RV 1158833 bijlage Financi le aspecten integraal huisvestingsplan 2017 - 2028
Tekst van het document
Notitie Financiële aspecten integraal huisvestingsplan onderwijs 2017 - 2028
Maart 2021
2
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................... 5 1.
Financiële aspecten integraal huisvestingsplan 2017 - 2028 .......................................................... 7
2.
Afschrijvingstermijnen .................................................................................................................... 11
3.
Vrijkomende gronden schoollocaties ............................................................................................. 13
4.
Impact financiële positie en kengetallen van de gemeente ........................................................... 15
3
4
Samenvatting Deze notitie ‘financiële aspecten integraal huisvestingsplan onderwijs’ is mede ingegeven door de moties die in 2019 zijn aangenomen bij de kadernota van dat jaar. Daarin werd opgeroepen tot een integrale afweging van de consequenties van het integraal huisvestingsplan (IHP) tot en met 2026 in relatie tot de totale financiële positie van de gemeente. De andere moties hadden betrekking op de bestemming van de vrijgekomen gronden en dat door middel van taxatie een indicatie wordt verkregen van de financiële maximalisatie van de opbrengsten. In deze notitie treft u de uitwerking daarvan aan. In de periode 2017 - 2026 bedragen de investeringen in huisvesting onderwijs ruim € 20 miljoen. De afschrijvingslasten van deze investeringen bedragen afgerond € 345.000,- op basis van 60 jaar afschrijving. In beeld is gebracht wat een verkorting van de afschrijvingsduur betekent. Een verkorting met 10 jaar vraagt afgerond bijna € 70.000,- aan extra dekking. Voor de vrijkomende gronden zijn taxaties uitgevoerd en op basis daarvan, en met als uitgangspunt opbrengstmaximalisatie, komt de waarde van alle terreinen uit op € 6,7 miljoen. Vooral het realiseren van de extra opbrengsten van de gronden laat een forse verbetering zien van de solvabiliteit. De financiële effecten worden verwerkt in de kadernota begroting 2022 – 2025.
5
6
1. Financiële aspecten integraal huisvestingsplan 2017 - 2028 De investeringen die voortvloeien uit het integraal huisvestingsplan onderwijs zijn fors te noemen. Dat rechtvaardigt dat er in een aparte bijlage nader wordt ingezoomd op de financiële aspecten die hieruit voortvloeien. We geven eerst een beeld van de actuele stand van zaken in één oogopslag (figuur 1) en geven daarna een toelichting op de ontwikkelingen. Dat begint met een korte terugblik op de ontwikkelingen uit het vorige plan (IHP 2017 - 2020) en vervolgens de ontwikkelingen uit het nieuwe plan. We gaan in op de vraag wat het betekent als we de afschrijvingstermijnen verlagen (hoofdstuk twee), een hoofdstuk over de ontwikkeling van de vrijkomende schoollocaties (hoofdstuk drie) en tot slot nog een hoofdstuk over het effect op de totale financiële positie en ontwikkeling kengetallen en dan vooral de solvabiliteit (hoofdstuk vier). Figuur 1 Actuele stand van zaken investering schoolgebouwen Jaar van Investering Bijdrage Netto investering scholen investering Scholen Investeringen/kredieten (bedragen afgerond op € 1.000,-; prijspeil 2021) Calvijn en Sterrenlicht
2020
6.994.000
500.000
6.494.000
Groen van Prinsterer en Grondtoon
2021
5.700.000
100.000
5.600.000
De Ark/Rengerwetering
2023
600.000
16.894.000
Totaal plan 2017 - 2020
4.800.000 17.494.000
4.800.000
Bavinckschool
2022
2.913.000
2.913.000
Kruisrak
2026
759.000
759.000
Totaalplan 2020 - 2024
3.672.000
0
3.672.000
Totaal investeringen 2017 - 2024
21.166.000
600.000
20.566.000
21.166.000
600.000
20.566.000
Periode 2025 - 2028 * School met de Bijbel Eemdijk
2026
Uitbreiding de Vlucht
2027
De Wegwijzer
2028
Totaal
* In het IHP 2025-2029 wordt opnieuw beoordeeld welke investeringen nodig zijn. In het huidige IHP zijn daar nog geen berekeningen voor gemaakt.
