SM 1168540 bijlage Integraal beleidskader Sociaal Domein 2019 - 2022
Tekst van het document
Daling % drugsgebruik wiet/ hasj 18Daling % ooit harddrugs gebruikt 19+ Daling % ouders dat het ouderschap als een zware belasting ervaart % ouders dat vaak/(bijna) altijd zorgen heeft over de opvoeding, gedrag en ontwikkeling van het kind daalt Daling aantal jeugdigen in leerlingenvervoer % jongeren met jeugdbescherming gelijk aan of minder dan landelijk Daling % jongeren met jeugdhulp met verblijf Toename aantal lokale pleeggezinnen en gezinshuizen
Bron Jaarverslag BBS Taalhuis Bunschoten Jaarverslag uitvoerder Jaarverslag uitvoerder
Werkelijk 2017 37 32 (start 2de helft)
Streefwaarde 2022 100 75
6
10
28
25
wsjg
906
1000
Jaarverslag BBS
3
0
wsjg/burgerpeiling
8,43
>8,43
(nog) onbekend
7
wsjg
18,9
18,5
DWH
onbekend
6 weken
jaarverslag subsidies
geen
8
jaarverslag De Boei
160
200
wsjg
32,2
30
non bereik 113
non bereik 0
jaarverslag de Boei
Min SZW/VNG wsjg
1,6
1,5
Volwassenen: <14,5% Senioren: <14%
12/13
GGD
50
75
GGD Monitor
40,0
45
GGD Monitor
60,0 / 71,8
70 / 80
GGD Monitor
10,0
< 10,0
GGD Monitor
47,0 / 66,2
< 47,0 / 66,2
GGD Monitor
31,0
28
GGD Monitor GGD Monitor
1,0 8
<1,0 7
GGD Monitor
6%
4,5%
GGD Monitor
7,4
6,5
Administratie
162
154
wsjg
0,6
0,6
wsjg
0,7
0,7
DWH
(nog) onbekend
?
GGD Monitor
22
5. Financiering, sturing, bekostiging en inkoop In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein. De middelen voor het Sociaal Domein die voorheen nog via een integratie uitkering binnen de algemene uitkering zichtbaar waren worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Dit nieuwe beleidskader Sociaal Domein 2019-2022 is daarom ook belangrijk, omdat hier in wordt aangegeven welke middelen nodig zijn voor een goede uitvoering van de taken in het Sociaal Domein. Het beleidskader Sociaal Domein 2019 - 2022 wordt aan de raad aangeboden met herijking van het beleid. Eén van de belangrijkste onderdelen is de vraag om investeringen in de basiszorginfrastructuur waardoor er meer ingezet kan worden op preventie en vroeg signalering zodat voorkomen wordt dat problemen ontstaan of erger worden. Zowel in 2016 als in 2017 waren er tekorten op de budgetten in het Sociaal Domein, die voornamelijk veroorzaakt werd door niet-beïnvloedbare factoren op het gebied van de jeugdzorg en dagbesteding. De inkoop voor 2018 kwam ook hoger (€ 0,5 miljoen) uit dan geraamd. Deze zijn voorlopig gedekt door herschikking van budgetten in Sociaal Domein en anderzijds voor een deel uit de stijging van het accres voor 2018. De prognose op basis van de bestedingen in 2018 laat opnieuw een stijging zien van zo’n 10%. De Commissie Samenleving is daarover geïnformeerd9.
Als kader voor de inkoop 2019 is uitgegaan van de cijfers voor 2017 die worden gecorrigeerd met groei en inflatie. Het totaalbudget voor de inkoop ligt rond de € 4,2 mln. In meerjarenperspectief worden extra middelen gereserveerd voor volumeontwikkeling en loon- en prijsaanpassing sociaal domein. Die bedragen worden in eerste instantie toegevoegd aan de egalisatiereserve Sociaal Domein (oplopend van € 200.000,- in 2020 tot € 600.000,- in 2022). Dit is besloten bij de vaststelling van de kadernota begroting 2019. De raming van de eigen bijdrage wordt verder naar beneden bijgesteld tot € 50.000,-, omdat de regelgeving door het Rijk is aangepast waardoor het vragen van een eigen bijdrage is beperkt. Hiervoor wordt door het Rijk 50% gecompenseerd via de algemene uitkering. Ook is rekening gehouden met de aanpassing van de tarieven huishoudelijke hulp en met een toenemend beroep door het beperken van de eigen bijdrage. Om de tekorten te beperken is investeren in de basiszorginfrastructuur nodig. Uitgegaan wordt van een extra investering van € 150.000,- die er aan bij moet dragen dat de kosten op termijn (binnen de meerjarenbegroting) worden beperkt. In de regio wordt gewerkt aan een business case waarin ook voorstellen worden gedaan om de kosten verder terug te dringen. Die ontwikkeling wordt vanuit inkoopbureau Amersfoort gevolgd. Bovenstaande geeft de grote contouren weer.
Actuele ontwikkelingen worden meegedeeld via Nieuwsbrief Sociaal Domein, memo’s of presentaties in de Commissie Samenleving. Hierdoor is het mogelijk om financiële ontwikkelingen actief te volgen. Tijdens de vaststelling van de kadernota en begroting kan jaarlijks op de financiën worden gestuurd. Inkoop: De samenwerkende gemeenten in de regio Amersfoort hebben met het vaststellen van de inkoopstrategie 2018 besloten om de jeugdhulp en Wmo vanaf 2019 opnieuw aan te besteden. Namens de regiogemeenten wordt de inkoop uitgevoerd door het Regionaal Inkoop-en Subsidiebureau (RISB). De regio Amersfoort heeft in samenwerking met de zorgaanbieders, sociale (wijk)teams en cliënten een nieuwe eenduidige productstructuur gerealiseerd die volgens eenvoudiger en beter werkbaar is voor onder andere verwijzers en sociale (wijk)teams. Daarnaast geeft de nieuwe productstructuur een beter inzicht in de geleverde zorg en geeft het meer ruimte aan de professionals om samen met de klant de gewenste resultaten te realiseren. Het aantal 9
Memo 31 oktober 2017, presentatie 14 juni 2018, memo 4 augustus 2018
23
producten is in de nieuwe productstructuur sterk gereduceerd. De nieuwe productstructuur kent “bouwblokken” in plaats van producten. Een bouwblok is breed geformuleerd en kan een reeks van huidige producten omvatten. De resultaatgebieden De resultaatgebieden omschrijven drie varianten waarin de vraag van de cliënt te herleiden is. De resultaatgebieden geven een ordening en focus aan in de vraag en problematiek van de cliënt, waarbij het resultaat telt. Bij Meedoen en zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheid om actief deel te nemen aan de samenleving. Dit resultaatgebied geldt voor jeugd en Wmo. Bij Gezond Opgroeien staat het gezin centraal, of de vervangende gezinssituatie waarin de jeugdige opgroeit. De inzet focust zich op herstel van de opvoedingssituatie waarbij het gedrag van de jeugdige in de gezinssituatie kan worden hersteld. Dit resultaatgebied geldt voor jeugd. Bij Gezond Zijn gaat het om het (dis)functioneren van de jeugdige. Hierbij gaat het veelal om de inzet van individuele behandelingen van de jeugdige, waarbij de ouders en het netwerk van de cliënt actief betrokken worden. Dit resultaatgebied geldt voor jeugd. Op basis van de gewenste resultaten kan de verwijzer bepalen welke resultaatgebieden ingezet kunnen worden. Bij de afweging heeft altijd het meest dominante resultaatgebied voorrang, en waar nodig een combinatie.
