CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1161792 bijlage Beleidsplan gladheidsbestrijding 2021 - 2025

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1161792 Beleidsplan gladheidsbestrijding 2021-20256.248 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan gladheidsbestrijding Gemeente Bunschoten 2021 – 2025

Bunschoten-Spakenburg, mei 2021 Status: definitief

Beleidsplan gladheidsbestrijding

2021 – 2025

Gemeente Bunschoten Team Buitendienst P.J. Bos

2

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................ 4 1 Inleiding .............................................................................................................. 6 2 Bestaande situatie .............................................................................................. 7 3 Relevante aspecten en bepalingen ..................................................................... 9 3.1 Algemeen ..................................................................................................... 9 3.2 Juridische aspecten...................................................................................... 9 3.3 Arbo-aspecten ............................................................................................ 10 3.4 Milieuaspecten ........................................................................................... 11 3.5 Risico-inventarisatie en evaluatie ................................................................... 12 3.6 Integrale Visie ................................................................................................ 13 3.7 Strooimethodiek en signaleringsmethode ...................................................... 14 3.7.1 Strooimethodiek ......................................................................................

14 3.7.2 Signaleringsmethode ............................................................................... 15 3.8 Communicatie gladheidsbestrijding ............................................................ 16 3.9 Registratie en evaluatie ................................................................................. 16 3.9.1 Registratie ............................................................................................... 16 3.9.2 Evaluatie ................................................................................................. 16 3.10 Relevante ontwikkelingen ......................................................................... 17 3.11 Knelpuntenanalyse ................................................................................... 18 4 Uitgangspunten beleid ...................................................................................... 19 4.1 Algemeen ................................................................................................... 19 4.2 Keuzes gladheidsbestrijding ....................................................................... 19 4.3 Prioriteiten gladheidsbestrijding .................................................................. 23 4.3.1 Wegtypen ................................................................................................

23 4.3.2 Tijdscriteria .............................................................................................. 24 4.3.3. Doelgroepen........................................................................................... 24

3

Samenvatting Huidige situatie De gladheidsbestrijding op de gemeentelijke wegen wordt in eigen beheer en met eigen materieel uitgevoerd. De gemeente heeft de beschikking over twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg, twee kleinere auto’s met natzoutstrooier en sneeuwploeg, tractor met schuif, shovel met schuif en borstel. De gemeente via de zogenaamde natzout strooimethode. Het grote voordeel van deze methode is dat de gemeente meer preventief kan acteren. Relevante aspecten en bepalingen De wijze waarop ‘’gladheidsbestrijding’’ vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder, voor het in goede en veilige staat verkeren van de wegen, vastgesteld in de Wegenwet. Bij de invulling van deze zorgtaak heeft de wegbeheerder te maken met Arbo-aspecten en met de nadelige effecten die het gebruik van dooimiddelen heeft op het milieu. Risico-inventarisatie De keuzes die gemaakt worden op het gebied van gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de afweging van de belangen op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. Het uitvoeren van een risico-inventarisatie is een goed hulpmiddel om vooraf na te denken over mogelijke risico’s en de gevolgen ervan.

Integrale visie Met integrale visie wordt beoogd dat zoveel mogelijk wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Dit omdat wintergladheid niet alleen in de gemeente Bunschoten voorkomt maar grensoverschrijdend is. De geformuleerde visie is een belangrijk hulpmiddel voor de wegbeheerder bij het opstellen en invullen van het beleid pp het gebied van de gladheidsbestrijding. Hierbij wordt ingezien dat een samenhangende aanpak zowel binnen het eigen beheergebied als van aangrenzende wegbeheerders, van groot belang is. Strooimethodiek en signaleringsmethode De gemeente Bunschoten strooit volgens de natzout strooimethode. Voordeel hiervan is dat er gerichter kan worden gestrooid en hierdoor minder dooimiddel nodig is. Ook is dit minder belastend voor het milieu. Tegenwoordig hebben de gladheidscoördinatoren de beschikking tot de Roadmaster-app. Omdat er in Bunschoten geen wegdektemperatuurmeter is, wordt door middel van de app gebruik gemaakt van de wegdektemperatuur van andere (omliggende) gemeenten. De gemeente ontvangt dagelijks de weersverwachting van DTN. Daarnaast is er de eigen waarneming van de coördinator. Met behulp van deze instrumenten beslist de gladheidscoördinator om die dag wel of niet te gaan strooien.

4

Uitgangspunten beleid In het kader van de gladheidsbestrijding rust op de gemeente een inspanningsverplichting. Het staat haar vrij de beleidskeuze te maken om bepaalde wegen wel en anderen niet te strooien en prioriteiten te stellen op basis van verkeersintensiteiten. Om prioriteiten in gladheidsbestrijding (hoog, middel of laag) te bepalen is door de CROW-stuurgroep ‘’Gladheidsbestrijding’’ gebruik gemaakt van de categorisering van wegen naar hun verkeersfunctie. In bijlage I is per wegcategorie en soort gladheid de voorkeur voor de wijze en prioriteit van gladheidsbestrijding aangegeven. De gemeente Bunschoten conformeert zich zoveel als mogelijk is aan deze richtlijnen waarbij in principe preventief wordt gestrooid. Communicatie en evaluatie Voor alle betrokkenen binnen de eigen gemeentelijke organisatie als voor burgers en weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd. Intern dient de communicatie op een juiste en duidelijke wijze te worden overgebracht. Alle betrokken medewerkers moeten weten wat er in geval van gladheid van hem of haar wordt verwacht. Extern moeten de burgers en weggebruikers tijdig worden geïnformeerd over het gemeentelijke beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding.

De laatste stap in het proces van planvorming tot en met uitvoering van de gladheidsbestrijding is de evaluatie. De evaluatie vindt aan het eind van ieder strooiseizoen plaats. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt. De hoofden verbeterpunten worden verwerkt in het eerstvolgende ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.

