Schriftelijke mededeling
Tekst van het document
Schriftelijke mededeling Nummer 1174733 - Financiële ontwikkelingen jeugdhulp en Wmo Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: Peter van Asselt Beleidskader: Sociaal Domein Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Sanne van Krimpen Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: s.vankrimpen@bunschoten.nl Datum: 28 november 2022 Aanvullende stukken 1. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: Mededeling Met deze schriftelijke mededeling informeren wij u over de recente financiële ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp en Wmo. We gaan in op de volgende onderwerpen: 1. Tweede en derde duiding risicoparagraaf Breed Spectrum Aanbieders (BSA) Jeugd, bevoorschotting BSA 2023 2. Subsidieverlening Samen Veilig Midden-Nederland (SVMN) 2023 3. Afschaffing verevening landelijk transitiearrangement (LTA) jeugd 4. Persoonsgebonden budgetten (PGB’s) 5. Eigen bijdrage Wmo 6. Extra rijksmiddelen in gemeentefonds voor jeugd en Wmo 7. Resultaat Q3 rapportage en recapitulatie effect begroting 2022 en 2023 1. Tweede en derde duiding risicoparagraaf Breed Spectrum Aanbieders (BSA) Jeugd, bevoorschotting BSA 2023 Achtergrondinformatie De gemeenten in de regio Amersfoort hebben vanaf 2019 een raamcontract met een taakgerichte financiering met de zeven aanbieders van de BSA Jeugdhulp. De BSA leveren specialistische jeugdhulp bij complexe problematiek incl.
verblijf en crisishulp. Het raamcontract bestaat uit drie onderdelen: het transformatieplan, de business case en de risicoparagraaf. In het transformatieplan is de inhoudelijke doelstelling van de transformatie beschreven: kinderen en jeugdigen worden zo veel als mogelijk thuis ambulant geholpen. In de bijbehorende business case is meerjarig het budget berekend dat nodig is voor de BSA. De business case gaat uit van een inverdieneffect: door de transformatie vorm te geven, is er minder budget nodig. Tot slot maakt de risicoparagraaf onderdeel uit van het raamcontract. Wanneer er risico’s optreden, die door BSA Jeugdhulp niet te beheersen zijn en leiden tot extra lasten, is het mogelijk dat de gemeenten de extra lasten compenseren. Dit is vastgelegd in de risicoparagraaf. Gemeenten mogen financiële risico’s niet enkelzijdig bij aanbieders neerleggen. Transformatie Uit de rapportage BSA jeugdhulp over de eerste helft van 2022 blijkt dat het BSA Jeugdhulp lukt om de beoogde transformatie vorm te geven: er zijn minder jeugdigen in verblijf en de gemiddelde wachttijden nemen af. Echter blijkt (opnieuw) dat het inverdieneffect, waarvan uit wordt gegaan in de business case, niet wordt gerealiseerd. Dit wordt met name veroorzaakt, doordat er meer unieke cliënten in zorg zijn.
BSA Jeugdhulp opereert in een complexe omgeving: de (lange termijn) gevolgen van corona, de onrust in de jeugdbeschermingsketen en de arbeidsmarktproblematiek.
Risicoparagraaf In 2022 vindt er op 3 momenten duiding van de risicoparagraaf plaats: in februari, in juni en na afloop van het kalenderjaar. De 1e duiding is al gemeld in de tussentijdse bestuursrapportage 2022. De 1e ophoging van het voorschot aan de BSA was voor Bunschoten berekend op € 175.000 en is verwerkt in de raming 2022. 2e duiding Conform de systematiek van de taakgerichte inkoop heeft op basis van de rapportage tot en met juni 2022 een 2e toets aan de risicoparagraaf plaatsgevonden. BSA Jeugdhulp verwacht een tekort van €2,6 miljoen over het regionale budget van 2022, waarvan € 1,5 miljoen veroorzaakt wordt door een stijging van het aantal cliënten. Dit valt onder de risicoparagraaf. Op onderdelen vinden nog nadere analyses plaats en worden maatregelen besproken. Deze onderdelen zijn o.a. de gevolgen van corona (hogere kosten als gevolg van zwaardere problematiek) en het nieuwe woonplaatsbeginsel. Met de 2e tussentijdse duiding van de risicoparagraaf is het regionale budget BSA Jeugdhulp met afgerond € 1,5 miljoen verhoogd. De extra kosten voor de gemeente Bunschoten bedragen afgerond € 120.000. Dit is een extra stijging ten opzichte van de prognose zoals verwerkt in de tweede tussentijdse bestuursrapportage 2022. 3e duiding Wij blijven in gesprek met BSA Jeugdhulp over maatregelen en bijsturing om binnen het beschikbare budget te blijven.