Schema: de resultaatgebieden en korte omschrijving Resultaatgebied Korte omschrijving Meedoen en zelfredzaamheid Het gaat hier om de mogelijkheid om de In staat te stellen voldoende zelfredzaam te jeugdige/volwassene te begeleiden om actief zijn om mee te doen in de maatschappij. te laten deelnemen aan de samenleving. Gezond opgroeien Het gezin of de vervangende gezinssituatie In staat te stellen gezond en veilig op te waar de jeugdigen in opgroeit staat groeien binnen een gezinssituatie. centraal. Het gaat hier om het (dis) functioneren van de Gezond zijn jeugdige. Er wordt behandeling op het individu In staat te stellen op te groeien naar ingezet waarbij netwerk wordt zelfstandigheid. betrokken.
Voor wie Jeugd en volwassenen Jeugd
De bouwblokken Gemeenten hanteren binnen de resultaatgebieden ´bouwblokken´, waardoor hulp en ondersteuning op maat kan worden samengesteld. Hierbij sluiten de gemeenten aan bij de wens tot flexibiliteit in inzet van zorg en ondersteuning. Schema: de resultaatgebieden en bijbehorende bouwblokken Bouwblokken Ambulante zorg en Resultaatsgebied ondersteuning Meedoen en zelfredzaamheid
1. Ambulante begeleiding
Gezond opgroeien 2. Ambulante behandeling 3. Ambulante dagbehandeling Gezond zijn
Bouwblokken Verblijf 4. Respijtverblijf/ time out volwassenen 5. Logeren jeugd/ dagactiviteit 6. Begeleid wonen met toezicht jeugd 7. Logeren jeugd 8. Pleegzorg 9. Wonen in gezinsvormen 10. Wonen in behandelsetting 11. Opname met behandeling besloten 12. Opname met behandeling gesloten 13. Opname met behandeling psychiatrie
Monitoring van zorgkosten: De zorgadministratie is belegd bij de GR BBS. Per kwartaal wordt een zorgmonitor opgesteld op basis waarvan de ontwikkeling van de zorgkosten kan worden gevolgd. De doorontwikkeling van de zorgmonitor is onderwerp van bespreking met de betrokken beleidsambtenaren.
24
Bijlage 1 Evaluatie Sociaal Domein beleidsperiode 2015 – 2018 1. Aanleiding In 2014 en 2015 zijn verschillende beleidsnotitie vastgesteld die betrekking hebben op het sociaal domein, in de breedste zin van het woord. Het betreft de volgende beleidsnota’s: Kadernota Transities gemeente Bunschoten, “Gemeente Bunschoten zijn wij samen”, 14-01-2014 Jeugdnota 2015 – 2018 gemeente Bunschoten, Samen kunnen we meer! Zorg voor jeugd Wmo nota 2015 – 2018 gemeente Bunschoten, Samen kunnen we meer! Zorg voor volwassenen Deze drie nota’s zijn sterk met elkaar verbonden. De samenhang wordt duidelijk in de verwijzing naar hoofdstukken die gelijkluidend zijn dan wel met elkaar samenhangen. Gemeenten zijn verplicht om iedere vier jaar een aantal nota’s te laten vaststellen door de gemeenteraad.
Dit betreft: De Nota Lokaal gezondheidsbeleid: De Nota ‘Gezond is beter’ 2015 – 2018 is in 2014 vastgesteld met daarin de ambities en keuzes op het gebied van volksgezondheid en preventie; Beleidsplan Schuldhulpverlening: Het beleidsplan Schuldhulpverlening Bunschoten 20162019 is in 2015 vastgesteld met daarin de ambities en keuzes op het gebied van schuldhulpverlening inclusief preventie en vroegsignalering; Beleidsplan Handhaving: Het beleidsplan Hoogwaardig Handhaven is in 2005 vastgesteld met daarin de keuzes en activiteiten op het gebied van handhaving en preventie van de Participatiewet (IOAZ en IOAW). Naast deze verplichte nota’s, zijn de volgende nota’s vastgesteld door de gemeenteraad: In 2016 zijn keuzes gemaakt met betrekking tot Minimabeleid. In de Ankerpunten Minimabeleid en de uitwerking van deze ankerpunten staan ambities en keuzes op het gebied van armoedebestrijding; In 2017 is in de Nota Laaggeletterdheid 2017-2021 een aantal keuzes gemaakt voor deze doelgroep. In deze evaluatie wordt integraal teruggeblikt op de voorgaande beleidsperiode.
In lijn met het nieuwe beleidskader Sociaal Domein doen we dat aan de hand van de vier thema’s: Kracht van de Samenleving Lokale basis(zorg)infrastructuur Eén huishouden, één plan, één regisseur (Sociaal Team Bunschoten) Specialistische zorg Het gaat vooral om de verbinding van de beleidsterreinen Jeugd, Wmo, Werk & Inkomen (Participatie), Onderwijs en Sport op deze thema’s. De verschillende nota’s worden niet afzonderlijk geëvalueerd omdat dat geen recht doet aan de integraliteit en de samenwerking tussen de verschillende beleidsterreinen. Een uitzondering hierop is de Nota Gezondheidsbeleid die vanwege de specifieke regionale rapportage wel apart wordt geëvalueerd. Deze specifieke rapportage vindt u in hoofdstuk 6 en bij de conclusies in hoofdstuk 7. Gedurende de beleidsperiode 2015 – 2018 is het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang via de programmarekeningen en meer inhoudelijk, via de Transformatie Nieuwsbrieven. Daarom wordt in deze evaluatie vooral in grote lijnen teruggeblikt op wat is gerealiseerd of wat (nog) niet is gerealiseerd en waarom. Wat (nog)niet gerealiseerd is wordt in de komende jaren onverminderd voortgezet vanuit het nieuwe beleidskader Sociaal Domein.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen op het thema Kracht van de Samenleving integraal beschreven en vanuit de specifieke beleidsterreinen als dat aan de orde is. Dat zelfde geldt 25
voor hoofdstuk 3 waar de ontwikkelingen in de Basis(zorg)infrastructuur worden beschreven. In hoofdstuk 4 wordt teruggeblikt op het thema Sociaal Team (één huishouden, één plan, één regisseur) en in hoofdstuk 5 op de specialistische zorg. De scheidslijn tussen de verschillende thema’s is soms vaag. Vanwege de leesbaarheid wordt dan gekozen om de ontwikkelingen om één of meer thema’s bij elkaar te brengen binnen het thema waarop de meeste activiteit heeft plaatsgevonden. De nota Volksgezondheid wordt geëvalueerd in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de conclusie getrokken
2. Kracht van de samenleving De lokale overheid heeft per definitie niet rechtstreeks invloed op de kracht van de samenleving. De kracht van de samenleving, de civil society, wordt vormgeven door inwoners die daarvoor verantwoordelijkheid nemen. De lokale overheid kan wel stimuleren, enthousiasmeren en faciliteren. In de afgelopen vier jaar is expliciet aandacht besteed aan het versterken van de Kracht van de Samenleving en is deze is dan ook veel beter zichtbaar geworden.
