CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 1151523 bijlage Wegbeheerplan 2022-2026

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1151523 Vaststellen Beheerplan Wegen 2022-20267.126 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wegbeheerplan gemeente Bunschoten 2022 - 2026 Team: Beheer Realisatie Openbare Ruimte Auteur: M. Wajer Status: definitief Datum: maart 2021 Gemeente Bunschoten: P. de Bourgraaf, K. Heinen, A. Voorwinden en T. van Westerlaak Civitas Advies: R. Westerhof

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Inleiding .............................................................................................................................. 5 1.1

Aanleiding beheerplan Wegen 2022-2026 ...................................................................... 5

1.2

Doelstellingen .................................................................................................................. 5

1.3

Kader beheerplan ............................................................................................................. 5

Evaluatie wegbeheer 2009 en 2013 .................................................................................... 7 2.1

Evaluatie 2009 ................................................................................................................. 7

2.2

Evaluatie 2013 ................................................................................................................. 7

Wegenareaal: kwantiteit .................................................................................................... 8 3.1

Inleiding ........................................................................................................................... 8

3.2

Wegtypen naar gebruiksfunctie ...................................................................................... 8

3.3

Verhardingsoppervlak naar functie ................................................................................. 9

3.4

Wegenareaal naar verhardingssoorten ........................................................................... 9

3.5

Wegenareaal naar jaar van aanleg ............................................................................... 10

Wegenareaal: kwaliteit ..................................................................................................... 11 4.1

Huidige technische kwaliteit .......................................................................................... 11

4.2

Huidige beeldkwaliteit ................................................................................................... 12

Beheervisie ....................................................................................................................... 14 5.1

Visie coalitieakkoord ...................................................................................................... 14

5.2

Visie technische kennis................................................................................................... 14

5.3

Visie toekomstige ontwikkelingen ................................................................................. 14

Financiële consequenties .................................................................................................. 17 6.1

Uitgangspunten ............................................................................................................. 17

6.2

Groot onderhoud ........................................................................................................... 17

6.3

Klein onderhoud ............................................................................................................. 18

6.4 Overige kosten ............................................................................................................... 19 6.4.1 Klimaatadaptatie ....................................................................................................... 19 6.4.2 Rehabilitatie asfalt ..................................................................................................... 19 6.4.3 Vervangingskosten betonstraatsteen door straatbaksteen ...................................... 20 6.4.4 Wegen in buitengebied ............................................................................................. 21 6.4.5 Toename areaal ......................................................................................................... 21 6.5

Beschikbare budgetten .................................................................................................. 21

6.6

Tot slot - financiën ......................................................................................................... 22

3

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Begrippenlijst ............................................................................................... 23 Beeldkwaliteit ............................................................................................... 27 Wetgeving en richtlijnen .............................................................................. 29 Wegtypen per gebruiksfunctie ..................................................................... 32

Verwijzingen in dit rapport Als u het rapport met Acrobat reader raadpleegt dan ziet u regelmatig verwijzingen in het rapport (blauw onderstreepte tekst). Via deze verwijzing kunt u direct naar het betreffende tekstdeel navigeren. Ook via de inhoudsopgave kunt u direct naar het betreffende tekstdeel navigeren. Met de sneltoets ALT en kunt u terugkeren naar de vorige positie.

4

1

Inleiding 1.1 Aanleiding beheerplan Wegen 2022-2026 De gemeente Bunschoten is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van haar kapitaalgoederen waaronder de wegen. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgesteld dat voor deze kapitaalgoederen meerjarenprogramma’s opgesteld moeten worden. Om te voldoen aan de eisen van de BBV dient het beheerplan periodiek geactualiseerd te worden. Dit beheerplan is gebaseerd op de resultaten van de globale visuele weginspectie die in het voorjaar van 2019 is uitgevoerd. De gemeente Bunschoten heeft ca. 1.173.000 m2 verharding in beheer en onderhoud.

1.2 Doelstellingen Het beheerplan Wegen 2022-2026 heeft tot doel om voor de korte, middellange en lange termijn het beheer en onderhoud van het wegenareaal inzichtelijk te hebben, om het onderhoud op een doelmatige wijze en tegen zo laag mogelijk kosten uit te voeren. Naast deze doelstelling heeft het beheerplan de volgende doelstellingen: - Financieel uitvoeringsprogramma waarmee het wegenareaal op niveau B van de CROW norm kan worden onderhouden. - Onderhoud van het wegenareaal op het basisniveau: CROW kwaliteitsniveau B (zie bijlage 2) vaststellen; - Voldoen aan de BBV met het opstellen van een meerjarenuitvoeringsprogramma; - Dit beheerplan vormt de basis voor een integrale aanpak van projecten met afstemming op projecten van onder andere riolering en verkeer; - Het inzichtelijk maken van de kosten van de vervanging van betonstraatsteen door straatbaksteen in de woonwijken; - Het inzichtelijk maken van de rehabilitatiekosten.

1.3 Kader beheerplan Dit beheerplan heeft betrekking op de asfalt-. elementen- en cementbeton-verhardingen die bij de gemeente Bunschoten in beheer zijn. Onverharde en halfverharde wegen/paden worden buiten beschouwing gelaten omdat de kwaliteit en onderhoudskosten van onverharde en halfverharde wegen/paden niet op basis van de CROW-systematiek kunnen worden bepaald. Het betreft een geringe hoeveelheid van 4.500 m2 (0,4%). In dit beheerplan wordt uitgegaan van kwaliteitsniveau B conform de CROWwegbeheersystematiek. Het kwaliteitsniveau voor wegen binnen de gemeente is niet bestuurlijk vastgesteld. Overige wetgeving en richtlijnen zijn weergegeven in bijlage 3. In het voorjaar van 2019 is, met behulp van de CROW wegbeheersystematiek (zie bijlage 3 CROW inspectiemethodiek) die ontwikkeld is voor wegbeheer, een globale visuele weginspectie uitgevoerd. De inspectie is de basis voor het onderliggende wegbeheerplan van de gemeente. De weginspecties zijn opgenomen in een beheersysteem. De gemeente Bunschoten beschikt over het GBI-beheersysteem. Met het systeem wordt het uitgevoerde en geplande onderhoud, zowel in tijd als financieel, inzichtelijk gemaakt.

5

Het wegbeheerplan omvat de volgende onderdelen: - een evaluatie van het wegbeheer van de afgelopen jaren; - een overzicht van de kwantiteit en de kwaliteit van de wegen; - een beheervisie; - een financieel overzicht.

6

2

Evaluatie wegbeheer 2009 en 2013 In 2009 en 2013 is het gevoerde beleid voor het wegbeheer in de gemeente Bunschoten geëvalueerd.

