SM 1162643 bijlage Stand van zaken snel internet buitengebied Utrecht
Tekst van het document
Notitie: Stand van zaken snel internet buitengebied Utrecht
In opdracht van: Provincie Utrecht Project: 2020.112 Publicatienummer 2020.112-2114 Datum: Utrecht, 30 maart 2021
Auteurs: ir. Menno Driesse ir. ing. Reg Brennenraedts MBA
Introductie Op 8 februari 2021 heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK) de meest recente breedbanddekkingscijfers bekend gemaakt tijdens de conferentie Nederland Digitaal (zie [hier]). In samenwerking met marktpartijen is voor alle huishoudens in Nederland vastgesteld wat de snelste beschikbare vaste internetaansluiting is. Deze cijfers zijn nader aan de provincies toegelicht tijdens een online-bijeenkomst van het Kennisplatform Snel Internet (overleg tussen het ministerie en de provincies). Parallel aan de informatievoorziening vanuit EZK, krijgt (het ambtelijk apparaat van) de provincie Utrecht op regelmatige basis vragen over dit thema vanuit de Provinciale Staten en verschillende Utrechtse gemeenten. Met name de recente berichtgeving van DELTA Fiber Netwerk dat zij een deel van het reeds toegezegde buitengebied van de gemeenten Ronde Venen en Stichtse Vecht niet zullen aansluiten, maakt veel energie los bij de verschillende stakeholders (gemeenten, bewoners, ondernemers). Verder heeft provincie Utrecht actief contact gezocht en onderhouden met de Utrechtse gemeenten om eventuele problemen vroegtijdig te signaleren en te zoeken naar oplossingen. Later is ook LTO aan deze overlegstructuur toegevoegd.
Tot slot heeft de provincie ook meerdere gesprekken gevoerd met DELTA Fiber Nederland, maar uit deze gesprekken kwam te weinig informatie beschikbaar om een goede probleemanalyse en oplossingsstrategie op te stellen, aldus de provincie. Naar aanleiding van deze ontwikkelingen en de platformbijeenkomst heeft de provincie Utrecht aan Dialogic gevraagd om de ontstane situatie en handelingsperspectieven nader te duiden voor de Utrechtse context. In deze korte notitie worden de uitkomsten van deze duiding gepresenteerd.
Terugblik snel internet in het buitengebied (in Utrecht) Het beleidsdossier snel internet in het buitengebied heeft in Nederland inmiddels al een flinke historie. Het ontbreken van een goede vaste internetaansluiting is sinds grofweg 2010 een onderwerp dat voor veel (met name provinciale) bestuurders niet langer genegeerd kon worden. De gevestigde marktpartijen (KPN met haar DSL- en (opkomende) glasvezelnetwerken en Ziggo met haar kabelnetwerk) hadden lange tijd geen sluitend antwoord om de moeilijk aan te sluiten percelen van hoogwaardig aanbod te voorzien. De DSL-netwerken bleken niet geschikt om hoge snelheden over langere afstanden te leveren en de dekking van kabelnetwerken is beperkt gebleven tot de bebouwde kom en dicht aaneengesloten lintbebouwing. Na een tijd van (beleids)experimenten met lokale (burger)initiatieven om de glasvezeluitrol in het buitengebied op gang te krijgen (al dan niet met inzet van publieke middelen), kwam rond 2015 de eerste commerciële initiatieven op het speelveld. Met de lessen uit de eerdere experimenten en de toetreding van kapitaalkrachtige financiers (zoals pensioenfondsen), ontstond in enkele jaren een situatie waarin ‘de markt’ het van de coöperatieve en publiekgesteunde initiatieven overnam. De initiatieven hebben in feite de weg geplaveid waarop de marktpartijen hun uitrol konden opschalen.
In de tijd van de opkomende commerciële partijen (2015-2016) kwam het onderwerp op de radar van de provincie Utrecht en de Utrechtse gemeenten. Uit een inventarisatie bleek dat op dat moment grofweg 14.000 adressen in het Utrechtse buitengebied niet konden beschikken over een vaste verbinding van 30 Mbit/s (destijds de grens voor snel internet, ook wel
2
Dialogic innovatie ● interactie
het witte gebied1 genoemd; tegenwoordig wordt vaak de grens van 100 Mbit/s aangehouden als norm voor snel internet). Op basis van extern ingewonnen advies en de ervaringen van andere provincies, koos de provincie Utrecht ervoor geen financierend, maar juist faciliterend beleid vorm te geven, in nauwe samenwerking met de gemeenten en overkoepelende gebiedscommissies. Onder de noemer ‘het gas erop en de rem eraf’ sloten de provincie en de gemeenten een intentieverklaring met elkaar af. In deze verklaring, die liep tot het einde van 2019 sprak men de gezamenlijke ambitie uit dat het volledige buitengebied aan het einde van 2019 zou zijn aangesloten op een nieuw gerealiseerd breedbandnetwerk. De provincie stelde hiervoor procesmiddelen aan de gemeenten beschikbaar, zodat zij zich (onder aanvoering van de gebiedscommissies) konden voorbereiden op de onderhandelingen met geïnteresseerde marktpartijen. Ook werden gemeenten al vroeg gewezen op het belang van de juiste aanlegcondities (m.n. leges, degeneratiekosten, vergunningverlening, diepteligging en toezicht), zodat hier later geen (grote) discussies over hoefden te ontstaan tussen de betrokken stakeholders. In de tussentijd heeft de (markt voor) glasvezeluitrol in het buitengebied zich stormachtig ontwikkeld.
