Samenwerkingsovereenkomst
Tekst van het document
Samenwerkingsovereenkomst Platform Groenblauwe Dooradering 2025-2028 Versie
2.1
Datum
9 juli 2024
Documentnummer
UTSP-1598708562-3809
Samenwerkingsovereenkomst PREAMBULE Onderstaande tekst kwalificeert totdat ondertekening door alle partijen heeft plaatsgevonden als "tekstvoorstel voor een overeenkomst". Uit dit tekstvoorstel voor een overeenkomst vloeien nog geen verplichtingen voort en er kunnen nog geen rechten aan worden ontleend (er is ook geen sprake van een voorwaardelijke overeenkomst). Pas na besluitvorming door het college van Gedeputeerde Staten en ondertekening door alle partijen kwalificeert de tekst als overeenkomst waaruit verplichtingen voortvloeien en waaraan rechten kunnen worden ontleend. ONDERGETEKENDEN; 1.
2.
De publiekrechtelijke rechtspersoon, de provincie Utrecht, gevestigd aan de Archimedeslaan 6, 3584 BA (Postbus 80300, 3508 TH) te Utrecht, krachtens volmacht van de commissaris van de Koning, de heer J.H. Oosters, rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw W.R.C. Sterk, gedeputeerde Transitie landelijk gebied, Natuur en Landbouw, Groen Groeit Mee, Europa, en handelend ter uitvoering van het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht d.d. 27 augustus 2024 en artikel 2 lid 3f van het Organisatiebesluit Provincie Utrecht 2022, hierna te noemen de “Provincie”; 2.1. Gemeente Amersfoort, gevestigd aan Postbus 4000 3800 EA, te Amersfoort, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer R. Dijksterhuis; 2.2. Gemeente Bunnik, gevestigd aan Postbus 5 3980 CA, te Bunnik, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw H.S. de Groot; 2.3. Gemeente Bunschoten, gevestigd aan Postbus 200 3750 GE te Bunschoten-Spakenburg, vertegenwoordigd door Wethouder de heer W. de Jong; 2.4. Gemeente De Bilt, gevestigd aan Postbus 300 3720 AH, te Bilthoven, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw A.M. ’t Hart; 2.5. Gemeente De Ronde Venen, gevestigd aan Postbus 250 3640 AG, te Mijdrecht, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer C. van Uden; 2.6.
Gemeente Houten, gevestigd aan Postbus 30 3990 DA, te Houten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder meneer W. van den Berg; 2.7. Gemeente IJsselstein, gevestigd aan Postbus 26 3400 AA, te IJsselstein, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer P.J. Bekker; 2.8. Gemeente Leusden, gevestigd aan Postbus 150 3830 AD, te Leusden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder meneer J.D. Kramer; 2.9. Gemeente Lopik, gevestigd aan Postbus 50 3410 CB, te Lopik, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer G. Spelt; 2.10. Gemeente Montfoort, gevestigd aan Postbus 41 3417 ZG, te Montfoort, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer W. van Wikselaar; 2.11. Gemeente Oudewater, gevestigd aan Postbus 100 3420 DC, te Oudewater, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer B.C. Lont; 2.12. Gemeente Renswoude, gevestigd aan Postbus 8 3927 ZL, te Renswoude, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder meneer H.H. van der Schoor; 2.13. Gemeente Rhenen, gevestigd aan Postbus 201 3910 AE, te Rhenen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer B.J.N. Fintelman;
2.14. Gemeente Soest, gevestigd aan Postbus 2000 3760 CA, te Soest, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw A. Treep-van Hoeckel; 2.15. Gemeente Stichtse Vecht, gevestigd aan Postbus 1212 3600 BE, te Maarssen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw C. van Vliet; 2.16. Gemeente Utrechtse Heuvelrug, gevestigd aan Postbus 200 3940 AE, te Doorn, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw A. Haaxma ; 2.17. Gemeente Vijfheerenlanden, gevestigd aan Postbus 11 4140 AA, te Leerdam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer A. van Maanen ; 2.18. Gemeente Wijk bij Duurstede, gevestigd aan Postbus 83 3960 BB, te Wijk bij Duurstede, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer J. Brouwer; 2.19. Gemeente Woerden, gevestigd aan Postbus 45 3440 AA, te Woerden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder mevrouw A.M.A. Pennarts-Pouw; 2.20. Gemeente Woudenberg, gevestigd aan Postbus 16 3930 EA, te Woudenberg, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer H.J. Molenaar; 2.21. Gemeente Zeist, gevestigd aan Postbus 513 3700 AM, te Zeist, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Wethouder de heer W.D. Catsburg; Partijen onder 2 hierna, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, gezamenlijk te noemen: de Gemeenten; 3.
