CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

SM 1158138 bijlage MIRT-brief

Commissie Ruimte 10 februari 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden14.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast de bijdrage aan de opgave van de woningbouw zal de MIRT-verkenning bijdragen aan het oplossen van NMCA OV-knelpunten, het voorkomen van extra belasting van het hoofdwegennet en de gezamenlijke OV- en fietsambities. Het streven is om in 2021 op basis van de MIRT-verkenning het voorkeursalternatief vast te stellen. Bereikbaarheid Rotterdamse Haven vanuit Voorne Putten Dit jaar is onderzocht hoe de bereikbaarheid van de Rotterdamse Haven vanuit Voorne Putten verbeterd kan worden. De uitkomst van fase 1 van dit onderzoek is dat er een aantal (pakketten van) maatregelen kunnen worden genomen,, waaronder het partieel verbreden van de N57 in combinatie met het ongelijkvloers maken van een aantal kruisingen en het aanbrengen van een aantal verbeteringen op en aan bestaande infrastructuur6. In het komende jaar wordt fase 2 van deze 6

https://move-rdh.nl/projecten/1315945.aspx?t=Gebiedsuitwerking-Voorne-Putten-enHaven-Rotterdam Pagina 19 van 31

studie uitgevoerd, waarin het pakket van maatregelen zal worden bepaald en deze maatregelen nader zullen worden uitgewerkt. Ontwikkeling Entreegebied Zoetermeer Zoetermeer is bezig met grootschalige stedelijke verdichting. In het zogenaamde Entree-gebied, aan weerszijden van de Afrikaweg en rond de Mandelabrug worden tussen 2021-2030 ongeveer 4500 woningen gerealiseerd. Voor de te bouwen woningen in de nabijheid van de Afrikaweg is het nodig om een langzaam verkeersroute richting het station te realiseren. Er komt een route zonder hoogteverschillen vanuit de nieuwe wijk en het centrum van Zoetermeer naar de Mandelabrug en het station. Tevens worden er 1000 overdekte fietsstallingsplekken bij het station gerealiseerd en krijgt het station aan de noordzijde een goede entree en aansluiting op de nieuwe woonwijk. Het geheel van mobiliteitsmaatregelen die aan deze gebiedsontwikkeling gaat bijdragen kost € 21,5 miljoen. Het Rijk reserveert daartoe € 4 miljoen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Fietsenstallingen Den Haag centraal en vernieuwing Den Haag Hollands Spoor Op station Den Haag Centraal is de op één na grootste fietsenstalling ter wereld geopend. De stalling biedt plek aan 8.000 fietsen, waarvan 700 OV-fietsen. Ook is er ruimte gereserveerd voor bakfietsen en fietsen met kratjes of kinderzitjes. Daarnaast is in september het vernieuwde station Den Haag Hollands Spoor en de bijbehorende nieuwe fietsenstalling voor 2.500 fietsen geopend. Het station heeft er een nieuwe volwaardige ingang bijgekregen met een nieuw stationsplein en winkels. Spoorontsluiting in het havengebied tussen Terneuzen en Gent Voor de verbeterde spoorontsluiting in het havengebied tussen Terneuzen en Gent hebben Rijk en regio ingestemd met het uitwerken van een adaptieve strategie en een intentieverklaring. Voor deze verbetering is € 15 miljoen gereserveerd vanuit het compensatiepakket Zeeland waarvan maximaal € 2 miljoen wordt ingezet voor de verdere uitwerking van het project (Kamerstuk 33358, nr. 28). De Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 De Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 is vastgesteld. De Gebiedsagenda geeft gebiedsgericht uitvoering aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Het is het resultaat van een intensief gebiedsproces, waarbij voor de wateropgave de verbinding is gezocht met de regionale economie en met prioritaire opgaven uit de NOVI, zoals circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie. Het uiteindelijke resultaat is een langetermijnperspectief 2050 voor de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta, een kennis- en innovatieprogramma en een oriënterende uitvoeringsagenda 2030.7 De Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 is een inspiratiedocument als vertrekpunt voor verdergaande maatschappelijke en bestuurlijke samenwerking in de regio. Een eerste stap is de start van een brede verkenning om zowel voor de korte als de lange termijn in kaart te brengen welke gezamenlijke stappen gezet kunnen worden om te komen

7https://www.zwdelta.nl/sites/all/files/default/gebiedsagenda_zuidwestelijke_delta_2050_int

eractief.pdf

Pagina 20 van 31

tot een klimaatrobuuste zoetwaterverdeling, een goede (ecologische) waterkwaliteit en hoogwaardige natuur in de Zuidwestelijke Delta. A15 Maasvlakte-Vaanplein In de MIRT-brief van 19 juni 2020 (Kamerstuk 35300 A, nr. 95) is aan uw Kamer gemeld dat de financiële spanning als gevolg van de afbouw van de Botlekbrug ingeschat werd tussen de € 60 miljoen en € 70 miljoen. Inmiddels is een groot deel van deze budgetspanning binnen het projectbudget opgevangen, waarmee de budgetspanning aanzienlijk lager vastgesteld kan worden op € 24 miljoen. In het huidige projectbudget zijn risicoreserveringen opgenomen waarvan de komende jaren moet blijken in hoeverre deze vrijvallen. Gedurende de looptijd tot 2035 kan de spanning daarmee mogelijk verder worden ingelopen of kan de risicoreservering worden aangesproken. Ophogen van het projectbudget wordt nu niet noodzakelijk geacht.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

