CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage - Nota sportaccommodaties - Visiedocument 2040

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1180182 Nota sportaccommodaties 2024- 202712.325 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Paardensport en atletiek Na voetbal en rugby vormen paardensport en atletiek de meest ruimte-extensieve takken van sport die op De Vinken worden beoefend en die, zoals blijkt uit paragraaf 2.3, lokaal en nationaal niet groeien maar stabiliseren of zelfs krimpen.

4.4 Voorkeursvariant De bovenstaande bevindingen leiden tot de conclusie dat er ook aan de gemeentelijke buitensportvoorzieningen in Bunschoten een groeiende behoefte bestaat waarvoor de huidige capaciteit tekort zal schieten. Om aan deze behoeften te voldoen, is aan te bevelen dat op korte termijn een reconstructie en op lange termijn een uitbreiding van De Vinken plaatsvindt. Voor de uitbreiding is in de voorkeursvariant (figuur 5.) in het agrarisch gebied ten westen van De Vinken eerst nog grondverwerving en een bestemmingsplanwijziging nodig om er sportvelden aan te kunnen leggen. Nu zijn dit nog weilanden en zijn dit soort functies planologisch niet toegestaan. Omdat het gaat om het buitengebied zal ook onderzocht moeten worden of de provincie bereid is om hier medewerking aan te verlenen en haar beleid wil aanpassen. Nadeel is dat dit daarmee een onzekere en de meest tijdrovende locatie is. Een ander nadeel is dat vooral VV Eemdijk hier kan profiteren van aanvullende voetbalvelden; voor VV IJsselmeervogels en SV Spakenburg biedt dit geen groeimogelijkheden. Een groot voordeel van de locatie is dat de uitbreiding kan worden beperkt tot vooral de velden voor voetbal en/of rugby omdat deze verenigingen al op dit sportpark gevestigd zijn.

Figuur 5. Voorkeursvariant buitensport, fase 1, 2 en 3

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 24 / 32

In de aanbevolen reconstructie van De Vinken kan fase 1 worden gestart met het verwijderen van de atletiekbaan en het kantelen van natuurgrasveld 3 van VV Eemdijk zodat gelijktijdig kunstgrasveld 4 kan worden aangelegd. Door veld 3 met verruimde afmetingen aan te leggen, kan dit veld voor gecombineerd gebruik door voetbal en rugby worden ingericht. Afgezien van de toegenomen trainingscapaciteit van het tweede kunstgrasveld voor VV Eemdijk is de uitbreiding van wedstrijdcapaciteit voor zowel VV Eemdijk als RC Spakenburg dan beperkt tot het gezamenlijke (niet gelijktijdige) gebruik van het gecombineerde voetbal-/rugbyveld. Zodra de behoeften aan wedstrijdcapaciteit bij beide verenigingen dusdanig is toegenomen dat gecombineerd gebruik van veld 3 niet meer mogelijk is, zal fase 2 moeten worden gestart met de aanleg van veld B. Daarvoor zullen de speeltuin en het trapveldje naar elders buiten het sportpark verplaatst moeten worden, evenals het gebouw van de kinderopvang “Keet en Koters”21; een alternatief hiervoor kan mogelijk gevonden worden in de beoogde nieuwbouw van het clubhuis van VV Eemdijk. Fase 3 start met de grondverwerving, voorbereiding en vergunningsprocedure ten behoeve van de uitbreiding van De Vinken aan de westzijde. De te realiseren veldenconfiguratie is, afhankelijk van de behoefteontwikkeling in de komende jaren nog nader te bepalen.

