RV 1161557 bijlage Kadernota begroting 2022
Tekst van het document
KADERNOTA BEGROTING 2022-2025
JULI 2021
Pagina 2
Inhoudsopgave Aan de raad ............................................................................................................................................. 5 Beslispunten voor de raad ....................................................................................................................... 7 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 9 Samenvatting resultaat .......................................................................................................................... 11 1.
Uitgangspunten kadernota begroting 2022 ................................................................................... 13
2.
Ontwikkelingen bestaand beleid noodzakelijk ............................................................................... 17
3.
Majeure ontwikkelingen ................................................................................................................. 21
4.
Nieuw beleid/ wensen .................................................................................................................... 27
5.
Kerntakendiscussie ....................................................................................................................... 33
6.
Ontwikkeling algemene uitkering ................................................................................................... 35
7.
Ontwikkeling lokale lastendruk ...................................................................................................... 37
Pagina 3
Pagina 4
Aan de raad Het opstellen van kadernota begroting 2022-2025 gebeurt in een periode waarin het coronavirus nog onder ons is, maar er perspectief is op betere tijden. Het blijft echter onzeker wat de impact is op de economie voor de komende jaren. Gaat de economie weer groeien? Lukt het om de werkgelegenheid te behouden? Allemaal vragen die het opstellen van een realistische kadernota bemoeilijken. Het is niet de eerste keer dat er een kadernota wordt opgesteld in een periode dat er nog geen nieuwe regering is. Dit keer is het echter anders dan de vorige keren, omdat het nieuwe kabinet besluiten moet nemen over een aantal belangrijke thema’s die die financiën van de gemeente raken. Het gaat dan om de herijking van het gemeentefonds, de extra middelen voor de jeugdzorg, maar ook voor de omgevingswet en klimaatbeleid. De VNG heeft een programma opgesteld als inzet voor de kabinetsformatie langs vier sporen: 1. Structurele financiën herstellen 2. Wet decentraal bestuur 3. Aanbod aan het nieuwe kabinet 4. Focus op de uitvoering In deze kadernota geven we bij de uitgangspunten aan welke lijn we kiezen voor het opstellen van de programmabegroting 2022-2025. Uitgangspunt blijft een reëel sluitende meerjarenbegroting. Vorig jaar zijn al maatregelen ingezet gezet om te komen tot gezonde financiële positie.
Er zijn besluiten genomen over een taakstellende bezuiniging in het sociaal domein (€ 500.000,-) en vanuit de kerntakendiscussie is ook een taakstellende bezuiniging opgelegd van (€ 600.000,-). In deze kadernota melden we de voortgang op deze onderdelen. Met name de realisering van de taakstelling sociaal domein is spannend. De financiële positie van de gemeente is verder versterkt. De jaarrekening 2020 laat een mooi positief resultaat zien van € 3,4 miljoen. De reservepositie kan fors toenemen door de te realiseren opbrengst van de vrijgekomen gronden schoolgebouwen. De weerstandscapaciteit is meer dan voldoende om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. Een belangrijke financiële indicator die in het coalitieakkoord is genoemd is de solvabiliteit. Streven naar een percentage van 30 is het uitgangspunt. We hebben er vertrouwen in dat met de genomen maatregelen het percentage van 30 gerealiseerd kan worden. Tijdelijk kan dit even onder druk komen te staan door de geplande investeringen. Bunschoten is een kleine gemeente als het om aantal inwoners gaat, maar groot en dynamisch als het gaat om de ontwikkelingen in de gemeente. Dat laatste komt vooral tot uitdrukking in de investeringen binnen de grondexploitaties voor woningbouw in Rengerswetering en bedrijventerrein de KronkelsZuid. In deze kadernota springen een aantal majeure onderwerpen in het oog.
Dat zijn de investeringen op basis van het nieuwe wegenbeheerplan en de invoering van nascheiding afval per 1 januari 2022. De ontwikkeling van de lokale lastendruk is gebaseerd op aanpassing van de tarieven het met inflatiepercentage. Daarnaast wordt het tarief voor de afvalstoffenheffing voor 2022 beperkt tot een vast bedrag van € 285,-. Deze kadernota geeft een perspectief voor een reëel sluitende meerjarenbegroting 2022-2025 en een gezonde financiële positie. Dat kan nog verder worden versterkt als het Rijk extra middelen beschikbaar stelt voor de jeugdzorg. Een goed uitgangspunt voor 2022 het jaar waarin de verkiezingen voor de gemeenteraad worden gehouden. Burgemeester en wethouders, De secretaris,
de burgemeester,
Drs. J.F.H. Jennekens
M. van de Groep
Pagina 5
Pagina 6
Beslispunten voor de raad De raad van de gemeente Bunschoten, gelezen de inhoud van dit voorstel voor de kadernota begroting 2022 - 2025. Besluit: 1. 2. 3. 4.
Akkoord te gaan met de uitgangpunten voor begroting 2022 (hoofdstuk één); Akkoord te gaan met de voorstellen bestaand beleid (hoofdstuk twee); Akkoord te gaan met de voorstellen majeure projecten (hoofdstuk drie); De volgende voorstellen nieuw beleid mee te nemen in de begroting (hoofdstuk vier); a. 5. Kennis te nemen van de ontwikkeling taakstellende bezuinigingen (hoofdstuk vijf); 6. Akkoord te gaan met de voorstellen ontwikkeling algemene uitkering (hoofdstuk zes); 7. Akkoord te gaan met de voostellen ontwikkeling lokale lastenontwikkeling (hoofdstuk zeven).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 1 juli 2021
De griffier,
De voorzitter,
Drs. E. Hoogstraten
M. van de Groep
Pagina 7
Pagina 8
Leeswijzer Na deze leeswijzer is een samenvatting opgenomen waarin in één oogopslag de ontwikkeling van het begrotingsresultaat 2022-2025 wordt weergegeven op basis van de voorstellen die in de hoofdstukken twee t/m zeven worden gedaan. In hoofdstuk één worden in het kort de kaders en uitgangspunten weergegeven die van belang zijn bij het opstellen van de begroting en deze kadernota. Hoofdstuk twee geeft de voorstellen weer die vooral betrekking hebben op het bestaande beleid en bestaande afspraken en investeringen die niet kunnen worden uitgesteld door bijvoorbeeld nieuwe wetgeving. De ontwikkeling van een aantal majeure projecten is opgenomen in hoofdstuk drie. In hoofdstuk vier zijn wensen/nieuw beleid uit de organisatie opgenomen. De meerjarige uitwerking van de kerntakendiscussie staat in hoofdstuk vijf. In hoofdstuk zes is de hoogte van de algemene uitkering berekend op basis van de septembercirculaire 2020 en zijn de nieuwe ontwikkelingen genoemd. In hoofdstuk zeven zijn de ontwikkelingen binnen de lokale heffingen opgenomen en het effect daarvan op de lastendruk voor burgers en bedrijven.
Pagina 9
Pagina 10
Samenvatting resultaat In onderstaande tabel is de samenvatting van het resultaat weergegeven. In de eerste rij is in beeld gebracht wat het begrotingsresultaat zou zijn zonder de taakstellende bezuinigingen. Vervolgens zijn de taakstellingen, na besluitvorming raad, in beeld gebracht. Het resultaat inclusief taakstellingen sluit aan op het begrotingsresultaat van de programmabegroting (inclusief de 1e wijziging) en komt overeen met de storting in de algemene reserve. Dit resultaat is ook het uitgangspunt voor deze kadernota. Nadat de effecten van hoofdstuk twee, bestaand beleid, en hoofdstuk drie, majeure projecten, zijn verwerkt in de tabel resteert een resultaat voor nieuw beleid en wensen. In hoofdstuk vier zijn de wensen opgenomen waaruit de raad nog een keuze kan maken. In hoofdstuk vijf is de voortgang van de kerntakendiscussie opgenomen. Er wordt vanuit gegaan dat de taakstellingen gerealiseerd gaan worden en dus nu geen extra claim leggen op het resultaat. Hoofdstuk zes geeft de ontwikkeling van de algemene uitkering weer. Die is nog p.m. geraamd in afwachting van de meicirculaire 2021. In hoofdstuk zeven staan nog ontwikkelingen van de lokale lasten, dit heeft geen invloed op het begrotingsresultaat. Het eindresultaat is mede afhankelijk of de taakstellingen gerealiseerd kunnen worden. Bedragen x € 1.000,-
2022
2023
2024
2025
Begrotingsresultaat 2022-2025 voor taakstellingen
-368
-147
-98
-98
Taakstelling sociaal domein*
500
500
500
500
Taakstelling kerntakendiscussie**
600
600
600
600
Resultaat inclusief taakstellingen
732
953
1.002
1.002
Resultaat start kadernota begroting 2022
732
953
1.002
1.002
Bestaand beleid (hoofdstuk twee)
-67
-106
-106
-56
Majeure projecten (hoofdstuk drie)
-16
-57
-110
-156
Totaal noodzakelijke investering bestaand beleid
-82
-164
-216
-213
Resultaat voor nieuw beleid/wensen
650
789
786
789
Nieuw beleid/wensen (hoofdstuk vier)
-223
-198
-198
-198
427
591
587
591
427
591
587
591
Kerntakendiscussie (hoofdstuk vijf) Algemene uitkering (hoofdstuk zes) Resultaat bestaand beleid Ontwikkeling lokale lasten (hoofdstuk zeven) Begrotingsresultaat 2022-2025
* Taakstelling sociaal domein In de meerjarenbegroting 2021-2024 is de oorspronkelijke taakstelling sociaal domein van € 800.000,verlaagd naar € 500.000,- door uit te gaan van structureel extra middelen sociaal domein na 2022. ** Taakstelling kerntakendiscussie Met de besluitvorming van de kerntakendiscussie is besloten om de oorspronkelijke taakstelling van € 800.000,- te verlagen met € 200.000,-.