Verschillende commerciële partijen realiseren op dit moment vaste netwerken in vrijwel alle Nederlandse provincies (met Zeeland als enige achterblijver in deze). Zij doen dit onder commerciële voorwaarden, dus zonder publieke financiële bijdragen. Doordat er geen publieke middelen mee gemoeid zijn, hoeven zij zich ook niet aan (Europese) staatsteunkaders te houden.2 Zij financieren de aanleg met bijdragen vanuit private investeringsfondsen of andere private investeerders. Er is vrijwel altijd sprake van een vastrechtvergoeding vanuit de eindgebruiker. Waar zij zich tot voor kort exclusief op het buitengebied richtten (waarbij de kabeldekking als demarcatie van het buitengebied werd gezien), worden nu in toenemende mate ook kleine kernen aan het doelgebied toegevoegd. De vraag voor deze notitie is nu waar al deze inspanningen van marktpartijen en het faciliterende beleid toe heeft geleid. Is het buitengebied van de provincie inderdaad volledig bediend of is er toch nog een restopgave?
Stand van zaken snel internet in Utrecht Ter voorbereiding op deze notitie heeft de provincie Utrecht de dekkingscijfers opgevraagd bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.3 De uitkomsten tonen de stand in het derde kwartaal van 2020. Deze dataset bevat zowel homes connected (HC) als homes passed (HP) aansluitingen, oftewel huishoudens met een aansluiting tot in de meterkast (HC) en huishoudens waarvoor een voorbereiding in het netwerk is opgenomen (bijv. een kabel op rol op de erfgrens of bij het dichtstbijzijnde HC-adres), zodat deze tegen redelijke tarieven alsnog een aansluiting kunnen krijgen als zij dit bij de netwerkeigenaar verzoeken (HP). De verdeling over de verschillende snelheidsklassen is als volgt (Tabel 1)
1
Een belangrijke term binnen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening van de Europese Commissie. Onder deze grens mogen (lokale) overheden onder bepaalde condities geoorloofd interveniëren in de geliberaliseerde telecommarkt. Zie voor verdere uitleg bijvoorbeeld: [europadecentraal.nl]
2
Zie: [europadecentraal.nl]
3
Conform de voorwaarden is deze data voor andere overheden beschikbaar voor lokale beleidsontwikkeling.
Dialogic innovatie ● interactie
3
Tabel 1. Dekking per snelheidscategorie – huishoudens – totaal (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen nog beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl]) Snelheidscategorie
Aantal huishoudens4
Aandeel van huishoudens
Tot 100 Mbit/s
6.505
1,1%
100 tot 1.000 Mbit/s
191.571
32,3%
1.000 Mbit/s
394.659
66,6%
Totaal
592.735
100%
Waar er in 2016 sprake was van ruim dertienduizend (13.889) huishoudens in het buitengebied die niet over een verbinding van ten minste 30 Mbit/s konden beschikken (de formele grens van het witte gebied toentertijd)5, behelst de totale buitengebiedsopgave op dit moment nog maar een 3.500 huishoudens, waarbij de definitie van snel internet ook nog eens van 30 Mbit/s naar 100 Mbit/s is gegaan. Kijken we ook naar de kernen, dan komen er nog zo’n tweeduizend extra adressen bij. Een positieve ontwikkeling die voor een groot deel is toe te schrijven aan de uitrol van glasvezel door marktpartijen in het buitengebied en (in mindere mate) de opwaardering van het bestaande DSL-netwerk. Figuur 1 toont de ligging van de adressen in de verschillende categorieën.
4
Een huishouden betreft een adres uit de Basisadministratie Adressen en Gebouwen waar ten minste de verblijfsobjectfunctie wonen aan toegekend is.
5
Zie rapportage via: [docplayer.nl]
4
Dialogic innovatie ● interactie
Figuur 1. Dekking per snelheidscategorie – huishoudens - totaal (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen nog beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl])
Interessant is het om te bezien hoe deze aantallen zich verhouden tot de andere provincies. Tabel 2 toont de dekkingspercentages in drie snelheidsklassen voor alle Nederlandse provincies. Uit deze cijfers blijkt dat Utrecht met haar 1,1% net iets beter dan het landelijke gemiddelde presteert (1,3%), maar dat er zeker provincies zijn die al een stuk verder zijn (Flevoland, Noord-Holland en Noord-Brabant). De tabel is oplopend gesorteerd op de dekking van 100 Mbit/s (hoe lager dit aandeel, hoe beter).
