SM 1161906 Monitoring zorgkosten Sociaal Domein 2e periode 2021
Tekst van het document
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: P. van Asselt Beleidskader: Sociaal Domein Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Janet Berkhoudt Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: j.berkhoudt@bunschoten.nl Datum: 17 mei 2021 Aanvullende stukken 1. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 2. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 3. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage:
Mededeling Beheersing zorgkosten Sociaal Domein 2e periode 2021 In deze schriftelijke mededeling doen we in deel 1 verslag van de ontwikkeling van het zorggebruik Jeugd en Wmo in de eerste 4 maanden van 2021. Deze informatie is o.a. gebaseerd op de Dashboard gegevens van 2021. Deze schriftelijke mededeling is in lijn met eerdere memo’s die over dit onderwerp zijn verschenen en bedoeld om u te informeren. Eveneens treft u hierbij in deel 2 een eindverslag aan van het Plan van Aanpak Beheersing Financiën Jeugd en Wmo van BMC. Aan de aanbevelingen uit dit plan is een jaar gewerkt. We willen u in deze schriftelijke mededeling meenemen in de uitgevoerde acties en de behaalde resultaten. We stellen voor om op basis hiervan de verslaglegging over het Plan van Aanpak af te ronden. Uw commissie wordt hierna op de acties, die nog continue aandacht zullen vragen, in het vervolg geïnformeerd via de nieuwsbrief Sociaal Domein. Hieronder vindt u een korte samenvatting van onze bevindingen, de uitgebreide rapportage is bijgevoegd.
Samenvatting De cliëntenaantallen lieten op de meeste percelen van Jeugd en Wmo aan het begin van 2021 een redelijk stabiel beeld zien. We constateren dat dit ook in maart en april hetzelfde lijkt te blijven. Bij de ontwikkeling van de kosten is goed om mee te geven: ▪ De Coronacrisis maakt dat de vraag naar ondersteuning minder voorspelbaar is. Aannames vanuit de vorige jaren en historisch cijfers lijken soms moeilijk te rijmen met ontwikkelingen die we nu zien. We zullen ook de komende tijd moeten werken met het feit dat monitoring van kosten soms niet tot gewenste effecten, zoals beheersing van kosten, zal leiden. Hoe hard we daarin ook ons best doen. ▪ Dit zorgt ervoor dat financiële prognoses ook met meer onzekerheden omgeven zijn dan voorheen. Ook omdat we niet goed kunnen overzien welk deel daarvan nog door toekomstige rijksgelden zal worden gecompenseerd. Hoewel we daarover inmiddels iets meer kunnen berichten. Dit treft u aan onder het kopje Financieel . ▪ De aanbevelingen uit het Plan van Aanpak van BMC zijn inmiddels zo goed als allemaal afgerond of voltooid. Over de aanbevelingen die de komende tijd nog steeds aandacht vragen zult u via de nieuwsbrief, wanneer dat aan de orde is, blijvend worden geïnformeerd.
1/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906
FINANCIEEL Ontwikkeling 2021 Er is nog geen prognose voor 2021 beschikbaar. Die verwachten we na afloop van het tweede kwartaal 2021. In de begroting 2021 is uitgegaan van een bruto raming van de zorgkosten van afgerond € 5,6 mln. De effecten van de stijging zorgkosten op basis van de jaarrekening 2020 voor de breedspectrum aanbieders zijn wel al meegenomen, maar nog niet de stijging van de ambulante behandeling. Wij waren van plan in de eerste tussentijdse bestuursrapportage 2021 met een bijstelling te komen op basis van de dan bekende informatie. Maar omdat er op dit moment nog geen goede prognose beschikbaar is informeren we u daarover, zodra die prognose beschikbaar is. De taakstellende bezuiniging op de zorgkosten die voor 2021 is geraamd op € 400.000,--, (oplopend tot € 500.000,-- in 2023) lijkt op basis van de huidige inzichten moeilijk te realiseren binnen alleen de budgetten voor de regionale inkoop. Er zijn wel al maatregelen in gang gezet maar die hebben tijd nodig voordat de effecten daarvan zichtbaar worden. We zullen daarom ook breder binnen sociaal domein kijken naar mogelijkheden om te taakstelling te realiseren. Het Rijk heeft inmiddels wel extra middelen beschikbaar gesteld voor 2021 tot een totaalbedrag van € 613 mln. De precieze verdeling komt in de meicirculaire 2021. Daarmee lijkt de druk op de financiën sociaal domein voor 2021 af te nemen.