Pagina 11
Pagina 12
1. Uitgangspunten kadernota begroting 2022 Onderstaand treft u de uitgangspunten aan die worden gehanteerd voor het opstellen van de kadernota begroting 2022 - 2025 die in de raad van 1 juli 2021 wordt behandeld.
Algemeen Uitgangspunt voor de start van de kadernota begroting 2022 is het resultaat van de meerjarenbegroting 2021 - 2024. De bedragen zijn gebaseerd op de storting in de algemene reserve.
Algemene uitkering Voor de ontwikkeling van de algemene uitkering wordt als uitgangspunt de septembercirculaire 2020 genomen. Op basis daarvan is het mogelijk het effect te berekenen van de ontwikkeling van de algemene uitkering. Over de effecten van de meicirculaire 2021 wordt aanvullend geadviseerd. Taakmutaties opvangen binnen budget In de uitwerking wordt ervan uitgegaan dat de kortingen in verband met mutaties op beleidsterreinen moeten worden opgevangen door de betreffende budgetten te verlagen met eenzelfde bedrag. Daarmee heeft dit geen direct effect op het begrotingsresultaat. Herijking gemeentefonds Een eerste resultaat van de herijking van het gemeentefonds komt voor Bunschoten nagenoeg uit op de nullijn. In vergelijking met wat eerder werd verwacht een positieve ontwikkeling. Deze uitkomst is gebaseerd op de cijfers van 2017. Er komt een geactualiseerde berekening naar de stand 2019. Veel gemeenten in het Noorden van Nederland hebben zich verenigd en actiegevoerd om een betere verdeling. Zij komen er in de eerste berekeningen slecht van af. Inmiddels heeft ook de Raad van het Openbaar Bestuur veel vragen gesteld aan de minister van Binnenlandse zaken. Toegezegd is dat begin juni 2021 een nieuwe berekening beschikbaar komt, omdat er ook een betere indicator beschikbaar is voor het sociaal domein.
Het is nog onduidelijk welke kant het opgaat en daarom wordt voorlopig uitgegaan van het nul scenario.
Provinciaal toezicht Het reguliere beleid van de provincie is erop gericht dat de gemeente een meerjarenbegroting opstelt die voldoet aan de voorwaarden van een duurzaam financieel evenwicht waarbij de minimale eis geldt dat de begroting het eerste jaar reëel sluitend moet zijn, of anders in meerjarenperspectief zicht moet zijn op een sluitende begroting. De provincie heeft vier onderwerpen aangegeven waar zij bij begroting 2022 op gaan letten, dit zijn: Inzicht in de structurele begrotingspositie, taakstellingen en de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen en Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Kerntakendiscussie In 2021 is de uitwerking van de gehouden kerntakendiscussie gestart. In de 1 e tussentijdse bestuursrapportage 2021 wordt de stand van zaken gerapporteerd voor 2021. In deze kadernota worden de meerjarige ontwikkeling meegenomen.
Nieuwe ontwikkelingen na vaststelling begroting 2021 Sluitingstermijn meenemen ontwikkelingen in de kadernota Nadat de begroting 2021 is vastgesteld hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die het meerjarenbeeld 2022-2025 beïnvloeden. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de kadernota worden meegenomen tot begin mei 2021 (vaststelling kadernota in het college). Het gaat dan om effecten van raad- en collegebesluiten. Nieuwe (uitstelbare) ontwikkelingen die zich daarna voordoen schuiven door naar de kadernota begroting 2022. Meerjareninvesteringsplan 2022 - 2025 Basis voor de investeringen voor de periode 2022-2025 zijn de geraamde investeringen voor de periode 2021 - 2024. Voor nieuwe investeringen geldt in principe dat 2025 het eerste jaar is waarvoor ze kunnen worden meegewogen. In de raming van de kapitaallasten wordt structureel rekening gehouden met een onderuitputting (door uitstel investeringen) van € 50.000,-. Dit is de afgelopen jaren steeds reëel gebleken. Pagina 13
Nieuw beleid Nieuw beleid kan worden ingediend, waarbij moet worden aangegeven of het noodzakelijk of gewenst beleid is. Gelet op de ontwikkeling van de zorgkosten en de kerntakendiscussie vraagt dit enige terughoudendheid. Het uitgangspunt blijft dat nieuw beleid kan worden gehonoreerd als er oud beleid voor wordt ingeleverd of doordat er ruimte ontstaat vanuit de algemene middelen.
Op peil houden onderhoudsvoorzieningen Reserves/voorzieningen Als algemeen uitgangspunt wordt in de kadernota begroting 2022 uitgegaan van de bestaande risicoanalyse zoals die in de jaarrekening 2020 is bijgesteld. Die is bepalend voor de omvang van het weerstandsvermogen. De omvang van de geïnventariseerde risico’s is berekend op € 5,2 miljoen. Op basis van de jaarrekening 2020 is de stand van de algemene reserve € 10,3 miljoen (excl. resultaat 2020). De weerstandsratio (omvang risico’s /totaal algemene reserve) komt uit op 2,0. Bunschoten streeft naar financiële kengetallen volgens de normen van de VNG. Voor de solvabiliteit betekent dit toe te groeien naar een percentage van minimaal 30. Op basis van de jaarrekening 2020 komt dit uit op 28,8%. In de huidige meerjarenbegroting wordt een verdere groei voorzien naar 34,8% in 2024. Nieuwe ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en majeure projecten kunnen tijdelijk een dempende werking hebben op de ontwikkeling van de solvabiliteit. In een apart hoofdstuk wordt een verdiepende beschouwing over de ontwikkeling solvabiliteit, de ontwikkeling eigen vermogen en de jaarlijkse storting in de algemene reserve gegeven. Beschikking reserves Er wordt niet meer structureel beschikt over de reserves om te komen tot een sluitende (meerjaren)begroting. Dit uitgangspunt blijft gehandhaafd.
Nieuwe voorschriften BBV In het Besluit Begroting en Verantwoording is opgenomen dat het niet meer is toegestaan investeringen met een maatschappelijk nut (bijvoorbeeld wegen) in één keer af te schrijven ten laste van een reserve. De lijn die nu moet worden gevolgd is dat de investering wordt afgeschreven in een gangbare termijn. De kapitaallast die daaruit voortvloeit, mag wel worden gedekt vanuit de reserve. Hier is een aparte reserve dekking kapitaallasten gevormd. In deze reserve wordt het bedrag van de investering gestort vanuit de reserve waar de investering normaal ineens ten laste van zou komen. Uit de reserve dekking kapitaallasten wordt dan jaarlijks een bedrag ter grootte van de afschrijvingslast onttrokken. Onderbesteding budget/ structurele tegenvallers Vanuit de kerntakendiscussie is ook kritisch gekeken naar onderbesteding in de budgetten. Er is voor € 100.000,- verwerkt in de meerjarenbegroting 2021 – 2024 (zie ook de 1e tussentijdse bestuursrapportage). Jaarlijkse worden de budgetten in beeld gebracht waar gedurende de afgelopen twee jaar onderbesteding is geweest. Voor kadernota 2022 wordt dit niet gedaan, omdat dit is meegenomen bij de uitwerking van de kerntakendiscussie. Inflatiepercentage Algemeen beleid is dat de geraamde inflatie wordt verrekend met de werkelijke ontwikkeling.