Dialogic innovatie ● interactie
5
Tabel 2. Dekkingspercentage per snelheidscategorie per provincie – huishoudens – totaal (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen nog beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl])
Tot 100 Mbit/s
100 tot 1.000 Mbit/s
1.000 Mbit/s
Flevoland
0,4%
19,0%
80,7%
Overijssel
0,6%
27,3%
72,1%
Noord-Brabant
0,7%
52,3%
47,1%
Noord-Holland
0,7%
79,3%
20,1%
Limburg
0,8%
73,8%
25,4%
Drenthe
0,9%
38,6%
60,4%
Utrecht
1,1%
32,3%
66,6%
Zuid-Holland
1,3%
33,9%
64,8%
Nederland
1,3%
49,9%
48,7%
Gelderland
2,0%
49,5%
48,5%
Groningen
3,3%
78,4%
18,3%
Zeeland
4,1%
0,9%
95,0%
Friesland
5,2%
61,4%
33,4%
Provincienaam
Wat in deze cijfers echter meespeelt, is dat de gebiedsindeling in de verschillende provincies aanzienlijk verschilt. De aanwezigheid van hele groter kernen als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vertekenen de cijfers al snel (ten goede en ten slechte). Het opwaarderen van het kabelnetwerk in één grote stad (zoals recent in Utrecht) zorgt direct voor een grote verschuiving in de aantallen per categorie. Om een beter beeld van de situatie in het buitengebied te krijgen, is in Tabel 3 daarom de verdeling voor de huishoudens in de buitengebieden opgenomen. De tabel is wederom oplopend gesorteerd op de dekking van 100 Mbit/s (hoe lager dit aandeel, hoe beter). Hoewel er ook duidelijke verschillen zijn in de geografie en ruimtelijke indeling van de buitengebieden van de verschillende provincies (en daardoor de aanwezige infrastructuur zoals kabelinternet), blijkt dat het in Utrecht zeker de goede kant op gaat. De echte top (Overijssel en Flevoland) loopt nog duidelijk voor, maar het verschil met Friesland, Groningen en Zeeland is groot.
6
Dialogic innovatie ● interactie
Tabel 3. Dekkingspercentage per snelheidscategorie per provincie – huishoudens - buitengebied (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen nog beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl])
Tot 100 Mbit/s
100 tot 1.000 Mbit/s
1.000 Mbit/s
Flevoland
2,5%
6,1%
91,4%
Overijssel
3,2%
6,3%
90,5%
Drenthe
7,7%
18,2%
74,1%
Noord-Brabant
8,8%
19,1%
72,2%
Limburg
17,4%
36,2%
46,4%
Gelderland
18,7%
14,7%
66,7%
Utrecht
19,2%
33,4%
47,4%
Nederland
21,9%
20,8%
57,2%
Noord-Holland
29,2%
34,4%
36,4%
Zuid-Holland
40,2%
31,2%
28,6%
Groningen
46,1%
32,5%
21,4%
Friesland
51,4%
29,3%
19,3%
Zeeland
59,2%
1,3%
39,5%
Provincienaam
In Bijlage 1 is een verdere uitsplitsing naar de Utrechtse gemeenten gemaakt: in Tabel 4 voor alle huishoudens en in Tabel 5 voor de huishoudens in het buitengebied. Zowel bij de cijfers als het kaartmateriaal merken wij op dat (grootschalige) opwaarderingen nog dagelijkse praktijk zijn. Naast de oplevering van nieuw uitgerolde netwerken, worden ook de bestaande netwerken verbeterd: op dagelijkse basis worden dorpen en steden door VodafoneZiggo naar DOCSIS 3.1 opgewaardeerd, waardoor deze eindgebruikers nu ook over 1 Gbit/s kunnen beschikken.
De resterende opgave in het buitengebied In het kader van de eerdere beleidskeuze om het provinciale beleid op het buitengebied te concentreren (dit is immers het echte probleemgebied), is het interessant om te bezien hoever de marktmarktijen en initiatieven de afgelopen jaren gezamenlijk zijn gekomen. In Figuur 2 hebben wij de kaart van de stand van zaken uit 2016 in dezelfde stijl nagebouwd met de data van het derde kwartaal van 2020.
Dialogic innovatie ● interactie
7
2016
2020
Figuur 2. Vergelijking stand van zaken snel internet eind 2015 en Q3 2020 Utrecht (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen nog beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl])
8
Dialogic innovatie ● interactie
Uit de vergelijking blijkt dat er enorme progressie is gemaakt in de afgelopen vijf jaar. We stellen de volgende zaken vast: •
• • •
DELTA Fiber Netwerk (voorheen Glasvezel buitenaf) heeft grote delen van de provincie afgedekt. Vanuit het zuidoosten is deze aanbieder de Utrechtse Heuvelrug over gegaan. Dit gebied stopt ten noorden van de lijn Woudenberg -Zeist en loopt in het zuidoosten tot aan Vijfheerenlanden. In het noordoosten heeft DELTA de gemeente Bunschoten Spakenburg afgedekt. In het noordwesten is een deel van Ronde Venen aangesloten (hierover later meer). E-Fiber heeft de kern en het buitengebied van de gemeente Montfoort verglaasd. Glasdraad komt vanuit het Groene Hart het zuidwesten van de provincie binnen. Digitale Stad (Delta Rijssen) is actief in de gemeente Leusden.
Als we ons vervolgens richten op de gebieden waar ten tijde van de data-uitvraag geen aanbod in het buitengebied beschikbaar was, dan kunnen we hier een duidelijke onderverdeling in maken. Figuur 3 toont de status voor de gebieden waar nog duidelijke clusters van niet goed bediende adressen aanwezig zijn.
Figuur 3. Scope van aanleg door marktpartijen
Dialogic innovatie ● interactie
9
Zo is er op dit moment ook nog (volop) uitrol bezig (groene gebieden): • • •
DELTA is op dit moment aan het uitrollen in het buitengebied en verschillende kernen in Vijfheerenlanden.6 Glasdraad komt vanuit het Groene Hart de gemeenten Woerden en Oudewater binnen. 7 De rode strengen in de gemeente Lopik vallen voor zover bij ons bekend onder de uitrol van Rekam.8 De adressen langs de Lek zullen wel uitdagend zijn. Relevant om op te merken is daarbij dat Rekam recent door DELTA9 is overgenomen.