A20 Nieuwerkerk a/d IJssel De aanbesteding van de ingenieursdiensten voor het ontwerp Tracébesluit A20 Nieuwerkerk-Gouda eerder dit jaar heeft helaas niet geleid tot een inschrijving. Na consultatie van de markt heeft Rijkswaterstaat de aanbesteding met een aangepaste uitvraag opgestart met onder meer aanpassing van de risicoverdeling. De huidige planning gaat ervan uit in de zomer van 2021 de gunning te laten plaatsvinden, waarna de planuitwerking kan starten. Vooruitlopend op de planuitwerking en realisatie van dit project zijn er gesprekken met de betrokken regionale bestuurders gaande over het verbeteren van de bereikbaarheid op de korte termijn. Verkeersstudie A12 Gouda-Utrecht Uit de verkeersstudie A12 Gouda-Utrecht van 2020, dat een vervolg is op de studie van 2019 en als bijlage bij deze brief is toegevoegd, is gebleken dat het Utrechtse wegennet in 2030 verzadigd is. Om de extra verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de woningbouwopgave te kunnen accommoderen zijn extra bereikbaarheidsmaatregelen nodig. Eén van de onderwerpen van gesprek is het ontwikkelen van een aanpak voor korte termijn maatregelen. Samen met de regio is de intentie uitgesproken om in april hierover een besluit te nemen. In het kader van U NED moet integraal worden besloten over de woningbouw aantallen, aard, locaties - en de daarvoor te nemen bereikbaarheidsmaatregelen.

Dit betreft zowel mobiliteits- en verkeersmanagement als investeringen in HWN, OWN, OV en fiets, waarbij het voor wat betreft het HWN gaat om de Ring Utrecht (A2, A12, A27, A28) en om de A12 Gouda-Utrecht. Dit vergt nader overleg en overeenstemming met de regio in het kader van U NED. Voorts blijkt uit de verkeerstudie A12 Gouda-Utrecht dat er voor dit traject ook sprake zal zijn van een kostbare ingreep, gelet de fundering van de huidige rijbanen en de ondergrond. Er is dan ook geotechnisch onderzoek noodzakelijk om een betrouwbare inschatting van de kosten te kunnen maken. Dit is nodig met het oog op een te nemen besluit om een verkenning te starten. Mede gezien de financiële situatie, de hoge kosten en de onzekerheden in de kostenraming is het nog niet mogelijk om een MIRT-verkenning te starten naar capaciteitsuitbreiding van de A12 in de richting van Gouda. Rijk en regio blijven in gesprek over het vervolg. Afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende

Pagina 21 van 31

financiële middelen bij Rijk en regio wordt gestreefd naar een startbeslissing voor een MIRT-verkenning in het BO MIRT 2021. A4 Knooppunt Burgerveen-N14 & A4 Haaglanden-N14 De opdracht voor de planuitwerking van de A4 knooppunt Burgerveen-N14, genoemd in het Regeerakkoord, is inmiddels gegund. Er wordt momenteel gewerkt aan het ontwerp Tracébesluit, welke in de tweede helft van 2022 wordt verwacht. Het ontwerp Tracébesluit A4 Haaglanden-N14 is begin dit jaar ter visie gelegd. De binnengekomen zienswijzen worden verwerkt in de Nota van Antwoord bij het Tracébesluit. Met de gemeente Rijswijk is overeenstemming bereikt over het realiseren van zowel een fiets- als ecoduct over de A4, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de ‘meekoppelkansen’ met de daarbij overeengekomen regionale bijdrage.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

A16 Rotterdam Project A16 Rotterdam heeft eind vorig jaar vertraging opgelopen bij het verkrijgen van de watervergunning. In eerste instantie was niet duidelijk of aan de vergunningsvoorwaarden kon worden voldaan. Oorzaak hiervan waren onzekerheden rond de omgang met chlorideconcentraties en PFAS in het projectgebied. Inmiddels is aan alle voorwaarden voldaan, zijn de benodigde vergunningen verleend en zijn de bouwactiviteiten in volle gang. Met de opdrachtnemer is een nieuwe planning opgesteld. De mijlpaal openstelling verschuift hierin met een jaar, naar 2025. Opdrachtnemer heeft zelf en voor eigen rekening versnellingsmaatregelen ingezet om de vertraging die in het domein van de opdrachtnemer liggen ongedaan te maken. De extra kosten voor het Rijk als gevolg van de vertraging bedragen ordegrootte € 115-130 miljoen. Hiervoor is een risicoreservering getroffen. Afspraken hierover worden de komende tijd contractueel uitgewerkt. A16-N3 Begin november 2020 is het knooppunt A16-N3 volledig opengesteld. Met het realiseren van dit project is de doorstroming verbeterd en is voorzien in ontsluiting van het bedrijventerrein Dordtse Kil IV. Het project is gerealiseerd in een samenwerkingsverband tussen Rijk, Provincie, gemeente Dordrecht en Wegschap Tunnel Dordtse Kil.