Omdat de inflatie ook basis voor aanpassing van de belastingtarieven is, wordt deze systematiek ook voor de belastingen toegepast. In de gepubliceerde raming door het CPB (31 maart 2021) is aangenomen dat de vaccinatiegraad geleidelijk oploopt en beperkingen worden afgeschaald. Op basis van de informatie van het CPB wordt voor 2022 een inflatiepercentage (hicp, inflatie, geharmoniseerde consumentenprijsindex) verwacht van 1,4%. Op basis van deze nieuwe ramingen komt er voor 2020 een lager en voor 2021 een hoger percentage uit. Deze correctie wordt bij het percentage van 2022 opgeteld. Het inflatiepercentage voor de begroting voor 2022 blijft dus 1,4% (1,4% - 0,3% + 0,3%).
Pagina 14
Jaar
Basis inflatie
2020 2021 2022
1,4 1,6 1,4
Inflatie op basis van maart 2021 (peildatum april 2021) 1,1 1,9
Verschil
- 0,3 + 0,3
Kostenstijging werk door derden Gemotiveerd moet worden aangegeven indien aanpassing van het budget met meer dan inflatiepercentage nodig is. Blijkt dat er voor bepaalde budgetten sprake is van structurele onderbesteding (twee jaar of meer onderbesteding) dan worden deze budgetten niet aangepast met het inflatiepercentage. Met betrekking tot het subsidiebeleid is de beleidslijn dat de subsidiabele personeelsuitgaven worden aangepast in overeenstemming met de cao-afspraken terwijl de overige kosten worden aangepast met het inflatiepercentage. Deze lijn kan worden doorgetrokken.
Omgevingswet Er is nog geen nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet bepaald. Met deze nieuwe wet is de gemeente voortaan verplicht een omgevingsvisie te maken. Dit is een strategische visie voor de lange termijn voor de hele fysieke leefomgeving. Uitgangspunt is dat de gemeente eind 2021 klaar is voor de invoering, zoals is afgesproken in het coalitieakkoord. Wij kunnen nog niet aangeven of uitstel van de invoeringsdatum mogelijk gaat leiden tot extra kosten.
Personeelskosten Voor de raming van de salariskosten wordt in basis uitgegaan van het aantal formatieplaatsen (inclusief vacatures) per 1 januari 2021. In de raming van de salarislasten wordt rekening gehouden met de lopende cao-afspraken. In de raming wordt geen rekening gehouden met een budget voor vervanging bij langdurige ziekte. Dat betekent dat in de tussentijdse bestuursrapportages het risico bestaat dat het salarisbudget moet worden bijgesteld om de taken te kunnen blijven uitvoeren.
Samenwerking bedrijfsvoering BLNP Naast de organisatieontwikkeling speelt ook nadrukkelijk de samenwerking met betrekking tot de bedrijfsvoering in BLNP-verband. In de samenwerking ligt de focus op de drie K’s, kwaliteitsborging, vermindering kwetsbaarheid en kansen voor medewerkers. Daar worden de nodige stappen in gezet. Inmiddels is voor de taakvelden HRM, ICT en juridische zaken de formatie overgedragen aan de betreffende teamhoofden. Voor het taakveld financiën gebeurt dat gefaseerd. De huidige analyses wijzen erop dat het langer duurt structurele kostenbesparingen te realiseren, zoals de nieuwe regelgeving op het gebied van privacywetgeving. Daardoor zijn er meer kosten gemaakt, maar minder dan wanneer iedere gemeente dit zelf moet regelen (bedrijfseconomisch voordeel). Het is niet uit te sluiten dat er tijdelijk extra kosten moeten worden gemaakt om eerdergenoemde drie K’s goed tot zijn recht te laten komen. Jaarlijks wordt aan de hand van de jaarplannen een budgettair kader bepaald.
Organisatieontwikkeling De organisatie ontwikkelt op een goede wijze en heeft een positieve insteek bij het oppakken van de taken uit het coalitieakkoord. Dat mag ook worden verwacht van een professionele en taakvolwassen organisatie. Toch zijn er op bepaalde onderdelen van de organisatie wel knelpunten ontstaan. In een memo van januari 2021 is daar over geïnformeerd. Daar zijn ook maatregelen aangekondigd voor tijdelijke uitbreiding van de formatie. Dit zoveel mogelijk binnen de bestaande budgetten/projecten. Toch blijft er behoefte aan een meer structurele invulling ook op gebied van arbeidsmigranten en participatie. In deze kadernota is een voorstel voor uitbreiding met één fte opgenomen als wens.
Pagina 15
Belastingen en rechten Onroerendezaakbelastingen Algemeen uitgangspunt is dat de tarieven jaarlijks worden aangepast met het inflatiepercentage. In de kadernota wordt ook aangegeven wat het effect is van een extra stijging of daling met 1%. 100%-kostendekkende activiteiten Afvalstoffenheffing Algemeen uitgangspunt is aanpassing met het inflatiepercentage plus eventuele extra stijging wanneer dit nodig is om te komen tot een 100%-kostendekking. Uitgangspunt is dat er binnen periode van de meerjarenbegroting niet meer structureel wordt beschikt over de egalisatiereserve reiniging. Rioolrechten Algemeen uitgangspunt is aanpassing met het inflatiepercentage plus eventuele extra stijging wanneer dit nodig mocht zijn om te komen tot een 100%-kostendekking. Precario op kabels en leidingen Door gewijzigde wetgeving stopt de mogelijkheid van deze heffing per 1 januari 2022. Marktgelden Uitgangspunt is 100% kostendekking. Begraafrechten Voor de begraafplaatsen “de Akker” en “Memento Mori” worden de tarieven vastgesteld op basis van een kostendekkende exploitatie. Hierbij wordt ook de uitkomst van het onderzoek naar de duur van grafrust en de financiële aspecten daarbij betrokken. Leges publiekszaken Voorgesteld wordt de leges aan te passen met het inflatiepercentage.
Leges omgevingsvergunningen In de meerjarenbegroting 2021 - 2024 is voor de opbrengst omgevingsvergunning rekening gehouden met een opbrengst op basis van een vijf-jaargemiddelde waardoor grote schommelingen geneutraliseerd worden. De uitkomst daarvan wordt nog wel afgezet tegen de bouwplanning in 2022. Ook de invulling van de omgevingswet kan invloed hebben op de opbrengst van de bouwleges. Overige belastingen en rechten De overige belastingen en rechten worden aangepast met het inflatiepercentage.
Rente financieringstekort/ kapitaalverstrekking t.b.v. grondexploitatie De investeringen die de gemeente de komende jaren gaat doen moeten worden betaald. Er wordt kritisch gekeken of dat betaald kan worden van de beschikbare geldmiddelen of dat er geld moet worden geleend. Bij de paragraaf Financiering in de begroting, wordt in beeld gebracht hoeveel geld er nodig is en voor welke periode dat nodig is. Als er geld wordt geleend moet daar rente over worden betaald. Voor overheidsinstellingen als de gemeente gelden andere tarieven dan voor particulieren. Momenteel zijn de rentepercentages erg laag maar er zijn ook geluiden dat een stijging verwacht wordt. Wij stellen voor voorlopig uit te blijven gaan van 1%. Er wordt onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt voor de investeringen in de grondexploitatie van de zogenaamde projectfinanciering. Onvoorzien De post onvoorzien wordt voor de begroting 2022 minimaal gesteld op € 100.000,- Dat is ongeveer € 4,50 per inwoner. Dit is lager dan voorheen. Er is op deze post € 10.000,- bezuinigd naar aanleiding van de uitwerking van de kerntakendiscussie.
Pagina 16
2. Ontwikkelingen bestaand beleid noodzakelijk In dit hoofdstuk worden de voorstellen opgenomen op basis van het bestaande beleid en die niet uitstelbaar zijn of besluiten die al door de raad zijn genomen.
Algemeen Aanpassingen in verband met inflatie en areaaluitbreiding worden gedekt vanuit de accresontwikkeling (bijstelling loon- en prijsontwikkeling) van de algemene uitkering. In hoofdstuk zes over de ontwikkeling van de algemene uitkering is daar rekening mee gehouden.