Voor zover wij op basis van deze korte verkenning konden vaststellen, zijn er nog gebieden die niet op dit moment niet in scope zijn van de uitrolplannen van marktpartijen (oranje gebieden) •
•
De meeste slecht bediende adressen uit de gemeente Utrecht liggen in het westelijke deel van de gemeente en daarmee gunstig ten opzichte van de plannen van bijvoorbeeld Glasdraad. Deze adressen lijken (op dit moment) echter niet binnen de scope te liggen. In De Bilt ligt op veel plekken kabel, waardoor het gebied minder aantrekkelijk is voor de glasvezelaanbieders. Ook in Eemnes en Baarn zijn nog enkele clusters over. Deze adressen liggen vooral rondom Lage en Hoge Vuursche en knooppunt Eemnes; dure gebieden voor aanleg door de natuurlijke (bomen) en infrastructurele (wegen) kenmerken van dit gebied. Ook zal hier, naar onze inschatting, veel afstemming moeten plaatsvinden met private grondeigenaren (landgoederen); een proces dat niet overal tot een succesvol resultaat leidt.
Ook zijn er gebieden waarbij marktpartijen (op het laatste moment) besloten hebben toch geen netwerk te realiseren in (delen van) reeds toegezegde gemeenten (gele gebieden). Dit betreft de volgende gebieden: •
•
Recent heeft DELTA bekend gemaakt de uitrol te staken in de gemeenten De Ronde Venen en Stichtse Vecht (specifiek in het buitengebied van Ouderkerk aan de Amstel, Baambrugge, Vinkeveen, Nigtevecht en Breukelen). De oorzaak is tweeledig: enerzijds doordat dat er te veel gedoogverklaringen met grondeigenaren niet rondkwamen en anderzijds dat de uitrol door de grote hoeveelheid waterwegen toch complexer en kostbaarder bleken dan gedacht, aldus DELTA in haar communicatie met de bewoners. Wij verwachten overigens dat de Kievitsbuurt nabij Breukelen (in de Loosdrechtse Plassen, zie Figuur 4) nooit onderdeel is geweest van de scope van de vraagbundeling van DELTA. Dit gebied (n ~ 170 huishoudens) is in Figuur 3 duidelijk te zien als cluster van rode adressen. De adressen hebben dus wel een woonfunctie, maar geen vaste snelle aansluiting. Aangezien het feitelijk een verzameling eilandjes in de Loosdrechtse Plassen betreft, zal hier vrijwel zeker ook nooit een bekabeld netwerk komen. Draadloze oplossingen (zoals een lokaal vast-draadloos netwerk) liggen hier veel meer voor de hand. In IJsselstein is nog een duidelijk lint ten noorden van de kern IJsselstein niet goed aangesloten, terwijl de kern en lint naar het oosten wel goed zijn bediend.10
6
Zie [deltafibernetwerk.nl] en [deltafibernetwerk.nl]
7
Zie: [glasdraad.nl]
8
Zie: [rekamverbindt.nl] en [ad.nl]
9
Zie: [rekamverbindt.nl]
10
Zie: [zuid.zenderstreeknieuws.nl]
10
Dialogic innovatie ● interactie
• •
In de gemeente Zeist is het buitengebied ten noorden van de kern Zeist niet meegenomen door DELTA. Voor zover wij weten is hier ook geen andere partij actief. Ten oosten van Amersfoort ligt nog een cluster adressen dat niet is aangesloten op de netwerken die hier in de omliggende gemeenten zijn gerealiseerd. Digitale Stad heeft wel een vraagbundeling in Amersfoort uitgevoerd, maar deze was niet succesvol genoeg.11
Figuur 4. Drone-beeld Kievitsbuurt (bron: Google Maps)
Dan resteren er tot slot nog enkele losse adressen en plukjes in reeds verglaasde gebieden. Dit kunnen sterk geïsoleerde adressen zijn die niet zijn meegenomen door de netwerkaanbieder aldaar. Ook kan het ‘ruis’ in de data zijn, bijvoorbeeld doordat het als woonadres geregistreerd is, maar in de praktijk allang niet meer bestaat (na sloop) of een bijgebouw of opslaglocatie betreft. In deze gevallen zal er ook geen vraag naar hoogwaardig aanbod zijn; elk getekend adres zou in feite een locatie met vraag naar breedband moeten zijn. Om een goede inschatting te kunnen maken of deze adressen daadwerkelijk een ‘probleem’ hebben of zijn, is nadere afstemming met de lokale aanbieder en de door hen ingezette aannemer nodig. Zo viel ons de volgende gebieden al op: •
• •
•
11
Valkenheide, een buurtschap van Maarsbergen waar onder andere een multifunctionele jeugdzorg-instelling en een museum gevestigd zijn. Hoewel we hier woonadressen zien, zal dit in de praktijk een centraal georganiseerd wooncomplex zijn met navenante professionele netwerkoplossingen. Zij zullen dus (naar onze verwachting) geen vraag hebben gehad naar een consumentenaansluiting. Een vergelijkbare situatie als bij Valkenheide geldt voor het wooncomplex rondom Bartiméus locatie Zeist; een zorginstelling voor mensen die slechtziend of blind zijn We zien clusters van slecht bediende adressen rondom het Henschotermeer bij Woudenberg. Dit zijn recreatieparken, waarop blijkbaar ook percelen met een woonfunctie gesitueerd zijn. De netwerkaanbieder levert doorgaans één of meerdere vezels ter hoogte van de receptie aan, waarna de parkeigenaar op haar eigen grond een lokaal netwerk realiseert. In Utrecht-oost liggen nog enkele percelen op en rond de Utrechtse Golfclub Amelisweerd, waarbij via een ander adviestraject zijn gevraagd om mee te kijken naar het realiseren van ontsluiting via een zakelijke netwerkaanbieder.