3.1. BoerenNatuur Utrecht Oost, gevestigd aan Postweg 2 3831 SE, te Leusden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Voorzitter de heer H. Davelaar; 3.2. BoerenNatuur Rijn, Vecht en Venen, gevestigd aan ’s Gravensloot 29 3471 BN, te Kamerik, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Voorzitter de heer H.J. Soede; 3.3. Collectief Lopikerwaard, gevestigd aan Damweg 451 3405 CH, te Benschop, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Voorzitter de heer A. van Diemen en Penningmeester de heer J.J. Lekkerkerker; 3.4. Collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden, gevestigd aan Loosdorp 22 4143 LT, te Leerdam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Secretaris de heer C.H.T. Vermaat ; 3.5. Collectief Eemland, gevestigd aan Postbus 512 3750 GM, te Bunschoten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Secretaris en Bestuurslid mevrouw S.A.H. Eggenkamp-Voskuilen;
Partijen onder 3 hierna, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, gezamenlijk te noemen: de “Agrarische collectieven”; 4.
4.1. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, gevestigd aan Poldermolen 2 3994 DD, te Houten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Hoogheemraad van het dagelijks bestuur, de heer G.G. Stigter; 4.2. Waterschap Amstel Gooi en Vecht, gevestigd aan Korte Ouderkerkerdijk 7, te Amsterdam, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Bestuurslid van het dagelijks bestuur, mevrouw J.F. BloembergIssa;
Partijen onder 4 hierna, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, gezamenlijk te noemen: de “Waterschappen”; 5.
5.1. Stichting Landschap Erfgoed Utrecht, gevestigd aan Postbus 121 3720 AC, te De Bilt, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Directeur a.i. van het dagelijks bestuur, de heer H. Pasman, hierna te noemen “Landschap Erfgoed Utrecht” of “LEU”;
3
5.2. Vereniging Utrechts Particulier Grondbezit, gevestigd aan Bennekomseweg 43 6717 LL, te Ede, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Bestuurslid van het dagelijks bestuur, de heer A. Kaspers, hierna te noemen “Utrechts Particulier Grondbezit” of “UPG”.
Alle bovengenoemde partijen hierna, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, gezamenlijk te noemen: Partijen, OVERWEGENDE DAT; A. B. C. D. E.
F. G. H.
Het Platform (zie begrippen) sinds 2017 bestaat om samen te werken aan de aanleg, het herstel en het beheer van Kleine landschapselementen; De aan het Platform deelnemende partijen daarvoor een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten genaamd Samenwerkingsovereenkomst Platform Kleine landschapselementen, waarvan de meest recente versie (2022-2024) is ondertekend op 3 november 2021; De samenwerking tussen de aan het Platform deelnemende partijen tot positieve resultaten heeft geleid; De opgave voor kleine landschapselementen is uitgebreid en verbreed in het Nationaal Programma Landelijk Gebied tot een doelstelling van 10% groenblauwe dooradering in 2050, waarbij de relatie met de thema’s water, klimaat en agroforestry steeds belangrijker wordt; Sinds de ondertekening van de meest recente Samenwerkingsovereenkomst (2022-2024) de gemeenten Woerden, Renswoude en Rhenen, via een toetredingsovereenkomst bij het Platform zijn aangesloten en ook bij de onderhavige overeenkomst het aantal partijen is uitgebreid met de gemeenten Amersfoort en Bunschoten, Collectief Eemland en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden; De naam Platform Groenblauwe dooradering in de huidige situatie beter past dan de naam Platform Kleine landschapselementen; Partijen hun samenwerking willen continueren, actualiseren en uitbreiden met voornoemde gemeenten en de Waterschappen per de ingangsdatum van deze
Overeenkomst; Partijen hun afspraken over de samenwerking schriftelijk willen vastleggen zoals weergegeven in de onderhavige Overeenkomst.
VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT;
Artikel 1
Begrippen
In deze Overeenkomst gelden onderstaande begripsbepalingen. 1. 2.
3.
4. 5.
Overeenkomst: deze Samenwerkingsovereenkomst (2025-2028). Kleine landschapselementen of KLE: onder andere houtachtige begroeiingen zoals bosjes, houtwallen, bomenrijen en knotwilgen, maar ook poelen, natuurvriendelijke oevers en rietzomen. De kleine landschapselementen dooraderen het landelijk gebied op agrarische grond en in natuurgebieden, en vallen binnen het begrip van de Groenblauwe dooradering. Groenblauwe dooradering: Een verbonden structuur of netwerk bestaande uit voornamelijk lijnvormige droge en natte kleine landschapselementen en andere natuurelementen, zoals ecologische bermen en dijken, erven, botanische graslandranden, ecologisch beheerde watergangen en voedselbosjes. Het begrip Groenblauwe dooradering is (dus) breder dan en omvat het begrip Kleine landschapselementen. Platform: het overlegorgaan van Partijen - (thans) genaamd Platform Groenblauwe dooradering - waarin zij gezamenlijk optreden ter uitvoering van deze Overeenkomst. SVNL 2016: Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Provincie Utrecht 2016 zoals deze van tijd tot tijd (in aangepaste vorm) geldt.
4
Doel van de Overeenkomst Partijen beogen met deze Overeenkomst de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de samenwerking in het Platform vast te leggen en inhoudelijke en procedurele afspraken te maken over de samenwerking. Deze Overeenkomst bundelt de krachten van Partijen met als doel om aanleg, herstel en beheer van Kleine landschapselementen te realiseren op het grondgebied van de Gemeenten, en daarmee een belangrijke bijdrage te leveren aan de realisatie van de doelstelling uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied voor groenblauwe dooradering. Beoogd resultaat van de Overeenkomst is een aantrekkelijk landschap in de provincie Utrecht dat op een positieve manier bijdraagt aan de biodiversiteits-, water- en klimaatdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, en aan beleving door bewoners en recreanten.
Artikel 2
1. 2.
3.
Algemene verplichtingen Partijen spannen zich over en weer in om elkaar steeds gevraagd en ongevraagd adequaat en volledig tijdig te informeren over alle ontwikkelingen in de realisatie van Groenblauwe dooradering, voor zover dit niet al in de Platformbijeenkomsten is besproken en voor zover dit bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen van deze Overeenkomst. Partijen spannen zich over en weer maximaal in, al datgene te doen, respectievelijk na te laten, hetgeen hun samenwerking zoals voorzien in deze Overeenkomst zal kunnen bevorderen, respectievelijk belemmeren. Partijen zullen, indien door enige oorzaak hun samenwerking mocht worden vertraagd of verhinderd, of de dreiging daartoe aanwezig is, onverwijld met elkaar in overleg treden teneinde gezamenlijk te bezien of en zo ja op welke wijze alsnog aan het doel van deze Overeenkomst kan worden tegemoet gekomen.
Artikel 3
1.
2. 3.
Taakverdeling Alle Partijen: a. stellen via het Platform een plan van aanpak voor de periode 2025-2028 vast. Het initiatief hiervoor komt van de Provincie; andere partijen helpen bij het opstellen, b. bespreken resultaten, kansen en knelpunten, maken afspraken over verbeteringen in de werkwijze en samenwerking, en evalueren de resultaten; en c. zien er individueel op toe dat er geen subsidie wordt ingezet voor de realisatie van KLE’s die moeten worden uitgevoerd als gevolg van een juridische verplichting (kwalitatieve verplichtingen, vergunningsvoorschriften, etc.).
Artikel 4
1.
2.
De Provincie: a. is trekker van het Platform. Zij organiseert de bijeenkomsten en agendering van het Platform en zorgt voor een voorzitter van de vergaderingen. Ze stelt het plan van aanpak en communicatieplan in concept op; en b. kan, indien aan alle subsidievoorwaarden is voldaan, aan de Agrarische collectieven subsidie verstrekken voor de waardevermindering van grond en voor aanleg en herstel van Kleine landschapselementen in het buitengebied van de Gemeenten. De subsidie van de Provincie geldt alleen voor subsidiabele elementen volgens het vigerende Natuurbeheerplan, en alleen voor gebiedseigen elementen, zoals genoemd in het Natuurbeheerplan.
