RV 1218900 Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nummer 1218900 - Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort
Aan de commissie: Samenleving Portefeuillehouder: P. van Asselt Beleidskader: Sociaal domein 2024-2027 Opmerkingen griffie: Team: Samenleving Ambtenaar: Welmoed van Boven Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: w.vanboven@bunschoten.nl Datum raadsvergadering: 30 januari 2025 Aanvullende stukken 1. Titel: Concept Centrumregeling Bijlagen digitaal beschikbaar: ja Ter inzage: 2. Titel: Takenregister Centrumregeling Bijlagen digitaal beschikbaar: ja Ter inzage: 3. Titel: Bestuurlijk protocol samenwerking gemeenten Bijlagen digitaal beschikbaar: ja Ter inzage: 4. Titel: Financieel protocol Centrumregeling Bijlagen digitaal beschikbaar: ja Ter inzage: 5. Titel: Concept brief raad aan college zienswijze Bijlagen digitaal beschikbaar: ja Ter inzage: 6. Titel: Bijlagen digitaal beschikbaar: Ter inzage: Voorstel De raad besluit: 1. Gelet op artikel 1, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen als zienswijze op onderhavig voorstel in te dienen dat wordt ingestemd met het voortzetten van de regionale samenwerking in het sociaal domein in de vorm van de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort, zoals uitgewerkt in bijgaande tekst van de Centrumregeling en de bijlagen, onder instandhouding van de bestaande bestuurlijke en financiële afspraken.
Inleiding De regiogemeenten werken op het terrein van (onder andere) de inkoop en het accountmanagement van jeugdhulp en Wmo-voorzieningen al sinds de start van de decentralisaties in 2015 samen op basis van een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst en individuele dienstverleningsovereenkomsten tussen de gemeente Amersfoort en de respectievelijke regiogemeenten. Voor de uitvoering van de inkooptaken jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en bijbehorende ondersteunende taken functioneert er het Regionaal inkoop- en subsidiebureau (RISB), dat organisatorisch ondergebracht is bij de gemeente Amersfoort. De basis voor het uitvoeren van de inkooptaken is een door de gemeenteraden van de regiogemeenten vastgestelde eenduidige regionale inkoopstrategie. De samenwerking krijgt topambtelijk (via de Stuurgroep Sociaal Domein) en bestuurlijk (via het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein) vorm onder de paraplu van de Regio Amersfoort. Een prioriteit in de Hervormingsagenda Jeugd is de verbetering van beschikbaarheid van (hoog)specialistische jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Geconstateerd is dat deze vorm van jeugdzorg een zekere schaal en omvang moet hebben om ervoor te zorgen dat de (hoog)specialistische jeugdzorg zowel kwalitatief en kwantitatief toereikend als financieel haalbaar ingericht kan worden.
Het lokale niveau is daarvoor voor veel gemeenten van onvoldoende omvang
en sinds de decentralisatie in 2015 is daarom regionale samenwerking ontstaan in nu 42 jeugdregio's, waaronder de jeugdregio Eemland. VWS beoordeelt de samenwerking in onze jeugdregio als robuust. Dat is voor lang niet alle jeugdregio's het geval. Reden voor de wetgever om met dwingende voorschriften te komen ten aanzien van samenwerking rondom de jeugdzorg, waaraan ook de gemeenten in onze jeugdregio zullen moeten voldoen. Van (ilifsttiO* belang hierbij is dat er een verschil is tussen de samenstelling van onze jeugdregio (door VWS genoemd de jeugdregio Eemland) en de Regio Amersfoort. Dit verschil bestaat eruit dat de gemeente Nijkerk geen onderdeel is van de jeugdregio Eemland maar wel onderdeel is van de Regio Amersfoort. De gemeente Nijkerk is op het terrein van de jeugdhulp verplicht deelnemer in de samenwerking in de jeugdregio Food Valley. Door aanstaande wetgeving is er de noodzaak de privaatrechtelijke samenwerkingsvorm die nu voor de regionale samenwerking rondom de jeugdhulp wordt gebruikt om te zetten in een publiekrechtelijke samenwerkingsvorm als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die bovendien aan een aantal eisen moet voldoen.