Programma Bestuur en ondersteuning Commissie Bestuur en middelen, portefeuillehouders M. van de Groep en R. J. Beukers
Bestuur Gemeenteraadsverkiezingen In 2022 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. De raad heeft voor afscheid, installatie, trainingen, introductie, foto's, kieswijzer en dergelijke budget nodig eens in de vier jaar. Budgetverhoging 2022
€
14.000,-
Overhead Aanschaf extra voertuig Bij de buitendienst is de formatie uitgebreid (groter areaal), maar daar is geen voertuig voor. In overleg is tijdelijk de vervangen Isuzu aangehouden. Dit betekent onder andere ook extra kosten voor belasting en onderhoud, daarvoor is een budgetverhoging nodig. Investering 2022 Budgetverhoging vanaf 2022
€ €
40.000,2.000,-
Kapitaallasten
€ 5.400,-
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Commissie Ruimte, portefeuillehouder R.J. Beukers. Voor het taakveld havens is W. de Jong portefeuillehouder, commissie Samenleving
Verkeer en vervoer Mobiliteitsplan Het mobiliteitsplan is vastgesteld in de vergadering van 28 mei 2020. Bij kadernota 2021 – 2024 is besloten om elk jaar bij de kadernota te beoordelen voor welke projecten krediet beschikbaar wordt gesteld. Hieronder staan de projecten voor 2022 genoemd. Fietsoversteek in twee richtingen bij rotondes voorzien van snelheidsremmend plateau € Verbeteren (laad/los) voorziening Kerkstraat € Onderzoek mogelijkheden en stimuleren van (beveiligde) parkeerplaatsen op bedrijventerrein door bakwagens €
48.000,15.000,2.000,-
Pagina 17
Programma Onderwijs Commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt
Onderwijshuisvesting Integraal huisvestingsplan (IHP) Renovatie dr. H. Bavinckschool In de raad van 10 maart 2021 is het IHP 2020-2024 vastgesteld. Voor de renovatie van de dr. H. Bavinckschool is een investering geraamd op basis van de normbedragen van de VNG van € 2.913.000,- (inclusief btw). De afschrijvingslast die daaruit voortvloeit op basis van een 60-jarige afschrijving bedraagt € 48.550,- (afgerond € 49.000,-). Dit bedrag is nog niet geraamd in de begroting voor het programma Onderwijs. De lijn is dat de afschrijving voor het eerst volledig wordt geraamd in het jaar nadat de nieuwe school is opgeleverd. In de meerjarenbegroting is bij het bepalen van de taakstellende bezuiniging al rekening gehouden met deze lasten.
Programma Sport, cultuur en recreatie Commissie Samenleving, por tefeuillehouder P. van Asselt
Sportaccommodaties Zorgplicht kunstgrasvelden De algemene zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg voor het milieu heeft. De zorgplicht is opgenomen in het activiteiten milieubeheer. Voor de beheerder(s) van kunstgrasvelden komt daar nog bij dat zij maatregelen moeten nemen om verontreiniging te voorkomen en gevolgen van eventuele verontreiniging te beperken. Dit is de zogenaamde dubbele zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming). SRO zorgt in Bunschoten voor de uitvoering van zorgplicht. Er is een budgetverhoging nodig om het dagelijks onderhoud van alle negen kunstgrasvelden aan te passen naar deze zorgplicht. Deze extra uitgaven worden meegenomen in het overzicht indirecte subsidies in de programmabegroting. Budgetverhoging vanaf 2022
€
13.000,-
Openbaar groen en (openlucht) recreatie Maaien gazons Januari - maart 2021 is een Europese aanbestedingsprocedure doorlopen voor het bestek voor het onderhouden van de gazons in de openbare ruimte. Zes aannemers hebben ingeschreven. Na beoordeling is de dienst gegund aan de inschrijver met de ‘Beste Prijs Kwaliteitsverhouding’. Het huidige budget van € 161.000,- per jaar is niet toereikend. Een verhoging met € 32.000,- is nodig. Budgetverhoging vanaf 2022
€
32.000,-
Programma Volksgezondheid en milieu Taakveld Volksgezondheid commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt. Taakvelden Riolering, Afval en Milieubeheer horen bij commissie Ruimte, portefeuillehouder W. de Jong.
Milieubeheer Dienstverleningsovereenkomst RUD De RUD Utrecht werkt momenteel aan haar meerjarenperspectief. Binnenkort komt de ontwerpbegroting 2022 ter inzage. Hierin zitten veel onzekerheden vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De overdracht van de bodemtaken van provincie naar gemeente is hier een belangrijk (en financieel onzeker) onderdeel in. De RUD voorziet voor dit onderdeel voor de gemeente een verhoging van € 20.000,- in de structurele kosten. De verwachting is dat in de algemene uitkering geld beschikbaar komt voor bodemtaken (ongeveer € 20.000,-). Budgetverhoging vanaf 2022
€
20.000,Pagina 18
Overige ontwikkelingen Vrijval kapitaallasten De vrijval van de kapitaallasten voor 2021 - 2024 is al in de meerjarenbegroting verwerkt. De vrijval voor 2025 is geraamd op € 50.000,- . Het gaat om vrijval van kapitaallasten van investeringen die niet vervangen worden.
Overzicht Bedragen x € 1,Onderwerp
2022 Investering
2023
2024
2025
(Kapitaal)lasten
Programma Bestuur en ondersteuning Gemeenteraadsverkiezingen Aanschaf extra voertuig
14.000
-
-
-
40.000
4.700
7.400
7.400
7.400
65.000
3.000
5.000
5.000
5.000
49.000
49.000
49.000
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Mobiliteitsplan Programma Onderwijs Renovatie Dr. H. Bavinckschool Programma Sport, cultuur en recreatie Zorgplicht kunstgrasvelden
13.000
13.000
13.000
13.000
Maaien gazons
32.000
32.000
32.000
32.000
Dienstverleningsovereenkomst RUD
20.000
20.000
20.000
20.000
Totaal lasten noodzakelijke investeringen
86.700 126.400 126.400 126.400
Programma Volksgezondheid en milieu
Beschikbare dekkingsmiddelen Algemene uitkering middelen bodemtaken
20.000
20.000
20.000
Onderuitputting kapitaallasten
20.000 50.000
Totaal beschikbare dekkingsmiddelen
20.000
20.000
20.000
70.000
Totaal netto last noodzakelijke investeringen
66.700 106.400 106.400
56.400
Pagina 19
Pagina 20
3. Majeure ontwikkelingen Er spelen diverse grote projecten binnen de gemeente. Deze projecten worden in dit hoofdstuk toegelicht.
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Commissie Ruimte, portefeuillehouder R.J. Beukers. Voor het taakveld havens is W. de Jong portefeuillehouder, commissie Samenleving
Verkeer en vervoer Beheerplan Wegen Hieronder worden diverse voorstellen aangeboden die zijn opgenomen in het beheerplan Wegen zoals dat aan de raad is aangeboden.