3.
De Agrarische collectieven: a. werken nauw samen met de Gemeenten en houden een loket in stand voor het Platform waar belangstellende deelnemers zich kunnen melden en informatie en begeleiding ontvangen; b. signaleren kansen binnen het collectief en geven deze door aan de betreffende Gemeente, waarna eventuele vervolgstappen met de Gemeente worden besproken en afgestemd; c. stimuleren en, waar mogelijk, zorgen ervoor dat voor de nieuwe of herstelde Kleine landschapselementen in agrarisch gebied een beheercontract wordt afgesloten met eigenaren/beheerders via de SVNL 2016; en
5
d.
zijn verplicht om voldoende menskracht ter beschikking te stellen voor de feitelijke aanleg en het herstel van Kleine landschapselementen samen met de Gemeenten. De werkzaamheden bestaan uit: 1. het werven, informeren en begeleiden van (potentiële) deelnemers; 2. de uitvoering van de aanleg en het herstel; 3. het verrichten van de in het Platform met het betreffende agrarisch collectief afgesproken activiteiten; en 4. overleggen met betrokken partijen, kennis ophalen en delen, rapporteren en communiceren over de resultaten binnen het Platform.
4.
De Gemeenten: a. werken nauw samen met de Agrarische collectieven, onder meer om gebruik te kunnen maken van elkaars netwerk en kennis; b. signaleren kansen in de gemeente en geven deze door aan het betreffende Agrarisch collectief, waarna eventuele vervolgstappen met het Agrarisch collectief worden besproken en afgestemd; c. stellen middelen beschikbaar voor aanleg en herstel van Kleine landschapselementen op plaatsen waar geen subsidie vanuit de Provincie voor mogelijk of beschikbaar is, bijvoorbeeld op erven en gemeentelijke gronden in het buitengebied; d. zijn verplicht om menskracht ter beschikking te stellen en in te zetten om, samen met de Agrarische collectieven, Kleine landschapselementen aan te leggen en te herstellen. Deze menskracht wordt ook ingezet voor, onder meer, het vinden van deelnemers, het verrichten van de in het Platform met de Gemeenten afgesproken activiteiten, overleggen met de Agrarische collectieven, kennis ophalen en delen, rapporteren en communiceren over de resultaten binnen het Platform.
5.
Utrechts Particulier Grondbezit (UPG) stimuleert c.q. ondersteunt particuliere landgoedeigenaren om: a. nieuwe Kleine landschapselementen aan te leggen, te herstellen en te beheren; b. gebruik te maken van haar netwerk ter aanvulling op het netwerk van Gemeenten en de Agrarische collectieven; en c. beheercontracten af te sluiten via de SVNL 2016 voor nieuw aangelegde Kleine landschapselementen op landgoederen.
6.
Landschap Erfgoed Utrecht (LEU): a. zorgt voor advisering en kennisuitwisseling binnen het Platform; b. levert menskracht aan het Platform door aanwezig te zijn bij de bijeenkomsten van het Platform en daar deskundig advies in te brengen; c. geeft desgevraagd inhoudelijk advies aan de Gemeenten en de Agrarische collectieven en kan ook zorgen voor het werven van deelnemers en voor de inzet van vrijwilligers bij aanleg, herstel en/of beheer van Groenblauwe dooradering; en d. maakt met de Agrarische collectieven en de Gemeenten concrete, schriftelijke afspraken in hoeverre de werkzaamheden onder c. horen bij het reguliere werk van LEU, dan wel in aparte opdrachten van een Agrarisch collectief of een Gemeente aan LEU ondergebracht moeten worden.
7.
De Waterschappen: a. zetten zich in voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers in alle soorten watergangen, en voor het ecologisch beheer van watergangen, oevers en dijken; b. werken nauw samen met de Agrarische collectieven, de Provincie en de Gemeenten, onder andere op het gebied van subsidies, beheercontracten en vergunningen; c. verzamelen data over kwantiteit en kwaliteit van de groenblauwe dooradering en delen dit met het Platform; d. stellen middelen ter beschikking voor de aanleg van Groenblauwe dooradering waar dit effectief bijdraagt aan ecologische waterkwaliteit of biodiversiteit,bijvoorbeeld via een subsidieregeling; e. stimuleren en financieren agrarisch waterbeheer via het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer in de transitiefase naar een brede landelijke aanpak; en
6
f.