5

1 Inleiding De eisen die de samenleving aan de gladheidsbestrijding stelt worden steeds hoger. Mobiliteit moet zoveel mogelijk ook onder winterse omstandigheden worden gewaarborgd. Een andere ontwikkeling is de verdergaande juridificering van de maatschappij. Wegbeheerders worden steeds vaker aansprakelijk gesteld voor gebreken aan de weg (waaronder ook winterse omstandigheden op de weg). Door deze ontwikkelingen is een gedegen aanpak van de gladheidsbestrijding en het hebben van een logische samenhang in beleid en uitvoering steeds belangrijker. Om hieraan te voldoen is het hebben van een beleidsplan voor de gladheidsbestrijding, dat door de gemeenteraad is vastgesteld, van groot belang. Genoemde ontwikkelingen zijn voor de CROW-stuurgroep ‘’Gladheidsbestrijding’’ en de commissie ‘’Reiniging’’ van de Vereniging voor afval- en reinigingsmanagement (NVRD) aanleiding geweest om een gezamenlijke werkgroep op te richten die tot taak kreeg om een uniforme leidraad te ontwikkelen voor wegebeheerders voor het opstellen van een beleidsplan gladheidsbestrijding. Deze leidraad heeft geen wettelijke status. Maar omdat er geen concrete regelgeving bestaat op het gebied van gladheidsbestrijding wordt er in de praktijk wel een zekere juridische status aan toegekend. Bij het opstellen van dit ‘’Beleidsplan gladheidsbestrijding’’ gemeente Bunschoten is deze leidraad in grote lijnen gevolgd.

Het beleidsplan beschrijft de verantwoordelijkheden, uitgangspunten en doelstellingen van het gemeentelijk beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. Het biedt voor de periode 2021 – 2025 de basis voor het operationele ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’ waarin de concrete uitvoeringsacties worden benoemd. Het uitvoeringsplan wordt jaarlijks na het winterseizoen geëvalueerd en aan de hand hiervan geactualiseerd en door het college van B&W vastgesteld. Doelstelling beleidsplan gladheidsbestrijding: Beschrijven van de verantwoordelijkheden en uitgangspunten van het gemeentelijk beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding in de gemeente Bunschoten.

6

2 Bestaande situatie Gladheidsbestrijding in de gemeente Bunschoten wordt op de gemeentelijke wegen verzorgd door de gemeente en op de provinciale wegen (Amersfoortseweg N199, Bisschopsweg N414 en Oostelijke Randweg/Nijkerkerweg ged. N806) door de provincie Utrecht. De uitvoering van de gladheidsbestrijding op de gemeentelijke wegen wordt sinds jaren in eigen beheer en met eigen materieel uitgevoerd. De buitendienst heeft de wens om naar 3 strooiploegen te gaan, die gedurende het winterseizoen allemaal 8 of 9 weken dienst hebben, verdeeld over het seizoen. De strooiploegen bestaan uit drie chauffeurs en de gladheidscoördinator. Bij hevige sneeuwval wordt er opgeschaald naar zes man. De strooiploeg heeft de beschikking over twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg, twee kleinere auto’s met natzoutstrooier en sneeuwploeg, tractor met schuif, shovel met schuif en borstel.

7

Met behulp van de dagelijkse gladheidsrapportages van Meteo Consult, de Roadmaster App en de eigen waarneming bepaalt de geconsigneerde coördinator gladheidsbestrijding wanneer, waar en op welke wijze de gladheid wordt bestreden. De consignatieperiode loopt in het winterseizoen van 1 november tot 1 april. Er wordt in principe preventief gestrooid. Dit wil zeggen dat als de gladheidswaarschuwing/verwachting er is (roadmaster DTN), gaan we over tot preventief strooien.

8

3 Relevante aspecten en bepalingen 3.1 Algemeen In Nederland is de gladheidsbestrijding een verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Afhankelijk van het type weg kunnen dit Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten zijn. Al deze partijen hanteren hun eigen beleid voor de gladheidsbestrijding en gaan hier op verschillende manieren mee om. Dit kwam de overzichtelijkheid voor de weggebruiker niet ten goede. Daarom wordt er sinds een aantal jaren zoveel mogelijk uniformiteit in de gladheidsbestrijding nagestreefd. De wijze waarop de gladheidsbestrijding vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder, voor het in goede staat verkeren van de wegen vastgesteld in de Wegenwet (artikel 16 e.v.). Bij de invulling van deze zorgtaak heeft de wegbeheerder te maken met Arbo-aspecten en met de nadelige effecten die het gebruik van dooimiddelen heeft op het milieu.

3.2 Juridische aspecten 3.2.1 Wegenwet De wegbeheerder is op grond van de Wegenwet, hoofdstuk IV artikel 15 t/m 26, verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg. Als hij niet voldoet aan deze verantwoordelijkheid, met schade bij gebruikers als gevolg, kan hij voor die schade aansprakelijk worden gehouden. Er moet dan wel voldaan worden aan de voorwaarden voor aansprakelijkheidsstelling. Dit zal niet bij elk ongeval het geval.

3.2.2 Burgerlijk Wetboek De aansprakelijkheid van de wegbeheerder kan op twee gronden worden gebaseerd. Allereerst de verantwoordelijkheid voor gebreken aan de weg en weguitrusting, zoals opgenomen in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is een risicoaansprakelijkheid. Echter dit artikel regelt niet de mogelijke verantwoordelijkheid van de wegbeheerder voor zaken en substanties die niet op het wegdek thuis horten, zoals zand en olie, maar ook sneeuw, ijzel of rijp. De mogelijke aansprakelijkheid voor ongevallen door zaken op het wegdek moeten worden beoordeeld op basis van artikel 6:162 uit het BW. Dit is een aansprakelijkheid op basis van een onrechtmatige daad.

