Schriftelijke mededeling evaluatie taskforce jeugd
Tekst van het document
Schriftelijke mededeling Nummer 1227120 - Evaluatie taskforce jeugd Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: A. van de Groep Beleidskader: Samen verder Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Mariëlle Sikkema-Dekker Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: m.sikkema@bunschoten.nl Datum: 23 september 2025
Mededeling In 2023 is er een uitgebreide analyse gemaakt van de jeugdigen die gebruik maakten van specialistische jeugdhulp. Dit naar aanleiding van een veel grotere toename in de aantallen dan verwacht. Uit deze analyse zijn veertien maatregelen gekomen en voorstellen voor interventies. Deze maatregelen hebben een gedragsverandering in gang gezet waarbij ‘normaliseren’ een belangrijk thema is. Tegelijkertijd heeft ons zorglandschap met de komst van MetMaya een grote verandering doorgemaakt. Dit heeft invloed op de evaluatie van de taskforce. Daarnaast zijn er meerdere interventies tegelijkertijd ingezet. De positieve ontwikkeling die we sinds 2024 zien is dan ook niet één op één te koppelen aan een specifieke maatregel. Deze evaluatie besteedt aandacht aan: de belangrijkste conclusies, de samenwerking met MetMaya en het vervolg van de maatregelen van de taskforce. Conclusie We zien vijf belangrijke conclusies: 1. Het aantal unieke jeugdigen met een toewijzing specialistische jeugdhulp is gedaald ten opzichte van 2023; 2. De kosten voor de specialistische jeugdhulp zijn stabiel gebleven, de kosten voor Jeugdbescherming zijn gestegen; 3. Er zijn vier nieuwe interventies gestart in 2024, twee in 2025; 4. Het aantal trajecten eigen begeleiding is gestegen; 5. De maatregelen hebben het gesprek over normaliseren op gang gebracht.
Daling unieke jeugdigen met een toewijzing voor specialistische jeugdhulp Het aantal unieke jeugdigen met een toewijzing voor specialistische jeugdhulp is ten opzichte van 2023 gedaald. In 2023 was er sprake van 835 unieke jeugdigen met een toewijzing voor specialistische jeugdhulp in 2024 waren dit er 649 een daling van 22,3%. Ter vergelijking in de hele regio is het aantal unieke jeugdigen met een toewijzing in 2024 9,3% gedaald. Naast de taskforce maatregelen is ook MetMaya gestart. De daling zou hiermee te maken kunnen hebben, echter zou je dan verwachten dat de gehele regio op een gelijke manier zou dalen. Dit is niet het geval, daaruit maken we op dat de taskforce maatregelen bij hebben gedragen aan deze daling. Het centraal bureau voor statistiek brengt elk halfjaar een update uit van over de jeugdhulp cijfers. Zij ontvangen hiervoor elk halfjaar cijfers vanuit de jeugdhulpaanbieders en vanuit de gemeente (eigen begeleiding). In 2021 zaten wij rond het landelijke gemiddelde, in 2022 en 2023 was ook in die cijfers een stijging te zien. 2024 ligt net boven het landelijke gemiddelde. (zie figuur 1).
Figuur 1: percentage van de jongeren in Bunschoten die gebruik maakt van jeugdhulp, vergeleken met landelijke cijfers. Bron: www.waarstaatjegemeente.nl Kosten We zien dat de kosten voor 2024 voor de specialistische jeugdhulp stabiel zijn gebleven ten opzichte van 2023. Wel hebben we een hogere uitgaven gehad voor de veiligheidscasussen. De taskforce maatregelen hebben op dit moment nog niet voldoende bij kunnen dragen aan het voorkomen van ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen en raadsonderzoeken. We zien dat in deze relatief dure casussen vaak sprake is van complexe gezinsproblematiek. Over 2024 hebben we vanuit het Bovenregionaal Expertise Netwerk (BEN) een tegemoetkoming gekregen voor de kosten die gemaakt zijn voor onze duurste cliënt van bijna €190.000,-. Deze vergoeding is in 2025 toegekend en is niet meegenomen in onderstaande ontwikkeling.