We hopen dat er structureel extra middelen van het Rijk beschikbaar komen om deze taakstelling te kunnen invullen, waarbij we uiteraard ook blijven inzetten op het beperken van de kosten in de dure zorg waar mogelijk.
INHOUDELIJK DEEL 1: Monitoring zorgkosten eerste 4 maanden 2021 Casussen Sociaal Team en Zorgloket
De openstaande zaken van het Sociaal Team (uitvoering Jeugdwet, Wmo nieuw) en het Zorgloket (uitvoering Wmo oud) stijgen ook in het eerste kwartaal van 2021. De stijging van het aantal openstaande zaken was al waarneembaar in 2020. Ter vergelijking, in januari 2020 had het Sociaal team 304 openstaande zaken en het Zorgloket 73 openstaande zaken. Algemeen beeld cliënten in maatwerkvoorziening Wmo en Jeugd Het aantal jeugdigen in de jeugdzorg stijgt het eerste kwartaal van 2021 licht. In januari 2021 zijn er 555 jeugdigen in zorg. In april waren er 569 jeugdigen in zorg. Dit wijkt af van wat er eerder gecommuniceerd is in de vorige Schriftelijke mededeling. Er leek toen nog een lichte daling waarneembaar in de periode januari/februari. Een verklaring hiervoor is dat indicaties vaak met terugwerkende kracht worden afgegeven en/of zorgaanbieders cliënten pas laat aanmelden bij de zorgadministratie (als het een medische verwijzer of gecertificeerde instelling betreft).
2/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 Het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo (begeleiding & dagbesteding) is stabiel het eerste kwartaal van 2021. Er lijkt zelfs en lichte daling te zien te zijn op de dagbesteding vanaf november 2020. Hier moeten we wel voorzichtig in zijn, daar soms toewijzingen met terugwerkende kracht worden afgegeven of zorgaanbieders achterstand hebben bij het indienen van declaraties.
Ambulante begeleiding Jeugd In 2020 zagen we in de loop van het jaar een flinke stijging in de cliëntaantallen per maand. Eind 2020 waren er ongeveer 110 jeugdigen in zorg. De eerste maanden van 2021 laten geen stijging meer zien. Voor het eerst lijken de aantallen in 2021 nu een aantal maanden stabiel (en lijken zelfs licht te dalen). We zijn daarom voorzichtig positief. Ambulante begeleiding Wmo Het cliëntenaantal dat ambulante begeleiding Wmo ontvangt laat de eerste 4 maanden van 2021 een stabiel beeld zien. Momenteel zitten we steeds rond de 91 cliënten per maand, waar dat vorige jaar gemiddeld 95 waren. Daarmee lijken we op een bepaald stabiel niveau te zitten. Dagactiviteiten Jeugd en Volwassenen Het aantal inwoners dat gebruik maakt van dagactiviteiten Jeugd en Wmo was in heel 2020 behoorlijk stabiel. Ook de eerste 4 maanden van 2021 laten geen stijging zijn. Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van dagbesteding is stabiel. Bij Wmo lijkt een lichte daling te zien te zijn vanaf november 2020. Ambulante behandeling Jeugd (PxQ) Het aantal jeugdigen dat ambulante behandeling ontvangt is sinds het einde van 2020 vrijwel gelijk gebleven. Omdat ambulante behandeling soms ook korte trajecten kent kunnen de cijfers per maand gemakkelijker fluctueren. Dat zien we dan ook in de eerste 4 maanden. Gemiddeld genomen ontvangen in een maand zo’n 275 kinderen deze zorg.
Het aantal kinderen in zorg is in vergelijking tot het eerste kwartaal van 2020 wel substantieel hoger. Er waren toen maandelijks ongeveer 250 kinderen in zorg. We blijven inzetten op de SO JGGZ. Binnenkort wordt een start gemaakt met de evaluatie van deze functie. Het kan ook zijn dat er een absolute groei is in het aantal kinderen dat deze zorg nodig heeft door problematiek die verergerd door Corona. Wmo hulpmiddelen Zoals in de vorige mededeling al aangekondigd, verwachten we dit jaar voor een aantal forse uitgaven te komen staan door verzoeken om woningaanpassingen, inclusief de plaatsing van trapliften. De laatste jaren hebben we in verhouding weinig verzoeken om grote woningaanpassingen gehad. Jaarlijkse fluctuatie in dergelijke verzoeken maakt budgetteren voor deze categorie lastig. Huishoudelijke hulp (Wmo)
3/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 Het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp steeg al in de eerste maanden van 2021. Ook maart en april laten die trend zien. Corona zorgt voor verzoeken om tijdelijke ondersteuning maar leidt ook tot aanvragen waar inwoners het nu niet langer meer zelf kunnen, waar dat voorheen nog net ging. Gevolg is een lichte groei, waarvan we verwachten dat die voorlopig blijft. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van de huishoudelijk hulp voor mantelzorgers stijgt ook licht. Dit product zorgt er in de regel wel voor dat mantelzorgers de zorg voor hun naaste langer volhouden.
Hulp bij het huishouden 450 400 350
372
373
91
86
99
6 jan-21
4 feb-21
4 mrt-21
400
337
300
250 200 150 100
108
50 0
HH ZIN
HH PGB
5 apr-21 HHT
Toelichting tabel: HH ZIN/ HH PGB = Zorg In Natura, respectievelijk in de vorm van een PGB, HHT betreft de Regeling voor mantelzorgers.
PGB’s Momenteel zijn er 21 pgb’s uitgegeven. 5 voor Wmo Huishoudelijke hulp, 10 voor Wmo Begeleiding en 6 in het kader van de Jeugdzorg. Het budget dat momenteel uitstaat hiervoor is ongeveer € 200.000,- , waarvan het grootste deel voor Wmo Begeleiding (ong. € 120.000). Dit is gelijk aan het beeld van eind 2020. BDVO’s Regionaal laat het aantal BDVO’s een flinke stijging zien. De RISB heeft een inventarisatie gedaan van alle redenen van gemeenten om een BDVO af te sluiten en de noodzaak/ redelijkheid ervan. In Bunschoten ging het in 2020 om 13. Bij een BDVO wordt een aanbieder ingekocht via een bijzondere dienstverleningsovereenkomst, omdat er geen geschikt aanbod beschikbaar is bij de ingekochte zorgaanbieders (zorg in natura), er een bepaling vanuit de jeugdzorg is waardoor dat verplicht is (ingezette zorg vanuit de gecertificeerde instelling) of vanwege het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet. Er wordt regionaal momenteel gewerkt een nieuwe instructies om BDVO’s naar het absoluut noodzakelijke terug te brengen. BDVO’s opstellen en administratief inregelen kost veel tijd, het is inefficiënt en bovendien is het oneerlijke concurrentie voor de aanbieders aan wie via de aanbesteding de zorg in de regio is gegund.
We hebben in Bunschoten alle BDVO’s over 2020 doorgelicht en zijn tot de conclusie gekomen dat ons Sociaal team in alle gevallen zeer goede redenen had om een BDVO af te sluiten. Wij herkennen dan ook niet de indruk in de regio dat hier lichtzinnig mee wordt omgegaan.
4/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906
DEEL 2: Eindverslag Plan van Aanpak Beheersing Financiën Jeugd en Wmo / BMC Inmiddels zijn we bijna een jaar bezig met het vorm geven aan de aanbevelingen uit het BMC rapport. Het Plan van Aanpak bevatte 20 aanbevelingen waarmee de gemeente aan de slag kon gaan om grip te krijgen op haar financiën. Quick wins waren niet te verwachten, het zou moeten gaan om optimalisatie van de bedrijfsvoering op basis van de beleidsuitgangspunten. Voor het optimaliseren van de uitvoerende taken en het sturen op de uitgaven in de jeugdhulp en Wmo werd ingezet op 5 sporen. De eerste drie gericht op het doorzetten van de transformatie, de laatste twee gericht op grip op de financiën. Afgelopen jaar hebben we u d.m.v. memo’s en schriftelijke mededeling drie keer geïnformeerd over de vorderingen op de aanbevelingen, in september en november 2020 en maart 2021 voor het laatst. Advies 1 Instellen Team Control: Voor een goede sturing op alle sporen werd geadviseerd een Team Control in te richten binnen de organisatie. Dat is voor de zomer van 2020 al geeffectueerd, zodat snel gestart kon worden met de aanbevelingen. Het eerste spoor (advies 2 t/m 5) ging uit van een verdieping op de doelgroepen voor de Jeugdwet en Wmo in combinatie met aanscherping van de beleidsregels .
Wat is het lokaal het aandeel ouderen versus jongeren? Welke groepen groeien, wat betekent dat voor de zorg(kosten)? Advies 2 Uitvoeren doelgroepanalyse: In de commissie van maart jl. hebben we u meegenomen op de uitkomsten van onze analyse en een toekomstbeeld met mogelijke richtingen geschetst. Dit spoor is toekomstgericht, we zullen daar ook de komende jaren met beleidsopties en regels aan kunnen en moeten blijven werken. Advies 3 Uitschrijven beleidsregels: Vanuit het zicht op de doelgroep worden vanuit het vastgestelde beleid en de beleidsregels vastgelegd op welk wijze het Sociaal team gaat beschikken over de maatwerkvoorzieningen. Hoe concreter dit is vastgelegd, hoe strakker de uitvoering geregeld kan worden. Het Sociaal team werkt met een kwaliteitshandboek. Zoals eerder al vermeld, is belangrijk dit up-to-date te houden, zodat we steeds vanuit de meest actuele richtlijnen werken. In de praktijk betekent dat dat we voor de toekomst bij wijzigingen in beleid, nieuwe aanbestedingen, andere (regionale) werkwijzen steeds moeten nagaan wat dat betekent voor het handboek, zodat medewerkers in hun uitvoering worden ondersteund. Dat is continue proces. Deze aanbeveling borgen we in onze uitvoering. Advies 4 Extra toets op 315 verwijzingen naar zorgaanbieders: De verwijzingen door medische verwijzers hebben we steeds beter in beeld.
Zoals u de vorige keer heeft gelezen, zijn we met deze verwijzers met een zekere regelmaat in gesprek, juist ook omdat we de positie van de SO-JGGZ willen verstevigen en hun rol goed willen positioneren naast de huisartsen en jeugdartsen. U zult daarover met enige regelmaat blijvend worden geïnformeerd, bijvoorbeeld via de tussentijdse evaluatie of via de nieuwsbrief. In de nieuwsbrief Sociaal domein nr 49 heeft u kunnen lezen dat er beheersmaatregelen zijn getroffen in het toewijzingsproces ambulante behandeling jeugd. Uitgangspunt hierbij is nu dat altijd interventieniveau 1 (grens van €2.000) moet worden ingezet, tenzij er door sociaal (wijk)team / SO JGGZ een indicatie voor een zwaarder interventieniveau wordt afgegeven. Zorgaanbieders mogen ook niet meer zelfstandig verlengen (was maximaal 1 maal verlengen), maar dit moet ook in samenspraak met het Sociaal Team/SO JGGZ. Advies 5 Herijking indicaties: De maatregel om frequenter (her) indicaties te toetsen is doorgevoerd. Indicaties worden korter afgegeven dan voorheen en meer passend bij de ingeschatte zorgvraag, bijvoorbeeld voor een half jaar i.p.v.een jaar. Daardoor wordt het ook mogelijk tijdiger te toetsen of de zorg nog passend is of bijvoorbeeld kan worden afgeschaald of beëindigd. Het tweede spoor (advies 6 t/m 14) koppelt preventie aan de toegang en instroom van inwoners in zorg en ondersteuning.