2.2. Jeugd
Stichting De Boei Sociaal Werk heeft meer verbindingen met andere lokale partijen zoals de kerken en andere geloofsgemeenschappen. Er is bijvoorbeeld een uitdrukkelijke verbinding tussen het jongerenwerk van De Boei en dat van kinder- en jeugdmentoraat van de kerken tot stand gekomen. Stichting De Boei Sociaal Werk en de Jeugdgezondheidszorg van de GGDrU werken gezamenlijk via het thema Opvoeden en Opgroeien aan de verbinding tussen ouders zodat zij elkaar kunnen ondersteunen. In 2018 wordt een onderzoek uitgevoerd naar de resultaten die op dit thema zijn behaald. Stichting De Boei Sociaal Werk heeft een groot netwerk van vrijwilligers die volwassenen en jeugdigen ondersteunen.
2.3. Maatschappelijke Ondersteuning
Burgerinitiatieven als Genadebank, Waypoint, Hoekstraat 11 en AndersOm. Zij zijn ontstaan vanuit de kracht die in onze gemeente bestaat om oplossingen te zoeken voor problemen die inwoners aan het hart gaan en die passen bij deze gemeenschap. De totstandkoming van Bunschoten United. Een initiatief o.a. gestart vanuit de wens om een netwerk van betrokken inwoners vanuit verschillende culturele achtergronden te verbinden met vertegenwoordigers vanuit de gemeente, de politie, IKOB, Cultuurplatform en het sociaal werk van De Boei. In die verbinding stimuleren we inwoners van de gemeente elkaar om elkaar te ontmoeten, beter te leren kennen en elkaars achtergrond en cultuur te begrijpen. Vanuit haar verbinding in de kerkelijke gemeenschappen draagt IKOB bij aan het versterken van de onderlinge kracht, die aanwezig is in de verschillende activiteiten georganiseerd in de kerken. In bovenstaande initiatieven heeft vooral sociaal werk van De Boei steeds een verbindende rol gespeeld om deze initiatieven ook een plaats te geven in de (in)formele hulp aan inwoners. De rol van de gemeente hierin is vooral geweest om de verbinding te leggen en mee te denken bij initiatieven waaraan lokaal behoefte bestaat en dit een plek te laten hebben binnen het geheel van de (zorg)infrastructuur.
2.4. Werk & Inkomen (participatie)
Vrijwilligers functioneren als maatjes voor onder andere het invullen van formulieren, tegengaan van schulden, taalbevordering, integratie, juridisch advies, sociale contacten en zoeken naar (vrijwilligers)werk. Deze vrijwilligers worden vanuit verschillende organisaties begeleid, zoals De Boei en de Genadebron. Het grote aanbod aan vrijwilligers is ontstaan vanuit de kracht die in onze gemeente bestaat om oplossingen te zoeken voor problemen die inwoners aan het hart gaan en die passen bij deze gemeenschap. In de professionalisering van de vrijwilligers en de beeldvorming wie nu waarvan is, kunnen nog slagen gemaakt worden; 26
De rol van de gemeente hierin is vooral geweest om de verbinding te leggen, waarbij de verbinding met uitvoeringsorganisatie BBS en PLANgroep verstevigd is, maar nog wel de nodige aandacht vraagt.
3. Basis(zorg)infrastructuur Met verschillende maatschappelijk partners in de gemeente, de regio Eemland en de arbeidsmarktregio Amersfoort heeft de gemeente relaties, die ervoor zorgen dat de basiszorginfrastructuur goed en stevig is geregeld. Door het bevorderen van preventieve activiteiten en/of ze te subsidiëren, proberen we stappen te maken die de inzet van zwaardere zorg mogelijk kunnen voorkomen. We hebben geïnvesteerd in de preventie door activiteiten te ondersteunen die daar een rol in kunnen spelen zoals bijvoorbeeld het bezoekproject 75+. Ook is ingezet op het versterken van contacten met huisartsen en andere eerste lijnorganisaties, zodat problemen eerder en integraler worden aangepakt. De maatschappelijke partners zijn de afgelopen periode meer betrokken bij de vorming van beleid. Zo is er een co-creatie Vrijwilligers- en Mantelzorg geweest en zijn de nota’s Minimabeleid en Laaggeletterdheid tot stand gekomen in co-creatie met de maatschappelijke partners. Om alle maatschappelijke partners, lokaal en regionaal, van kerken tot specialistische zorgaanbieders, breed met elkaar kennis te laten maken is in het najaar van 2016 een Marktplein Sociaal Domein gehouden in het gemeentehuis. Er waren marktstands om te netwerken en er werden zes workshops gegeven om de maatschappelijke partners te trainen, van ze te leren of samen te brainstormen.
Deelnemers vonden het een groot succes. In het najaar van 2018 wordt dit herhaald.
3.1. Jeugd & Onderwijs Met de basisscholen en de voorschoolse voorzieningen en De Boei is gezamenlijk ingezet op vroeg signaleren van opvoed- en opgroeiproblemen. Dit heeft bijvoorbeeld geresulteerd in eerder en meer registreren in de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) (van 2,7% naar 3,7%). Maar ook de pilot Vroeg Signalering op de peuterspeelzalen laat positieve resultaten zien: kinderen en ouders met opvoed- en opgroeivragen (of problemen) worden gesignaleerd en laagdrempelig ondersteund. In 2017 is gestart met de Pilot Dagactiviteiten. Voor jeugdigen is deze pilot gericht op een passend aanbod in vrije tijdsbesteding voor jeugdigen die via het speciaal onderwijs buiten Bunschoten naar school gaan en veelal ook geen gebruik maken van lokale vrije tijdsaanbod. In december 2017 is gestart met een sportclubje onder begeleiding van de buurtsportcoach. En in het voorjaar van 2018 is gestart met een zaterdagclubje met leuke activiteiten ter ontlasting van mantelzorgers/ouders van deze kwetsbare kinderen. Sinds eind 2015 hebben we een Lokale Educatieve Agenda (LEA). Elk jaar wordt op bestuurlijk niveau de thema’s voor het komend jaar vastgesteld. Tevens vindt dan een terugblik (verantwoording) plaats van het afgelopen jaar. Het is een gezamenlijke agenda en de partners zijn gelijkwaardig. Alle betrokken instellingen zijn vertegenwoordigd en zij denken actief mee op de LEA.
Per thema is een werkgroep ingesteld waarin zowel de gemeente als betrokken maatschappelijke partners zijn vertegenwoordigd. Lokaal heeft dit geresulteerd in goede samenwerking tussen de kinderopvangorganisaties, basisscholen, het voortgezet onderwijs en het Sociaal Team. Iedere organisatie heeft een eigen contactpersoon bij het Sociaal Team. De samenwerkingsverbanden en de gemeenten in de regio Eemland werken gezamenlijk aan de uitvoering van de Samenwerkingsagenda Passend Onderwijs en Zorg voor de jeugd. Gezamenlijk wordt constructief gewerkt aan verschillende thema’s. Op 1 augustus 2014 is de Wet passend onderwijs ingegaan. Na een opstartperiode zou er resultaat verwacht mogen worden. Uit landelijke evaluaties blijkt dat er nog weinig resultaat is. In onze regio blijkt - ondanks veel inzet – eveneens dat het passend onderwijs nog onvoldoende is door vertaald naar onze eigen gemeente. Dit blijkt ook uit dat het leerlingenvervoer niet is afgenomen door thuisnabij onderwijs te volgen. Lokaal wordt meer integrale samenwerking waar het onderwijs en zorg betreft stapsgewijs vorm gegeven. 27
De Poortwachtersfunctie dyslexie wordt sinds 1 april 2018 door het Samenwerkingsverband de Eem uitgevoerd. De reden hiervoor is dat de aantallen geïndiceerde dyslexie(zorg) aanzienlijk hoger was dan het landelijke beeld wat flinke overschrijdingen teweeg bracht. Het is nog te vroeg om iets over de resultaten te kunnen zeggen. Het thuiszitterspact regio Amersfoort verloopt naar verwachting. Geen enkel kind langer dan drie maanden thuis zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg blijft de doelstelling. Onlangs heeft het MBO zich eveneens hierbij aangesloten waarmee regio Amersfoort voorop loopt. De regionale aanpak rondom voortijdig schoolverlaters is geïntensiveerd met een nieuwe inrichting van de Regionaal Meld- en Coördinatie (RMC) -functie. Er wordt volop uitvoering gegeven aan de ‘Nota Laaggeletterdheid 2017 – 2021’. De acties verlopen vooralsnog conform het ‘Uitvoeringsplan Voorkomen en terugdringen laaggeletterdheid 2017 – 2018’. Wel blijft het lastig om meer zicht te krijgen op de aantallen. De preventieve aanpak blijkt steeds bekender te worden bij de maatschappelijke partners.
