SM 1163318 bijlage Evaluatie SO JGGZ 2020
Tekst van het document
Evaluatie 2020
Specialistische ondersteuning jeugd GGZ Gemeente Bunschoten
Augustus 2021
Inhoudsopgave Hierbij bieden wij u de evaluatie van de inzet van de Specialistisch Ondersteuner Jeugd GGZ (SO JGGZ) over het jaar 2020 aan. De evaluatie is als volgt opgebouwd: 1. Inleiding 1.1 Profiel SO JGGZ 1.2 Doelen, kerntaken en gewenste resultaten SO JGGZ 1.3 Coronacrisis 1.4 Lokale en regionale ontwikkelingen 1.5 Landelijke ontwikkelingen
2 2 2 4 4 4
2. Resultaten 2020 2.1 Bereik 2.2 Doelrealisatie 2.3 Tevredenheid 2.4 Analyse verwijsgedrag huis- en jeugdartsen 2.5 Financiële effecten SO JGGZ 2.6 Doorkijkje 2021
5 5 7 7 7 8 10
3. Conclusies 3.1 Kwantitatieve en kwalitatieve resultaten 3.2 Kostenbatenanalyse SO JGGZ 3.3 Landelijke en regionale afspraken 3.4 Ontwikkelpunten
11 11 11 11 12
4. Doorontwikkeling 2021 e.v. 4.1 Bereik SO JGGZ vergroten 4.2 Analyse type hulpvragen jeugd GGZ
12 12 12
Bijlage 1
Toekomstschets Zorglandschap regio Amersfoort
14
1
1. Inleiding In januari 2018 is de gemeente Bunschoten gestart met de uitvoering van de functie van specialistisch ondersteuner jeugd geestelijke gezondheidszorg (hierna te noemen SO JGGZ). In andere gemeenten wordt deze functionaris ook wel praktijkondersteuner jeugd GGZ (POH jeugd GGZ) genoemd. De SO JGGZ is een specialist op het gebied van jeugd-GGZ. De SO JGGZ vervult een brugfunctie tussen het sociaal team enerzijds en de huisartsen en jeugdartsen anderzijds. De SO JGGZ-ers zijn universitair opgeleid als orthopedagoog en psycholoog met specialisatie kind en jeugd. De SO JGGZ heeft een belangrijke rol in de transformatie van de jeugdhulp. De SO JGGZ wordt ingezet om jeugdigen met psychische problemen snel en dichtbij huis de juiste hulp te bieden. De SO JGGZ kan zelf lichte hulp verlenen en daarmee een verwijzing naar gespecialiseerde jeugdhulp voorkomen. Door een goede vraagverheldering en brede blik krijgen jeugdigen en gezinnen de meest passende ondersteuning: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Deze rapportage behelst de evaluatie over het jaar 2020 met een doorkijkje naar 2021. De evaluatie is gebaseerd op kwantitatieve informatie en op een raadpleging van huisartsen, jeugdartsen en medewerkers van het sociaal team. 1.1 Profiel SO JGGZ De SO JGGZ-ers zijn universitair geschoolde professionals met veel expertise op jeugd en gezin.
De huidige SO JGGZ-ers zijn opgeleid als orthopedagoog en psycholoog met specialisatie kind en jeugd. Tevens zijn door de huidige SO JGGZ-ers diverse vervolgopleidingen gevolgd, zoals: • Basisopleiding cognitieve gedragstherapie • Introductiecursus Floorplay (spelmethodiek om kinderen met ontwikkelingsproblemen, waaronder autisme of meervoudige beperking, te begeleiden en hun ontwikkeling te stimuleren) • Cursus Acceptance and Commitment Therapie voor kinderen en jeugdigen (ACT4Kids) • Een taal erbij (werken met duploconstellaties) Zij beschikken over diverse vragenlijsten om een goede vraagverheldering te kunnen uitvoeren, o.a. voor brede screening, screening op PTSS-klachten, een gezinsvragenlijst, motivatie en faalangst, coping en zelfbeeld. In 2020 is de WISC-V aangeschaft, een instrument om intelligentieonderzoek bij kinderen te doen. Tot slot werken de SO JGGZ-ers met behandelprotocollen voor o.a. (faal-) angstklachten, zelfbeeld, ADHD/overprikkeling en traumaklachten. 1.2 Doelen, kerntaken en gewenste resultaten SO JGGZ De doelen van SO JGGZ zijn: • Bevordering van de verbinding en samenwerking tussen de huisartsen / jeugdartsen en het sociaal team; • Verbetering van de signalering door en uitbreiding van de expertise van de huisartsen, jeugdartsen en het sociaal team op het gebied van GGZ-problematiek bij jeugdigen.