9

3.2.3 Aansprakelijkheidsstelling Een belangrijk punt bij aansprakelijkheidsstelling bij winterse gladheid is de vraag of er sprake is van verwijtbaarheid van de wegbeheerder. De bewijslast hiervoor ligt in beginsel bij de eisende partij. Als een wegbeheerder kan aantonen dat hij op structurele wijze aan zijn zorgplicht/inspanningsverplichting heeft voldaan is hij in principe niet aansprakelijk voor de geleden schade. Om hieraan te voldoen moet hij de volgende zaken goed op orde en aantoonbaar hebben: - Een adequaat gladheid meldsystematiek; - Voldoende en goed onderhouden materieel; - Snel en doeltreffende handelen als bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente worden gemeld of bekend zijn; - Inwoners jaarlijks, voor het winterseizoen, informeren over het gemeentelijk beleid voor de gladheidsbestrijding; - Een administratie bijhouden van (uitruk)tijden en gereden routes; - Het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’ jaarlijks evalueren, actualiseren en communiceren.

Beleidsvoorstel: De gemeente publiceert jaarlijks, voor het strooiseizoen, het door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurde ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.

3.2.4 Verplichting burgers De vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft in haar modelverordening APV de regels tot het sneeuwvrij maken van trottoirs voor woningen laten vervallen. Dit i.v.m. deregulering van wetten en regels en omdat handhaving op deze regeling zeer moeilijk uitvoerbaar was. Verder is bij vonnis bepaald dat van bewoners niet kan worden geëist dat zij bij sneeuwval hun trottoir voor en/of naast hun perceel voortdurend sneeuwvrij houden.

3.3 Arbo-aspecten De uitvoering van de gladheidsbestrijding vindt vaak plaats onder moeilijke omstandigheden. Vaak vinden de werkzaamheden buiten reguliere werktijden plaats, soms op nog gladde wegen en met agressieve dooimiddelen.

3.3.1. Wet- en regelgeving arbeidsomstandigheden De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet. Voor gemeentepersoneel gelden de arbeidsvoorwaarden volgens de CAR-UWO. Hierin is geregeld dat de werkgever de ambtenaar kan verplichten om zich, buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden, beschikbaar te houden voor gladheidsbestrijding, als hij dit voor het dienstbelang nodig acht.

10

3.3.2 Veiligheid Veiligheidsaspecten bij gladheidsbestrijding hebben voornamelijk betrekking op het gebruik van materiaal en materieel en op de uitvoering. Voor de start van het winterseizoen wordt op de gemeentewerf een bijeenkomst georganiseerd voor alle betrokkenen en worden alle procedures doorlopen. De belangrijkste zaken die hierbij aan de orde komen zijn: - het bedienen en omgaan met het gladheidsbestrijdingsmaterieel - controle en het afstellen van de doseerinstallatie van de opzetstrooiers - het omgaan met de dooimiddelen - hoe om te gaan met onveilige situaties die zich tijdens het strooien kunnen voordoen Gladheidsbestrijdingsmaterieel moet conform de Arbowetgeving zijn voorzien van CE-markering met bijbehorende EG-verklaring.

Beleidsvoorstel: De uitvoering van de gladheidsbestrijding alten verrichten conform de bepalingen volgens de Arbeidstijdenwet. Het materieel voor de gladheidsbestrijding jaarlijks laten keuren door een gecertificeerde instanties.

3.4 Milieuaspecten Gladheidsbestrjiding heeft nadelige effecten voor het milieu. Dit wordt voornamelijk door het verkeer veroorzaakt, omdat een deel van het dooimiddel door verwaaiing naast de weg komt en door opspattend zout smeltwater. Na verloop van tijd bereikt een gedeelte van het zout het oppervlaktewater en/of grondwater wat belastend is voor het leefmilieu in en om het oppervlaktewater. Ook hebben sommige boom- en heester soorten hiervan te lijden. De meest voor de hand liggende maatregel om milieuschade te beperken is ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk dooimiddel in het milieu terecht komt. Dit kan op de volgende manieren worden bereikt: - Door te strooien volgens de ‘’natzout’’ strooimethode wordt er nauwkeuriger gestrooid en treedt er nagenoeg geen verwaaiing op, omdat het zout enigszins aan het wegdek plakt. - Voorafgaand aan elke strooiactie moet worden gecontroleerd of de doseerinstallatie van de strooier en de strooibreedte op de juiste hoeveelheid is afgesteld. - Door bewust om te gaan met het aantal strooiacties

Beleidsvoorstel: Vanuit milieuaspecten streven naar een beperkt en gericht strooiregime met een minimale dosering van het dooimiddel.

11

3.5 Risico-inventarisatie en evaluatie De keuzes die gemaakt worden op het gebied van gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de afweging van de belangen op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. Het uitvoeren van een risico-inventarisatie is een goed hulpmiddel om vooraf na te denken over mogelijke risico’s en de gevolgen hiervan. In tabel 1 zijn de mogelijke risico’s die op de gemeente Bunschoten van toepassing zijn nader beschreven.

Risico Verkeer Mogelijk plaatselijk glad

Oorzaak

Maatregel

Wel/niet strooien in hetzelfde wegvak

Overleg/afstemming met aangrenzende (weg)beheerders Waarschuwingsborden plaatsen in het winterseizoen Alarmering uit laten gaan van meest gevoelige locaties. Prioriteit binnen strooigebied bijstellen; Waarschuwingsborden plaatsen. Strooibeleid bijstellen op basis van ervaringen Prioriteit stellen op basis van Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan Voorlichting inwoners over strooibeleid Gedegen voorraadbeheer; Leveringsgarantie in aankoopcontract regelen; Inkorten strooiroutes en deze beperken tot alleen hoofdwegen en bus routes en dit communiceren naar inwoners Inschakelen van derden (personeel en/of materieel); Inkorten strooiroutes en deze beperken tot alleen de hoofdwegen en de bus routers en dit communiceren naar de inwoners