3.2. Maatschappelijke ondersteuning De gemeente heeft zelf natuurlijk ook een rol in het op peil houden van en het versterken van algemene voorzieningen. Onafhankelijke cliëntondersteuning heeft vorm gekregen en wordt door De Boei verzorgd. Wel zien we nog steeds een voorkeur bij cliënten om familie of bekende als ondersteuning in te roepen. Sensoor en de digitale Sociale kaart zijn beschikbaar. Het organiseren van de zorg van het Sociaal Team en het Zorgloket als vrij toegankelijke gemeentelijke voorziening in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Door Schuldhulpverlening, Werk en inkomen en ook de leerplichtambtenaar er (fysiek) naast te organiseren worden hulpvragen van inwoners zo integraal mogelijk opgepakt. Instandhouding van welzijnsvoorzieningen. Sociaal werk, jongerenwerk, ouderenwerk, CLIP van De Boei ondersteunen activiteiten die zelfredzaamheid en participatie vergroten en geven tevens zelf zorg. In 2016 is er specifiek mantelzorg- en vrijwilligersbeleid ontwikkeld met als doel om de mantelzorgers en vrijwilligers te vinden, te versterken, te verlichten en te verbinden. Door de steunpunten voor mantelzorgers en vrijwilligers zijn deze belangrijke groepen in onze samenleving nu beter en eerder in beeld. Het mantelzorgcompliment biedt daarbij erkenning voor de taak van mantelzorgers.
Andere ontwikkelingsopgaven die we ons zelf hadden gesteld, bijvoorbeeld om huishoudelijke hulp in de vorm van een algemene voorziening mogelijk te maken, en ook om dit voor mantelzorgers als voorziening aan te bieden, hebben we gerealiseerd. Verder hebben we geïnventariseerd wat er aan algemene voorzieningen in deze gemeente beschikbaar is en onderzocht waar er nog behoefte lag en voor welke groepen dat gold. Dit heeft o.a.in 2018 geleid tot de pilot dagactiviteiten voor kwetsbare volwassenen/ ouderen georganiseerd door De Boei. De bedoeling is om hiermee een voorziening te creëren, met begeleiding van vrijwilligers, voor inwoners die het moeilijk vinden om nog sociaal contact te leggen of te onderhouden, maar daar wel behoefte aan hebben. Dit om een zinvolle dag invulling te bevorderen en/of overbelasting van de mantelzorger te voorkomen. Ook is nieuw beleid geschreven om doelgroepenvervoer kwalitatief te borgen voor de komende jaren. Vooralsnog zijn er geen wijzigingen ten aanzien van de beleid over het leerlingenvervoer. In het voorkomen van uithuiszettingen zijn grote stappen gemaakt. De uithuiszettingen wordt niet alleen feitelijk benaderd vanuit de huisraad op straat, maar ook maatschappelijk. Door samenwerking van politie, handhaving, Sociaal Team en schuldhulpverlening wordt 90% van de uithuiszettingen voorkomen. De overige 10% is een gecontroleerde uithuiszetting.
Niemand komt op straat te staan. Naast het voorkomen van uithuiszettingen is ook gestart met een pilot voor vroegsignalering. In een samenwerking van de gemeente met onder andere de wooncorporatie Gooi- en Omstreken, worden signalen opgepakt om achterstallige betalingen op te lossen en nieuwe te 28
voorkomen. Veelal gaat het hierbij om anders omgaan met geld en om informeren hoe mensen aan meer geld kunnen komen. Zelfredzaamheid en participatie vragen ook om een omgeving die zo min mogelijk drempels opwerpt, ook hiervoor is blijvend aandacht in de openbare omgeving. Instandhouding van sportvoorzieningen, cultuur en voldoende mogelijkheden voor recreatie etc. bieden inwoners eveneens de mogelijkheid om mee te doen.
3.3. Werk & Inkomen (Participatie) We hebben geïnvesteerd in de vroegsignalering en preventie door activiteiten te ondersteunen die daar een rol in kunnen spelen, bijvoorbeeld De Geldkrant. We hebben geïnvesteerd in de kennis van maatschappelijke partners door middel van co-creaties, bijeenkomsten als het Marktplein Sociaal Domein en door voorlichtingsbijeenkomsten. Daarnaast is geïnvesteerd in veralgemeniseren van individuele minimavoorzieningen. Een voorbeeld hiervan is de voorziening voor sport- en cultuur voor minima. Daarvoor was eerst een beschikking vanuit de uitvoeringsorganisatie BBS nodig. Sinds 2017 is dit een algemene voorziening vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur.
3.4. Sport De raad heeft tijdens de vergadering van oktober 2017 het college de vraag gesteld of Sport ook in het beleid Sociaal Domein zou passen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de raakvlakken met het beleid Sociaal Domein. Sport als middel Hoewel er geen expliciet beleidskader sport bestaat, zijn er diverse verbindingen tussen sport en het beleid in het sociaal domein gelegd. Sport als middel is bij uitstek een instrument om bijvoorbeeld de gezondheid te bevorderen en participatie te stimuleren, waarbij de sportvereniging veelal als ontmoetingsplek fungeert. Afgelopen jaren is hier voornamelijk via de inzet van buurtsportcoaches invulling aan gegeven, en zijn er ook daadwerkelijk verbindingen tot stand gekomen door de uitvoering van een drietal projecten. Sport en onderwijs De buurtsportcoaches hebben in het werkplan ‘sport en onderwijs’ de opdracht gekregen om kwalitatieve gymlessen te verzorgen in het primair onderwijs. Het geven van kwalitatieve gymlessen door vakleerkrachten zorgt ervoor dat kinderen zich motorisch blijven ontwikkelen en zij derhalve minder snel zullen afhaken op het gebied van sport. De gymlessen door de buurtsportcoaches (allen met een ALO-diploma en 1e graad lesbevoegdheid) zijn afgelopen schooljaren gegeven aan de groepen 4, 5 en 6 van de De Vlucht, De Ark, De Wegwijzer, De Grondtoon en de Van Amerongenschool.