• Sneller inzetten van de juiste interventie: zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig De SO JGGZ kijkt bij het in kaart brengen van de hulpvraag met een brede blik naar het gezin en de omgevingsfactoren. Vanwege de positie van SO JGGZ kan zij gemakkelijk de verbinding leggen met het voorliggend veld, het sociaal team, schuldhulpverlening, Zorgloket of Werk en Inkomen. 2
De SO JGGZ heeft veel kennis van de regionale sociale kaart. De kerntaken van de SO JGGZ zijn (zie ook figuur 1): • Consultatie en advies (contact tussen SO JGGZ en arts of sociaal team) Een overlegmoment tussen adviesvrager en SO JGGZ, waarin de SO JGGZ op verzoek van de adviesvrager meedenkt over de inschatting van de problematiek van de jeugdige en passend aanbod. Tussen de SO JGGZ en de client is geen rechtstreeks contact. • Vraagverheldering (contact tussen SO JGGZ en client) Bij een vermoeden van GGZ-problematiek bij een jeugdige, kan de verwijzer de cliënt doorverwijzen naar de SO JGGZ voor vraagheldering. De SO JGGZ en de client hebben rechtstreeks contact. Als het nodig is, voert de SO JGGZ observaties uit. • Kortdurende hulpverlening / eigen begeleiding De SO JGGZ kan besluiten om, als de inschatting is dat de client hier voldoende mee geholpen is, zelf kortdurend hulp te verlenen. Ook biedt de SO JGGZ soms overbruggingszorg, als een client op de wachtlijst staat voor gespecialiseerde hulp. Het gaat om monitoring van de klachten en een eerste start maken met het versterken van helpende coping met behulp van de eerder genoemde behandeltechnieken (CGT en ACT). • Toeleiden naar passende hulp De SO JGGZ kijkt met een brede blik naar het gezin en betrekt indien nodig andere professionals of het netwerk.
De SO JGGZ is goed op de hoogte van de sociale kaart en het aanbod van jeugdhulpaanbieders, waardoor zij kan adviseren over de meest passende aanbieder. Als gewenste resultaten zijn benoemd: • Aantal rechtstreekse verwijzingen naar ambulante behandeling van artsen daalt van 74,5% (2019) tot 65% (2020) en 50% (2021) daalt. • De SO JGGZ biedt zelf kortdurende hulpverlening in 25% van het aantal aangemelde hulpvragen.
Figuur 1. Kerntaken SO JGGZ
3
1.3 Coronacrisis Het jaar 2020 werd gedomineerd door de coronacrisis. Dit heeft gevolgen gehad voor de werkzaamheden van de SO JGGZ-ers. Normaal gesproken werken de SO JGGZ-ers een deel van hun tijd in hetzelfde gebouw als de huisartsen, namelijk in het gezondheidscentrum Scala Medica. Daarnaast werken ze in het gemeentehuis. Als gevolg van de coronamaatregelen werkten de SO JGGZ-ers in 2020 voornamelijk vanuit huis. De contacten met huisartsen, sociaal team en cliënten verliepen grotendeels digitaal of telefonisch. In het begin van de coronacrisis ontvingen de SO JGGZ-ers minder aanmeldingen dan normaal. Vanaf het moment dat de eerste versoepelingen van kracht werden (half mei 2020), stroomden de aanmeldingen weer binnen. Inmiddels werken de SO JGGZ-ers wel weer in het gemeentehuis, omdat echte ontmoeting bijdraagt aan de kwaliteit van de hulpverlening. Er wordt nog niet gewerkt in Scala Medica. Dit wordt als een belemmerende factor ervaren in het contact met de huisartsen. 1.4 Lokale en regionale ontwikkelingen De rol van SO JGGZ (POH jeugd GGZ) wordt alleen maar groter in het kader van de transformatie van de jeugdzorg. Huisartsen zijn een grote verwijzer naar aanbieders van ambulante behandeling.