Meest waarschijnlijk is dat hier tenminste één voetbalveld deel van uit maakt. Uiteraard is ook denkbaar dat er andere takken van sport worden gehuisvest; hiervoor dient rekening te worden gehouden met het toekomstig ruimtebeslag van één of meer clubhuizen. Voor de aanbevolen uitbreiding van De Vinken zijn de volgende alternatieven benoemd. 1. Manege verplaatsen. Indien De Gouden Adelaar verplaatst kan worden naar een andere locatie buiten het sportpark, ontstaat een mogelijkheid om de nieuwe velden 4 en B oost-west in plaats van noord-zuid te oriënteren. In dit alternatief kan een groter deel van de noordelijke bomenrij behouden blijven en kan er binnen het sportpark alsnog ruimte voor een nieuwe speeltuin en trapveldje gevonden worden. 2. Westdijk. In het gebied ten zuidwesten van de Westdijk heeft de gemeente al grondposities die op lange termijn mogelijk kunnen worden ingezet voor woningbouw en/of voetbalvelden. Nu zijn dit nog weilanden en zijn dit soort functies planologisch niet toegestaan. Voordeel van deze locatie is dat het vooral VV IJsselmeervogels en SV Spakenburg weer groeimogelijkheden biedt en de uitbreiding kan worden beperkt tot de velden omdat alle overige voorzieningen bij deze clubs al aanwezig zijn.

Omdat hier een aantal gronden al gemeentelijk eigendom is, hoeft er mogelijk geen (of weinig) grond te worden aangekocht, afhankelijk van het beoogde ruimtebeslag en de ruimtelijke invulling. Nadeel van deze locatie is dat de aanleg van sportvelden zelf ten koste gaat van potentiële woningbouwmogelijkheden en dat de nabijheid van sportvelden mogelijk ook nog andere beperkingen meebrengt voor nabijgelegen toekomstige woningen. Een en ander vraagt nader onderzoek. 3. De Vaart. Ten Noorden van sportpark De Vaart ligt agrarisch gebied waarvoor eerst nog grondverwerving en een bestemmingsplanwijziging nodig is om er sportvelden aan te kunnen leggen. Dit is weliswaar een tijdrovende maar geen onmogelijke opgave; in het verleden is sportpark De Vaart immers ook op deze wijze gerealiseerd. Dit is dan ook het grootste voordeel van deze locatie, samen met het gegeven dat bepaalde algemene voorzieningen zoals parkeerplaatsen en aansluitingen al aanwezig zijn.

21

Ook door veld 5 zoveel mogelijk aan de noordzijde te situeren, dient het gebouw van deze locatie te worden verplaatst om zodoende de bereikbaarheid voor hulpdiensten en leveranciers van de overige gebouwen te waarborgen.

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 25 / 32

Een nadeel is dat er nog geen buitensportclubs zijn gevestigd; deze zullen hier inclusief opstallen naar verplaatst moeten worden hetgeen meer kosten met zich meebrengt dan de aanleg van velden alleen. Om die reden ligt het niet voor de hand om hier een vierde voetbalvelvereniging te stichten of een bestaande voetbalvereniging naartoe te verplaatsen.

4.5 Investeringen en fasering De maatregelen, fasering en investeringen die ten behoeve van de voorkeursvariant zijn voorzien, zijn indicatief en exclusief btw als volgt bepaald. Maatregel

Termijn

Investering

Amoveren atletiekbaan

2025

€ 0,1 mln.

Kantelen veld 3 en uitbreiden tot combiveld voetbal-/rugby (natuurgras)

2025

€ 0,4 mln.

Aanleg veld 4 VV Eemdijk (kunstgras)

2025

€ 1,1 mln.

Verplaatsen speeltuin

2026

€ 0,2 mln.

Verplaatsen kinderopvang

2026

p.m.

Aanleg veld B RC Spakenburg (natuurgras)

2027

€ 0,4 mln.

Natuurcompensatie

p.m.

Uitbreiding sportpark De Vinken – West Grondverwerving

2024-2033

p.m.

Voorbereiding, ontwerp en vergunningen

2024-2033

€ 0,3 mln.

Realisatie velden, configuratie nader te bepalen

2034

in geval van 2 x natuurgras

€ 1,3 mln.

in geval van 2 x kunstgras

€ 2,0 mln.

in geval van 3 x natuurgras

€ 2,0 mln.

in geval van 3 x kunstgras

€ 2,3 mln.