2.1 Evaluatie 2009 In 2009 heeft het bureau Oranjewoud een evaluatie uitgevoerd op het tot dan toe uitgevoerde wegbeheer. De conclusie van deze evaluatie was dat de kwaliteit een neerwaartse trend had, er structureel te weinig budget was om het basisniveau conform de CROW te halen en op lange termijn extra budget nodig was voor het vervangen van wegen. Daarnaast was er beperkt beleid voor de beeldkwaliteitskeuzes en werden veel ad-hoc onderhoudsmaatregelen uitgevoerd op basis van burgerklachten. De financiële conclusies (prijspeil 2009) indertijd waren: - Een gemiddeld benodigd budget voor 2010-2024 van € 1,2 miljoen; - Een gemiddeld benodigd budget Klein Onderhoud van € 120.000,--; - Voor het planjaar 2010 is een achterstallig onderhoud van ca € 2,8 miljoen voorzien.

In de B&W-vergadering van 25 januari 2011 zijn aan de hand van deze evaluatie nieuw beleid en financiële kaders vastgesteld: a) Het budget voor wegenonderhoud wordt jaarlijks verhoogd als gevolg van de areaaluitbreidingen en de jaarlijkse prijsindex volgens de GWW-sector1; b) Reconstructie(rehabilitatie)/vervanging/ of herinrichting van wegen wordt via een apart krediet aangevraagd en opgenomen in het meerjaren-investeringsprogramma (MIP); c) Bij rioleringsprojecten worden de kosten van het definitief aanbrengen van de verharding voor tenminste 50% of meer toegerekend aan het rioolbudget en dit uitgangspunt wordt betrokken bij het op te stellen vGRP2 in 2012.

2.2 Evaluatie 2013 In de B&W-vergadering van 21 januari 2014 is het wegbeheer opnieuw geëvalueerd. Daarin werd melding gemaakt van het feit dat het wegbeheersysteem GBI vanaf 2013 niet meer kon worden gevuld en bijgehouden door de komst en koppeling met de BGT (Basiskaart grootschalige Topografie). Hierdoor was het niet mogelijk om de weginspectie van 2012 in te voeren en geautomatiseerd in GBI de analyses, planningen en begrotingen te maken. De herstraatprogramma’s en het uitvoeringsprogramma asfaltverhardingen 2014-2017 zijn toen handmatig opgesteld. Er is aangegeven te wachten tot 2015 met het uitvoeren van periodieke weginspecties en planmatig genereren van uitvoeringsprogramma’s totdat GBI weer operationeel is. Wat achteraf is gebleken dat pas in 2017 GBI weer operationeel was en in 2018 de 1e weginspectie is uitgevoerd. In dit B&W-advies werden de volgende kanttekeningen gezet: - Vanwege het niet functioneren van GBI kon geen actueel kwaliteitsbeeld worden bepaald; - Voor reconstructies, funderingsverbeteringen en vervanging van bestratingsmateriaal worden jaarlijks kredieten aangevraagd via kadernota’s; - In de uitvoeringsprogramma’s worden projecten waar mogelijk integraal opgepakt. 1 Grond-, weg- en waterbouw sector 2 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan

7

3

Wegenareaal: kwantiteit 3.1 Inleiding De gemeente Bunschoten heeft een totaal oppervlak van 34,81 km2 en telt ruim 21.900 inwoners (augustus 2020). Het totaal areaal aan verhardingen in gemeentelijk eigendom en beheer bedraagt in december 2020 ca. 1.173.000 m2 (afgerond).

3.2 Wegtypen naar gebruiksfunctie Het totale oppervlakte aan wegverhardingen is opgedeeld in verschillende wegtypen, volgens de indeling zoals omschreven in publicatie 147 van het CROW. De opdeling gebeurt op basis van de gebruiksfunctie van de weg. Het resultaat is groepen van wegen met een gemeenschappelijke functie (zie bijlage 4 voor een plattegrond met de verdeling in de gemeente Bunschoten). Aan elk wegvakonderdeel is een bepaalde gebruiksfunctie en wegtype toebedeeld. In tabel 2 zijn de wegtypen die in eigendom en beheer zijn van de gemeente Bunschoten met het aanwezige areaal weergegeven. Het totaal te onderhouden verhardingsoppervlak is 1.172.964 m² (peildatum december 2020). Onder wegtype 8 staat de oppervlakte aangegeven waar in het beheersysteem geen wegtype aan is gekoppeld. Wegtype 1 auto(snel)wegen komt in Bunschoten niet voor. Wegtype 2 provinciale wegen zijn niet in eigendom en beheer bij de gemeente Bunschoten, deze zijn niet opgenomen in de tabel.

Oppervlakte in m²

Oppervlakte in %

195.738

16,7%

199.342

17,0%

438.562

37,4%

265.231

22,6%

74.036

6,3%

8 Overig

55

0,0%

Totaal

1.172.964

100%

Wegtype

Benaming Weg – gemiddeld belast 3 Industriewegen, incl. inritten, stadsontsluitingswegen, busbaan

Weg – licht belast 4 Wegen buitengebied, buurtontsluitingsweg, parallelweg, parkeren en industrieterreinen

5 6 7

Weg in woongebied Woonstraten, parkeren in woongebied, inritten

Weg in verblijfsgebied Alle voetpaden en pleinen

Fietspaden Aanliggende en vrijliggende fietspaden

Tabel 2: Wegtypen in de gemeente Bunschoten

8

3.3 Verhardingsoppervlak naar functie Binnen het totale verhardingsareaal nemen de rijbanen verreweg het grootste aandeel in, namelijk ruim 660.000 m2. Dit wegvakonderdeel is bepalend voor het grootste deel van het berekende onderhoudsbudget. De fiets- en voetpaden hebben een oppervlakte van ruim 330.000 m2.

Figuur 1: Wegfuncties in de gemeente Bunschoten

3.4 Wegenareaal naar verhardingssoorten De verharding is binnen de gemeente Bunschoten te verdelen in 4 soorten, in tabel 3 staan deze soorten aangegeven met de bijbehorende omvang.

Soort

Verharding 1 2 3 4

Totaal

Asfalt Cementbeton Elementen Overig

Oppervlakte (m²) 332.405 44.565 794.011 1.983

Percentage (%) 28,3% 3,8% 67,7% 0,2%

1.172.964

100,0%

Tabel 3: Verhardingssoorten met onderlinge verdeling

9

3.5 Wegenareaal naar jaar van aanleg De leeftijdsopbouw is van belang voor het voorspellen van de onderhoudsbehoefte op middellange en lange termijn. In figuur 2 zijn de aanlegperiodes per 5 jaar weergegeven. Uit deze figuur blijkt dat in de jaren zeventig en tachtig veel verharding is aangelegd of vervangen. Eenzelfde aanlegpiek/vervanging heeft plaats gevonden begin jaren negentig. Dit zijn de perioden waarin de gemeente Bunschoten door uitbreidingswijken is gegroeid.