Veel gemeenten investeren daarom in de samenwerking met de huisartsen en jeugdartsen, want samen staan we voor de opgave om ‘te normaliseren’ waar dat mogelijk is en goed te handelen als er specialistische kennis nodig is om kinderen verder te helpen. Daarom heeft de POH jeugd GGZ een nadrukkelijke rol gekregen in het zorglandschap van de regio Amersfoort (zie bijlage 1). De gemeenten van de regio Amersfoort hebben alle zeven een POH jeugd GGZ aangesteld. Ook BMC onderschrijft in het rapport ‘Beheersing financiën jeugd en Wmo’ het belang van de SO JGGZ. Volgens BMC draagt de SO JGGZ bij aan het verlenen van de juiste hulp en het verminderen van het aantal verkeerde indicaties1. 1.5 Landelijke ontwikkelingen Onlangs heeft onderzoeksbureau AEF in opdracht van diverse ministeries en de VNG een rapportage uitgebracht over de financiële tekorten in de jeugdzorg en de maatregelen die genomen kunnen worden om dit tekort te verkleinen2. Eén van de maatregelen die kan leiden tot een besparing is volgens het AEF de inzet van een POH jeugd. De POH jeugd kan lichte hulp verlenen en daarmee een verwijzing voorkomen. Gemeenten zijn wel afhankelijk van de bereidheid van huisartsen om hieraan mee te werken. Ook de Commissie Sint heeft de POH jeugd opgenomen als effectieve maatregel in het kader van de financiële beheersbaarheid van de jeugdwet3. Op 2 juni jl.
heeft de VNG met het kabinet afspraken gemaakt over de financiële compensatie door het rijk aan gemeenten voor de tekorten in de jeugdzorg in 2022. Enerzijds maakt het kabinet extra geld vrij ter compensatie van gemeenten voor de tekorten op jeugdzorg. Anderzijds hebben gemeenten zich gecommitteerd aan een besparingsopgave. Onderdeel van deze besparingsopgave is een brede invoering van de POH-Jeugd GGZ4. 1 BMC, Beheersing financiën Jeugd en Wmo, gemeente Bunschoten, april 2020 2 AEF, Stelsel in groei, 15 december 2020 3 Commissie Sint, Maatregelen financiële beheersbaarheid jeugdwet, 8 april 2021 4 VNG ledenbrief inzake arbitrage jeugd en afspraken rijk–VNG d.d. 8 juni 2021
4
2. Resultaten 2020 In dit hoofdstuk worden de resultaten van de inzet van de SO JGGZ weergegeven. De bevindingen zijn gebaseerd op een kwantitatieve analyse, een gesprek met een vertegenwoordiging van huis- en jeugdartsen, een enquête onder huis- en jeugdartsen en gesprekken met medewerkers van het sociaal team. Levert de inzet van de SO JGGZ op wat is bedoeld? Deze vraag willen we beantwoorden aan de hand van de volgende criteria: • Bereik (2.1) • Doelrealisatie (2.2) • Tevredenheid (2.3) Daarnaast kijken we in paragraaf 2.4 naar de ontwikkeling van het aantal rechtstreekse verwijzingen van huis- en jeugdartsen naar specialistische jeugdhulp. In 2.5 staan de financiële effecten beschreven. Tot slot geeft paragraaf 2.6 een doorkijkje naar 2021. 2.1 Bereik
Aantal aanmeldingen In 2020 hebben de SO JGGZ-ers 107 aanmeldingen gekregen van een verwijzer. De grootste verwijzer is de huisarts (47%), gevolgd door het sociaal team (28%) en daarna de jeugdarts (16%). De huisartsen verwijzen voornamelijk cliënten naar de SO JGGZ voor verheldering van de hulpvraag en inzet van de juiste hulp en ondersteuning. De huisartsen maken vrij weinig gebruik van de mogelijkheid om advies in te winnen bij de SO JGGZ (consult). Het sociaal team maakt juist veel gebruik van de mogelijkheid om advies in te winnen bij de SO JGGZ. De jeugdartsen maken van beide diensten van de SO JGGZ gebruik.