Tabel 14. Indicatie investeringen en fasering voorkeursvariant buitensport

4.6 Conclusies en aanbevelingen Doordat alle voetbalvelden op De Westmaat al zijn voorzien van kunstgras bestaan er geen mogelijkheden meer om binnen de grenzen van het sportpark de capaciteit van de velden te verhogen. Voor trainingen is de capaciteit nog voldoende maar voor wedstrijden worden vooral bij VV IJsselmeervogels al tekorten ervaren. Voor de korte termijn wordt daarom aanbevolen de bijvelden per seizoen toe te wijzen naar rato van de teamsamenstelling; de vereniging met het minste aantal teams in competitie krijgt dan minder veldcapaciteit ter beschikking dan de vereniging met het meeste aantal teams. Op lange termijn wekt de geprognosticeerde bevolkingstoename de verwachting dat de behoefte aan vooral voetbal- en rugbyvelden zal toenemen. Indien de gemeente ervoor kiest om hieraan te voldoen, wordt dan ook aanbevolen om de veldencapaciteit uit te breiden. Hiervoor is een aantal varianten beschouwd. In de voorkeursvariant wordt op sportpark De Vinken een reconstructie en uitbreiding toegepast waarbij de atletiekbaan wordt verwijderd en de speeltuin en de kinderopvang worden verplaatst. In de komende vijf jaar kan hier dan, naast het vervangen van natuurgras door kunstgras, een vierde voetbalveld en een tweede rugbyveld worden aangelegd.

De aanbevolen uitbreiding betreft tenminste twee velden voor één of meer sporten die op basis van de verdere behoefteontwikkeling nog nader te bepalen zijn. Meest waarschijnlijk is dat hier tenminste één voetbalveld deel van uit maakt. Uiteraard is ook denkbaar dat er andere takken van sport worden gehuisvest; hiervoor dient rekening te worden gehouden met het toekomstig ruimtebeslag van één of meer clubhuizen.

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 26 / 32

BIJLAGEN

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 27 / 32

1.

Kaders binnensport

Voor het maken van analyses en het trekken van conclusies op basis van de geïnventariseerde gegevens is een aantal kaders, normen, richtlijnen en ervaringsgegevens gehanteerd. De belangrijkste zijn als volgt opgesomd. ▪ Standaard binnensportaccommodaties zijn: gymzalen (afmetingen circa 12 x 22 x 5,5 meter), sportzalen (circa 22 x 28 x 7 meter) en sporthallen (ten minste 24 x 44 x 7 meter)22. ▪ Een speellokaal wordt niet gerekend tot de standaard binnensportaccommodaties maar is wel geschikt voor bewegingsonderwijs voor met name leerlingen in de leeftijd van vier en vijf jaar (groepen 1 en 2) in het (speciaal) basisonderwijs. ▪ De keuze van gemeenten voor de omvang, locatie en voorzieningen van een binnensportaccommodatie wordt in de eerste plaats ingegeven door de plicht om het (basis-)bewegingsonderwijs te faciliteren en in de tweede plaats door wens om aan de behoeften vanuit de verenigingssport te voldoen. ▪ Voor het primair onderwijs is het aantal gymgroepen bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. ▪ Een gymgroep bestaat uit leerlingen van zes jaar en ouder; leerlingen van groep 1 en 2 (4/5 jarigen) worden verondersteld te kunnen spelen in een speellokaal binnen de school.

▪ De onderwijsbezetting voor binnensportaccommodaties wordt gesteld op een maximum van: 26 klokuren per week voor basisonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs23; 35 klokuren per week voor voortgezet onderwijs. ▪ Gymnastieklokalen die uitsluitend voor bewegingsonderwijs worden gebruikt, kunnen daardoor per jaar een totale bezetting hebben van niet meer dan 1.040 klokuren24 voor het basisonderwijs en niet meer dan 1.40025 klokuren voor het voortgezet onderwijs. ▪ Op basis van ervaringsgegevens beoordeelt Tien organisatieadvies de benutting van binnensportaccommodaties in klokuren per jaar als volgt. - Sporthal; gering ± 1.800 of minder; gemiddeld ± 2.200; intensief ± 2.600 of meer. - Sportzaal; gering ± 1.600 of minder; gemiddeld ± 2.000; intensief ± 2.400 of meer. - Gymzaal; gering ± 800 of minder; gemiddeld ± 1.200; intensief ± 1.600 of meer. ▪ NOC*NSF en VSG adviseren als stichtingsnorm voor sporthallen een minimale bezetting van: 1.400 uur per jaar door verenigingssport (NOC*NSF); 1.600 uur per jaar door bewegingsonderwijs en verenigingssport (VSG); bij voorkeur gelden deze totalen voor ieder zaaldeel; in een sporthal die bestaat uit twee (middels een scheidingswand deelbare en derhalve afzonderlijk verhuurbare) zaaldelen dient ieder zaaldeel dan ten minste 1.400 uur per jaar te worden benut.