Asfaltonderzoek Deze budgetaanvraag is voor enkele onderzoeken, de jaren erna worden ook budgetten aangevraagd. De wegen in het buitengebied worden drukker en de belasting wordt zwaarder. Dit heeft gevolgen voor de wegconstructie. Met behulp van wegenscans en deflectiemetingen kan beter inzicht worden gegeven in de kwaliteit van de wegen en kan beter worden bepaald wanneer en of reconstructie nodig is. Hierdoor kan een nauwkeurigere planning worden opgesteld. Enkele wegen waarbij naar verwachting reconstructie nodig is, zullen worden onderzocht. Investering 2022
€
20.000,-
Kapitaallasten
€ 5.200,-
Eemdijk fundering verbetering In 2022 wordt gestart met asfaltonderhoud op de Eemdijk ten zuiden van Eemdijk. In 3 fasen (2022, 2023 en 2024) wordt de deklaag vervangen en bermverharding aangebracht, beginnend vanaf de gemeentegrens met Baarn. Bij fase 3 is een gedeelte waar de fundering van de weg bezweken is en waar vervanging van de gehele wegconstructie onontkoombaar is, dit gaat om een wegvak tussen Eemdijk 129 en 135. In 2019 zijn noodreparaties aan dit wegvak uitgevoerd om gevaarlijke situaties te vermijden, dit is een tijdelijke maatregel. Door de slechte fundering van de weg blijven verzakkingen optreden die voor scheuren en onvlakheden in het asfalt zorgen. Investering 2024
€
150.000,-
Kapitaallasten
€ 6.500,-
Bermverharding Als gevolg van de toename van het verkeer en het zwaarder worden van met name landbouw- en vrachtverkeer, krijgen de wegen en wegbermen in het buitengebied steeds meer te lijden. Daar waar vroeger incidenteel schade ontstond en de berm met grond aangevuld kon worden, zien we tegenwoordig dat hele lengtes wegberm doorlopend beschadigd worden. Dit heeft een aantal nadelige gevolgen, waaronder verkeersonveiligheid, aansprakelijkheidsstellingen, wateroverlast en vochtindringing in de wegconstructie. De afgelopen jaren is hiervoor jaarlijks budget beschikbaar gesteld. Investering 2022 en verder
€
30.000,-
Kapitaallasten
€ 2.300,-
Gebakken straatstenen De afgelopen jaren zijn bij herinrichting en herstraten betonstraatstenen vervangen met gebakken stenen. De gebakken straatsteen heeft een hoge kwaliteit en gaat generaties lang mee. In de huidige budgetten is rekening gehouden met het toepassen van betonstraatstenen. De aanschafkosten van gebakken stenen zijn hoger dan betonstraatstenen. Investering 2022 en verder
€
100.000,-
Kapitaallasten
€ 3.500,-
Pagina 21
Reconstructie Frans Jacobsweg – wegvak komgrens Fokjesweg Uit de visuele inspectie van de asfaltwegen buiten de bebouwde kom is naar voren gekomen dat bij de Frans Jacobsweg, tussen de bebouwde kom en de Fokjesweg, de wegconstructie op verschillende plaatsen bezweken is onder het zware verkeer. De Frans Jacobsweg is van origine een klinkerweg op een dunne fundering van zand waar later overheen geasfalteerd is. Deze constructie is niet geschikt voor het huidige verkeer. Bij een wegenscan, waarbij met een grondradar de opbouw van de wegconstructie is onderzocht, is naar voren gekomen dat er veel verstoringen in de ondergrond van de weg zitten die mogelijk door muskusrat graverijen veroorzaakt zijn. Deze holle ruimtes zorgen ook voor verzakkingen. Deze verzakkingen en vervormingen van de rijbaan nemen in de toekomst alleen maar toe waardoor de weg steeds minder comfortabel en slechter te berijden wordt. Met reconstructie wordt dit aangepakt en verzakkingen door muskusratten in de toekomst voorkomen. Investering 2023
€
276.200,-
Kapitaallasten
€ 12.000,-
Reconstructie Vinkenweg – wegvak Vaartweg Bloklandsweg Uit de visuele inspectie van de asfaltwegen buiten de bebouwde kom is naar voren gekomen dat de kwaliteit van de Vinkenweg jaarlijks achteruitgaat. Dit deel van de Vinkenweg kan niet worden afgewaardeerd (Mobiliteitsplan 2020). Bij een wegenscan, waarbij met een grondradar de opbouw van de wegconstructie is onderzocht, is naar voren gekomen dat er veel verstoringen in de ondergrond van de weg zitten. Wat waarschijnlijk loze ruimtes zijn. Vanwege graverijen door muskusratten zijn in de periode 2006-2008 onderaardse gangenstelsels gegraven onder de fundering van de asfaltverharding. Deze loze ruimtes veroorzaken verzakkingen in de asfaltconstructie wat aan het wegoppervlak duidelijk zichtbaar is. Gezien de omvang van de zichtbare schades kan worden aangenomen dat er ook gangenstelsels zijn die pas op termijn aan het wegoppervlak zichtbaar zullen worden. In 2009 is er groot onderhoud uitgevoerd doormiddel van een overlaging van het slechtste weggedeelte. Echter blijven de verzakkingen terugkomen. Met reconstructie wordt dit aangepakt en verzakkingen door muskusratten in de toekomst voorkomen. Investering 2022
€
434.000,-
Kapitaallasten
€ 19.000,-
Opwaarderen wegen Om de diverse wegen op te waarderen naar niveau B is budget nodig. Er wordt een incidenteel budget aangevraagd dat gelijkmatig wordt verdeeld over drie jaar (€ 750.000,- per jaar). De genoemde kapitaallast is de structurele last na uitvoering van de totale opwaardering. Investering 2023 - 2025
€
2.250.000,-
Kapitaallasten € 110.000,-
Programma Sociaal Domein Commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt
Samenkracht en burgerparticipatie Ontwikkeling zorgkosten Er is nog geen prognose voor 2021 beschikbaar. In de begroting 2022 is uitgegaan van een bruto raming voor de regionale inkoop zorg Jeugd en Wmo van afgerond € 5,6 miljoen. Vooralsnog wordt van deze budgetten uitgegaan, omdat er al diverse maatregelen zijn ingezet om de zorgkosten te beperken. Nu is te zien dat de kosten van met name de Wmo in verhouding meer toenemen dan de kosten van jeugd. Dit zit vooral in de bestaande regelingen huishoudelijks hulp, maar ook in de woningaanpassingen. Het wordt genoemd als een potentieel risico, maar er wordt nog geen extra budget geraamd. De taakstellende bezuiniging op de zorgkosten die voor 2022 is geraamd op € 500.000,-, lijkt op basis van de huidige inzichten moeilijk te realiseren binnen alleen de budgetten voor de regionale inkoop. Er zijn wel al maatregelen in gang gezet, maar die hebben tijd nodig voordat de effecten daarvan zichtbaar worden.
Pagina 22
Daarom wordt er ook breder binnen het sociaal domein gekeken naar mogelijkheden om te taakstelling te realiseren. De hoop is dat er nog extra middelen van het Rijk beschikbaar komen om deze taakstelling te kunnen invullen, waarbij uiteraard ook ingezet wordt op het beperken van de kosten in de dure zorg waar mogelijk. Een ander aspect dat momenteel volop in discussie is, betreft de zogenaamde vereveningsregeling van de zorgkosten. Afgesproken is dat die wordt geëvalueerd en met ingang van 2023 kan worden gewijzigd. Dit is een van de bestuurlijke opgaven in de regio. Eind vorig jaar is de maatstaf voor de verevening gewijzigd in het aantal jongeren binnen de gemeente. Daaruit komt nu een beeld naar voren dat Bunschoten onevenredig meer moet bijdragen aan de verevening. Dit is voor Bunschoten aanleiding om voor te stellen de wijziging in de vereveningssystematiek sneller door te voeren. Bunschoten is tot nu nagenoeg steeds een betalende gemeente geweest van gemiddeld € 200.000,per jaar en op basis van de nu geldende verevening gaat dit bedrag naar verwachting minimaal verdubbelen. De bestuurlijke discussie in de regio staat op de agenda van mei 2021 van het bestuurlijk overleg sociaal domein.
Programma Volksgezondheid en milieu Taakveld Volksgezondheid commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt. Taakvelden Riolering, Afval en Milieubeheer horen bij commissie Ruimte, portefeuillehouder W. de Jong.
Afval Nascheiding In het coalitieakkoord is afgesproken dat nascheiding wordt ingevoerd met als oogmerk het serviceniveau te verhogen. Met ingang van 2022 gaat de gemeente over op het nascheiden van huishoudelijk afval. U bent daar regelmatig over geïnformeerd. In deze kadernota worden de financiële aspecten geschetst die dit met zich meebrengt. Die zijn grotendeels gebaseerd op het uitvoeringsplan nascheiding dat aan de raad is aangeboden voor besluitvorming in de raad van 8 juli 2021. In deze kadernota wordt het effect weergegeven op de aanslag afvalstoffenheffing en een voorstel voor fasering van de tariefontwikkeling. Voor 2022 wordt verwacht dat er 8.100 aanslagen worden opgelegd. In de rapportage voor het uitvoeringsplan nascheiding wordt duidelijk dat het effect van nascheiding op het resultaat van lasten en baten ongeveer € 262.000,- hoger is. De meerkosten, uitgaande van 8.100 huishoudens is € 32,35 per aanslag. Eenmalige lasten Lasten desinvestering ondergrondse containers In het rapport nascheiding wordt uitgegaan van een desinvestering van de ondergrondse containers tot een bedrag van € 368.000,-. Voorgesteld wordt deze last ineens te nemen ten laste van de algemene reserve. Mogelijk dat deze lasten nog lager worden als blijkt dat de ondergrondse containers kunnen worden verkocht.