Figuur 2: Aanlegjaren verhardingen

10

4

Wegenareaal: kwaliteit 4.1 Huidige technische kwaliteit De kwaliteit van de verhardingen in Bunschoten is bepaald met behulp van globale visuele weginspecties conform CROW methodiek, uitgevoerd in het voorjaar van 2019. Schades zijn genoteerd en voor de verschillende schadebeelden is de score bepaald conform CROW methodiek (publicatie 146). In bijlage 3 wordt de CROW inspectiemethodiek nader beschreven. Om een beeld te geven van de huidige kwaliteit (inspectie 2019) van de verhardingen in Bunschoten, is deze verdeeld in voldoende, matig en onvoldoende. Omdat het hier gaat om gemiddelde scores, moeten de waarden als indicatief worden beschouwd. In tabel 4 is de verdeling van de gemiddelde kwaliteit aangegeven in percentage van het totale oppervlak per verhardingssoort. De betonverhardingen zijn buiten beschouwing gebleven aangezien dit slechts 2 procent van het totale areaal uitmaakt en voornamelijk de afgelopen tien jaar zijn aangelegd. De percentages zijn gebaseerd op de omvang van de wegvakonderdelen. Dit betekent dus dat niet het gehele oppervlak van het wegvakonderdeel de schade vertoont, maar dat bijvoorbeeld een percentage van het oppervlak schade vertoont. Verharding

Schadebeeld

Elementen

Dwarsonvlakheid

97

2

1

Oneffenheden

70

13

17

Rafeling

96

0

4

Dwarsonvlakheid

99

1

0

Oneffenheden

99

0

1

Scheurvorming

92

0

8

Asfalt

Voldoende %

Matig %

Onvoldoende %

Tabel 4 Verdeling gemiddelde kwaliteit

Bij de wegvakonderdelen met de beoordeling onvoldoende wordt het kwaliteitsniveau B niet gehaald. Om weer op kwaliteitsniveau B te komen moet aan deze wegvakonderdelen binnen een periode van 0 – 2 jaar groot onderhoud plaatsvinden. De wegvakonderdelen waarvan de beoordeling nu matig is, zullen op de middellange termijn, oftewel 3 – 5 jaar naar de beoordeling onvoldoende ontwikkelen. Voor de elementverhardingen is bijna 18% onvoldoende, het betreft ruim 140.000 m² waar op korte termijn groot onderhoud nodig is. Voor asfalt geldt dat op korte termijn 13% onvoldoende is, circa 43.000 m2. Op de middellange termijn, de periode van 3 – 5 jaar, wordt weinig onderhoud verwacht (1% matig). In bepaalde gevallen is er sprake van een combinatie van schadebeelden, het kan dus voorkomen dat er zowel ernstige rafeling als ernstige scheurvorming in één wegvakonderdeel voorkomen. Dit is in minder dan 1% van het totaal het geval.

11

Klein onderhoud Schades die ernstig zijn, maar in omvang of aantal gering zijn worden als klein onderhoud genoteerd. Herstel van deze schades valt onder het dagelijks onderhoud. Tijdens de afgelopen inspectieronde in 2019, zijn er 452 locaties geregistreerd waar klein onderhoud noodzakelijk is. In tabel 5 is per verhardingssoort het aantal locaties met klein onderhoud en de indicatieve omvang hiervan aangegeven.

Verhardingssoort Asfalt Elementen Cementbeton Totaal

Aantal (st) 117 333 2 452

Omvang (m2) 396 844 2 1.242

Tabel 5: Klein onderhoud per verhardingssoort

Het klein onderhoud bij asfaltverhardingen bestaat onder andere uit het herstellen van ernstige scheurvorming, randschade en het vullen van gaten. Bij elementverhardingen betreft het hoofdzakelijk het plaatselijk herstellen van de verharding en kleine verzakkingen. Rehabilitaties Bij de aanleg van een wegverharding dient periodiek klein en groot onderhoud plaats te vinden om zodoende de theoretische levensduur te kunnen halen. Dit periodiek onderhoud kan jaren lang uitgevoerd worden, maar de weg is op een gegeven moment op en dient volledig te worden vervangen inclusief wegfundering, dit wordt rehabilitatie genoemd. Dit moment is afhankelijk van diverse factoren zoals ondergrond, type verharding, het gebruik en de mate van onderhoud aan de weg. Uit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk deze grootschalige vervanging te combineren met ander ontwikkelingen zoals rioolwerkzaamheden en het treffen van verkeersmaatregelen. Nadere onderzoeken moeten worden uitgevoerd om de draagkracht en de restlevensduur goed te bepalen alvorens over te gaan tot een daadwerkelijke rehabilitatie. Omdat bij een rehabilitatie hoge kosten zijn gemoeid en het jaarlijkse budget hier niet in voorzag had de gemeente vastgesteld dat de vervangingsinvesteringen, conform de vastgestelde financiële kaders, via een afzonderlijk krediet werd aangevraagd en opgenomen in de Kadernota.

In dit beheerplan zijn de verwachte kosten voor rehabilitaties in beeld gebracht (zie paragraaf 6.4.2).

4.2 Huidige beeldkwaliteit De technische schadecijfers zijn vertaald naar de beeldkwaliteitsschalen, zoals gehanteerd door het CROW, zie publicatie 380 “Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2013”. Figuur 3 geeft de verdeling van de beeldkwaliteit weer, gebaseerd op technische kwaliteit, comfort en duurzaamheid. In bijlage 2 wordt de beeldkwaliteit nader beschreven.

12

Indien het gehele beheerareaal wordt beschouwd dan ligt circa 6% op beeldkwaliteit C en ca 12% beeldkwaliteit D. Totaal ligt circa 18% van het gehele verhardingsareaal onder het gewenste kwaliteitsniveau B. Na uitvoering van groot onderhoud of rehabilitaties ligt het kwaliteitsniveau weer op A+ of A. Met het uitvoeren van klein of groot onderhoud wordt het onderhoud op niveau gehouden. Het niveau dat we als uitgangspunt nemen is kwaliteitsniveau B. Hiermee voldoen we als wegbeheerder aan onze zorgplicht.

Figuur 3: Verdeling beeldkwaliteit conform CROW-beeldkwaliteitschalen

13

5

Beheervisie Om wegen doelmatig te kunnen beheren is een visie nodig voor de komende jaren. In voorliggend hoofdstuk worden de visie en uitgangspunten beschreven.