IHP 2017-2020 In dit plan is de eerste aanzet gegeven voor de nieuwbouw van een aantal zogenaamde duo-scholen. Het betreft de nieuwbouw Calvijnschool en het Sterrenlicht, de nieuwbouw Groen van Prinstererschool en Grondtoon, waarin ook SBO de Werf participeert. Tot slot de nieuwbouw van een school in Rengerswetering. In het vastgestelde IHP 2017 - 2020 werd uitgegaan van een totale investering in de genoemde scholen van afgerond € 9,9 miljoen. 7
VNG-normen Al snel bleek dat de normbedragen van de VNG niet meer reëel waren, er nieuwe eisen kwamen rond duurzaamheid (de zogenaamde BENG-norm) en stegen de bouwkosten door schaarste op de arbeidsmarkt. In de periode 2017 - 2021 zijn de VNG-normen met 100% gestegen. De VNG-normen zijn leidend voor het beschikbaar stellen van een krediet voor de nieuwbouw van de scholen. Ondanks dat deze normen fors zijn gestegen, kwamen er niet meer middelen in het gemeentefonds voor dit onderdeel.
Geactualiseerde kredieten Door de ontwikkeling van de VNG-normen moest jaarlijks een forse bijstelling van de kredieten worden meegenomen in de betreffende kadernota’s (2018 en 2019). Op basis van de bijstelling in 2019 kwam de raming van de totale investering uit op € 16,8 miljoen. Rekening houdend met de verhoging van het krediet door het wegvallen van de dekking voor de btwbesparende structuur komt de totale investering uit op afgerond € 17,5 miljoen.
Bijdrage schoolbesturen Met de schoolbesturen zijn afspraken gemaakt over een bijdrage in de investeringen in het kader van duurzaamheid. Zij kunnen dat terugverdienen door onder andere lagere energiekosten. De totale bijdrage van de schoolbesturen in deze periode is geraamd op € 600.000,-.
IHP 2020 - 2024 Een deel van de investeringen die in dit nieuw plan zijn opgenomen waren ook al opgenomen in het vorige plan en betreft de nieuwbouw van de school in Rengerswetering. Nieuw in dit plan zijn de investeringen in de renovatie van de Bavinckschool (2022) en de uitbreiding met twee lokalen voor het Kruisrak (2026). Op basis van de VNG-norm voor 2021 is een investering nodig van afgerond € 3,7 miljoen.
Nieuwbouw school Rengerswetering In het vorige IHP was voor de nieuwbouw van de school in Rengerswetering uitgegaan van een investering van € 4,8 miljoen (excl. grond). Daarbij was ook rekening gehouden met een uitbreiding met twee lokalen bij de Ark. Uit het nieuwe IHP blijkt dat (voorlopig) kan worden volstaan met een kleinere school in Rengerswetering en kan de uitbreiding met twee lokalen bij de Ark (voorlopig) achterwege blijven. De investering in de nieuwbouw van een basisschool Rengerswetering wordt nu geraamd op € 3,7 miljoen (norm 2021). In het coalitieakkoord is ook opgenomen de realisering van een integraal kindcentrum in Rengerswetering. Ook op andere locaties wordt daar over nagedacht. De investering die niet nodig is voor de nieuwbouw van de basisschool kan zo nodig worden ingezet voor de realisering van een integraal kindcentrum. Deze investering kan (voor een deel) worden terugverdiend, omdat hier ook huurinkomsten tegenover staan. Voorlopig blijven we uitgaan van het in de begroting opgenomen bedrag van € 4,8 miljoen. Er is een apart krediet geraamd van € 1 miljoen. voor de inbreng van grond voor de nieuwe school in Rengerswetering.
Renovatie Bavinckschool In de kadernota begroting 2021 is in hoofdstuk drie, Majeure ontwikkelingen, een paragraaf opgenomen over de te verwachten investeringen in het nieuwe IHP. Uitgegaan werd van de nieuwbouw van een duoschool van de Bavinckschool en de Wegwijzer. Hiervoor was een investering geraamd van € 5 miljoen en een structurele kapitaallast van gemiddeld € 110.000,-.