Buitenwegen die niet worden gestrooid Geografische omstandigheden

Overgang in verhardingssoorten Verkeersintensiteit

Onwetendheid weggebruiker Te kort aan dooimiddel

Extreem langdurige gladheid

12

Materieel Materieel niet inzetbaar

Beperkte inzetbaarheid

Personeel Gezondheid

Storing

Obstakels, te smal wegprofiel

Chemische samenstelling dooimiddel

Ziekte Uitval

Ongeval

Gladheidsmeldsysteem Geen meldingen Storing mobiele netwerken Milieu Aantasting bermen en Hoge zoutbelasting begroeiing

Preventief onderhoud; Tijdige vervanging; Jaarlijks onderhoud door leverancier Controle tijdens ontwerpfase; Zo nodig aanpassen wegontwerp; Controle routes buiten winterseizoen Voorlichting, instructie gebruik van hulpmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar stellen Reservechauffeur oproepen Veiligheidsuitrusting materieel; mobiel bereikbaar Via eigen waarneming

Automatische controle dosering en strooibreedte. Strooicomputer aanpassen per kant en te gebruiken zout.

Tabel 1

3.6 Integrale Visie Met integrale visie wordt beoogd dat zoveel mogelijk wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Dit omdat wintergladheid niet alleen in de gemeente Bunschoten voorkomt maar grens overstijgend is. Als gladheid optreedt, gebeurt dit plaatselijk, regionaal of zelfs landelijk. De weggebruiker wil van A naar B op een veilige en betrouwbare manier en is niet geïnteresseerd in de overheidsinstantie, die het stukje weg waarop hij rijdt begaanbaar moet houden. Ook is hij niet geïnteresseerd in de manier waarop dit gebeurt. Weggebruikers zijn gebaat bij een integrale aanpak van de gladheidsbestrijding ter voorkoming van gladheid. De integrale visie wordt als volgt gekenmerkt: - De veiligheid van de weggebruikers staat voorop; - Gladheidspreventie gaat, waar noodzakelijk en indien mogelijk, boven curatieve gladheidsbestrijding 13

De geformuleerde visie is een belangrijk hulpmiddel voor de wegbeheerder bij het opstellen van het beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. Binnen de wettelijke kaders en vele praktische randvoorwaarden hebben wegbeheerders door de jaren heen hun taken op het gebied van gladheidsbestrijding verschillend ingevuld. Hierdoor was het beleid ten aanzien van de gladheidsbestrijding weinig uniform. Tegelijkertijd werd ingezien dat een samenhangende aanpak, zowel binnen het eigen beheergebied als de gebieden van aangrenzende wegbeheerders, van groot belang is. Allereerst voor de weggebruiker, die daardoor bij gladheid beter weet waar hij aan toe is. Maar ook voor de wegbeheerder, die daardoor efficiënter en effectiever kan opereren. Dit heeft met de instelling van een landelijke CROW-werkgroep geleid tot een integrale visie op het gebied van gladheidsbestrijding. De gemeente Bunschoten conformeert zich waar mogelijk aan deze integrale visie.

3.7 Strooimethodiek en signaleringsmethode 3.7.1 Strooimethodiek De gladheid wordt in Nederland bestreden door het aanbrengen van een dooimiddel (wegenzout) op het wegdek en/of neerslag (sneeuw) te verwijderen met sneeuwploegen. Wintergladheid wordt op twee manieren bestreden, te weten preventief of curatief. Bij preventief strooien wordt dooimiddel aangebracht voordat het wegdek glad wordt. Bij curatief strooien is er sprake van bestrijding van gladheid die al op enkele plekken aanwezig is. Het strooien van zout is een breed geaccepteerde methode om wintergladheid te bestrijden. De natzoutmethode wordt door Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten op grote schaal toegepast. Wanneer tijdens een strooiactie zout wordt gestrooid op de weg, is het de bedoeling dat het zout zo gelijkmatig mogelijk over de verharding wordt verspreid. Door de snelheid van de strooiauto en door de wind kan het zout verwaaien en in de berm terecht komen. Bij het strooien van natzout komt dit verwaaien minder voor. Dit heeft de volgende positieve effecten: - Het zoutverbruik is lager omdat het strooiproces efficiënter is - Doordat er minder verwaaiing van het zout plaatsvindt naar de bermen wordt het milieu minder belast - Doordat het zou al (deels) in oplossing is zal de werking van het dooimiddel sneller zijn De gemeente Bunschoten strooit volgens de ‘’natzout’’ strooimethode.

14

3.7.2 Signaleringsmethode De techniek die gebruikt wordt voor het voorspellen van wintergladheid wordt een gladheidmeldsysteem (GMS) genoemd. Met behulp van dit systeem is het mogelijk om optredende gladheid vroegtijdig te detecteren en hierop de gladheid adequaat en locatiegericht te bestrijden. Rijkswegen en vrijwel alle provinciale wegen zijn tegenwoordig met dit systeem uitgerust. Ook enkele gemeenten hebben hun hoofdwegen hiermee uitgerust. De gemeente Bunschoten beschikt niet over een eigen gladheidmeldsysteem, maar maakt gebruik van de datagegevens uit de Roadmaster App, die onder andere gebruikt maakt van wegdektemperatuurmeters uit buurgemeenten.

Infographic Roadmaster App

De gladheidsbestrijding in de gemeente Bunschoten wordt geleid door één van de twee coördinatoren gladheidsbestrijding. De coördinator verricht deze werkzaamheden zowel binnen als buiten zijn reguliere werktijd. Hij bepaalt of er wel of niet wordt gestrooid. De volgende instrumenten heeft hij tot zijn beschikking om te komen tot een weloverwogen besluit om al dan niet te gaan strooien: - roadmaster App - eigen waarneming tijdens schouwen - melding van de politie - weersverwachting

15

-

3.8 Communicatie gladheidsbestrijding Voor zowel betrokkenen binnen de eigen gemeentelijke organisatie als weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd. Intern dient de communicatie op een duidelijke wijze te worden overgebracht. Alle betrokken medewerkers moeten in geval van gladheid weten wat er van hem of haar wordt verwacht. Extern moeten de burgers en weggebruikers tijdig worden geïnformeerd over het gemeentelijk beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding.

3.9 Registratie en evaluatie 3.9.1 Registratie Een volledige registratie van de basisgegevens over de uitvoering van de gladheidsbestrijding is belangrijk uit het oogpunt van verantwoording en dient als basis voor de evaluatie. Ingeval van aansprakelijkheidsstelling kan de wegbeheerder met deze gegevens aantonen hoe de gladheidsbestrijding, op een bepaald tijdstip is uitgevoerd. Ook als wordt besloten om niet te strooien, moeten deze gegevens zorgvuldig worden vastgelegd. De te registreren basisgegevens zijn: - datum en tijd van gladheidsmelding - aard van de gladheid en weergesteldheid - motivering om in bepaalde situaties niet te strooien - tijdstippen waarop met een strooiactie is gestart en waarop deze is geëindigd - betrokken medewerkers en ingezet materieel - bij langdurige gladheid tussentijdse voortgangsrapportage van het strooien (tijd, plaats voertuig op route, bijzonderheden) - vermelden van calamiteiten en bijzonderheden

3.9.2 Evaluatie De laatste stap in het proces van planvorming tot en met uitvoering van de gladheidsbestrijding is de evaluatie. De evaluatie vindt aan het einde van ieder strooiseizoen plaats. Het initiatief hiertoe wordt genomen door de gladheidscoördinator van het team Buitendienst. De onderwerpen die bij de evaluatie ter sprake moeten komen zijn: - klachten en eventuele schadeclaims die zijn binnengekomen - Arbo en veiligheid; zijn werkzaamheden uitgevoerd volgens plan en hebben zich gesignaleerde veiligheidsrisico’s voorgedaan - zijn verantwoordlijkheden in het totale proces duidelijk, zijn normen en tijden gehaald; - communicatie; waren alle betrokken partijen goed geïnformeerd; - passen de gemaakte kosten binnen de beschikbare budgetten.

16

Onderdeel van de evaluatie is het voeren van een overleg met alle uitvoerende medewerkers. Belangrijk gespreksonderwerp hierbij is het zoeken naar eventuele verbeterpunten. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt. De hoofdpunten hieruit worden verwerkt in het eerstvolgende ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.

3.10 Relevante ontwikkelingen Het weggennet binnen de gemeente Bunschoten is vanwege in- en uitbreidingsplannen aan veranderingen onderhevig. Er worden nieuwe wegen of fietspaden aangelegd en/of als gevolg van wijzigingen in het verkeersbeleid kunnen wegen ‘van karakter veranderen’. Daarom wordt jaarlijks beoordeeld of de strooiroutes nog logisch zijn en of het materieel nog voldoende is om – binnen de gestelde tijdsnormen – te kunnen strooien. Ook de dooimiddelen en innovatietechniek van strooien zijn aan veranderingen onderhevig. Het is gewenst om deze ontwikkelingen te blijven volgen en aanpassingen te doen indien er voordeel mee te behalen is. Dit zowel op financieel als milieugebied. Genoemde aspecten zijn een belangrijke reden waarom het beleidsplan om de vijf jaar opnieuw moet worden opgesteld. Samenwerking Inkoop Samenwerking Noord-Veluwe (ISNV) In 2020 is de aankoop van zout gezamenlijk aanbesteed met de ISNV gemeenten. In het zoutdepot op de gemeentewerf ligt aan het begin van het winterseizoen een zoutvoorraad van 120 ton. Hiernaast beschikt de buitendienst over een strategische voorraad van 70 ton, die op depot ligt. De gemeentewerf heeft niet voldoende ruimte om deze (ook) op de werf op te slaan. Beleidsvoorstel: Bij de start van het winterseizoen 120 ton zout in de zoutloods op de gemeentewerf hebben.

Bij extreem winterweer en om die reden een tekort aan zout, de strategische zoutvoorraad van 70 ton aanbreken.

17

3.11 Knelpuntenanalyse Het uitvoeren van een knelpuntenanalyse is een hulpmiddel om vooraf na te denken over eventueel te verwachten knelpunten in de gladheidsbestrijding. Onderstaande enkele voorbeelden hiervan: - openbare voorzieningen in de gemeente die zonder al te veel hinder bereikbaar moeten zijn zoals winkelcentra, brandweer, politie, scholen, gemeentehuis, bejaardenhuizen etc. - gevoelige locaties: bruggen, trappen, bepaalde wegdektypen etc. Risicoanalyse van (mogelijk) gevaarlijke weggedeelten Binnen de grenzen van de gemeente zijn enkele wegen en bruggen die bij temperaturen rond 0° Celsius meer kans hebben glad te worden dan andere. In het bijzonder de Smeerweg is hier gevoelig voor. Om weggebruikers hiervoor te waarschuwen worden gedurende het winterseizoen attentieborden geplaatst met gladheidswaarschuwing.

Ook enkele bruggen hebben een verhoogde kans om glad te worden. Bij een eventuele afweging wel of niet te gaan strooien zijn dit voor de gladheidscoördinator referentiepunten. Genoemde knelpunten en risico’s worden verder uitgewerkt in het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.

18

4 Uitgangspunten beleid In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven op basis waarvan het ‘’Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding’’ jaarlijks wordt samengesteld. De uitgangspunten beschrijven de keuzes en prioriteiten op het gebied van de gladheidsbestrijding in de gemeente Bunschoten.