Verwijzers naar SO JGGZ % Overigen
De Boei Jeugdarts
Sociaal team Huisarts 0%
10%
20%
30%
40%
50%
%
Figuur 2. Aanmeldingen SO JGGZ naar verwijzer
De aanmeldingen bij SO JGGZ bestaan uit 35 verzoeken om een consult en 72 aanvragen voor verheldering van de hulpvraag en inzet van de juiste hulp en ondersteuning. 5
Type aanmelding
33%
67%
Vraagverheldering (direct contact met client)
Consult (contact met verwijzer)
Fig. 3 Type aanmeldingen bij SO JGGZ
In 2020 heeft de SO JGGZ 72 keer een aanmelding voor vraagverheldering gekregen. De opvolging van deze aanmelding door de SO JGGZ is als volgt:
Acties n.a.v. vraagverheldering Onbekend Vraagverheldering loopt nog Voortijdig gestopt, verwijzing via huisarts geregeld Ouders/client zien af van verder traject
Doorverwezen naar sociaal team Afgeschaald naar De Boei/andere voorliggende vz Zelf opgelost binnen een aantal gesprekken Doorverwezen naar specialistische jeugdhulp 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
%
Fig. 4 Acties naar aanleiding van vraagverheldering
De SO JGGZ biedt zelf ook kortdurende begeleiding. In 2020 is dit in 16 casussen gebeurd. Het gemiddeld aantal gesprekken dat de SO JGGZ voert met een cliënt is 4. Het aantal gesprekken per cliënt loopt uiteen van 1 tot 7 gesprekken. In 4 casussen is het traject van begeleiding nog niet afgerond. In 12 casussen heeft de begeleiding van de SO JGGZ ertoe geleid dat de cliënt zelfstandig verder kan. De SO JGGZ verwijst de helft van de cliënten, die zij spreekt over hun hulpvraag, door naar specialistische jeugdhulp. Dit zijn verwijzingen, waarvan vaststaat dat de jeugdhulpaanbieder de hulp biedt die past bij de hulpvraag van de cliënt. De SO JGGZ kijkt met een brede blik naar het gezin en 6
het kind en overweegt ook de mogelijkheden van eigen begeleiding en de SBI. Dit zijn aspecten die huisartsen in zijn algemeenheid minder laten meewegen in hun beslissing om door te verwijzen naar een aanbieder. Door de tussenkomst van de SO JGGZ neemt de kwaliteit van de verwijzingen toe. Bovendien voert het sociaal team daarna regie op de hulpverleningstrajecten. Regievoering door het sociaal team gebeurt niet als de huisarts een patiënt doorverwijst naar een aanbieder. 2.2 Doelrealisatie (op clientniveau) Onder doelrealisatie wordt verstaan in hoeverre de interventie van de SO JGGZ bijdraagt aan de oplossing of verbetering van de situatie op clientniveau. De SO JGGZ-ers dragen bij aan de oplossing. Het resultaat van bijna alle consulten is dat de adviesvrager zelfstandig verder kan. Ook de kortdurende hulpverlening die de SO JGGZ-ers zelf bieden, leidt tot het resultaat dat de cliënt zelfstandig verder kan. De huis- en jeugdartsen en het sociaal team geven aan (zeer) tevreden te zijn over het vinden van een passende oplossing voor kind en gezin. 2.3 Tevredenheid We meten de tevredenheid van de belangrijkste verwijzers, namelijk de huis- en jeugdartsen en het sociaal team. De huis- en jeugdartsen en het sociaal team geven aan (zeer) tevreden te zijn over: • De bereikbaarheid van de SO JGGZ • De deskundigheid van de SO JGGZ, en • De terugkoppeling door de SO JGGZ.
• Het feit dat SO JGGZ geen wachttijd heeft. Het sociaal team ervaart toegevoegde waarde van de SO JGGZ in de volgende situaties: • Als sparringpartner bij complexe problematiek • Om handvatten te krijgen in trajecten van eigen begeleiding door het sociaal team • Voor tips en adviezen als er nog geen externe hulpverlening betrokken is bij een casus • Voor advies over een geschikte jeugdhulpaanbieder • Om gezamenlijk op te trekken in een casus, waarbij de SO JGGZ meer kindgericht werkt en het sociaal team gezinsgericht. • Voor kortdurende hulpverlening door de SO JGGZ, zodat er niet doorverwezen hoeft te worden naar een aanbieder. Wat ook wordt gewaardeerd door het sociaal team zijn de groepsgewijze instructies/voorlichting door de SO JGGZ aan het sociaal team over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld uitleg over bepaalde methodieken. De SO JGGZ draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdwet, zowel door hun directe hulpverlening aan kind en gezin, als door advisering van het sociaal team bij complexe problematiek. 2.4 Analyse verwijsgedrag huis- en jeugdartsen De inzet van de SO JGGZ zou mede tot gevolg moeten hebben dat huisartsen minder rechtstreeks verwijzen naar specialistische jeugdhulp.