Het gaat uit van het inzetten op het versterken van voorliggende
5/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 voorzieningen, het instrueren van het Sociaal team en Zorgloket om hierna te verwijzen. Ook moest gewerkt worden aan uniformering van werkwijzen en financieel bewust maken van de medewerkers. Advies 6 Tweewekelijks casusoverleg breed: Het advies was tweewekelijk casusoverleg te organiseren met verwijzers zoals de huisartsen. Dat blijkt niet haalbaar, maar dat betekent niet dat er niet frequent overleg is. Wanneer een casus daartoe aanleiding geeft is er intensief contact tussen huisarts, jeugdarts, casemanager dementie of welke instantie dan ook. Hierdoor wordt zoveel mogelijk zorg afgestemd en overindicering voorkomen. Wel vindt er wekelijks casuïstiek overleg plaats in het Sociaal Team en met de SO JGGZ’ers. In dat overleg kunnen casussen ingebracht worden die multidisciplinair worden besproken. Advies 7 Intensiveren contact schoolzorgteams: De contacten met de schoolzorgteams zijn ingericht en hebben een standaard vorm gekregen doordat aan iedere school in het primair onderwijs een aandachtfunctionaris van het Sociaal team is verbonden. Ook de Boei speelt in het preventief aanbod op scholen een belangrijke rol, waardoor (zorg)vragen integraal kunnen worden opgepakt. Advies 8 Verbreding preventieve activiteiten: Advies was meer in te zetten op preventieve activiteiten.
Hiervoor zijn door BMC voorbeelden aangereikt voor kansrijke programma’s. We hebben het laatste jaar een aantal preventieve activiteiten opgezet waarvan we verwachten dat die inwoners meer voorliggend kunnen ondersteunen. De nieuwe opgezette preventieve activiteiten zijn ontstaan in nauw overleg met Sociaal team en Zorgloket, omdat we het belangrijk vinden aan te sluiten bij waar zij mogelijkheden en kansen zien voor meer preventief aanbod. We hadden natuurlijk ook al een heel aantal preventieve programma’s, voor verschillende doelgroepen. Een groot deel daarvan wordt verzorgd door organisaties als de Boei, GGD/JGZ, Jellinek etc. Daarop evalueren we ook geregeld en schaven we bij als blijkt dat activiteiten niet of niet voldoende het gewenste effect opleveren. Ook dat is een continue proces. Zie hiervoor de bijlage……… Als vanzelfsprekend blijven we werken aan een verdere versterking van de sociale basisinfrastructuur, omdat we denken dat daar nog steeds initiatieven zijn te ontplooien die het mogelijk maakt inwoners laagdrempeliger en eerder te ondersteunen. Advies 9 Sociale kaart verbijzonderen met gerichte zoekpaden: We werden door BMC gewezen op het belang van het beter gebruiken van de Sociale kaart. Daar is in het verleden regionaal ook al aandacht voor geweest, maar met weinig succes.