Met het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg dat op 25 april 2024 bij de Tweede Kamer is ingediend, wordt vastgelegd wat wordt verwacht van de samenwerkende gemeenten en jeugdregio's bij het zorgdragen voor de beschikbaarheid van gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, alsmede de aangewezen vormen van specialistische jeugdhulp. De colleges van de gemeenten in een regio dienen voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdzorg gezamenlijk een gemeenschappelijke regeling te treffen, zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarbij een regionale entiteit wordt ingesteld of aangewezen genaamd: 'jeugdregio'. Gemeenten dienen volgens het wetsvoorstel ten minste de volgende werkzaamheden bij de jeugdregio neer te leggen: 1.het regionaal contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij AMvB aangewezen vormen van jeugdzorg; 2. het uitvoeren van administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring, volgens een eensluidende instructie door de gemeenten, zodat de administratieve processen ten aanzien van regionaal ingekochte jeugdhulp voor alle gemeenten in de regio gelijk zijn. 3.
de bovenregionale afstemming over een deel van de jeugdhulpvormen die door de Jeugdregio worden gecontracteerd of gesubsidieerd, alsmede kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De vormen van jeugdhulp die het betreft worden aangewezen bij AMvB; 4. de organisatie van regionale expertteams. De afgelopen periode hebben de regiogemeenten zich ambtelijk en bestuurlijk gebogen over de vraag welke vorm uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, het beste bruikbaar is vanuit de uitdrukkelijke wens de huidige samenwerking, die goed verloopt, zoveel mogelijk in stand te houden en te continueren. De inzet daarbij was de integraliteit die er nu is in de taakuitvoering voor jeugdhulp en Wmo in stand te houden. Met als gevolg dat niet alleen de regionale samenwerking rondom jeugdhulp in een Wgr-vorm wordt ondergebracht (eis van de wetgever), maar ook de regionale samenwerking rondom Wmo daarin wordt meegenomen. Ook was het bij alle regiogemeenten nadrukkelijk de wens om de huidige samenwerking in het sociaal domein als het gaat om de beleidsvoorbereiding en afstemming en de uitvoering van de inkoop en ondersteuning op jeugdzorg en Wmo-voorzieningen en de taken op het terrein van beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken).
Overeenstemming is bereikt over de keus voor de Centrumregeling, waarbij de gemeente Amersfoort zal optreden als centrumgemeente. Deze keus is extern gevalideerd met als conclusie dat de rechtsvorm van de Centrumregeling in de huidige context de meest logische keus is voor de vormgeving van de samenwerkingsrelatie rondom inkoop- en ondersteuningstaken sociaal domein in de regio Amersfoort. In dit validatieonderzoek is ook geconcludeerd, dat er aanleiding is in een Bestuurlijk protocol afspraken over de huidige werkwijze in de samenwerking vast te leggen om deze te behouden en te blijven volgen. In dit protocol zijn de aandachtspunten over de samenwerking meegenomen die in het validatieonderzoek op tafel zijn gekomen. Verder zijn de bestaande financiële afspraken voor de overzichtelijkheid gebundeld in een Financieel protocol en wordt er voor de Centrumregeling jaarlijks een begroting opgesteld en besproken in het BOSD. Met dit voorstel wordt beoogd (1) te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen ten aanzien van de vormgeving van de regionale samenwerking op het terrein van jeugdhulp, (2) de reeds bestaande, gezamenlijke uitvoering op het terrein van de Wmo-ondersteuning te continueren, (3) de bestaande financiële afspraken uit oogpunt van overzichtelijkheid te bundelen in één document en (4) de huidige wijze van samenwerken ongewijzigd voort te zetten.
Zo blijft integraal werken mogelijk. Daarnaast
wordt tegelijkertijd de bestaande samenwerking op de centrumgemeentetaken beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken) ook op een juridische juiste wijze in deze centrumregeling vastgelegd. Tot slot wordt in de Centrumregeling de huidige en toekomstige afspraken verankerd over regionale transformatiecapaciteit die nodig is om de gemeenten te ondersteunen bij hun lokale transformatieopgaven inzake in ieder geval jeugdhulp en het integraal zorgakkoord [IZA]. Argumenten 1.1. Met dit voorstel kan de huidige effectieve en efficiënte samenwerking gecontinueerd worden. Op het terrein van inkoop en ondersteuning met betrekking tot jeugdhulp en Wmo-voorzieningen en de taken op het terrein van beschermd wonen & maatschappelijke opvang en vrouwenopvang & huiselijk geweld (zogenoemde centrumgemeente taken) werken de gemeenten al jaren constructief en met succes samen. Voor gemeenten betekent dit onder andere dat zij op deze taken worden ontzorgd en zich volop kunnen richten op de lokale opgaven van hun inwoners. Voor aanbieders en samenwerkingspartners levert deze samenwerking duidelijkheid en eensluidendheid op. Door het juridische construct dat thans voor de samenwerking gebruikt wordt aan te passen aan de nieuwe wettelijke eisen rondom de jeugdregio's kan deze samenwerking onverkort gecontinueerd worden.
Niet alle regiogemeenten doen op dit moment in de samenwerking mee voor alle hiervoor genoemde taken. Soms heeft dat te maken met een wettelijke belemmering; zo is, zoals hiervoor opgemerkt, de gemeente Nijkerk ingedeeld in een andere jeugdregio voor jeugdhulp en de gemeente Eemnes in een andere centrumgemeenteregio voor de genoemde centrumgemeentetaken. Of is de reden dat voor eigen uitvoering gekozen is; dat speelt bijvoorbeeld bij de zorgadministratie zoals voor Bunschoten bij BBS ondergebracht. Op basis van de nieuwe wettelijke verplichtingen lijkt dat laatste voor sommige administratieve taken lastig te continueren. En ook uit oogpunt van een effectieve en efficiënte uitvoering verdient het de voorkeur deze uitzonderingen te beperken tot de huidige situatie. Om deze benadering te borgen wordt gewerkt met de systematiek van vrijstelling. Sommige taken waarop wordt samengewerkt maken een ontwikkeling door die te maken hebben met de veranderende sociaal maatschappelijke context en veranderingen in de doelgroepen, zowel qua aard als omvang, die aangewezen zijn op jeugdhulp en ondersteuning in de brede zin van het woord. Dat maakt het nader preciseren van de taken waarop wordt samengewerkt nodig. Dat gebeurt in dit voorstel, concreet in het takenregister.
Door het ondersteunen van de gemeenten in hun lokale transformatieopgaven als taak toe te voegen ontzorgen we hier de gemeenten en helpen we hen om hiermee lokaal voortvarend aan de slag te gaan. Dat geldt ook voor de sociaal rechercheur taken. Door de verschillende financiële afspraken die in de loop van de tijd gemaakt zijn over de organisatieen uitvoeringskosten en de inzet van programmabudgetten te bundelen in een Financieel protocol creëren we duidelijkheid en overzicht voor de regiogemeenten én de uitvoering. Bij deze codificatieslag wijzigen de eerder gemaakte financiële afspraken inhoudelijk niet. Er zal nog een afspraak worden gemaakt over de verdeling van de kosten van de inzet van sociaal rechercheurs: zodra deze afspraak gemaakt is wordt deze toegevoegd aan het Financieel protocol. Door de wijze waarop de samenwerking tussen de gemeenten in de praktijk verloopt vast te leggen in een Bestuurlijk protocol leggen we de basis om deze werkwijze ook in het nieuwe juridische jasje onverkort voort te zetten. 1.2. Met dit voorstel wordt de wettelijke procedure nageleefd. Op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenteschappelijke regelingen moeten de colleges van burgemeester en wethouders die een gemeenschappelijke regeling willen treffen het ontwerp van de regeling toezenden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De raden kunnen op grond van het derde lid van bedoeld artikel 1 binnen acht weken hun zienswijze op het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. Het ontwerp van de regeling is in overwegende mate een codificatie is van de bestaande samenwerkingsafspraken, rekening houdend met de wettelijke voorschriften.
1.3. De Raad krijgt met de bijgevoegde stukken inzicht in de taken en bestuurlijke consequenties. Met het meesturen van het takenregister wordt beoogd de Raad duidelijkheid te geven over de taken en bevoegdheden van de Centrumregeling bij de start en daarmee ook over de@0NscHo taken en bevoegdheden die bij de regiogemeenten blijven. Met het meesturen van het Bestuurlijk protocol samenwerking, het Financieel protocol Centrumregeling wordt beoogd de Raad inzicht te geven in de bestuurlijke en financiële afspraken die blijven gelden onder de figuur van de Centrumregeling. 1.4 Met dit voorstel behoudt de gemeente lokale autonomie. In de huidige samenwerking en in het nieuwe voorstel gaat het om uitvoerende taken in het sociaal domein. Beleidstaken blijven onderdeel van de lokale gemeenten. In de conceptbrief voor de zienswijze (zie bijlage) is dit als aandachtspunt meegegeven en is tegelijk ook benoemd dat samenwerking op uitvoerende taken belangrijk is: "Als gemeenteraad vinden we het belangrijk om voldoende flexibiliteit, zeggenschap en autonomie te behouden om zelf ook keuzes te kunnen blijven maken, bijvoorbeeld over de inrichting van het sociaal domein en dat stem en standpunt van onze gemeente net zo belangrijk blijft als in de huidige samenwerking. De wettelijke noodzaak om de juridische vormgeving van de samenwerking te wijzigen is ons duidelijk.
