RV 1169190 bijlage Notitie beoordeling ontheffingplicht roofvogelhouder Settels Groeneweg 24 Bunschoten Ecogroen
Tekst van het document
Zuiderzeelaan 53
Aan
8017 JV Zwolle
Gemeente Bunschoten t.a.v. mevr. C. van der Krans
T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Notitie Contactpersoon
Kenmerk
Status
Datum
Marco van der Sluis
21-641
definitief
25 januari 2022
Betreft
Beoordeling ontheffingsplicht vogels roofvogelpark Groeneweg 24 in BunschotenSpakenburg Inleiding Op verzoek van de gemeente Bunschoten heeft Ecogroen een nadere beoordeling uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De beoordeling is nodig in verband met de aanvraag omgevingsvergunning voor de totstandkoming van een roofvogelpark van dhr. Settels aan de Groeneweg 24 in Bunschoten-Spakenburg. Door Groenteam1 en Laneco2 is onderzoek in het kader van natuurwetgeving uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt onvoldoende of sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming) door het gebruik van het roofvogelpark, specifiek voor weidevogels. In voorliggende notitie gaat Ecogroen in op de vraag of het gebruik van het roofvogelpark leidt tot overtreding van de Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming) aangaande weidevogels.
Situatie Het beoogde roofvogelpark bevindt zich aan de Groeneweg 24 in Bunschoten-Spakenburg (zie figuur 1). De locatie bestaat uit een woning met bijgebouwen en achterliggend erf (grasland) met langs de randen enkele bomen.
1 Oosterbaan, J. (2018). Quick Scan in het kader van de natuurwetgeving vanwege terreininrichting inclusief de bouw vogelkooien Settels Roofvo-
gelpark Bunschoten. GroenTeam, Moordrecht. 2 Brandsma, I. (2020). Adviesrapport realisatie roofvogelverblijf aan de Groeneweg 24 te Bunschoten-Spakenburg. Laneco, Ede. Pagina 1 van 6
Notitie
Figuur 1: Locatie roofvogelpark (rode figuur) aan de Groeneweg 24 in Bunschoten-Spakenburg De plannen bestaan uit de realisatie van een roofvogelverblijf en daarnaast wordt een mogelijkheid gecreëerd om roofvogeltrainingen en -demonstraties te geven op een demonstratieveld (huidige grasland achter de woning). Het roofvogelverblijf bestaat uit 24 hokken, waar in totaal circa 41 roofvogels worden gehuisvest. Rond het demonstratieveld wordt een omheining gerealiseerd en daarnaast wordt de bestaande beplanting op het erf uitgebreid. De demonstraties en trainingen vinden maximaal zes keer per week plaats (vooral op woensdag, vrijdag en zaterdag), in principe jaarrond, maar vooral in de zomerperiode.
Pagina 2 van 6
Notitie
Juridisch kader Wet natuurbescherming, onderdeel soortbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb)3 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. De bescherming van (weide)vogels is geregeld in hoofdstuk 3, artikel 3.1 t/m 3.4 uit de Wnb. Volgens artikel 3.1 eerste lid van de Wnb is het verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Volgens het tweede lid van artikel 3.1 is het daarnaast verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 van de Wnb te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het volgens het vierde lid van artikel 3.1 verboden deze vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 vijfde lid van de Wnb). Verstoringen moeten per soort worden beoordeeld in het licht van de intensiteit, duur en frequentie van herhaling van de verstoring en in het licht van het effect op de staat van instandhouding van de soort. Sporadische verstoringen zonder waarschijnlijke negatieve invloed vallen daarmee niet onder de reikwijdte van deze bepaling (MvT, Kamerstukken II 2011/12, 33348, 3, p. 138).
Aanpak Het onderzoek richt zich specifiek op de effecten door verstoring van vogels, aangezien bij het gebruik van het roofvogelpark geen vogels gedood of gevangen worden en ook geen nesten van vogels beschadigd of vernield worden. Wel is op voorhand niet uitgesloten dat vogels verstoord worden. Om na te gaan of het gebruik van het roofvogelpark leidt tot overtreding van de Wet natuurbescherming als gevolg van verstoring van vogels is een GIS-analyse uitgevoerd. Hierbij zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Bepalen bestaande verstoringsbronnen en verstoringcontouren Bruinzeel et al. 4 heeft in een studie naar weidevogels in Fryslân verstoringsbronnen en - afstanden onderzocht. Dit rapport is als uitgangspunt gebruikt om verstoringscontouren rond bestaande verstoringsbronnen te bepalen. Uit de analyse blijkt dat in de omgeving de volgende verstoringsbronnen aanwezig zijn (tussen haakjes staan de gehanteerde verstoringscontouren): • Bebouwde kom (300 meter); • Huizen buiten de bebouwde kom/ lijnvormige beplantingen (200 meter); • Provinciale wegen (100 meter); • Hoogspanningsleidingen (100 meter); • Gemeentelijke wegen (50 meter). 2. Bepalen verstoringscontour roofvogelpark Om de verstoringscontour van het roofvogelpark te bepalen is nagegaan hoe ver roofvogels zich verwijderen van het demonstratieveld tijdens de demonstraties en trainingen.
Hiervoor zijn de roofvogels uitgerust met een zender met GPS-ontvanger. Uit dit onderzoek blijkt dat roofvogels zich circa 30 meter verwijderen van het demonstratieveld (zie figuur 2). Deze afstand komt ook goed overeen met de praktijkervaring van dhr. Settels. De kans dat roofvogels ontsnappen/ veel verder weg te vliegen bij trainingen en demonstraties is nihil (mondelinge mededeling Jeroen Settels,
3 Zie voor de actuele wettekst https://wetten.over-heid.nl/BWBR0037552/ 4 L.W. Bruinzeel, A.G.M. Schotman (2011). Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rap-
port 2184. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen. Pagina 3 van 6
Notitie
Centrum voor Valkerij- en Natuureducatie). In figuur 3 zijn de locatie van het demonstratieveld (groene cirkel) en omliggende ruimte die roofvogels gebruiken om te vliegen (rode cirkel) weergegeven.