We gaan dit jaar alsnog onderzoeken hoe de sociale kaart inwoners en onze hulpverleners beter kan helpen om inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor hulp- en ondersteuningsaanbod. Met deze aanbeveling gaan we dus nog aan de slag en we zullen de uitkomsten van mogelijkheden en kansen met u delen via de nieuwsbrief. Advies 10 Weigeringsgronden verbijzonderen: Ons werd geadviseerd te onderzoeken of de opgestelde weigeringsgronden o.a. de verordening voldoende handvatten gaven om te kunnen afwijzen. We hebben o.a. gewerkt aan uitgebreidere richtlijnen voor gebruikelijke hulp voor zowel Jeugdzorg als de Wmo, zodat hulpverleners beter kunnen afbakenen en afwijzen. Ook volgen we, met behulp van onze juristen, de jurisprudentie om te mogelijkheden te kunnen aftasten. Dit helpt ons om steeds opnieuw te bepalen wat we vanuit de Jeugdwet en Wmo “verplicht” zijn te doen of waar we criteria aan kunnen scherpen. Advies 11 Opstellen integraal handhavingsbeleid: Terecht was geconstateerd dat er nog niet op alle terreinen sprake was integraal toezicht en handhavingsbeleid in de gemeente Bunschoten. We hebben dit samen met de BBS opgepakt en vorige jaar is er integraal toezicht- en handhavingsbeleid vastgesteld, waarin ook het beleid van Werk en Inkomen integraal is meegenomen. Helder beleid hieromtrent moet helpen om oneigenlijk gebruik van zorg te voorkomen en te bestrijden.
Advies 12 Inzicht in werkprocessen en bezetting: Geadviseerd werd inzicht te verwerven in de efficiëntie van de werkprocessen van het Sociaal team in relatie tot de personele bezetting. Dat heeft ertoe geleid dat we o.a. zijn gaan kijken naar de ureninzet van de SO JGGZ, maar bijvoorbeeld ook naar andere vormen van triage bij de toegang, om inwoners sneller zorg te kunnen bieden, eventueel met overbruggingszorg door de Boei of i.d. Begin 2021 is
6/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 ook geconstateerd dat de werkdruk bij het sociaal team te erg toenam. De formatie daarom is tijdelijk uitgebreid voor twee jaar met één fte. Momenteel vindt een evaluatie plaats van de samenwerking met BBS. Daaruit zijn mogelijk ook nog verbeterpunten te benutten. Verder wordt gewerkt aan een uitwerking om zelfbegeleiding door het Sociaal team gestructureerder vorm te geven. Dit is de komend tijd dus nog steeds actueel en we houden u daar in het vervolg via de nieuwsbrief van op de hoogte. Advies 13 Afstemmen ondersteuningsplannen: De aanbeveling is om ondersteuningsplannen meer te stroomlijnen met meer aandacht voor kosten van de te verlenen specialistische zorg en ondersteuning. Dit jaar vindt er een audit plaats van het Sociaal team. Daarin zal onder andere de inhoud van de ondersteuningsplannen aan de orde komen. Uitkomsten hiervan kunnen ons o.a. helpen het kwaliteitshandboek hierop te verbeteren. Het verdient nog aandacht medewerkers kostenbewuster te maken bij de inzet van zorg, echter het mag tegelijkertijd nooit als enige reden worden aangegrepen om te kiezen voor een bepaalde vorm van zorg. We gaan hierbij uit van de professionaliteit van handelen van onze hulpverleners.