Eénmalige projectkosten communicatie € 20.000,-, afvalcoach € 5.000,- en aanpassing ICT-systeem € 7.000,-. Totaal eenmalige projectkosten € 32.000,- . Hogere tarieven voor verbranding grof huishoudelijk afval Tot 2022 bestond er één tarief per ton verbranding van restafval. Per 2022 wijzigt dit naar een tarief voor huishoudelijk restafval en een tarief voor grof huishoudelijk restafval. Bunschoten heeft een zéér hoge hoeveelheid grof huishoudelijk afval per inwoner wat via het aanbiedstation wordt aangeboden. Het effect is € 138.000,- hogere lasten.
Pagina 23
In het rapport nascheiding wordt ervan uitgegaan dat nascheiding leidt tot een reductie van het grof huishoudelijk afval op het aanbiedstation van 15kg per inwoner. Wel wordt een verschuiving verwacht naar het fijn huishoudelijk restafval. Dit resulteert in een reductie van de lasten met per saldo € 36.000,-. Dit is verwerkt in de berekening van de hogere netto lasten nascheiding. Als wordt aangenomen dat dit niet zal leiden tot een extra stijging in het fijn huishoudelijk restafval, maar dit al in de extra 125kg restafval per inwoner zit resulteert dit in een reductie van lasten met € 79.000,-. Een extra voordelig effect van € 43.000,-. In deze kadernota houden wij rekening met het scenario waarin de afname van grof huishoudelijk afval op het aanbiedstation al is verwerkt in de stijging van het restafval aan huis naar 125kg per inwoner. Dit is een aanname en hierdoor wordt het effect van grof huishoudelijk afval netto € 95.000,hoger. Het risico bestaat dat de aanname te positief is, maar aan de andere kant wordt ook onderzoek opgestart naar het reguleren van aanbod grof huishoudelijk afval op het aanbiedstation. De meerkosten, uitgaande van 8.100 huishoudens is € 11,73 per aanslag. Opbrengst diftar De inkomsten van de variabele heffing (diftar) van € 167.000,- worden verdisconteerd in het vastrecht.
In 2021 werden de gemiddelde variabele kosten begroot op € 16,80 voor eenpersoonshuishoudens en € 42,- voor meerpersoonshuishoudens. De verdiscontering van het variabele deel in het vastrecht komt uit op € 20,62 per aanslag. Lagere opbrengsten oud papier In de AVU begroting 2022 wordt € 20.000,- lagere opbrengst geraamd voor oud papier. De opbrengsten zijn marktafhankelijk en kunnen daarom variëren van jaar tot jaar. De meerkosten, uitgaande van 8.100 huishoudens is € 2,47 per aanslag. Aanbiedstation Er is een voorstel aan de raad aangeboden waarin het college voorstelt het aanbiedstation voorlopig op dezelfde plaats te laten. De argumenten daarvoor zijn in het raadsvoorstel voldoende toegelicht. Voor deze kadernota gaat het vooral om de financiële consequenties. Eén van de consequenties is dat er een minimale investering nodig is van € 50.000,-. Het gaat om nieuwe of renovatie van de huisvesting van de medewerkers, een nieuwe slagboom en klein onderhoud op het terrein. De afschrijvingstermijn gaat uit van 10 jaar. De jaarlijkse kapitaallast komt dan uit op afgerond € 5.500,- (€ 0,68 per aanslag). Ontwikkelingen bestaand beleid Raming dividend ROVA Te zien is een stabiel beeld van de ontwikkeling dividend van de ROVA. In de raming is gerekend met een normdividend van € 50.000,-. Het voorstel is om dit bij te stellen op basis van de ontwikkelingen 2019 en 2020 naar € 80.000,-.
Opbrengst vastrecht In de begroting 2021 is gerekend met een opbrengst van vastrecht van € 1.784.000,-. Op basis van de opgelegde aanslagen 2021 en rekening houdend met kwijtscheldingen verwachten we een hogere opbrengst van € 40.000,- te realiseren. Storting in egalisatiereserve In de raming 2021 is een storting geraamd in de egalisatiereserve van afgerond € 31.000,-. Gelet op de vele ontwikkelingen en onzekerheden wordt voorgesteld om deze storting voor de berekening van de tarieven nu even buiten beschouwing te laten. Op basis van het bestaande beleid is het voorstel om deze positieve ontwikkelingen nu mee te nemen in de bepalingen van de tarieven 2022. In totaal gaat het om een voordelig effect van € 101.000,(€ 12,47 per aanslag).
Pagina 24
Tarief avalbeleid 2022: Egalisatie van het tarief In de begroting 2021 is voor de afvalstoffenheffing gerekend met een vastrecht van € 230,- en € 42,variabel voor een meerpersoonshuishouden en € 16,80 variabel voor eenpersoonshuishouden. Tarief éénpersoonshuishouden 2021 Tarief meerpersoonshuishouden 2021
€ 246,80 € 272,00
Om de begrootte netto lasten voor de uitvoering van het afvalbeleid op te halen dient een tarief te worden gehanteerd van afgerond € 296,- voor 8.100 aansluitingen. Het voorstel is om in het eerste jaar de tariefsverhoging te beperken tot € 285,-, omdat nog veel aannames zijn gemaakt over aantallen tonnages afval in het huidige beleid. Na de invoering is het mogelijk om te monitoren en te kijken of aanpassingen in het tarief naar boven of beneden mogelijk zijn. Een egalisatiereserve heeft als doel grote schommelingen in het tarief te egaliseren (vervlakken). Omdat er momenteel geen egalisatiereserve is opgebouwd, maar het wel wenselijk is het tarief enigszins te egaliseren is het voorstel het tarief in 2022 te beperken tot € 285,-. In onderstaande tabel is in beeld gebracht dat de verwachting is dat de tarieven de komende jaren nog iets stijgen en er dan ook ruimte komt om weer bedragen aan de egalisatiereserve toe te voegen. Wij vinden het verantwoord tijdelijk een deel te onttrekken aan de algemene reserve (ook de eenmalige lasten), omdat daarin de afgelopen jaren ook de opbrengst van de precario op kabels en leidingen aan is toegevoegd. Algemeen tarief huishoudens 2022
€ 285,00
Het tarief voor een éénpersoonshuishoudens stijgt met ongeveer 15,5% en het tarief voor een meerpersoonshuishouden stijgt met stijgt met 4,8%, echter alle huishoudens betalen hetzelfde tarief in de nieuwe situatie. Jaar Tarief Mutatie in reserve
2022 € 285,-/- € 89.000,-
2023 € 295,-/- € 8.000,-
2024 € 300,+/+ € 32.000,-
2025 € 305,+/+ € 73.000,-
Benchmark: tarieven in de rest van Nederland De afgelopen jaren zijn de afvaltarieven in heel Nederland flink gestegen door factoren die mede ook niet direct door gemeenten zijn te beïnvloeden. Met name de stijging van de belasting voor verbranding van afval heeft hieraan een bijdrage geleverd. Het gemiddelde afvaltarief voor een meerpersoonshuishouden bedroeg in 2021 in Nederland € 305,-. De tarieven van gemeenten in Nederland stegen in 2021 gemiddeld 8,00% met als grootste stijger Haren (Groningen) met 68% gevolgd door Baarn met 57% en Ten Boer (Groningen) met 49%. Het afvaltarief in Bunschoten beweegt naar het landelijk gemiddelde maar biedt wel een hoog serviceniveau voor de inwoners.