A24 Blankenburgverbinding Het projectbudget van project Blankenburgverbinding wordt met € 18,7 miljoen verhoogd, voornamelijk als gevolg van extra gemaakte kosten voor de omgang van met PFAS vervuilde grond in het projectgebied (ca. € 14 miljoen) en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en hiermee samenhangende nieuwe normering/wet- en regelgeving waterveiligheid (ca. € 3,5 miljoen). De aanleg van de A24 Blankenburgverbinding tussen Vlaardingen en Rozenburg verloopt voorspoedig. De contouren van het tracé zijn buiten inmiddels duidelijk zichtbaar. Het tracé wordt al gebruikt door bouwverkeer, zodat het onderliggend wegennet zoveel mogelijk wordt ontlast. De funderingselementen voor de toeritten van de Maasdeltatunnel zijn inmiddels gereed, evenals de passage van de metroverbinding Hoekselijn met de Hollandtunnel, de landtunnel op de noordoever. De voorbereidende werkzaamheden voor de verbreding van de A20 zijn uitgevoerd, de daadwerkelijke verbreding start begin 2021. Daarnaast zijn in het najaar de funderingswerkzaamheden van Knooppunt Vlaardingen gestart.

Pagina 22 van 31

Voor de verbinding van de A24 met de A15, knooppunt Rozenburg, worden komend jaar de fly-overs over de A15 gebouwd. De twee dekken die hiervoor nodig zijn worden boven de A15 gebouwd, terwijl het verkeer doorrijdt. Tevens realiseren de regionale partners in goede samenwerking met Rijkswaterstaat een impuls in het omliggend gebied. De projecten uit het Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland krijgen steeds meer vorm. Begin 2021 start de uitvoering van de eerste projecten gericht op verbetering van de waterkwaliteit, natuur en recreatie.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Goederenvervoercorridors Op het Bestuurlijk Overleg Goederenvervoercorridors hebben partijen de contouren van een Toekomstagenda voor de corridors Oost en Zuidoost voor de periode 2020-2030 vastgesteld. Zij zetten in op versterking van robuuste achterlandverbindingen en het multimodaal knooppuntennetwerk, ruimtelijkeconomische ontwikkeling van strategische knooppunten, digitalisering en verduurzaming. Binnen dit kader starten onderstaande maatregelen op korte termijn. Eén van de maatregelen om de robuustheid van de netwerken en knooppunten te vergroten is het realiseren van een structurele modal shift van weg naar water. Hiervoor start in 2021 een stimuleringsregeling van € 40 miljoen voor vervoerders en verladers, gericht op bundeling en verplaatsing van vrachten van de weg naar de binnenvaart en het opzetten van frequente bargelijndiensten. Verder wordt het vervoer over water aantrekkelijker gemaakt door het stimuleren van de aanleg van kademuren met een regeling van € 10 miljoen voor regionale initiatiefnemers. In het Bestuurlijk Overleg is door alle betrokkenen benadrukt dat ook een modal shift van weg naar spoor van belang is. In aanvulling op de regeling voor het stimuleren van modal shift van weg naar water wordt de inzet hierop in overleg met de spoorgoederenvervoersector, regio’s en de Topsector Logistiek verder uitgewerkt.

Er worden verkenningen gestart naar welke infrastructurele aanpassingen nodig zijn voor het faciliteren van 740 meter lange treinen naar Venlo en Bad-Bentheim en het toekomstbestendig maken van het spoor bij knooppunt Venlo. Rijk en regio werken samen aan de MIRT-verkenning A15 Papendrecht – Gorinchem. Op basis van nieuwe inzichten blijken er ingrijpendere maatregelen noodzakelijk te zijn aan bestaande kunstwerken en het wegdek dan eerder verondersteld. Het traject A15 Papendrecht – Gorinchem vormt nu al een groot knelpunt en zonder maatregelen zal dit in de toekomst alleen nog maar toenemen. Vanwege het belang van een goede doorstroming op de A15 voor de bereikbaarheid en economie in Nederland, verhoogt het Rijk het beschikbare budget voor de A15 Papendrecht - Gorinchem op met € 375 miljoen zodat een effectieve voorkeursvariant uitgewerkt wordt. In het Bestuurlijk Overleg MIRT Goederenvervoercorridors is het MIRT-Onderzoek Vergroten robuustheid vaarwegen vastgesteld (bijlage). Verschillende vervolgonderzoeken worden gestart naar maatregelen die bijdragen aan de robuustheid van de vaarwegen. Ook wordt het uitgesteld onderhoud op het (hoofd)vaarwegennetwerk verminderd en worden stresstesten uitgevoerd. In IRMverband wordt gewerkt aan beleidsopties voor bodemligging. Er is in dit kader € Pagina 23 van 31