▪ Gymnastieklokalen zijn voor trainingen en wedstrijden van verenigingssport beperkt, respectievelijk niet geschikt en worden daardoor gerealiseerd en in stand gehouden om vooral het bewegingsonderwijs te faciliteren. ▪ De verplichting om te voorzien in het aanbod van binnensportaccommodaties geldt voor gemeenten alleen ten behoeve van het primair onderwijs waarbij de afstandscriteria zijn vastgesteld in de lokale onderwijshuisvestingsverordening. ▪ Sportzalen en sporthallen zijn zowel voor bewegingsonderwijs als verenigingssport geschikt te maken en worden daardoor gerealiseerd en in stand gehouden om beiden te faciliteren.

Zie bijlage 2 voor de maatvoering en gebruiksmogelijkheden van (standaard) binnensportaccommodaties. Afhankelijk van de plaatselijke onderwijshuisvestingsverordening. 24 Per jaar wordt in het PO maximaal 40 weken à 26 uur = 1.040 klokuren bewegingsonderwijs gegeven. 25 Per jaar wordt in het VO maximaal 40 weken à 35 uur = 1.400 klokuren bewegingsonderwijs gegeven. 22 23

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 28 / 32

▪

▪

▪

▪

Sportzalen en sporthallen zijn ook voor bewegingsonderwijs geschikt indien voldoende rekening is gehouden met de werkomstandigheden van de vakleerkracht in het kader waarvan bij voorbeeld daglicht kan toetreden, nagalmtijd beperkt is, inrichting optimaal op het vakleerplan is afgestemd, et cetera. In algemene zin vraagt een sporthal voor de breedtesport doorgaans veel lagere investeringen in bouwkundige (akoestische), installatietechnische voorzieningen (verlichting, luchtbehandeling), inrichting en inventaris dan een sporthal voor bewegingsonderwijs en/of evenementen. Voor het prognosticeren van de primair onderwijsbehoeften geldt als uitgangspunt dat: de wekelijkse twee uur sport en bewegen wordt gehandhaafd en vanuit een standaard binnensportaccommodatie wordt gefaciliteerd26; er geen derde uur sport en bewegen komt dat (volledig) vanuit een standaard binnensportaccommodatie wordt gefaciliteerd27. Bij het gebruik van binnensportaccommodaties kan sprake zijn van bezetting en benutting. Onder bezetting worden de reserveringen verstaan; onder benutting het daadwerkelijke gebruik. Bij een sluitend reserveringssysteem zijn de bezetting en benutting gelijk aan elkaar. In de praktijk is dit niet altijd het geval als onderwijsgebruikers in het zomerseizoen uitwijken naar buitensportaccommodaties.

Als de vakleerkracht hier per lesuur een vrije keuze in heeft, kunnen deze mutaties niet altijd worden verwerkt in het reserveringssysteem.

Mogelijk wordt sport en bewegen in de toekomst niet langer (geheel) vanuit een standaard binnensportaccommodatie gefaciliteerd; zie bijlage 2.2. 27 Het voornemen tot de invoering van een derde uur sport en bewegen wordt door de PO-raad niet (langer) onderschreven. 26

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 29 / 32

2. 2.1

Maatvoering binnensportaccommodaties Standaard

Type accommodatie

Globale afmetingen

Gebruiksmogelijkheden

Gymnastieklokaal

14 x 22 x 5,5/7

1 badmintonveld, 1 volleybalveld, 6 tafeltennistafels en verschillende andere kleine zaalsporten (als judo), oefenmogelijkheden voor verschillende recreatieve (zaal-) sporten. Badminton en volleybal vragen voor wedstrijden een obstakelvrije hoogte van 7 meter

Sportzaal 1.