De keus om de bestaande samenwerking, aangezien deze goed verloopt, zoveel mogelijk ongewijzigd te continueren wordt door ons onderschreven. De waarborgen die daarvoor gecreëerd worden in het Bestuurlijk en Financieel protocol geven ons het vertrouwen dat dit ook zal lukken. Over de tekst van de te treffen Centrumregeling hebben wij geen opmerkingen. We verzoeken u wel een afweging te maken t.a.v. de opgenomen taak 'Transformatiemanagement IZA' n.a.v. de actuele ontwikkelingen van het Integraal Zorg Akkoord." Kanttekening Het belangrijkste risico is dat uiteindelijk niet alle raden van de regiogemeenten tot een eensluidend besluit komen over het treffen van de Centrumregeling. Met het beleggen van informatiebijeenkomsten voor raadsleden om het voorstel toe te lichten en vragen erover te beantwoorden wordt getracht dit risico te mitigeren. 1.1. De huidige netwerksamenwerking verandert van karakter en zou daardoor minder goed kunnen verlopen. Het formaliseren van de samenwerking in een Centrumregeling heeft als risico dat de huidige netwerksamenwerking van karakter verandert en daardoor minder goed zou kunnen gaan verlopen. En dat de regiogemeenten het ervaren als zou de invloed van de gemeente Amersfoort groter worden omdat zij de Centrumregeling en een gezamenlijke inkoop- en subsidieorganisatie in stand houdt.
Om dat te voorkomen is een Bestuurlijk protocol opgesteld dat de colleges zullen aangaan. Doel hiervan is de huidige werkwijze en omgangsvormen in de samenwerking, met als belangrijk element het werken op basis van het model van 'op overeenstemming gericht overleg' te continueren, ook al verandert het juridisch jasje waarin dit gebeurt. 1.2. Raden dienen verschillende zienswijzen in Wanneer de Raden verschillende zienswijzen indienen is het primair aan het betreffende college om die zienswijzen af te wegen en te beoordelen. Wanneer de conclusie is dat de bepaalde zienswijzen aanleiding geeft de tekst van de Centrumregeling aan te passen is hierover overleg nodig met de andere colleges van de regiogemeenten en tot overeenstemming hierover te komen. 1.3. Niet alle Raden geven toestemming om de Centrumregeling te treffen De kans bestaat dat begin 2025 niet alle Raden hun college toestemming geven om de Centrumregeling te treffen. Gezien de wettelijke verplichting de samenwerking rondom jeugdhulp in een van de vormen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen te gieten lijkt dit een theoretisch risico.
Doet het zich toch voor, dan zullen de colleges met elkaar in overleg treden over wat te doen. Doorzetten van de huidige privaatrechtelijke samenwerkingsvorm is in ieder geval op het onderdeel jeugdzorg geen optie, gezien de eis van de wetgever voor een publiekrechtelijke vorm te kiezen. De enige reële optie lijkt dan te kiezen voor een zwaardere publiekrechtelijke vorm uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, iets waarvoor in het doorlopen proces door alle colleges weloverwogen juist niet is gekozen. 1.4. De mogelijkheid van vrijstelling van taken zou op gespannen voet kunnen staan met de eis van de wetgever te werken met een eensluidende instructie. De bepaling in de Centrumregeling waarmee gemeenten vrijgesteld kunnen worden van het opdragen van bepaalde taken aan de Centrumregeling is bedoeld als overgangsbepaling om de huidige situatie te kunnen continueren en bestuurlijke onrust te voorkomen. Deze bepaling zou op gespannen voet kunnen staan met de eis van de wetgever om ten aanzien van de inkoop van jeugdhulp te werken met een eensluidende instructie door de gemeenten. Dit met als doel de administratieve processen ten aanzien van regionaal ingekochte jeugdhulp voor alle gemeenten in de regio gelijk te laten zijn. Dit risico wordt gezien de aard van de uitzonderingen gering geacht. 1.5.