4.1 Algemeen In het kader van de gladheidsbestrijding rust op de gemeente een inspanningsverplichting. Het staat haar vrij de beleidskeuze te maken om bepaalde wegen niet te strooien en op basis van verkeersintensiteiten prioriteiten te stellen. De gemeente handelt wel onrechtmatig als zij, ondanks uitdrukkelijk aan haar gegeven waarschuwingen, een gevaarlijke situatie langere tijd zonder noodzaak laat voortbestaan dan wel daarvoor niet waarschuwt. Voor het beleid ten aanzien van de gladheidsbestrijding gelden de volgende uitgangspunten: - doel van de gladheidsbestrijding is een bijdrage te leveren aan de verkeersveiligheid en de economische en maatschappelijke voortgang onder winterse omstandigheden - veiligheid van het uitvoerend personeel heeft tijdens de uitvoering van de gladheidsbestrijding de hoogste prioriteit - gladheidsbestrijding vindt in principe plaats van 1 november tot 1 april het jaar daarop - bij de uitvoering van de gladheidsbestrijding moet worden voorkomen, dat het milieu onevenredig wordt belast door overmatig gebruik van dooimiddel - bij prioritering van routes vindt afstemming plaats met de buurgemeenten - gebouwen met een openbare functie en plaatsen die gevoelig zijn voor het optreden van gladheid, zoals bruggen, trappen e.d. worden zo veel mogelijk opgenomen in de strooiroute

4.2 Keuzes gladheidsbestrijding De keuzes die gemaakt worden op het gebied van de uitvoering van de gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de belangenafweging op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. De gladheidsbestrijding is een op zichzelf staand werkveld. Het omvat elementen van wegbeheer en verkeersveiligheid en heeft daarnaast raakvlakken met de aanpak van calamiteiten. Het anticiperen op het voorkomen van gladheid vereist van de gladheidscoördinatoren een basiskennis van de meteorologie en daarnaast kennis van het coördineren van een gladheidsbestrijdingsactie. De coördinator van de gemeente bepaalt uiteindelijk of er wel of niet wordt gestrooid.

19

Ontstaan van wintergladheid

Om wintergladheid goed te kunnen bestrijden is het hebben van inzicht in de wijze waarop en de omstandigheden waaronder wintergladheid kan ontstaan van groot belang. Wintergladheid ontstaat meestal als aan twee voorwaarden wordt voldaan: - de temperatuur van het wegdek ligt onder het vriespunt - het wegdek is nat of bedekt met sneeuw, hagel of ijzel Daarnaast worden drie soorten wintergladheid onderscheiden: - door bevriezing van natte weggedeelten - door condensatie (aanvriezen van vocht uit de lucht aan het wegdek) - door neerslag (ijzel, sneeuw of hagel) 4.2.1. Afwegingen materieel De gemeente Bunschoten beschikt over twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg, twee kleinere auto’s met natzoutstrooier en sneeuwploeg, tractor met schuif, shovel met schuif en borstel. Het materieel is in eigendom van de gemeente. 4.2.2. Afwegingen personeel De gladheidsbestrijding wordt in eigen beheer uitgevoerd. Voor aanvang van de winterperiode wordt door de coördinator gladheidsbestrijding een consignatierooster opgesteld waarop is aangegeven wie in welke week als gladheidscoördinator optreedt. Ook voor de strooiploegen wordt een rooster opgesteld waarbij elke ploeg in principe om de week wachtdienst draait. De gladheidscoördinator is tevens belast met de systematische controle op het verloop en effect van de gladheidsbestrijding tijdens en/of na het strooien.

Indien nodig wordt tijdens de strooiactie de strooihoeveelheid aangepast en/of worden weggedeelten voor een tweede maal gestrooid. Controle vindt voornamelijk plaats op de meest kritieke punten. 4.2.3 Systeem gladheidsmelding Een gladheidssysteem verzamelt gegevens over de daadwerkelijke toestand van het wegdek en de wegomgeving. Tegenwoordig is 70% van alle gladheid ongeveer tien uur van tevoren redelijk nauwkeurig te voorspellen. De gemeente Bunschoten beschikt zelf niet over een gladheidsmeldsysteem. Via DTN, ontvangt de gemeente, gedurende het winterseizoen, dagelijks een email met de gladheidsverwachting voor het beheersgebied van de gemeente. Daarnaast voorziet de RoadMaster App de gemeente van de nodige informatie over te verwachten gladheid. Ook houdt de geconsigneerde coördinator gladheidsbestrijding de ontwikkelingen van het weer en de toestand van het wegdek via eigen waarneming in de gaten. 4.2.4. Communicatie Voor zowel betrokkenen binnen de eigen organisatie als voor inwoners en weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd.

20

Interne communicatie

Binnen de eigen organisatie moet de communicatie voor de gladheidsbestrijding op een duidelijke wijze plaatsvinden. Iedereen moet weten, wat er in geval van gladheid van hem of haar wordt verwacht. De geconsigneerde gladheidscoördinator van de buitendienst fungeert hierbij als spin in het web. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering en onderhoudt de contacten met het weerbureau en de eigen medewerkers van de gladheidsbestrijding. Externe communicatie

Inwoners en bedrijven binnen de gemeenten moeten voor het winterseizoen worden geïnformeerd over de wijze waarop de gladheid op de gemeentelijke wegen in Bunschoten wordt bestreden. Hierbij moet de volgende informatie in ieder geval worden verstrekt: - strooiroutes en prioriteitsvolgorde; - algemene informatie die van belang kan zijn voor de burger en weggebruikers (voorzichtigheid in acht nemen bij mogelijke gladheid e.d.); - de mogelijkheid om vragen te stellen of klachten in te dienen. De communicatiemiddelen die de gemeente voor deze informatieoverdracht voor handen heeft zijn: - de gemeentelijke website; - de gemeentepagina in de huis-aan-huis krant - inzet van de social mediakanalen (Twitter, Instagram, Facebook) - persberichten (indien nodig) Daarnaast wordt het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’ gestuurd aan de regionale meldkamer van de politie. Binnen de gemeentelijke organisatie dient voor de duidelijkheid één vast aanspreekpunt te zijn voor instanties zoals politie, brandweer e.d. Bij de gemeente Bunschoten is de coördinator van de buitendienst het vaste aanspreekpunt.