8.
De Gemeenten, Waterschappen en de Provincie onderkennen het belang van hun publiekrechtelijke taken en bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de aanleg van Groenblauwe dooradering, zoals het tijdig verlenen van vergunningen en ontheffingen. Zij zullen deze taken en bevoegdheden zo doelmatig mogelijk uitvoeren respectievelijk aanwenden, maar te allen tijde binnen de geldende politiek-bestuurlijke en wettelijke kaders en context.
Artikel 5
1. 2. 3. 4.
5. 6.
zetten menskracht in om meer groenblauwe dooradering te realiseren, welke menskracht nodig is voor bijvoorbeeld het maken en uitvoeren van plannen voor realisatie en/of subsidiering van natuurvriendelijke oevers, communicatie met bewoners en andere partijen, overleggen met de relevante partijen binnen het Platform, kennis ophalen en delen, rapporteren en communiceren over de resultaten.
Financiën
De Agrarische collectieven kunnen subsidie aanvragen voor de aanleg en het herstel van Groenblauwe dooradering, op basis en onder de voorwaarden van de betreffende subsidieregelingen zoals die van tijd tot tijd gelden (thans bij de Provincie, de Subsidieregeling Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht). De Agrarische collectieven kunnen daarnaast subsidie aanvragen voor het beheer van de nieuw aangelegde of herstelde Kleine landschapselementen op basis en onder de voorwaarden van de SVNL 2016. De Provincie stelt geen subsidie beschikbaar voor het beheer van Kleine landschapselementen die niet onder de SVNL 2016 vallen. De Gemeenten spannen zich in om subsidie beschikbaar te stellen aan de hand van een gemeentelijke subsidieverordening, of stellen op een andere manier financiële middelen beschikbaar voor aanleg en herstel van Kleine landschapselementen op erven en andere gebieden die niet onder de SVNL 2016 vallen. Ook kunnen zij desgewenst, bij grotere projecten, deelnemen als co-financier of anderszins middelen beschikbaar stellen (bijvoorbeeld zoals reeds gebeurd is bij de aanleg van een laan bij Leusden en beplanting bij Kasteel Renswoude). Gemeenten die deelnemen in de Stuurgroep Kromme Rijnlandschap (hierna genoemd SKR) kunnen gebruik maken van de Bijdrageregeling van de SKR.
De Waterschappen spannen zich in om middelen beschikbaar te stellen,bijvoorbeeld aan de hand van een subsidieverordening voor de aanleg van Groenblauwe dooradering waar dit effectief bijdraagt aan ecologische waterkwaliteit of biodiversiteit. De Agrarische collectieven zorgen voor de financiële administratie van de aangelegde elementen die met subsidie zijn aangelegd, conform de voorwaarden in de desbetreffende subsidiebeschikking.
Organisatie van het Platform 1. Van elke Partij nemen één of meer vertegenwoordigers zitting in het Platform. De Provincie verzorgt het voorzitterschap van het Platform. 2. Het Platform vergadert tenminste drie keer per jaar. Hierbij worden praktijkervaringen en kennis uit de praktijk gedeeld en worden nadere afspraken gemaakt over de samenwerking, eventuele extra (thema-) bijeenkomsten, communicatie en evaluatie. 3. Per werkgebied van een Agrarisch collectief kan aanvullend overleg op regionaal niveau plaatsvinden tussen (regionaal betrokken) Partijen. Over de frequentie van dit overleg worden per deelgebied afspraken gemaakt tussen de deelnemende Partijen, afhankelijk van de behoefte in het betreffende gebied. In de Lopikerwaard hebben Partijen naar elkaar toe uitgesproken dat dit in beginsel twee keer per jaar zal plaatsvinden.
Artikel 6
Artikel 7
Communicatie
7
1. 2.
3.