Sport en Sociaal Team Vanuit het werkplan ‘sport en Sociaal Team’ werd ingezet op het activeren van jongeren via sportinstuif, waar gemiddeld 20 deelnemers per instuif aan deelgenomen hebben. Daarnaast zijn de buurtsportcoaches begonnen met het zogeheten ‘sportclubje’ (zie 3.1.), en treden de buurtsportcoaches op als aanspreekpunt voor het jeugdfonds sport en cultuur (zie 3.3.). Sportstimulering Het werkplan sportstimulering had de afgelopen jaren het bevorderen van een gezonde (actieve) leefstijl als voornaamste doelstelling. Hier werd voornamelijk invulling aan gegeven via sportkeuzetesten en MRT-lessen, trainers voor de klas, kies je sport en sportdagen. De sportkeuzetesten werden op alle basisscholen in groep 4 aangeboden. De buurtsportcoaches namen een test af waarna de kinderen een rapportje kregen met een advies om een bepaalde sport te gaan beoefenen waarin zij de hoogste succesbeleving zullen ervaren. In afgelopen 3 schooljaren hebben in totaal ruim 750 kinderen deelgenomen. Op basis van de sportkeuzetesten werden bovendien jaarlijks 30 kinderen uitgenodigd om deel te nemen aan MRT-lessen. Het doel van de MRT-lessen is om kinderen die wat moeilijker bewegen extra lessen te geven, zodat zij motorisch weer mee kunnen met de rest van de klas. 29
Bij “trainers voor de klas” nemen trainers van lokale sportverenigingen de gymles over, en introduceren op die manier hun vereniging en sport in het onderwijs in de vorm van een proeftraining. Dit heeft afgelopen jaren tot trainingen basketbal, volleybal, turnen en dansen geleid, waarbij in totaal ruim 500 kinderen zijn bereikt. Ook via het project ‘kies je sport’ werd nadrukkelijk ingestoken op het laagdrempelig aanbieden van een sport door middel van proeflessen. Kinderen konden zich inschrijven om bij een aantal deelnemende verenigingen, tegen een geringe eigen bijdrage, kennis te maken met een sport en vereniging door aan 2 tot 5 trainingen bij de sportvereniging deel te nemen. Dit project kon op gemiddeld 110 kinderen per schooljaar rekenen. Tot slot werden er met drukbezochte sportdagen tijdens alle vakanties clinics gegeven door verenigingen aan kinderen van 4 tot 12 jaar.
4. Eén huishouden, één plan, één regisseur. In 2014 is in samenwerking met maatschappelijke partners de contouren van het Sociaal Team uitgewerkt. Het ging om capaciteit, hoeveel hulpverleners c.q. regievoerders zijn nodig, en welke kwaliteit van hulpverleners is nodig. Eind 2014 is het Sociaal Team van start gegaan. Het Sociaal Team heeft uitdrukkelijk de verbinding gezocht met de lokale maatschappelijke partners maar ook met de specialistische zorgaanbieders waar in Bunschoten veel gebruik van wordt gemaakt. Met ingang van 1 januari 2017 zijn de medewerkers van het Sociaal Team in dienst bij de uitvoeringsorganisatie BBS maar de inhoudelijke aansturing gebeurt vanuit de gemeente. Met de organisatieontwikkeling zijn de medewerkers van het Sociaal Team, Leerplicht en het Zorgloket in één zelfsturend team gekomen. Dat is nog even zoeken. Maar de integrale samenwerking, ook met Werk & Inkomen en Schuldhulpverlening, komt meer en meer uit de verf. Dit maakt ook dat het werken vanuit het principe één huishouden, één plan, één regisseur meer vorm begint te krijgen. Er zijn echter nog te vaak signalen dat de samenwerking niet opgezocht is en daardoor cliënten beter of eerder geholpen hadden kunnen worden. Dit komt onder andere door onduidelijkheid bij partijen over wat wel en wat niet mag in het kader van de privacy.
Het versterken van regierol en afspraken over wie de regierol heeft is speerpunt in de volgende beleidsperiode. Vanaf 2015 is gewerkt aan een monitorsysteem voor het Sociaal Team en het Zorgloket in samenwerking met de regio Amersfoort. Deze monitor beoogde inzicht te geven in klantperspectief, financieel perspectief, proces- en medewerkersperspectief. Deze monitor is vanwege arbeidsintensiviteit in gebruik nooit goed geïmplementeerd. In 2017 is regionaal ingezet op de ontwikkeling van een Datawarehouse waaruit sturingsinformatie gehaald gaat worden. Vanaf juli 2017 is de verantwoordelijkheid voor een deel van deze monitor overgeheveld naar de uitvoeringsorganisatie BBS als verbreding van de samenwerking met de gemeente Soest en Baarn. Speerpunt in de ontwikkeling van het Sociaal Team was de rol als spin in het web in de verbinding tussen lokale maatschappelijke partners en de verbinding met de specialistische hulp. Er zijn samenwerkingsafspraken gekomen tussen huisartsen, jeugdartsen en Sociaal Team. Er is regelmatig overleg t.b.v. beleidsontwikkeling, samenwerking Sociaal Team en wat er nodig is aan specialistische jeugdhulp. Gezamenlijk is gewerkt aan de pilot Specialistische ondersteuner Jeugd Geestelijke Gezondheidszorg (SO-JGGZ). Dit is een specialist bij het Sociaal Team die een brugfunctie vervult tussen huisartsen/jeugdartsen en het Sociaal Team.
Iedere (voor)school heeft een contactpersoon van het Sociaal Team en de hulpverleners participeren in de ondersteuningsteams van het onderwijs. Er is intensieve samenwerking met De Boei waar het op- of afschalen van hulpverlening betreft maar ook in de preventieve sfeer wordt samengewerkt. De samenwerking met specialistische zorginstellingen is casus-gebonden evenals met SAVE/Veilig Thuis als veiligheidsrisico’s gesignaleerd worden. Sociaal Team hulpverleners hebben hun steentje bijgedragen in overlegtafels voor de inkoop van specialistische zorg o.a. in de productontwikkeling dagactiviteiten en respijtzorg. 30
5. Specialistische zorg Specialistische zorg bestaat uit alle individuele (maatwerk)voorzieningen die vanuit de gemeente bekostigd worden. De specialistische zorg wordt regionaal of lokaal aanbesteed of ingekocht.
5.1. Jeugd We hadden gehoopt dat de benodigde specialistische jeugdhulp zou dalen met de inzet van het Sociaal Team. Dat zien we nog niet. Ook landelijk wordt dit beoogde effect nog niet gezien. Daar is het mogelijk ook nog te vroeg voor blijkt ook uit de evaluatie van de Jeugdwet. De transitie is geslaagd, maar de transformatie, het realiseren van de doelen van de wet, moet grotendeels nog vorm krijgen. Via het Regionaal Inkoop- en Subsidiebureau RISB) wordt de inkoop van specialistisch zorg gedaan (jeugd en Wmo). In 2015 stond continuïteit van zorg centraal en kon weinig veranderd worden. Daarna is stapsgewijs een beheerste innovatie ingezet. In 2017 op een klein aantal percelen: respijtzorg/logeren en dagactiviteiten. In 2018 is de structuur van Diagnose Behandel Combinatie (DBC)in de Jeugd GGZ, conform landelijke afspraken losgelaten. Vanaf 2019 vind een grote verandering plaats naar een meer overzichtelijke structuur die minder administratieve druk met zich meebrengt en meer professional vrijheid. Dat laatste is een expliciet doel in de Jeugdwet. ‘ Doordat we de laatste jaren steeds meer (lokale) partijen regionaal hebben ingekocht, is het aantal cliënten dat zorg ontvangt via Zorg in Natura (de ingekochte zorgaanbieders) toegenomen en kiest in verhouding een steeds kleiner deel van de cliënten voor zorg in de vorm van een Pgb.