Pagina 25
Overzicht Bedragen x € 1,Onderwerp
2022 Investering
2023
2024
2025
(Kapitaal)lasten
Programma Verkeer, vervoer en waterstaat Asfaltonderzoeken
20.000
5.200
5.200
Eemdijk fundering verbetering
150.000
Bermverharding
3.250
6.500
6.550
9.150
Gebakken straatstenen Reconstructie Frans Jacobsweg - wegvak komgrens Fokjesweg Reconstructie Vinkenweg - wegvak Vaartweg Bloklandsweg
5.250
8.750
12.250
6.000
12.000
12.000
19.000
19.000
19.000
17.750
55.250
92.250
3.000
5.500
5.500
5.500
Totaal lasten majeure projecten
18.500
62.650 115.500 161.850
Afvalstoffenheffing/egalisatiereserve
3.000
5.500
5.500
5.500
Totaal beschikbare dekkingsmiddelen
3.000
5.500
5.500
5.500
Totaal netto last majeure projecten
15.500
57.150 110.000 156.350
Opwaardering wegen
2.600
5.200
120.000
1.650
3.950
400.000
1.750
276.200 434.000
9.500
2.250.000
Programma Sociaal domein Ontwikkeling zorgkosten Programma Volksgezondheid en milieu Ontwikkeling afval
50.000
Pagina 26
4. Nieuw beleid/ wensen In dit hoofdstuk zijn investeringen opgenomen voor nieuw beleid.
Programma Bestuur en ondersteuning Commissie Bestuur en Middelen, portefeuillehouders M. van de Groep en R.J. Beukers
Overhead Organisatieontwikkeling Als gemeente wordt er veel werk verzet, met relatief weinig mensen. Er is onvoldoende ruimte in de huidige formatie voor de aandacht die de onderwerpen arbeidsmigranten en participatie verdienen. Daarom wordt een uitbreiding van één fte van de formatie gevraagd (ongeveer € 75.000,-) ten behoeve van het integraal beleid met over arbeidsmigranten én om uitvoering te geven aan het participatiebeleid. Arbeidsmigranten Bunschoten heeft relatief veel arbeidsmigranten. Zij leveren een grote bijdrage aan de lokale economie. Het is belangrijk dat deze arbeidsmigranten op een menswaardige en veilige manier kunnen leven en werken. Integrale handhaving, beleid op het gebied van wonen, werk en veiligheid voor deze doelgroep en goede samenwerking met de maatschappelijke partners is hierin van belang. De afgelopen jaren zijn er binnen de gemeente diverse problemen geweest met arbeidsmigranten op het gebied van huisvesting, veiligheid en openbare orde. Participatie De gemeente vindt het belangrijk om met de samenleving te zoeken naar passende oplossingen en daarin de kracht van de samenleving te stimuleren en te benutten. Dit is in lijn met de organisatiestrategie ‘Klaar voor de toekomst, klaar voor morgen’ (2016). Sinds 2017 is de organisatie aan het werk om flexibel en integraal te kunnen inspelen op maatschappelijke vraagstukken.
Van daaruit is het belangrijk participatie verder te ontwikkelen. Ook de Omgevingswet vraagt per 1 januari 2022 participatiebeleid voor participatie met de inwoners en maatschappelijke partners. Participatie levert veel op. Het doel is dat de resultaten daarmee nog beter aansluiten bij de wensen van de samenleving. Participatie is maatwerk en vraagt tijd en expertise om dit goed vorm te geven. Capaciteit De afgelopen jaren heeft de gemeente een aantal nieuwe taken gekregen waarvoor nieuwe functionarissen zijn aangesteld, maar waarvoor geen formatie-uitbreiding is gevraagd. Denk hierbij aan de taken van de Functionaris Gegevensbeheer, die gezamenlijk in BLNP verband (0,2 fte voor Bunschoten) is aangesteld, de Privacy officer per gemeente (0,5 fte) in het kader van de AVG en bijvoorbeeld ook de preventiemedewerker (0,5 fte) in verband met de arbo-wetgeving. Daarnaast vragen maatschappelijke ontwikkelingen meer tijdsinvestering, denk bijvoorbeeld aan de analyse en monitoring van de zorgkosten. Dit alles is opgevangen binnen de bestaande formatie. Ook de inzet van tijdelijke extra capaciteit (zie memo 21 januari 2021) in verband met uitval en piekbelasting wordt gezocht binnen de bestaande formatie. Hierdoor is er geen ruimte meer in de bestaande formatie. Budgetverhoging vanaf 2022
€
75.000
Pagina 27
Programma Veiligheid Commissie Bestuur en Middelen, portefeuillehouder M. van de Groep
Openbare orde en veiligheid Vervangen camera’s centrum De gemeente Bunschoten heeft de mogelijkheid om de camera's in het centrum te vervangen door een nieuw camerasysteem, waarvan de beelden door een meldkamer in Utrecht live uitgekeken kunnen worden. Dit brengt kosten met zich mee: gebruik meldkamer, onderhoud en afschrijving systeem en uurtarief van het meekijken. Onderstaand bedrag is gebaseerd op een jaarlijkse vaste bijdrage van € 23.500,- en € 11.500,- voor het live meekijken (omgerekend aantal uren). U hebt een opiniërende mededeling ontvangen over de vervanging van deze camera’s. In deze kadernota zijn de lasten van de uitgebreide variant opgenomen. Die vraagt per saldo een extra jaarlast van € 33.300,-. Budgetverhoging vanaf 2022
€
33.300,-
Programma Economie Commissie Bestuur en Middelen, portefeuilleh ouder R.J. Beukers. Taakveld Economische promotie hoort bij de portefeuille van P. van Asselt.
Taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Centrumactiviteiten Tot 2021 investeerden de ondernemers, door middel van een bedrijven investeringszone (BIZ), gezamenlijk in het centrum van Spakenburg. Uit de draagvlakmeting in november 2020 bleek onvoldoende draagvlak om de bestaande BIZ met vijf jaar te verlengen. De gemeente Bunschoten ambieert in haar Centrumvisie 2017-2023 een compact, aantrekkelijk en compleet centrum. Waarbij andere functies dan detailhandel belangrijker worden en meer met elkaar vervlochten worden om de totaalbeleving te stimuleren. Het gezamenlijk optrekken van gemeente, ondernemers, vastgoedeigenaren en andere stakeholders moet leiden tot een toekomstbestendig centrumgebied. Door het wegvallen van de BIZ komen deze samenwerkingen onder druk te staan. Gelukkig heeft de gemeente eind 2020 een subsidie van de Provincie Utrecht gekregen om het centrum vitaal te houden. Met deze subsidie wil de gemeente proactief inspelen op de huidige tendens en anticiperen op de groeiende problematiek door de samenwerking terug te brengen in het Centrum van Spakenburg. Er is een adviesbureau gevraagd om een plan van aanpak op te stellen voor de implementatie van een alternatieve c.q. hernieuwde samenwerkings- en financieringsvorm. Dit adviesbureau zal eerst onderzoek doen naar de behoefte van centrumondernemers, stichtingen en vastgoed eigenaren.
In 2022 wil de gemeente de hernieuwde samenwerkingsverbanden opzetten (met de nieuwe financieringsvorm, als hiervoor gekozen wordt). Als er gekozen wordt voor een nieuwe samenwerkingsvorm met nieuwe financieringsvorm, zal dit ook in 2022 geïmplementeerd worden. Vanaf 2023 zouden er dan weer structurele middelen vrijkomen voor het ondernemersfonds. 2022 zal een overbruggingsjaar zijn. Met deze eenmalige subsidie wil de gemeente het ondernemersfonds laten bestaan, zodat zij de belangrijkste activiteiten uit de BIZ kunnen voortzetten. Budgetverhoging 2022
€
25.000,-
Pagina 28
Programma Onderwijs Commissie Samenleving, portefeuillehouder P. van Asselt
Onderwijshuisvesting Aanpassing afschrijvingstermijn In de financiële bijlage bij het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) is ook aandacht besteed aan de afschrijvingstermijnen. Dat deel is overgenomen in deze kadernota, zodat kan worden meegewogen of een verkorting van de afschrijvingstermijnen financieel haalbaar is. Afschrijvingstermijnen Scholen
Netto investering
Afschrijving Afschrijving Afschrijving 60 jaar 50 jaar 40 jaar
Afschrijvingen per school € 109.900
€ 131.880
€ 164.850
Groen van Prinstererschool en Grondtoon € 5.600.000
€
93.333
€ 112.000
€ 140.000
De Ark en Rengerswetering
€ 4.800.000
€
80.000
€
96.000
€ 120.000
Totaal plan 2017-2020
€ 16.994.000
€ 283.233
€ 339.880
€ 424.850
Dr. H. Bavinckschool
€ 2.913.000
€
48.550
€
58.260
€
72.825
t Kruisrak
€
759.000
€
12.650
€
15.180
€
18.975
Totaalplan 2020-2024
€ 3.672.000
€
61.200
€
73.440
€
91.800
Totaal
€ 20.666.000
€ 344.433
Calvijnschool en Het Sterrenlicht
Mutatie
€ 6.594.000
€ 413.320
€ 516.650
€
€ 172.217
68.887
De investeringen in de schoolgebouwen worden afgeschreven in een periode van 60 jaar. Deze termijn is naar aanleiding van de vorige kerntakendiscussie (2014) ingevoerd en gebaseerd op de zogenaamde LONDO-vergoeding die ook uitgingen van een termijn van 60 jaar. In de meerjarenbegroting 2021-2024 is dekking voor de kapitaallasten op basis van deze 60 jaar. De afschrijvingslasten voor deze nieuwe investeringen bedragen afgerond € 345.000,- en zijn dus gedekt. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en renovatie van de schoolgebouwen en de schoolbesturen voor het dagelijks en groot onderhoud (beheerplannen schoolgebouwen). Een verlaging van de afschrijvingstermijn met 10 jaar betekent een extra afschrijvingslast van bijna € 70.000,- per jaar. Terug naar 40 jaar betekent dus een extra last van € 173.000,- per jaar. Als positieve ontwikkeling van een kortere afschrijvingstermijn kan worden genoemd dat, als er minder snel een renovatie nodig is de kans op restantboekwaarde kleiner is, als de school niet meer nodig is voor onderwijsdoeleinden. Incidentele voordelen kunnen naar voren komen bij de jaarrekening als de school is afgeschreven, maar nog wel in gebruik is. Er zijn dan incidenteel geen kapitaallasten. Het voorstel is om in het vervolg uit te gaan van een meer realistische afschrijvingstermijn van 50 jaar.