Op basis van een analyse van het jeugdhulpgebruik in de gemeente Bunschoten over de jaren 2018 t/m 2020 valt te concluderen dat het aantal rechtstreekse verwijzingen van huisartsen naar specialistische jeugdhulp inderdaad daalt (zowel procentueel en absoluut). 7
We zien dat huisartsen hoofdzakelijk verwijzen naar ambulante behandeling jeugd. Het percentage rechtstreekse verwijzingen van huisartsen naar ambulante behandeling jeugd daalt van 77% in 2018, naar 70% in 2019 en naar 58% in 2020. De jeugdartsen zijn een kleine verwijzer naar jeugdhulp. Op het bouwblok ambulante behandeling jeugd zijn zij in 2020 verantwoordelijk voor slechts 1% van de verwijzingen.
Verwijspercentages naar ambulante behandeling jeugd (excl. BSA) 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2018
2019 Huisarts
2020
Sociaal team
Fig. 5 Grootste verwijzers naar ambulante behandeling jeugd
De gemeente Bunschoten wijkt in positieve zin af van de regio Amersfoort. In de regio Amersfoort is de huisarts in 77% van de gevallen de verwijzer naar ambulante behandeling jeugd. In Bunschoten ligt dit percentage op 58%. In Bunschoten is het sociaal team een grotere verwijzer (38%) naar ambulante behandeling jeugd dan in de regio het geval is (13%). Vanuit het oogpunt van sturing is het gunstig dat een groter deel van de verwijzingen door het eigen lokale team wordt gedaan. De huisartsen verwezen in 2020 210 keer door naar ambulante behandeling jeugd (exclusief BSA). De aanbieder waarnaar het vaakst verwezen wordt, is Praktijk Spring in ’t Veld (160 indicaties). De huisartsen maakten in 2020 50 keer gebruik van de SO JGGZ. Dit betekent dat in 20% van alle vragen die huisartsen krijgen over kinderen met GGZ-problematiek, huisartsen verwijzen naar de SO JGGZ. De redenen die huisartsen noemen om geen gebruik te maken van de SO JGGZ zijn: • Ouders hebben al een duidelijke voorkeur voor een jeugdhulpaanbieder • Het kost te veel tijd om SO JGGZ te betrekken. BSA In 2020 verwezen de huisartsen 21 keer naar de BSA, voornamelijk naar GGZ Centraal. De afspraak is dat huisartsen rechtstreeks verwijzen, als zij er zeker van zijn dat diagnostiek en behandeling noodzakelijk zijn. GGZ Centraal biedt specialistische GGZ, dus complexe zorg.
Het is logisch dat huisartsen rechtstreeks verwijzen naar GGZ Centraal. 2.5 Financiële effecten SO JGGZ Voor de berekening en onderbouwing van de financiële effecten van de SO JGGZ wordt de methodiek gevolgd zoals gehanteerd in het recente onderzoek van het AEF naar de
8
besparingsmogelijkheden op de kosten jeugdhulp 5. In dit onderzoek berekent het AEF het besparingspotentieel van de POH jeugd GGZ, wat een vergelijkbare functie is als de SO JGGZ. Het onderzoek van het AEF richt zich op de trajecten die starten met een verzoek aan de SO JGGZ om vraagverheldering. Afhankelijk van de vraag zal de SO JGGZ hierna zelf kortdurende hulp verlenen of doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Naast vraagverheldering wordt de SO JGGZ ook benaderd voor consultatie (zie figuur 1 op bladzijde 3). De effecten van consultatie zijn op basis van de huidige gegevens niet financieel te vertalen. In 2020 is de SO JGGZ 35 keer gevraagd om te adviseren over een casus. De adviesvrager kon hierna weer zelfstandig verder. Het ligt voor de hand dat hier ook financiële voordelen behaald worden. De kwantificeerbare financiële effecten op de kosten jeugdhulp worden veroorzaakt door: 1. De SO JGGZ lost hulpvragen zelf op, die anders worden doorverwezen naar een jeugdhulpaanbieder. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde bespaarde trajectprijs ongeveer € 2.300 bedraagt. Dit bedrag is gebaseerd op het onderzoeksrapport van het AEF. In 2020 heeft de SO JGGZ 16 keer zelf een hulpverleningstraject uitgevoerd, 6 keer afgeschaald naar een voorliggende voorziening en 3 keer hebben ouders na een gesprek met de SO JGGZ afgezien van verdere hulpverlening.
Dit betekent een besparing van 25 jeugdhulptrajecten, wat een bedrag betekent van € 57.500. 2. De SO JGGZ is, vanwege de specifieke expertise en kennis van de sociale kaart, beter in staat om jeugdigen direct naar de juiste plek door te verwijzen dan de huis- en jeugdartsen. Dit leidt tot een afname van het aantal niet-passende verwijzingen. Uit onderzoek onder aanbieders blijkt dat artsen gemiddeld in 15% van de gevallen niet passend verwijzen. Aanbieders geven aan zelf een check te doen en jeugdigen zo nodig door te verwijzen naar een andere aanbieder. Dit leidt dus slechts beperkt tot het inzetten van niet-passende trajecten. Een aanbieder is wel 1 à 2 uur per kind bezig om te constateren dat de verwijzing niet passend is, in overleg te gaan met de verwijzer, en het kind door te geleiden naar een passender plaats. Uit onderzoek blijkt dit ongeveer € 300 te kosten. In 2020 hebben huis- en jeugdartsen 65 keer een patiënt doorverwezen naar de SO JGGZ voor verheldering van de hulpvraag en inzet van passende hulp. Als de artsen rechtstreeks hadden doorverwezen naar een aanbieder, dan zou in theorie 15% een niet-passende verwijzing zijn geweest. De kosten die de SO JGGZ heeft bespaard bedragen € 2.925. 3. De salariskosten van de SO JGGZ In 2020 bedraagt de formatie SO JGGZ 0,83 fte. De kosten hiervan voor de gemeente Bunschoten bedragen ongeveer € 70.000 op jaarbasis.
5 AEF, Stelsel in groei, p. 133, 15 december 2020
9
Kosten Salariskosten 70.000
Kostenbatenanalyse SO JGGZ 2020 Baten Afname (lichte) jeugdhulptrajecten Afname niet-passende verwijzingen Advisering sociaal team bij complexe casuïstiek en eigen begeleiding -> ✓ Verhoging kwaliteit hulpverlening ✓ Afname niet-passende verwijzingen Groepsgewijze kennisoverdracht aan het sociaal team op specifieke onderwerpen -> ✓ Verhoging kwaliteit hulpverlening ✓ Besparing op scholingskosten
€ 70.000
57.500 2.925 Niet kwantificeerbaar
Niet kwantificeerbaar
€ 60.425 + niet kwantificeerbare baten
Figuur 6. Kostenbatenanalyse SO JGGZ 2020
De baten die de SO JGGZ oplevert, zijn niet volledig te kwantificeren. Dit is met name het geval daar waar de SO JGGZ bijdraagt aan kennisvergroting bij andere professionals, zoals het sociaal team. Dit vormt echter wel een belangrijk aspect in het takenpakket van de SO JGGZ. Bovendien is het college verantwoordelijk om er voor te zorgen dat degenen die beroepsmatig met jeugdigen werken deskundig advies kunnen krijgen over opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet, artikel 2.6). De SO JGGZ geeft hier invulling aan door haar beschikbaarheid voor consultatie en advies. De SO JGGZ-ers zijn universitair geschoold, de medewerkers van het sociaal team hebben een HBOachtergrond. Het sociaal team raadpleegt de SO JGGZ bij complexe casuïstiek. De kwaliteit van de verwijzingen en de eigen begeleiding worden hierdoor verhoogd. Ook geeft de SO JGGZ groepsgewijze instructie over bepaalde onderwerpen. Hiermee worden scholingskosten bespaard. De inzet van de SO JGGZ verhoogt de kwaliteit van hulpverlening door haar specifieke GGZ-expertise, de kennis van methodieken en analytisch denkkader. Voor een goede inrichting van een lokaal team is een WO-opgeleide professional met specifieke kennis over GGZ-problematiek bij jeugdigen onmisbaar6.
2.6 Doorkijkje naar 2021 We zien dat het aantal meldingen in de eerste helft van 2021 hoger ligt dan het aantal aanmeldingen in de eerste helft van 2020. In de eerste helft van 2021 bedraagt het aantal aanmeldingen 93 ten opzichte van 51 aanmeldingen in eerste helft van 2020. De grootste verwijzer is het sociaal team (42%), daarna de huisartsen (27%) en daarna de jeugdartsen (15%). Andere verwijzers zijn De Boei, voorschoolse voorzieningen en andere jeugdhulpaanbieders. De verhouding tussen het aantal aanmeldingen voor consult/advies (35%) en voor vraagverheldering (65%) is ongeveer gelijk aan 2020. In het eerste half jaar van 2021 zijn er 22 trajecten gestart, waarin de SO JGGZ zelf kortdurende hulpverlening biedt. Dit aantal ligt hoger dan in 2020. In 2020 heeft de SO JGGZ 16 trajecten van
6 KPMG, Basisfuncties voor lokale teams in kaart, 30 september 2019, p. 4:
Maak voldoende inhoudelijke (specialistische) expertise aan de voorkant beschikbaar, zodat problematiek tijdig en in de breedte herkend wordt. Anders ga je doormodderen en werk je niet aan ‘matched care’ (passende zorg).
10
kortdurende hulpverlening geboden. Deze stijging kan verklaard worden door de formatieuitbreiding die heeft plaatsgevonden per 1 januari 2021.
3. Conclusies 3.1 Kwantitatieve en kwalitatieve resultaten Voor het jaar 2020 zijn de volgende kwantitatieve resultaten gesteld: Als resultaat is gesteld dat het aantal rechtstreekse verwijzingen naar ambulante behandeling van artsen daalt van 74,5% (2019) naar 65% (2020) en 50% (2021). Dit resultaat is bereikt. Het percentage rechtstreekse verwijzingen van de huisartsen daalt van 77% in 2018, naar 70% in 2019 en naar 58% in 2020. De jeugdartsen zijn een kleine verwijzer naar jeugdhulp. Op het bouwblok ambulante behandeling jeugd zijn zij in 2020 verantwoordelijk voor slechts 1% van de verwijzingen. Als tweede resultaat is gesteld dat de SO JGGZ 25% van het aantal aangemelde cliënten zelf kortdurende begeleiding biedt. Dit resultaat is net niet bereikt. Van de 72 aanmeldingen voor vraagverheldering heeft de SO JGGZ in 16 casussen de begeleiding daarna zelf uitgevoerd. Dit is 22%. In de eerste helft van 2021 ligt dit percentage hoger, namelijk op 37%. De tevredenheid over de SO JGGZ onder het sociaal team en de huis- en jeugdartsen is groot. De SO JGGZ draagt bij aan de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdwet, zowel door hun directe hulpverlening aan kind en gezin, als door advisering van het sociaal team bij complexe problematiek.
3.2 Kostenbatenanalyse SO JGGZ Voor de kostenbatenanalyse van de SO JGGZ is de methodiek gevolgd zoals gehanteerd in het recente onderzoek van het AEF naar de besparingsmogelijkheden op de kosten jeugdhulp. Niet alle baten zijn kwantificeerbaar. Geconcludeerd kan worden dat de kostenbatenanalyse er gunstig uitziet. De kwantificeerbare baten zijn weliswaar lager dan de kosten, maar hier staan nog nietkwantificeerbare baten tegenover. Denk hierbij aan een verhoging van de kwaliteit van hulpverlening, een afname van niet-passende verwijzingen en een besparing op scholingskosten. In 2021 verwachten we een toename van het aantal hulpverleningstrajecten door de SO JGGZ, waardoor het aannemelijk is dat de kwantificeerbare baten toenemen. Onafhankelijk van de financiële aspecten is voor een goede inrichting van het sociaal team een WO-opgeleide professional met specifieke kennis over GGZ-problematiek bij jeugdigen onmisbaar. 3.3 Landelijke en regionale afspraken Uit recente landelijke onderzoeken is gebleken dat de inzet van een POH Jeugd (vergelijkbaar met onze functie van SO JGGZ) een effectieve maatregel is om de Jeugdwet financieel beheersbaar te houden. Tevens is brede invoering van een POH Jeugd onderdeel van de afspraken in de regio Amersfoort én tussen VNG en kabinet in het kader van de extra financiële middelen voor de uitvoering van de Jeugdwet in 2022.
Voor de gemeente Bunschoten is het dus van belang om de SO JGGZ te behouden en zo optimaal mogelijk in te zetten.