In 2013 is een foto gemaakt om de behoefte aan jeugdhulpverlening in beeld te brengen. Dit liet voor Bunschoten een opvallend beeld zien. Er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de toenmalige Provinciale Jeugdzorg. Later (in 2015 en 2016) is gebleken dat wel degelijk veel kinderen een vorm van jeugdhulp kregen maar deze niet goed zichtbaar was omdat het onder de oude wetgeving gefinancierd werd vanuit de AWBZ (kinderen met een beperking) en vanuit de ZVW (geestelijke gezondheidszorg). Inmiddels wordt aan al deze kinderen jeugdhulp gegeven vanuit de (financiële) verantwoordelijkheid van de gemeente. Er is meer informatie beschikbaar. Zowel vanuit het RISB, over vormen van jeugdhulp die nodig zijn, als vanuit de Zorgadministratie (wat kost het), als vanuit de CBS beleidsinformatie Jeugd. De specialistische jeugdhulp die in het kader van de jeugdbescherming en/of jeugdreclassering wordt gegeven gebeurt in samenwerking met Veilig Thuis Midden Nederland waarin ook de Raad van de Kinderbescherming vertegenwoordigd is. Die samenwerking is goed maar kan sterker. Daar wordt aan gewerkt.
5.2. Maatschappelijke ondersteuning De maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp is na gezamenlijke onderhandse aanbesteding in 2016 met de gemeenten Baarn en Woudenberg teruggebracht naar de zorg in een HH1 (lichtere) en een HH2 (zwaardere) variant. Door daarnaast een algemene voorziening voor Huishoudelijke hulp te creëren, is een derde van de cliënten overgestapt op de algemene voorziening. Mede vanwege de forse bezuiniging die door het Rijk werd meegegeven bij de transitie in 2015 van de Wmo is de hele populatie die HH ontving opnieuw geïndiceerd. Voor de voorzieningen wonen (woonaanpassingen en hulpmiddelen), rollen (rolstoelen), vervoer (aangepast vervoer en Wmo vervoer met regiotaxi) is er grotendeels verder gegaan zoals dat al in het bestaande Zorgloket vanuit de Wmo (voor 2015) werd uitgevoerd. In de afgelopen jaren zijn door aanbesteding veelal nieuwe aanbieders voor deze producten gevonden. Het bieden van passend vervoer voor de mobiliteitsvragen die kwetsbare inwoners hebben is nog volop in ontwikkeling en zal de komende jaren onze aandacht blijven houden. Door een toename van het aantal ouderen in onze gemeente zien we een stijgende vraag naar dagbesteding en de verwachting is dat dit de komende jaren zo zal blijven. Het combineren van vormen van dagbesteding voor verschillende doelgroepen is in de praktijk niet zo gemakkelijk als werd gedacht.
De verwachting is dan ook niet dat hier veel winst op is 31
te behalen. Door onze pilots, om dagbesteding aan te bieden als algemene voorziening, hopen we nog wel een groep te bedienen, die daardoor wellicht maatwerk langer kan uitstellen, bijvoorbeeld bij beginnende vormen van dementie. Voor individuele begeleiding aan volwassenen geldt dat we hadden verwacht dat het Sociaal Team hierin veel zelf zou kunnen oppakken. In de praktijk blijkt dat de cliënten die terecht komen bij het Sociaal Team vaak langdurige of herhaaldelijke begeleiding nodig hebben. In die gevallen is het bijna ondoenlijk deze personen door het Sociaal Team te blijven begeleiden en moet maatwerk worden ingekocht. Door de extramuralisering van cliënten uit de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) denken we dat een gedeelte van deze inwoners nu ook meer bij de gemeente aanklopt, waar zij voorheen anders werden bediend. We hebben gezien dat op het grensvlak van de Wet langdurige zorg en de Wmo (maar dat geldt ook voor de Jeugdwet), er de komende jaren scherper moet worden geïndiceerd. Dit vraagt nog meer expertise van het team, maar misschien ook wel scherpere keuzes vanuit het Rijk. Daar waar het inwoners betreft met een combinatie van ondersteuning- en zorgvragen vindt goede afstemming plaats tussen wijkverpleging, huisartsen, Wmo-consulenten en De Boei.
Vooral in het geval van ouderen met chronische ziekten, (beginnende) dementie en nietaangeboren hersenletsel wordt er nauw samengewerkt om tot een goed regievoering te komen. Maatwerkvoorzieningen gericht op opvang en beschermd wonen In de regio wordt de laatste jaren steeds nauwer samengewerkt om passende voorzieningen voor opvang en beschermd wonen toekomstbestendig in te richten. Er heeft een herijking/herindicering plaatsgevonden waardoor beschermd wonen inmiddels alleen nog beschikbaar is voor cliënten waarbij het wonen expliciet deel moet uitmaken van de zorg. Hierdoor is een deel van het bestand uitgestroomd naar ambulante begeleiding. Uitdaging is nog steeds om in- en uitstroom van cliënten in de opvang en beschermd wonen soepeler te laten verlopen. Hiervoor wordt momenteel een centrale toegang ingericht, waarin deze expertise voor de hele regio Eemland wordt gebundeld en die de lokale sociale teams ondersteunt bij deze specifieke problematiek.
5.3. Werk & Inkomen (Participatie) Vanuit Werk & Inkomen bestaat de specialistische zorg voornamelijk uit het begeleiden van de cliënten om in hun eigen inkomen te kunnen voorzien. Zo lang cliënten dat niet kunnen, komen ze in aanmerking voor een bijstandsuitkering. De toekenning van de bijstandsuitkering is vastgelegd in wetgeving en geeft weinig beleidsruimte. Met betrekking tot handhaving is ook veel opgenomen in de wetgeving, maar is wel enige beleidsruimte. Een aantal jaren geleden werd gedacht dat streng handhaven en sanctioneren de oplossing was om fraude te voorkomen. Voor sommige cliënten blijkt dit inderdaad het enige middel te zijn om misbruik van de inkomensvoorziening te voorkomen. Echter, voor de grootste groep cliënten werkt deze werkwijze niet. Voor deze cliënten resulteert strenge handhaving in een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Hoewel het huidige handhavingsbeleid nog voldoet, zou aanpassing van de manier waarop omgegaan wordt met de handhavingsregels een aanvulling moeten zijn op het huidige beleid. Met betrekking tot de begeleiding naar werk heeft de gemeente veel beleidsvrijheid. De afgelopen jaren is de begeleiding van bijstandsgerechtigden ontwikkeld door meer individueel maatwerk en een betere samenwerking met het werkgeversservicepunt. Speciale aandacht is gekomen voor de vergunninghouders. De afgelopen jaren is deze groep gegroeid.
In 2017 is gestart met een pilot om deze groep eerder naar werk te begeleiden. Over alle activiteiten rondom de begeleiding van bijstandsgerechtigden en de effectiviteit ervan, wordt de gemeenteraad jaarlijks geïnformeerd door middel van het Activiteitenoverzicht van de uitvoeringsorganisatie BBS. In het jaarlijkse Verbeterplan worden de belangrijkste aanpassingen naar aanleiding van dit verslag meegenomen. Naast de begeleiding van bijstandsgerechtigden, heeft de gemeente sinds 2015 de plicht een nieuwe doelgroep te begeleiden van mensen die nooit zelf hun volledige inkomen kunnen verdienen. In 2016 is besloten om als pilot een paar mensen speciaal voor deze doelgroep in 32
te zetten, om te experimenteren in de werkwijze. Er zijn grote stappen gemaakt in de begeleiding. Er is nauw contact met scholen om de leerlingen met verminderde arbeidsvermogen een sluitende aanpak te bieden na hun school. De samenwerking met het Sociaal Team is geïntensiveerd om samen naar oplossingen te zoeken voor deze doelgroep. In deze samenwerking blijkt het vaak lastig wie regisseur van het gezin zou moeten zijn en welke voorziening vanuit welke wet zou moeten worden ingezet. In 2019 moet hierover besluitvorming plaatsvinden. In de pilot was het nog niet mogelijk om te experimenteren met mensen die in een beschutte werkomgeving moeten werken, omdat er tot nu toe geen indicaties zijn afgegeven door het UWV voor deze vorm van inkomensvoorziening. In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de samenwerking tussen partijen die specialistische zorg leveren. Er is meer lokale dienstverlening door uitvoeringsorganisatie BBS en door Vluchtelingenwerk gekomen. Daarnaast is een fysieke werkplek geboden aan klantregisseurs Werk & Inkomen en de schuldhulpverlener bij het Sociaal Team en het Zorgloket.
