CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1157341 bijlage Bunschoten Business Case Nadere Analyse Begeleiding door Sociaal Team

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1157341 Business Case nadere analyse begeleiding door Sociaal Team2.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Business Case Nadere Analyse Begeleiding door Sociaal Team Aanleiding In het kader van de transformatie plannen van de Breed Spectrum Aanbieders (BSA) en de gemeenten (Amersfoort, Bunschoten, Baarn, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg) wordt gekeken naar mogelijkheden om de taak “begeleiding” in het kader van de Jeugdwet en de Wmo meer door de hulpverleners van het Sociaal Team te laten doen. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo 2015. De stijging van de zorgkosten maakt dat gekeken moet worden of op een andere wijze dan op dit moment daaraan uitvoering gegeven kan worden. De transformatieplannen BSA en gemeenten beogen enerzijds een inhoudelijke transformatie en anderzijds daarmee ook de zorgkosten terug te dringen. De transformatieplannen zijn bestuurlijk vastgesteld (Transformatieplan BSA collegebesluit zaaknr. 1153850) Verondersteld wordt dat als het Sociaal Team meer zelf begeleiding geeft dat dit sneller en passender is dan wanneer hiervoor doorverwezen wordt naar specialistische hulp. De hulp zou ook korter van aard zijn. Verondersteld wordt dan ook dat de inzet van het Sociaal Team goedkoper kan dan de inzet van de ingekochte specialistische hulp. Begeleiding wordt voornamelijk nu door P x Q zorgaanbieders geboden.

Deze business case (BC) moet duidelijk maken of die veronderstellingen juist zijn, en wat dat dan betekent voor de capaciteit en kwaliteit van het Sociaal Team. De BC is gebaseerd op het jaar 2019. Voor dit onderzoek is een aantal vormen van begeleiding uitgezonderd: • Woonbegeleiding • De begeleiding die wordt gegeven door de BSA, deze is bijzonder specialistisch • Ook aanbieders met een andere, bijzondere vorm van begeleiding, zoals begeleiding bij dementie, begeleiding met hulphonden. • Ook begeleiding op ongeplande momenten en in de weekenden zijn in deze BC niet meegenomen. • Praktische begeleiding door MBO geschoold personeel. Voor deze vormen van praktische begeleiding geldt uitvoering door het Sociaal Team geen besparing oplevert, omdat medewerkers Sociaal Team HBO medewerkers zijn.

Beschrijving huidige situatie Ambulante begeleiding Jeugd Aantal jeugdigen begeleiding Jeugdwet In 2019 zijn er in totaal 95 jeugdigen in zorg geweest bij een jeugdhulpaanbieder voor ambulante begeleiding. 88 jeugdigen daarvan zijn in zorg geweest bij P x Q aanbieders. Een paar jeugdigen zijn in zorg geweest bij BSA aanbieders. Gedurende dat jaar zijn er jeugdigen in- en uitgestroomd. Deze 95 jeugdigen zijn dus niet gelijktijdig in zorg geweest. Een waarneembare ontwikkeling in 2019 is dat steeds meer jeugdigen gebruik hebben gemaakt van ambulante begeleiding bij een zorgaanbieder. In januari 2019 waren dat slechts 40 jeugdigen. In december is dit gestegen tot 68 jeugdigen. Jan Feb Ma Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec 40 40 43 45 57 61 64 62 68 69 71 68 Ambulante begeleiding wordt in bouwblokken geïndiceerd. Er zijn vier interventieniveaus met bijbehorende budgetten. De meeste indicaties zijn afgegeven op de zwaardere interventieniveaus (niveau 3 en 4). Ter illustratie: Eén uur begeleiding per week voor de duur van een jaar, valt in interventieniveau 3. Het Sociaal Team is in 82% de verwijzer geweest van de afgegeven indicaties. 16,4% van de indicaties is er verwezen door de jeugdarts/huisarts. Aanbieders waar veel jeugdigen zorg van hebben ontvangen zijn AB ’t Spectrum en Praktijk ZigZag. Sinds mei 2020 is niet meer verwezen door een medisch specialist naar begeleiding.

Wat hebben deze jeugdigen gekost? Er wordt uitgegaan van het gedeclareerde bedrag voor 2019. Het gedeclareerde bedrag was €308.606,59 (peildatum september 2020). Dit betekent dus dat de gemiddelde kosten per cliënt voor ambulante begeleiding € 3248,- in 2019 bedroeg.

Ambulante begeleiding Wmo Aantal cliënten begeleiding Wmo In 2019 hebben 103 inwoners ambulante begeleiding Wmo ontvangen van een zorgaanbieder. In 2019 zijn er cliënten in- en uitgestroomd. Deze 103 inwoners zijn dus nooit allemaal tegelijk in zorg geweest. Ook hier is een ontwikkeling waarneembaar dat het aantal cliënten dat in zorg is gedurende het jaar 2019 is gestegen. In januari waren er 68 cliënten in zorg. In december waren dit 81 cliënten. Veelal is ook bij het indiceren interventieniveau 3 of 4 afgegeven. Kwintes en Leger des heils zijn de zorgaanbieders waar het meeste naar door wordt verwezen. Dit duidt op GGZproblematiek. Jan 68

Feb 69

Ma 72

Apr 71

Mei 72

Jun 75

Jul 75

Aug 75

Sep 74

Okt 78

Nov 77

Dec 81

Wat hebben deze inwoners gekost? Er wordt uitgegaan van het gedeclareerde bedrag voor 2019. Het gedeclareerde bedrag was €486.021 (peildatum september 2020). Dit betekent dat het gemiddelde bedrag per cliënt in 2019 €4719,- was.

Sociaal team De formatie van het Sociaal team is in 2021 begroot op 11,1 fte. Dit is inclusief de functie SO JGGZ. Gemiddelde kosten voor een FTE zijn €84.421 per jaar.

Beschrijving gewenste situatie Het beoogde doel is om het Sociaal Team meer inwoners zelf te laten begeleiden. Medewerkers van het Sociaal Team zijn bevraagd op hun caseload van 2019. Er is aan hen gevraagd of het Sociaal Team de cliënten zelf had kunnen begeleiden als hier de personele capaciteit voor was geweest. Stelregel die is meegegeven, is dat per cliënt gemiddeld 50 uur begeleiding per jaar geboden kan worden. Tenslotte is aangegeven dat woonbegeleiding, begeleiding op ongeplande momenten, zeer specialistische begeleiding (bijv. met hulphonden), en begeleiding op MBO niveau (naar schatting van het Sociaal Team), uitgesloten moesten worden. Hieruit is naar voren gekomen dat wanneer de capaciteit toereikend was geweest het Sociaal Team 41% van de jeugdigen zelf had kunnen begeleiden. Voor volwassenen (Wmo) geldt een percentage van 52%.

Maatschappelijke voordelen Meer begeleiding uit laten voeren door de hulpverleners van het Sociaal Team zorgt ervoor dat problemen van inwoners zoveel als mogelijk worden opgelost in hun eigen lokale omgeving, zonder dat de gemeente hen hoeft door te verwijzen naar andere hulpverleners (soms buiten het dorp). De inzet van meer begeleiding door het Sociaal Team sluit aan bij het principe van ‘1 gezin 1 plan 1 regisseur’. De inwoner krijgt ondersteuning daar waar nodig, maar wordt ook gestimuleerd om zo snel als mogelijk weer zelfredzaam te zijn en zijn eigen netwerk in te zetten. Als hulpverleners van het Sociaal Team meer zelf gaan begeleiden, is meer maatwerk mogelijk en kan er beter lokaal samengewerkt worden. Voor het Sociaal Team biedt het meer mogelijkheden om andere, passende, en lokale basisvoorzieningen in te zetten, in plaats van maatwerkvoorzieningen. Daardoor neemt naar verwachting het aantal verwijzingen naar specialistische zorgvormen af en neemt de cliënttevredenheid toe. Hiermee vindt substitutie plaats van een relatief duur specialistisch traject naar een goedkoper traject (zelf begeleiden), zonder aan kwaliteit in te boeten. Uit onderzoek blijkt ook dat als de begeleiding dicht bij huis met behulp van het sociaal netwerk wordt gedaan, er sneller een mogelijkheid is tot afschalen. Dat is in Bunschoten wel een aandachtspunt m.b.t.

inrichting en capaciteit van de Basis Infrastructuur. Er zijn momenteel met name minder afschalingsmogelijkheden voor inwoners met GGZ problematiek die praktische en psychosociale ondersteuning nodig hebben.

Efficiencyvoordelen Door zorgaanbieders wordt voornamelijk HBO-geschoold personeel ingezet in 2019. Per saldo ontstaat er dan een financieel voordeel door het feit dat het uurtarief van medewerkers Sociaal Team lager is dan het uurtarief van gecontracteerde zorgaanbieders. Bovendien is de begeleiding door het Sociaal Team efficiënter dan begeleiding van zorgaanbieders, omdat - Hulpverleners van het Sociaal team hoeven bij aanvang van de begeleiding geen vraagverheldering toe te passen, want dit is al gebeurd bij behandeling van de aanvraag (keukentafelgesprek). - Het Sociaal Team is, anders dan zorgaanbieders, niet omzet gedreven. Hierdoor wordt eerder afgeschaald. - De hulpverleners van het Sociaal team hebben beter zicht op het aanbod in de sociale basiszorg infrastructuur, zodat zorg eerder afgeschaald kan worden. - Het Sociaal Team is flexibeler en zet geen gestandaardiseerde trajecten in waardoor begeleiding sneller afgerond wordt.

-

Als een hulpverlener van het Sociaal Team zelf een inwoner begeleidt, scheelt dit kosten in het administratieve proces, doordat er geen beschikking hoeft afgegeven te worden. Ook de Zorgadministratie BBS wordt minder administratief belast omdat er geen factuurafhandeling hoeft plaats te vinden.

Voor deze businesscase gaan wij ervan uit dat het Sociaal Team effectiever is vanwege bovengenoemde redenen. Kwantificeren hoe groot die efficiencyslag is, is helaas niet mogelijk. Er wordt in deze businesscase uit gegaan van de veronderstelling (op basis van de business case ‘Minder Beschikken’ van gemeente Amersfoort) dat als hulpverleners van het Sociaal Team zelf de begeleiding doen, dat ze beter in staat zijn maatwerk te leveren en sneller kunnen afschalen. Dit zou volgens het onderzoek van Amersfoort een besparing op kunnen leveren van ca. 20% per traject. In deze business case wordt ook van dit percentage uit gegaan.

Besparingspotentieel Jeugd In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel declaraties NIET uitbetaald zouden zijn aan gespecialiseerde zorgaanbieders als het Sociaal Team 41% van de jeugdigen zelf zou gaan begeleiden. Er wordt gewerkt met een groeimodel, waarbij in het eerste jaar 15% van de jeugdigen wordt begeleid, in het tweede jaar 30% en in het vierde jaar 41%. Vanwege een groot aantal onzekerheden wordt geadviseerd om met dit groeimodel te werken en jaarlijks te evalueren. Verondersteld wordt dat het Sociaal Team dezelfde trajecten kan aanbieden als de zorgaanbieders, waarbij het team een efficiencyslag weet te maken van 20%. Jaar

Aantal jeugdigen

Kosten zorgverlening zorgaanbieders*

2021 2022 2023

14 (15%) 29 (30%) 39 (41%)

€ 43.500 € 90.000 € 121.000

Kosten zorgverlening Sociaal Team (80%)** €34.800 €72.000 €96.800

Besparingspotentieel (20%)

€8700 €18.000 €24.200

* Som declaraties van jeugdigen die door het Sociaal Team zelf begeleid hadden kunnen worden ** Deze begeleidingskosten zijn inclusief de uitbreiding van personeel (zie paragraaf gewenste situatie)

Voor de inzet van eigen Begeleiding door het Sociaal Team bedraagt de netto besparing in 2021 daarmee € 8700,- en voor de jaren erna respectievelijk € 18.000,- en € 24.200.