Er zijn nadere afstemmingsafspraken nodig met het Bureau Regio Amersfoort Het continueren van de bestuurs-ondersteunende taak van het BRA ten behoeve van de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking en het gewenste uitbreiden van die taak met het voeren van procesregie op de samenwerking rondom beleidsvoorbereiding en -afstemming en uitvoering vraagt om nadere afstemmingsafspraken met het BRA. Hierover moeten de gemeenten en het BRA het eens worden. Financiën Het veranderen van de juridische vorm van de samenwerking in het sociaal domein als zodanig heeft geen grote financiële consequenties. De bestaande financiële basisafspraken blijven ongewijzigd en zijn vastgelegd in het Financieel protocol dat ter kennisneming is bijgevoegd. De uitvoeringskosten blijven vergelijkbaar met de uitvoeringskosten die nu gemaakt worden voor het RISB. De verdeling van de kosten was gebaseerd op het inwoneraantal van 2019 en is nu geactualiseerd naar het jaar 2023. Deze actualisering geeft wel een herverdeeleffect tussen gemeenten wat voor Bunschoten nadelig uitpakt voor dit jaar een bedrag van naar verwachting afgerond €13.000,—. Aan de begroting 2025 van de Centrumregeling, wordt op dit moment nog gewerkt, tot inwerkingtreding geldt de huidige begroting voor de geldende dienstverleningsovereenkomst.
Uitvoering Vanaf het moment dat duidelijk werd dat de wetgever een andere juridische samenwerkingsvorm voor jeugdhulp zou gaan voorschrijven is samen met de andere regiogemeenten gezocht naar de best passende oplossing. In het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein is in juni 2024 consensus bereikt over de keuze voor de Centrumregeling met Amersfoort als centrumgemeente. Het onderhavige voorstel is gezamenlijk met de andere regiogemeenten opgesteld en ambtelijk en bestuurlijk regionaal geaccordeerd. Er is ook afstemming geweest met de directeur van het BRA. Op 26 november 2024 wordt een toelichting geven op een regionale raadsbijeenkomst. Na behandeling van dit voorstel in de Raden van de regiogemeenten worden de volgende stappen gezet. Het vervolgproces verloopt stapsgewijs als volgt: Stap 1: wegen zienswijzen De colleges beoordelen de zienswijze van hun raad en overleggen in het BOSD over de zienswijzen van de raden en hoe zij daar mee om zullen gaan in de definitieve tekst van de Centrumregeling. De mogelijkheid bestaat dat bepaalde zienswijzen aanleiding geven de tekst van de Centrumregeling aan te passen.
Stap 2: opstellen voorstel De colleges stellen vervolgens, rekening houdend met deze zienswijzen, het definitief ontwerp van de Centrumregeling en het raadsvoorstel vast, waarin zij toestemming vragen aan hun raad om samen met de andere regiogemeenten de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort te mogen treffen. Stap 3: randbehandeling
De raden behandelen het toestemmingsverzoek. Deze stap heeft een formeel karakter; ruimte voor het doen van wijzigingsvoorstellen op de inhoud van de centrumregeling is er dan niet meer. De raad verleent aan het college toestemming om de regeling aan te gaan. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Stap 4: definitieve besluitvorming colleges Na verkregen toestemming van hun raad stellen de colleges de tekst van de Centrumregeling definitief vast; dit moet een eenduidig besluit zijn van alle colleges om de regeling in werking te kunnen laten treden. Stap 5: publicatie centrumregeling Nadat alle colleges de regeling hebben vastgesteld, publiceert de centrumgemeente de gemeenschappelijke regeling. Na publicatie treedt de regeling in werking. Communicatie De volgende communicatieboodschap wordt regionaal gecommuniceerd: Met dit voorstel borgt de gemeente een adequate, toekomstbestendige en integrale uitvoering van de inkooptaken en bijbehorende ondersteunende taken in het sociaal domein op regionaal niveau, welke voldoet aan de nieuwe wettelijke eisen.
De raad van de gemeente Bunschoten, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18-11-2024, nummer 1218899; Gelet op de Gemeentewet: Besluit 1. De raad besluit gelet op artikel 1, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen als zienswijze op onderhavig voorstel in te dienen dat wordt ingestemd met het voortzetten van de regionale samenwerking in het sociaal domein in de vorm van de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio Amersfoort, zoals uitgewerkt in bijgaande tekst van de Centrumregeling en de bijlagen, onder instandhouding van de bestaande bestuurlijk en financiële afspraken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van , ;30 Griffier drs. E. Hoogstraten Voorzitter mr. drs. B. Koelewijn
- 202,5