5.1 Visie coalitieakkoord De gemeente Bunschoten heeft voor wegbeheer de volgende aandachtspunten benoemt (Bron: Nieuwe wegen, vaste waarden! Coalitieakkoord 2019-2022): - Extra aandacht voor de veiligheid van voetgangers en fietsers; - Veilige fiets- en wandelpaden rondom het dorp.

5.2 Visie technische kennis Het beheer van de wegen is gebaseerd op de CROW methodiek voor wegbeheer. Daarnaast zijn er een aantal specifieke aandachtspunten die aansluiten bij deze methodiek: - Gebiedsgerichte (buurt-en wijkgewijs) aanpak bij onderhoud aan wegen; - Afstemmen van de uitvoeringsplanning van wegen met andere disciplines. Waar mogelijk worden werkzaamheden van andere disciplines gecombineerd uitgevoerd; - Wegen en voornamelijk asfaltwegen goed en tijdig onderhouden om kapitaalvernietiging te voorkomen; - Bermverhardingen toepassen langs de lichte en gemiddeld belaste wegen in het buitengebied. Het uitgangspunt in dit beheerplan is kwaliteitsniveau B.

5.3 Visie toekomstige ontwikkelingen Klimaatbestendig Het klimaat verandert en gemeenten zullen steeds vaker te maken krijgen met extreme neerslag die niet alleen door de riolering kan worden opgelost. De wegbeheerder en ook andere disciplines zoals groen zullen hier vaker een rol in moeten spelen. Het heeft consequenties voor de inrichting van de weg, de wijze van afstroming en (tijdelijke) berging van water op straat, het materiaalgebruik om infiltratie te bevorderen op noodzakelijke locaties en samenvoeging van diverse beheerbudgetten om andere inrichting van de openbare ruimte mogelijk te maken. Duurzaam materiaalgebruik – gebakken stenen Bij de aanleg van de wijken in de jaren 60, 70 en 80 is veel gewerkt met betonnen elementen in de rijwegen. Het blijkt dat de betonkwaliteit door de vele verkeersbewegingen en weersinvloeden onvoldoende wordt. Door slijtage wordt de rijweg onvoldoende stroef, dit levert verkeersveiligheidsproblemen op. Ook de beeldkwaliteit wordt minder. Om een aantal redenen is het wenselijk om de betonnen elementen in de rijwegen te gaan vervangen door gebakken materialen: - Duurzaamheid en veiligheid. De huidige gebakken straatbaksteen heeft een hoge kwaliteit en gaat generaties lang mee (minimaal 125 jaar). De betonstraatsteen verliest stroefheid en moet na 40 jaar worden vervangen in kader van de verkeersveiligheid.

De steen wordt na vijf tot tien jaar beduidend minder mooi (hoewel dit subjectief is); - Kleurvastheid. Alleen betonstraatsteen met een natuurlijke minerale deklaag blijft enigszins op kleur. Een straatbaksteen blijft altijd zijn kleur behouden;

14

- Onderhoud. Alg en mos hebben op straatbaksteen een stuk minder vat dan op betonstraatsteen. De afgelopen jaren zijn bij herinrichting en herstraten betonstraatstenen vervangen met gebakken stenen, hiervoor was tot en met 2020 budget beschikbaar. Op basis van de aanlegjaren (zie figuur 2) blijkt dat veel wegen meer dan 40 jaar oud zijn, daarom zijn er de komende periode extra financiële middelden benodigd om de rijwegen uit te gaan voeren in gebakken materialen. De te verwachten kosten voor vervangingen met gebakken stenen zijn in dit beheerplan in beeld gebracht. Verkeerstoename wegen in buitengebied Als gevolg van de toename van het verkeer in het algemeen en landbouw- en vrachtverkeer in het bijzonder, hebben de wegen en wegbermen in het buitengebied steeds meer te lijden. Dit komt deels doordat de wegen in het verleden aangelegd zijn voor relatief licht landbouwverkeer, (brom-)fietsers, personenauto’s en incidenteel (zwaar) vrachtverkeer. Vaak zijn dit smalle wegen en tegemoetkomend verkeer passeerde incidenteel door de berm. Dit was afdoende, de relatief weinig passeerbewegingen konden zonder problemen plaatsvinden. Doordat er meer grote bedrijven in het buitengebied gevestigd zijn en bestaande bedrijven uitbreiden, rijdt er meer en zwaarder vrachtverkeer in het buitengebied. Ook het landbouwverkeer is door de jaren heen zwaarder en breder geworden.

Door deze toename in aantal en gewicht worden de wegen zwaarder belast en vinden er meer passeerbewegingen door de bermen plaats. Daar waar vroeger incidenteel schade ontstond en de berm met grond aangevuld kon worden, zien we tegenwoordig dat hele lengtes wegberm doorlopend beschadigd worden. Dit heeft een aantal nadelige gevolgen, waaronder verkeersonveiligheid, aansprakelijkheidsstellingen, wateroverlast en vochtindringing in de wegconstructie. Voornamelijk de vochtindringing in de wegconstructie is desastreus. Er is vervorming van de fundering en stukken asfalt scheuren af en verzakken aan de rand van het wegdek. Uiteindelijk zal een aantal van deze wegen versneld aan reconstructie/rehabilitatie toe zijn. In het Mobiliteitsplan (2020) is beschreven dat er een aantal wegen zijn die uitsluitend bedoeld zijn voor het bieden van toegang tot landbouwpercelen en geen onderdeel uitmaken van een fietsroute. Mits er geen grote omrijdafstanden naar het centrum of buiten de gemeente ontstaan, zouden deze wegen kunnen worden afgewaardeerd. De komende jaren zijn er investeringen in voorliggend beheerplan opgenomen voor rehabilitatie van een aantal asfaltwegen in het buitengebied. Landbouwverkeer en fietsers kunnen ook gefaciliteerd worden met een halfverhard pad of wat daar op lijkt. Dit scheelt aanzienlijk in de rehabilitatiekosten.

De onderhoudskosten van deze halfverhardingen zullen toenemen, maar dat weegt ruimschoots op tegen de besparing in rehabilitaties. Afwaarderen wordt voorgesteld voor de volgende wegen: - Vinkenweg, van Bloklandsweg tot Bisschopsweg - Sint Nicolaashoofd, van Vinkenweg tot Gasthuisweg - Harsaterdrecht Binnen de beheerperiode van 2022-2026 zou afwaarderen een besparing kunnen geven van circa € 359.000,- aan rehabilitaties.