Ontwikkeling kosten jeugd
Bedragen x € 1.000,--
8,815 5,796 4,152
4,455
2 0 19
2 0 20
2 0 21
9,554
6,365
2 0 22 Jaren
2 0 23
2 0 24
Q1 2 0 25
Interventies MEE Vinger aan de pols In april 2024 is de pilot ‘Vinger aan de pols’ door MEE Utrecht, Gooi & Vecht gestart. Een ‘Vinger aan de polstraject’ zet het sociaal team in voor inwoners die niet zonder een vorm van (laagdrempelige) hulpverlening kunnen. De cliëntondersteuner van MEE houdt laagdrempelig contact en kan snel aanvullende hulp inzetten als dat nodig is. Deze (kwetsbare) inwoners zijn daarvoor al langdurig ondersteund door het sociaal team. MEE is gemiddeld acht uur in de week beschikbaar voor vinger aan de pols begeleiding. De MEE’er werkt ook (nauw) samen met de Boei. Opbrengsten: In het eerste jaar zijn er in totaal dertien mensen aangemeld. Op de peildatum zijn er tien volwassenen in begeleiding. Hierbij betreft het in vier gevallen ouder(s) van een jeugdige. In één casus is de jeugdige actief betrokken bij de begeleiding door MEE. De eerste bevindingen van de pilot zijn positief: zo geeft het ruimte in de caseload van het sociaal team en heeft de cliëntondersteuner effectief opgeschaald indien er (tijdelijk) meer ondersteuning nodig was. Deze interventie draagt bij aan de taskforce doelstelling: - Instroom: o In partnership werken met de Boei - Doorstroom: o Verder vergroten van de inzet van eigen begeleiding.
- Uitstroom: o Sturen op de uitstroom voor langdurige begeleiding - Algemeen: o Aanpak voor structurele ondersteuning Praktische begeleiding Vanaf mei 2024 is er een ambulant begeleider met een MBO-opleidingsniveau werkzaam binnen het sociaal team om praktische begeleiding te bieden. De begeleiding richt zich op volwassenen en wordt in samenwerking met de regievoerder (HBO (+) geschoold) uitgevoerd. Onder de verantwoordelijkheid van een jeugdprofessional kan ook praktische begeleiding in een gezinssituatie worden geboden. Opbrengsten: Halverwege juni 2024 is gestart met het eerste traject van praktische begeleiding. De praktisch begeleider heeft gemiddeld 28 actieve trajecten per maand. In februari 2025 had de praktisch begeleider 30 actieve trajecten en waren er al 12 trajecten afgesloten. 32 keer ging het alleen om volwassenen en in 10 gevallen waren / zijn er jeugdige direct betrokken in het traject. Er zit veel variëteit in de trajecten. De ene keer gaat het om begeleiden naar voorliggend veld, een andere keer om iemand met een vorm van autisme, adhd of rondom problemen bij een scheiding of huisvesting. De duur van de trajecten wisselt. Sommigen kunnen na een paar gesprekken worden afgerond en er zijn ook trajecten die al lopen vanaf het begin. In twee gevallen bleek praktische begeleiding niet passend en is de inwoner op een andere manier ondersteund.
Deze interventie draagt bij aan de taskforce doelstellingen: - Doorstroom: o Het vergroten van de inzet van eigen begeleiding o Pas starten met specialistische jeugdhulp als het sociaal team actief betrokken is. - Uitstroom: o Sturen op de uitstroom van langdurige zaken - Algemeen: o Aanpak voor structurele ondersteuning Groepsgewijze opvoedondersteuning Samen met de Boei bieden we groepsgewijze opvoedondersteuning op basis van de Triple P methode. Dit is een evidenced based methode waarin ouders een positieve opvoedstijl aanleren.
Hierdoor verminderen gedragsproblemen bij kinderen. Dit is een vorm van eigen begeleiding door het sociaal team. Opbrengsten: In 2024 zijn er drie gezamenlijke trainingen gegeven. Hiermee hebben we 22 opvoeders bereikt. We zien dat ouders zeer enthousiast zijn over de methode en de groepen ook na de training contact blijven houden en zo onderdeel worden van elkaars netwerk. In 2025 streven we naar het geven van vier trainingen, drie gericht op het jonge kind en één gericht op tieners. Deze interventie draagt bij aan de taskforce doelstellingen: - Instroom: o Strakker sturen aan de poort o Stop met diagnosticeren van jonge kinderen o In partnership werken met de Boei - Doorstroom o Vergroten inzet eigen begeleiding o Strak sturen op de inzet van enkel evidence based methodieken Tevens is hiermee gerealiseerd dat er een opvoedcursus samen met de Boei gestart is. Kamers met Aandacht Kamers met Aandacht koppelt jongeren aan inwoners van de gemeente Bunschoten die een kamer over hebben. Het gaat om jongeren tussen de 18 en 23 jaar in een kwetsbare positie die uiteindelijk zelfstandig kunnen wonen, maar (informele) begeleiding nodig hebben om de laatste stappen naar zelfstandigheid te kunnen zetten. Een Kamer met Aandacht is voor deze jongeren een tussenstap naar een zelfstandige woning. Ze huren een kamer bij een particulier en krijgen begeleiding van hun eigen begeleider.
De verhuurder geeft ze daarnaast persoonlijke aandacht, waardoor ze kunnen groeien en een eigen netwerk op kunnen bouwen. Zodra een jongere zelfstandig kan wonen gaat deze op zoek naar een andere woonruimte. Opbrengsten: In 2024 heeft Kamers met Aandacht twee jeugdigen succesvol gekoppeld. Dit is boven verwachting. De ervaring van Kamers met Aandacht is dat zij meestal één jeugdige kunnen koppelen het eerste jaar. Deze interventie draagt bij aan de taskforce doelstelling: - Uitstroom: o Het strakker sturen op de uitstroom jeugdwet (18-/18+) Tevens is hiermee in de voorgestelde interventie gerealiseerd: ‘pilot Kamers met Aandacht’. Interventies 2025 Naast opvoedondersteuning zijn er nog een tweetal andere thema’s waarop groepsaanbod ontwikkeld is: - Echtscheiding: We zien een grote groep jeugdigen die te maken heeft met de gevolgen van een echtscheidingssituatie. Deze jeugdigen willen we graag een passend groepsaanbod bieden. Hiervoor is gekozen voor de evidence based methode van KIES. Eind 2024 zijn een aantal medewerkers van het sociaal team hierin getraind. Daarnaast zijn een aantal medewerkers getraind in ouderschapsbemiddeling. In 2025 zal deze vorm van eigen begeleiding van het sociaal team voor het eerst gegeven worden. - Angst en somberheidsklachten: Ook is er een grote groep jeugdigen die te maken heeft met deze problematiek.
Eind 2024 zijn een aantal medewerkers van het sociaal team getraind in de VRIENDEN methode. Dit is een evidence based methode. De jeugdigen die meedoen aan VRIENDEN, volgen tien groeps- of individuele bijeenkomsten. Daarin leren zij aan de hand van oefeningen verschillende vaardigheden en technieken die hen helpen om met gevoelens van angst en depressie om te gaan. Ook zijn er ouderbijeenkomsten. De training heeft een andere naam gekregen dan VRIENDEN training, namelijk Grip op je dip. Het is niet gelukt om dit groepsaanbod al in 2024 te realiseren. Dit heeft meerdere oorzaken. Per doelgroep is er een zorgvuldige afweging geweest welke evidence based methode past bij de
doelgroep. Na deze keuze moesten de collega’s trainingen volgen, dit heeft eind 2024 plaats gevonden. Met deze interventies is een start gegeven aan het ontwikkelen van begeleiding in groepsvorm. Wel is het een uitdaging om de groepen vol te krijgen. Zo is zowel een Grip op je dip als KIES training in 2025 uitgesteld omdat er onvoldoende deelnemers waren. Normaliseren Normaliseren is een breed begrip. Wat wij onder normaliseren verstaan is onder andere: - Het is niet altijd nodig om een diagnose te hebben om passende hulp te kunnen bieden; - Elke ouder heeft opvoeduitdagingen, niet al deze opvoedvragen hebben specialistische jeugdhulp nodig; - Niet elke jeugdhulp vraag hoeft individueel beantwoord te worden. Vanuit het uitgangspunt normaliseren zijn er ook diverse maatregelen genomen. Eén daarvan is geen diagnostiek onder de 12. Het stellen van de diagnose legt de focus op het kind en impliceert ook dat de oplossing bij het kind ligt. Door diagnostisch onderzoek niet meer het uitgangspunt te laten zijn creëren we meer ruimte voor ‘de vraag achter de vraag’. Hierdoor kijken we samen met ouders waar ze echt de ondersteuning bij nodig hebben en hoe ze dit het beste kunnen krijgen. Ondanks dat het uitgangspunt is dat er in principe geen diagnostiek meer wordt ingezet voor kinderen onder de 12 jaar, komt deze vraag nog regelmatig bij het sociaal team binnen.