Partijen zorgen voor onderlinge afstemming over de communicatie en woordvoering over de inzet van communicatiemiddelen zoals persberichten, interviews en inhoud op websites; Alle Partijen leveren een bijdrage aan de communicatie over projecten. Agrarische collectieven en Gemeenten verzorgen de communicatie die nodig is om potentiële deelnemers te werven. De Provincie verzorgt nieuwsberichten over landelijk en provinciaal beleid die de Kleine landschapselementen en Groenblauwe dooradering betreffen, over de beschikbaarheid van subsidie en over de gerealiseerde resultaten in het veld. Agrarische collectieven en Gemeenten dragen bij aan de communicatie over de gerealiseerde resultaten in het veld, bijvoorbeeld door deelnemers aan te dragen die beschikbaar zijn voor een interview, of door een nieuwsbericht te plaatsen bij het opleveren of aanleggen van nieuwe Kleine landschapselementen. Alle Partijen dragen bij aan het verspreiden van nieuwsberichten via hun eigen kanalen.
Artikel 8
1.
2. 3.
Evaluatie
Partijen streven ernaar om de uitvoering en werking van deze Overeenkomst te evalueren uiterlijk in het tweede kwartaal van 2028. Tijdens dit overleg zal het eventuele vervolg van het Platform voor de periode vanaf 1 januari 2029 worden besproken. De Provincie stelt alle Partijen gelijkelijk in de gelegenheid hun standpunten uiteen te zetten. De Provincie zal van de evaluatie een verslag opstellen en uiterlijk twee maanden na de evaluatie aan Partijen aanbieden. Indien de meningen van Partijen over de evaluatie of de uitkomsten daarvan verschillen, vermeldt het verslag de verschillende meningen. Naast de eenmalige evaluatie van deze Overeenkomst sturen de Agrarische collectieven, Gemeenten en Waterschappen jaarlijks in december een overzicht van gerealiseerde landschapselementen aan de Provincie. De Provincie deelt deze informatie met de andere deelnemers van het Platform. De aanlevering van gegevens gebeurt via een standaard format dat door de Provincie wordt aangeleverd om de gegevens uniform te kunnen verzamelen en verwerken. De Provincie verzamelt de gegevens en deelt deze met de andere Partijen binnen het Platform. De gegevens zullen worden besproken tijdens een bijeenkomst van het Platform, eventueel aangevuld met bi- of multilaterale gesprekken tussen Partijen.
Artikel 9
Onvoorziene omstandigheden
Indien deze Overeenkomst niet onverkort kan worden uitgevoerd als gevolg van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van deze Overeenkomst niet van een Partij mag worden verwacht, zullen Partijen daarover op verzoek van de Partij die zich op de onvoorziene omstandigheden beroept in overleg treden, teneinde te bezien of deze Overeenkomst op voor Partijen aanvaardbare voorwaarden aan deze omstandigheden kan worden aangepast.
Artikel 10
1. 2. 3. ▪
Looptijd en verlenging, wijziging of aanvulling van de Overeenkomst
Deze Overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2025 en eindigt van rechtswege, dus zonder dat opzegging is vereist, per 31 december 2028. Partijen treden uiterlijk zes maanden voor laatstgenoemde datum in overleg over een mogelijke verlenging van de Overeenkomst. Deze Overeenkomst kan niet tussentijds eenzijdig worden beëindigd tenzij er sprake is van een ernstige toerekenbare tekortkoming in de naleving van verplichtingen uit deze Overeenkomst van één of meerdere Partijen. Wijziging, aanvulling of verlenging van de bepalingen van deze Overeenkomst geschiedt schriftelijk en enkel met instemming van alle Partijen. De Provincie mag besluiten om nieuwe partijen te laten toetreden tot deze Overeenkomst middels een toetredingsovereenkomst, aangegaan tussen de Provincie (namens Partijen) enerzijds en de toetredende partij anderzijds. Middels ondertekening van deze Overeenkomst machtigen Partijen de Provincie om namens hen voornoemde toetredingsovereenkomst te sluiten en te ondertekenen, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 10.5. 8
4.
5. 6.