15

Toename areaal De gemeente Bunschoten heeft in de afgelopen jaren verschillende woningbouwontwikkelingen gehad wat resulteert in areaaluitbreidingen van het wegennet. In het Collegebesluit van 25 januari 2011 is vastgesteld dat het budget jaarlijks wordt verhoogd als gevolg van deze areaaluitbreidingen en de jaarlijkse prijsindex volgens de GWW-sector. Er zijn areaaluitbreidingen doorgevoerd in 2012-2015, erna niet meer. Verhardingstype

Areaal in 2016

Asfalt in m2 Elementen in m2 Beton in m2 Totaal in m2

Areaal in 2020

323.629 762.536 27.865

332.405 794.011 44.565

1.114.029

1.170.981

Tabel 6: Areaaluitbreidingen

16

6

Financiële consequenties In dit hoofdstuk worden de benodigde kosten voor onderhoud van verhardingen inzichtelijk gemaakt. De kosten zijn onderverdeeld in: - Groot onderhoud - Klein onderhoud Daarnaast zijn onderwerpen in beeld gebracht die van invloed zijn op de kwaliteit van en de visie op de wegen: - Klimaatadaptatie - Rehabilitatie - Vervanging betonstraatsteen door straatbaksteen in de woonwijken - Verkeerstoename buitengebied - Areaaluitbreidingen

6.1 Uitgangspunten Bij het bepalen van de eenheidsprijzen en onderhoudsmaatregelen is gebruik gemaakt van de landelijke kengetallen, die op basis van ervaring specifiek zijn gemaakt voor de gemeente Bunschoten (prijspeil 2021). De prijzen zijn verwerkt in het beheersysteem GBI. Voor elementenverhardingen betreffen het gemiddelde eenheidsprijzen, inclusief het herstellen van eventuele kolken, kantopsluitingen, de verwerking van zand en de eventuele leveranties van tekortkomende materialen. De gehanteerde gemiddelde eenheidsprijzen bij asfaltverhardingen zijn inclusief het aanbrengen van eventuele markeringen. Er is echter geen rekening gehouden met eventuele aanwezigheid van teerhoudend asfalt, dit is lastig vast te stellen en moet voorafgaande aan de uitvoering van een maatregel, per locatie bepaald worden. Alle, in deze rapportage, genoemde bedragen zijn weergegeven in euro (€), exclusief btw, prijspeil 2021 en exclusief inflatiecorrectie en wijzigingen in de GWW sector. Daarnaast is er rekening gehouden met de toeslagpercentages uit tabel 7: Aannemer Algemene kosten Uitvoeringskosten Winst en risico Gemeente Voorbereiding, administratie en toezicht

% 3% 5% 2% % 15%

Tabel 7: Toeslagpercentages

6.2 Groot onderhoud De jaarlijkse onderhoudskosten, die worden gemaakt ten behoeve van het onderhoud aan de (delen van) wegen in de gemeente Bunschoten, zijn bepaald op basis van inspecties, planjaar en gebruik van de weg. De inspecties zijn gecontroleerd door de wegbeheerder van de gemeente en afgestemd op de projectenplanning van rioleringswerkzaamheden en het mobiliteitsplan.

17

Op basis hiervan kan een inschatting worden gemaakt van de verwachtte / benodigde kosten. Een eerste piek (2022) aan onderhoudskosten bestaat uit het herstellen van wegen met kwaliteitsniveau C en D naar kwaliteitsniveau B. Hiervoor is een eenmalig bedrag nodig van € 2.244.750,-. Deze kosten zijn inclusief AKWR (10 %) en VAT-kosten (15%). Daarnaast is er een tweede piek (2023), deze is het gevolg van de aanlegperiodes en de levensduurverwachtingen (zie paragraaf 4.5, figuur 2). De gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten inclusief toeslagpercentages bedragen voor de periode 2022-2026: € 812.500,-/jaar. Dit is exclusief het herstel van de wegen zoals in voorgaande alinea is aangegeven.

Figuur 4: Berekend budget groot onderhoud, zonder opwaarderen kwaliteitsniveau wegen

Omdat er de afgelopen jaren beperkte budgetten beschikbaar waren zijn veelal delen van wegen (wegvakken) onderhouden. Echter heeft het de voorkeur om het beheer van wegen wijkgericht aan te pakken (één of meerdere straten per wijk onderhouden), dit is efficiënter, er kan beter met andere disciplines worden afgestemd (werk met werk maken), het is positief voor de uitstraling van een straat of buurt en geeft door de jaren heen minder overlast. Indien er budgetten beschikbaar zouden komen, kan in overleg met de diverse vakdisciplines een meerjarenplanning worden opgesteld die wijkgericht is.

6.3 Klein onderhoud In de planning en de begroting, zijn de kosten voor klein onderhoud niet inbegrepen. Het CROW houdt, op basis van ervaringscijfers, een percentage van gemiddeld 10 procent aan van het gemiddeld berekend groot onderhoudsbudget. Voor de gemeente Bunschoten betekent dit dat voor klein onderhoud jaarlijks een budget van circa € 120.000,-- moet worden gereserveerd. Input voor dit noodzakelijk klein onderhoud is afkomstig uit de weginspecties, van de eigen dienst en/of van bewoners en/of gebruikers.

18

6.4 Overige kosten Naast het klein en groot onderhoud zijn er nog een aantal onderdelen die bepalend zijn voor de kwaliteit van de wegen. Tot op heden werden de onderdelen rehabilitatie en vervangen betonstraatstenen door gebakken stenen via een krediet aangevraagd via de Kadernota. Ook in de begroting van 2019-2022 staat: ”Grote renovaties voor wegen zijn niet in de onderhoudsplannen opgenomen, maar worden via afzonderlijke voorstellen aan de raad voorgelegd”. Echter geeft dit geen totaalbeeld. Om een completer beeld te geven van de totale kosten voor het beheer van wegen wordt in deze paragraaf beschreven welke kosten per onderdeel nodig zouden zijn om het kwaliteitsniveau op een effectieve wijze op niveau B te houden.

6.4.1 Klimaatadaptatie Bij het inrichten van de openbare ruimte bepalen welke disciplines betrokken moeten worden en welke beheerbudgetten bij elkaar gevoegd kunnen worden om een klimaatadaptief project mogelijk te maken.