6. Volksgezondheid De nota “Lokaal Gezondheidsbeleid, Gezond is Beter” richt zich, naast de wettelijke taken, vooral op preventie. Vanwege de specifieke regionale rapportage, wordt de Nota Gezondheidsbeleid apart geëvalueerd.
Reguliere taken publieke gezondheidszorg
Doel Alle kinderen in de leeftijd van 0 tot 19 jaar zijn in beeld bij de Jeugdgezondheidszorg en ontvangen kwalitatief goede zorg.
Resultaat 96,9% van de kinderen die in 2017 5,5 jaar is geworden is bereikt door de JGZ. In de regio Eemland is dat 96,1%.
Kwetsbare ouderen worden tijdig opgespoord door de lokale reguliere zorg. Met als doel om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden.
We nemen deel aan de lokale werkgroep kwetsbare ouderen. Samen met de wijkverpleging, mantelzorgondersteuning/ ouderen, adviseur De Boei en de praktijkondersteuners van de huisartsen wordt samenwerking op het gebied van kwetsbare ouderen gestimuleerd. Gezamenlijke instrumenten worden ontwikkeld en praktische samenwerkingsafspraken worden gemaakt, bedoeld om ouderen passende steun te bieden en te voorkomen dat zaken dubbel worden gedaan.
Wettelijke taken zoals infectieziektebestrijding, gezondheidsbevordering, epidemiologie en beleidsadvisering t.b.v. gezondheidsrisico’s, medische milieukundige zorg en technische hygiënezorg worden uitgevoerd.
De GGD heeft dit uitgevoerd. Dit is een wettelijke taak vanuit de Wet Publieke Gezondheid. De gemeente financiert de GGD hiervoor.
Alle locaties kinderopvang voldoen (blijvend) aan de eisen zoals die in de Wet Kinderopvang zijn vastgelegd.
De gemeente heeft de A-status behouden. Deze status geeft aan dat de gemeente voldoet aan de wettelijke minimumeisen op het gebied van toezicht en handhaving op de kindervang en is de hoogst haalbare status.
Zorgmijders komen tijdig in beeld en (multi)problematiek in gezinnen/ huishoudens wordt meer integraal benaderd.
In het Meldpunt Bijzondere Zorg en Overlast worden zorgmijders besproken. De afgelopen jaren liepen de aantallen sterk terug. In 2016 waren er twee meldingen en in 2017 geen meldingen. Het signaal dat we krijgen is dat het Sociaal Team de meldingen ontvangt en oppakt. Politie en de woningbouwcorporatie komen direct naar het Sociaal Team. Daar waar sprake is van woninghygiëneproblematiek is er rechtstreeks contact vanuit het Sociaal Team met de GGD.
33
Dit is de reden geweest dat de opdracht voor het MBZO per 1-1-2019 beëindigd zal worden. Leefstijl en preventie
Gezondheidsproblemen worden op een integrale manier benaderd en samen met lokale en regionale partners aangepakt. Op het gebied van leefstijlpreventie (zoals schadelijk alcoholgebruik, roken en overgewicht) worden lokale zorgstructuren, zoals de JGZ, huisartsen, wijkverpleegkundigen, maar ook bijvoorbeeld het onderwijs betrokken bij een tijdige signalering en toeleiding naar hulp. Sportverenigingen worden meer bij leefstijlpreventie betrokken.
Er is meerdere keren per jaar overleg met alle partners, zoals De Boei, Waypoint, Jellinek, GGD en de gemeente op het gebied van leefstijlpreventie. In het overleg vindt afstemming plaats tussen alle acties die plaatsvinden rondom leefstijlpreventie. De Boei en de GGD leggen ook contact met het onderwijs en de sportverenigingen hierover. Daarnaast is er overleg met de huisartsen, jeugdartsen en –verpleegkundigen en het Sociaal Team. Zij zorgen voor een betere toeleiding en afstemming. Verdere afstemming en verbetering van de relatie vindt plaats door drie keer per jaar een beleidsoverleg met huis- en jeugdartsen te hebben.
Het overgewicht in alle leeftijdscategorieën neemt af naar het regionaal gemiddelde door het bevorderen van de aandacht voor beweging en gezonde voeding.
In 2012 had 16% van de kinderen in de leeftijd van 1011 jaar overgewicht. Het streven voor 2016 was een daling naar 14%. Dit is gelukt. Het percentage is zelfs gedaald naar 11% in 2016. In 2012 had 47% van de volwassenen overgewicht. Voor 2016 was het streven om dit terug te brengen naar 43%. Dit is niet gelukt. Het percentage is in 2016 gelijk gebleven (47%). In 2012 had 65% van de senioren overgewicht. Het streven was om dit terug te brengen naar 55% in 2016. Dit is niet gelukt. Het is vrijwel gelijk gebleven (66%).
Afname van het gebruik van alcohol van jongeren onder de 18 jaar en het beperken van schadelijk alcoholgebruik bij de rest van de bevolking.
In 2014/ 2015 gaf 37% van de middelbare scholieren in de JGZ-vragenlijst aan in de afgelopen 4 weken alcohol te hebben gedronken. In 2016/2017 is dit percentage gedaald naar 31%. Bij volwassenen zijn het vooral de jong volwassenen (19-24 jarigen) en de groep 35 – 49 jarigen die vaker binge drinken dan gemiddeld in regio Eemland. In de overige leeftijdscategorieën is het alcoholgebruik iets hoger of lager dan het regiogemiddelde, maar wijkt niet significant af.
Er komt meer aandacht voor het roken door middelbare scholieren, zodat het niet langer toeneemt. Voor de rest van de inwoners geldt dat we willen dat het roken afneemt naar het regionaal gemiddelde.
In 2014/ 2015 gaf 9% van de middelbare scholieren in de JGZ-vragenlijst aan dagelijks te roken. In 2016/ 2017 is dit percentage afgenomen naar 3%.
De psychosociale weerbaarheid van onze inwoners wordt bevorderd door tijdige signalering, toeleiding en preventie van depressie en eenzaamheid.
Het percentage 9 – 12 jarigen dat in de afgelopen 3 maanden is gepest, was in 2010 34%. Het streven voor 2016 was 30%. Het cijfer voor 2017 is niet bekend. Het percentage senioren (65+) met (zeer) ernstige eenzaamheid was in 2012 5% en in 2016 6%.
34
Ook voor de volwassenen en de senioren geldt dat het roken is verminderd. In 2012 rookten 30% van de volwassenen, in 2016 is dit gedaald naar 20% (regionaal 21%). Bij de senioren is het van 12% naar 9% gegaan (regionaal 12%).