Pagina 29
Programma Volksgezondheid en milieu Taakveld Volksgezondheid commissie Samenleving, po rtefeuillehouder P. van Asselt. Taakvelden Riolering, Afval en Milieubeheer horen bij commissie Ruimte, portefeuillehouder W. de Jong.
Volksgezondheid Plan van aanpak drank & drugs In het coalitieakkoord is opgenomen dat er een plan van aanpak drank en drugs moet komen. Als er meer wordt ingezet op de aanpak drank en drugs, dan is er te weinig budget. Er is meer inzet nodig van de huidige samenwerkingspartners en ondersteuning vanuit het Trimbos Instituut. Ook is voor het opzetten of uitbreiden van interventies budget nodig. Budgetverhoging vanaf 2022
€
20.000,-
Pagina 30
Overzicht Bedragen x € 1,Onderwerp
2022 Investering
2023
2024
2025
(Kapitaal)lasten
Programma Bestuur en ondersteuning Organisatieontwikkeling
75.000
75.000
75.000
75.000
33.300
33.300
33.300
33.300
70.000
70.000
70.000
70.000
Plan van aanpak drank & drugs
20.000
20.000
20.000
20.000
Totaal lasten gewenste investeringen
223.300
198.300
198.300
198.300
Programma Veiligheid Vervangen camera's centrum Programma Economie Centrumactiviteiten
25.000
Programma Onderwijs Aanpassing afschrijvingstermijn Programma Volksgezondheid en milieu
Totaal beschikbare dekkingsmiddelen Resterende last gewenste investeringen
223.300
198.300
198.300
198.300
Pagina 31
Pagina 32
5. Kerntakendiscussie In dit hoofdstuk wordt stil gestaan bij de uitwerking van de kerntakendiscussie voor de jaren 2022 en verder. In de oorspronkelijke begroting 2021-2024 is voor 2022 en verder in de raming rekening gehouden met een taakstellende bezuiniging van € 800.000,-. Bij de vaststelling van de begroting in de raad van november 2020 is de oorspronkelijke taakstelling verlaagd met € 200.000,- tot € 600.000,-. De uitwerking van de kerntakendiscussie bestaat vanaf 2022 uit de volgende onderdelen: - Uitwerking maatregelen € 370.000,- Uitwerking onderzoeken € 130.000,- Budget onderuitputting € 100.000,Alle drie de onderwerpen komen hieronder aan bod.
Uitwerking maatregelen Zoals beschreven in de 1e tussentijdse bestuursrapportage 2021 zijn diverse maatregelen in 2021 al uitgewerkt. Dit heeft ook invloed op 2022 en verder. In onderstaand overzicht is te zien wat de maatregelen tot nu toe meerjarig opleveren. Op dit moment zijn nog niet alle maatregelen uitgewerkt voor de jaren 2022 en verder, omdat nog niet voor alle maatregelen duidelijk is wat de consequenties zijn.
Uitwerking onderzoeken In de nota Kerntakendiscussie zijn ook diverse onderzoeken voorgesteld, die een besparing kunnen opleveren. De verwachting is dat deze onderzoeken minimaal € 130.000,- opleveren. Op dit moment worden diverse onderzoeken uitgewerkt. Er zijn nog geen financiële uitkomsten bekend. De verwachting is dat eind 2021 meer duidelijk is over de uitkomsten van de diverse onderzoeken.
Budget onderuitputting Naast bovenstaande onderdelen is in de nota Kerntakendiscussie is aangegeven dat er op sommige budgetten ruimte te vinden is. In de afgelopen maanden is kritisch naar de begroting van 2021 en verder gekeken. In onderstaand overzicht is te zien dat voor de jaren 2022 en verder de taakstelling van € 100.000,- voor dit onderdeel ruim is gerealiseerd.
Totaaloverzicht In onderstaande tabel is een totaaloverzicht opgenomen van de stand van zaken kerntakendiscussie tot en met april 2021 voor de jaren 2022 en verder. In de tabel lijkt het dat de taakstelling meerjarig nog niet wordt behaald, maar hier zijn alleen de concrete maatregelen in verwerkt. Wij zien nog voldoende mogelijkheden dit in te vullen waarbij soms ook nog naar andere mogelijkheden wordt gekeken dan de voorstellen die zijn geïnventariseerd. In de tweede helft van dit jaar hebben we het voornemen u meer in detail te informeren over de voortgang.
Verwachting
Realisatie
2022 e.v.
2022
2023
2024
Maatregelen
€
370.000
€ 135.800
€ 135.800
€ 135.800
Onderzoeken
€
130.000
€
€
€
Onderuitputting
€
100.000
€ 113.600
€ 113.600
€ 113.600
Totaal
€
600.000
€ 249.400
€ 249.400
€ 249.400
-
-
-
Pagina 33
Pagina 34
6. Ontwikkeling algemene uitkering Dit hoofdstuk geeft het beeld van de algemene uitkering weer. Meicirculaire De meicirculaire 2021 wordt eind mei verwacht. De effecten daarvan worden u in een aparte mededeling gemeld en nog betrokken bij de besluitvorming van de kadernota. Hieronder enkele onderwerpen die al wel meegenomen kunnen worden voor de berekening van de algemene uitkering 2022. Basis septembercirculaire 2020 Basis voor de berekening zijn de laatst bekende cijfers uit de septembercirculaire 2020. BTW Compensatiefonds Bunschoten declareert de BTW op overheidstaken bij het BTW Compensatiefonds (BCF), net als alle andere gemeenten. Jaarlijks ruim € 2 miljoen. Ruimte onder het plafond van het BCF wordt overgeheveld naar het gemeentefonds en dan aan de gemeente uitgekeerd. In de berekening van de algemene uitkering 2021-2024 is voorzichtigheidshalve geen rekening meer gehouden met een uitkering vanuit BCF. Toch is de afgelopen jaren steeds een bedrag uitgekeerd. Het voorstel is om in de raming rekening te houden met een uitkering. Een bedrag van € 30.000,- wordt daarvoor meegenomen voor de invulling van de taakstelling onderuitputting kadernota. Herijking gemeentefonds/sociaal domein Een eerste resultaat van de herijking van het gemeentefonds komt voor Bunschoten nagenoeg uit op de nullijn. In vergelijking met wat eerder werd verwacht een positieve ontwikkeling.
Deze uitkomst is gebaseerd op de cijfers van 2017. Er komt een geactualiseerde berekening naar de stand 2019. Veel gemeenten in het Noorden van Nederland hebben zich verenigd en actiegevoerd om een betere verdeling. Zij komen er in de eerste berekeningen slecht van af. Inmiddels heeft ook de Raad van het Openbaar Bestuur veel vragen gesteld aan de minister van Binnenlandse zaken. Toegezegd is dat begin juni 2021 een nieuwe berekening beschikbaar komt, omdat er ook een betere indicator beschikbaar is voor het sociaal domein. Het is nog onduidelijk welke kant het opgaat en daarom wordt voorlopig uitgegaan van het nul scenario. Extra middelen sociaal domein In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met de extra uitkering sociaal domein na 2021 van € 300.000,-. Voor 2021 is nu incidenteel extra geld beschikbaar gesteld van € 613 miljoen. Momenteel loopt er een arbitragezaak voor de extra structurele middelen sociaal domein vanaf 2022, waarvan de uitkomst ook elke moment kan verschijnen. Als daar nog extra informatie over beschikbaar komt voor de kadernota, wordt u daarover geïnformeerd.