Besparingspotentieel cliënten Wmo In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel declaraties NIET uitbetaald zouden zijn aan gespecialiseerde zorgaanbieders als het Sociaal Team 52% van de cliënten zelf zou gaan begeleiden. Er wordt gewerkt met een groeimodel, waarbij in het eerste jaar 15% van de cliënten wordt begeleid, in het tweede jaar 30% en in het vierde jaar 52%. Vanwege een groot aantal onzekerheden wordt geadviseerd om met dit groeimodel te werken en jaarlijks te evalueren. Desgewenst kan bijgesteld worden. Verondersteld wordt dat het Sociaal Team dezelfde trajecten kan aanbieden als de zorgaanbieders, waarbij het team een efficiencyslag weet te maken van 20%.

Jaar

Aantal cliënten

Kosten zorgverleners zorgaanbieders*

2021 2022 2023

15 (15%) 31 (30%) 54 (52%)

€49.000 €101.000 €176.000

Kosten zorgverlening Sociaal Team (80%)** €39.200 €80.800 €140.800

Besparingspotentieel (20%)

€9800 €20.200 €35.200

* Som declaraties van cliënten die door het Sociaal Team zelf begeleid hadden kunnen worden ** Deze begeleidingskosten zijn inclusief de uitbreiding van personeel (zie paragraaf gewenste situatie)

Voor de inzet van eigen Begeleiding van Wmo-cliënten door het Sociaal Team bedraagt de netto besparing in 2021 daarmee € 9800,- en voor de jaren erna respectievelijk € 20.200,- en €35.200. Om meer cliënten (Wmo en jeugd) zelf te begeleiden, dient het Sociaal Team daar op toegerust te zijn. Hiervoor wordt een opleiding voor het team georganiseerd. De kosten hiervoor worden geraamd op eenmalig €15.000,-. Dit maakt dat het totale besparingspotentieel voor Wmo en Jeugd tezamen voor 2021 €3500 bedraagt en voor de jaren erna respectievelijk €38.200 en €59.400. Mogelijk is de te realiseren efficiencyslag groter, in dat geval neemt de besparing navenant toe. Het eerste jaar is de besparing minder groot, doordat opleidingskosten €15.000 bedragen.

Wat is nodig om bij de gewenste situatie te komen? Investering personeel Verondersteld wordt met de versterking van de eigen begeleiding het Sociaal Team een efficiencyslag weet te maken van 20%. Om meer eigen begeleiding te kunnen bieden is uitbreiding van het Sociaal team noodzakelijk. Geraamd wordt dat dit in 2021 ongeveer 0.9 fte zal zijn oplopend naar maximaal 2.8 fte.

2021 2022 2023

Inzet Jeugd (Uitbreiding team met 0.4 fte- max 1.1 fte)* €34.800 €72.000 € 96.800

Inzet Wmo (uitbreiding team met 0.5 fte- max 1.7 fte) €39.200 €80.800 €140.800

Opleidingskosten

Totale investeringskosten

€15.000

€89.000 €152.800 €237.600

*kosten 1fte Sociaal team: €84.421

Werkprocessen Het versterken van de eigen begeleiding betekent dat de werkwijze van het Sociaal Team verandert. Wijzigingen in de werkwijze moeten opgenomen in het kwaliteitshandboek, zodat alle hulpverleners via uniforme werkwijze werken. Het heeft niet alleen effect op de planning, het verdelen van werkzaamheden en op het beheer van de caseload, maar zal ook meer sturing op prestaties en registratie vergen. Daarnaast wordt er inhoudelijk en methodisch een ander beroep op medewerkers gedaan, waardoor deskundigheidsbevordering zowel op teamniveau als op individueel

niveau noodzakelijk is. Hier zal aandacht aan besteed moeten worden in het strategisch opleidingsplan van de BBS.

Kanttekeningen / risico’s Er is een aantal kanttekeningen bij deze businesscase te maken. Juist vanwege deze kanttekeningen, wordt geadviseerd om voor een groeimodel te kiezen, zodat elk jaar geëvalueerd en bijgestuurd kan worden. Algemene risico’s zijn weergegeven evenals kanttekeningen die bij het onderzoek geplaatst kunnen worden.

Kanttekeningen onderzoek -

-

Het onderzoek is uitgevoerd op de caseload in 2019, omdat regionaal hier afspraken over gemaakt zijn. Mogelijke nadelige consequenties zijn: o De caseload in 2019 is een andere caseload dan in 2020. Het aantal inwoners dat begeleid wordt door gespecialiseerde zorgaanbieders is zowel voor Wmo als Jeugd gegroeid. Dit maakt dat de conclusies over 2019 niet zonder meer zijn door te trekken naar 2020. o Hulpverleners van het Sociaal Team zijn bevraagd op hun cliënten in hun caseload. Met sommige cliënten hebben zij al een periode geen contact gehad. Hierdoor kan een bias ontstaan in de beantwoording. o Uitgangspunt zijn de declaraties van zorgaanbieders geweest. Dit bedrag ligt fors lager dan vastgesteld is in de jaarrekening. Hierdoor is het mogelijk dat het gemiddelde declaratiebedrag per cliënt hoger ligt dan waarvan uit is gegaan in deze businesscase. Er wordt uitgegaan van een efficiencyslag van 20% wanneer het sociaal team zelf begeleiding biedt ten opzichte van begeleiding door gespecialiseerde zorgaanbieders. Met dit percentage werkt gemeente Amersfoort ook in haar businesscase, omdat dit volgens hen het meest reële scenario is. Onzeker is of dit percentage ook voor Bunschoten geldt. Er heeft nog geen evaluatie in Amersfoort plaatsgevonden dus ook in Amersfoort weten we niet of 20% reëel is.

Een belangrijke factor in deze zijn de mogelijkheden tot afschaling naar de Sociale Basis Infrastructuur (SBI). De kanttekening daarbij is of de SBI in Bunschoten voldoende is ingericht en voldoende capaciteit heeft. Er zijn met name minder mogelijkheden voor inwoners met GGZ problematiek die praktische en psychosociale ondersteuning nodig hebben. 1

Algemene kanttekeningen -

-

Indien het Sociaal Team meer cliënten zelf gaat begeleiden, moet het Sociaal team uitgebreid te worden. Een risico is of voldoende personeel gevonden kan worden. Denk hierbij aan personeel dat SKJ-geregistreerd is en beheersing heeft van specifieke begeleidingsmethoden. Indien er toch minder cliënten zelf begeleid kunnen worden dan dit onderzoek aangeeft, is een overcapaciteit aan hulpverleners aanwezig. Meer zelf begeleiden wil niet per definitie zeggen dat er geen aanzuigende werking van de aanbieders uitgaat en dat het percentage niet daalt (marktwerking). Wachttijden kunnen langer worden, omdat het Sociaal Team meer moet doen. Een gemeente kan flexibel omgaan met een toename of afname in zorggebruik van inwoners als de zorg wordt neergelegd bij externe partijen (zorgaanbieders). De

1 Momenteel wordt gewerkt aan het ontwikkelen van pilots in de SBI voor deze doelgroep.

werkgeversverantwoordelijkheid ligt dan bij die aanbieder. Als er meer hulpverleners in het Sociaal Team komen ligt de werkgeversverantwoordelijkheid bij de gemeente/BBS.

Samenvattend Bovenstaand zijn inhoudelijke argumenten en financiële argumenten aangedragen om de medewerkers Sociaal Team meer zelf begeleiding te laten uitvoeren. • Beter in staat om vanuit het principe 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur passende zorg te bieden, beter mogelijkheden om sociaal en lokaal netwerk te activeren, sneller afschalen. • Het totale besparingspotentieel voor Wmo en Jeugd tezamen voor 2021 €3500 bedraagt en voor de jaren erna respectievelijk €38.200 en €59.400. • Als we dit gefaseerd in willen voeren is een uitbreiding van het Sociaal Team gewenst in 2021 met ongeveer 0.9 fte en oplopend naar maximaal 2.8 fte in 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9540941/1