Figuur 2: Vliegbeweging roofvogel tijdens demonstratie.
Figuur 3: Locatie demonstratieveld (groene cirkel) en omliggende vliegruimte roofvogels (rode cirkel). Rond de zone die roofvogels tijdens demonstraties en trainingen gebruiken om te vliegen is een verstoringscontour bepaald. Hiervoor is uitgegaan van de maximale verstoringscontour van 400 meter die in het rapport ‘Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân’ is opgenomen. In de literatuur zijn namelijk geen specifieke afstanden bekend waarop broedende weidevogels door over- of langsvliegende roofvogels verstoord worden.
Pagina 4 van 6
Notitie
Vervolgens zijn de verstoringscontouren van de al bestaande verstoringsbronnen en de nieuwe verstoringscontour van het roofvogelpark over elkaar heen gelegd om te bepalen welk gebied mogelijk extra verstoord wordt. Op basis van een in 2021 uitgevoerde weidevogelinventarisatie door Sovon5 is bepaald of territoria van weidevogels aanwezig zijn in het extra verstoorde gebied (zie figuur 4 voor de begrenzing van het onderzoeksgebied van de weidevogelinventarisatie op een verspreidingskaart uit het rapport van Sovon).
Figuur 4: Onderzoeksgebied weidevogelinventarisatie Sovon (zwart omlijnde gebieden) op de verspreidingskaarten van kievit en scholekster (Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland).
Resultaten Uit de analyse van bestaande verstoringscontouren en de verstoringscontouren van het roofvogelpark blijkt dat door het gebruik van het roofvogelpark een klein gebied extra wordt verstoord. Dit gebied bevindt zich aan de zuidzijde van de provinciale weg N806 Nijkerkerweg (zie bijlage 1). Uit de weidevogelinventarisatie van Sovon blijkt dat in 2021 in dit extra verstoorde gebied geen territoria van weidevogels zijn aangetroffen. Overigens ontbreken territoria van kritische weidevogels als grutto, tureluur, kemphaan, veldleeuwerik, zomertaling, slobeend en graspieper geheel binnen de verstoringscontour van het roofvogelpark. Alleen de minder kritische weidevogels kievit (5 paartjes) en scholekster (2 paartjes) hebben territoria binnen de verstoringscontour van het roofvogelpark én de verstoringscontouren van bestaande verstoringsbronnen als de N806 en de bebouwing van Bunschoten-Spakenburg (zie figuur 4). Vermoedelijk vormt hier aanwezigheid van zeer geschikt broedbiotoop (akkerland) en de schaarsheid van dergelijke broedbiotopen in de omgeving (overwegend grasland aanwezig) dat kievit en scholekster deze plekken met verstoring toch als broedplek accepteren en gebruiken.
5 Slaterus R., Majoor F. & van Kleunen A. 2021. Weidevogels in de provincie Utrecht in 2021. Sovon-rapport 2021/69. Sovon Vogelonderzoek Ne-
derland, Nijmegen. Pagina 5 van 6
Notitie
Er is voor zover bekend geen literatuur bekend over het effect van verstoring op broedende weidevogels door overof langsvliegende roofvogels. De roofvogels uit het vogelpark zijn ook niet geïnteresseerd in (het verschalken van) de weidevogels, maar zijn juist gefocust op de prooi van de valkenier en blijven daardoor op korte afstand van de valkenier (mondelinge mededeling Jeroen Settels, Centrum voor Valkerij- en Natuureducatie). Door de kortdurende en weinig voorkomende verstoringsmomenten (maximaal 6 demonstraties per week) is niet aannemelijk dat het roofvogelpark voor een dermate ernstige, extra verstoring zorgt dat kievit en scholekster daardoor hun huidige broedplekken verlaten. Er is daardoor geen sprake van verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de mogelijk aanwezige weidevogels en daarmee is ook geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming door het gebruik van het roofvogelpark.
Conclusie De realisatie van het roofvogelverblijf en het geven van demonstraties met de roofvogels leidt niet tot negatieve gevolgen voor de in de directe omgeving van het roofvogelverblijf voorkomende weidevogels. Er is geen sprake van een dermate ernstige, extra verstoring die zorgt dat weidevogels - en in het bijzonder kievit en scholekster - daardoor hun huidige broedplekken verlaten. Ook van overtreding op de overige verbodsbepalingen uit artikel 3.1 van de Wnb is niet gebleken. Een ontheffing (onderdeel soortenbescherming) van de Wnb is niet aan de orde.
Pagina 6 van 6
Bijlage 1 Kaart verstoringsbronnen en -contouren
Project
Juridsche advisering Groeneweg 24 Bunschoten Onderwerp
Verstoring roofvogel demonstra es Legenda Demonstra e zone roofvogels Bestaande verstoringsbronnen Bebouwde Kom Erven Hoogspanningsleiding Provinciale weg Gemeentelijke wegen Verstoringscontouren Bestaande verstoringscontour Verstoringscontour roofvogels (400m) Extra verstoring
Datum 12-1-2022
Schaal
Opdrachtgever Gemeente Bunschoten
Versie DO1
Kaartondergrond Luch oto/PDOK
Getekend door R. van Heumen
Kaartnummer 1
Formaat A3, liggend
Projectnummer 21-641
Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl