SM 1166704 bijlage 2 Rapportage draagvlak samenwerking soc-recr Wmo-ver
Tekst van het document
ONDERZOEK DRAAGVLAK SAMENWERKING VOOR SOCIAAL-RECREATIEF WMO-VERVOER IN DE PROVINCIE UTRECHT GEMEENTE STICHTSE VECHT
Opgesteld door: Chrit Wolfhagen en Annette Juurlink Datum: 3-8-2021
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 2 van 12
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ......................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ................................................................................................ 4
1.2
Opdracht .................................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer ................................................................................................ 4
2
Samenvatting .................................................................................................. 5
3
Informatie uit de gesprekken ............................................................................. 6 3.1
Algemeen ................................................................................................. 6
3.2
Uitkomsten onderzoek ............................................................................... 6
3.2.1
Schaalgrootte zo groot mogelijk ............................................................ 6
3.2.2
Vorm samenwerking ............................................................................ 6
3.2.3
Perceel indeling................................................................................... 6
3.2.4
Principes vraagafhankelijk vervoer ........................................................ 6
3.2.5
Gelijktijdig ander doelgroepenvervoer inkopen ........................................ 7
3.2.6
Vergelijkbaar product .......................................................................... 7
3.2.7
Hoe beheren ....................................................................................... 7
3.2.8
Waar beheer beleggen ......................................................................... 7
3.3
Aanvullende vragen ................................................................................... 7
3.3.1
Eenvoud versus vrijheid ....................................................................... 7
3.3.2
Op kwaliteit wordt in principe niet bezuinigd ........................................... 8
3.3.3
Samenwerking vervoerder .................................................................... 8
3.3.4
Milieu ................................................................................................ 8
3.3.5
Aansluiting vervoersvormen ................................................................. 8
3.4
Aandachtspunten per Wmo regio ................................................................. 9
3.4.1
Utrecht Stad ....................................................................................... 9
3.4.2
Utrecht West ...................................................................................... 9
3.4.3
Lekstroom .......................................................................................... 9
3.4.4
Zuid Oost Utrecht (ZOU) ...................................................................... 9
3.4.5
Eemland ............................................................................................ 9
4
Conclusies ......................................................................................................10
5
Bijlagen .........................................................................................................11
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 3 van 12
© Niets in deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Trafficon. Gegevens uit dit document zijn uitsluitend bedoeld voor deze opdracht.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 4 van 12
1 INLEIDING Hierbij presenteert Trafficon u de rapportage over het onderzoek naar draagvlak voor samenwerking tussen de gemeenten in Utrecht op het gebied van het sociaal-recreatieve Wmo-vervoer.
1.1 Aanleiding Vanaf december 2023 worden gemeenten in de Provincie Utrecht zelf verantwoordelijk voor het inkopen, beheren en uitvoeren van sociaal-recreatief Wmo-vervoer. Trafficon heeft onderzoek gedaan en advies uitgebracht over de best passende samenwerkings- en organisatievorm en een kosteninschatting daarvan (Rapportage onderzoek samenwerking sociaal-recreatief Wmo-vervoer Utrecht def 1.2).
1.2 Opdracht Er was behoefte aan een verdieping van het onderzoek bij de opdrachtgever om te weten in hoeverre de conclusies uit het rapport door de regio’s gedeeld worden. Het verzoek aan Trafficon was om met elke regio in gesprek te gaan aan de hand van vooraf toegestuurde vragen (bijlagen A en B). Het doel daarvan was om na te gaan of er draagvlak is bij de regio’s om samen te werken en of er standpunten zijn die een samenwerking in de weg zouden staan.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een korte samenvatting van de uitkomsten van de gesprekken weergegeven. In hoofdstuk 3 is een samenvatting weergegeven van de gesprekken die onder de regio’s hebben plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 vindt u de conclusies zoals die uit de gevoerde gesprekken blijken en in hoofdstuk 5 een opsomming van de bijlagen.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 5 van 12
2 SAMENVATTING Trafficon heeft voor de gemeenten in de provincie Utrecht onderzoek gedaan om na te gaan of er draagvlak is bij de regio’s om samen te werken en of er standpunten zijn die een samenwerking in de weg zouden staan. In overleg met de opdrachtgever hebben we een vragenlijst opgesteld die is toegestuurd naar de gemeenten die nu deelnemen in Regiotaxi Utrecht en Regiotaxi Eemland Heuvelrug. Per Wmo-regio hebben we een gesprek gevoerd aan de hand van de vragen. Er zijn twee vragenlijsten gestuurd. De eerste heeft betrekking op die onderdelen waarvan in het rapport is aangegeven dat uiteenlopende standpunten op dat onderdeel samenwerking in de weg staan. Stad Utrecht gaf aan de gesprekken graag te gebruiken om ook de visie van de regio’s te peilen op een aantal aanvullende punten. Die zijn door Stad Utrecht aangeleverd in de vorm van stellingen en deze zijn meegenomen in de gesprekken. In bijlagen A en B vindt u de toegestuurde vragen en stellingen. De belangrijkste conclusies ten aanzien van draagvlak en visies zijn: er is draagvlak voor samenwerking op een zo groot mogelijke schaal. Daarbij geldt dat de regio’s Stad Utrecht en Eemland nog verder onderzoek nodig achten.
Beide wel vanuit een verschillende achtergrond; als men wil samenwerken dan in een zo licht mogelijke samenwerkingsvorm met name op basis van een samenwerkingsovereenkomst; men vindt het call center model het meest geschikt voor de volgende jaren waarbij Eemland nog wil onderzoeken of dat past bij hun vernieuwingsslag in het doelgroepenvervoer; men is het eens over de basisprincipes van het vraagafhankelijke vervoer waarbij sommige regio’s wel willen nadenken over het aanpassen van een aantal specificaties met het oog op kostenbesparingen; met uitzondering van de regio Stad Utrecht wil men het beheer op de schaal van de samenwerking inrichten. Stad Utrecht wil dat niet uitsluiten maar heeft daar nog verder onderzoek voor nodig; men is het met elkaar eens dat het hebben van expertise een belangrijk thema is bij de uitvoering van het contractbeheer. Waar contractbeheer wordt belegd is dan van minder belang. Ten aanzien van de aanvullende vragen van de Stad Utrecht kan geconcludeerd worden dat de regio’s zich wel kunnen vinden in de meeste stellingen. Uitgezonderd de eerste twee stellingen. Dat zijn stellingen waarbij het gaat over efficiëntie aan de ene kant en kwaliteit, eenvoud en klantgerichtheid aan de andere kant.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 6 van 12
3 INFORMATIE UIT DE GESPREKKEN 3.1 Algemeen Per onderdeel zal in paragraaf 3.2 kort aangegeven worden of de regio’s het eens of oneens zijn met de aanbevelingen uit het rapport. In paragraaf 3.3 zal aangegeven worden hoe de regio’s gereageerd hebben op de aanvullende vragen van de stad Utrecht. In de gesprekken zijn bij sommige onderdelen nuanceringen aangebracht of aandachtspunten genoemd. In paragraaf 3.4 worden per regio de aandachtspunten benoemd.
3.2 Uitkomsten onderzoek 3.2.1 Schaalgrootte zo groot mogelijk De regio’s Lekstroom, Zuidoost Utrecht en Utrecht West zijn het eens met de voorgestelde schaalgrootte. De stad Utrecht stelt dat het één van de mogelijkheden is maar dat er ook andere mogelijkheden zijn. Men geeft aan dat op basis van het rapport er onvoldoende informatie is om nu al een keuze voor een scenario te maken. Er wordt maar één scenario beschreven. Andere opties zijn buiten beschouwing gelaten. Waardoor een goede afweging niet is te maken. Eemland is in principe voor een zo groot mogelijke samenwerking maar weet niet of dat past bij hun plannen om een vernieuwing bij het doelgroepenvervoer te realiseren. Verder onderzoek is daarvoor nodig. 3.2.2 Vorm samenwerking Alle gemeenten zijn het er mee eens om voor de uitvoering van het Wmo vervoer samen te werken op basis van een samenwerkingsovereenkomst. De Stad Utrecht merkt daarbij op dat dat alleen geldt voor het geval er samengewerkt wordt. 3.2.3 Perceel indeling Alle regio’s kunnen zich vinden in de voorgestelde perceel indeling. 3.2.4 Principes vraagafhankelijk vervoer Alle regio’s zijn het met elkaar eens. Ze kunnen zich vinden in de basisprincipes van het vraagafhankelijke vervoer te weten: er is sprake van deur tot deur vervoer; er gelden marges rond de ophaaltijd; er geldt een omrijdtijd; klanten mogen gecombineerd worden in één voertuig.
De regio’s merken op dat de samenhang tussen AOV, OV en lokale initiatieven erg belangrijk is. Daarbij geldt dat halte-halte en deur-halte vervoer een verantwoordelijkheid van de provincie is. Een paar regio’s geven aan dat men wel nadenkt over het mogelijk aanpassen van een aantal spelregels zoals bijvoorbeeld de mate van omrijden of de vooraanmeldtijd.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 7 van 12
3.2.5 Gelijktijdig ander doelgroepenvervoer inkopen Alle regio’s geven aan dat ze het gelijktijdig inkopen van ander doelgroepenvervoer, niet willen uitsluiten en in elk geval die mogelijkheid open willen houden. Lekstroom en Zuidoost Utrecht geven aan daar nog geen expliciet standpunt over in te hebben genomen. Eemland wil leerlingenvervoer en vervoer naar de dagbesteding meteen meenemen. 3.2.6 Vergelijkbaar product Met uitzondering van Eemland vinden alle regio’s het huidige callcenter model geschikt voor de komende jaren. Eemland heeft vooral vragen bij het callcenter model voor wat betreft het verwerken van mutaties/aan- en afmeldingen bij het leerlingenvervoer. Kan dat bij een callcenter model of kan dat niet? Past het callcenter model bij de plannen die Eemland heeft in het kader van de vernieuwing van het doelgroepenvervoer? Men is daar nog niet uit en wil daar graag nog verder onderzoek naar doen. 3.2.7 Hoe beheren Met uitzondering van Stad Utrecht zijn alle regio’s van mening dat het contractbeheer georganiseerd moet worden op de schaal van de samenwerking. Stad Utrecht wil een nuance aanbrengen. Vanuit Utrecht wordt op een andere manier gestuurd, meer in partnerschap, met gecontracteerde partijen in dialoog. Utrecht stad weet op dit moment niet of dit wel mogelijk is als je in U16 verband samenwerkt omdat de omvang van de aanbesteding zo groot is.
Is het handzamer om dat te realiseren op de schaal van de eigen wmo regio? De ervaringen in andere samenwerkingen waarin ook gewerkt wordt vanuit de principes van het Utrechtse sturingsmodel zijn goed, maar het kost tijd om dit met zijn allen te implementeren. Er is twijfel of het Utrechtse model compatibel is met contractbeheer op U16 schaal. Op dit moment kan Utrecht niet aangeven dat ze het eens zijn met het inrichten van contractbeheer op centraal niveau. Niet uitsluiten, maar moet verder uitgezocht worden. 3.2.8
Waar beheer beleggen
De regio’s zijn het met elkaar eens dat het hebben van expertise een belangrijk thema is bij de uitvoering van het contractbeheer. Verder is een goede informatievoorziening van belang. Gemeenten moeten goed aangesloten blijven. Waar dat contractbeheer dan wordt belegd is minder van belang. Lekstroom en Eemland geven aan dat hun voorkeur daarbij uitgaat naar het inkopen van contractbeheer bij een externe organisatie. De stad Utrecht geeft aan dat als je naar het Utrechts model kijkt, dat het contractbeheer dan zo decentraal mogelijk neergelegd zou moeten worden.
3.3 Aanvullende vragen 3.3.1 Eenvoud versus vrijheid Met uitzondering van de Stad Utrecht geven de andere regio’s aan dat eenvoud en gebruiksgemak niet belangrijker zijn dan beleidsvrijheid en efficiëntie. Daarbij worden opmerkingen gemaakt als: kostenefficiëntie is belangrijk. De hoeveelheid middelen is bepalend, daarbinnen eenvoud en gebruiksgemak realiseren; gebruikers zijn belangrijk maar wel binnen budgetten. Klanttevredenheid is nu hoog, zo houden. Mogelijk sommige beleidskeuzes maken die het gebruiksgemak beperken;
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 8 van 12
alles staat en valt met budget. Kwaliteit bepalen, prijskaartje eraan hangen, stap voor stap. Het hoeft niet luxer dan het ov; het een sluit het ander niet uit. Binnen financiële middelen en met behoud van beleidsvrijheid streven naar eenvoud en gebruiksgemak.
Stad Utrecht geeft aan dat er is een budget waar rekening mee gehouden moet worden. Efficiency is niet het hoogste doel. De leefwereld centraal stellen, daar begint de redenering. Doen wat nodig is. Het budget kun je niet als uitgangspunt nemen omdat het budget per definitie niet voldoende is om het vervoer te regelen (binnen het sociaalrecreatieve wmo vervoer). Als het budget niet toereikend is dan moet er budget bij. 3.3.2 Op kwaliteit wordt in principe niet bezuinigd De regio’s Eemland en Zuidoost Utrecht zijn het niet eens met die stelling dat op kwaliteit in principe niet bezuinigd wordt. De andere regio’s zijn het wel eens met de stelling. Wat opvalt is dat eigenlijk alle regio’s zeggen dat het behouden van de basiskwaliteit het uitgangspunt zou moeten zijn. Het lijkt dat men het eigenlijk met elkaar eens is en dat het verschil met name zit in de definitie van het begrip kwaliteit. Voor extra kwaliteit mag de klant best ook wat meer betalen geven sommige regio’s aan. Stad Utrecht stelt dat het gaat om passend vervoer en dat niet bezuinigd wordt op dat passend vervoer. 3.3.3 Samenwerking vervoerder Alle regio’s geven aan dat gezamenlijke principes, partnerschap en co-creatie de basis zijn voor de samenwerking tussen opdrachtgever en vervoerder.
3.3.4 Milieu Alle regio’s zijn het eens met de stelling dat bij de inkoop aandacht moet zijn voor het terugdringen van de druk op het milieu. 3.3.5 Aansluiting vervoersvormen Alle regio’s zijn het eens met de stelling dat het nodig is om te blijven investeren in een betere aansluiting tussen doelgroepenvervoer, aanvullend openbaar vervoer, toegankelijk openbaar vervoer en andere vervoersvormen. Opmerkingen die daarbij gemaakt worden door de regio’s zijn o.a.: belangrijk om het gesprek met de provincie langdurig vol te houden. Ook als het programma vernieuwing doelgroepenvervoer en AOV ophoudt. Niet alleen focus op doelgroepenvervoer maar ook op mobiliteit om de samenhang tussen ov en doelgroepenvervoer te realiseren. Rol van de provincie is belangrijk in de toekomst; doelgroepenvervoer is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Voor andere vervoersvormen ligt de verantwoordelijkheid en de financiële opdracht bij de provincie; het is niet de inzet om wmo reizigers de overstap naar een ov-halte te laten maken. Wel om ze meer gebruik te laten maken van ov in algemene zin. Vrijwilligersinitiatieven, daar ligt de sleutel; doelgroepenvervoer is maar een van de vervoersvormen, een van de alternatieven. Ook kijken naar de andere sporen. We verwachten ook wel wat van het AOV, maar dat zal niet alles oplossen gezien het beschikbare budget; ook budgetten samenvoegen.
Overlegstructuren zijn nog heel onduidelijk, er wordt alleen nog bovenregionaal gesproken, nog niet lokaal. Dialoog goed gaan organiseren. Dat vraagt lokaal ook geld.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 9 van 12
3.4 Aandachtspunten per Wmo regio 3.4.1 Utrecht Stad Gemeenten: Utrecht Utrecht ziet voor de omvang van de samenwerking ook andere scenario’s dan de samenwerking zoals die in het rapport beschreven is. Die scenario’s zijn: inkopen op wmo regio niveau, inkopen op wmo regio niveau en daarbij ‘beleidsvrije onderdelen’ samen inkopen, zoals infovoorziening, callcenter, klachtenaanname, inkopen op Wmo-regio niveau met de mogelijkheid voor gemeenten/Wmo-regio’s om ergens bij aan te sluiten, geleidelijk inkopen, eerste twee jaar samen, in 2025 bij de nieuwe ov-concessie opnieuw bekijken welk scenario het beste past. Daarbij opdrachtgeverschap in de eigen wmo regio neerleggen. Voor wat betreft het contractbeheer is voor Utrecht Stad belangrijk om te bewegen richting het Utrechtse sturingsmodel. 3.4.2 Utrecht West Gemeenten: Woerden, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater en Stichtse Vecht. Montfoort lift graag bij de aanbesteding van het Wmo vervoer mee voor leerlingenvervoer. Stichtse Venen en de Ronde Venen niet maar willen de optie openhouden om later aan te sluiten. Bestuurlijk wordt dit in september besproken. Wens voor doorontwikkeltraject bijvoorbeeld voor Jeugdwet en dagbestedingvervoer. 3.4.3 Lekstroom Gemeenten: Houten, Nieuwegein, IJsselstein, Vijfheerenlanden en Lopik.