Zie: [digitale-stad.nl]
Dialogic innovatie ● interactie
11
Dit zijn allemaal bijzondere complexen met waarschijnlijk een eigen infrastructuur. Beter gezegd: wij achten het onwaarschijnlijk dat hier vraag is dit niet bediend wordt. Een logische vervolgactie zou zijn om deze adressen te controleren en ‘af te vinken’ indien onze inschatting blijkt te kloppen.
Handelingsperspectieven op resterende opgave Belangrijk voor de resterende opgave is om nu eerst de markt uit te laten ‘razen’ en pas later vast te stellen wat er echt over is gebleven. Oftewel: waar zijn er afnemers die wel een snelle internetverbinding willen, maar dit niet kunnen afnemen? In de gebieden waar uitrol door de markt nog opportuun is, kan de provincie met name de sturingsmechanismen zoals wij die in de volgende paragraaf onder de aandacht brengen (zie “Sturingsmechanismen voor lokale overheden”). Wanneer we de grofweg 14.000 witte adressen uit 2016 als uitgangspunt nemen, dan kunnen we de huidige stand van zaken als volgt indelen: Witte gebied 2016 (n = 14.000 huishoudens) Opgewaardeerde adressen 2020 (n = 10.500)
Niet opgewaardeerde adressen 2020 (n = 3.500) A. In verglaasde gebieden (n = 200) B. In gebieden die nu verglaasd worden (n = 1.400) C. In gebieden waar uitrol is (deels) niet is doorgezet (n ~ 1.400) D. In gebieden waar (nog) nooit uitrol is overwogen (n = 500)
Figuur 5. Verdeling witte adressen 2016 over de huidige situatie
Voor al deze groepen kunnen we een eigen uitkomst en/of vervolgstrategie bepalen. De opgewaardeerde adressen (groen) zijn bediend en daarmee afgerond (n = 10.500). Wellicht dat hier incidenteel nog vragen of klachten komen van homes passed die ten tijde van de vraagbundeling niet op het aanbod van de aanbieder zijn ingegaan. Hoewel er voor deze adressen wel een voorbereiding in het netwerk is opgenomen (ze zijn immers als home passed aangemerkt in de data), valt het soms nog te bezien waar deze voorbereiding exact ligt. Indien het huis aan een doorgaand tracé ligt en de buren hebben wel direct een aansluiting genomen, dan ligt er vrijwel zeker een ‘kabel op rol’ op de erfgrens van het perceel. De kosten voor een na-aansluiting ligt in dergelijke gevallen in dezelfde orde van grootte als het bedrag dat ten tijde van de vraagbundeling werd aangehouden. Ligt het perceel echter aan het einde van bijvoorbeeld een doodlopende landweg en is de afstand tot het laatst verglaasde punt groot (honderden tot duizenden meters), dan kan een dergelijke na-aansluiting zeer kostbaar zijn (een kostprijs van 25 tot 50 euro per meter is gangbaar). Zolang de gebruikers in een eerder stadium wel een aanbod hebben gehad en toen niet akkoord wilden gaan, is hier wat ons betreft maatschappelijk gezien geen discussie.
12
Dialogic innovatie ● interactie
De niet-opwaardeerde adressen (oranje) vallen uiteen in een viertal categorieën (A-D). Allereerst zijn er de adressen in verglaasde gebieden (categorie A). Deze circa 200 adressen kunnen we onderverdelen in twee groepen, namelijk: 1. Adressen waar geen vraag (meer) zit – dit betreft bijvoorbeeld panden die (sinds 2016) gesloopte zijn, panden die naast ander een pand zitten en daarmee een eenheid vormen (en dus maar één aansluiting afnemen) en panden die gebruik maken van zelf gerealiseerde netwerken (zoals de eerder aangehaalde) Valkenhuizen, Bartiméus, et cetera). Voor deze adressen zijn geen verdere interventies nodig. 2. Adressen waar wel vraag zit – dit zijn de adressen die door hun geïsoleerde ligging geen aanbod hebben gehad van de netwerkaanbieder. Een strategie voor deze adressen kan zijn om in te kaart brengen of dit echt speelt en waar dit het geval is. Als het speelt is er een maatschappelijke afweging waar de grens van onze ambities ligt: moeten deze extreme gevallen koste wat kost worden aangesloten, of accepteren we het gebrek aan een goede aansluiting en verwijzen we bijvoorbeeld naar een draadloos alternatief (mobiel, vast-draadloos of zelf satelliet)? Voor de circa 1.400 adressen uit categorie B, oftewel de adressen in gebieden waar uitrol nu bezig is of waar de uitrol nog zal gaan plaatsvinden, stellen we voor om de markt eerst ‘uit te laten razen’.
Na afloop van de marktinspanningen kan worden vastgesteld of hier dezelfde gevallen als uit categorie A zijn ontstaan (met de overwegingen die we hierbij hebben gegeven). De moeilijkste gebieden zijn in onze ogen de circa 1.200 - 1.400 adressen12 uit categorie C, waarbij marktpartijen eerst aangeven dat zij actief willen worden en een succesvolle vraagbundeling afronden, om zich op het laatste moment alsnog terug te trekken (in dit geval de regio De Ronde Venen en Stichtse Vecht). Eindgebruikers verwachten hier nu immers dat er een glasvezelaansluiting komt tegen de condities die hen beloofd is. Om het handelingsperspectief vanuit de provincie te kunnen bepalen, is een nadere analyse van de reden van terugtrekken nodig. Voorbeelden van de uitdagingen van de marktpartij zijn bijvoorbeeld: •
•
•
Waren er problemen met gedoogvergunningen vanuit waterschap, provincie, gemeente of andere grondeigenaren? Is dit nog te corrigeren middels inspanningen vanuit de provincie, zelfs nadat de provincie Utrecht hier eerder op heeft trachten te bemiddelen? Heeft de aanbieder het gebied onderschat qua aanlegkosten? Hoe groot is het gat in de businesscase? Als dit klein genoeg, dan kan het mogelijk nog onder de-minismisverordening worden rechtgetrokken (zie hierna). Was er tijdens de vraagbundeling in sommige (dure) gebieden minder vraag en wordt het daarom overgeslagen? Waar lag dit aan: kreeg men een (duur) maatwerkaanbod of sprak het überhaupt niet aan?
Als blijkt dat vanuit de provincie op dit moment geen directe interventiemogelijkheden zijn, dan is het vooral zaak om niet te snel te handelen. Het gebied zal eerst ‘afkoelperiode’ moeten doorgaan, voordat er naar alternatieven gezocht kan worden. Een nieuwe aanbieder moet immers weer opnieuw vertrouwen winnen dat het deze partij wel gaat lukken om hier een netwerk te realiseren, maar mogelijk zal dit ook onder andere voorwaarden zijn (bijvoorbeeld een hogere eigen bijdrage) of zelfs met een andere technologische oplossing (draadloos in plaats van glasvezel). Ook vanuit de (lokale) overheid kunnen
12
Uit onze analyse volgt een aantal van 1.400 adressen, maar dat is nog inclusief de adressen in de clusters als de Kievitsbuurt. Om die reden hebben we hier een spreiding opgenomen.
Dialogic innovatie ● interactie
13
stimuleringsconstructies worden ingezet, zowel hard (bijvoorbeeld via een aansluitsubsidie bij de eindgebruikers) als zacht (bijvoorbeeld via een informele marktconsultatie), maar ook dit zal pas werken na de voorgestelde afkoelperiode. De ‘hardere’ routes zijn de volgende: •
Allereerst is er de de-minimisregeling waarbij overheden marktpartijen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000 steun kunnen geven. Dit instrument zal echter, gezien de ‘onrendabele top’ waar het in de moeilijke gebieden over gaat, vaak ontoereikend zijn.
•
Daarnaast kan een eindgebruikerssubsidie worden ingezet. In dit geval krijgen de bewoners van de adressen die niet worden aangesloten een subsidie van de overheid om toch de aansluiting te laten realiseren. (Dit model zien we bijvoorbeeld ook bij plaatsing van zonnepanelen of verwijderen van asbest). Hier speelt het vraagstuk van ongeoorloofde staatssteun niet in directe zin: het zijn immers de burgers die de steun krijgen. Echter, in de projecten die wij hebben uitgevoerd in dit dossier zijn juristen tot de conclusie gekomen dat bij dit soort projecten er waarschijnlijk toch sprake is van staatssteun. Immers, alle burgers geven deze middelen aan dezelfde marktpartij. Voordat een dergelijke regeling wordt opgezet, is meer dus voorzichtigheid aan te bevelen.
Tot slot zijn er nog enkele gebieden in categorie D, waarbij uitrol nog nooit is overwogen, oftewel de (delen van de) gemeenten Utrecht, De Bilt, Baarn en Eemnes. Voor deze gebieden kan het helpen om een (informele) marktconsultatie te organiseren, waarin marktpartijen worden uitgenodigd om de realisatiekosten en eventuele onrendabele top in de investering inzichtelijk te maken. Op basis van deze informatie kan een maatschappelijke afweging worden gemaakt waar de grens ligt: hoever willen we gaan met het beleid en waar accepteren we het bereikte resultaat? Utrecht is overigens niet de enige provincie waarin marktpartijen (gedeeltelijk) terugkomen op reeds toegezegde uitrol. De ‘restjes’ geïsoleerde adressen in verder volledig verglaasde gebieden zien we in heel het land terug. Zodra in beeld is hoeveel adressen dit betreft (inclusief de toets of hier daadwerkelijk vraag naar breedband bestaat), dan kunnen we onszelf maatschappelijk de vraag stellen of hier nog additioneel beleid nodig is, of dat we dit simpelweg accepteren, net zoals we dat met andere infrastructuren hebben gedaan (weg, riolering, gas, OV, etc.).
Mocht hier toch beleid nodig geacht worden, dan ligt een nationale aanpak wellicht meer voor de hand, waarbij het rijk, provincies, gemeenten en de aanbieders samen zoeken naar de meest efficiënte oplossing, al dan niet gebruikmaken van bijvoorbeeld Europees of nationaal verstrekte middelen of fondsen. Wij raden de provincie Utrecht om dit op dat moment in nauwe samenwerking met EZK te verkennen.
Sturingsmechanismen voor lokale overheden Hoewel de intentieverklaring tussen de provincie en gemeenten al gericht was op het creëren van de juiste aanlegcondities, willen wij de betrokkenen op het belang van deze onderwerpen blijven wijzen. Deze onderwerpen hebben immers een belangrijke invloed op de realisatiekosten van nieuwe bekabelde netwerken en daarmee de haalbaarheid van het ontsluiten van de resterende percelen. Het betreft de volgende onderwerpen: •
14
Hanteren van flexibiliteit met betrekking tot de diepteligging van het netwerk. Waar het in het verleden gangbaar was om een minimale diepteligging van 60 centimeter voor te schrijven aan de realiserende partij, toont de praktijk veel voorbeelden waar 30 centimeter gehanteerd mag worden.
Dialogic innovatie ● interactie
•
Het proces van communicatie en vergunningverlening, met name als er afwijkende regelingen zijn qua diepteligging, leges of toezicht. Denk aan een duidelijke set aan basisafspraken op gemeentelijk of provinciaal niveau, zodat niet bij elk afzonderlijk project herhaaldelijk dezelfde type afstemming hoeft plaats te vinden. Ook de afstemming met landeigenaren, Waterschappen en belangenorganisaties als LTO valt hieronder.
•
Afstemming tussen overheden (gemeenten, provincie en Waterschap) en de realiserende partij met betrekking tot het toezicht bij de uitrol. Vaak is er bij een grootschalig project sprake van meerdere toezichthouders die op meerdere punten in het proces hun input en beoordeling willen geven. Onderlinge afstemming en het delen van elkaars inzichten kan voorkomen dat er te veel overhead bij de projecten ontstaat.
•
Het harmoniseren van leges met aanpalende gemeenten of regio’s. Onderzoeksbureau KWINK deed in 2018 een inventarisatie van de legeskosten in Nederland. 13 Deze inventarisatie kan worden ingezet voor onderlinge vergelijking en eventuele corrigerende maatregelen.
•
De hoogte van degeneratiekosten bijvoorbeeld voor bepaalde typen bestrating of begroeiing, terwijl hier (volgens u) geen schade of degeneratie zal optreden door uitrol van het netwerk.
Er gaan soms geluiden op dat besparingen mogelijk zijn vanuit het meeleggen van glasvezel bij uitrol van andere infrastructuur, het toegang verlenen tot bestaande publieke ducts (bijvoorbeeld onder bruggen of nabij snelwegen) of het leggen van loze leidingen (bijv. bij complexe (weg)kruisingen). De meerwaarde (of beter gezegd kostenreductie) hiervan blijkt in de praktijk echter beperkt tot hele specifieke cases. Wij raden de provincie aan om de gemeenten, waterschappen, andere grondeigenaren en de interne provinciale organisatie op deze punten te (blijven) wijzen.
Tot slot Op basis van voorgaande inventarisatie stellen we vast dat het aanbod in het buitengebied van de provincie Utrecht een hele grote stap heeft gemaakt in de afgelopen vijf jaar. De opgave van veertienduizend adressen is nu al geslonken tot een kleine 3.500, en dit aantal neemt nog dagelijks af. Wat dat betreft is provincie Utrecht een succesvolle casus (met nog wat laatste rafelranden), al zullen met name de bewoners en ondernemers in de recent afgeblazen uitrol in de resterende delen van De Ronde Venen en Stichtse Vecht dit volledig met ons oneens zijn. In de resterende gebieden waar uitrol nog gaande is adviseren we lokale overheden aldaar om ook goed op te blijven letten. Partijen beginnen zich (zoals gezien in De Ronde Venen en Stichtse Vecht) terug te trekken, zelfs nadat alle overeenkomsten zijn getekend en de uitrol vrijwel zeker leek. Gemeenten staan met lege handen en hebben ondanks de gesloten convenanten geen pressiemiddel, want: wie betaalt, die bepaalt. Beide partijen gaan bij het tekenen van een convenant (hooguit) een inspanningsverplichting aan, geen resultaatverplichting. Verder zullen er altijd lastige adressen en gebieden over blijven waar de markt op
13
Zie: [rijksoverheid.nl]v
Dialogic innovatie ● interactie
15
dit moment niet voortvarend aan de slag wil gaan. Daar is het de vraag of dit altijd zo blijft of dat de markt toch weer verder gaat dan wij ons op dit moment kunnen voorstellen. Maatschappelijk gezien kan er vrijwel zeker al van een succes worden gesproken: de inzet van publieke middelen is (tot nu toe) beperkt gebleven tot gelden voor procesbegeleiding, en ambtelijke inzet. Het resultaat is dat vrijwel het hele buitengebied is voorzien van een glasvezelnetwerk en de eindgebruikers niet langer een digitale kloof ervaren. Er zijn genoeg Nederlandse voorbeelden waar de publieke bijdrage aanzienlijk groter is geweest of het aandeel adressen zonder snel internet nog aanmerkelijk groter is.