Het sociaal team pakt deze vragen op door zorgvuldig onderzoek te doen en zo mogelijk eerst andere interventies in te zetten, zoals opvoedondersteuning via de Boei, een oudercursus Triple P, eigen begeleiding vanuit het sociaal team of ambulante gezinsbegeleiding bij MetMaya. Ook normaliseren van de problemen bij het kind of het eerst aanpakken van de eigen problematiek van ouders is een voorliggende interventie. Het resultaat hiervan is dat regelmatig blijkt dat diagnostiek niet nodig is om ouders en de jeugdige op een passende manier te kunnen ondersteunen. Desondanks blijft het voor sommige kinderen nodig dat er wel een diagnostisch onderzoek moet worden gedaan omdat zij anders vastlopen in hun ontwikkeling, op school en/ of in hun gezin. Deze maatregel heeft de nodige weerstand opgeleverd. Voor scholen is het een grote verandering. Normaal gesproken werken zij veel op basis van diagnostische adviezen hoe zij om kunnen gaan met uitdagend gedrag. We merken dat de behoefte voor scholen aan diagnostische onderzoek nog groot is. Soms zelfs groter dan de behoefte van ouders. We blijven voortdurend met de scholen in gesprek en zoeken naar manieren om de leerkrachten te ondersteunen. Daarnaast hebben we de samenwerkingsafspraken met het sociaal team vernieuwd.
We zien ook de volgende effecten: - Huisartsen geven aan dat ze door deze maatregel sneller naar het sociaal team verwijzen; - De medewerkers van het sociaal team hebben een duidelijk uitgangspunt om met ouders het gesprek aan te gaan; Vervolg Met de taskforcemaatregelen zijn we begonnen aan een transformatie. Dat we nu richting het landelijke gemiddelde zitten betekent echter niet dat we ons einddoel bereikt hebben. Zowel regionaal, als landelijk is veel aandacht voor het ondersteunen van de jongeren of zijn ouders op het juiste moment door de juiste professional. De taskforce heeft zich met name gericht op een impuls aan het groepswerk en het vergroten van de eigen mogelijkheden van het sociaal team. Het echt transformeren van de jeugdhulp vraagt veel tijd en zorgvuldigheid. Daarnaast ligt de oplossing niet alleen binnen de jeugdhulp. In het rapport Groeipijn stipt de commissie van Ark daar een aantal punten over aan. Zij adviseren om niet alleen te kijken naar het veranderen van de jeugdhulp, maar ook op het voorkomen van de instroom. De commissie van Ark stipt in het rapport Groeipijn een aantal belangrijke zorgen voor de toekomst aan: - De oorzaak van de problemen van jongeren liggen vaak in hun omgeving.
Als een jongere dan zelf behandeling ontvangt, maar de oorzaak niet aangepakt wordt vallen jongeren regelmatig terug in hun oude patronen en kan de hulpvraag groter worden. - Om samen met lokale partners te transformeren is tijd nodig, tijd om zorgvuldig te kunnen werken.
-
Ze voorzien dat geld, nu het grootste probleem is, maar dat in de toekomst de beschikbaarheid van personeel een veel groter vraagstuk zal zijn.
Door verder uitvoering te geven aan ons beleidskader sociaal domein werken we lokaal verder aan de transformatie, daarnaast hebben we de regionale visie op specialistische jeugdhulp. Ook deze kaders hebben als doel om een jeugdige op de juiste plek, door de juiste professional te ondersteunen. We verwachten dat de integrale toegang hier aan bij gaat dragen. De verdere ontwikkelingen in het sociaal domein zijn dan ook geborgd in de genoemde kaders. Daarnaast versterken we met Eemkracht het integraal werken door het integrale team.