11
3.4 Actiepunten Het is noodzakelijk om het bereik van de SO JGGZ te vergroten. Corona heeft gezorgd voor een verminderde zichtbaarheid van de SO JGGZ in 2020 en 2021. Ook daarvoor was de zichtbaarheid een aandachtspunt. De SO JGGZ-ers hebben niet fysiek hun werkplek bij de huisartsen, maar een verdieping lager, omdat er bij de huisartsen geen ruimte is. Ook voor structureel werkoverleg met de SO JGGZ hebben de huisartsen weinig tijd. De artsen betrekken in ongeveer 20% van de vragen omtrent jeugd GGZ de SO JGGZ. Dit percentage kan vergroot worden. De tevredenheid over de dienstverlening van de SO JGGZ is groot, zowel onder de artsen als het sociaal team. Een communicatiestrategie waarbij de voordelen van de SO JGGZ over het voetlicht worden gebracht is wenselijk. Denk hierbij aan de laagdrempeligheid van zorg, geen wachttijden, hoogopgeleide professionals op het gebied van kind en gezin, kindgericht én gezinsgericht, uitgebreide kennis van de sociale kaart, goede triage. Daarnaast moet de route naar SO JGGZ zo gemakkelijk mogelijk worden gemaakt, d.w.z. over zo minder mogelijk schijven en zo min mogelijk papierwerk. Het advies is om tevens in te zetten op meer bekendheid van de SO JGGZ onder de inwoners van Bunschoten. De lokale psychologenpraktijk in Bunschoten staat goed bekend onder de inwoners.
Inwoners komen bij de huisartsen met een vraag om verwijzing naar deze praktijk. Het is voor de huisarts lastig om in deze situaties te verwijzen naar de SO JGGZ. Als de SO JGGZ meer naamsbekendheid in het dorp heeft, kan dit knelpunt verkleind worden.
4. Doorontwikkeling 2021 4.1 Bereik SO JGGZ vergroten Om de zichtbaarheid en het bereik van de SO JGGZ te vergroten onder huisartsen, jeugdartsen én inwoners wordt in samenwerking met de afdeling Communicatie een communicatieplan opgesteld met daarin in elk geval aandacht voor: • De naam: spreekt de naam SO JGGZ voldoende aan of is het nodig om de functie een andere naam te geven? • De digitale vindbaarheid door middel van een eigen pagina op de gemeentewebsite of een eigen website • De route naar SO JGGZ zo gemakkelijk mogelijk maken, eventueel besluiten om rechtstreeks benaderbaar te zijn voor inwoners, zonder tussenkomst van een verwijzer. • Naamsbekendheid genereren in het dorp • Ontwikkelen van een communicatieboodschap, waarin de meerwaarde voor huisartsen van de SO JGGZ duidelijk wordt gemaakt 4.2 Analyse type hulpvragen jeugd GGZ Externe verwijzers, zoals huisartsen en jeugdartsen, zijn waardevolle samenwerkingspartners. Wel zorgen zij ervoor dat gemeenten minder zicht en sturing hebben op de inzet van jeugdhulp, omdat zij rechtstreeks mogen verwijzen naar jeugdhulp. Vanuit dit oogpunt is het belangrijk dat zo veel mogelijk verwijzingen naar jeugdhulp via het sociaal team en/of de SO JGGZ verlopen. Vanuit het oogpunt van efficiency is het echter niet wenselijk dat álle hulpvragen betreffende jeugd GGZ, die aan de huisarts worden gesteld, eerst langs de SO JGGZ gaan.
Hier zal een middenweg in gevonden 12
moeten worden. Het is wenselijk om te onderzoeken welke hulpvragen er gesteld worden, welk type vragen direct doorverwezen kan worden naar specialistische jeugdhulp en welke hulpvragen langs het sociaal team en/of SO JGGZ moeten verlopen. Een voorbeeld van deze onderverdeling in hulpvragen is op dit moment al gemaakt voor kinderen met zeer complexe GGZ-problematiek. De huisarts verwijst deze kinderen rechtstreeks door naar de BSA. De tussenkomst van de SO JGGZ heeft in deze gevallen geen toegevoegde waarde. Het is belangrijk om te onderzoeken in welke gevallen de SO JGGZ inhoudelijke en financiële meerwaarde oplevert. Deze informatie is waardevol om mee te nemen in de communicatieboodschap richting huis- en jeugdartsen en op basis hiervan gerichte afspraken te maken met de artsen.
13
14