100 miljoen gereserveerd voor het aanpakken van bodemknelpunten voor de scheepvaart op de grote rivieren. Corridorpartijen zien kansen voor buisleidingen bij het (internationale) transport van grondstoffen. Er wordt een haalbaarheidsonderzoek voor een buisleidingtracé tussen Rotterdam en chemiecluster Chemelot (met internationale aansluiting) uitgevoerd.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Om landelijke sturing op de ontwikkeling van bedrijventerreinen en de vestiging van (grootschalige) logistiek te versterken start een onderzoek naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen en het provinciale (beleids-) instrumentarium. In het kader van digitalisering van de corridors wordt geïnvesteerd in het digitaliseren van processen en informatie-uitwisseling in het spoorgoederenvervoer. De corridors worden verder verduurzaamd door alle Rijksligplaatsen voor binnenvaart te voorzien van walstroom en het stimuleren van zero emissie laadinfrastructuur voor lange afstand goederenvervoer via weg en water als onderdeel van Clean Energy Hubs. Ten slotte wordt de haalbaarheid van een integrale corridoraanpak voor het goederenvervoer op de route Amsterdam – Rotterdam - Antwerpen en verder (corridor Zuid) onderzocht. Algemeen Gevolgen COVID-19 bij projecten en onderhoud De COVID-19 crisis en de aanpak ervan hebben uiteraard ook effect op Rijkswaterstaat, de Grond-, weg- en waterbouw en de installatiebranche, en op ProRail en de spooraannemers. De werkzaamheden buiten gaan zo veel mogelijk door mits de veiligheid en kwaliteit voldoende geborgd kunnen worden. Hiervoor is een protocol ‘Samen veilig doorwerken’ afgesproken met Bouwend Nederland.

De projecten volgen de afspraken zoals aan uw Kamer bij brief van 21 april 2020 is gemeld over de aanpak infrasector tijdens de COVID-19 crisis (Kamerstuk 35300 A, nr. 86). Deze afspraken houden in dat Rijkswaterstaat en ProRail de meerkosten ten gevolge van RIVM richtlijnen in redelijkheid zullen vergoeden, waarbij deze meerkosten door de marktpartijen onderbouwd moeten worden. Negatieve gevolgen voor projecten door COVID-19 zijn opgetreden door bijvoorbeeld uitstel van zittingen van de Raad van State, problemen met leveranties uit het buitenland, tekort aan personeel bij de aannemer door reisbeperkingen naar Nederland en inefficiënt werken ten gevolge van RIVMrichtlijnen. Tegelijkertijd heeft Rijkswaterstaat, samen met marktpartijen en brancheorganisaties, werk naar voren gehaald. Dit werd ten eerste gedaan om gebruik te kunnen maken van een periode waar er minder auto’s op de weg zijn en ten tweede om de vraaguitval bij andere opdrachtgevers te compenseren. Ook ProRail heeft de mogelijkheden om werkzaamheden naar voren te halen onderzocht. Zo zijn spoorwerkzaamheden aan de Schipholtunnel naar voren gehaald. ProRail is in voortdurend overleg met de spooraannemers om te borgen dat projecten en onderhoud zo adequaat mogelijk doorgang vinden. Stikstof Over de gevolgen van stikstof voor de zeven MIRT-projecten is uw Kamer eerder geïnformeerd (Kamerstuk 35300 A, nr. 92).

In algemene zin kunnen wij daaraan toevoegen dat we alle mogelijkheden bezien om vertraging op projecten en bij instandhouding te voorkomen of te beperken.

Pagina 24 van 31

We zijn hierbij vanzelfsprekend ook afhankelijk van de beschikbaarheid van stikstofruimte in bijvoorbeeld het stikstofregistratiesysteem of de stikstofruimte om extern te salderen. Veilige, Slimme en Duurzame Mobiliteit De komende jaren wordt het meerjarige programma Veilige, Slimme en Duurzame Mobiliteit (VSD) gestart. De aanpak heeft als doel om bij te dragen aan de transitie naar een veiliger, slimmer en duurzamer mobiliteitssysteem. Zoals geformuleerd in de Schets Mobiliteit naar 2040, vraagt dit om een nieuwe manier van denken over het organiseren van mobiliteit. Het programma richt zich op maatregelen die binnen de capaciteit van de bestaande fysieke netwerken het gebruik van deze netwerken optimaliseren, op korte termijn realiseerbaar zijn en leiden tot structurele effecten. Het gaat daarbij om maatregelen op het gebied van smart mobility, doelgroepgerichte gedragsaanpak, logistiek/hubs, minder hinder en maatregelen die het fietsgebruik stimuleren. Maatregelen ook die opschaalbaar zijn en leiden tot versnelling van gewenste effecten. Het ministerie van IenW stelt voor het programma voor de komende vier jaar in totaal € 160 miljoen beschikbaar. Met de regio’s zullen de meerjarige afspraken per gebied worden uitgewerkt, waarbij 50% medefinanciering wordt vereist. Het Rijk neemt het voortouw om kaders en uniforme standaarden te ontwikkelen.

Dit najaar zijn de eerste concrete afspraken al gemaakt (voor circa € 29 miljoen totaal). Deze richten zich onder meer op het bestendigen van de positieve mobiliteitseffecten van de COVID-19 crisis door samenwerken met werkgevers en onderwijsinstellingen. Zo zijn er afspraken gemaakt om werkgevers te stimuleren en te helpen hun reisgedrag zoals nu tijdens de COVID-19 crisis te bestendigen; meer thuiswerken en meer flexibel werken. Ook zijn er afspraken gemaakt over een grotere rol van de fiets in het woon-werk verkeer. Met het onderwijs zijn afspraken gemaakt over het meer op afstand leren. Het doel van deze afspraken is om op structurele wijze filevorming aan te pakken. Dit geeft invulling aan de aankondiging in de brief van 10 juli 2020 over mobiliteit en de COVID-19 crisis (Kamerstuk 31305, nr. 315) en aan de motie Postma cs (35570 XII, nr. 27). Op het gebied van Smart Mobility wordt een versnellingsimpuls gegeven aan de reeds ingezette aanpak en werkwijze. Er wordt samen door overheid (Rijk-regiogemeenten) en bedrijfsleven gewerkt aan het opschalen van Smart Mobility toepassingen zoals digitalisering van overheden, inkoop van data of expertise voor alle regio’s ten behoeve van digitalisering uitvoeren, iVRI’s en MaaS.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

