Schriftelijke mededeling
Tekst van het document
Schriftelijke mededeling Nummer 1216962 – Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2023 Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: P. van Asselt Beleidskader: Sociaal domein Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Banu Sarcan Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: b.sarcan@bunschoten.nl Datum: 24 juli 2024 Aanvullende stukken 1. Titel: Cliëntervaringsonderzoek Wmo 2023 Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 2. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: 3. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: Mededeling Sinds 2016 is de gemeente Bunschoten vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) artikel 2.5.1 verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te (laten) voeren. In de periode van dinsdag 14 mei 2024 t/m zondag 7 juli 2024 is het veldwerk van het cliëntervaringsonderzoek Wmo uitgevoerd door onderzoeksbureau Research 2Evolve. Het onderzoeksbureau heeft het onderzoek ook uitgevoerd voor de gemeenten Baarn, Soest en Leusden, waardoor een schaalvoordeel is behaald. Niet alle inwoners uit gemeente Bunschoten die in 2023 gebruik hebben gemaakt van een Wmo-maatwerkvoorziening (voorziening o.b.v. een beschikking m.u.v. de voorziening beschermd wonen, omdat deze taak bij centrumgemeente Amersfoort is belegd) zijn aangeschreven.
Er is gekozen voor een steekproef waarbij sprake is van een statistisch significante steekproefgrootte (699 inwoners), zodat betrouwbare onderzoeksresultaten kunnen worden behaald. De enquête is per post verstuurd. Respondenten hebben de mogelijkheid om de enquête schriftelijk of online in te vullen. In totaal hebben 281 inwoners de enquête ingevuld. Dit is een responspercentage van 40%. De resultaten van het onderzoek zijn statistisch betrouwbaar met een betrouwbaarheidspercentage van 95%, wat betekent dat de resultaten met een foutmarge van 5% liggen binnen de werkelijke waarde in de populatie. Er is in het onderzoek gebruikgemaakt van de standaardvragenlijst die in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is ontwikkeld. Deze vragenlijst is vanaf 2021 niet langer verplicht, omdat het cliëntervaringsonderzoek vormvrij is geworden. Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks een onderzoek uit te voeren, maar mogen zelf weten hoe ze dat doen. Gekozen is om wel gebruik te blijven maken van deze standaardvragenlijst om uitkomsten te kunnen vergelijken met voorgaande jaren. Daarnaast zijn enkele vragen aan deze standaardvragenlijst toegevoegd, waarvan enkele vragen dit jaar voor het eerst zijn gesteld. Deze extra vragen hebben betrekking op de thema’s Ervaring ontvangen hulp en overige hulp.
Het onderzoek laat zien dat de tevredenheid van de inwoners nog zeer hoog is en marginale verschillen zijn ten opzichte van eerdere jaren. De belangrijkste/opvallendste uitkomsten zijn: - Het contact met de gemeente wordt ervaren als grotendeels positief. De bekendheid waar men met hun hulpvraag terecht kan, is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Zo weten 89% van de deelnemers in 2023 waar ze moesten zijn vergeleken met 84% in 2022. De snelheid van de hulpverlening blijft constant hoog, met een lichte stijging van 1% ten opzichte van het voorgaande jaar. Verder voelt 95% van de inwoners zich serieus genomen, wat een lichte stijging is ten opzichte van 94% in 2022. Tot slot vonden de inwoners dat er samen met de
-
-
-
-
-
-
-
medewerkers van de gemeente goed naar oplossingen werd gezocht (90% in 2023 ten opzichte van 89% in 2022). De kwaliteit van de hulp wordt over het algemeen positief beoordeeld, met 77% van de inwoners in 2023 die de hulp als goed of zeer goed ervaart. Dit is een lichte daling ten opzichte van 84% in 2022. Het Zorgloket herkent zich in deze cijfers en geeft aan dat zij over het algemeen geen klachten hebben ontvangen over de kwaliteit van de hulp. Zij wijzen echter op mogelijke oorzaken voor de daling in tevredenheid, zoals langere wachttijden voor hulp bij het huishouden door personeelstekort en vertragingen in de levering van middelen vanwege een gebrek aan onderdelen. Deze factoren kunnen hebben bijgedragen aan het verminderde percentage positieve beoordelingen. De inwoners zijn positief over wat de hulp hen oplevert, hoewel er een lichte daling is in de sterk positieve beoordelingen. In 2023 vond 80% van de inwoners dat de hulp hen beter in staat stelt de dingen te doen die zij willen, vergeleken met 86% in 2022. Ook in het beter kunnen redden door de hulp was er een lichte daling van 93% in 2022 naar 90% in 223. Verder is de ervaring van de kwaliteit van het leveren redelijk stabiel gebleven met 86% positieve beoordelingen in 2023 ten opzichte van 88% in 2022.