De derde en definitieve duiding van de risicoparagraaf kan pas plaats vinden na afronding van het jaar. Het gaat dan nog om een bedrag van € 1 miljoen. De verwachting is dat de BSA een beroep gaat doen op deze gelden. Voor Bunschoten komt dat neer op een bedrag van € 81.000. Bevoorschotting BSA 2023 De ervaringen van de jaren 2021 en 2022 laten zien dat de oorspronkelijke business case niet meer realistisch is, o.a. door de instroom van extra cliënten. Om tot een realistisch budget voor de BSA te komen, wordt het voorschot voor 2023 t.o.v. de business case verhoogd naar € 40,5 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op het aantal cliënten in zorg in 2022. De bijdrage van de gemeente Bunschoten bedraagt € 3,35 miljoen. Dit is een forse verhoging t.o.v. de begroting 2022. Bij de bespreking van de Q2-rapportage in de commissie en de programmabegroting 2023 is al aangegeven dat de stijging van de zorgkosten nog effect heeft voor de raming van 2023. Op basis van de stijging van de werkelijke kosten 2021 (o.a. verblijf met zeer intensieve zorgvraag) is een extra budget nodig van afgerond € 500.000. In de subsidieaanvraag zijn ook de claims verwerkt die voortvloeien uit de hiervoor genoemde drie duidingen en voor Bunschoten een extra budget vragen van € 375.000. Het gaat hier nog om voorschotbedragen.
Op basis van de Q-rapportages in 2023 moet blijken of bijstelling nodig is en wat het effect is van de afschaffing van de risicoverevening op dit perceel. Landelijk beeld De verwachte stijging van de kosten van specialistische jeugdhulp sluit aan bij het landelijke beeld. De oorzaak wordt gezocht in maatschappelijke ontwikkelingen, zoals een toename van het aantal (problematische) echtscheidingen, forse prestatiedruk voor kinderen en ouders en middelengebruik. Zeer recent werd dit weer bevestigd door een aantal onderzoeken. Zo blijkt dat Nederlandse meisjes de afgelopen jaren te maken hebben gekregen met een ongekende daling in de mentale gezondheid. Als oorzaken worden genoemd de coronacrisis, de druk om te presteren en een zo hoog mogelijk schooldiploma te behalen. Ook het aantal jonge vrouwen (15-24 jaar) dat antidepressiva slikt, is toegenomen1. Deze ontwikkeling speelt ook bij jongens, maar in mindere mate. Brief aan de staatssecretaris inzake de bezuinigingen jeugdhulp Het rijk, gemeenten en partners werken gezamenlijk aan de Hervormingsagenda Jeugd. Doel van de Hervormingsagenda is een financieel beheersbaar jeugdhulpstelsel en betere hulpverlening. De rijksoverheid heeft een forse bezuiniging gekoppeld aan de Hervormingsagenda. De gemeenten zijn het hiermee oneens.
