valt, is daar in het voortraject van een project (als het goed is) goed over nagedacht. Wat betreft de MPG en BENG normen. Het klopt dat hier al landelijke wet- en regelgeving voor is opgesteld, maar met deze normen gaan we de afspraken van Parijs 2050 niet halen. Daarom is ervoor gekozen deze normen al aan te scherpen. Het niveau brons wordt eigenlijk in alle nieuwe projecten al toegepast en is dus niet zo spannend. Op niveau zilver wordt het iets spannender, niet omdat de normen niet haalbaar zijn. Wel omdat de MPG en de BENG nauw met elkaar verbonden zijn. Hier loopt een landelijke discussie over. Materiaalkeuze is hierin zeer van belang;
biobased materialen heffen kunnen bijdragen in een hogere BENG bijvoorbeeld. In het leertraject zullen we hier ook nadrukkelijk aandacht op vestigen. Ook voor dit onderdeel is het dus van belang dat je vroeg in het proces met elkaar bespreekt en bepaald wat belangrijk is. En dan kan er eventueel afgeweken worden, al is onze mening dat brons zeer goed haalbaar is. Ook als de gemeente Bunschoten besluit om nog niet te tekenen, overigens is het tekenmoment uitgesteld naar 29 september, is het mogelijk om via ons platform www.toekomstbestendigbouwen.nl te volgen. Op onze website gaan we naast nieuwsberichten, ontwikkelingen en vorderingsdocumenten ook standaarddocumenten uploaden waarmee we handvatten willen bieden aan bijvoorbeeld kleinere gemeentes. Denk hierbij aan standaard beleidsteksten, goed voorbeelden van tender uitvragen, voorbeeldprojecten. Het convenant heeft als doel om duurzamer, sneller en goedkoper te bouwen maar ook om de druk te verlichten bij de ambtenaren van gemeenten. Het zou ons daarom helpen om te weten wat jullie van ons als provincie nodig hebben, vanuit het convenant/het platform, om toch aan te sluiten bij het convenant. Wellicht dat we hierin elkaar kunnen vinden zodat we elkaar toch van benodigde informatie kunnen voorzien. 2.
De afspraak over het zoeken naar nieuwe verdienmodellen en het bieden van financiering is een voorwaarde voor het slagen van de betaalbaarheid van woningen. De kosten per onderwerp zien we in het toetsingskader graag compleet uitgewerkt, aangezien dat nu niet compleet is. Daarnaast hebben we hulp nodig bij het zoeken naar nieuwe verdienmodellen, financiering om betaalbare duurzame nieuwbouwwoningen te garanderen. Antwoord: Het opstellen van een overzicht van wat de meerkosten per onderdeel zullen zijn is erg complex en aan verandering onderhevig. We gaan daarom niet een volledig overzicht uitwerken. We onderstrepen in het convenant de boodschap dat duurzaamheid later in een project toevoegen altijd duurder is dan wanneer het vanaf de initiatiefase wordt meegenomen. Met het aanpassen van het verdienmodel bedoelen we dat we de manier waarop we gaan kijken naar kosten dus anders gaan benaderen. Momenteel wordt er vaak gerekend met de bouwkosten van een project en worden de kosten van beheer, onderhoud en eventueel toegevoegde waarde aan de omgeving niet meegenomen in de totale kosten van een project. Waar we vanuit het convenant op gaan sturen is dat er voor de kosten van projecten gekeken gaat worden naar de TCO, ofwel Total Cost of Ownership. De WUR doet onderzoek naar de Total Cost of Ownership bij duurzame bouw.
De TCO is naar verwachting bij duurzame (woning)bouw lager dan bij traditionele bouw. Bij duurzaam bouwen is de investering die aan de voorkant gedaan wordt wellicht wel groter, maar deze wordt naar verwachting uiteindelijk terugverdient. Dit willen we tijdens het leertraject ook verder onderzoeken. Welke maatschappelijke baten heeft duurzaam bouwen, en hoe kunnen deze worden meegenomen in de investeringskosten voor ontwikkelaars. Al met al is het dus de verwachting dat het op lange termijn goedkoper is om woningen gelijk duurzaam te bouwen én het bijdraagt aan de leefomgeving van bewoners van een gebied. Omdat we ons realiseren dat er aan de voorkant een grotere investering gedaan moet worden gaan we kijken welke nieuwe financieringsmogelijkheden er zijn. Dit wordt gedurende het leertraject verder onderzocht. We hopen uit de eerste toepassingen van het convenant inzicht te krijgen waar de grootste behoefte ligt gezien financiering zodat we die verder kunnen onderzoeken.
3. Het leertraject dient handvaten te bieden hoe lokale bouwbedrijven, woningcorporaties en andere belangrijke partijen te betrekken over nieuwe verdienmodellen. Lokale bouwbedrijven geven aan te kunnen werken met het convenant, maar landelijke normen te prefereren en niet allen de kennis en tijd te hebben voor nieuwe verdienmodellen voor betaalbare duurzame nieuwbouwwoningen. Vanwege de vele verschillende vergelijkbare convenanten in het land geven sommige bouwbedrijven aan het convenant niet te gaan ondertekenen. Lokale woningcorporaties geven aan graag te zijn betrokken in de totstandkoming van het convenant en maken zich zorgen over de betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen. Nieuwe financieringsconstructies zijn nodig als handvaten voor de overleggen met deze en andere belangrijke partijen. Antwoord: De voorkeur voor landelijke eisen begrijpen we volledig en dat is uiteindelijk ook de ambitie van het convenant! Juist daarom hebben we ook de Afspraken Klimaatadaptief bouwen en de indicatoren van Het Nieuwe Normaal opgenomen. Wat we dus doen is die verschillende initiatieven bij elkaar brengen zodat je niet steeds weer een nieuw convenant krijgt. Inmiddels zijn we volop met het ministerie van BZK in gesprek om te kijken hoe we met het convenant input kunnen geven voor landelijke- wet en regelgeving die aangekondigd zijn. Vanuit het rijk/BZK is hierop zeer positief gereageerd.
Gedurende het leertraject zullen zij een van de partijen zijn waarmee we nauw gaan samenwerken. Dat betekent dat met deelname aan het convenant je als partij direct input levert aan die aanpassing van de wet- en regelgeving. Daarnaast zoeken we de samenwerking verder op met al bestaande initiatieven als Het Nieuwe Normaal en de Citydeal Circulair en Conceptueel bouwen. Ook het standpunt van de woningcorporaties kunnen we begrijpen. Voor het leertraject is het de bedoeling dat de ‘bestuurlijke kopgroep’, ofwel de groep initiatiefnemers, uitbreiden. Dit doen we niet enkel omdat we onze samenwerking met de MRA willen vergroten, maar ook om meer diversiteit te creëren in deze groep. Ons voornemen daarbij is om ook de woningcorporaties een duidelijke ‘stem’ te geven. Verder is het zo dat we het leertraject willen invullen met de vragen van de ondertekenende partners. Wanneer de corporaties aansluiten en meedoen aan het leertraject kunnen zij input leveren aan en/of voor de evaluatie en monitoring van het convenant. De input van woningcorporaties is essentieel om het convenant óok werkbaar voor hen te krijgen. Zonder hun input, weten wij ook niet waar hun behoeftes liggen.