21

4.2.5 Meldingen van inwoners Inwoners kunnen snel herstel meldingen doen via de Fixi-app. Voor wat betreft de gladheidsbestrijding kan er niet (extra) gestrooid worden bij meldingen. We houden ons aan de strooiroute(s), buiten deze route(s) wordt er niet gestrooid. Hierop geldt één uitzondering: bij aanhoudende sneeuwval wordt er bij huisartsenposten, kinderdagverblijven, scholen, verpleeghuizen en seniorencomplexen sneeuw geruimd. Afstemming met andere wegbeheerders

Het gemeentelijk gladheidsbeleid is afgestemd met omliggende wegbeheerders. Dit is noodzakelijk uit oogpunt van verkeersveiligheid. Het kan namelijk gevaarlijk zijn als strooiacties op doorgaande wegen aan de gemeentegrens stoppen en niet zijn afgestemd met de aangrenzende wegbeheerders. Hetzelfde geldt voor wegen die door de gemeente lopen en door andere wegbeheerders worden behandeld, zoals de provinciale wegen. De gemeente Bunschoten grenst met haar wegen aan provinciale wegen van de gemeente Utrecht en aan wegen van de buurgemeenten, Amersfoort, Nijkerk en Baarn. Met de genoemde gemeenten zijn werkafspraken gemaakt voor het strooien van in elkaar overlopende wegen zoals de Zevenhuizerstraat, Bonte Poort en Eemdijk-Zuid. 4.2.6 Conservering en onderhoud materieel Gladheidsbestrijdingsmaterieel moet in de winterperiode 24 uur per dag gebruiksklaar staan. Het gebruik van dit materieel vindt meestal onder slechte en koude weerscondities plaats. Een goede conservering van en onderhoud aan het materieel is dan ook van groot belang. Om de conditie van het materieel in stand te houden dienen na elke strooibeurt de strooiers zoveel mogelijk te worden leeg gedraaid, eventueel schoongemaakt en gestald (behalve als de verwachting is dat binnen 5 uur weer moet worden gestrooid).

Het gladheidsbestrijdingsmaterieel van de gemeente Bunschoten wordt jaarlijks op een deskundige wijze onderhouden en geïnspecteerd door de leverancier van de machines. Naast dit onderhoud worden de machines jaarlijks gekeurd. Bij storingen aan de machines wordt de leverancier ingeschakeld. Kleine mankementen kunnen in sommige gevallen door de eigen storingsmonteur worden verholpen.

22

4.3 Prioriteiten gladheidsbestrijding Het wegennet binnen de gemeente vertoont een grote diversiteit. Gemotoriseerd verkeer maakt gebruik van hoofdwegen tot en met woonerven. Voetgangers en fietsers van trottoirs en fietspaden. Deze verschillende weggebruikers stellen alleen hun specifieke en soms tegenstrijdige eisen als het om gladheidsbestrijding gaat. Het is voor de wegbeheerder onmogelijk om het geheel aan wegen, straten en paden bij (naderende) gladheid in een kort tijdsbestek te strooien. Het zal altijd noodzakelijk zijn om belangen af te wegen en op grond daarvan prioriteiten te stellen. Daarnaast stellen onder andere ligging, de constructie en het gebruik van de verschillende wegtypen bijzondere eisen aan materieel, werkmethoden en strooimiddelen. Soms is het voor strooiwagens niet mogelijk om smalle woonstraten, woonerven en pleintjes te bereiken.

Voor de bepaling van prioriteiten moet rekening gehouden worden met: - diensten en openbare voorzieningen die met zo min mogelijk hinder bereikbaar moeten zijn (winkelcentra, gemeentehuis, politie, brandweer, bejaardenhuizen, scholen) - aansluitingen op provinciale wegen en wegen van buurgemeenten - voor gladheid gevoelige locaties (bruggen, trappen en bepaalde wegverhardingssoorten) 4.3.1 Wegtypen Om prioriteiten in gladheidsbestrijding (hoog, middel of laag) en strooimethodiek (curatief of preventief) te bepalen is door de CROWwerkgroep gebruik gemaakt van de categorisering van wegen naar hun verkeersfunctie. In bijlage I is per wegcategorie en soort gladheid de voorkeur voor de wijze en prioriteit van gladheidsbestrijding aangegeven. De gemeente Bunschoten conformeert zich aan de ze richtlijnen waarbij in principe preventief wordt gestrooid. Beleidsvoorstel: De gemeente conformeert zich aan de richtlijnen die vermeld staan in de prioriteitentabel gladheidsbestrijding van de CROW (bijlag I) en hanteert hierbij in principe de preventieve strooimethode

23

4.3.2 Tijdscriteria Elk winterseizoen dat loopt van 1 november tot 1 april van het daaropvolgend jaar staande medewerkers van de buitendienst stand-by om voor de gladheidsbestrijding uit te rukken. De beslissing om tot actie over te gaan ligt in handen van de dienstdoende coördinator gladheidsbestrijding. Bij uitrukken worden de volgende actietijden nagestreefd: - binnen 15-20 minuten na melding moeten de dienstdoende medewerkers aanwezig zijn op de gemeentewerf - de maximale duur van een strooiactie mag, vanaf het begin van het daadwerkelijk strooien, onder normale omstandigheden, niet meer dan 3,5 uur bedragen (zie bijlage I) Deze tijdsnormen zijn niet van toepassing onder extreme omstandigheden en bij aanhoudende sneeuwval of ijzel. Gestreefd wordt om de strooiactie voor de ochtendspits te hebben voltooid. 4.3.3. Doelgroepen Bij gladheidsbestrijding worden, op basis van hun modaliteit, vier doelgroepen onderscheiden namelijk: 1. openbaar vervoer 2. autoververkeer 3. fietsers, bromfietsers en schoolroutes 4. voetgangers Ad 1) De bus routes door de gemeente worden samen met de hoofdroutes in principe altijd schoongehouden. Voor gebruikers van het openbaar vervoer is het redelijkerwijs mogelijk om de halteplaatsen te bereiken.