De wethouders jeugd in de regio Eemland hebben een brief gestuurd aan de staatssecretaris Van Ooijen (VWS) over de omvang en het tempo van de bezuinigingen, zoals opgenomen in de Hervormingsagenda jeugd. In de regio Eemland werken we al voor een groot deel in lijn met de Hervormingsagenda, andere maatregelen hebben we in voorbereiding. Wij zien echter dat 1
Onderzoeksrapport Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) (2022), https://nos.nl/artikel/2444303gebruik-antidepressiva-onder-jonge-vrouwen-flink-toegenomen, https://nos.nl/artikel/2444591-gekke-inhaalslagmeisjes-vaker-gedragsproblemen-meer-drugs-enalcoholgebruik
2
ondanks deze maatregelen, de kosten van de specialistische jeugdhulp nog steeds stijgen. De wethouders geven aan het onverantwoord te vinden om dergelijke besparingen door te voeren, die ten koste gaan van adequate hulp aan jeugdigen. Zij verzoeken de staatssecretaris dan ook om het financiële kader van de Hervormingsagenda aan te passen. 2. Subsidieverlening Samen Veilig Midden-Nederland (SVMN) 2023 De samenwerkende Utrechtse regio’s en de centrumgemeenten in de provincie Utrecht subsidiëren Samen Veilig Midden Nederland (hierna SVMN) voor de uitvoering van de taken Veilig Thuis en SAVE Jeugdbescherming op basis van een in 2018 doorlopen subsidietender en de Subsidieregeling VT-JBJR Utrecht. Hierin liggen diensten, tarieven en de indexering vast. SVMN heeft op basis van deze subsidieregeling voor 2023 subsidie aangevraagd voor Veilig Thuis en SAVE. De totale subsidieaanvraag van SVMN 2023 voor de regio Amersfoort bedraagt € 11.247.028 en is 8,27% hoger ten opzichte van de aanvraag 2022. Het aandeel van de gemeente Bunschoten hierin bedraagt € 822.414. (Subsidie in 2022 € 752.000, prognose Q3 2022 € 690.000). De kostenstijging wordt m.n. veroorzaakt door: Jaarlijkse indexering van 5,29% Tariefsverhoging. De noodzaak tot tariefsverhoging wordt bevestigd door een tarievenonderzoek. De tarieven zoals afgesproken bij de tender in 2018 voldoen niet meer.
In vergelijking met andere regio’s betalen wij lagere tarieven. De financiële situatie van SVMN is daardoor inmiddels kwetsbaar. Caseloadverlaging. De gemiddelde caseload van een jeugdbeschermer bij SVMN bedraagt nu 15 gezinnen. Met een caseload van deze omvang kan SVMN de kwaliteit van dienstverlening niet garanderen. Dit sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen: het is crisis in de jeugdbescherming 2. Uit recent onderzoek van Significant Public in opdracht van Jeugdzorg Nederland blijkt dat door de toegenomen complexiteit van het werk een jeugdbeschermer maximaal acht à negen gezinnen goed kan begeleiden. De toegenomen complexiteit wordt veroorzaakt door de complexe echtscheidingsproblematiek, toegenomen juridisering en klachten, agressie en het vinden van passende zorg. We kennen in 2023 een caseloadverlaging van 10% toe, maar SVMN vraagt een totale caseloadverlaging van ongeveer 30%. Ze willen de beweging gefaseerd over 3 jaren in gang zetten, waarbij een jeugdbeschermer uiteindelijk een caseload van elf á twaalf cliënten heeft. Het voordeel van de prognose voor 2022 is al in de ramingen 2022 verwerkt. De stijging van de subsidie voor 2023 is voorlopig gebaseerd op de verdeelsleutel zoals die geldt voor 2022. De afrekening voor de inzet van SAVE wordt gebaseerd op de werkelijke kosten van onze gemeente, omdat ook voor dit perceel de verevening vervalt in 2023.
Ten opzichte van de begroting 2023 waar de bijdrage voor SAVE geraamd is op € 632.000 (gebaseerd op cijfers rekening 2021, en de verwachting dat de verder dalen) moet de raming worden bijgesteld met bijna € 200.000. Ook hier gaat het om voorschotbetalingen en wordt dit zo nodig bijgesteld op basis van de Q-rapportages. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming De jeugdbescherming staat onder grote druk. De complexiteit van de jeugdbeschermingsketen is een structureel probleem: verbetering en vereenvoudiging is noodzakelijk, zodat kwetsbare jeugdigen sneller en eenvoudiger de hulp krijgen om veilig op te groeien. In 2021 is het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming aan de Tweede Kamer verzonden. Sindsdien is dit toekomstscenario richtinggevend voor de ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen. Belangrijke elementen uit dit Toekomstscenario zijn de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam enerzijds en de grotere rol voor de lokale teams anderzijds. In het Regionaal Veiligheidsteam worden functies van de Gecertificeerde Instellingen (in onze regio: SAVE), Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming samengebracht. Dit team heeft veel expertise op veiligheidsvraagstukken. Professionals werken in teamverband nabij het gezin. Dit is een vereenvoudiging t.o.v. de huidige situatie.