6.4.2 Rehabilitatie asfalt Het is niet mogelijk om oneindig groot onderhoud uit te voeren. Op een bepaald moment is de wegverharding dermate verouderd dat een andere maatregel noodzakelijk is, namelijk rehabilitatie. Er vinden geen veranderingen plaats met betrekking tot wegbreedte en wegfunctie. Wel kan het noodzakelijk zijn om verbetering in de ondergrond/fundering (bijvoorbeeld asfaltwapening) aan te brengen. Het benodigde budget hiervoor is berekend tot en met 2030. Jaar

Rehabilitatiekosten 2022 €

5.065.600,00

€

1.129.400,00

2023 €

2.069.000,00

€

1.129.400,00

2024 €

-

€

1.129.400,00

2025 €

1.403.900,00

€

1.129.400,00

2026 €

-

€

1.129.400,00

20.400,00 €

1.129.400,00

2027 €

Totaal

Gemiddeld per jaar

2028 €

1.039.200,00

€

1.129.400,00

2029 €

566.700,00

€

1.129.400,00

2030 €

-

€

1.129.400,00

€

10.164.800,00

19

Figuur 5: Berekende kosten rehabilitatie

De rehabilitatiekosten bedragen gemiddeld € 1.129.400,-- per jaar voor de komende 9 jaar (zie figuur 5). Deze kosten zijn inclusief AKWR (10 %) en VAT-kosten (15 %). Met rehabilitatie zijn hoge kosten gemoeid daarom werden tot op heden aparte kredieten aangevraagd in de Kadernota. Om op lange termijn inzicht te geven zijn gemiddelde kosten berekend, op basis van het jaar waarin de weg is aangelegd of de laatste aanpassingen aan een weg(vak) zijn uitgevoerd. De exacte planning kan worden bepaald naar aanleiding van de tweejaarlijkse inspecties, nadere onderzoeken (wegenscans en deflectiemetingen) en ervaring en gebruik van de wegen. Jaarlijks zal de planning worden geactualiseerd, voor zover mogelijk wordt de raad hierover geïnformeerd.

6.4.3 Vervangingskosten betonstraatsteen door straatbaksteen In hoofdstuk 6.3 Visie toekomstige ontwikkelingen is een beschrijving opgenomen over het gebruik van gebakken stenen in de rijwegen. De gemeente heeft op een aantal momenten de intentie uitgesproken, incl. benodigde financiële middelen, om bij grootschalige herstraatwerkzaamheden (rijbanen) in de woonwijken de aanwezige betonstraatsteen te vervangen voor duurzaam straatbaksteen dikformaat (o.a. Collegebesluit van 21 februari 2013). De volgende extra bedragen zijn berekend voor de komende vijf jaar om het betonnen materiaal bij vervanging om te vormen naar duurzamer gebakken materiaal: - € 1.745.000,- voor de rijwegen waarvan de betonstraatstenen ouder zijn dan 40 jaar. - € 526.900,- voor de rijwegen die in de jaren 80 zijn aangelegd en in de komende periode moeten worden vervangen door gebakken materiaal. Tot 2020 was een aantal keer krediet beschikbaar gesteld voor de aankoop van gebakken straatbakstenen. Met het oog op de rijwegen van betonnen materiaal die al meer dan 40 jaar oud zijn blijkt dit bedrag te laag om te voldoen aan de visie. Met een aanname van uitvoering in de komende 15 jaar zou er jaarlijks gemiddeld € 151.000,- nodig zijn. Het betreft hier alleen de aanschafkosten voor gebakken straatbakstenen.

20

6.4.4 Wegen in buitengebied Door de toename van het verkeer in het algemeen en landbouw- en vrachtverkeer in het bijzonder, krijgen de wegen en wegbermen in het buitengebied steeds meer te lijden. Voor 2014 tot en met 2021 is een jaarbudget van € 30.000,- beschikbaar gesteld voor de aanleg van bermverharding. Er zijn nog een aantal wegen in het buitengebied waarbij bermverharding wenselijk is (zie 5.3 Visie toekomstige ontwikkelingen - Verkeerstoename wegen in buitengebied voor nadere toelichting). Indien bij deze wegen bermverharding zou worden toegepast dan is voor deze beheerperiode een jaarbudget nodig van € 205.000,-. Gezien het aantal verkeersdeelnemers versus de kosten, kan worden overwogen om wegen in het buitengebied af te waarderen. Hier beperkt onderhoud uit te voeren en uiteindelijk om te vormen tot zandpaden en kan aanleg van bermverharding achterwege blijven.

6.4.5 Toename areaal In de afgelopen jaren is het areaal toegenomen. Sinds 2016 waren de areaaluitbreidingen niet meer verwerkt in het onderhoudsbudget. In de berekeningen van voorliggend beheerplan zijn de areaaluitbreidingen meegenomen. De areaaluitbreidingen in de komende jaren zullen jaarlijks moeten worden toegevoegd aan de dotatie voor groot onderhoud wegen.

6.5 Beschikbare budgetten De beschikbare budgetten (2021) voor het uitvoeren van klein en groot onderhoud zijn weergegeven in tabel 8. Activiteiten

Bedrag

Totaalbedragen Frequentie

Klein / dagelijks onderhoud

€ 162.041

Onderhoud wegen – buitendienst

€ 36.287

Onderhoud wegen - binnendienst

€ 125.754

Groot onderhoud

€ 754.000

Herstratingsprojecten

€ 623.000

Jaarlijks

Degeneratie

€ 20.000

Jaarlijks

Asfalt

€ 111.000

Jaarlijks

€ 30.000

2014-2021

Kredieten Bermverharding buitengebied Gebakken straatmateriaal Rehabilitaties

€0 Aan te vragen

2020 voor laatst Eenmalig

Tabel 8: Beschikbare budgetten

21

6.6 Tot slot - financiën De maximaal benodigde budgetten zijn theoretische cijfers en onder andere gebaseerd op cyclische maatregelen. Voordat tot voorbereiding van de werkzaamheden wordt overgegaan zal worden bekeken of dit daadwerkelijk nodig is en of werkzaamheden kunnen worden gecombineerd met andere disciplines. Kostenverhogende factoren voor het verwijderen van teer houdend asfalt, winterschade e.d. zijn niet in de vergelijking meegenomen en worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en aangevraagd. Dit zal naar verwachting incidenteel voorkomen.

22

Bijlage 1 Begrippenlijst Basisplanning

Planning en begroting waarbij onderhoudsmaatregelen op basis van een globale visuele weginspectie zijn gepland (overeenkomstig de technische noodzaak).

Beheer

Systematisch plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn een object blijvend zijn functie te laten vervullen.

Beheersysteem

Het geheel van gegevensinwinning en bewerking om te komen tot een meerjarenplanning en begroting.

Beleidsthema

Thema dat van belang is voor het beleid ten aanzien van de kwaliteit van de verharding. Thema hierbij zijn veiligheid, duurzaamheid, het comfort en het aanzien).

Budget

De financiële middelen die beschikbaar zijn voor het beheer en onderhoud van de wegen.

Budgetplanning en – begroting

Planning en begroting, waarbij onderhoudsmaatregelen zijn verschoven als gevolg van opgelegd budget of gestelde prioriteiten

C.R.O.W.

C.R.O.W. is de afkorting voor ‘stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de grond-, Water- en wegenbouw en verkeerstechniek’. In deze stichting hebben onder andere vertegenwoordigers van gemeente, Provincie en Rijk en onafhankelijke advies-bureaus zitting.

Cyclische beheerkosten

De gemiddelde jaarlijkse kosten voor het beheer van weginfrastructuur op basis van zijn inrichting of functie. CROW heeft hiervoor een kostensystematiek ontwikkeld in publicatie 145. In deze cyclische beheerkosten worden ook de kosten voor vervanging bij een volledige reconstructie meegenomen.

Gemuteerde basisplanning

Onderhoudsplanning waarbij de basisplanning is afgestemd op de gemeentelijke situatie en vervolgens is gemuteerd.

Groot onderhoud

Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een groot gedeelte van het oppervlak van een wegvak planmatig worden uitgevoerd, met als doel de verharding weer aan de richtlijnen te laten voldoen.

23

Kapitaalvernietiging

Verschil tussen de kosten van uitgesteld onderhoud en kosten van tijdig onderhoud (bij asfaltverhardingen).

Klein onderhoud

Onderhoudsmaatregelen die lokaal, over een beperkt gedeelte van het wegvak worden uitgevoerd. De maatregelen zijn deels preventief en deels bedoeld om de verharding in goede staat te houden.

Korte termijnplanning

Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 1-2 jaar.

Kwaliteit

Mate waarin een verharding voldoet aan de gestelde (technische) richtlijnen of (functionele) doelstellingen.

Kwaliteitsniveau

Aanduiding van de kwaliteit van de verharding, uitgedrukt in de termen Voldoende, Matig en Onvoldoende.

Lange termijnplanning

Planning voor de periode van meer dan 5 jaar.

Levensduur

Verwachte levensduur van een object, berekend tot het moment waarop een onderhoudsrichtlijn wordt overschreden.

Maatregelgroep

Groep van gelijksoortige onderhoudsmaatregelen.

Maatregeltoets

Beoordeling van de door het systeem gegenereerde maatregel en planjaar, daarbij vindt ook afstemming met andere plannen en beleidsambities.

Middellange termijnplanning

Planning van onderhoudsmaatregelen voor de periode van 3-5 jaar.

Planjaar

Jaar waarin een onderhoudsmaatregel wordt gepland.

Rehabilitatie van de weg

Maatregelen om de kwaliteit van de verharding weer op het gewenste niveau te brengen zonder de inrichting van de weg aan te passen, en waarbij de levensduur wordt verlengd (begrippenlijst BBV).

Restlevensduur

Verwachte levensduur van een verharding vanaf het moment van beoordeling tot het moment waarop de norm wordt overschreden.

Richtlijn

Waarde van een schade waarbij binnen 1 tot 2 jaar onderhoud noodzakelijk is.

24

Verhardingstype

Groep van gelijksoortige wegverhardingen; er wordt onderscheid gemaakt in de verhardingstypen asfalt, elementen en cementbeton.

Verhardingssoort

Onderverdeling binnen een verhardingstype (asfalt, elementen of cementbeton).

Visuele inspectie

Bij een globale visuele weginspecie worden de zichtbare schades van een wegen beoordeeld en eenduidig vastgelegd. De weg wordt op technische gronden bekeken en de schades worden in kwalitatieve en kwantitatieve zin, dat wil zeggen naar ernst en omvang, beoordeeld. De resultaten van de objectieve beoordeling geven een beeld van de conditie van de weg.

Waarschuwingsgrens

Waarde van een schade waarbij binnen 3 tot 5 jaar onderhoud noodzakelijk is.

Wegtype

Benaming voor een weg met bepaalde kenmerken, die een aanduiding kunnen zijn voor de functie, het gebruik of het beheer van de weg.

Wegvak

Gedeelte van een weg, fietspad of voetpad, dat in lengterichting wordt begrensd.

25

26

Bijlage 2 Beeldkwaliteit Inleiding De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018, CROW publicatie 380, is de basis voor het opstellen van de onderhoudscontracten en -bestekken én voor het vergelijken van de kwaliteit van de openbare ruimte met de afgesproken kwaliteitsdoelen. In de gemeente Bunschoten is nog geen keuze gemaakt voor alle structuurelementen: in deze rapportage is uitgegaan van het basisniveau: kwaliteitsniveau B. Relatie kwaliteitsniveaus Kwaliteitsniveau Omschrijving

Indicatie kwaliteit

Relatie met wegbeheer

A+

Zeer hoog

Nagenoeg ongeschonden

Er is geen schade

A

Hoog

Mooi en comfortabel

Er is enige schade, maar de waarschuwingsgrens is niet overschreden

B

Basis

Functioneel

De waarschuwingsgrens is overschreden: er is klein onderhoud nodig of indien dit niet wordt uitgevoerd is binnen vijf jaar groot onderhoud nodig

C

Laag

Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder

De richtlijn is overschreden: er is binnen twee jaar groot onderhoud nodig

D

Zeer laag

Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid of sociale onveiligheid

De richtlijn is meer dan één klasse overschreden: er is direct groot onderhoud nodig

In onderstaande tabel is naast een omschrijving en relatie tot het kwaliteitsniveau uit de CROW publicatie ook een indicatie gegeven ten aanzien van de consequenties voor de beleidsthema’s. Relatie kwaliteitsniveau en consequenties Doelstelling

Kwaliteitsniveau A+

A

Veiligheid

Kans op ongevallen geminimaliseerd

Kans op ongevallen Kans op ongevallen klein Kans op ongevallen klein neemt toe

Bereikbaarheid

Uitstekende bereikbaarheid

Goede bereikbaarheid

Bereikbaarheid niet in het geding

Bereikbaarheid beperkt

Comfort

Zeer comfortabel

Comfortabel

Redelijk comfortabel

Minder comfortabel

Aanzien

Zeer verzorgde uitstraling

Verzorgde uitstraling

Redelijk verzorgde uitstraling

Slechte uitstraling

Leefbaarheid

Leefbaarheid uitstekend Leefbaarheid goed Belasting op milieu zo beperkt mogelijk

Milieu

B

C/D

Leefbaarheid niet in het geding Leefbaarheid beperkt

Belasting op milieu lager Belasting op milieu dan wettelijke eisen conform wettelijke eisen

Belasting op milieu

Kwaliteitsniveau B Vooralsnog is uitgegaan van kwaliteitsniveau B is, de beheerkosten in dit plan zijn op kwaliteitsniveau B doorgerekend. Bij kwaliteitsniveau B wordt onderhoud precies op het juiste moment uitgevoerd en vindt er geen kapitaalvernietiging plaats.

27

In de catalogus van CROW-publicatie 380 worden schaalbalken benoemd. Iedere schaalbalk beschrijft in vijf verschillende kwaliteitsniveaus de voorkomende kwaliteit van een specifiek kwaliteitscriterium van een object. Een schaalbalk bestaat uit vijf foto’s, beschrijvingen van het criterium en meetbare normen. Onderstaande figuur geeft een voorbeeld van deze schaalbalken met een beschrijving van het criterium, zoals opgenomen in CROW-publicatie 380.