Toetreding van een nieuwe partij bij deze Overeenkomst kan enkel plaatsvinden na een voorafgaande, schriftelijke aankondiging door de Provincie aan Partijen. Indien een Partij bedenkingen of bezwaren heeft tegen de voorgenomen toetreding dient zij dit schriftelijk en met redenen omkleed kenbaar te maken aan de Provincie. De Provincie en de bezwaarmakende Partij zullen vervolgens in overleg treden om deze bezwaren te bespreken. Het toetreden van een nieuwe partij bij deze Overeenkomst heeft geen directe invloed op de reeds toegekende bijdragen aan de bij de start van deze Overeenkomst deelnemende Partijen. Bepalingen die naar hun aard, ook na het beëindigen van deze Overeenkomst, van kracht horen te blijven, waaronder in ieder geval de geschillenregeling, blijven ook na het eventueel beëindigen van deze Overeenkomst van kracht voor zolang als nodig is voor de afdoening.
Artikel 11
1. 2.
3.
Slotbepalingen
Partijen zullen, indien sprake is van een geschil, trachten dit geschil bij te leggen door middel van (bestuurlijk) overleg, vóórdat zij zich wenden tot de rechter, spoedeisende gevallen daargelaten. Geschillen zullen in eerste aanleg met uitsluiting worden voorgelegd aan de rechtbank Midden-Nederland. Een ieder verplicht zich alles wat hem bij de uitvoering van de Overeenkomst ter kennis komt en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, op geen enkele manier bekend te maken aan derden, behalve voor zover enig wettelijk voorschrift of uitspraak van de rechter hem tot bekendmaking verplicht. Op de Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Artikel 12
Ondertekening
Aldus overeengekomen en ondertekend door Partijen; 1.
Namens de Provincie Utrecht:
Provincie Utrecht
Namens deze,
______________________ Mw. W.R.C. Sterk Gedeputeerde datum:
9
2.
Namens de Gemeenten:
Gemeente Amersfoort
Gemeente Bunnik
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. R. Dijksterhuis
mw. H.S. de Groot
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
Gemeente Bunschoten
Gemeente De Bilt
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
Dhr. W. de Jong
mw. A.M. ‘t Hart
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
10
Gemeente De Ronde Venen
Gemeente Houten
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. C. van Uden
dhr. W. van den Berg
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
Gemeente IJsselstein
Gemeente Leusden
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. P.J. Bekker
dhr. J.D. Kramer
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
11
Gemeente Lopik
Gemeente Montfoort
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. G. Spelt
dhr. W. van Wikselaar
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
Gemeente Oudewater
Gemeente Renswoude
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. B. C. Lont
dhr. H.H. van der Schoor
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
12
Gemeente Rhenen
Gemeente Soest
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. B.J.N. Fintelman
mw. A. Treep-van Hoeckel
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
mw. C. van Vliet
mw. A. Haaxma
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
13
Gemeente Vijfheerenlanden
Gemeente Wijk bij Duurstede
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. A. van Maanen
dhr. J. Brouwer
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
Gemeente Woerden
Gemeente Woudenberg
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
mw. A.M.A. Pennarts-Pouw
dhr. H.J. Molenaar
Wethouder
Wethouder
datum:
datum:
14
Gemeente Zeist Namens deze,
______________________ dhr. W.D. Catsburg Wethouder datum:
15
3.
Namens de Agrarische Collectieven:
BoerenNatuur Utrecht Oost
BoerenNatuur Rijn, Vecht en Venen
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. H. Davelaar
dhr. H.J. Soede
Voorzitter
Voorzitter
datum:
datum:
Collectief Lopikerwaard Namens deze,
_________________________________________________ dhr. A. van Diemen
dhr. J.J. Lekkerkerker
Voorzitter
Penningmeester
datum:
16
Collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden Namens deze,
_________________________________________________ dhr. C.H.T. Vermaat Secretaris datum:
Collectief Eemland Namens deze,
_________________________________________________ mw. S.A.H. Eggenkamp-Voskuilen Bestuurslid datum:
17
4.
Namens de Waterschappen:
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Waterschap Amstel Gooi en Vecht
Namens deze,
Namens deze,
______________________
______________________
dhr. G.G. Stigter
mw. J.F. Bloemberg-Issa
Hoogheemraad
Bestuurslid
datum:
datum:
5.
Namens Stichting Landschap Erfgoed Utrecht:
______________________ dhr. H. Pasman Directeur a.i. datum:
18
6.
Namens Utrechts Particulier Grondbezit:
______________________ dhr. A. Kaspers Directeur datum:
19