Overigens wordt bij zeer complexe, dure zorg al vaak ruggenspraak gehouden met de beleidsmedewerkers Jeugd en/of Wmo, waardoor zorgvuldig wordt afgewogen wat noodzakelijk is, Advies 14 Meer samenwerking Sociaal team en zorgaanbieders: Samenwerking tussen (kleine) zorgaanbieders en Sociaal team is al langer aan de orde. Zowel in de jeugdzorg als bij de Wmo hebben we met een aantal lokaal werkende aanbieders al regelmatig contact. We zien dat het Sociaal team, maar ook het Zorgloket, een netwerk van partners heeft waarmee ze veelal freguenter samenwerken. Dat zorgt ervoor dat zorg beter wordt afgestemd en kortere lijnen zorgen voor de juist zorg op de juiste plek. Het derde spoor (advies 15 Inventarisatie productdefinities) ging in op type ondersteuning. Scherpe productdefinities helpen om de juiste zorg in te zetten. Maar ook: zijn er alternatieven te verzinnen? Hoe werk je hierin samen met partners, waaronder huisartsen en welzijnsorganisaties, aan de beheersbaarheid van zorg en kosten? Bij nieuwe regionale aanbestedingen die er de komende jaren aankomen is het zaak hierop scherp te zijn en mee te denken over wat lokaal passend is. Ook willen we verder met de mogelijkheden van inzet op groepsactiviteiten, hoewel dat in deze Corona tijd niet eenvoudig is. Het vierde spoor (advies 16 en 17) richtte zich op de inkoop van producten en gecontracteerde aanbieders.
Hoe kunnen we in de regio samen met de RISB grip krijgen op onze aanbieders door degelijk contract- en accountmanagement? Advies 16 Analyse gecontracteerde producten: Vorige keer hebben wel vermeld dat we regionaal (gemeenten samen met de RISB) bezig zijn te bepalen hoe o.a. in aanbesteding en contractering aanpassingen mogelijk zijn. Dan moet u denken aan minder aanbieders en bij nieuwe aanbestedingen beter toetsen wat aanbieders aan het aanbod van passende zorg toevoegen. Door heldere productdefinities en voorwaarden bij de aanbesteding kunnen we sturen op de kwaliteit van onze aanbieders en de door hen geleverde zorg. Advies 17 Budgetplafonds als laatste redmiddel: We werken al met een afgepast budget bij de zorgaanbieders van de specialistische jeugdzorg met verblijf (BSA). Regionaal wordt momenteel een eerste evaluatie gedaan of deze taakgerichte bekostiging goed werkt, ook aan de hand van ervaringen van ander regio in het land, en of dit ook passend is voor de inkoop van andere zorgproducten. Tenslotte lag bij het vijfde spoor (advies 18 t/m 20) de aandacht bij het inzicht in de uitvoering van de financiële administratie. Inzicht in aantallen cliënten, uitnutting en verplichtingen zijn nodig om beheersbaarheid te vergroten.
Advies 18 Zorgadministratie op orde: De vorige keer hebben we al vermeld dat de ontsluiting van informatie, nodig om inzicht te krijgen in de geleverde zorg en de bijbehorende kosten, steeds beter gaat. Sommige bronnen kunnen nog beter worden benut. Het team Control kijkt iedere maand wat daarop nog kan worden verbeterd en breidt daarop haar monitoring uit.
7/8
Schriftelijke mededeling Nummer 1161906 Advies19: Opstellen van een maandrapportage/dashboard Het Team Control komt maandelijks bij elkaar om met behulp van het Dashboard, gegevens uit Mens Centraal, SVB, gegevens van BBS en aanbieders (Wmo oud) etc, een overzicht te krijgen van de cliëntaantallen, ingezette zorgtrajecten en de uitgaven van Jeugd en Wmo. Advies 20 Analyse zorg- en ondersteuningsverlening 2018/2019: Analyse heeft de laatste jaren continue plaatsvonden, maar blijft actueel. Steeds opnieuw is het goed om te kijken wat kostenstromen zijn in relatie tot zorginhoud. We doen dat lokaal, maar ook regionaal wordt door de RISB veel aandacht geschonken aan dergelijke analyses. Ook om te kijken welk zorgaanbieders er in positieve of negatieve zin opvallen. Deze worden ook weer benut om accounten contractmanagement goed te voeren. Tevens wordt ook regionaal aandacht besteed aan de doorontwikkeling van het dashboard, waardoor de analyse steeds beter wordt.
8/8