Ad 2) De gladheidsbestrijding vindt in eerste instantie plaats op de gebiedsontsluitingswegen, bedrijventerreinen en erftoegangswegen type 1 (de zogenaamde hoofdroutes door de wijk). Inwoners moeten rekening houden met een maximale afstand van 500 meter om op een gestrooide route te komen. Afhankelijk van de omstandigheden kan worden besloten om ook wegen buiten de strooiroutes te gaan strooien. Ad 3) Doorgaande fietspaden worden gelijktijdig met de hoofdroutes gestrooid en schoongehouden, zodat vooral woon-werk verkeer in de spits veilig hun bestemming kunnen bereiken. Ad 4) Als wegbeheerder is de gemeente op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de veiligheid in de openbare ruimte, dus ook op trottoirs en voetpaden. Anderzijds kan niet worden verwacht dat alle trottoirs worden gestrooid of sneeuwvrij worden gemaakt. Uit jurisprudentie is gebleken dat ook de rechter deze nuancering aanbrengt en een deel van de verantwoordelijkheid neerlegt bij de weggebruiker zelf. In principe worden trottoirs en voetpaden niet gestrooid met uitzondering van de vermelde specifieke locaties.

24

Beschikbaarheid zout voor particulieren

In sommige gemeenten bestaat de mogelijkheid voor inwoners om voor het winterseizoen gratis een emmer zout op te halen op de gemeentewerf. Een belangrijk argument om dit niet te doen is dat de gemeente dan bezig is met oneerlijke concurrentie. De wet Markt en Overheid, als verlengstuk van de Mededingingswet, wil dit namelijk tegengaan. De mogelijkheid die het bedrijfsleven biedt om zout te kopen, vormt samen met de Mededingingswet belangrijke argumenten om geen gratis zout te verstrekken aan de eigen inwoners. Daar komt nog bij dat hiervoor geen financiële middelen zijn opgenomen in de programmabegroting. Beleidsvoorstel: Op basis van de Mededingingswet en op financiële gronden geen gratis zout beschikbaar stellen voor de eigen inwoners.

Beschikbaarheid zout voor aannemers

De aannemers die de gemeente inschakelt, kunnen zout van de gemeente krijgen, tegen betaling. Zij beschikken zelf niet over een zoutopslag. Zoutkisten

Om inwoners de mogelijkheid te bieden om op enkele gevaarlijke plaatsen zelf zout te strooien, zoals op bruggen, hellingen, langs gevaarlijke waterkanten en trappen, worden jaarlijks voor het winterseizoen op deze specifieke plaatsen zoutkisten geplaatst. De locaties van de zoutkisten worden opgenomen in het ‘’Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding’’. 4.3.4. Prioriteit strooiroutes Bij het opstellen van de strooiroutes vindt een afweging plaats tussen belangen van economie, milieu en veiligheid. Ook wordt zoveel mogelijk gekeken naar aaneengesloten logische routes. De gladheidsbestrijding is in die zin geen exacte wetenschap. Het verstand en de kennis en ervaring spelen een grote rol in de beoordeling. Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw in de gemeente Bunschoten wordt gebruik gemaakt van vastgestelde strooiroutes. Hierbij is het volgende onderscheid gemaakt: 1. Hoofdontsluitingswegen, bus routes, industrieterrein en hoofdfietsroutes. 2. Overige wegen. Ad 1) De hoofdroute omvat de hoofdontsluitingswegen met een belangrijke verkeersfunctie, bus routes en belangrijke wegen buiten de bebouwde kom. Bij optredende gladheid en sneeuwval heeft het berijdbaar houden van deze wegen de hoogste prioriteit en deze wegen worden in principe altijd gestrooid. De hoofdfietsroutes omvatten alle fietspaden langs de hoofdwegen in de gemeente.

Aangezien de fietsroutes belangrijk zijn als ontsluiting voor woonwerk- en schoolverkeer heeft ook de bestrijding van gladheid op deze fietspaden hoge prioriteit. 25

Ad 2) Overige wegen in de gemeente worden in principe niet gestrooid. Dit tenzij de weersvoorspelling aangeeft dat de gladheid langer gaat aanhouden. In dat geval bepaalt de coördinator gladheidsbestrijding of er een aanvullende route in de woonwijken wordt gereden waaraan veel (openbare) voorzieningen zijn gelegen. Hierbij moet worden gedacht aan winkels, scholen, bejaardencentra, begraafplaatsen, kerken, grote parkeerterreinen e.d.

Beleidsvoorstel: Bij de gladheidsbestrijding de hoogste prioriteit toekennen aan de hoofdontsluitingswegen, bus routes, industrieterreinen en hoofdfietsroutes. Afwegingen bij extreme situaties

Tijdens extreme situaties, zoals bij langdurige en hevige sneeuwval, moet intensiever de overlast worden bestreden. Het verplaatsen van de sneeuw door de sneeuwploegen kan dan problematisch worden. Deze situatie moet dan naar omstandigheden op maat worden ingevuld door bijvoorbeeld de inzet van extra materieel. Het is gewenst om over een lijst met aannemers te beschikken waarop zo nodig door de coördinator een beroep kan worden gedaan. Deze lijst moet worden opgenomen in het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.

4.3 Kostenraming Financiering van de gladheidsbestrijding vindt plaats via de jaarlijkse programmabegroting. De kosten voor de uitvoering bestaan uit kosten van eigen personeel, kapitaallasten en onderhoudskosten van het strooimaterieel en aankoopkosten van het strooizout. Voor 2021 is in de begroting een bedrag van € 17.419,- opgenomen. Dit is bedoeld voor onderhoud aan het materieel, huur winteropslag zout, strooizout, DTN etc. Het winterseizoen vindt plaats in twee ‘begrotingsjaren’. Een strenge winter gevolgd door een zachte winter kan de financiële gevolgen engszins middelen. Bij winters met veel gladheid is de kans dat het budget voor de gladheidsbestrijding voor dat jaar wordt overschreden vrij groot. De overschrijding wordt in dat geval via een tussentijdse rapportage gemeld aan het college.

26

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10176207/1