MaaS In het kader van MaaS zijn afspraken gemaakt die bijdragen aan schaalvergroting waaronder het verplichten van de TOMP API als standaard voor data-uitwisseling binnen Mobility as a Service, het onderzoeken van een nationaal systeem voor deelmobiliteitsvergunningen en het inzetten op open en uniforme mobiliteitshubs voor deelmobiliteit. Integraal Riviermanagement Op het Deltacongres van 12 november 2020 is de intentieverklaring Integraal Riviermanagement (IRM) gepresenteerd. De verklaring is mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondertekend samen met de Deltacommissaris en voorzitters van de Deltaprogramma’s Rijn en Maas. Met deze

Pagina 25 van 31

intentieverklaring verankeren we onze gezamenlijke ambities. We gaan regionale overheden, koepelorganisaties en andere stakeholders vragen om zich hierbij aan te sluiten om zo een brede basis te creëren voor het in ontwikkeling zijnde IRM. Ook hebben wij in het Infrastructuurfonds € 100 miljoen gereserveerd voor het aanpakken van laagwater/bodemknelpunten voor de scheepvaart op de grote rivieren. Deze reservering wordt nu verder uitgewerkt naar concrete projecten in IRM-verband vanwege de samenhang met andere opgaven in het rivierengebied. In Oost-Nederland wordt voortvarend gewerkt aan de in 2019 gestarte pilotprojecten IRM en in dit Bestuurlijk Overleg MIRT heb ik met Zuid-Nederland afspraken gemaakt over de start van zes nieuwe IRM-pilots. Daarbij is gelet op mogelijkheden voor het opdoen van leerervaringen voor IRM, zodat ervaringen op projectniveau bijdragen aan de beleidsontwikkeling op programmaniveau. Het gaat om vijf onderzoeken, namelijk (1) Maasoevers Maastricht, (2) Samenhangende uitwerking ten noorden van Venlo, (3) Alem en St. Andries, (4) Afweging doorstroombaar maken landhoofd Gelderse Zijde A2 en (5) Hoogwaterveiligheid ’s Hertogenbosch (Crèvecoeur), en een bijdrage aan een concreet regionaal voorstel voor het verlagen van een dam in het rivierbed van de Maas nabij Roermond.

Dat is goed voor de waterveiligheid en biedt ontwikkelingsmogelijkheden voor recreatie-ondernemers.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Voor de verdere voortgang van de waterdossiers wordt verwezen naar de brief van 4 november 2020 die uw Kamer heeft ontvangen ten behoeve van het Wetgevingsoverleg Water (Kamerstuk 27625, nr.523). Uw Kamer ontvangt hierbij het Eindboek Meerjarenprogramma Ontsnippering hierbij in een bijlage. Na de Tweede Wereldoorlog zijn veel wegen en spoorwegen aangelegd. Dat heeft ons land economisch vooruit geholpen, maar de keerzijde ervan was dat natuurgebieden versnipperd raakten. In de afgelopen 15 jaar zijn meer dan 500 maatregelen genomen om deze weer met elkaar te verbinden. Het eindboek toont de resultaten ervan, waardoor vele diersoorten weer veilig kunnen oversteken. Deze verbindingen verminderen daarnaast ook de kans op aanrijdingen. En dat is belangrijk, ten behoeve van zowel de verkeersveiligheid als de biodiversiteit in de natuurgebieden. Betrouwbaar en robuust spoor Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de betrouwbaarheid en robuustheid van de treindienst in lijn met het Toekomstbeeld OV. Naar aanleiding van de motie Amhaouch/Schonis (Kamerstuk 29984, nr. 875) is uw Kamer begin dit jaar geïnformeerd over de aanpak van aanvullende maatregelen aan het spoor richting 2030 (Kamerstuk 32404, nr.97).

Onder de noemer Spoorcapaciteit 2030 worden urgente infrastructuurmaatregelen uitgevoerd, met als doel een robuust en veilig spoorsysteem voor verdere doorgroei en een nog beter reisproduct voor de reiziger. Hiervoor is €87 miljoen gereserveerd en hierboven in de brief wordt aangegeven welke maatregelen er per landsdeel worden uitgevoerd. Overwegen De afgelopen jaren zijn positieve resultaten geboekt ten aanzien van de aanpak van overwegen. Het aantal incidenten op overwegen op het hoofdspoor nam tussen 2000 en 2019 met 50% af en het aantal dodelijke slachtoffers op overwegen is in deze periode met 70% gedaald. Dat goede vooruitgang met de overwegenaanpak wordt geboekt heeft ook de ILT in haar jaarverslag opgemerkt Pagina 26 van 31

door te melden dat in 2019 het grootste aantal overwegen zijn aangepakt sinds 2014. De ILT benadrukt tegelijkertijd dat de overwegenaanpak verder moet worden geïntensiveerd om ook in de toekomst de overwegveiligheid verder te verbeteren. Mede daarom is besloten om tot en met 2023 ca. € 37,5 miljoen per jaar extra te investeren in het NABO-programma. Uw Kamer wordt via de jaarlijkse brief over de veiligheid op het spoor nader geïnformeerd over onder andere de aanpak van overwegen.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Trillingen spoor Er wordt € 20 miljoen euro beschikbaar gesteld voor extra onderzoek naar het tegengaan van spoortrillingen. Dat is op 17 november 2020 ook aangegeven in de Kamerbrief over de stand van zaken met betrekking tot spoortrillingen (Kamerstuk 29984, nr. 906). Brede Doeluitkering Naast de toename van de beheer en onderhoudskosten op de hoofdinfrastructuur, nemen ook de beheer, onderhoud- en vervangingskosten van de regionale railinfrastructuur (tram en metro) in gelijke mate toe. Daardoor is regionaal steeds minder bestedingsruimte voor de wettelijke verkeers- en vervoerstaken van de vervoerregio’s Amsterdam en MRDH zoals duurzame bereikbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid en nieuwe investeringen die voortkomen vanuit de bereikbaarheids- en gebiedsprogramma’s. Daarom wordt bezien of en zo ja welke aanpassingen nodig zijn in de omvang en systematiek van de doeluitkering aan de vervoerregio’s (BDU). Programma Toegankelijkheid stations In het Programma Toegankelijkheid stations werkt ProRail aan de bereikbaarheid van het perron en de trein, zodat een gelijkvloerse instap ontstaat. Daarnaast worden maatregelen genomen voor mensen met een auditieve of visuele beperking. Ieder jaar werkt ProRail aan diverse stations, zodat in 2030 alle stations toegankelijk zijn.

In 2020 zijn nieuwe liften of hellingbanen geplaatst op acht stations zoals op Haarlem Spaarnwoude, Castricum, Deventer en Eijsden en is de perronhoogte op elf stations verhoogd, onder andere op Bergen op Zoom, Helmond Brandevoort, Zoetermeer en Nijkerk. Tractie-energievoorziening De tractie-energievoorziening is een belangrijk onderdeel van een robuust en toekomstbestendig spoorsysteem. Hierin past een systeemkeuze (doorontwikkelen huidig 1,5kV-systeem of overschakelen op bijvoorbeeld 3kV). De verdere uitwerking van ontwikkelagenda van Toekomstbeeld OV is het kader waarbinnen dit besluit verder beslag krijgt. Hiervoor loopt inmiddels een vervolgonderzoek zoals aangekondigd in de MIRT-brief van 19 juni jl. Daarbovenop is nu € 15 miljoen gereserveerd voor verdere voorbereidende stappen.

Meerjarenprogramma Geluidsanering De maatregelen vanuit het Meerjarenprogramma Geluidsanering worden bepaald bij het vaststellen van de saneringsplannen op basis van gedetailleerd akoestisch onderzoek. Voor wegen zijn deze onderzoeken inmiddels afgerond, voor spoor nagenoeg. Met het in procedure brengen van de saneringsplannen is inmiddels ook gestart. Van de geplande 21 saneringsplannen voor wegen zijn er inmiddels

Pagina 27 van 31

vier onherroepelijk vastgesteld. Voor spoor zijn er in totaal 41 saneringsplannen voorzien, waarvan er tot op heden tien onherroepelijk zijn vastgesteld. Door koppeling aan al geplande werkzaamheden wordt een deel van de uitvoering in latere jaren gerealiseerd. Voor de uitvoering van het programma is € 1 miljoen (begroting 2021) beschikbaar. De saneringsplannen moeten uiterlijk 31 december 2023 zijn ingediend.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) In 2008 is het actieprogramma regionaal openbaar vervoer (AROV) gestart. Projecten uit dit programma zijn bedoeld om het regionale openbaar vervoer te verbeteren. Over de uitvoering van het AROV zijn overeenkomsten met decentrale overheden/regio’s gesloten. In de vorige MIRT-brief is uw Kamer geïnformeerd dat een zes projecten vertraagd zijn. Met de Vervoerregio Amsterdam is afgesproken om de AROV-projecten die in Noord-Holland lopen éénmalig met vijf jaar te verlengen tot 31 december 2025, onder de voorwaarde dat het Rijk regelmatig updates krijgt. De vijf projecten zijn vertraagd, maar staan qua noodzaak niet ter discussie. Bovendien zijn alle projecten al aanbesteed of start de aanbesteding binnenkort. Ook voor het AROV-project Tram Maastricht-Hasselt zal de termijn eenmalig verlengd worden tot 31 december 2026 onder scherpe voorwaarden over de voortgang. Indien de realisatietermijn niet wordt gehaald zal de Rijksbijdrage worden teruggevorderd, aanvullende financiering vanuit het Rijk is niet aan de orde en verantwoordelijkheid voor voortgang en financiering ligt bij de regio in samenwerking met de Vlaamse overheid. Hierover is tijdens het BO MIRT Zuid een afspraak gemaakt tussen Rijk en regio. Korte termijn file-aanpak De uitvoering van de korte termijn file-aanpak is volop bezig.

Steeds meer maatregelen zijn afgerond zoals het beschikbaar stellen van in-car informatie over ingestelde omleidingen bij incidenten. Ook zijn er vanuit de eerste tranche met maatregelen 20 extra stand-by berger locaties gerealiseerd De zes extra stand-by berger locaties uit de tweede tranche zijn nog niet gerealiseerd (Kamerstuk 31305, nr.270). Vanwege juridische bezwaren is het niet mogelijk om deze toe te voegen aan de huidige contracten of extra op de markt te zetten naast de huidige contracten. Begin 2022 worden de contracten voor bergers opnieuw aanbesteed. Fiets Fietsmaatregelen leveren een belangrijke bijdrage aan het oplossen van bereikbaarheidsknelpunten. De fiets kan voor afstanden tot 15 kilometer een geschikt alternatief zijn voor autogebruik. In de tijd van COVID-19 is actieve mobiliteit belangrijker geworden. Rijk en regio zetten in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds het begin van de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werkverkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden.

Rijk en regio hebben gezamenlijk de ambitie uitgesproken om de potentie van de fiets, als volwaardige modaliteit en oplossing voor een aantal maatschappelijke opgaven, meer structureel onderdeel te maken van bestuurlijke en financiële afspraken zowel binnen de eigen bestuurslaag als ook tussen de verschillende bestuurslagen. In de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020 hebben Rijk en regio procesafspraken gemaakt om middels regionale fietsnetwerkplannen te komen tot een ‘Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF)’. In maart 2021 wordt gestreefd naar een eerste Pagina 28 van 31

contourenschets en in september 2021 naar een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF). Hiermee wordt mede invulling gegeven aan de moties Kröger/Schonis (Kamerstuk 35300 XII, nr.104), Kröger/Laçin/Schonis/Van Es (Kamerstuk 35300 A, nr.109) en Laçin (Kamerstuk 35426 A, nr.16). Rijk en regio werken samen om meer mensen gebruik te laten maken van de fiets en de fiets-treinreis te bevorderen. In de afgelopen periode is de stallingscapaciteit bij stations fors uitgebreid. Met de afspraken die bij het MIRT 2020 zijn gemaakt zal de capaciteit in 2025 ongeveer 600.000 kunnen zijn. Daarmee is een belangrijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van het Bestuursakkoord Fietsparkeren bij Stations uit 2016. Hierbij is de afgesproken inhaalslag gemaakt om in de oplossing van de tekorten aan fietsparkeerplaatsen te voorzien. Dit jaar hebben provincies en vervoerregio’s aanvragen gedaan voor een cofinancieringsbijdrage uit € 75 miljoen extra Rijksmiddelen vanuit het Klimaatakkoord. Bij de toekenning van bijdragen is het uitgangspunt dat aandacht wordt besteed aan een hogere benutting van bestaande capaciteit en innovaties in het fietsparkeren.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Minder Hinder Minder Hinder gaat onderdeel uitmaken van de programmatische aanpak VSD (Veilig, Slim en Duurzaam) zodat ook met de hinderaanpak wordt bijgedragen aan de transitie naar een veiliger, slimmer en duurzamer mobiliteitssysteem. Het komend decennium is sprake van een grote opgave op het gebied van onderhoud en renovatie; zowel op en om het hoofdwegennet als op de hoofdspoorweginfrastructuur, het regionale wegennet en het regionale/lokale OVnet. Daarom is in 2020 zowel landelijk als regionaal gewerkt aan de uitwerking in de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2019 gemaakte afspraken over Minder Hinder. Daarbij geven Rijk en regio aan dat de gezamenlijke hinder- en mobiliteitsaanpak, naast hinderreductie, mede gericht is op duurzame gedragsverandering en bewust mobiliteitsgedrag van burgers en bedrijven (werkgevers en publiekstrekker). Om deze verandering te ondersteunen werken Rijk en regio in 2021 gezamenlijk aan een meer gecoördineerde inzet van nu nog afzonderlijke programma’s en projecten bijvoorbeeld op het gebied van fiets, werkgevers- en onderwijsaanpak. Ook maken Rijk en regio uiterlijk in de eerste helft van 2021 afspraken over een landelijke communicatiestrategie, waaronder de mogelijke doorontwikkeling van “Van A naar Beter” en een landelijke campagne gericht op de gewenste gedragsverandering.

Het streven is om uiterlijk ultimo 2021 in elk landsdeel een bindende meerjarige afspraak te maken over welke Rijks- en regionale budgetten langs welk tijdpad gecoördineerd kunnen worden ingezet voor de regionale en multimodale mobiliteitsaanpak. Voorbeeld van de invulling van deze nieuwe aanpak is te vinden in de regio Zuidwest zoals aangegeven bij landsdeel Zuidwest. Maatschappelijke kosten-batenanalyses De maatschappelijke kosten-batenanalyse is een belangrijk instrument in het MIRT-proces en verschaft inzicht in de effecten van een voorgenomen project of maatregel op de brede welvaart in Nederland. De kaders van de maatschappelijke kosten-batenanalyses worden continu naar de laatste inzichten aangepast. Op deze wijze blijft het instrument actueel. Een interdepartementale werkgroep heeft bijvoorbeeld de discontovoet geactualiseerd die wordt toegepast in maatschappelijke kosten-batenanalyses. Daarnaast is naar aanleiding van de Pagina 29 van 31

motie van het lid Sneller de algemene leidraad voor maatschappelijke kostenbatenanalyses geëvalueerd vanuit het concept brede welvaart. Beide rapporten zijn dit najaar door de minister van Financiën naar uw Kamer verzonden. Tot slot worden de kengetallen in maatschappelijke kosten-batenanalyses actueel gehouden en worden waar nodig methodische aanvullingen gedaan.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