De kern van het toekomstscenario vormen de lokale teams, die om kinderen en gezinnen heen staan en hulp verlenen. Er is één vast gezicht binnen het lokale team, dat te allen tijde betrokken blijft bij het gezin, ook als de veiligheid in het geding is. Als het nodig is, betrekt de professional uit het lokale team het regionale veiligheidsteam. Het lokale team en het regionale veiligheidsteam vormen dan (tijdelijk) een duo. 2
Landelijke ontwikkelingen: Jeugdstelsel te ingewikkeld, bekostiging onvoldoende | VNG Problematiek jeugdbeschermingsketen wederom aangetoond | VNG Onderzoek benodigde tijd voor jeugdbescherming (jeugdzorgnederland.nl) (rapport Significant)
3
Zodra de situatie het toelaat, voegt het regionale veiligheidsteam weer uit. De lokale teams hebben nu al een belangrijke rol in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar deze rol wordt nog groter bij de implementatie van het toekomstscenario. Belangrijk daarbij is dat de lokale teams een grotere rol spelen in het signaleren en bespreekbaar maken van onveilige situaties en het voeren van regie op de voortgang, samen met de partners uit de veiligheidsketen. Dit vraagt om een versterking van de lokale teams, zowel qua expertise als formatie. De bestrijding van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft ook in de gemeente Bunschoten een hoge prioriteit. Waar signalen zijn, moet dit herkend worden door hulpinstanties en dient er altijd direct hulp beschikbaar te zijn (uit: coalitieakkoord ‘Bouwen aan de toekomst’ 2022-2026). 3. Afschaffing verevening landelijke transitiearrangement (LTA) jeugd De VNG koopt namens alle gemeenten bepaalde vormen van zeer specialistische jeugdhulp in, waar op kleine schaal vraag naar is. Hierdoor is het niet mogelijk dat gemeenten dit aanbod zelf of regionaal inkopen. Gemeenten betalen deze vormen van jeugdhulp naar gebruik. Dit noemen we het landelijke transitiearrangement (LTA). Zorg die wordt ingekocht binnen het LTA zijn o.a.
jeugdhulp in een universitair medisch centrum, hoogspecialistische GGZ, hulp bij eetstoornissen en jeugdhulp voor kinderen met een zintuigelijke of auditieve beperking. Vanaf de decentralisatie van de jeugdhulp in 2015 valt het perceel LTA in de regio Amersfoort onder de financiële risicoverevening jeugd. Op 24 maart 2022 heeft het BOSD ingestemd met het afschaffen van de financiële risicoverevening jeugd voor de jaren na 2022. In dit besluit heeft het BOSD een voorbehoud gemaakt op het perceel landelijke transitiearrangementen jeugd (LTA) en gevraagd om in het najaar van 2022 te onderzoeken of verevening op het perceel LTA nog steeds een toegevoegde waarde heeft vanaf 2023. Op basis van bovenstaand verzoek is in het najaar van 2022 onderzoek gedaan naar de effecten van de financiële risicoverevening voor het perceel LTA. Conclusie is dat de verevening niet leidt tot het gewenste effect. De kosten LTA fluctueren sterk. Dit wordt veroorzaakt doordat de gemiddelde kosten per client relatief hoog zijn. Een paar cliënten meer of minder kan zorgen voor een grote afwijking in de realisatie. De gemeentelijke invloed op het perceel LTA is relatief klein, omdat vooral externe verwijzers verwijzen naar het aanbod van LTA, zoals medisch specialisten en huisartsen.
De verevening had bij de start als doel om te zorgen voor een afvlakking van de verschillen van de lasten van een gemeente per jaar (‘verevening’) en als doel om onderling solidair te zijn. Deze doelen lijken niet bereikt te worden met de huidige verevening LTA. De verevening zorgt niet voor een afvlakking, maar voor een hogere schommeling in de lasten. Ook lijken de uitkomsten niet bij te dragen aan daadwerkelijke solidariteit daar waar het nodig is. Vanaf 2023 wordt daarom ook de verevening op het perceel LTA beëindigd. De realisatie LTA over de afgelopen 3 jaren is in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de gemeente Bunschoten de afgelopen jaren financieel nadeel (bijbetaling voor andere gemeenten) heeft gehad van de verevening LTA. Gemiddeld gaat het om een bedrag van jaarlijks € 142.000. De prognose voor 2022 geeft wel een iets ander beeld. Op basis van de huidige stand van zaken wordt een nadeel in de verevening verwacht van € 55.000. Vanaf 2023 is dat dan een voordeel zijn omdat de verevening dan wegvalt. Voorzichtigheidshalve is dit bedrag nu meegenomen als lagere kosten. De raming voor 2023 voor dit perceel is € 272.000 en kan naar beneden worden bijgesteld met € 55.000. 4. Persoonsgebonden budgetten In 2021 werd er aan persoonsgebonden budgetten (pgb’s) een bedrag van € 282.000 uitgegeven.
Door de start van een lokaal woonzorginitiatief zagen we sinds half 2020 een behoorlijke toename in de kosten voor pgb’s. Dit betrof hoofdzakelijk pgb’s voor Wmo. Halverwege 2022 heeft herindicering plaatsgevonden van een aantal cliënten met een pgb. Een deel van de cliënten is hierdoor uitgestroomd naar een ander wettelijk kader, zoals de WLZ. Dit leidt tot een afname van het aantal pgb’s, waarvoor wij financieel verantwoordelijk zijn. In de begroting 2022 zijn de pgb’s geraamd op €240.000. Op basis van de overzichten van de Sociale Verzekeringsbank wordt voor 2022 een totaal verwacht van € 175.000. Ten opzichte van de uitgaven 2021 is dit een besparing van €107.000. Ten opzichte van de begroting 2022 is dit een budgettair voordeel van € 65.000. De verwachting is dat deze besparing structureel doorwerkt naar 2023 en verder.
4
5. Eigen bijdrage Wmo In verband met de invoering van het abonnementstarief is de raming van de eigen bijdrage in de begroting fors naar beneden bijgesteld tot een bedrag van € 25.000. Op basis van de meest recente cijfers blijkt dat deze raming behoorlijk naar boven kan worden bijgesteld. We verwachten een totaal aan eigen bijdrage in 2022 van afgerond € 120.000. Dit betekent een positieve ontwikkeling van € 95.000. De verwachting is dat deze ontwikkeling ook voor 2023 en 2024 kan worden doorgevoerd. Met ingang van 2025 vervalt het abonnementstarief en is de verwachting dat of de eigen bijdrage verder stijgt of de kosten voor met name huishoudelijke hulp gaan dalen. 6. Extra rijksmiddelen in gemeentefonds voor jeugd en Wmo Op basis van de meest actuele berekening van de algemene uitkering op basis van de september- en decembercirculaire 2022 kan voor het sociaal domein nog afgerond een bedrag van € 210.000 worden ingezet als dekking voor de extra uitgaven 2022. De verwachting is dat de helft van dit bedrag doorwerkt naar 2023. 7. Resultaat vanuit de Q3 rapportage en recapitulatie van de financiële effecten voor 2022 en 2023 Ten opzichte van de Q2 rapportage stijgen de kosten verder met een bedrag van € 175.000. De belangrijkste stijging is het gevolg van het toekennen van extra budget aan de BSA op basis van de tweede duiding (€ 120.000).
Dit is eerder in deze mededeling toegelicht. De andere stijging komt vooral naar voren bij het perceel begeleiding volwassenen Wmo (€ 69.000). Per saldo stijgen de kosten voor Wmo met € 48.000 en voor jeugd met € 7.000, naast de stijging voor BSA. Dus buiten BSA om nog een extra stijging van per saldo € 55.000. In onderstaande tabel zijn de effecten voor 2022 en 2023 in beeld gebracht. Door de extra inkomsten in 2022 kan de geraamde onttrekking aan de egalisatiereserve sociaal domein (€ 400.000) met € 115.000 worden beperkt en kan worden ingezet voor dekking in 2023. Voor 2023 resteert nog een verwacht tekort van € 210.000 dat we meenemen bij de eerste tussentijdse rapportage 2023. We blijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen.
5
Overzicht financiele effecten 2022 en 2023 2022 (x € 1,--)
Uitgaven
Breed spectrum aanbieders tweede duiding derde duiding Stijging zorgkosten BSA Subsidie 2023 Overige effecten Q3 rapportage Wmo Jeugd Save
2023
120.000 80.000 500.000 375.000 48.000 7.000 200.000
LTA PGB
Inkomsten eigen bijdrage dekking algemene uitkering reserve sociaal domein Nog aanvullende dekking
-55.000 -65.000 190.000
-95.000 925.000
95.000 210.000 -115.000
95.000 105.000 515.000
0
210.000
6