Voorbeeld schaalbalk CROW publicatie 380

28

Bijlage 3 Wetgeving en richtlijnen Inleiding Heel algemeen wordt wegbeheer als volgt gedefinieerd: Wegbeheer is het op systematische wijze plannen, budgetteren, voorbereiden en uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn dat de weg zijn bestaande functie kan blijven vervullen. De bestaande functie van de weg kan worden gedefinieerd als het zo vlot, veilig en comfortabel (voor weggebruiker én wegomgeving) mogelijk verwerken van het verkeersaanbod. In de wet- en regelgeving en de richtlijnen betreffende beheer en onderhoud wegen is de afgelopen jaren feitelijk weinig gewijzigd. Dit heeft daarmee ook niet geleid tot wezenlijke wijzigingen in het beleid en beheer van de wegen binnen de gemeente. Wegenwet In de wegenwet staat dat de gemeente zorgplicht heeft om de openbare weg te beheren en te onderhouden. Dit betekent dat hij moet optreden als een goed rentmeester (het kapitaal dat in de wegen is geïnvesteerd moet in stand blijven door het tijdig plegen van onderhoud). Wegenverkeerswet De wegenverkeerswet verwacht dat de wegbeheerder maatregelen treft die de veiligheid van de weggebruiker en het functionele gebruik van de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hier dan vooral om functioneel beheer.

Nieuw burgerlijk wetboek In het nieuw burgerlijk wetboek staat dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade die weggebruikers oplopen als gevolg van onveilige situaties. De beheerder moet niet alleen kunnen aantonen wat hij heeft gedaan om risico’s voor de wegbeheerder te beperken, ook moet hij aantonen dat hij structureel aan monitoren en onderhoud doet. De beheerder kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties en een goed wegbeheerssysteem onmisbaar zijn. De wettelijke aansprakelijkheid kan worden onderverdeeld in twee hoofdvormen: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 BW regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is sprake van een gebrek aan de weg indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen.

Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep te doen op de ‘tenzij clausule’. De tenzij clausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd.

29

Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf, maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg) kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW, geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie. Zowel bij de risicoaansprakelijkheid als schuldaansprakelijkheid kan eigen schuld van de weggebruiker de schadevergoedingsplicht van de wegbeheerder verminderen. Geconcludeerd kan worden dat de bepalingen uit het nieuwe Burgerlijk Wetboek over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder niet zijn toegespitst op specifieke gevallen. In de rechtspraak wordt nader bepaald op welke wijze de wettelijke bepalingen worden toegepast.

De wegbeheerder kan de kans op claims verkleinen door een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces na te leven. De nadelige gevolgen van claims verminderen door een goed functionerend klachtenbehandelingsproces. De gemeente Bunschoten kan als wegbeheerder juridisch aansprakelijk worden gesteld als er schade is door onvolledig beheer. Wet milieubeheer (Besluit bodemkwaliteit) Deze wet heeft niet zozeer invloed op de wegen als functie voor de weggebruiker, maar op de toe te passen materialen bij uitvoering van onderhoud en bij vrijkomende materialen bij die uitvoering. In het verleden zijn in Nederland diverse materialen in de wegenbouw toegepast die tegenwoordig vanuit milieuperspectief zijn verboden, bijvoorbeeld teerhoudend asfalt. Richtlijnen Naast de wettelijk vastgelegde aspecten met betrekking tot beheer en onderhoud wegen zijn er diverse richtlijnen. De richtlijnen worden voornamelijk opgesteld door CROW; de kennisorganisatie op het gebied van wegen en verkeer. CROW doet diverse studies naar allerlei onderwerpen binnen het vakgebied. De resultaten van dergelijke onderzoeken worden beschreven in de door het CROW uitgegeven publicaties. Ook over beheer en onderhoud van wegen zijn veel onderzoeken uitgevoerd. De meest relevante voor beheer en onderhoud wegen is vastgelegd in de publicatie ‘Wegbeheer 2011’, uitgegeven 19 december 2011.

In deze publicatie is beschreven hoe om te gaan met het beheer en onderhoud van wegen. De inspectiemethodiek is beschreven in de CROW publicaties 146 a en b. In deze publicatie is de beoordeling van de mogelijke schades in hoge mate gestandaardiseerd met beschrijvingen, normstellingen (ernst en omvang) en waardering aan de hand van een beoordelingscijfer variërend van 1 (goed) tot 5 (zeer slecht). Hierdoor is het mogelijk een objectief beeld te vormen van de kwaliteit van de verhardingen. Een (jaarlijkse) globale inspectie heeft tot doel om de gemeente inzicht te verschaffen in de onderhoudstoestand van het te beheren areaal. Aan de hand van de onderhoudstoestand wordt de benodigde maatregelen en het benodigde onderhoudsbudget voor de eerstkomende 5 jaar bepaald. Deze beheersystematiek is beschreven in CROW publicatie 147.

30

Bij de globale inspectie worden per wegvak en per inspectiestrook (rijbaan, fietspad, voetpad, etc.) de ernst en omvang bepaald voor de volgende schade-groepen: – Textuur – Vlakheid – Samenhang Bij het globaal inspecteren wordt klein onderhoud (gaten, dwarsscheuren, een enkele ernstige oneffenheid, etc.) apart genoteerd en niet betrokken bij het kwaliteitsoordeel van het wegvakonderdeel. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat dit klein onderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Is dit niet het geval, dan zal bij de volgende inspectie een toegenomen aantal kleine schades niet meer als klein onderhoud kunnen worden beschouwd en derhalve van invloed zijn op de kwaliteit van het wegvakonderdeel. Volgens de CROW-systematiek moet na een uitgevoerde inspectie een maatregeltoets uitgevoerd worden. De maatregeltoets is bedoeld om de planning van een maatregel voor de korte termijn te verbeteren. De maatregeltoets houdt in dat de beheerder in het veld controleert of de voorgestelde maatregelen adequaat zijn en of deze zo nodig gecorrigeerd dienen te worden. Hierbij is het denken aan het vaststellen van het planjaar, het soort maatregel en de omvang van deze maatregel. Belangrijk hierbij zijn ook de onderlinge afstemming met andere wegvakonderdelen en wegvakken en de afstemming met andere plannen / disciplines.

De planning en bijbehorende begroting die na de maatregeltoets ontstaat wordt de gemuteerde basisplanning genoemd. Deze planning is de basis van voorliggend beheerplan. De benodigde budgetten zijn hierop gebaseerd.

31

Bijlage 4 Wegtypen per gebruiksfunctie In onderstaande figuur zijn de verschillende wegtypen per gebruiksfunctie weergegeven.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183925/1