8
Omdat het nieuwe IHP nog niet in de raad was behandeld is de investering nog niet geraamd in de kadernota. Wel is bij het bepalen van de taakstellende bezuiniging rekening gehouden met deze lasten. De gedachte van de duo-school is in het nieuwe IHP losgelaten en in overleg met de schoolbesturen is gekozen voor renovatie van de Bavinckschool (2022) en is de nieuwbouw van de Wegwijzer doorgeschoven naar 2028. Met de uitbreiding bij het Kruisrak is nog geen rekening gehouden in de kadernota, omdat die buiten de scope van de meerjarenbegroting valt.
Bijdrage schoolbesturen Voor de nieuwe investeringen is nog geen bijdrage van de schoolbesturen geraamd. Op basis van het nieuwe bouwbesluit moet de gemeente voldoen aan de daarin opgenomen eisen en de norm van de VNG is daarop gebaseerd. Een bijdrage van de schoolbesturen is gerechtvaardigd als er meer wensen zijn die niet vallen binnen de normen van de VNG.
9
10
2. Afschrijvingstermijnen De investeringen in de schoolgebouwen worden afgeschreven in een periode van 60 jaar. Deze termijn is naar aanleiding van de vorige kerntakendiscussie (2014) ingevoerd en gebaseerd op de zogenaamde LONDO-vergoeding die ook uitging van een termijn van 60 jaar. In de meerjarenbegroting 2021 - 2024 is dekking voor de kapitaallasten op basis van deze 60 jaar. De afschrijvingslasten voor deze nieuwe investeringen bedragen afgerond € 345.000,- en zijn dus gedekt. Er is een kolom toegevoegd met daarin de rentelast over de gemiddelde investering, uitgaande van de huidig toegerekende rente van 1%. Figuur 2 Afschrijvingstermijnen
Scholen
Netto gemiddelde Investering rentelast
afschrijving afschrijving afschrijving 60 jaar 50 jaar 40 jaar
Afschrijvingen per school Calvijn en Sterrenlicht Groen van Prinsterer en Grondtoon De Ark/Rengerwetering Totaal plan 2017-2020
6.594.000 5.600.000 4.800.000 16.994.000
32.970 28.000 24.000 84.970
109.900 93.333 80.000 283.233
131.880 112.000 96.000 339.880
164.850 140.000 120.000 424.850
Bavinckschool Kruisrak Totaalplan 2020-2024
2.913.000 759.000 3.672.000
14.565 3.795 18.360
48.550 12.650 61.200
58.260 15.180 73.440
72.825 18.975 91.800
Totaal
20.666.000
103.330
344.433
413.320 68.887
516.650 172.217
mutatie
Toegezegd is dat bij het nieuwe IHP ook aandacht wordt besteed aan de afschrijvingstermijnen. Die zijn nu gebaseerd op 60 jaar. In deze paragraaf is dit verder uitgewerkt. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en renovatie van de schoolgebouwen en de schoolbesturen voor het dagelijks en groot onderhoud (beheerplannen schoolgebouwen). Een verlaging van de afschrijvingstermijn met 10 jaar betekent een extra afschrijvingslast van bijna € 70.000,- per jaar. Terug naar 40 jaar betekent een extra last van € 173.000,- per jaar. Als positieve ontwikkeling van een kortere afschrijvingstermijn kan worden genoemd dat er minder snel een renovatie nodig is, de kans op restantboekwaarde kleiner is als de school niet meer nodig is voor onderwijsdoeleinden. Incidentele voordelen kunnen naar voren komen bij de jaarrekening als de school is afgeschreven, maar nog wel in gebruik is. Er zijn dan incidenteel geen kapitaallasten.