De gemeenten geven nog aan dat: het belangrijk is om te leren van elkaar en te streven naar uniformiteit. elke gemeente moet wel het belang van dit onderwerp zien en actief deelnemen aan het proces. aandachtspunt andere regiogesprekken: een centrumgemeente-constructie als samenwerkingsvorm is iets anders dan bij een gemeente het contractbeheer beleggen. idee los van de inkoop nu: wens om gezamenlijke toegang te organiseren? 3.4.4 Zuid Oost Utrecht (ZOU) Gemeenten: Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, De Bilt en Bunnik. De gemeenten geven als aandachtspunt mee dat er opgelet moet worden dat inkopers tijd hebben voor contractbeheer. Een smalle efficiënte regio-organisatie draagt als risico in zich dat gedurende de periode dat er een aanbesteding wordt doorlopen er niet of nauwelijks tijd meer over is om aan contractbeheer te doen. Vraag is dus hoe tijdens deze piekbelasting het beste omgegaan kan worden met de combi aanbesteding en contractbeheer. 3.4.5 Eemland Gemeenten: Baarn, Amersfoort, Bunschoten Spakenburg, Leusden, Woudenberg en Soest.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 10 van 12
Eemland is al een eigen pad aan het inslaan. Eemland wil vernieuwing inbrengen op doelgroepenvervoer met de kanteling van provincie naar gemeenten. Samenwerking met U16 in zo groot mogelijk verband ziet er goed uit, alleen is Eemland bang dat ze dan deze vernieuwingsslag onvoldoende kunnen maken. Kan beperkend werken. Houden graag de handen vrij richting vernieuwingstraject. Op moment dat ze vernieuwingen doorzetten dan is het de bedoeling dat alle doelgroepen aan elkaar gekoppeld worden. Kan dat wel samen met U16? Dilemma van keuze vergt nog extra onderbouwing om het ook voor de Raden te kunnen uitwerken. Er is behoefte om nog een keer met Trafficon verder te praten over de scenario’s in relatie tot samenwerking. Eemland stuurt Trafficon de stukken toe die er tot nu toe zijn over dit onderwerp. Overleg is gepland voor 2 september.
4 CONCLUSIES De belangrijkste conclusies uit het voorgaande zijn onderstaand kort op een rijtje gezet: met betrekking tot de schaalgrootte willen de regio’s Stad Utrecht en Eemland nog verder onderzoek doen. De andere regio’s kunnen instemmen met de adviezen uit het onderzoeksrapport;
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 11 van 12
voor de samenwerkingsvorm willen alle regio’s een zo licht mogelijke samenwerking waarbij de samenwerkingsovereenkomst de voorkeur heeft; alle regio’s kunnen zich vinden in de voorgestelde perceel indeling; alle regio’s kunnen zich vinden in de basisprincipes van het vraagafhankelijke vervoer; alle regio’s geven aan dat ze in elk geval de mogelijkheid om gelijktijdig andere vormen van doelgroepenvervoer in te kopen, open willen houden. Een enkele regio wil dat al concreet doen en andere regio’s willen mogelijk later aanschuiven; met uitzondering van Eemland vinden alle regio’s het huidige callcenter model geschikt voor de komende jaren. Eemland wil meer informatie over het callcenter model in relatie tot hun voorgenomen vernieuwing doelgroepenvervoer; met uitzondering van Stad Utrecht zijn alle regio’s van mening dat het contractbeheer georganiseerd moet worden op de schaal van de samenwerking. Stad Utrecht sluit dat niet uit maar wil nog verder onderzoek; de regio’s zijn het met elkaar eens dat het hebben van expertise een belangrijk thema is bij de uitvoering van het contractbeheer.
Waar contractbeheer wordt belegd is dan van minder belang; met uitzondering van de Stad Utrecht geven de andere regio’s aan dat eenvoud en gebruiksgemak niet belangrijker zijn dan beleidsvrijheid en efficiëntie; alle regio’s geven aan dat gezamenlijke principes, partnerschap en co-creatie de basis zijn voor de samenwerking tussen opdrachtgever en vervoerder; alle regio’s zijn het eens met de stelling dat bij de inkoop aandacht moet zijn voor het terugdringen van de druk op het milieu; alle regio’s zijn het eens met de stelling dat het nodig is om te blijven investeren in een betere aansluiting tussen doelgroepenvervoer, aanvullend openbaar vervoer, toegankelijk openbaar vervoer en andere vervoersvormen; de regio’s Eemland en Zuidoost Utrecht zijn het niet eens met die stelling dat op kwaliteit in principe niet bezuinigd wordt. De andere regio’s zijn het eens met de stelling. Wat opvalt is dat eigenlijk alle regio’s zeggen dat het behouden van de basiskwaliteit het uitgangspunt zou moeten zijn.
5 BIJLAGEN Bij deze rapportage horen de volgende bijlagen: A. Vragenlijst regio conclusies rapport v1 B. Vervolgvragen visie v1 C. Overzicht verdiepingsvragen regio’s Verder zijn de gespreksverslagen bij de opdrachtgever beschikbaar.
Draagvlak voor samenwerking voor sociaalrecreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht Gemeente Stichtse Vecht Versie: definitief
VERTROUWELIJK
Pagina 12 van 12