NMCA Zoals eerder aangekondigd (Kamerstuk 35000A, nr. 94) vullen we het instrument Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) aan, zodat in de opvolger van de NMCA-2017 de mobiliteitsopgaven in breder perspectief in kaart worden gebracht. Vanuit de ontwikkeling van de mobiliteit laat de opvolger van de NMCA zien hoeveel banen en voorzieningen men in Nederland kan bereiken per regio, en hoe zich dat ontwikkelt. Hierin ligt de verbinding tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. We nemen de ontwikkeling van verkeersveiligheid mee in de analyse, uitgesplitst naar vervoerswijze. Ook de effecten van mobiliteitsontwikkeling op duurzaamheid en milieu krijgen specifieke aandacht. Daarnaast blijven de capaciteit en robuustheid van de netwerken onderdeel van de analyse, en leggen we een directe relatie tussen deze opgaven met de ontwikkeling van bereikbaarheid in gebieden. De grensoverschrijdende verplaatsingen van en naar onze buurlanden worden meegenomen. Ook voor het goederenvervoer brengen we de opgave in kaart op de verschillende corridors, bekeken vanuit goederenstromen in plaats van per modaliteit. Hierin zal capaciteit en verdeling over de verschillende modaliteiten centraal staan.

Uiteindelijk brengt de opvolger van de NMCA hiermee de verschillende aan mobiliteit gerelateerde opgaven in beeld, en vormt het één van de informatiebronnen om vanuit een breder perspectief beslissingen te kunnen nemen. Omdat de toekomst onzeker is werken we onzekerheidsverkenningen uit. De mogelijke lange termijn effecten van COVID-19 op mobiliteit zal er daar één van zijn. Het doel van de analyse verandert niet: de NMCA identificeert de mobiliteitsontwikkeling en daaruit voortkomende mogelijke opgaven vanuit een nationaal perspectief. De NMCA brengt mobiliteitsontwikkeling in kaart zonder aanvullend mobiliteitsbeleid. Zo wordt duidelijk hoe de mobiliteit zich ontwikkelt wanneer na deze kabinetsperiode en na afronding van het MIRT-programma geen aanvullende beleidsmaatregelen en mobiliteitsprojecten worden uitgevoerd. De opvolger van de NMCA krijgt uw Kamer rond de zomer van 2021. MIRT spelregels In het voorjaar van 2021 zullen de geactualiseerde spelregels worden aangeboden, in lijn met de toezegging die is gedaan in het Wetgevingsoverleg Mobiliteitsfonds op 10 september 2020. De MIRT-spelregels schetsen het proces dat moet worden doorlopen bij investeringsbeslissingen en de informatie-eisen waaraan moet worden voldaan; het is geen inhoudelijk beleidsafweegkader. Op dit moment wordt nog gewerkt aan de voorstellen.

Doel is onder meer om de spelregels in lijn te brengen met de Wet Mobiliteitsfonds en de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde formuleringen en werkwijze(n) en de spelregels te verhelderen en te vereenvoudigen. Daarbij wordt onder andere aandacht geschonken aan onderwerpen als verkeersveiligheid, programmatisch werken, verkeersveiligheid, kostenbeheersing, adaptiviteit en duurzaamheid. Over de aanpassingen zal ook met de regionale partners overleg worden gevoerd.

Pagina 30 van 31

Op 1 januari 2020 is de Comptabiliteitswet 2016 inwerking getreden. Ingevolge artikel 3.1. van de Comptabiliteitswet 2016 dienen alle voorstellen, voornemens en toezeggingen een toelichting te bevatten waarin wordt ingegaan op (a) de doelstellingen, de doeltreffendheid en de doelmatigheid die worden nagestreefd; (b) de beleidsinstrumenten die worden ingezet; en (c) de financiële gevolgen voor het Rijk en, waar mogelijk, de financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren. Om hieraan te voldoen is deze in een bijlage aan de MIRT-brief toegevoegd. In deze bijlage worden onder andere de doelstellingen van het MIRT toegelicht en met een verwijzing naar het MIRT proces en de MIRT spelregels onderbouwd hoe de doeltreffendheid en doelmatigheid van de MIRT-projecten is gewaarborgd.

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124

Slot Wij kijken met voldoening terug op Bestuurlijke Overleggen MIRT, waarin we ondanks de beperkte financiële ruimte - toch goede afspraken met alle landsdelen hebben gemaakt voor een bereikbaar, bewoonbaar, leefbaar en veilig Nederland. In het voorjaar 2021 vinden de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving plaats. Over de uitkomsten wordt u, zoals te doen gebruikelijk, geïnformeerd. Hoogachtend, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

drs. C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

drs. K.H. Ollongren

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

S. van Veldhoven - Van der Meer

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9627252/2