13 x 24 x 7

Idem als gymnastieklokaal.

Sportzaal 2a.

22 x 28 x 7

3 badmintonvelden, 1 basketballveld, 2 volleybalveld, 12 tafeltennistafels en verschillende andere kleine zaalsporten, trainingsmogelijkheden voor verschillende (zaal-)sporten als voetbal en korfbal, gymnastiek en recreatieve sportbeoefening.

Sportzaal 2b.

22 x 29,4 x 7

Idem als 2a, alleen 4 badmintonvelden i.p.v. 3

Sporthal 3a.

24 x 44 x 7

7 badmintonvelden, 1 basketballveld, 1 tennisbaan (geen wedstrijdbaan), 3 volleybalvelden, 1 combiveld voor zaalvoetbal, zaalhockey, handbal en korfbal, gymnastiek en recreatieve sportbeoefening, (wedstrijd-)ruimte voor verschillende kleine zaalsporten, trainingsmogelijkheden voor vrijwel alle zaalsporten.

Sporthal 3b.

24 x 44,2 x 7

Idem als 3a, alleen 9 badmintonvelden i.p.v. 7

Sporthal 3c.

28 x 44 x 7

7 badmintonvelden, 2 basketballvelden, 1 tennisbaan (geen wedstrijdbaan), 4 volleybalvelden, 1 combiveld voor zaalvoetbal, zaalhockey, handbal en korfbal, gymnastiek en recreatieve sportbeoefening, (wedstrijd-)ruimte voor verschillende kleine zaalsporten, trainingsmogelijkheden voor vrijwel alle zaalsporten.

Sporthal 3d.

28 x 44,2 x 7

Idem als 3c, alleen 9 badmintonvelden i.p.v. 7

Sporthal 3e.

28 x 48 x 7

9 badmintonvelden, 3 basketballvelden waarvan 2 geschikt voor wedstrijden28, 1 tennisbaan (geen wedstrijdbaan), 4 volleybalvelden, 1 combiveld voor zaalvoetbal, zaalhockey, handbal en korfbal, gymnastiek en recreatieve sportbeoefening.

Tabel 15. Algemene accommodatiekenmerken, Bron: Instituut voor Sportaccommodaties

28

Indien het gewenst is dat er tegelijkertijd drie basketbalvelden voor wedstrijden geschikt zijn, dient de netto sportvloer ten minste 52 meter lang zijn. Dit in verband met de jurytafels die ter hoogte van de middellijnen dienen te worden opgesteld maar zich niet binnen de obstakelvrije uitloopzone mogen bevinden.

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 30 / 32

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

2.2

Van de bovengenoemde standaard accommodatietypen kan en wordt in alle denkbare maatvoeringen worden afgeweken, zoal het voorbeeld van de beweegbox laat zien29. Een gymzaal heeft een capaciteit van één zaaldeel van 14 x 22 meter. Een sportzaal met één scheidingswand biedt een capaciteit van twee zaaldelen, elk van circa 14 x 22 meter. Een sporthal die door middel van één scheidingswand bestaat uit twee gelijke delen, biedt een capaciteit van twee zaaldelen, elk van circa 24 x 22 meter. Een sporthal die door middel van één scheidingswand bestaat uit twee ongelijke delen, biedt een capaciteit van twee zaaldelen; één van circa 24 x 30 meter en één van circa 24 x 14 meter. Het grootste zaaldeel kan desgewenst door middel van een netgordijn worden onderverdeeld in twee gelijke delen van elk circa 24 x 14 meter. Een sporthal met twee scheidingswanden biedt een capaciteit van drie zaaldelen, elk van circa 24 x 14 meter. Voor trainingen van bepaalde disciplines van gymnastiek als verenigingssport geldt dat een gymnastieklokaal bij uitstek geschikt is, vooral wanneer er een permanente opstelling van toestellen mogelijk is30; Alternatieven