11
12
3. Vrijkomende gronden schoollocaties In het coalitieakkoord is opgenomen dat voor de vrijkomende gronden schoollocaties uitgegaan moet worden van opbrengstmaximalisatie. Hiervoor moeten de gronden worden getaxeerd. De taxaties zijn uitgevoerd en op basis van de opbrengstmaximalisatie is de getaxeerde waarde voor alle percelen € 6,7 miljoen. In deze raming is rekening gehouden met de kosten van bouw- en woonrijpmaken van het terrein. Op de taxaties wordt geheimhouding gelegd, dat is de reden waarom ze niet per perceel zijn uitgesplitst. De locaties waar het om gaat zijn: Van Amerongenschool (2021), Calvijnschool (medio 2021), Groen van Prinstererschool (medio 2023) en Het Talent (medio 2023). Voor een aantal locaties geldt dat er nog een boekwaarde resteert na sloop van de scholen. Dit is vooral bij de Calvijnschool het geval (€ 0,4 miljoen) en de Van Amerongenschool (€ 0,2 miljoen). Die boekwaarden moeten ineens worden afgeschreven en gedekt uit de opbrengst van de gronden. In onderstaande tabel is dit uitgewerkt. Figuur 3 Overzicht vrijkomende gronden schoolgebouwen Locatie Per wanneer Boekwaarde
Potentiële Opmerkingen opbrengst *
(bedragen x € 1,-) Van Amerongenschool
2021
190.000
Calvijnschool
medio 2021
409.000
Groen van Prinstererschool medio 2023
0
Het Talent
medio 2023
opvang Grondtoon opvang Bavinckschool
0
Totaal
599.000
6.700.000
* Dit is op basis van de maximale opbrengst naar aanleiding van taxaties. Er wordt alleen een totaalbedrag gepresenteerd, omdat op de taxaties geheimhouding wordt opgelegd. In de opbrengst is rekening gehouden met de kosten van bouw- en woonrijpmaken van de terreinen.
13
14
4. Impact financiële positie en kengetallen van de gemeente De financiële impact van de investeringen in de nieuwe schoolgebouwen is dat er extra dekking nodig was voor de hogere kapitaallasten. De investeringen uit het oude IHP zijn jaarlijks meegewogen bij de kadernota en daar is in de dekking voorzien.
Ontwikkeling solvabiliteit Uitgangspunt is de geprognosticeerde balans uit de programmabegroting 2021 - 2024. De investeringen in de scholen op basis van het vastgestelde plan leiden tot hogere boekwaarden die tot uitdrukking komen in de balans onder de post vaste activa. Aan de andere kant zien we dat de post langlopende leningen minder snel daalt dan oorspronkelijk verwacht. Toch blijft het solvabiliteitspercentage boven het gewenste niveau van 30. Dat komt mede doordat ook het eigen vermogen toeneemt. De investeringen uit het nieuwe plan zijn nog niet in de balans meegenomen. Wel is in de begroting 2021 - 2024 in de opbouw van de taakstellende bezuiniging rekening gehouden met dekking voor de kapitaallasten uit investeringen die nieuw in het IHP zijn opgenomen. Formeel moet er nog wel een besluit door de raad worden genomen een krediet te verstrekken voor de renovatie van de Bavinckschool. Het effect op de solvabiliteit van de nieuwe investeringen in 2022 (€ 2,9 miljoen) is berekend op een daling met 1,3% in 2022 tot 1,5% in 2024. Uitgangspunt is de geprognosticeerde balans uit de programmabegroting 2021 - 2024 met de stand per 31-12-2022 en dat voor de investering externe financiering nodig is. De opbrengst van de vrijgekomen gronden schoolgebouwen wordt in eerste instantie aangewend om de reservepositie en solvabiliteit op peil te houden of te verbeteren.
Elke € 1 miljoen grondopbrengst betekent dat er minder externe financiering nodig is en verbetert de reservepositie. De solvabiliteit verbetert hierdoor met 1,5%. Lukt het om op basis van de taxaties die opbrengsten te realiseren dan verbetert het solvabiliteitspercentage zelfs met 2,5% in 2022 en in 2024 met 8,5%. Uitgangspunt is dat alle andere omstandigheden niet wijzigingen en hoe realistisch het is de maximale opbrengst te realiseren. Duidelijk is wel dat bij een extra opbrengst van € 1 miljoen het effect van de nieuwe investering in de Bavinckschool op de solvabiliteit wordt geneutraliseerd.
15