7. Conclusie De afgelopen vier jaar zijn grote stappen gezet, en de komende vier jaar gaan we nog veel stappen zetten om de transformatie, inhoudelijk, verder vorm te geven. Kracht van de Samenleving De kracht van de samenleving is in Bunschoten verder versterkt door toename van het aantal maatjes en vrijwilligers. Maar ook in de verbinding van maatschappelijke partners vanuit de basis(zorg)infrastructuur. Er is de komende jaren nog winst te behalen door overlap te beperken en de verbinding met de maatschappelijke partners verder te verstevigen. Lokale basis(zorg)infrastructuur Er is beter zicht gekomen op welke maatschappelijke partners er allemaal zijn en wat ze doen. De samenwerking is vergroot, maar kan tegelijkertijd nog beter. Er is een voorzichtig begin gemaakt met nieuwe vormen van algemene voorzieningen. Uitbreiding daarvan vraagt de komende jaren nog aandacht om meer inwoners vroegtijdig te kunnen helpen. Eén huishouden, één plan, één regisseur (Sociaal Team Bunschoten) Het Sociaal Team is neergezet en geniet een grote bekendheid en is laagdrempelig bereikbaar voor inwoners wat ook geleid heeft tot wachtlijsten. Het wordt een uitdaging de komende jaren om die terug te brengen. De werkwijze één huishouden, één plan, één regisseur werkt nog niet altijd optimaal en daar wordt de komende jaren een kwaliteitsslag gemaakt met nieuwe afspraken met alle betrokkenen.
Er zijn flinke stappen gezet in de verbinding met de basis(zorg)infrastructuur, maar ook met de specialistische zorg. Specialistische zorg De samenwerking tussen de partijen die specialistische zorg leveren is absoluut toegenomen, maar kan nog versterkt worden. De verbinding tussen specialistische zorgaanbieders en de maatschappelijke partners in de basis(zorg)infrastructuur is tot stand gekomen, maar ook die kan nog versterkt worden. De volgende uitdaging is het inbedden van nieuwe doelgroepen Participatiewet in de reguliere processen van de verschillende uitvoerende teams, de samenwerking tussen die teams en afspraken rondom privacywetgeving. Integraal handhavingsbeleid wordt geactualiseerd.
35
Bijlage 2 Achtergrond informatie Volksgezondheid Visuele weergave van positieve gezondheid:
Landelijk beleidskader Wet Publieke Gezondheid De ruimte die gemeenten hebben om eigen gezondheidsbeleid te voeren, wordt bepaald door wettelijke en financiële kaders. De Wet Publieke Gezondheid (Wpg) is het belangrijkste wettelijke kader. Op basis van deze wet is de gemeente verantwoordelijk voor publieke gezondheidszorg. Publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de hele samenleving en voor risicogroepen. Het is de taak om de gezondheid van de inwoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen. Daarmee vult het de reguliere zorg aan, die vooral gericht is op genezing en verzorging van individuele patiënten op het moment dat hun gezondheid al geschaad is. Een groot gedeelte van de taken op het gebied van gezondheid is wettelijk vastgelegd, met weinig beleidsvrijheid voor de gemeente. De GGD is daarbij de belangrijkste uitvoerder. Het betreft de volgende taken: - gezondheidsbevordering algemeen - jeugdgezondheidszorg - preventieve ouderengezondheidszorg - infectieziektebestrijding. De Wpg verplicht de gemeente ook om periodiek een gezondheidsnota op te stellen, waarin aangegeven wordt wat de gemeentelijke doelstellingen, acties en resultaten zijn. Aan deze verplichting is in dit beleidskader Sociaal Domein voldaan.
Landelijke nota gezondheidsbeleid Naast het wettelijk kader, hebben gemeenten ook te maken met beleidskaders vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bij het opstellen van gezondheidsbeleid. Het Rijk heeft een landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019 vastgesteld. De speerpunten die hierin staan, moeten gemeenten in acht nemen. De speerpunten zijn:
36
De gezondheid van mensen bevorderen en chronische ziekten voorkomen door een integrale aanpak in de omgeving waarin mensen wonen, werken, leren en leven. Dit betekent: o Meer inzetten op de verbetering van de leefstijl van mensen (roken, overmatig alcoholgebruik, ernstig overgewicht, bewegen, depressie en diabetes. o Een betere verbinding tussen gezondheid en andere maatschappelijke domeinen (onderwijs, leefomgeving, zorg en werk). o Gezondheid als prioriteit binnen milieubeleid. o Een betere verankering van gezondheid in het ontwerp van de publieke ruimte. o Bevorderen van gezond werken. Preventie een prominente plaats geven in de gezondheidszorg. Gezondheidsbescherming op peil houden en nieuwe bedreigingen het hoofd bieden. Stabiliseren of terugbrengen van gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden. De landelijke speerpunten bieden aangrijpingspunten voor gemeenten om effectiever beleid te kunnen voeren. Gemeenten hebben (beleids)vrijheid om af te wijken van de landelijke prioriteiten. Dit kan bijvoorbeeld als uit lokale epidemiologische gegevens blijkt dat bepaalde gezondheidsproblemen meer of minder relevant zijn.
Nationaal preventieakkoord In het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst, regeerakkoord 2017-2021’ is een nationaal preventieakkoord aangekondigd waarin met patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, sportverenigingen en –bonden, bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt geprobeerd ziektes die te voorkomen zijn, te voorkomen. De minister heeft aangegeven in te willen zetten op de thema’s roken, overgewicht (verband met bewegen en voeding) en problematisch alcoholgebruik. Dit zijn de thema’s die leiden tot een groot gezondheidsverlies en een hoge ziektelast veroorzaken.
37
Bijlage 3 Begrippenlijst ALO AWBZ BBS BOA CBS CLIP DBC DWH GGDrU GGZ GR HH IKOB IOAW IOAZ JGZ LEA MBO MBZO MRT NOC*NSF Pgb Plangroep POH RISB RIVM RMC-functie Sensoor Sociale Kaart SO JGGZ SZW UWV VIR VNG VOG VVE VWS W&I Wlz Wmo Wpg Wpo WSJG ZVW
Academie voor lichamelijke opvoeding algemene wet bijzondere ziektekosten Uitvoeringsorganisatie Baarn Bunschoten Soest buitengewoon opsporingsambtenaar centraal bureau voor de statistiek Client Informatie Punt uitgevoerd door Stichting De Boei Sociaal Werk diagnose behandel combinatie Datawarehouse (monitor regio Amersfoort) Gemeentelijke gezondheidsdienst regio Utrecht geestelijke gezondheidszorg gemeenschappelijke regeling huishoudelijke hulp interkerkelijk overleg Bunschoten wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen jeugdgezondheidszorg Lokale Educatieve Agenda middelbaar beroepsonderwijs meldpunt bijzondere zorg en overlast motorische remedial teaching Nederlands Olympisch Comité * Nederlandse Sport Federatie persoonsgebonden budget Schuldhulpverleningsorganisatie praktijkondersteuner huisartsenzorg regionaal inkoop- en subsidiebureau Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne Regionale meld- en coördinatiefunctie Luisterend oor voor mensen die behoefte hebben aan vertrouwelijk gesprek https://bunschoten.socialekaartnederland.nl/ Informatie over (lokale)voorzieningen.
specialistische ondersteuner jeugd geestelijke gezondheidszorg (ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verwijsindex risicojongeren Vereniging Nederlandse Gemeenten verklaring omtrent gedrag Voor- en vroegschoolse educatie (ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport Werk en inkomen Wet langdurige zorg Wet maatschappelijke ondersteuning Wet publieke gezondheid Wet passend onderwijs Waar staat je gemeente Zorgverzekeringswet
38