Een traditionele gymzaal meet circa 22 x 12 x 5 meter en kent vaste inrichtingselementen als wandrek, ringen, touwen, springkast, bok, matten en spelmateriaal. Traditionele gymzalen lijken de afgelopen decennia jaar niet te zijn meegegaan met de tijd en worden vaak als ouderwets en saai ervaren. In antwoord hierop is onder andere een nieuw curriculum Bewegen & Sport van het primair en voortgezet onderwijs gepubliceerd31 en wordt gezocht naar wegen om gymlessen meer te laten aansluiten bij de leefwereld van scholieren door onder andere: a. gymzalen anders in te richten voor bootcamp, freerunnen, klimmen & boulderen, skaten, slacklinen, et cetera32; b. gymlessen op andere plaatsen te geven zoals het fitnesscentrum, zwembad, klimcentrum of in de buitenruimte. Ad a. Een andere inrichting kan gymzalen aantrekkelijker maken maar houdt beperkingen in de afmetingen en de mogelijkheid om te variëren. In antwoord hierop is het gymzaalconcept aan verandering onderhevig en doen andere vormen hun intrede zoals i-space sports33 en de beweegbox34 of wordt met flexibele inrichtingselementen gerouleerd35. Een nadeel blijft dat deze accommodaties voor trainingen en wedstrijden van verenigingssport beperkt, respectievelijk niet geschikt zijn en voornamelijk slechts het bewegingsonderwijs faciliteren.

De onderwijsbezetting van een gymzaal voor onderwijs bedraagt in de praktijk vaak nog geen 800 uur per jaar36.

Zie bijlage 2.2. Het op- en afbouwen van turntoestellen vereist tijd en kracht, hetgeen een zware belasting voor docenten, trainers en begeleiders kan vormen. Een permanente opstelling van toestellen kan spier- en gewrichtsklachten voorkomen maar leidt eveneens tot een monofunctionele accommodatie. 31 “Leergebied Bewegen & Sport” - Voorstel voor de basis van de herziening van de kerndoelen en eindtermen van de leraren en schoolleiders uit het ontwikkelteam Bewegen & Sport. 32 Dit wordt onder andere gepropageerd door Het Nieuwe Gymmen. 33 In Opeinde staat de eerste ISpace Sports in een voormalige traditionele gymzaal. 34 De eerste beweegbox werd geopend in 2018 in Amstelveen. 35 Ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen een leverancier en een sportbedrijf. 36 Uitgaande van een maximale bezetting van 40 weken per jaar, 26 klokuren per week voor primair onderwijs en 35 klokuren per week voor voortgezet onderwijs. 29 30

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 31 / 32

Door hiervoor geen gymzaal te realiseren of in stand te houden, kan ten opzichte van nieuwbouw (als ook de lasten voor grondverwerving en inrichting buitenruimte worden meegerekend) voor zo’n € 50.000 of meer per jaar aan lasten worden bespaard. Sommige gemeenten37 kiezen er dan ook voor om alleen nog sportzalen en sporthallen te realiseren zodat ook verenigingsgebruik kan plaatsvinden. Bij onvoldoende verenigingsgebruik kan ook gekozen worden voor gymlessen op andere plaatsen als die aantrekkelijker, nabijer en goedkoper zijn. Ad b. De gedaanteverwisseling van de traditionele gymzaal maakt duidelijk dat leerlijnen ook in andere accommodaties goed of misschien zelfs beter gevolgd kunnen worden. Zelfs de buitenruimte 38 kan hiervoor een goed alternatief zijn, al vereist onderwijsgebruik wel redelijke weersomstandigheden. Voor jaarrond en gevarieerd onderwijsgebruik voor alle leerlijnen is het wenselijk dat de accommodatie overdekt en multifunctioneel is en bij voorkeur ook beschikt over openluchtvoorzieningen.

Dit is dan in de onderwijshuisvestingsverordening opgenomen met afstandscriteria die afwijken van de modelverordening van de VNG. 38 De eerste buitengymzaal werd geopend op 4 september 2019 in Oudenbosch. 37

Nota sportaccommodaties – Visiedocument 2040

Pagina 32 / 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13058076/2