16
Dialogic innovatie ● interactie
Bijlage 1. Dekkingscijfers gemeenten Utrecht Tabel 4. Uitkomsten mapping 2020 Utrechtse gemeenten – huishoudens – totaal (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl]) Gemeentenaam
Tot 100 Mbit/s
100 tot 1.000 Mbit/s
1.000 Mbit/s
Amersfoort
127 (0,2%)
6.821 (10%)
61.460 (89,8%)
Baarn
136 (1,2%)
6.165 (52,4%)
5.465 (46,4%)
Bunnik
16 (0,2%)
965 (14,9%)
5.491 (84,8%)
Bunschoten
2 (0%)
1.018 (11,9%)
7.505 (88%)
De Bilt
235 (1,2%)
4.133 (20,9%)
15.373 (77,9%)
De Ronde Venen
587 (3,2%)
16.464 (88,8%)
1.496 (8,1%)
Eemnes
73 (1,8%)
3.609 (89,2%)
364 (9%)
Houten
23 (0,1%)
1.164 (5,6%)
19.467 (94,3%)
IJsselstein
213 (1,5%)
34 (0,2%)
14.211 (98,3%)
Leusden
29 (0,2%)
11.643 (88,5%)
1.484 (11,3%)
Lopik
481 (8,3%)
3.411 (58,7%)
1.923 (33,1%)
Montfoort
0 (0%)
0 (0%)
5.750 (100%)
Nieuwegein
58 (0,2%)
2.869 (9,8%)
26.362 (90%)
Oudewater
578 (13,4%)
1.763 (40,9%)
1.970 (45,7%)
Renswoude
1 (0%)
44 (2,1%)
20.91 (97,9%)
Rhenen
41 (0,5%)
7.503 (90,6%)
740 (8,9%)
Soest
28 (0,1%)
1.171 (5,6%)
19.703 (94,3%)
Stichtse Vecht
1.220 (4,2%)
5.453 (19%)
22.049 (76,8%)
Utrecht
653 (0,4%)
9.091 (5,7%)
149.769 (93,9%)
Utrechtse Heuvelrug
332 (1,5%)
16.128 (73,6%)
54.64 (24,9%)
Veenendaal
68 (0,2%)
9.770 (34,2%)
18.715 (65,5%)
Vijfheerenlanden
1.094 (4,5%)
19.902 (82,3%)
3.198 (13,2%)
Wijk bij Duurstede
14 (0,1%)
9.561 (93,8%)
619 (6,1%)
Woerden
150 (0,7%)
20.548 (91,3%)
1.798 (8%)
Woudenberg
26 (0,5%)
4.948 (92,9%)
352 (6,6%)
Zeist
320 (1,1%)
27.393 (92,7%)
1.840 (6,2%)
Utrecht
6.505 (1,1%)
191.571 (32,3%)
394.659 (66,6%)
Dialogic innovatie ● interactie
17
Tabel 5. Uitkomsten mapping 2020 Utrechtse gemeenten – huishoudens – buitengebied (bron: ministerie van Economische Zaken en Klimaat [cijfers komen beschikbaar op www.overalsnelinternet.nl]) Gemeentenaam
Tot 100 Mbit/s
100 tot 1.000 Mbit/s
1.000 Mbit/s
Amersfoort
103 (18,4%)
391 (69,9%)
65 (11,6%)
Baarn
118 (24,3%)
351 (72,4%)
16 (3,3%)
Bunnik
0 (0%)
12 (3%)
386 (97%)
Bunschoten
1 (0,6%)
63 (37,1%)
106 (62,4%)
De Bilt
121 (16,5%)
577 (78,8%)
34 (4,6%)
De Ronde Venen
348 (28,8%)
88 (7,3%)
772 (63,9%)
Eemnes
65 (40,4%)
49 (30,4%)
47 (29,2%)
Houten
6 (1,4%)
87 (20,2%)
338 (78,4%)
IJsselstein
195 (96,5%)
3 (1,5%)
4 (2%)
Leusden
21 (3,7%)
157 (27,5%)
393 (68,8%)
Lopik
363 (29,3%)
408 (32,9%)
470 (37,9%)
Montfoort
0 (0%)
0 (0%)
504 (100%)
Nieuwegein
9 (23,1%)
4 (10,3%)
26 (66,7%)
Oudewater
101 (19,1%)
8 (1,5%)
421 (79,4%)
Renswoude
1 (0,4%)
(0%)
274 (99,6%)
Rhenen
3 (0,4%)
237 (33,9%)
460 (65,7%)
Soest
19 (4,4%)
390 (90,1%)
24 (5,5%)
Stichtse Vecht
674 (48,4%)
437 (31,4%)
282 (20,2%)
Utrecht
159 (17,5%)
549 (60,3%)
203 (22,3%)
Utrechtse Heuvelrug
117 (7,9%)
204 (13,7%)
1.167 (78,4%)
Veenendaal
2 (1,9%)
32 (31,1%)
69 (67%)
Vijfheerenlanden
861 (36,9%)
773 (33,1%)
698 (29,9%)
Wijk bij Duurstede
8 (1,3%)
31 (5,2%)
556 (93,4%)
Woerden
93 (8,3%)
192 (17,2%)
833 (74,5%)
Woudenberg
16 (4%)
44 (10,9%)
345 (85,2%)
Zeist
96 (7,6%)
1.008 (79,7%)
161 (12,7%)
Utrecht
3.500 (19,2%)
6.095 (33,4%)
8.654 (47,4%)
18
Dialogic innovatie ● interactie
Contact: Dialogic innovatie & interactie Hooghiemstraplein 33-36 3514 AX Utrecht Tel. +31 (0)30 215 05 80 www.dialogic.nl