De ervaring met hulpmiddelen toont een algemene toename in tevredenheid, hoewel het percentage ‘heel tevreden’ licht is gedaald voor zowel het hulpmiddel als het proces van aanvraag en verstrekking. Echter, er is wel een merkbare verbetering in de tevredenheid over de hulpverlener van 86% ten opzichte van 77% in 2022. De ervaring met woonvoorzieningen toont een algemene toename in tevredenheid, hoewel het percentage ‘heel tevreden’ is gedaald voor het proces van aanvraag en verstrekking, maar ook bij de vraag of de indicatie voldeed aan de verwachtingen. De ervaring met huishoudelijk hulp toont een lichte afname in de tevredenheid van de inwoners op het gebied van het proces van aanvraag en verstrekking, de dienstverlening en de indicatie. De tevredenheid over de hulpverlener bleef stabiel met 90%. De inwoners hebben een positieve ervaring met de indicatie, proces van aanvraag en verstrekking, de dienstverlening en de hulpverlener op het gebied van andere dienstverlening, zoals begeleiding en dagbesteding. Er is een stijging te zien in het percentage zeer tevreden inwoners, wat een positief teken is. Echter, de algemene tevredenheid heeft een lichte afname laten zien, met een groter aantal inwoners dat zich neutraal of ontevreden voelt.
Uit de resultaten blijkt dat 65% van de inwoners hulp ontvangt van hun partner, familie, vrienden of buren, terwijl bijna de helft (49%) geen vorm van mantelzorgondersteuning heeft. Daarnaast vindt dat 83% van de inwoners dat hun naaste de zorg aankan, wat consistent is met eerdere jaren. Uit de resultaten blijkt dat 15% van de inwoners gebruik heeft gemaakt van een onafhankelijke cliëntondersteuner, een aanzienlijke afname ten opzichte van 2022 waar 29% hiervan gebruik maakte. Daarentegen is de hulp vanuit het eigen netwerk gestegen waarbij 30% aangeeft geen externe ondersteuning nodig te hebben. Daarnaast gaf 19% aan niet geïnformeerd te zijn over deze mogelijkheid en 10% vond het onduidelijk wat een cliëntondersteuner precies kan betekenen. Uit de open antwoorden volgt dat veel inwoners geen gebruik maken van een cliëntondersteuner, omdat zij hulp ontvangen vanuit hun eigen netwerkkringen. Daarnaast blijkt dat een aantal inwoners niet weten hoe ze contact moeten opnemen met een onafhankelijke cliëntondersteuner, niet zijn geïnformeerd over deze mogelijkheid en ook niet weten wat een cliëntondersteuner kan betekenen. Het Zorgloket benadrukt dat het belangrijk is dat inwoners weten dat zij gebruik kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner die bij het gesprek aanwezig kan zijn.
Dit wordt onder andere gecommuniceerd in de bevestigingsbrief die inwoners ontvangen wanneer zij een afspraak voor een huisbezoek hebben gemaakt.